Zoeken

Resultaat 1 tot 3 van 3.

Energiezuinige belichting bloeiende potplanten zonder inzet van remmiddelen

Doel De doelstelling is om tot een energiezuinig teeltconcept voor bloeiende potplanten (kalanchoë) te komen en tevens bij te dragen aan beperking van de noodzaak tot inzet van remmiddelen. Telers krijgen handvatten om minder te kunnen belichten, meer natuurlijk licht te kunnen gebruiken en met UV-B energiezuinig op compactheid te sturen. Projectbeschrijving Naast energiezuinig telen zijn plantvorm en generativiteit belangrijk bij bloeiende potplanten zoals kalanchoë, potroos en potchrysant, maar ook perkplanten en snijbloemen (o.a. chrysant). De planten moeten een volle, compacte vorm hebben met veel zijscheuten en knoppen. Hiervoor worden remmiddelen gebruikt en andere methoden zoals een hogere intensiteit belichting, een langere dag, meer blauw licht en een negatieve DIF. Om energiezuinig en zonder remmiddelen te kunnen telen, lijken er kansen te liggen door een juiste belichtingsstrategie. Licht heeft een grote invloed op plantontwikkeling, vorm en bloei. Lopend onderzoek aan kalanchoë bij Plant Lighting heeft tot nu toe aangetoond dat het juiste spectrum belichting onder winterse omstandigheden doorwas kan voorkomen en een redelijke plantvorm en generativiteit oplevert zonder remmiddelen. Het onderzoek heeft onder andere een spectaculair effect van UV-B licht op compactheid aangetoond. Ook zijn concrete vragen naar voren gekomen die kansen bieden voor elektrabesparing. Dit door de belichtingsduur te beperken als mogelijk blijkt dat belichting niet of minder noodzakelijk lijkt aan het eind van de teelt aangezien die plant dan uitontwikkeld is. Ook liggen er mogelijk kansen in het hanteren van een langere daglengte in de tweede helft van de teelt. Hiermee kan meer natuurlijk licht worden toegelaten, is belichting minder nodig en wordt mogelijk ook de compactheid bevorderd. Een tweede mogelijkheid is om energiezuinig te kunnen remmen met UV-B licht. Dit kan met UV-B LED worden bereikt of met low-iron glas. Het onderzoek vindt plaats in de nieuwe klimaatcellen van Plant Lighting, uitgerust met daglichtsimulatoren. Hierin kunnen acht verschillende belichtingsstrategieën per proefronde tegelijk worden getoetst tegen een achtergrond van daglicht. Er zijn vijf opeenvolgende teeltrondes van ongeveer 13 weken ieder, waardoor de kennis uit eerdere ronden kan worden gebruikt in een volgende ronde. Proefronde 1: Toetsing duur en benodigde intensiteit van bij-belichting na 3, 4, 5 en 6 weken korte dag bij kalanchoë. Proefronde 2: Toetsing of een korte-dag tot het einde van de teelt nodig is om bloeiverstoring van kalanchoë te voorkomen. Proefronde 3: Toetsing verschillende belichtingsstrategieën met UV-B op plantcompactheid, groei en overige plantkenmerken bij kalanchoë. Proefronde 4: Verfijning strategie UV-B op basis van de resultaten van proefronde 3. Toetsing tevens bij potroos of potchrysant. Proefronde 5: Integratie inzichten uit proefronde 1 t/m 4. Hoe te sturen op een goede plantkwaliteit met zo min mogelijk elektraverbruik en zonder remmiddelen? In het rapport worden aanbevelingen gedaan voor inpassing van de opgedane kennis in een energiezuinig teeltconcept, waarin remmiddelengebruik wordt geminimaliseerd. Kalanchoë is het hoofdgewas dat wordt getoetst, maar ook de mogelijkheden voor potroos en potchrysant worden meegenomen. De resultaten zijn ook relevant voor perkplanten en snijbloemen (met name chrysant). Het onderzoek wordt mede mogelijk gemaakt door de gewascoöperatie Kalanchoë. Projectnummer: E20006

Van 01-01-2021 tot 31-03-2022
Afgerond

Belichten naar gewasbehoefte voorstudie met proefgewas lelie

In 2014-2015 is kennis uit een aantal onderzoeken gecombineerd in een ‘totaalconcept energiebesparing’. Uit deze proef bleek dat 45% op elektra bespaard kan worden door een lagere intensiteit belichting te compenseren met CO2 dosering, belichting eerder uit te schakelen bij voldoende daglicht aan begin en einde teelt een deel van de armaturen permanent uit te schakelen de temperatuur op te laten lopen bij voldoende instraling en juist minder te stoken bij heel weinig instraling. Het zwakke punt aan de proef was dat de implementatie van punt 2 en 3 ‘op gevoel’ ging. De hypothese achter beide maatregelen was dat de assimilatenvraag volgens een zoge-naamde ’S-curve’ verloopt. Het minder steile verloop van de helling aan begin en einde van de curve duidt op een lagere behoefte aan assimilaten. Juist op die momenten mag de belichting eerder worden af- en of uitgeschakeld. Helaas is het werkelijke verloop van de S-curve voor lelie onbekend. Het achterhalen van deze ontbrekende informatie is een cruciale voorwaarde voor een gedegen energiezuinige teeltplanning. Bovendien is bepaling van de S-curve voor takgewicht, maar ook voor LAI en bladafsplitsing, een voorwaarde voor berekeningen binnen een kas-gewasmodel. In dit project wordt in de winterperiode voor drie rassen de S-curve bepaald. De metingen zullen plaatsvinden in de praktijk. Wekelijks worden de plantlengte, plantgewicht, takgewicht (vers en droog), bol-gewicht (vers en droog), LAI en aantal bladeren gemeten. Het bepalen van de S-curve is een belangrijke voorwaarde om de belichting af te kunnen stemmen op de behoefte aan de assimilaten. Het bepalen van de S-curve is specifiek voor lelie, maar het principe van belichten op basis van de assimilatenvraag volgens die curve is breder toepasbaar. Denk aan gewassen zoals chrysant, lisianthus, bouvardia en bepaalde potplanten. In eerder onderzoek is aangetoond dat bij lelie 45% elektra bespaard kan worden met nauwelijks kwaliteitsverlies. Dit door onder andere CO2 te doseren en minder te belichten op momenten waarop ingeschat werd dat de assimilatenvraag laag was. De exacte vraag naar assimilaten was niet bekend. Dit onderzoek heeft de werkelijke vraag per teeltweek bepaald: wekelijks is drogestof van verschillende plantorganen en LAI gemeten aan vier rassen en vervolgens zijn groeicurves berekend voor de rassen Oriëntal ‘Robina’, Oriëntal Trumpet (OT) ‘Santander’, LA ‘Brindisi’ en Longiflorum ‘White Heaven’. De lelies zijn in de praktijk zo geteeld dat het maximale takgewicht bereikt kon worden. Minder belichten De eerste kasweken is de assimilatenbehoefte laag en teert het gewas op de bol. Het duurt enige kasweken voordat het blad efficiënt licht onderschept. Lampen kunnen dan gedimd branden en bij voldoende daglicht afgeschakeld worden. De laatste weken nam bij ‘Robina’ en ‘Santander’ het bolgewicht weer toe: in die fase kan minder worden belicht mits dit niet ten koste van de bloemkwaliteit gaat. ‘Brindisi’ en ‘White Heaven’ blijft tot oogst toenemen in takgewicht zonder toename van bolgewicht. Minder belichten in de laatste fase is hier niet aan te bevelen. Deze studie biedt de basis voor het parametriseren van een groeimodel voor lelie. Op basis van zo’n groeimodel kan veel preciezer worden bepaald hoeveel op welke momenten belicht moet worden. Projectnummer: E16004

Van 01-10-2015 tot 31-05-2016
Afgerond

Sturen op compactheid zonder bloeivertraging

In de sierteelt wordt met steeds hogere intensiteiten SON-T belicht. Bij een aantal siergewassen wordt niet alleen belicht om de productie te verhogen, maar ook om de kwaliteit te verbeteren. Een belangrijk kwaliteitskenmerk is compactheid. Hoe hoger de intensiteit belichting, hoe compacter het gewas. Dit geldt voor gewassen als snijchrysant, potchrysant, potroos, lelie en kalanchoë. Het is bekend dat rood/blauw LED-licht kan resulteren in een compactere plantvorm dan SON-T. Echter kan rood/blauwe led ook bloeivertraging geven. Door het zoeken naar het juiste spectrum om de juiste fotoreceptoren aan te sturen kan zowel de strekking worden geremd en bloeivertraging tegen worden gegaan. Het hoofddoel van dit project is dan ook om fors te besparen op het elektraverbruik voor belichting van siergewassen. Dit doel wordt bereikt door op basis van kennis over plantkundige processen een strategie te ontwikkelen om met een lagere intensiteit energiezuinige LED belichting minimaal eenzelfde compactheid en teeltduur te behouden als bij de traditionele hogere intensiteit SON-T belichting. Het project bestaat uit: Uitwerken mogelijke belichtingsstrategieën die leiden tot een compactere plantvorm zonder teeltvertraging. Gewassen: potroos, potlelie, potchrysant en kalanchoë. Ook voor perkplanten is het onderzoek relevant Bespreken met belanghebbende kwekers. Op basis van deze bijeenkomst wordt besloten welke voorgestelde strategieën het meest kansrijk worden geacht. Kleinschalig toetsen van de meest kansrijke strategieën in een proefkas (WUR-Bleiswijk). Verslaglegging, workshop. Bij een aantal siergewassen wordt behalve voor productie ook belicht om een compacte plantvorm te bevorderen. Met rode + blauwe LED’s (LED RB) kan gestuurd worden op compactheid, maar bestaat ook het risico op bloeivertraging. In dit onderzoek is getracht om met stuurlicht bloeivertraging tegen te gaan met behoud van compactheid. De korte-dag planten potchrysant en kalanchoë zijn eerst 11.5 uur per etmaal belicht (12.5 uur nachtlengte). Stuurlicht had een gering effect op potchrysant: Onder LED RB bleek een goede kwaliteit te telen ten opzichte van SON-T, maar de planten bleken slechts 1 cm korter. Bij kalanchoë was 12.5 uur nacht krap voor een goede bloei-inductie, waardoor de stuurlicht-effecten op bloei zich juist sterk uitten: LED RB gaf ±10 dagen bloeivertraging. Een korte puls verrood licht aan het begin van de nacht deed die vertraging teniet, maar bij die behandeling waren de planten niet compacter dan bij SON-T. Kalanchoë bij 14 uur nachtlengte (2e proefronde) resulteerde in een goede bloei en slechts geringe stuurlichteffecten. Met LED RB blijkt een goede plantkwaliteit te telen bij voldoende nachtlengte. Zo kan energie bespaard worden. Verkorten van de nacht stimuleert groei (meer licht), maar verhoogt het risico op bloeivertraging. Met verrood stuurlicht op het juiste moment kan bloeivertraging worden voorkomen. In de proef werden alleen de zuivere effecten van lichtkleur onderzocht. Daarom werd de LED-belichting aangevuld met warmtestralers, zodat de planttemperatuur niet afweek van de SON-T behandeling. Mogelijk geeft LED RB zonder de warmtestralers compactere planten door de lagere planttemperatuur overdag. Projectnummer: 15089

Van 01-07-2014 tot 31-07-2015
Afgerond
  • 1