Zoeken

Resultaat 1 tot 10 van 27.

Eindrapport: Het Nieuwe Telen Braam I, energiezuinig alternatief

Auteur: Pim Kleeven, Govert Trouwborst, Bart Jongenelen

Sinds 2023 wordt ervaring opgedaan met HNT bij braam. Het project richt zich op het reduceren van het gasverbruik tot 10 m3/m3 gas per jaar en praktijkconforme producties van 10 kg/m2. De eindresultaten van het eerste project zijn inmiddels opgeleverd. Najaarsteelt In de herfst van 2023 behaalde Sweet Royalla 4 kg/m² en produceerde Von 4,7 kg/m². Sweet Royalla vertoonde een sterke piekproductie, wat gepaard ging met een afname in vruchtgrootte. Door een hoger aantal zijscheuten, een hogere plantbelasting en een lager aantal vruchten per zijscheut, rijpte een groot aantal vruchten in een korte periode. Hierdoor moesten alle assimilaten worden verdeeld over een relatief hoog aantal vruchten, wat resulteerde in een kleinere vruchtgrootte voor Sweet Royalla (6,7 g/vrucht). Von vertoonde een bredere spreiding in vruchtproductie, had een lagere plantbelasting en kon daardoor gemakkelijker een hoger gemiddeld vruchtgewicht behouden (9,1 g/vrucht). Deze bredere spreiding in productie leidde tot een 2% hogere fractie drogestof die in de vruchten werd geïnvesteerd, wat mede bijdroeg aan de hogere opbrengst van Von. Tijdens de periode van intensief schermen lieten houdbaarheidstesten zien dat de vruchten van de proef sneller schimmelvorming vertoonden dan de praktijk. In deze periode lag de planttemperatuur 's nachts vaak dicht bij het dauwpunt, wat een hoog risico op condensatie op de vruchten veroorzaakte en daarmee een verhoogd risico op schimmelziekten. Voorjaarsteelt In het voorjaar werd de proefopzet van de herfsteelt herhaald. Beide rassen gaven hogere productievolumes in het voorjaar van 2024 bij een plantafstand van 40 cm, waarbij Von en Sweet Royalla respectievelijk 5,4 en 5,45 kg/m² produceerden. Bij een plantafstand van 60 cm produceerden Von en Sweet Royalla respectievelijk 4,5 en 4,7 kg/m². Sweet Royalla had een uniformere groei en meer vruchten per lateraal dan in het najaar. Terwijl Von een generatieve uitloop en een lagere LAI had, wat mogelijk de productie beperkte. In het voorjaar bouwde de plantbelasting zich langzamer op door een tragere accumulatie van groeigraaduren. Daarnaast kon er een hoger CO₂-niveau behaald worden ten opzichte van het najaar en kon er met toenemend licht worden geteeld, belangrijke oorzaken voor de hogere opbrengsten in het voorjaar. In het voorjaar was het eenvoudiger om een lage luchtvochtigheid te handhaven en condensatie te voorkomen. De vruchtkwaliteit was daardoor beter dan in de herfst. Fotosyntheseverschillen tussen beide rassen waren minimaal. Lichtverzadiging trad op bij 1000 μmol/m²/s PAR en CO₂-verzadiging bij 800 ppm. De plantarchitectuur verschilde sterk per seizoen en ras. Sweet Royalla groeide in het najaar minder krachtig en had een afwijkende vorm, wat de bladoppervlakte en terugbloei beperkte. In het voorjaar groeide deze uniformer. Von had in het najaar lange, sterke lateralen, terwijl deze in het voorjaar juist kort en generatief waren, wat de lichtonderschepping beïnvloedde en de productieverschillen tussen plantafstanden mogelijk vergrootte. Uniforme plantkwaliteit is een belangrijk aandachtspunt voor de bramenteelt. Forse energiebesparing Wat betreft energiebesparing werd in de najaarsteelt slechts 1,4 m³/m² gas verbruikt, in het voorjaar 3,5 m³/m². Het telen met RTR*, twee schermen, een lager piekverbruik en geen minimumbuis hebben bijgedragen aan een aanzienlijke vermindering van het gasverbruik. Daarmee werd de doelstelling ruimschoots behaald. Kansen liggen er op het gebied van vochtbeheersing in het najaar en om het resterende gasverbruik in te vullen met duurzame energie. * RTR= werken met etmaalverhogingen op basis van hoeveelheid straling Financiering Dit project is uitgevoerd door Delphy ISFC en gefinancierd en gecoördineerd door Kas als Energiebron, een innovatieprogramma van LVVN en Glastuinbouw Nederland. Mede mogelijk gemaakt door Kennis in je Kas (KijK). Daarnaast leveren Fruitmasters, The Greenery, Svensson, Delphy en Innovation Partners een bijdrage. De proef is begeleid door telers.

Geplaatst op: 26-03-2025

Het Nieuwe Telen braam II: Energiezuinig telen door ontvochtiging

Auteur: Pim Kleeven

In het najaar werd intensief geschermd en werd met hoog vocht geteeld. Echter daardoor ging de kwaliteit van de vruchten achteruit en vond er sneller schimmelvorming plaats in de bewaring ten opzichte van de gestookte teeltreferentie. Vandaar dat in 2024 een vervolgproef is opgezet met actieve ontvochtiging, met als doel het gasverbruik verder te reduceren naar maximaal 5 m 3 /m 2 met behoud van de vruchtkwaliteit. Teeltstrategie Er is gekozen om de RTR-strategie* voor het najaar gedeeltelijk aan te passen. In de voorgaande teelt werd een snelle opbouw van plantbelasting gezien, deels door het planttype maar ook door de hoge etmaaltemperaturen. Na de piekproductie zagen we met name voor Sweet Royalla een afname in gemiddeld vruchtgewicht. Tijdens de opbouw van plantbelasting is er daarom voor gekozen om terug te schakelen naar 12+3 RTR, om op papier minder groeigraaduren te realiseren. Praktisch gezien was dit echter lastig te behalen. De hoge nachttemperaturen lieten het niet toe om voldoende terug te koelen, waardoor de etmalen meer een RTR van 12+4,5 hebben gevolgd. Desalniettemin zagen we een vrij gestage opbouw van plantbelasting en heeft er meer spreiding plaatsgevonden. Actieve ontvochtiging Een belangrijk aspect van deze proef is het verder verminderen van de energie-input met behoud van de vruchtkwaliteit. Om dit te bereiken is actieve ontvochtiging ingezet. Tijdens de nacht is het belangrijk dat de plant- en vruchttemperatuur het condensatiepunt niet bereiken, om nat slaan van het gewas te voorkomen. Overdag is het noodzakelijk om de verdamping van het gewas op peil te houden zodat er voldoende voedingsstoffen en assimilaten naar de vruchten kunnen stromen. Daarnaast kan het verwijderen van latente warmte op de juiste momenten het gasverbruik verder verminderen. Het instelpunt voor de relatieve vochtigheid is daarom voor zonsopgang verlaagd, om de latente warmte in te zetten zodat (gedeeltelijk) aan de warmtevraag kan worden voldaan. Het RV-setpoint voor overdag was ingesteld op 86%, in de nacht op 88% en voor zonsopkomst op 82%. Met ontvochtiging bleek het prima mogelijk om de gewenste RV-setpoints te behalen. Het doel was om de VPD overdag boven de 0,2 te behouden. Tot en met eind oktober waren de geoogste vruchten van goede kwaliteit. Dit was beter dan bij de voorgaande najaarsproductie. Vanaf half november, toen het gros van de vruchten geplukt was, was te zien dat de vruchten zwakker werden in de bewaring. Tijdens de BCO is er toen voor gekozen om de setpoints van de ontvochtiging verder te verlagen om te zien of hogere VPDs behaald konden worden. Dit resulteerde in een VPD van gemiddeld 0,4; waar ook vaker uitschieters richting de 0,7 en 0,8 plaatsvonden. Het effect op de vruchtkwaliteit werd echter niet duidelijk. In de BCO werden de lage lichtniveaus en hun effect op de vruchtkwaliteit ter discussie gesteld. De meest getroffen vruchten bevonden zich onderin in het gewas, waar de lichtniveaus nog lager zijn dan in de al zeer donkere november van 2024. Kennisontwikkeling Tijdens de proef van vorig jaar vond Plant Lighting de eerste aanwijzingen dat braam relatief hoge stralingsniveaus kan weerstaan voordat ze de huidmondjes sluiten. Om onnodig schermen te voorkomen en optimaal licht te onderscheppen, heeft Plant Lighting metingen uitgevoerd die gericht zijn op het sluiten van de huidmondjes onder hoge lichtniveaus. Daaruit bleek dat braam bij hoge instraling (700-800 W/m 2 ) en met het gebruik van hogedruk verneveling geen huidmondjessluiting liet zien. Er was echter wel een afname in het lichtrendement te zien. Dat kan voor lange periodes mogelijk schade aan de fotosynthese systemen kan veroorzaken. Om deze reden is ervoor gekozen om tot aan de vruchtrijping niet meer te schermen tegen hoge lichtniveaus. Daarnaast leerden we dat er een behoorlijk grote onbalans is tussen de vraag en aanbod van assimilaten van bramenvruchten. De plantbelasting ontwikkelt zich snel, wat resulteert in een groot aantal vruchten die rijpen in eenzelfde tijdsperiode. Dit blijkt ook uit de uitgroeiduur metingen, waar vooral Sweet Royalla op lateraal niveau weinig spreiding in bloei laat zien. Von laat een geleidelijker verloop in bloei zien op lateraal niveau. Om te begrijpen hoe braam met deze onbalans omgaat zal een assimilatenbalans worden opgemaakt. De resultaten van deze metingen zullen worden gebruikt om de RTR-strategie te verfijnen, en om ervoor te zorgen dat de ontwikkelingssnelheid van de plant is afgestemd op de assimilaatvraag. Resultaat Beide rassen waren productief in het najaar met 4,5 en 5 kg/m 2 voor respectievelijk Sweet Royalla en Von op 60 cm. Op 40 cm plantafstand zijn vergelijkbare producties gehaald, behalve bij Sweet Royalla waar ongeveer 100 g/m 2 minder is geplukt. Dit is de tweede keer dat in het najaar vergelijkbare producties behaald werden op 40 en 60 cm (of respectievelijk 0,92 en 1,37 planten/m 2 ). De afnemende lichtniveaus zorgen er waarschijnlijk voor dat de lichtonderschepping op beide plantafstanden nagenoeg gelijk is. Telers kunnen hier besparen op plantkosten en mogelijk ook op plukkosten. Aangezien het vruchtgewicht bij Von ook lager was op de hoge plantafstand. Op energieniveau is de najaarsteelt afgesloten met een gasverbruik van 1,1 m 3 /m 2 . Voor invulling van de warmtevraag is er alleen gebruik gemaakt van 35 °C maximale buiswarmte. Hierdoor zou deze teelt ook met duurzamere warmtebronnen ingevuld kunnen worden. * RTR= werken met etmaalverhogingen op basis van hoeveelheid straling Financiering Dit project is uitgevoerd door Delphy ISFC en gefinancierd en gecoördineerd door Kas als Energiebron, een innovatieprogramma van het Ministerie van LVVN en Glastuinbouw Nederland. Mede mogelijk gemaakt door Kennis in je Kas (KijK). Daarnaast leveren Fruitmasters, The Greenery, Svensson, Delphy en Innovation Partners een bijdrage. De proef is begeleid door telers.

Geplaatst op: 11-02-2025

Berekening energieinvesteringen zachtfruitbedrijven maatwerk

Auteur: Henny van Gurp

Bob Fennis van Blue Terra rekende plenair voor wat de terugverdientijd is van een lucht-water-warmtepomp op een onbelicht en gasgestookt solitair aardbeienbedrijf van 1,3 ha; 1,7 ha en 4,5 ha en op een bedrijf van 3,2 ha met WKK. Verschillende aardbeientelers hebben hun praktijkcijfers hiervoor beschikbaar gesteld. Tijdens de bijeenkomst gingen de ondernemers ook zelf aan de slag met hun eigen cijfers. De middag werd afgesloten met een aantal ondernemers die hun ervaringen met alternatieve energiebronnen van afgelopen jaar, presenteerden aan de groep. Grote impact nieuwe belastingmaatregelen Vooral voor kleinere, solitair gelegen bedrijven is de impact van de nieuwe belastingmaatregelen groot. Met deze workshops wil Glastuinbouw Nederland en Kas als Energiebron de ondernemers helpen meer inzicht te krijgen in de complexe materie, ook door de diepte in te gaan met praktijkgerichte berekeningen. Voor de ene teler kan dat betekenen dat hij kijkt welke investeringen nodig zijn om het bedrijf 'verkoopbaar' te houden, omdat er geen opvolger is. Voor de andere teler, die door wil met ondernemen, al dan niet met opvolgers in huis, helpt de doorrekening bij het maken van investeringsbeslissingen. Al rekenend wordt de impact nog maar eens extra duidelijk van de nieuwe belastingtarieven voor gas en elektriciteit en van de nieuwe tarieven van het CO2-sectorsysteem, die per 1 januari 2025 ingaan. Warmtepomp of niet, gasverbruik blijft nog wel even nodig, al is het deels of als backup-voorziening. Subsidiemogelijkheden lucht-water-warmtepomp Uit de berekeningen blijkt dat de mogelijkheid om SDE++-subsidie te krijgen benut moet worden om de investering in een lucht-water-warmtepomp rond te rekenen. Zeker voor telers met voldoende schaalgrootte zijn er kansen voor warmtepompen. Kom je echter onder een thermisch vermogen uit van 500 kWth, dan kun je SDE++-subsidie niet verkrijgen. Maatwerk voor ieder bedrijf Door onderling te vergelijken vallen ook de telers op met een laag gasverbruik. Na analyse blijkt al snel dat de dubbele schermen en Het Nieuwe Telen hieraan bijdragen. Wel stijgt dan het elektragebruik voor ontvochtiging. Een van de conclusies na een middag rekenen is ook dat wie al zuinig stookt en daardoor onder de grens van een thermisch vermogen uit 500 kWth uit komt, de warmtepomp lastiger terug te verdienen is. Kortom het rekenwerk is maatwerk voor ieder bedrijf! We kijken terug op twee goed bezochte bijeenkomsten, waar in een open dialoog veel kennis onderling is gedeeld, met toch ook wel confronterende uitkomsten. Niet iedereen in de groep heeft toekomst, is gaandeweg de middag een van de pijnlijke, keiharde constateringen. Zeker voor kleinere, solitair gelegen bedrijven is de impact van de nieuwe belastingmaatregelen groot. Beide bijeenkomsten werden mede mogelijk gemaakt door Kas als Energiebron, een innovatieprogramma van LVVN en Glastuinbouw Nederland.

Geplaatst op: 18-11-2024

Call nieuwe projectideeën Kas als Energiebron september 2024

Auteur: Dennis Medema

Convenant Energietransitie Glastuinbouw 2022-2030 Op 30 november 2022 is het nieuwe convenant Energietransitie Glastuinbouw 2022-2030 getekend. Daar zijn de afspraken in het klimaatakkoord en het coalitieakkoord geconcretiseerd en uitgewerkt samen met de betrokken partijen Glastuinbouw Nederland, Greenports Nederland en de ministeries van LNV, EZK en Financiën. Het doel is grofweg om de CO2-emissie te halveren t.o.v. 2020. De tekst is hier terug te vinden. Daarnaast heeft Glastuinbouw Nederland zijn energievisie herijkt en gepubliceerd: Visiedocument Energie 2023 . CO2 reductie De veranderingen in de energiebelasting zal richting 2025 – 2030 grote impact hebben op de bedrijven. Dit brengt de energietransitie in een versnelling; het genereert extra aandacht voor energiebesparende maatregelen en duurzame energie. Dit zien we onder andere terug in de belangstelling voor cursussen, bijeenkomsten en subsidieregelingen zoals de EG regeling. Er is en blijft dus nog een grote opgave om de CO2-emissie in de komende jaren te reduceren. Dit betekent dat voor het halen van de ambitie van klimaatneutraal het onderzoek zwaarder gefocust moet worden op het mogelijk maken van (de implementatie van) een rendabele klimaatneutrale productiewijze. De call blijft daarom in het teken van onderzoek dat oplossingen aandraagt die bedrijven de komende jaren (sneller) in staat stellen de stap te zetten naar verdere CO2 reductie.

Geplaatst op: 20-06-2024

Het Nieuwe Telen Braam II: Energiezuinig alternatief

Doel Het doel van dit project is het optimaliseren van het teeltproces met een besparing aan warmte naar maximaal 5 m³ gas. Projectomschrijving Zachtfruit wordt nu nog voornamelijk buiten geteeld en het areaal onder glas is nog zeer beperkt. De verwachting is dat zachtfruit, in eerste instantie braam en framboos dezelfde lijn als aardbei gaan volgen, mits de randvoorwaarden voor deze opschaling en intensivering aanwezig zijn. Echter is braam van al het zachtfruit het meest energie behoevend met een gasverbruik in een onbelichte traditionele teelt. Implementatie van Het Nieuwe Telen staat bij braam nog in de kinderschoenen. In het eerdere project liggen we goed op schema om onze energiedoelstellingen van 10m3/m2 te halen met goede productie resultaten. Echter is de kwaliteit van het fruit in fasen nog onvoldoende. In dit vervolgproject wordt de focus gelegd op een meer technische aanpak, bijvoorbeeld actieve ontvochtiging. Een maximale wamte input van 5m³ kan vervolgens met alternatieve warmtebronnen ingevuld worden. Er wordt veridpeing gezocht op plantniveau. Dit project wordt gefinancierd door het ministerie van LNV. Projectnummer: 24005

Van 01-05-2024 tot 31-12-2025
Lopend

Start tweede fase Energie-efficiënte bramenteelt

Auteur: Pim Kleeven (Delphy)

In het najaar is de beoogde productie (4 kg/m 2 ) bereikt met 4 en 4,8 kg/m2 voor respectievelijk Sweet Royalla en Von. Daarnaast is er tijdens de najaarsteelt belangrijke fysiologische kennis opgedaan op het gebied van droge stof verdeling, fotosynthese en uitgroeiduur. De verschillen tussen beide rassen bleken vooral te worden veroorzaakt door verschil in gewasopbouw, generativiteit en fotosynthese snelheid. Door intensief te schermen is de uitstraling in de nacht nooit beneden de -15 W/m 2 gekomen. Het werken met een RTR en het intensief schermen heeft geresulteerd in een gasverbruik van slechts 1,5m 3 /m 2 Belangrijk om hierin mee temen is dat het najaar relatief warm is geweest, waardoor de warmtevraag ook lager lag. Het gasverbruik is daardoor wat lager uitgekomen dan gepland. Met het lage gasverbruik in het najaar ligt de teelt op schema om maximaal 10 m 3 gas/m 2 /jaar te verbruiken. Al met al een positief resultaat waaruit ook nieuwe vraagstukken zijn ontstaan. Tijdens houdbaarheidsproeven bleek dat er meer schimmelvorming was ten opzichte van een gestookte teelt referentie. Dit was tijdens de periode waarin intensief werd geschermd en de planttemperatuur in de nacht vaak dicht op het condensatiepunt lag. Belangrijke vervolgstap voor braam zou dan ook zijn om eenzelfde besparing en productie te handhaven, met de nadruk op kwaliteitsbehoud van het fruit. Om braam een energiezuinige toekomst te bieden moet een goede vruchtkwaliteit het uitgangspunt zijn. Droge stof In het voorjaar wordt met het licht mee geteeld. In het voorjaar is daarom het doel om 5,5-6 kg/m2 te behalen voor beide rassen en onder het maximale gasverbruik van 10 m 3 gas/m 2 per jaar te blijven. Ook zal er weer fundamentele kennis verzameld worden met betrekking tot drogestofverdeling, fotosynthese en water- en lichtstress. Deze kennis is voor braam nog onvoldoende voorhanden en is van belang om de bramenteelt verder te kunnen optimaliseren. Momenteel zijn de knoppen doorgebroken en zijn de lateralen zich door aan het ontwikkelen met al enkele zichtbare bloemknoppen. Rond eind april zullen naar verwachting de eerste vruchten geplukt worden en de proef zal in juni ten einde lopen. Dit project wordt gefinancierd door Kas als Energiebron, het innovatie- en actieprogramma vanuit het ministerie LNV en Glastuinbouw Nederland. Daarnaast leveren Fruitmasters, The Greenery, Svensson, Delphy en Innovation Partners een bijdrage.

Geplaatst op: 20-02-2024

Tweede bijeenkomst HNT Braam druk bezocht; telers benieuwd naar het najaar

Auteur: Henny van Gurp

Inmiddels zijn de opzet en uitgangspunten van de onbelichte bramenteelt met de rassen Sweet Royella en Von bij de telers bekend. Er is volop gediscussieerd over de nieuwe manier van telen, namelijk een optimalisatie van de teelt op een energie-efficiënte manier. Het gewas braam leent zich qua gewasopbouw en spreiding voor een teelt met RTR. RTR staat voor Radiation Temperature Ratio. De Radiation-Temperature Ratio wordt gebruikt om de temperatuur lichtbalans in de kas te optimaliseren. De RTR laat de gewenste streeftemperatuur zien bij een bepaalde lichtinval. Op basis van de gemeten lichtinval (PAR) en de gekozen RTR-strategie wordt de streeftemperatuur berekend. In deze najaarsteelt braam worden drie fases in RTR strategie gehanteerd: 12 graden basis +3 graden bij elke 10 mol licht in week 27 t/m 29 ; In week 30 t/m 35 is dit 12+4,5 en vanaf week 36 14+3. Er is door de BCO gesproken over lichtstress, waterstress en de gewasfotosynthese. Op deze vlakken is nog onvoldoende kennis aanwezig. Er zijn dus grote stappen voorwaarts te maken richting optimalisatie van de bramenteelt. Waar staan we nu? De eerste twee weken hadden we relatief hoge temperaturen. Daarna is er door de donkere periode in de weken 30 en 31 vaak ingeleverd op groeigraaduren. We lagen eind augustus 1.300 groeigraaduren achter op planning. De verwachting is dat dit met het zonnige weer van begin september grotendeels wordt ingelopen. Omdat we licht missen ten opzichte van de langjarig gemiddelde lichtsom zal de oogst iets later zijn dan week 37. Diverse sensoren Bij het bezoek aan de kas werden wortelontwikkeling, gewasgroei en plantbelasting door de telers nauwlettend bestudeerd. In de presentatie waren al de gemonitorde gewasparameters, fotosynthese metingen en gerealiseerde klimaatcijfers gepresenteerd. Dit gebeurt door diverse sensoren: meetbox in kas tussen gewas en meetbox boven doek, PAR meter in de kas, Meteo (STD + vocht: RV, VD, AV en PAR) en een aantal losse sensoren als de stomata camera, netto straling en de weegschaal voor watergehaltemeting in wortelmilieu. De stomata camera meet planttemperatuur, VPD (VPD is het dampdrukverschil tussen dampdruk in bladeren van de plant en dampdruk van kaslucht in kPA)) en berekent vervolgens de opening van de huidmondjes. Lichtverzadiging Het gewas staat er goed op. De telers zijn erg benieuwd wat dit in het najaar gaat brengen binnen de uitgangspunten van: maximaal 10m3 gas per m2 per jaar door verlagen van het piekverbruik; geen minimumbuis en schermen tegen uitstraling en isolatie. Hierbij wordt geteeld met minimale CO2-input en met verticale ventilatoren. De fotosynthesemetingen wijzen uit dat er lichtverzadiging op bladniveau optreedt bij 1.000 μmol/m2/s PAR (lichtrendement rond 0.3). Op gewasniveau ligt dit hoger vanwege meer licht op beschaduwde bladeren! Rond de 20-30% hogere fotosynthese is gemeten bij 800 ppm ten opzichte van 450 ppm CO2. Dit project wordt gefinancierd door Kas als Energiebron, het innovatie- en actieprogramma vanuit het ministerie van LNV en Glastuinbouw Nederland. Daarnaast leveren Fruitmasters, The Greenery en Delphy ISFC Innovation Partners een bijdrage. Fotobijschriften: Hoofdfoto: Links het ras Sweet Royalla, rechts VON. Foto 2: Meetsensoren in de kas.

Geplaatst op: 14-09-2023

Met Het Nieuwe Telen in braam op weg naar toekomstbestendige teelt

Auteur: Henny van Gurp

Teelt van bramen is beloftevol vanwege de productiviteit en huidige ontwikkelingen. Smaakrassen bieden mogelijkheden voor verdere groei van de markt en de glasteelt. Braam is echter nog een onvolwassen teelt. Er is een behoorlijke kennisleemte rondom deze teelt. Teelttechnische kennisontwikkeling is de grondslag voor optimalisatie van de teelt op een energie-efficiënte manier. Traditioneel wordt er veel geteeld als bij aardbei, met grote DIF, maar met hogere etmalen voor de afrijping van fruit ten opzichte van aardbei. Braam leent zich qua gewasopbouw en spreiding voor teelt met RTR en minder DIF in vergelijking met traditionele aardbeienteelten. Daarnaast spelen lichtstress, waterstress en de gewasfotosynthese een complexere rol in het geheel dan bij aardbei. Deze kennis is onvoldoende voorhanden en biedt grote kansen voor optimalisatie en hebben in potentie een grote positieve invloed op de energiebehoefte van de teelt. Energiezuinig concept In dit project ligt de focus op de eerste grote stap in het verlagen van de energievraag. Implementatie van HNT staat voor braam nog in de kinderschoenen. Hierin zijn grote stappen te zetten in het energieverbruik. Om de bramenteelt onder glas perspectief te bieden is terugdringing van energieverbruik noodzakelijk. Hier liggen kennisleemten op de implementatie van HNT. In de kasproef in een afdeling van 300 m2 wordt een energiezuinig concept voor braam ontwikkeld en gevalideerd. We gaan in dit project een najaars- en voorjaarsteelt bramen telen met 10 m3 gas en 10 kg per m2. In beide teelten wordt er dieper ingezoomd op de gewasreactie. Het is van belang om het gewas beter te begrijpen, om met deze kennis de bramenteelt verder te optimaliseren. De focus ligt hierbij op: de waterbalans; oorzaak van waterstress en de assimilatenbalans; de aanmaak (fotosynthese) en verdeling van assimilaten. Daarnaast wordt ook gekeken naar het ontstaan van lichtstress. Dit project wordt gefinancierd door Kas als Energiebron, het innovatie- en actieprogramma vanuit het ministerie LNV en Glastuinbouw Nederland. Daarnaast leveren Fruitmasters, The Greenery, Delphy en Innovation Partners een bijdrage.

Geplaatst op: 21-07-2023

Aardbei Fossielvrij: schets van toekomstige teelt

Auteur: Anne Elings (WUR)

Drie teeltwijzen Hiervoor is gerekend aan drie teelten, namelijk een onbelichte doorteelt, een belichte doorteelt en een low-chill verse teelt. Er is voor deze drie teelten een uitgangssituatie vastgesteld die is gebaseerd op de principes van Het Nieuwe Telen en waarbij dus een kleine hoeveelheid fossiele energie is gebruikt. Daar bovenop kunnen additionele maatregelen worden genomen, waarvan de effecten te berekenen zijn. We hebben te maken met kennistekorten op het gebied van de fysiologie van aardbei, zodat we met aannames hebben moeten werken en de rekenresultaten indicatief zijn. Door op het scherpst van de snede te telen is er al veel te bereiken. Er is verder gekeken naar het verlagen van de luchttemperatuur, het verhogen van de relatieve luchtvochtigheid en langer of intensiever belichten. Voor alle situaties zijn de gevolgen voor het gebruik van gas, elektriciteit en CO2 berekend. Er blijft behoefte aan energie voor verwarming en belichting, alleen moet deze van niet-fossiele oorsprong zijn. Speerpunten telers De schets op hoofdlijnen van een fossielvrije aardbeiteelt is opgesteld in samenwerking met een aantal telers en veredelaars. Aardbeitelers identificeerden de volgende speerpunten: Verschuiving van teeltstrategieën om de afname in productie van de open teelt op te vangen en een jaarrond vlakke productie te bereiken. Dit leidt tot meer belichting, productie in de zomer onder glas, een lange teeltduur en een betere stuurbaarheid door, indien mogelijk, op steenwol te telen. Warmtevraag anders invullen, met alternatieve CO2-bronnen, hernieuwbare bronnen in plaats van fossiele energiebronnen. Schaalvergroting en verschuiving van teeltstrategieën zullen hierin een rol spelen. Kennis en innovatie moeten helpen om een antwoord te vinden op het invullen van het restant van de behoefte aan energie en CO2. Genetica en veredeling moeten meer gericht zijn op rassen die een continue en stabiele productie realiseren. Genetica wordt gezien als sleutel in verschuiving van de teeltstrategieën. Gewasweerbaarheid is van belang voor de gewasbescherming. In de toekomst zijn er minder chemische middelen beschikbaar en zal als gevolg van een lager energieverbruik de luchtvochtigheid stijgen. Methoden hiervoor zijn onder meer: opkweken uit zaad, biologische middelen of plantversterkers en een goede plantbalans om de plant fysiologisch sterk te houden. Veredelaars Een uitgekristalliseerde visie op fossielvrij telen moet zich bij de veredelaars nog ontwikkelen. Zij beseffen weliswaar dat deze ontwikkeling is ingezet, maar vooralsnog wordt meer aandacht gegeven aan de ontwikkeling van ziektetolerantie (Phytophthera, meeldauw, zwartwortelrot, Botrytis) en smaak. Veredelaars zien qua ontwikkeling van teeltsysteem nogal wat diversiteit, namelijk naar meer bedekte teelt, een jaarrond vlakke teelt, low-chill verse teelt, junidragers en het telen in daglichtloze ruimtes. Bevindingen Het gasverbruik van de drie teelten, te weten onbelichte doordragerteelt, belichte doordragerteelt en verse low-chill teelt, was respectievelijk 5,7, 5,9 en 7,9 m3 m-2 per teeltseizoen. Dit is aanmerkelijk lager dan het huidige gasverbruik en kan worden bereikt door scherp te telen. Het totale elektriciteitsverbruik was respectievelijk 5,5, 202,2 en 1,4 kWh m-2 per seizoen, en de hoeveelheid toegediende CO2 was respectievelijk 13,1, 18,7 en 9,2 kg m-2 per seizoen. Het verlagen van de luchttemperatuur, het verhogen van de relatieve luchtvochtigheid en in geval van de belichte doordragerteelt het langer of intensiever belichten, leiden allemaal tot een lager verbruik van gas. Een lagere gewenste temperatuur leidt direct tot minder stoken, een hogere luchtvochtigheid tot minder ventileren en minder warmteverlies, en langer of intensiever belichten tot meer energietoevoer van de lampen. Het verlagen van de luchttemperatuur en het verhogen van de relatieve luchtvochtigheid leiden ook tot minder CO2-toediening. Maar langere of intensievere belichting leidt tot grotere CO2-tekorten en extra toediening van CO2. In het algemeen zijn de CO2-niveaus in alle situaties ongeveer gelijk, aangezien de CO2-regeling streeft naar een bepaalde minimum waarde. Intensiever of langer belichten verlangt meer elektriciteit in geval van de belichte doordragerteelt. De andere energiekosten vallen hierbij in het niet. Langer belichten geeft uiteraard een hogere productie (ongeveer 0.8 – 1 kg m-2 per uur extra belichten, of 0,14 g mol-1 PAR), net als intensiever belichten (ongeveer 0,6-0,7 kg m-2 per 20 mmol intensiever belichten, of 0,065 g mol-1 PAR). Een lagere temperatuur geeft een iets lagere productie, maar een hogere relatieve luchtvochtigheid leidt nauwelijks tot productieverandering, al neemt het gevaar op rotte vruchten toe. Er blijft een zekere behoefte aan energie voor verwarming en belichting, alleen kan deze ten opzichte van het huidige verbruik verminderen en moet deze van niet-fossiele oorsprong zijn. In dit verslag is van deze behoeftes een schatting gemaakt. Het volledige rapport is toegevoegd als bijlage. Dit project werd volledig gefinancierd door Kas als Energiebron, het innovatie- en actieprogramma vanuit het ministerie LNV en Glastuinbouw Nederland.

Geplaatst op: 22-06-2023

Het Nieuwe Telen Braam

Doel Het doel van dit project is het opstellen en demonstreren van een energiezuinig teeltconcept voor braam. Op basis hiervan kan een fossielvrij teeltconcept opgesteld worden. Projectomschrijving De impact van de energiesituatie is moeilijk in te schatten, maar gaat ongetwijfeld grote gevolgen hebben voor de manier hoe er in de toekomst geteeld wordt, welke gewassen er in Nederlandse kassen geteeld gaan worden en hoe tuinbouw bedrijven gaan ondernemen. Een optie is daarbij zacht fruit wat een opkomende teelt is en mogelijk een interessant alternatief gewas. Het areaal braam onder glas bedraagt momenteel 25/30 ha en de verwachting is dat die de komende jaren zal verdubbelen. Doordat het een relatief kleine teelt is, is er een kennisachterstand op het gebied van teelt. Door het toepassen van de principes van HNT is de verwachting dat het aantal m3 met de helft teruggebracht kan worden. Naaste de technische, energetische, teelt en plantfysologische uitdagingen willen ze ook gewasbescherming optimaal biologisch inzetten en het Co2 verbruik zoveel mogelijk reduceren. Dit project bestaat uit een kasproef waarin in een afdeling van 300m2 een energiezuinig concept voor braam wordt ontwikkeld en gevalideerd. Dit project is gefiinancierd door het ministerie van LNV. Dit project richtte zich op het reduceren van het gasverbruik tot 10 m3/m3 gas per jaar en praktijkconforme producties van 10 kg/m2. In de herfst van 2023 behaalde Sweet Royalla 4 kg/m² en produceerde Von 4,7 kg/m². In het voorjaar werd de proefopzet van de herfsteelt herhaald. Beide rassen gaven hogere productievolumes in het voorjaar van 2024 bij een plantafstand van 40 cm, waarbij Von en Sweet Royalla respectievelijk 5,4 en 5,45 kg/m² produceerden. Fotosyntheseverschillen tussen beide rassen waren minimaal. Lichtverzadiging trad op bij 1000 μmol/m²/s PAR en CO₂-verzadiging bij 800 ppm. De plantarchitectuur verschilde sterk per seizoen en ras. Wat betreft energiebesparing werd in de najaarsteelt slechts 1,4 m³/m² gas verbruikt, in het voorjaar 3,5 m³/m². Het telen met RTR, twee schermen, een lager piekverbruik en geen minimumbuis hebben bijgedragen aan een aanzienlijke vermindering van het gasverbruik. Daarmee werd de doelstelling ruimschoots behaald. Kansen liggen er op het gebied van vochtbeheersing in het najaar en om het resterende gasverbruik in te vullen met duurzame energie. Projectnummer: 22016

Van 01-05-2023 tot 01-11-2024
Afgerond