Zoeken

Resultaat 1 tot 10 van 33.

Deelrapport: gevoelige fase voor brandkoppen bij Lisianthus duidelijk in beeld

Gevoelige fase tussen 1,5 en 3 weken Uit het onderzoek blijkt dat brandkoppen ontstaan tijdens een duidelijk afgebakende periode van ongeveer 1,5 tot 3 weken na het uitplanten. Is de verdamping in deze fase onvoldoende, dan neemt het risico op brandkoppen toe. Voor en na deze periode blijkt het klimaat nauwelijks invloed te hebben op het ontstaan ervan. Dat is een belangrijk inzicht. Als alleen tijdens deze kritische fase extra gestuurd hoeft te worden op verdamping, kan daarbuiten mogelijk vochtiger en daarmee energiezuiniger worden geteeld. Ook blijken brandkoppen relatief snel na het ontstaan zichtbaar. Bij de eerste symptomen kan dus nog worden ingegrepen met aanpassingen in het klimaat om verdere schade te beperken. Verdamping is bepalend Hoe de extra verdamping tijdens de gevoelige fase wordt gerealiseerd, blijkt minder belangrijk. Zowel een lagere relatieve luchtvochtigheid als extra luchtbeweging rond het groeipunt werkt. Ook het moment van de dag waarop de extra verdamping plaatsvindt, maakt weinig verschil. Vooral de hoeveelheid verdamping telt: hoe hoger de verdamping, hoe minder brandkoppen. Meer licht geven blijkt hiervoor geen effectieve oplossing. Ook aanpassingen in daglengte en lichtspectrum hadden nauwelijks of geen effect op het ontstaan van brandkoppen. Lagere temperatuur biedt tweede mogelijkheid Het onderzoek bracht nog een andere kansrijke strategie naar voren: het tijdelijk vertragen van de gewasontwikkeling. Een verlaging van de etmaaltemperatuur van 28 naar 25°C tijdens de gevoelige fase zorgde voor een sterke afname van het aantal brandkoppen, zelfs bij een relatief lage verdamping. De brandkoppen ontstonden later in de teelt ook niet alsnog. Daar staat tegenover dat de lagere temperatuur de teelt met ongeveer vier dagen vertraagt. Op weg naar fasegerichte klimaatsturing De resultaten bieden perspectief voor fasegerichte klimaatsturing in Lisianthus. In plaats van gedurende de hele teelt omstandigheden aan te houden die veel verdamping veroorzaken, kan mogelijk alleen tijdens de korte gevoelige fase gericht worden gestuurd. Daarvoor is in de praktijk wel een teeltsysteem nodig waarin verschillende groeistadia afzonderlijk kunnen worden aangestuurd, bijvoorbeeld met compartimentering of gerichte luchtbeweging. Het onderzoek 'Lisianthus sturen per teeltfase: de weg naar fossielvrij' bestaat uit twee werkpakketten. Na het onderzoek naar de gevoelige fase voor brandkoppen volgt een kasproef bij Delphy Improvement Centre. In twee proefkassen wordt onder full-LED een standaardteelt vergeleken met een klimaatstrategie gericht op het voorkomen van brandkoppen én het besparen van energie. Financiering en coördinatie Dit onderzoek wordt uitgevoerd door Plant Lighting in samenwerking met Delphy Improvement Centre. Het project wordt gefinancierd en gecoördineerd door Kas als Energiebron, een innovatieprogramma van het ministerie van LVVN en Glastuinbouw Nederland. Medegefinancierd door de gewascoöperatie Lisianthus, Takii, Sakata, Florensis, Van Egmond Lisianthus, Svensson Nederland en Signify. Mede mogelijk gemaakt door Kennis in je Kas (KijK). De proef wordt begeleid door telers. Meer weten? Bekijk het deelrapport voor alle resultaten en achtergronden van het onderzoek. Foto van Plant Lighting: van een behandeling met brandkoppen en een behandeling zonder brandkoppen uit het klimaatcel-onderzoek.

Geplaatst op: 25-08-2026

Eindrapport: Lisianthus toekomstbestendig stap drie

Auteur: S.A.J. van den Boogaart, S.W. Hogewoning, T. Baeten en L.W.M. Nooren

Slimmer belichten, minder elektriciteit De proefteelten laten zien dat het elektriciteitsgebruik verder omlaag kan door full-LED slimmer aan te sturen. Door PAR- en verroodbelichting tijdig af te schakelen bij voldoende daglicht, werd elektriciteit bespaard zonder negatieve effecten op de teelt. De takkwaliteit bleef goed: met voldoende lengte, gewicht en houdbaarheid. Vochtbeheersing blijft bepalend Een belangrijk aandachtspunt in een energiezuinige teelt is het beperken van brandkoppen. Ernstige verbranding kan leiden tot verlies van het groeipunt en teeltvertraging — en dat betekent uiteindelijk juist extra energiegebruik. In de proef is daarom ingezet op extra luchtbeweging en een hoger vochtdeficiet (>6 g/m³) om verdamping te stimuleren. Ontvochtiging: techniek en strategie moeten samenkomen De actieve ontvochtigers bleken in deze proef niet efficiënt genoeg om voldoende vocht af te voeren. Daardoor moest deels via kieren en luchtramen worden ontvochtigd, wat gepaard ging met latent warmteverlies. De resultaten onderstrepen dat energiezuiniger telen mogelijk is, maar vraagt om een scherpe klimaatstrategie waarin licht, luchtbeweging en vochtbeheersing nauwkeurig op elkaar aansluiten. Praktijkwaarde voor telers De belangrijkste conclusie: de ondergrens voor energie-input in lisianthus kan verder omlaag, mits er slim gestuurd wordt op de belangrijkste knoppen in de teelt. De resultaten bieden telers concrete handvatten om gericht stappen te zetten richting een energiezuinige en toekomstbestendige lisianthusteelt. Financiering en coördinatie Dit project is uitgevoerd door Plant Lighting i.s.m. Delphy Improvement Centre. Dit project is gefinancierd en gecoördineerd door Kas als Energiebron, een innovatieprogramma van het ministerie van LVVN en Glastuinbouw Nederland. Het onderzoek is medegefinancierd door de gewascoöperatie Lisianthus, Takii, Sakata, Florensis, Van Egmond Lisianthus, Ludvig Svensson en Signify. Mogelijk gemaakt door Kennis in je Kas (KijK). De proef is begeleid door telers.

Geplaatst op: 17-02-2026

Eindrapport: Lisianthus toekomstbestendig stap twee: minder elektra, warmte en CO₂

Auteur: S.A.J. van den Boogaart, Plant Lighting BV

In vijf opeenvolgende proeven zijn diverse energiebesparende strategieën onderzocht. Iedere teelt bouwde voort op de inzichten uit de vorige, met als doel een duurzame én rendabele lisianthusteelt. De belangrijkste conclusies onderstrepen dat de inzet van full-LED belichting, actieve ontvochtiging, aangepaste irrigatie en een geoptimaliseerde lichtstrategie leiden tot een fors lager energieverbruik. Belangrijkste bevindingen: Full-LED en 20-uurs belichting: Het toepassen van full-LED belichting gecombineerd met directe 20 uur licht per dag verhoogt de teeltsnelheid en vermindert de warmtebehoefte tijdens de onbelichte nacht. Dit zonder nadelige effecten op productie of takkwaliteit. Gericht gebruik van verrood licht: Door verrood licht enkel in te zetten in de eerste weken van de teelt en als End of Day-behandeling, wordt bloeivertraging voorkomen en de gewasstrekking geoptimaliseerd. Hierdoor kan het gebruik van groeiregulatoren als Berelex sterk worden gereduceerd. Geen minimumbuisverwarming: De proef toonde aan dat het achterwege laten van minimumbuisverwarming geen negatieve effecten had op het gewas of de ziektedruk, mede doordat de onderbuis in koude periodes toch nog warmte afgaf. Lager vochtdeficit: Hoewel een lager vochtdeficit geen directe nadelige gevolgen liet zien, zijn er aanwijzingen dat dit kan bijdragen aan meer brandkoppen en dus hogere uitvalpercentages. Verdere optimalisatie is hier wenselijk. Onderlangs irrigeren: Vanaf week twee of drie onderlangs water geven bleek geen ongelijkheid in het gewas te veroorzaken en voorkomt het nat worden van het gewas, wat energiebesparing op verwarming mogelijk maakt. Zomerlichtstrategie: In de zomer is een hogere lichtsom noodzakelijk om dezelfde takkwaliteit te realiseren als in de winter, gezien de kortere teeltduur. Samen werken aan een duurzame toekomst voor de lisianthusteelt Deze resultaten vormen een solide basis voor de verdere verduurzaming van de lisianthusteelt. Veel van de onderzochte strategieën kunnen direct door telers worden toegepast. Verdere winst is te behalen door het finetunen van teeltstrategieën bij hogere luchtvochtigheid, gericht op nog efficiënter warmtegebruik. Financiers Dit onderzoek is gefinancierd en gecoördineerd door Kas als Energiebron, een innovatieprogramma van het ministerie van LVVN en Glastuinbouw Nederland. Er is ook een bijdrage geleverd door de gewascoöperatie Lisianthus, Florensis, Sakata, Van Egmond en Ludvig Svenson.

Geplaatst op: 04-06-2025

Deelonderzoek Lisianthus: effect verdamping op brandkoppen

Auteur: D.I. Ruiter, Plant Lighting

Effect verdamping De focus van het onderzoek lag op het effect van verdamping, waarbij een teelt in een klimaatcel met een hoge en een teelt in een klimaatcel met een lage relatieve luchtvochtigheid (RV) met elkaar werden vergeleken. Bij een lagere RV neemt de verdamping toe. In deze klimaatcellen stonden klimaatcabines waarin het effect van verdere teelt- en klimaatfactoren werden onderzocht. Het doel was om de oorzaak van brandkoppen beter te begrijpen, zodat gericht gezocht kan worden naar oplossingen. Minder brandkoppen Een lagere RV verhoogde de verdamping en leidde tot aanzienlijk minder en ook minder ernstige brandkoppen bij beide getoetste cultivars; Rosita 3 Pure White en Alissa 2 Pure White. Dit ondersteunt de hypothese dat een verhoogde verdamping de calciumaanvoer naar groeipunten verbetert, waardoor er minder snel brandkoppen ontstaan. Telen bij een lage RV draagt echter niet bij aan een energiezuinige teelt, omdat het afvoeren van vocht energie kost. Verdamping cruciale rol Enkele behandelingen binnen de hoofdbehandelingen (RV) resulteerden ook in minder brandkoppen. Een verhoogde luchtbeweging leidde tot minder (ernstige) brandkoppen, vooral in combinatie met een lage RV. Ook koeler telen had een sterk positief effect, al ging dit uiteraard gepaard met groeivertraging. Een lagere intensiteit belichting resulteerde bij Rosita 3 Pure White in minder brandkoppen, terwijl dit bij Alissa 2 Pure White niet werd waargenomen. Het verhogen van de worteldruk door een hogere bodemtemperatuur had een zeer gering effect, en een wijziging in de Mg²⁺/Ca²⁺-verhouding in de voeding had geen invloed op het ontstaan van brandkoppen. Deze resultaten bevestigen dat verdamping een cruciale rol speelt in het ontstaan van brandkoppen en dat strategieën gericht op het stimuleren van verdamping kunnen bijdragen aan een afname van brandkoppen. Balans beperken brandkoppen en energiezuinige teelt Het selectief toepassen van verdampingsstimulerende maatregelen, zoals een lage RV en verhoogde luchtbeweging, tijdens een gevoelige groeifase i.p.v. gedurende de hele teelt zou een balans kunnen bieden tussen het beperken van brandkoppen en een energiezuinige teelt. De hoeveelheid die een plant moet verdampen lijkt daarnaast sterk afhankelijk te zijn van de groeisnelheid en de mate van biomassa accumulatie. Vervolgonderzoek is nodig om de optimale combinatie en timing van teeltmaatregelen te bepalen. Dit onderzoek voor Lisianthus maakt deel uit van het project Kennisontwikkeling siergewassen voor een energie-efficiëntere teelt. Financiers Dit project is uitgevoerd door Plant Lighting BV en gefinancierd en gecoördineerd door Kas als Energiebron, een innovatieprogramma van het ministerie van LVVN en Glastuinbouw Nederland. Mede mogelijk gemaakt door Kennis in je Kas (KijK). Het onderzoek is medegefinancierd door Stichting Kennis in je Kas en de gewascoöperatie Lisianthus.

Geplaatst op: 27-04-2025

Lisianthus sturen per teeltfase: de weg naar fossielvrij

Doel en relevantie praktijk Hoofddoel is veel minder energie-input bij Lisianthus, door het klimaat te optimaliseren per teeltfase. De plantkundige hoofdvraag is of er aan het begin van de teelt een gevoelige fase is voor het ontstaan van brandkoppen en of in de fase daarna veel energiezuiniger geteeld kan worden. Met de kennis uit dit project over de gevoelige fase van brandkoppen kunnen telers in de opkweek fase fors minder energie (ca 14 m3)gebruiken zonder het gevaar te hebben om in de brandkoppen te lopen. Projectbeschrijving Wat gaat er gedaan worden om het doel te bereiken? Lisianthus is een zeer intensieve jaarrond teelt met 500 tot 600 stelen per m2 per jaar en een hoge energie-input. Een goed teeltrecept onder LED levert al veel besparing op in de praktijk. Verdere reductie warmtegebruik - Onderzoek gedaan naar verdere reductie van het warmtegebruik heeft opgeleverd dat een teelt in een goed geïsoleerde kas, onder full-LED belichting, nog veel energie verliest door vochtafvoer. Vooral de laatste teeltweken verdampt het gewas wel 3 tot 4 liter per m2 per dag. Zoveel vocht met een condensatieontvochtiger afvoeren is praktisch vrijwel ondoenlijk. Verminderen van verdamping bespaart veel energie, maar geeft risico op brandkoppen, een groot probleem in de lisianthusteelt. Uit proeven bij Plant Lighting is gebleken dat juist een lage RV en meer luchtbeweging het ontstaan van brandkoppen onderdrukt. Helaas zijn dit nou net omstandigheden waarbij het gewas juist méér gaat verdampen. Dus een teelt met weinig warmtegebruik en weinig brandkoppen lijkt onverenigbaar… Maar, mogelijk ligt er toch een kans om wel de verdamping sterk te beperken waarbij het gewas niet meer, maar juist minder brandkoppen krijgt. Brandkoppen worden vooral zichtbaar tussen 1 en 3 weken na planten. Het lijkt er dus op dat de gevoelige fase voor het ontstaan van brandkoppen vroeg in de teelt ligt (of zelfs al in de opkweek daarvoor!). Dit project heeft twee werkpakketten: Onderzoek naar de gevoelige fase voor brandkoppen in klimaatcellen. Kasproef energiezuinig telen zonder verlies aan kwaliteit. In 2 proefkassen bij Delphy Improvement Center wordt onder full-LED geteeld volgens de huidige standaard (kas 1) en bij een klimaat dat brandkoppen onderdruk en energie bespaart (kas 2). Financiering en coördinatie Het totaalbudget voor dit onderzoek is € 741.385 -: € 25.000 in cash van veredelaars/toeleveranciers; € 69.339 in cash van de gewascoöperatie; € 48.000 in kind van toeleveranciers en € 599.046 van Kas als Energiebron. Dit project wordt gefinancierd en gecoördineerd door Kas als Energiebron, een innovatieprogramma van het ministerie van LVVN en Glastuinbouw Nederland. Mede mogelijk gemaakt door Kennis in je Kas (KijK). De proef wordt begeleid door telers. Projectnummer: 25111

Van 31-03-2025 tot 31-12-2026
Lopend

Innovaties tijdens de Grondteeltmiddag: terugblik en presentaties

Telen op water: Vertify klaar voor praktijktoepassing Jasper Schermer van Vertify presenteerde de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van telen op water, specifiek met Matricaria, Lisianthus en Chrysant. Deze techniek biedt een duurzaam alternatief voor traditionele grondteelt en maakt gesloten teeltsystemen en automatisering mogelijk. Voor Chrysant konden kwekers op 31 oktober al een eerder inloopmoment bij Vertify bijwonen om de proefresultaten zelf te bekijken. Bij Lisianthus bevindt de techniek zich nog in de beginfase, met de focus op effectieve waterontsmetting tussen teelten. Tijdens de Grondteeltmiddag bezocht de groep de praktijkproef van Job van Egmond, waar Matricaria op water wordt geteeld. Deze praktijkpilot belooft een belangrijke stap te zijn richting een toekomstbestendig teeltsysteem. Weerbaarheid in de teelt Liesbeth Nijs, themaspecialist Plantgezondheid bij Glastuinbouw Nederland, gaf aan dat weerbaar telen lange tijd geen eenduidige definitie kende. Dankzij het Uitvoeringsprogramma Gewasbescherming is er nu een duidelijke omschrijving: Sterke planten in een gezonde omgeving voor een toekomstbestendige land- en tuinbouw. In de pilot Kas als ecosysteem zijn demonstratieteelten opgezet in chrysant, komkommer en radijs, gericht op het vergroten van de weerbaarheid van gewassen. Ze legde uit hoe boven- en ondergrondse processen kunnen worden gestuurd om planten weerbaarder te maken. Ook werd het belang banadrukt van het optimaliseren van álle puzzelstukjes in het teelt systeem, gezien de huidige uitdagingen op het gebied van energie en duurzaamheid. Glastuinbouw Nederland biedt cursussen aan over weerbaar telen, afgestemd op de behoeften van specifieke gewasgroepen. Annelein Meisner presenteerde de definitie van bodemweerbaarheid. Hierbij onderdrukt de microbiële gemeenschap de groei of vestiging van een ziekteverwekker waardoor er minder tot geen ziektesymptomen zijn. Dit is onderdeel van een weerbare teelt. Daarnaast presenteerde ze de resultaten van de chrysantenproef die is uitgevoerd binnen de PPS ‘Boven en ondergronds sturen op weerbaarheid’. Binnen deze proef werd getoetst of langer telen via het weerbaar telen principe, leidt tot een grotere bodemweerbaarheid tegen ondergrondse ziekten. Het programma vervolgde zich met een bezoek aan de praktijkproef van de teelt op water bij Van Egmond Matricaria. Job van Egmond gaf hierbij een rondleiding over het bedrijf en een toelichting op deze teelt op water. Hierna ging het programma verder bij de WUR. Innovatieve technologie: virtuele lysimeter Wim Voogt deelde inzichten uit het EcoNutri-project, waarin de virtuele lysimeter centraal staat. Deze technologie biedt real-time informatie over verzilting, verdroging en uitspoeling van water. Dit inzicht is essentieel voor een effectief water- en bodembeheer, een cruciaal aspect van duurzame teelt. Demokas 2030 en chrysantenteelt op tafels Arca Kromwijk presenteerde resultaten bij een bezoek aan de Demokas 2030, waar proeven met verschillende teeltsystemen – met name gericht op Freesia – werden uitgevoerd. Janneke Grit belichtte haar onderzoek naar chrysantenteelt in bakken met substraat op tafels. Dit innovatieve systeem maakt efficiënter gebruik van ruimte en middelen en draagt bij aan een duurzamere sector. Samen werken aan een duurzame toekomst De Grondteeltmiddag werd afgesloten met inspirerende discussies en het delen van praktijkervaringen. De inzichten en resultaten die tijdens deze bijeenkomst werden gedeeld, vormen een belangrijke stap richting een weerbare en duurzame toekomst. We bedanken de deelnemers voor hun positieve energie en betrokkenheid tijdens deze middag! De presentaties van de sprekers zijn hieronder toegevoegd.

Geplaatst op: 26-11-2024

Flinke vooruitgang geboekt met chrysanten telen op water

Auteur: Jan van Staalduinen

Het project Toekomstbestendig snijbloemen telen op water, verkent de mogelijkheden voor verduurzaming van (nu nog) grondgebonden snijbloementeelten. Telen in gesloten watersystemen elimineert de emissie van meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen naar de bodem en het grondwater. Bovendien maakt het grondontsmetting via het energie-intensieve stomen geheel overbodig. Chrysant, Matricaria en Lisianthus zijn gekozen als voorbeeldgewassen. Goede teeltresultaten zijn een noodzakelijke randvoorwaarde voor acceptatie door- en opschaling in de praktijk. Geen geelverkleuring, goede groei De verkenning vindt plaats bij Vertify in Zwaagdijk en voor een deel via praktijkproeven bij telers. Dit jaar lag de nadruk bij Vertify op chrysant. Dit gewas kampte vorig jaar nog met geelverkleuring en een matige groei. Onderzoek naar de juiste klimaatomstandigheden heeft veel resultaat geboekt. “Met behulp van sensoren zijn we het gewas gaan monitoren”, zegt projectleider Jasper Schermer. “Door het onderzoek naar de klimaatomstandigheden, in combinatie met het sensorengebruik, hebben we het klimaat kunnen finetunen. Geelverkleuring is nu verleden tijd en de groei verloopt prima. De BCO-leden zijn behoorlijk onder de indruk. De huidige demoteelt staat volgende week in bloei, dus dat is een mooi moment voor chrysantentelers om de proef te bekijken. Dat kan tijdens de open dag op 31 oktober.” Via Glastuinbouw Nederland zijn alle leden van de gewascoöperatie al voor de open dag uitgenodigd. De rassen in de huidige demoteelt zijn Ilonka, Powaru en het nieuwe ras Altaj, dat ook op het bedrijf van referentieteler Jan van Paassen staat. Schermer teelt ook de standaardrassen Baltica en Chic, alsmede Kennedy en Pina Colada. Goede takopbouw, snelheid en bloemkwaliteit De onderzoeker rekent op veel belangstelling voor de proef. “Telen in de grond staat op gespannen voet met de emissie-eisen waaraan telers over enkele jaren moeten voldoen”, verklaart hij. “Bovendien kost het stomen veel energie en geld, terwijl er dan ook niet geteeld kan worden. Telen op water is wat dat betreft een lonkend perspectief, mits de productie en de takkwaliteit goed zijn. In dat opzicht hebben we dit jaar wezenlijk vooruitgang geboekt door verbetering van het kasklimaat. Telers zijn echt enthousiast over de takopbouw, het volle gewas en de teeltsnelheid. De bloemkwaliteit en het takgewicht doen ook niet onder voor die van de grondteelt. Het zou mooi zijn als we met dit belangrijke gewas volgend jaar de stap naar de praktijk kunnen zetten, zoals we vorig jaar deden met Matricaria.” Het project ‘Toekomstbestendig snijbloemen telen op water’ is uitgevoerd door Vertify, wordt gefinancierd door de gewascoöperaties Chrysant en Lisianthus, met co-financiering vanuit Deliflor en de programma’s Glastuinbouw Waterproof van Kennis in je Kas (KijK) en Kas als Energiebron, een innovatieprogramma van het ministerie van LVVN en Glastuinbouw Nederland. De proef is gevolgd en begeleid door Deliflor en telers.

Geplaatst op: 31-10-2024

Verduurzaming van de Lisianthus teelt: stap-voor-stap strategie

Auteur: Jasper van Diemen

Onderzoek en innovatie De afgelopen jaren is in de Lisianthusteelt ingezet op verduurzaming, ondersteund door onderzoek van Plant Lighting met financiering via Kas als Energiebron en de gewascoöperatie Lisianthus. Dit onderzoek richtte zich onder andere op de invloed van daglengte, lichtspectrum en stralingswarmte. De resultaten worden nu in een proefkas getest in samenwerking met Delphy Improvement Centre. Een belangrijke mijlpaal was de winterteelt van 2023, waar Lisianthus voor het eerst volledig onder dynamisch dimbare LED, inclusief separaat dimbaar verrood, werd geteeld. Deze teelt leverde uitstekende takkwaliteit en aanzienlijke besparingen op elektriciteitsverbruik op. Daarnaast is door nabelichten met verrood, het gebruik van Berelex niet meer noodzakelijk. Energiebesparende strategieën Om de verduurzaming verder door te zetten, is een stap-voor-stap benadering essentieel. Dit verlaagt de risico's voor telers en zorgt voor een breder draagvlak. De huidige focus ligt op het optimaliseren van het elektriciteitsverbruik voor belichting en voor het reduceren van de warmtevraag. Hoewel de winterbelichting essentieel blijft voor de takkwaliteit, kunnen er nog besparingen gerealiseerd worden door het lichtspectrum nauwkeuriger te sturen. Door overdag, bij voldoende instraling, het verrood uit te schakelen kan in de eerste weken van de teelt op elektra worden bespaard. Intensief schermen en actieve ontvochtiging met terugwinning van latente warmte zorgen al voor aanzienlijke vermindering van de warmtevraag. Om deze nog verder te beperken, worden de ondergrenzen voor verdamping opgezocht. Het is immers wenselijk om zo min mogelijk te verdampen, zonder dat dit tot kwaliteits- of productieverlies leidt. Alle ‘onnodige’ verdamping is namelijk extra vocht dat moet worden afgevoerd. Door minder te hoeven kieren wordt ook bespaard op CO₂ gebruik. Uit eerder klimaatcelonderzoek is onder andere duidelijk geworden dat brandkoppen vaker en heviger voorkomen bij hogere vochtgehaltes. En dat meer luchtbeweging juist een positief effect heeft. Deze bevindingen worden ook geïmplementeerd in de huidige proeven, met het doel om energiezuinig te kunnen telen zonder dat de problemen met brandkoppen toenemen. In deze nieuwe teeltrondes wordt ook gekeken naar het verminderen van de afhankelijkheid van groeiregulatoren. Door gericht te sturen met het lichtspectrum zijn al stappen gezet, zoals het uitsluiten van Berelex. Conclusie De Lisianthusteelt heeft door haar intensieve karakter een hoge energiebehoefte. Toch biedt de huidige ontwikkeling van energiebesparende teelttechnieken perspectief. De stap-voor-stap benadering, waarbij telkens kleine verbeteringen worden doorgevoerd, zorgt ervoor dat de verduurzaming zowel economisch als praktisch haalbaar blijft. Dit verhoogt de kans op een succesvolle transitie naar een energiezuinigere en duurzamere teeltwijze, waarbij de hoge productie en kwaliteit van de Lisianthus behouden blijven.

Geplaatst op: 22-10-2024

Kennisontwikkeling energie-efficiëntere teelt voor daglengte-gevoelige siergewassen

Auteur: Dennis Medema

Lichtstrategie om teeltsnelheid te maximaliseren Voor daglengte gevoelige siergewassen zoals Lisianthus, lelie (Oriëntal-hybriden), Matthiola (violier) en verschillende perkplanten, bloeien sneller bij een langere daglengte. Uit literatuuronderzoek blijkt dat de interne klok de bloei stuurt en de gevoeligheid van de plant voor lichtsignalen regelt. Op het juiste moment verrood bijbelichten is van belang om bloeivertraging te voorkomen. Die gevoeligheid voor verrood licht kan beperkt zijn tot slechts enkele uren per etmaal en ook tot alleen het begin van de teelt. Voor een goede bloei van sierteeltgewassen kan dus mogelijk bespaard worden op bijbelichting met verrood, in uren per dag en dagen per teelt. Door de teeltsnelheid te maximaliseren met de juiste lichtstrategie en door een lagere temperatuur aan te houden, wordt energie bespaard. Lelie en Lisianthus Uit het onderzoek in klimaatcellen bleek dat bij lelie de respons op daglengte sterk verschilt tussen enerzijds Oriëntal- en OT-hybriden, en anderszins LA- en Longiflorum-hybriden. Oriëntal Santander en OT Tabledance ontwikkelden tot 2 weken trager bij een kortere daglengte, maar de daglengte-gevoeligheid bleek beperkt tot de eerste helft van de teelt. Als er halverwege de teelt overgeschakeld wordt van 18 naar 12 uur daglengte vindt er geen teeltvertraging meer plaats. Bij de LA Brindisi en de Longiflorum Watch Up is nauwelijks of geen effect gevonden van daglengte op teeltduur. Daarnaast kon teeltvertraging worden voorkomen door dagverlenging van 12 naar 18 uur met slechts 10 μmol/m2/s PAR en 6 μmol/m2/s verrood. Lisianthus had een aantal overeenkomsten met de lichtrespons van de Oriëntal- en OT-hybride lelies: een langere daglengte gaf teeltversnelling, mits er verrood in het belichtingsspectrum aanwezig is. Daarnaast blijkt de gevoeligheid voor daglengte het grootst te zijn aan het begin van de teelt. Ook bleek voor beide gewassen dat het effect van verrood licht overdag alleen de eerste teeltweken geldt. Na een aantal weken kan het verrood worden uitgeschakeld zonder bloeivertraging. Verrood aan het begin van de nacht geeft meer lengte, maar compenseerde bij Lisianthus niet de teeltvertraging die ontstaat als er overdag niet met verrood wordt belicht. Dit project is uitgevoerd door Plant Lighting en gefinancierd en gecoördineerd door Kas als Energiebron, een innovatieprogramma van het ministerie van LVVN en Glastuinbouw Nederland. Mede mogelijk gemaakt door Kennis in je Kas (KijK) en de gewascoöperaties Lelie en Lisianthus. De proef is intensief gevolgd en begeleid door telers.

Geplaatst op: 24-09-2024

Lisianthus toekomstbestendig stap drie: waar ligt de ondergrens voor energie-input?

Doel Het doel van dit project is demonstratie van een duurzame lisianthusteelt met een veel lagere energie-input dan tot nu toe in de praktijk gebruikelijk is. De ondergrens wordt opgezocht voor het elektragebruik voor belichting en de aanvullende warmtevraag. Projectbeschrijving Lisianthus is een hoogproductieve en intensieve teelt: er wordt zeer intensief belicht en de warmtevraag is hoog. Na iedere teelt wordt de grond gestoomd, wat ook gasverbruik vraagt. Daarnaast worden groeihormonen gebruikt voor strekking aan het begin van de teelt en remming van bloemstelen aan het einde van de teelt. De lisianthusteelt zet in op verduurzaming. Recent heeft dit veel kennis over effecten van daglengte, lichtspectrum en stralingswarmte opgeleverd. Die kennis wordt momenteel ingepast in een praktijk-demoproef met goede resultaten t.a.v. teelt en ook energiebesparing. Dit project is een vervolg daarop waarin onder andere bespaard wordt op belichting, maximaal geïsoleerd door intensief schermen, gegoten met druppelslangen en de inzet van groeiregulatoren wordt verder gereduceerd. De kennis van het onderzoek naar de effecten van klimaat en voeding op het ontstaan van brandkoppen wordt ingepast. Dit project wordt gefinancierd door het ministerie van LNV. Lager energiegebruik mogelijk, zonder kwaliteitsverlies In dit onderzoek is aangetoond dat de ondergrens voor energie-input in de lisianthusteelt verder omlaag kan dan tot nu toe in de praktijk gebruikelijk is. Door een combinatie van energiebesparende maatregelen bleef de teelt snel en stabiel, met takken van goede kwaliteit (voldoende lengte, gewicht en houdbaarheid). Slimmer belichten werkt direct door in elektra-besparing Het elektriciteitsgebruik kan verder worden verlaagd door PAR- en verroodbelichting tijdig af te schakelen zodra er voldoende daglicht beschikbaar is. Dit leidde niet tot negatieve effecten op de teeltsnelheid of takkwaliteit. Ook het beperken van verrood tot alleen de eerste teeltweken bleek passend binnen een energiezuinige strategie. Vochtbeheersing blijft de kritische factor Een belangrijk aandachtspunt blijft het beheersen van brandkoppen, omdat ernstige verbranding kan leiden tot verlies van het groeipunt, teeltvertraging en dus extra energiegebruik. Om dit te voorkomen is gekozen voor extra luchtbeweging en telen bij een hoger vochtdeficiet (>6 g/m³) om verdamping te stimuleren. Dit hielp om brandkoppen beheersbaar te houden, maar vroeg tegelijkertijd om extra warmte-inzet voor vochtafvoer. Ontvochtiging nog niet efficiënt genoeg: warmteverlies blijft knelpunt De actieve ontvochtigers bleken in de praktijk onvoldoende efficiënt om genoeg vocht af te voeren. Daardoor moest een deel van de ontvochtiging alsnog via kieren en luchtramen, wat zorgde voor latent warmteverlies. Dit maakt vervolgvraagstukken relevant, zoals: is een hoger vochtdeficiet gedurende de héle teelt nodig, of vooral in de eerste fase? Praktijkwaarde: scherpere sturing maakt energiezuinig telen haalbaar De resultaten laten zien dat energiezuinigere lisianthusteelt haalbaar is, mits telers lichtsturing, luchtbeweging en vochtbeheersing goed op elkaar afstemmen en fasegericht sturen. Daarmee biedt het onderzoek concrete aanknopingspunten om verdere stappen te zetten richting een toekomstbestendige lisianthusteelt met lagere energie-input. Projectnummer: 24008

Van 01-06-2024 tot 01-12-2025
Afgerond