Zoeken

Resultaat 1 tot 10 van 11.

Klimaat sturen op inhoud blad

Een van de belangrijke principes van Het Nieuwe Telen is dat het schaarse licht optimaal wordt omgezet in assimilaten, in het bijzonder in oogstbaar product. Daarmee is het helder dat de assimilatenverdeling zo veel mogelijk moet worden gestuurd in de richting van de vruchten of bloemen. Op dagbasis moeten de assimilaten optimaal worden verwerkt waarbij energiekostende omzettingen zoals vorming van zetmeel en remobilisatie in het bladpakket daarvan zoveel mogelijk moet worden voorkomen. De enige manier waarop dit tot nu toe te bepalen is, is door bladmonsters te nemen en deze te laten analyseren. Het zou wenselijk zijn dat een teler zelf momentaan in de kas de status van zijn gewas kan monitoren, en dat gebruiken om op basis daarvan beslissingen te nemen ten aanzien van kasklimaat of teeltmaatregelen. In dit project wordt een snelle screeningsmethode ontwikkeld om de gewasstatus te monitoren en op basis daarvan het kasklimaat zo energiezuinig mogelijk te regelen zoals belichting en temperatuur of het moment van bladplukken. Er zal hyperspectral imaging (400 tot 1700 nm) toegepast worden. Het resultaat van de hyperspectrale beeldanalyse is een model wat aangeeft welke golflengtes een rol spelen bij het meten van de verschillende inhoudsstoffen. Deze golflengtes kunnen vervolgens worden geïmplementeerd in een handzame multispectrale camera. Werkpakket 1. Voorbereiding en aanleggen van de behandelingen. Aan het einde van een bestaande kasproef met vijf tomatenrassen worden verschillende behandelingen aangelegd. Dit betreft bijv. trossnoei, blad verwijderen om assimilatenaanmaak te verlagen, blad laten hangen aan andere planten om bladvergeling/veroudering te krijgen. Dit is om er voor te zorgen dat de suikergehaltes en droge stof percentages in vruchten en bladeren verschillen, en om verschillen te maken in nutriëntengehaltes in de bladeren (bladeren laten hangen aan de planten, watergift met (zeer) lage nutriëntengehaltes). Werkpakket 2. Beelden met de hyperspectraal camera’s, bemonsteren en data analyse. Er worden uit de kas per type relatie 100 bladeren en 100 vruchten genomen en deze worden met de hyperspectrale camera’s doorgemeten. De bladeren variëren van jong en groen tot oud en vergeeld, en de vruchten variëren van groen tot zeer rijp (rood). Voor de bladeren worden relaties gelegd tussen de hyperspectrale beelden en suikergehalte, nutriënten (tenminste stikstof en calcium), % droge stof (watergehalte) en chlorofyl. Voor de vruchten worden relaties gelegd tussen de hyperspectrale beelden en suikergehalte, % droge stof (watergehalte), stevigheid en kleur Werkpakket 3. Analyse resultaten en rapportage. Uiteindelijk wordt bepaald of de hyperspectraal camera een goede momentane niet-destructieve meting kan doen van de bladkwaliteit of de vruchtkwaliteit. Voor dit onderzoek werd gebruik gemaakt van een bestaande tomatenteelt met 5 rassen. Er zijn behandelingen aangelegd om er voor te zorgen dat de suikergehaltes en droge stof percentages in vruchten en bladeren verschillen, en om verschillen te maken in nutriëntengehaltes in de bladeren. Vervolgens werden aan deze bladeren en vruchten metingen gedaan met hyperspectrale camera’s. De bladeren en vruchten werden vervolgens gebruikt voor destructieve bepalingen van suikers, zetmeel, nutriënten, percentage droge stof en chlorofylgehalte in verschillende laboratoria. Voor iedere vrucht of blad werden de spectrale beelden en de labmetingen gecombineerd en werd bepaald in hoeverre de beelden een goede correlatie opleveren met de verschillende inhoudsstoffen. Goede correlatie Uit de resultaten blijkt dat de hyperspectrale beelden goed correleren met de gehaltes aan suikers in het blad. Daarnaast zijn er goede correlaties met het droge stof gehalte en de gehaltes aan pigmenten (chlorofyl en carotenoïden) in het blad. Er was een redelijke correlatie tussen de beelden en gehaltes aan zetmeel, totaal stikstof en calcium. De gehaltes aan een aantal andere nutriënten bleek niet tot nauwelijks voorspelbaar met de hyperspectrale camera’s. Verder bleken gehaltes aan suikers en zuren in de vruchten, bepalend voor de smaak van tomaten, goed voorspelbaar met de hyperspectrale camera. Al deze resultaten laten zien dat hyperspectrale camera’s zeer bruikbaar kunnen zijn in de glastuinbouw om de status van het gewas en kwaliteit van vruchten te bepalen tijdens de teelt, zonder het gewas te beschadigen. De volgende stap zou zijn om na te gaan of de hyperspectrale camera’s ook in een reguliere teelt gebruikt kunnen worden om de gehaltes aan inhoudsstoffen te bepalen, zodanig dat een teler die informatie zou kunnen gebruiken om op te kunnen sturen. Projectnummer: 20055

Van 01-03-2017 tot 31-12-2017
Afgerond

Sturing assimilatenbalans vruchtgroenten met verrood

Al langer bestaat het idee dat er assimilaten verloren gaan in de productie bij o.a. tomaat door ‘te veel’ blad dat bovendien ook nog eens verwijderd wordt. Er kan elektriciteitsbesparing en/of meer productie gehaald worden door deze ‘verloren’ assimilaten naar de vruchten te ‘sturen’. De afgelopen twee jaar is onderzoek gedaan naar bladplukken van jong, ‘overtollig’ blad waarbij het idee was om de assimilaten die gaan zitten in de vorming van het blad te kunnen ‘sturen’ naar de vruchten. Deze bladeren dragen niet veel bij aan de lichtonderschepping. Dit lijkt vooral effect te hebben vanaf planting en bij afnemend licht bij vooral gewassen / rassen die vegetatief zijn. Onderzoek van de Demokwekerij in 2011/2012, recent onderzoek bij Wageningen Universiteit en bij WUR Glastuinbouw in Bleiswijk geven aan dat met verrood licht de assimilatenverdeling te sturen is en er in de winter ca. 10-20% productieverhoging of elektrabesparing valt te halen. Echter moet gezocht worden om zo min mogelijk verrood te gebruiken omdat de installatie flinke investering en elektriciteit kost en het verrode licht nauwelijks bijdraagt aan de fotosynthese. Daarnaast moet het verrood op tijd afgeschakeld worden bij toenemend licht. De BCO tomaat heeft aangegeven hier onderzoek naar te willen doen in een praktijkproef met tomaat als voorbeeldgewas om te onderzoek hoe met zo weinig mogelijk verrood belichting er toch elektriciteit- of meerproductie gehaald wordt. Hiervoor worden twee behandelingen ingericht met verschillend niveaus met verrood belichting. Naast de productie en energieverbruik, zal de plantontwikkeling nauw gevolgd worden. Projectnummer: E16020

Van 01-09-2016 tot 01-09-2017
Afgerond

Optimalisatie lichtbenutting in de winter

Kan het beschikbare licht in de winter niet beter benut worden door bijvoorbeeld een andere plantvorm en bladplukstrategie aan te houden, met energiebesparing tot gevolg. Op twee praktijkbedrijven worden de effecten van vijf bladpluk-strategieën geanalyseerd in tomaat met de rassen Merlice en Brioso. Beide gewassen werden belicht conform de standaard belichtingstrategie voor tomaat. Het doel was het effect bepalen van een lagere Leaf Area Index (LAI) op gewasontwikkeling, productie en energiebesparing. Deze verlaging van de LAI werd gerealiseerd door extra blad weg te halen uit het bovenste gedeelte van de plant gedurende de gehele winterperiode. Het bleek dat bij het ras Merlice in de winterperiode een maximale productieverhoging van 1kg/m2 werd gerealiseerd in vergelijking met het standaard gewas. Ook kan met deze maatregel de totale verdamping van een gewas worden verlaagd en dus ook het energieverbruik. Met het extra bladplukken moet wel op tijd worden gestopt. De LAI van het gewas moet namelijk hoog genoeg zijn om al het beschikbare licht te kunnen gebruiken. Bij een te lage LAI in relatie tot het beschikbare licht kwamen de planten in deze proef te veel onder stress te staan, wat resulteerde in een directe productieverlaging. Zowel bij Merlice als bij Brioso zijn geen effecten waargenomen van het extra bladplukken op zetting snelheid, plantbelasting en het aantal geoogste trossen. Wel bleef bij beide rassen de stengel korter dan bij het standaard gewas. Nadat er gestopt is met bladpluk uit de kop bleef het verschil in lengte stabiel. Projectnummer: 15095

Van 19-08-2014 tot 01-10-2015
Afgerond

Licht: Genoeg is meer dan veel

In de glasgroenteteelt ligt de nadruk op de bouw van kassen met een maximale lichttransmissie om tijdens de donkere maanden zoveel mogelijk gebruik te maken van natuurlijk licht. Tijdens lichtrijke zomerse dagen loopt de stralingsbelasting op de plant hierdoor echter op tot zeer hoge waarden. In deze studie is verkend of deze pieken in licht de plant negatief beïnvloeden en of het wegschermen van de lichtpieken tot een productie en kwaliteitsverbetering kan leiden. Mogelijk vormt dit een nieuwe stap binnen het concept van Het Nieuwe Telen. Modelberekeningen geven aan dat het gebruik van buitenschermen resulteert in een gunstiger kasklimaat dan het gebruik van binnenschermen. Het productieverlies bij wegschermen van lichtpieken lijkt relatief beperkt te zijn. Er kunnen mogelijk ook een aantal positieve effecten op het gewas optreden, zoals het voorkomen van foto-inhibitie en waterstress in de plant. Het toepassen van een buitenscherm bij groenten om lichtpieken weg te vangen moet verder worden geanalyseerd. Projectnummer: 14918

Van 01-04-2012 tot 31-12-2012
Afgerond

De-Hygro / Doorontwikkeling ventilatiekoker

Op een praktijkbedrijf wordt een eenvoudige installatie aangelegd om droge buitenlucht van boven het scherm in het kasklimaat te verdelen. In dit onderzoek worden de verschillende wijzen van inbrengen van droge lucht in het kasklimaat met elkaar vergeleken. Hiertoe wordt in beide afdelingen een intensief meetnet aangelegd. De prestaties worden vergeleken met een afdeling waarin een slurf boven het scherm is aangelegd. Voor de verdeling in het kasklimaat wordt gewerkt met nivolatoren. De metingen vinden plaats in de wintermaanden van 2012. Hiertoe worden verschillende behandelingen in de 2 afdelingen uitgevoerd: met nivolatoren aan/uit, met gebruik van de schermen als luchtsluis, met en zonder slurf. Hieruit moeten telers conclusies kunnen trekken om een systeem met minimale investeringen en een goed resultaat qua klimaat en energiebesparing aan te schaffen. De resultaten van dit onderzoek zijn meegenomen in onderzoek 'Parapluplan toevoeren van buitenlucht'. Lees hier alles over dit onderzoek. Projectnummer: 14575

Van 01-01-2012 tot 01-04-2012
Afgerond

Teeltmonitoring Greenportkas / IDkas

Het bedrijf Sunny Tom Tomatoes wil een kas van 2000 m2 bouwen waarbij de doelstelling is om 54% primaire energie te besparen ten opzicht van de Greenportkas I. Dit wordt bereikt door het toepassen van dubbel glas, buitenluchtaanzuiging en minimale inzet van belichting. In dit project wordt het energieverbruik, de productie en het klimaat gemonitord. De monitoring greenportkas II is niet doorgegaan en verplaatst naar de ID-kas bij gebr. Duijvestijn. Rapportage volgt in de loop van 2015. Tussenresultaat: Op basis van de meest actuele stand van zaken in het onderzoek aan energiezuinige tomatenteelt in kassen en de plannen van de ondernemer, is een concept kassysteem voor Greenportkas II opgesteld. De uiteindelijke configuratie voor Greenportkas II is een combinatie van elementen uit Het Nieuwe Belichten en Het Nieuwe Telen, een dubbeldek met 4 x AR coating, zonder koeling en een verschuiving in de teeltperiode. De besparing op elektriciteit bedraagt 70% ten opzichte van Greenportkas I. Op de benodigde aanvullende warmte wordt in termen van primaire energie niet bespaard, omdat er geen warmte (als restproduct van de koudeproductie) en minder overschot van lampwarmte beschikbaar komt. In absolute termen wordt in het Greenportkas II concept wel circa 25% minder warmte gebruikt dan in de Greenportkas I. Projectnummer: 14571

Van 01-12-2011 tot 31-12-2012
Afgerond

Innovatienetwerk energie Oost-Brabant

In de regio Oost-Brabant wordt een innovatienetwerk opgericht om de kennis uit het programma Kas als Energiebron niet alleen bij de pioniers, maar ook bij de early-adopters te laten landen. Dit moet leiden tot nieuw elan onder telers om daadwerkelijk over te gaan tot het toepassen van nieuwe energie-innovaties. In 2012 en 2013 kwamen elf tuinders uit het oostelijk deel van Noord-Brabant tien keer bijeen om meer zicht te krijgen in de toepasbaarheid en de processen die ten grondslag liggen aan nieuwe duurzame energie technieken. Dit netwerk heeft gedraaid rondom de thema's aardwarmte, geconditioneerd telen, CO2 voorziening, biovergisting, diffuus glas en gewasmonitoren. Voor elk thema is het leerproces tijdens de bijeenkomsten in kaart gebracht en zijn de leerpunten beschreven. De kansen en knelpunten van de energie innovaties zijn beschreven met aanbevelingen voor inpassing in de glastuinbouw in de regio. Projectnummer: 14229

Van 01-02-2011 tot 01-02-2013
Afgerond

Het Nieuwe Telen courgette

In dit project stellen onderzoekers, telers en adviseurs een energiezuinig teeltconcept volgens Het Nieuwe Telen op voor de courgetteteelt. Speciale aandacht gaat naar het bedenken van oplossingen voor het inbrengen van droge buitenlucht in het gewas dat in de grond geteeld wordt. Voor courgette kunnen verschillende onderdelen van Het Nieuwe Telen worden toegepast om te besparen op de warmtevraag. Een beweegbaar scherm is al snel rendabel en bij vroege teelten is daarnaast een vast folie aan te raden. Doordat courgette relatief tolerant is voor een hoge luchtvochtigheid, is een installatie die droge buitenlucht inblaast hier nauwelijks rendabel. Projectnummer: 14233

Van 01-12-2010 tot 30-04-2011
Afgerond

Het Nieuwe Telen groentenplanten opkweek bedrijven

Dit project betreft het onderzoeken van de mogelijkheden om energiezuinige stappen uit de aanpak volgens HNT toe te passen bij de opkweek van groenteplanten. De aspecten die een rol spelen bij het energieverbruik zijn de belichting, het microklimaat en de plantactiviteit. De aanpak in dit project betreft eerst een inventarisatie van teeltwijzen en energiegebruik op de bedrijven inclusief een brainstorm ronde met de praktijk om de mogelijkheden in kaart te brengen. In dit project is door gesprekken met tien opkweekbedrijven, een workshop en literatuurstudie in kaart gebracht waar de kansen en knelpunten liggen. Uit de gesprekken bleek dat de kwekers het meest verwachten van energiebesparing middels: Meer en scherper schermen; Temperatuurintegratie; Geforceerd ventileren. Uit de workshop kwam hierbij naar voren dat vooral de horizontale temperatuurverdeling als grootste prioriteit moet worden gezien om gelijktijdig energiebesparing te realiseren en de uniformiteit van het product te verbeteren. De piek van de groente-opkweek ligt in de maanden oktober t/m februari. Buiten deze maanden om worden andere producten geteeld. De haalbaarheid van investeringen in energiebesparing hangt af van de keuze voor gewassen met weinig warmtevraag (koude groente) of aanzienlijke warmtevraag (potplanten). In de 2e fase van het project is op een praktijk opkweekbedrijf de horizontale temperatuurverdeling in een afdeling een maand gemonitord. Het temperatuurverschil tussen de warmste en de koudste plek bedroeg gemiddeld niet meer dan 1 °C. De belangrijkste oorzaak van de verschillen lag bij de warmteafgifte van de verdeelleidingen. De windrichting had geen invloed op de temperatuurverdeling, waarschijnlijk doordat de afdeling geen buitengevels heeft en de wind daardoor minder drukverschillen kan creëren. Ook bleken schermkieren niet te leiden tot ongewenste horizontale luchtbewegingen, mogelijk door de relatief kleine oppervlakte van de afdeling (5000 m2). Projectnummer: 14083

Van 01-06-2010 tot 31-03-2012
Afgerond

Invloed temperatuur op compactheid courgette

Courgettetelers zetten steeds meer planten per vierkante meter voor een hogere productie. Het nadeel is dat de planten elkaar meer beschaduwen en het lastiger wordt om in het gewas te werken. De planten moeten daarom compacter blijven. Uit eerder onderzoek blijkt dat kouval de plantlengte beperkt. In dit project is onderzocht of kouval ook bij courgettes invloed heeft op de compactheid van de plant, productie, kwaliteit en verhouding mannelijke en vrouwelijke bloemen. Courgetteplanten worden compacter bij een kouval. Er is een lichte stijging in productie en de kwaliteit werd niet of nauwelijks door de klimaatbehandeling beïnvloed. Projectnummer: 11323

Van 01-01-2003 tot 31-12-2003
Afgerond