Zoeken

Filters
Verwijder alle filters
Soort informatie
Categorie
Status onderzoek
Uitvoerder
Resultaat 1 tot 10 van 763.

‘Perfecte Chrysant’: Fossielvrij binnen een weerbaar teeltsysteem

Doel De doelstelling van dit project is de chrysantenteelt verduurzamen door teelttechnisch de grenzen van minimale input op te zoeken. De nadruk ligt op het telen bij hogere luchtvochtigheden en lagere temperatuur voor energiebesparing en het minimaliseren van de CO2 input. Dit wordt toegepast in een teeltsituatie met dimbare LED belichting met dynamisch sturing van het licht voor het realiseren van de vastgestelde lichtsom. Projectbeschrijving Het project ‘De Perfect chrysant’ loopt al enkele jaren om stappen te zetten richting een duurzaam en fossiel-vrij teeltconcept. In deze jaren is er veel kennis ontwikkeld over het telen met LED belichting in combinatie met intensief isoleren en ontvochtiging met terugwinning van latente warmte. Het afgelopen jaar is een nieuwe route ingeslagen waarbij het lichtniveau fors is verlaagd en de teelt energiezuiniger is geworden door te telen met lagere temperaturen. Tot nu toe was het bij De Perfecte Chrysant beperkt mogelijk om behandelingen te vergelijken. Mede op verzoek van de telers is vergelijking van effecten van temperatuur, RV of CO₂ bij verder gelijke omstandigheden gewenst. De aanpak voor dit project is als volgt: het onderzoek vindt plaats in twee afdelingen met in totaal 5 teelten met verschillende doelstellingen. De kasinrichting is identiek met dimbare led’s, verneveling, insectengaas, actieve ontvochtiging met warmteterugwinning. Voor de belichtingsstrategie wordt gewerkt met een dimbare belichtingsstrategie op basis van prijs en instraling. In de winterteelten wordt er gestreefd naar een minimale lichtsom. Dit project wordt gefinancierd door het ministerie van LVVN. Er is ook een bijdrage gevraagd van de gewascoöperatie chrysant. De getoetste factoren en de bevindingen zijn: • Teelttemperatuur: een ruim 2°C lagere teelttemperatuur gaf een verlaging van 40% op de warmtevraag, een iets kortere houdbaarheid en een langere reactietijd. • RV: een 5-7% hogere RV gaf bijna een halvering van de warmtevraag. De houdbaarheidsduur was bij de hogere RV wel iets korter. • CO2: lagere doseringscapaciteit gaf slechts een beperkte verlaging van de CO2-concentratie, maar wel een forse verlaging van de dosering. Door de ramen zo dicht mogelijk te houden, kon met een lage dosering zelfs een hogere concentratie worden bereikt. Het knijpen van de luchtramen heeft wel geleid tot een bedompter klimaat met een langere reactietijd en een mindere bladkwaliteit tot gevolg. Met de mix van verschillende energiezuinige strategieën tijdens de verschillende teelten zou op jaarbasis nog geen fossielvrije chrysantenteelt kunnen worden behaald. Hiervoor komt de teelt exclusief stomen nog 6,5 m3 /m2 .jaar aan aardgasequivalenten tekort. Van de plagen is alleen luis een probleem geweest, waarvoor soms chemisch moest worden ingegrepen. De overige plagen waren met behulp van biologische bestrijders, voorzien van bankerplanten, en een intensieve scouting goed onder controle te houden. In de vijf teelten van dit onderzoek zijn geen aantastingen door aaltjes en/of bodemziekten waargenomen. Echter de duur van het onderzoek was te kort om vast te kunnen stellen, of door een strategie van verhoging van de weerbaarheid een chrysantenteelt in de grond zonder stomen mogelijk is. Projectnummer: 23007

Van 28-02-2025 tot 17-12-2024
Afgerond

Organische reststromen als biogene CO2 bron

Doel Het doel van dit project is te onderzoeken of kortcyclische organische reststromen zoals plantenloof, champost (het restproduct van champignonproductie) en bermgras als een alternatieve biomassa ingezet kunnen worden om aan de biogene CO2 behoefte van een glastuinbouwkas of -gebied te voldoen. Projectomschrijving De aanleiding van dit project is de toenemende vraag naar biogene CO2 voor de Nederlandse glastuinbouwsector. Een wervelbed installatie is ontworpen om moeilijke brandstoffen met hoge as gehaltes en lage energetische waarde te kunnen verbranden. CO2 afvangst installaties worden al ingezet voor afvang uit biogas, afvalverbranders en biomassa ketels. Het onderzoek moet uitwijzen of deze installaties ook in staat zijn om op locatie laagwaardige kort-cyclische biomassastromen te verbranden. Met als doel biogene CO2 opwekking voor de glastuinbouw. Dit wordt gedaan middels de volgende fasen: Fase 1: Onderzoek naar technische haalbaarheid organische reststromen als biomassa. Hierin wordt op laboratorium schaal onderzocht of de organische reststromen bermgras, champost en plantenstengels met een wervelbed techniek verbrand kunnen worden. Fase 2: Onderzoek naar economische haalbaarheid organische reststromen als biomassa. Hierin wordt een haalbaarheidsstudie gemaakt naar de economische haalbaarheid van het omzetten van de organische reststromen bermgras, champost en plantenstengels in CO2 en natuurlijke meststoffen. Voor dit project is een bijdrage van € 50.000,- vanuit innovatiefonds Limburg gevraagd. Serca en Noble investeren zelf € 50.435,- in het project. Het onderzoek laat zien dat lokale organische reststromen, zoals bermgras, plantresten en champost, een kansrijke bron zijn voor de productie van biogene CO2 en warmte voor de glastuinbouw. Uit laboratoriumtesten en een haalbaarheidsstudie blijkt dat deze stromen technisch goed kunnen worden omgezet in bruikbare energie, zonder inzet van fossiele brandstoffen. Daarmee ontstaat een alternatief voor de traditionele aardgas-WKK, dat zowel duurzaam als economisch perspectief biedt. Een belangrijk resultaat is dat ook ‘moeilijke’ biomassa met een hoog vochtgehalte, zoals bermgras, goed inzetbaar is. Met een slim ontwerp van de installatie, onder andere met luchtvoorverwarming en getrapte luchttoevoer, ontstaat een stabiel en efficiënt verbrandingsproces, zonder extra aardgas. De installatie kan bovendien zelfvoorzienend draaien en is daarmee minder afhankelijk van het elektriciteitsnet, wat juist in tijden van netcongestie een groot voordeel is. Het ontwikkelde systeem maakt het mogelijk om flexibel in te spelen op de energievraag. In de zomer kan de focus liggen op het leveren van CO2 voor gewasgroei, terwijl in de winter elektriciteit kan worden geproduceerd of CO2 kan worden opgeslagen. Daarmee biedt dit concept niet alleen een betrouwbare en duurzame CO2-voorziening, maar ook perspectief op verdere verduurzaming en zelfs negatieve emissies in de toekomst. Projectnummer: E24003

Van 01-11-2024 tot 31-07-2025
Afgerond

Grip op nog meer licht deel 2

Doel In dit project willen we de schadegrenzen voor lichtschade vaststellen bij een hortiscatter van 90% ten opzichte van ~45% zodat in de toekomst de lichtvraag van lichtgevoelige gewassen voor een groter deel ingevuld kan worden met natuurlijk zonlicht. Dit wordt gedaan met een nieuw systeem: lamellen bovenin de kas. Projectbeschrijving Bij siergewassen in de glastuinbouw wordt zowel belichting als schaduwdoeken gebruikt, in het voorjaar en najaar vaak zelfs op dezelfde dag. Dit is logisch omdat gewassen maar een zekere instantane lichtintensiteit kan verwerken waarboven schade kan ontstaan en de teler toch dezelfde dagsom wil bereiken. In eerder onderzoek is duidelijk geworden dat veel gewassen een hogere lichtintensiteit aan kunnen als het directe licht wordt omgezet naar diffuus licht. Doordat licht diffuus maken samen ging met lichtverlies is dit onderzoek uitgevoerd bij een beperkte diffusiteit van het kasdek, zo’n 40 tot 50% hortiscatter. Nu het inmiddels mogelijk is om 90% hortiscatter te realiseren zonder lichtverlies, bestaat de mogelijkheid om op een hogere lichtintensiteit van het natuurlijke zonlicht gebruik te maken en zo minder van de dagsom in te vullen met belichting en zo energie te besparen. Het probleem is dat vooralsnog onbekend is wat de grenzen zijn voor lichtschade bij een hortiscatter van 90%. In dit project wordt een kascompartiment uitgerust met verticaal hangende lamellen om de hoge diffussiteit te realiseren. Er worden twee proeven uitgevoerd, een met zeer lichtgevoelige planten en een tweede met minder lichtgevoelige planten. Dit project wordt gefinancierd door het ministerie van LNV. Het onderzoek laat zien dat een zeer diffuus kasdek (90% hortiscatter) kansen biedt om meer gebruik te maken van natuurlijk zonlicht, zonder dat zeer lichtgevoelige gewassen direct lichtschade oplopen. Bij Phalaenopsis in de afkweek bleek het mogelijk om het natuurlijke lichtniveau te verhogen tot ongeveer 400 μmol/m²/s PAR (ongeveer een verdubbeling ten opzichte van de huidige praktijk) mits het licht voldoende diffuus is. Ook voor de opkweek lijken hogere lichtniveaus haalbaar. Bij een gelijkblijvende dagsom kan dit leiden tot een besparing van circa 47% op de elektriciteit voor assimilatiebelichting. Naast energiebesparing liet het onderzoek ook zien dat gewassen onder zeer diffuus licht het beschikbare licht efficiënter benutten. Bij Anthurium en Phalaenopsis werd een 16 tot 17% hogere lichtbenuttingsefficiëntie gemeten dan onder een regulier diffuus kasdek. Bij minder lichtgevoelige potplanten resulteerde dit in meer groei en productie. Zo werd gemiddeld 6 tot 7% meer biomassa geproduceerd en leverden potrozen 12% meer bloemen, ondanks dat de planten onder de lamellen gemiddeld 9% minder licht ontvingen. De resultaten laten zien dat een zeer diffuus kasdek niet alleen helpt om meer natuurlijk licht veilig te benutten, maar ook de efficiëntie van het beschikbare licht vergroot. Daarmee biedt deze techniek perspectief om het energiegebruik voor belichting verder terug te dringen én de productie van diverse sierteeltgewassen te verhogen. Projectnummer: 24024

Van 01-11-2024 tot 01-12-2025
Afgerond

Versnelling naar energiezuinige full-LED teelt van Lelie

Doel Het doel van het project is om kennis te ontwikkelen en delen over vraagstukken omtrent energiezuinige teeltstrategieën en voedingsopname in lelie bij teelt onder full LED. Om kennis vanuit het onderzoek snel in de praktijk te kunnen brengen loopt een kasproef bij het Improvement Centre parallel aan de teelten die lopen bij telers. Projectbeschrijving In de winterteelt van lelies worden meer bladkwaliteit problemen waargenomen sinds het overschakelen naar full-LED teelten in combinatie met een energiezuinige teeltstrategie. Voor sierteeltgewassen is bladkwaliteit een serieus probleem dat kan leiden tot grote verliezen als gevolg van afkeuring door ketenpartners. Er is een behoefte aan kennis om te begrijpen hoe deze problemen ontstaan en hoe ze opgelost kunnen worden, zodat met weinig energie input (zowel warmte als elektra) een goede productie van hoge kwaliteit lelie gerealiseerd kan worden. Enerzijds kan dit worden aangepakt met de juiste voedingsstrategie, maar de klimaatstrategie (en de daartoe leidende verdamping) is minstens zo belangrijk. Dit project focust zich op kennisontwikkeling in deze onderwerpen. In het eerste werkpakket wordt onderzoek gedaan in een proefkas. In het tweede werkpakket wordt een vergelijking gemaakt tussen klimaatrealisatie en klimaatstrategie van verschillende lelietelers. Dit project wordt gefinancierd door het ministerie van LVVN. Het project bevestigt dat de voedingsstrategie wel degelijk invloed heeft, maar niet voldoende is om bladproblemen volledig te voorkomen. Andere factoren, zoals klimaatsturing, substraatconditie en belichtingsstrategie, spelen een minstens zo grote rol. Dit onderzoek laat zien dat een energiezuinige lelieteelt onder full-LED technisch haalbaar is, mits er zorgvuldig gestuurd wordt op het totale teeltsysteem. Projectnummer: 24026

Van 01-10-2024 tot 01-08-2025
Afgerond

Fossielvrije winterteelt chrysant

Doel De doelstelling van dit project is het demonstreren van een volledig fossielvrije chrysantenteelt zonder WKO, door middel van het dynamisch inzetten van LED-belichting met hoge maximale belichtingsintensiteit in combinatie met een adequate strategie van isolatie, ontvochtiging, warmte-oogst en kortetermijn (etmaal) warmtebuffering. Projectbeschrijving Elektrificatie is een essentiële stap richting fossielvrije glastuinbouw. Door latente warmte via actieve ontvochtiging te oogsten en op te slaan, kan geteeld worden zonder input van fossiele energie. Deze vorm van elektrificatie wordt al een aantal jaren met succes beproefd in onder meer Kas2030 en bij Delphy Improvement Centre in Bleiswijk. Hierbij is echter een seizoenswarmtebuffer nodig zoals WKO, die veel telers niet kunnen of willen realiseren. De vraag is dus hoe elektrificatie mogelijk is zonder gebruik van WKO, maar met een etmaalbuffer. Hiervoor is extra elektrische energie-input nodig in de winter. De beste manier om deze energie toe te passen is via intensieve belichting. Onderzoek naar optimale belichting, temperatuur, en vochtregulatie is noodzakelijk om deze methode te optimaliseren. De proef zal worden uitgevoerd in twee afdelingen van 500 m2 van Delphy Improvement Centre in Bleiswijk. De kasafdelingen zijn uitgerust met diffuus glas, een helder energiescherm en een verduisteringsscherm, verneveling, insectengaas en ontvochtiging met warmteterugwinning. Er zal een vergelijking worden gemaakt tussen enerzijds de huidige stand van zaken van het concept De Perfecte Chrysant zoals dat tot nu toe ontwikkeld is binnen Kas als Energiebron en anderzijds het aangepaste concept om tot fossielvrije winterteelt zonder WKO te komen. Dit project wordt gefinancierd door het ministerie van LNV. Technische resultaten De huidige meetmethoden geven wel richting, maar zijn nog te onnauwkeurig om de werkelijke verdamping betrouwbaar vast te stellen. Verdere verfijning van metingen is noodzakelijk. Gewasreactie Extra licht leidde niet evenredig tot meer productie; er zijn weinig duidelijke gewasreacties waargenomen op de verschillende lichtniveaus. De belangrijkste verschillen tussen de afdelingen zaten in de hoeveelheid PAR-licht, terwijl temperatuur (DIF) en luchtvochtigheid vrijwel gelijk bleven. Hierdoor trad geen verschil op in reactietijd of houdbaarheid van de chrysanten. Energieresultaten De economische haalbaarheid van een ontvochtigingssysteem met warmteterugwinning en warmtepomp hangt sterk af van energieprijzen. Het systeem wordt rendabel bij elektriciteitsprijzen onder ±0,105 €/kWh en warmteprijzen boven ±0,375 €/m³ae. Een grotere warmtebuffer is economisch ongunstig. Het onderzoek geeft chrysantentelers handvatten om beslissingen te maken omtrent verduurzaming. Hun keuzen zullen sterk afhankelijk zijn van de energieprijzen. Projectnummer: 24025

Van 01-10-2024 tot 01-06-2025
Afgerond

LED belichting: meetprotocol en sensoren tegen het licht

Doel Dit project beoogt een herziening van het meetprotocol voor het meten van (kunst)licht in kassen. Projectbeschrijving Wanneer een teler een LED installatie aanschaft, wordt er voor de installatie van de LED belichting een lichtplan gemaakt. Na installatie wordt dit geverifieerd door de lampenfabrikant zelf of door een externe partij. Het protocol dat hiervoor wordt gebruikt , is verouderd. Sinds het vaststellen van dat meetprotocol zijn er aan de kant van de belichtingstechniek zaken aan het veranderen met betrekking tot het aantal armaturen per oppervlakte-eenheid en (spectrale) dimbaarheid. Na het dimmen of schakelen tussen kanalen moet ook rekening worden gehouden met stabilisatietijden in het meetprotocol, iets wat vaak niet wordt gerapporteerd en wat wel opgenomen zou moeten worden in het protocol. Aan de kant van de meettechniek zijn er een aantal nieuwe sensoren op de markt die een verschillend meetbereik hebben. In de praktijk wordt op verschillende manieren gemeten, wat verschillen in intensiteiten van PAR- en stuurlicht kan opleveren. Een goed meetprotocol gaat de secor helpen om precies na te gaan of de belichtingsinstallatie de vereiste intensiteit, lichtverdeling en spectrum levert. Het huidige, verouderde meetprotocol moet dus herzien worden. Het opstellen van dit nieuwe meetprotocol moet samen met alle relevante partijen worden gedaan, zodat het gedragen wordt door de hele sector. Dit project wordt gefinancierd door het ministerie van LNV. Het onderzoek heeft geleid tot een nieuw, praktisch toepasbaar lichtmeetprotocol voor LED-belichting in de glastuinbouw. Waar het oude protocol uit 2010 nog ruimte liet voor interpretatie en verschillende meetmethodes, biedt het nieuwe protocol een duidelijke, gestandaardiseerde werkwijze: van voorbereiding en uitvoering tot analyse van de meetdata. Daarmee wordt meten betrouwbaarder en beter vergelijkbaar in de praktijk. Uit de metingen blijkt dat moderne spectrale lichtsensoren onderling consistente en betrouwbare resultaten geven, zowel voor lichtintensiteit als voor spectrale samenstelling. Gangbare PAR-sensoren kunnen de lichtintensiteit echter met 6 tot 9% overschatten, afhankelijk van het lichtspectrum en de opstelling. Ook is vastgesteld dat meetomstandigheden van invloed zijn: LED-armaturen moeten minimaal 30 minuten opwarmen voor stabiele metingen en koude sensoren kunnen de resultaten verstoren door condensatie. Als onderdeel van het protocol is een rekentool ontwikkeld waarmee meetdata eenvoudig kan worden verwerkt tot bruikbare inzichten, zoals lichtintensiteit, uniformiteit en spectrale verdeling. Het protocol is in de praktijk getest en biedt nu een betrouwbare basis voor het meten van dynamische LED-belichting in de kas, passend bij de huidige technologische ontwikkelingen. Projectnummer: 24018

Van 01-08-2024 tot 01-05-2025
Afgerond

Perkplant weerbaar en fossielvrij

Doel Het doel van dit project is een energiezuinige en weerbare perkplantenteelt (cyclaam, ranonkel en calibrachoa) te demonstreren met een maximaal energieverbruik van 5 m3/m2, onder andere door een beter microklimaat door verticale luchtbeweging en het toepassen van actieve ontvochtiging. Projectbeschrijving In een eerder project is aangetoond dat het telen van perkplanten mogelijk is met een minimale warmte-input. Dit is bereikt door optimaal gebruik te maken van zonlicht, intensief schermen en de warmte afkomstig van de belichting te benutten. Echter, in de praktijk komt het gasgebruik nog niet onder de 10m³/m²/jaar omdat de balans tussen energiebesparing en gewasgezondheid nog veel vraagtekens heeft en omdat er niet of nauwelijks wordt belicht. Door meer inzicht te krijgen in het microklimaat, de effecten van luchtbeweging op dit microklimaat ten opzichte van het kasklimaat en hoe dit zich vertaalt naar weerbaarheid kunnen grotere stappen worden gezet in de energiebesparing in de praktijk. Dit project wordt gefinancierd door het ministerie van LNV. Actieve ontvochtiging blijkt een effectieve oplossing voor een energiezuinige en fossielvrije teelt van perkplanten. In de proef werd gemiddeld 30% minder energie verbruikt ten opzichte van de traditionele teelt met buisverwarming, terwijl groeisnelheid en gewaskwaliteit gelijk bleven. Opvallend is dat dit resultaat werd behaald zonder inzet van fossiele energie, met een stabiel en droog kasklimaat. Vooral in de wintermaanden liet de techniek zijn meerwaarde zien. Vocht kon worden afgevoerd zonder te luchten of extra te stoken, waardoor warmte behouden bleef en condensatie op het gewas werd voorkomen. De combinatie van actieve ontvochtiging, lichtdoorlatende schermen en beperkte ventilatie blijkt daarmee een krachtige basis voor fossielvrij telen bij koude en gematigde gewassen. Ook op het gebied van weerbaarheid zijn de resultaten positief. Er werden geen extra ziekten of schimmelproblemen waargenomen en plagen bleven goed beheersbaar met biologische en groene middelen. Dit laat zien dat energiezuinig telen en een weerbaar gewas goed samen kunnen gaan. Projectnummer: 24012

Van 01-08-2024 tot 01-08-2025
Afgerond

Komkommer jaarrond in balans met minimaal energieverbruik

Doel De doelstelling van dit project is om een energiezuinige komkommerteelt onder LED-belichting te realiseren met 180 kWh en < 4m3 aardgas voor warmte. Dit is een besparing van meer dan 50% ten opzichte van de huidige praktijk. Projectbeschrijving Met een stapsgewijze aanpak zijn Botany en Plant Lighting de afgelopen twee winterseizoenen bezig om het energieverbruik in komkommer drastisch te verminderen richting een klimaatneutrale teelt. In het seizoen ‘24/’25 willen de indieners op de ingeslagen denklijn verder en het gasverbruik/m2 verder verminderen door meer te belichten en de isolatie van de kas verder te verhogen door het gebruik van een combinatie van een energie- en verduisteringsscherm op één dradenbed, waardoor er in de winterperiode meer isolerend vermogen is. De volgende vraagstellingen staan hierbij centraal: Is het mogelijk om de ecologische footprint van een kilogram komkommer nog verder te verlagen, door relatief meer licht (elektra) en minder warmte (gas) te gebruiken? Wat is de optimale/minimale verdamping van de komkommerplant in relatie tot energiebesparing? Hoe kan het drogestofpercentage in de vruchten verlaagd worden zonder in te leveren op kwaliteit? Wat is de kostprijs van deze nieuwe manier van telen? Dit project wordt gefinancierd door het ministerie van LNV. De resultaten zijn positief: de LBE lag ongeveer 8% hoger dan vorig jaar, en de productie steeg met 36%. De voorspelde productie van 67,7 kg/m² werd bijna gehaald, met 66,5 kg/m² bij de standaard EC en 64,8 kg/m² bij de aangepaste EC. Het drogestofpercentage bleef met 3,4% gelijk aan vorig jaar, en bleek vooral een raseigenschap van Dee Flexion. Energieverbruik hoger door koude winter Het totale energieverbruik lag hoger dan gepland (213 kWh/m² en 6,2 m³/m²), vooral door de koude en donkere winter. Toch is de energie-efficiëntie verbeterd: per kilo product werd 11% minder energie gebruikt dan vorig seizoen. Energie-efficiëntie gestegen met 11% Hoewel de doelstellingen niet volledig zijn gehaald, laten de resultaten zien dat een hogere productie en betere energie-efficiëntie hand in hand kunnen gaan. De verbeterde LBE en stabiele vruchtkwaliteit maken duidelijk dat er met verdere optimalisatie nog meer winst te behalen is in jaarronde komkommerteelt. Ondanks het hogere energieverbruik, is de energie-efficiëntie in m3 /kg gestegen met 11% ten opzichte van vorige winter. Projectnummer: 24019

Van 01-07-2024 tot 31-10-2024
Afgerond

Lisianthus toekomstbestendig stap drie: waar ligt de ondergrens voor energie-input?

Doel Het doel van dit project is demonstratie van een duurzame lisianthusteelt met een veel lagere energie-input dan tot nu toe in de praktijk gebruikelijk is. De ondergrens wordt opgezocht voor het elektragebruik voor belichting en de aanvullende warmtevraag. Projectbeschrijving Lisianthus is een hoogproductieve en intensieve teelt: er wordt zeer intensief belicht en de warmtevraag is hoog. Na iedere teelt wordt de grond gestoomd, wat ook gasverbruik vraagt. Daarnaast worden groeihormonen gebruikt voor strekking aan het begin van de teelt en remming van bloemstelen aan het einde van de teelt. De lisianthusteelt zet in op verduurzaming. Recent heeft dit veel kennis over effecten van daglengte, lichtspectrum en stralingswarmte opgeleverd. Die kennis wordt momenteel ingepast in een praktijk-demoproef met goede resultaten t.a.v. teelt en ook energiebesparing. Dit project is een vervolg daarop waarin onder andere bespaard wordt op belichting, maximaal geïsoleerd door intensief schermen, gegoten met druppelslangen en de inzet van groeiregulatoren wordt verder gereduceerd. De kennis van het onderzoek naar de effecten van klimaat en voeding op het ontstaan van brandkoppen wordt ingepast. Dit project wordt gefinancierd door het ministerie van LNV. Lager energiegebruik mogelijk, zonder kwaliteitsverlies In dit onderzoek is aangetoond dat de ondergrens voor energie-input in de lisianthusteelt verder omlaag kan dan tot nu toe in de praktijk gebruikelijk is. Door een combinatie van energiebesparende maatregelen bleef de teelt snel en stabiel, met takken van goede kwaliteit (voldoende lengte, gewicht en houdbaarheid). Slimmer belichten werkt direct door in elektra-besparing Het elektriciteitsgebruik kan verder worden verlaagd door PAR- en verroodbelichting tijdig af te schakelen zodra er voldoende daglicht beschikbaar is. Dit leidde niet tot negatieve effecten op de teeltsnelheid of takkwaliteit. Ook het beperken van verrood tot alleen de eerste teeltweken bleek passend binnen een energiezuinige strategie. Vochtbeheersing blijft de kritische factor Een belangrijk aandachtspunt blijft het beheersen van brandkoppen, omdat ernstige verbranding kan leiden tot verlies van het groeipunt, teeltvertraging en dus extra energiegebruik. Om dit te voorkomen is gekozen voor extra luchtbeweging en telen bij een hoger vochtdeficiet (>6 g/m³) om verdamping te stimuleren. Dit hielp om brandkoppen beheersbaar te houden, maar vroeg tegelijkertijd om extra warmte-inzet voor vochtafvoer. Ontvochtiging nog niet efficiënt genoeg: warmteverlies blijft knelpunt De actieve ontvochtigers bleken in de praktijk onvoldoende efficiënt om genoeg vocht af te voeren. Daardoor moest een deel van de ontvochtiging alsnog via kieren en luchtramen, wat zorgde voor latent warmteverlies. Dit maakt vervolgvraagstukken relevant, zoals: is een hoger vochtdeficiet gedurende de héle teelt nodig, of vooral in de eerste fase? Praktijkwaarde: scherpere sturing maakt energiezuinig telen haalbaar De resultaten laten zien dat energiezuinigere lisianthusteelt haalbaar is, mits telers lichtsturing, luchtbeweging en vochtbeheersing goed op elkaar afstemmen en fasegericht sturen. Daarmee biedt het onderzoek concrete aanknopingspunten om verdere stappen te zetten richting een toekomstbestendige lisianthusteelt met lagere energie-input. Projectnummer: 24008

Van 01-06-2024 tot 01-12-2025
Afgerond

Kalanchoë toekomstbestendig met minimale energie en remmiddelen II: Controle over vocht en luchtbeweging

Doel Het doel van dit project is een demonstratieproef uitvoeren waarin met zo min mogelijk warmte-input, elektra en zonder gebruik van remmiddelen een goede kwaliteit Kalanchoë geteeld wordt. Projectbeschrijving Kalanchoë is na Phalaenopsis het belangrijkste product binnen het segment potplanten. Het is een jaarrond-teelt met belichting. Kalanchoë heeft een aantal bijzondere eigenschappen t.a.v. reactie op daglengte en ook dat het wisselt tussen CAM en C3 fotosynthese. In het voorgaande project wordt een energiezuinige teelt zonder gebruik van remmiddelen gedemonstreerd. Echter voldeden de planten, geteeld onder energiezuinige omstandigheden en zonder remmiddelen, helaas niet allemaal aan de gewenste kwaliteit. Dit project is een vervolg waarin het microklimaat op een energiezuinige manier gestuurd kan worden door actief te ontvochtigen en een nieuw teeltsysteem met verticale luchtbeweging. De eerste teelt valt in het najaar en is bedoeld om met het nieuwe teeltsysteem met verticale luchtbeweging te leren telen. In de daarop volgende winter-teelt wordt energiegebruik geminimaliseerd en is energiezuinig telen met behoud van kwaliteit de grootste uitdaging. Dit project wordt gefinancierd door het ministerie van LNV. Het onderzoek bevestigt dat Kalanchoë goed kan groeien met een energiezuinige teeltstrategie op basis van full-LED-belichting en intensief schermen, maar dat remmiddelenvrije teelt alleen haalbaar is met compact groeiende cultivars. Verhoogde verdamping via verticale luchtbeweging leidde wel tot een droger microklimaat, maar had vrijwel geen effect op de plantvorm. Het verkorten van de opkweekfase gaf kleinere planten zonder kwaliteitswinst, terwijl veenvrij telen vergelijkbare resultaten opleverde als het standaard substraat. De bevindingen suggereren dat Kalanchoë mogelijk bij hogere luchtvochtigheid geteeld kan worden zonder kwaliteitsverlies, wat perspectief biedt voor verdere energiebesparing. Verdere studie is nodig om te bepalen wat de minimale benodigde gewasverdamping is voor gezonde groei. Projectnummer: 24007

Van 01-05-2024 tot 01-12-2025
Afgerond