Zoeken

Resultaat 1 tot 4 van 4.

Sturen op lichtonderschepping in de eerste teeltfase snijbloemen

Snijbloemen zoals lisianthus en lelie hebben een relatief lange beginfase waarin licht niet effectief onderschept wordt. De planten zijn nog klein en de bladeren nog niet goed uitgevouwen, waardoor veel licht verloren gaat. Sturen op een betere bladspreiding geeft een effectievere lichtonderschepping de verdamping, waardoor het calcium-transport naar de cellen van de jonge bladeren toeneemt. Dit voorkomt mogelijk het optreden van brandkoppen. Met lichtkleur( o.a.de juiste golflengte blauw) kan er effectief mee op bladspreiding gestuurd kan worden. Een belangrijke onderzoeksvraag is of eerdere positieve resultaten onder lab-omstandigheden vertaalbaar zijn naar in een situatie in combinatie met daglicht en SON-T licht zoals het geval is in een kas. De hier voorgestelde proef richt zich op lisianthus als voorbeeldgewas en moet een antwoord geven op de vraag of met de juiste stuurlicht-strategie energie (elektra) bespaard kan worden, door een effectievere lichtonderschepping van het gewas. Verder wordt duidelijk wat de neveneffecten zijn: optreden van brandkoppen, lengte gewas en bloeisnelheid. Lisianthus wordt hier gebruikt als voorbeeldgewas, maar er zal in het rapport ook de vertaalslag naar andere gewassen gemaakt worden (zoals lelie). Hiervoor worden in klimaatkamers praktijkomstandigheden voor een lisianthusteelt in de winter gesimuleerd. De eerste weken wordt bijbelicht met blauw stuurlicht in 4 varianten: 1. Controle (geen blauw); 2. Blauw overdag (PAR-som gelijk aan controle); 3. Blauw alleen nacht (PAR-som gelijk aan controle); 4. Blauw dag en nacht (PAR-som gelijk aan controle). Gewasmetingen: Bladspreiding en gewasstand, lengte, groei, teeltduur en optreden van brandkoppen. De gewascoöperatie Lisianthus investeert ondertsteunt dit project met een bijdrage van € 7.200,-. Met blauw licht is de taklengte te sturen bij lisianthus. Dat blijkt uit onderzoek in klimaatkamers van Plant Lighting. Als LED belichting wordt aangeschaft valt aan te bevelen blauw licht apart aan te kunnen sturen. Lisianthus en andere gewassen benutten licht vaak inefficiënt in het begin van de teelt. Sturen op een betere bladspreiding verhoogt de lichtonderschepping van het jonge gewas. Verder kan meer lengtegroei wenselijk zijn bij lisianthus en is preventie van brandkoppen van belang. In dit onderzoek zijn de effecten van blauw stuurlicht op bovengenoemde factoren onderzocht. Onder geconditioneerde is een wintersituatie in de kas gesimuleerd (daglichtsimulatie + SON-T bijbelichting) en zijn twee rassen lisianthus geteeld, waarvan één gevoelig voor brandkoppen. Er waren vier behandelingen waarbij de lichtsom overal gelijk was: (1) controle, (2) + blauw LED-licht dag, (3) + blauw LED-licht nacht, en (4) + blauw LED-licht dag en nacht. Meer taklengte Een effect op brandkoppen is niet gevonden. Vooral blauw in de nacht leidde tot een iets hogere bedekkingsgraad door het gewas. De bladeren bleken zich beter uit te spreiden, maar het effect was niet heel groot. De takken waren uiteindelijk niet zwaarder en zelfs minder zwaar per eenheid lengte. Blauw in de nacht gaf wel meer taklengte. Dit kan gunstig zijn voor lisianthus. Blauw LED-licht tijdens de dag had juist een remmend effect op de lengtegroei. Omdat lange bloemstelen onder de knoppen onwenselijk zijn, zou gedacht kunnen worden aan blauw belichting in de nacht in het begin van de teelt (stimuleren lengtegroei) en later in de teelt juist overdag (compactere bloemstelen onder de knop). Op tijd stoppen met blauw belichten in de nacht voorkomt mogelijk ook de remmende werking op zijtak-uitloop. Sowieso werd het verschil in lengte vooral in de eerste vier weken van de teelt gemaakt. Blauw licht apart aansturen Voor praktische toepassing is het de vraag of een investering in blauwe LED-belichting te verantwoorden is. Alleen als lengte een groot probleem is kan dit overwogen worden. Als toch al geïnvesteerd wordt in LED, valt aan te bevelen de blauwe LED’s apart stuurbaar te maken, zodat op lengte gestuurd kan worden. Projectnummer: 20073

Van 01-05-2018 tot 31-10-2018
Afgerond

Belichten naar gewasbehoefte voorstudie met proefgewas lelie

In 2014-2015 is kennis uit een aantal onderzoeken gecombineerd in een ‘totaalconcept energiebesparing’. Uit deze proef bleek dat 45% op elektra bespaard kan worden door een lagere intensiteit belichting te compenseren met CO2 dosering, belichting eerder uit te schakelen bij voldoende daglicht aan begin en einde teelt een deel van de armaturen permanent uit te schakelen de temperatuur op te laten lopen bij voldoende instraling en juist minder te stoken bij heel weinig instraling. Het zwakke punt aan de proef was dat de implementatie van punt 2 en 3 ‘op gevoel’ ging. De hypothese achter beide maatregelen was dat de assimilatenvraag volgens een zoge-naamde ’S-curve’ verloopt. Het minder steile verloop van de helling aan begin en einde van de curve duidt op een lagere behoefte aan assimilaten. Juist op die momenten mag de belichting eerder worden af- en of uitgeschakeld. Helaas is het werkelijke verloop van de S-curve voor lelie onbekend. Het achterhalen van deze ontbrekende informatie is een cruciale voorwaarde voor een gedegen energiezuinige teeltplanning. Bovendien is bepaling van de S-curve voor takgewicht, maar ook voor LAI en bladafsplitsing, een voorwaarde voor berekeningen binnen een kas-gewasmodel. In dit project wordt in de winterperiode voor drie rassen de S-curve bepaald. De metingen zullen plaatsvinden in de praktijk. Wekelijks worden de plantlengte, plantgewicht, takgewicht (vers en droog), bol-gewicht (vers en droog), LAI en aantal bladeren gemeten. Het bepalen van de S-curve is een belangrijke voorwaarde om de belichting af te kunnen stemmen op de behoefte aan de assimilaten. Het bepalen van de S-curve is specifiek voor lelie, maar het principe van belichten op basis van de assimilatenvraag volgens die curve is breder toepasbaar. Denk aan gewassen zoals chrysant, lisianthus, bouvardia en bepaalde potplanten. In eerder onderzoek is aangetoond dat bij lelie 45% elektra bespaard kan worden met nauwelijks kwaliteitsverlies. Dit door onder andere CO2 te doseren en minder te belichten op momenten waarop ingeschat werd dat de assimilatenvraag laag was. De exacte vraag naar assimilaten was niet bekend. Dit onderzoek heeft de werkelijke vraag per teeltweek bepaald: wekelijks is drogestof van verschillende plantorganen en LAI gemeten aan vier rassen en vervolgens zijn groeicurves berekend voor de rassen Oriëntal ‘Robina’, Oriëntal Trumpet (OT) ‘Santander’, LA ‘Brindisi’ en Longiflorum ‘White Heaven’. De lelies zijn in de praktijk zo geteeld dat het maximale takgewicht bereikt kon worden. Minder belichten De eerste kasweken is de assimilatenbehoefte laag en teert het gewas op de bol. Het duurt enige kasweken voordat het blad efficiënt licht onderschept. Lampen kunnen dan gedimd branden en bij voldoende daglicht afgeschakeld worden. De laatste weken nam bij ‘Robina’ en ‘Santander’ het bolgewicht weer toe: in die fase kan minder worden belicht mits dit niet ten koste van de bloemkwaliteit gaat. ‘Brindisi’ en ‘White Heaven’ blijft tot oogst toenemen in takgewicht zonder toename van bolgewicht. Minder belichten in de laatste fase is hier niet aan te bevelen. Deze studie biedt de basis voor het parametriseren van een groeimodel voor lelie. Op basis van zo’n groeimodel kan veel preciezer worden bepaald hoeveel op welke momenten belicht moet worden. Projectnummer: E16004

Van 01-10-2015 tot 31-05-2016
Afgerond

Energiebesparend teeltconcept lelie: 50% energiebesparing

In Nederland wordt 200 hectare lelie belicht veelal met ±90 μmol SON-T (6000 tot 8000 lux) gedurende 16 tot 20 uur per dag. Gedurende de afgelopen jaren is uit een aantal onderzoeken naar voren gekomen dat energie op een efficiëntere wijze kan worden ingezet. Het rendement van belichting duikt onder de 50% als de daglicht-instraling boven de 120 tot 140W uitkomt. In de praktijk wordt tot 200 W instraling belicht. Ook is gebleken dat niet op kwaliteit ingeleverd wordt door CO2 te doseren bij 60 μmol in plaats van 90 μmol zonder CO2. Ook de laatste drie teeltweken kan met minder licht zonder gevolgen voor de kwaliteit. De technische doelstelling is om op basis van die eerdere onderzoeken een energiezuinige teeltstrategie voor belichting van lelie te ontwikkelen. Dit is een totaalconcept waarin alle technische middelen (belichting, schermstrategie, stoken, CO2, raamstand) worden geïntegreerd. De proef bestond uit drie proefkassen in twee trekken met de soorten Santender, Robina, Brindisi en White Heaven: Kas 1: Referentie: 90/60/45 μmol SON-T zonder CO2 bemesting (±450 ppm CO2) Kas 2: Belichting als in kas 1 en 800 ppm CO2 Kas 3: 'Totaalconcept Energiebesparing': streven was 50% energie te besparen met behoud van takkwaliteit, met de volgende maatregelen: Minder belichten maar wel CO2 doseren Eerder afschakelen belichting bij hoge instraling Temperatuur-integratie (daardoor ook meer effect van CO2 bij veel zon!) Halvering belichting aan begin en einde van de teelt Uit beide trekken bleek dat 60 μmol belichting met 800 ppm CO2 altijd even goed of beter presteerde dan 90 μmol belichting zonder CO2. Het vaasleven gaf daarnaast ook nauwelijks verschil tussen de behandelingen. De lijn was daarbij dat meer CO2 een hoger takgewicht gaf. Ook meer licht gaf een hoger takgewicht. Bij meer CO2 en meer licht was er niet altijd een toename. In de energiebesparende kas, kas 3 dus, waren de takken gelijk of zwaarder. Met het totaalconcept is dus extra elektriciteit te besparen, met name door aan het begin en aan het einde van de teelt een deel van de belichting uit de schakelen. Vermindering van de belichting leidde wel altijd tot een verhoging in het gasverbruik, wat kan oplopen tot 2 m3 gas per m2. Projectnummer: 15088

Van 01-06-2014 tot 01-07-2015
Afgerond

Stuurlicht en CO2 dosering in lelie

Kunnen stuurlicht en CO2-dosering in de lelieteelt de assimilatiebelichting verlagen? De verwachting is dat minimaal 30% op elektriciteit voor belichting bespaard kan worden. Met CO2-dosering kan de lichtintensiteit in de snijlelieteelt omlaag, zonder dat kwaliteitsverlies optreedt. In deze proef is uitgegaan van 90 µmol SON-T belichting als praktijkreferentie. Door de CO2-dosering kon de belichting terug naar 60 µmol. Bij nieuwbouw kan een lelieteler dus kiezen voor een kleinere WKK en minder lampen. Bij bestaande bouw lijkt het logisch dat met CO2-dosering het aantal uren belichting met de bestaande installatie omlaag kan. Verder blijkt dat de bloei van lelie door standaard rood/blauwe LED-belichting wordt vertraagt. Bij een ander kleurenspectrum LED-licht trad dit probleem niet op. Projectnummer: 14893

Van 01-05-2013 tot 01-04-2014
Afgerond
  • 1