Zoeken

Resultaat 1 tot 6 van 6.

Energiezuinige belichting bloeiende potplanten zonder inzet van remmiddelen

Doel De doelstelling is om tot een energiezuinig teeltconcept voor bloeiende potplanten (kalanchoë) te komen en tevens bij te dragen aan beperking van de noodzaak tot inzet van remmiddelen. Telers krijgen handvatten om minder te kunnen belichten, meer natuurlijk licht te kunnen gebruiken en met UV-B energiezuinig op compactheid te sturen. Projectbeschrijving Naast energiezuinig telen zijn plantvorm en generativiteit belangrijk bij bloeiende potplanten zoals kalanchoë, potroos en potchrysant, maar ook perkplanten en snijbloemen (o.a. chrysant). De planten moeten een volle, compacte vorm hebben met veel zijscheuten en knoppen. Hiervoor worden remmiddelen gebruikt en andere methoden zoals een hogere intensiteit belichting, een langere dag, meer blauw licht en een negatieve DIF. Om energiezuinig en zonder remmiddelen te kunnen telen, lijken er kansen te liggen door een juiste belichtingsstrategie. Licht heeft een grote invloed op plantontwikkeling, vorm en bloei. Lopend onderzoek aan kalanchoë bij Plant Lighting heeft tot nu toe aangetoond dat het juiste spectrum belichting onder winterse omstandigheden doorwas kan voorkomen en een redelijke plantvorm en generativiteit oplevert zonder remmiddelen. Het onderzoek heeft onder andere een spectaculair effect van UV-B licht op compactheid aangetoond. Ook zijn concrete vragen naar voren gekomen die kansen bieden voor elektrabesparing. Dit door de belichtingsduur te beperken als mogelijk blijkt dat belichting niet of minder noodzakelijk lijkt aan het eind van de teelt aangezien die plant dan uitontwikkeld is. Ook liggen er mogelijk kansen in het hanteren van een langere daglengte in de tweede helft van de teelt. Hiermee kan meer natuurlijk licht worden toegelaten, is belichting minder nodig en wordt mogelijk ook de compactheid bevorderd. Een tweede mogelijkheid is om energiezuinig te kunnen remmen met UV-B licht. Dit kan met UV-B LED worden bereikt of met low-iron glas. Het onderzoek vindt plaats in de nieuwe klimaatcellen van Plant Lighting, uitgerust met daglichtsimulatoren. Hierin kunnen acht verschillende belichtingsstrategieën per proefronde tegelijk worden getoetst tegen een achtergrond van daglicht. Er zijn vijf opeenvolgende teeltrondes van ongeveer 13 weken ieder, waardoor de kennis uit eerdere ronden kan worden gebruikt in een volgende ronde. Proefronde 1: Toetsing duur en benodigde intensiteit van bij-belichting na 3, 4, 5 en 6 weken korte dag bij kalanchoë. Proefronde 2: Toetsing of een korte-dag tot het einde van de teelt nodig is om bloeiverstoring van kalanchoë te voorkomen. Proefronde 3: Toetsing verschillende belichtingsstrategieën met UV-B op plantcompactheid, groei en overige plantkenmerken bij kalanchoë. Proefronde 4: Verfijning strategie UV-B op basis van de resultaten van proefronde 3. Toetsing tevens bij potroos of potchrysant. Proefronde 5: Integratie inzichten uit proefronde 1 t/m 4. Hoe te sturen op een goede plantkwaliteit met zo min mogelijk elektraverbruik en zonder remmiddelen? In het rapport worden aanbevelingen gedaan voor inpassing van de opgedane kennis in een energiezuinig teeltconcept, waarin remmiddelengebruik wordt geminimaliseerd. Kalanchoë is het hoofdgewas dat wordt getoetst, maar ook de mogelijkheden voor potroos en potchrysant worden meegenomen. De resultaten zijn ook relevant voor perkplanten en snijbloemen (met name chrysant). Het onderzoek wordt mede mogelijk gemaakt door de gewascoöperatie Kalanchoë. Projectnummer: E20006

Van 01-01-2021 tot 31-03-2022
Afgerond

Maximale daglichtbenutting voor minimale belichting bij phalaenopsis

Uit het recent afgeronde onderzoek “Minder belichten Phalaenopsis zonder productieverlies?” blijkt dat niet zozeer de lichtsom van belang is bij Phalaenopsis. Veel bepalender is de timing van de belichting: Het blad neemt CO2 op gedurende ± 15 uur per dag. Gedurende de andere 9 uur er moet voldoende licht beschikbaar zijn. In de periode rondom die uren blijkt een lagere intensiteit (stuur)licht voor voldoende daglengte genoeg, terwijl een kortere daglengte een averechts heeft op de totale CO2 opname per etmaal. Door een dim-strategie toe te passen die afgestemd is op het ritme van de plant, is 32% aan elektra bespaard gedurende de opkweek en afkweek in bovengenoemd onderzoek zonder effecten op de productie. Dit voorstel richt zich op de vervolgstappen: Klimaatkamer: Onderzoek naar besparing in de koeling. Deze periode is nog niet onderzocht vanwege mogelijk negatieve effecten op de bloei. Klimaatkamer: Verdergaande besparing door verschuiven plantritme: Bij de huidige winter-belichtingsstrategie in de praktijk eindigt de cruciale periode, gedurende welke voldoende licht beschikbaar dient te zijn, rond de middag. Veel gratis daglicht blijft zo onbenut. Door volgens een efficiënter schema te belichten kan ±43% (ipv 32%) aan elektra bespaard worden ten opzichte van de praktijk. Toetsing behaalde resultaten tot nu toe in praktijk: De behaalde elektrabesparing zonder productieverlies in het onderzoek 2015/2016 in klimaatkamers is spectaculair. Om toepassing in de praktijk zo snel mogelijk te realiseren is opschaling van klimaatkamers naar een kas van belang. Dat zal plaatsvinden bij Ter Laak. Bijdrage derden: De gewascoöperatie is medefinancier (in kind plantmateriaal n in cash). In de kasproef verschilde het bovengrondse gewicht (blad, stengel en bloemen) en de bloemtakkwaliteit niet tussen de behandelingen, maar was het wortelgewicht wel lager bij de dimbehandeling. Bij één van de vier rassen was het percentage meertakkers significant lager bij de dimbehandeling (-9% bij Jewel). In de klimaatkamerproeven was het percentage meertakkers gelijk. Wel had de controle 0.4-0.9 meer bloemknop op de zijtakken in een kortere teeltduur. Hierbij opmerkend dat in beide proeven kleine verschillen worden uitvergroot doordat tientallen weken achter elkaar de maand december is gesimuleerd. Op basis van de resultaten van beide proeven wordt aanbevolen om bij inpassing van de dimstrategie in de praktijk iets minder de grenzen op te zoeken dan in dit onderzoek gedaan is. Tevens kan het beste worden gedimd op basis van informatie van sensoren die inzicht geven in het dagverloop van de lichtbenutting en/of het huidmondjesgedrag. Hiervoor is reeds een vervolgproject ingezet. Projectnummer: 20041

Van 01-07-2016 tot 01-09-2017
Afgerond

HNT 3.0 Van lichtsom naar assimilatensom

Het hoofddoel van dit project is besparen op elektraverbruik door de belichting af te stemmen op de behoefte van het gewas. Zo wordt niet onnodig belicht en kan vooral in de maanden oktober, november, februari en maart kan door doelgericht te belichten fors bespaard worden op het aantal belichtingsuren. Bij tuinders is niet altijd precies bekend wat de productiviteit van hun gewas is (de assimilatenproductie) en het momentane rendement van de belichting aan de ene kant, en aan de andere kant wat aan de vraag naar assimilaten van het gewas is. Het einddoel van dit traject is dat er een voor de kwekers bruikbare tool komt om aanbod van en behoefte aan assimilaten op elkaar af te kunnen stemmen. Dit door regeling van de belichting (sturen aanbod) en temperatuur (sturen vraag). In dit project wordt in eerste instantie gefocust op tomaat. Er wordt gestart met een globaal ontwerp van de tool en koppeling aan een bestaand platform. Het globale ontwerp wordt aan het einde van deze WP gepresenteerd aan een werkgroep van belichtende tomatentelers en geëvalueerd. Bij positief resultaat kan een vervolgproject worden ontwikkeld voor verdere ontwikkeling en validatie van de tool. Met het model Explorer Kasklimaat is onderzocht of een dagelijkse regeling van de belichting energie bespaart. De seizoensbehoefte aan assimilaten van het gewas is geschat door simulatie van volledig belichte seizoenen tussen 1957-1958 en 2014-2015. Gedurende het belichtingsseizoen verandert de assimilatenbehoefte volgens een vrijwel vast patroon. Dat biedt de mogelijkheid om met behulp van de weersvoorspelling aan het begin van elke dag de belichting zodanig af te regelen dat de productie van assimilaten de behoefte niet overschrijdt. Projectnummer: E15011.02

Van 01-04-2015 tot 01-06-2015
Afgerond

Besparen op elektra bij Phalaenopsis, deel 2

De resultaten van het huidige project 'Minder belichten Phalaenopsis zonder productieverlies' geven concrete aanleiding tot besparen op elektra en minder CO2 verbruik: Voor de opkweek is duidelijk geworden wat de maximale lichtsom is waarbij een blad nog productiever wordt. Ook is aangetoond dat het geven van een hogere lichtsom in de afkweek dan in de opkweek er niet toe leidt dat bladeren meer assimilaten produceren. Dit terwijl de praktijk fors meer belicht in de afkweek (tot 10 mol licht/m2/dag) dan in de opkweek (tot 7 mol). Uit eerder onderzoek van aanvragende partijen bleek al dat het licht in de vroege ochtenduren en in de middag slecht wordt benut (zie Figuur links). Uit dit onderzoek bleek echter dat het simpelweg uitzetten van de lampen op die uren niet werkt en zelfs leidt tot minder assimilatenproductie / productiviteit. Wel lijkt het er sterk op dat de hoeveelheid belichting sterk minder kan in de ochtend en namiddag en tot een besparing van 26% op elektra kan leiden met eenzelfde productie. Het hier aangevraagde onderzoek moet aantonen of dat werkelijk zo is. Er zijn twee strategieën die in dit project getoetst worden: Tijdens de vroege ochtenduren en later in de middag de belichting afstemmen op het behalen van de maximale potentiële bruikbare lichtenergie. Tijdens de vroege ochtenduren alleen een lage intensiteit stuurlicht en later in de middag helemaal geen belichting, omdat het daglicht al voldoende is. Hiermee zou mogelijk 40% op elektra bespaard kunnen worden. De werkzaamheden zijn: Werkpakket 1: Consultatieronde en literatuuronderzoek. Werkpakket 2: Besparing op belichting in de afkweek Go / no go moment Werkpakket 3: Besparing op belichting in afkweek; herhaling en fine-tuning Werkpakket 4: Besparing op belichting in de opkweek tot veiling. De teelt vindt plaats onder geconditioneerde omstandigheden in klimaatruimten, waarbij 8 behandeling worden getoetst. Met geavanceerde Licor 6400 fotosynthese-meetapparatuur worden de patronen van CO2-opname en CO2-verwerking in detail gemeten over het etmaal. Ook zal de plantkwaliteit beoordeeld worden. Bij phalaenopsis is 32% besparing op elektriciteit mogelijk door een betere timing van belichting zonder in te leveren op kwaliteit. Begin 2015 ging het project “Minder belichten phalaenopsis zonder productieverlies II” van start. Hierin is verder onderzocht of door het dimmen van de belichting op de inefficiënte uren in de ochtend en middag elektriciteit bespaard kan worden. Er is onderzoek gedaan met verschillende varianten belichting in acht kleine klimaatcabines met het ras Sacramento. Er waren twee opeenvolgende proefronden waarin werd gestart met planten die net uit de koeling kwamen. In vier cabines werd SON-T in de ochtend en/of middag gedimd. Vervolgens zijn de controle en twee dimbehandeling met de grootste elektrabesparing (22% en 32%) geselecteerd voor een hele teelt. Dit maal in de grotere klimaat-units van Plant Lighting. Wederom bleek dat de dimbehandelingen evenveel CO2 per etmaal opnamen als de controle. Het bleek dat de dimbehandelingen niet inleverden op aantal takken en ook het aantal bloemen per hoofdtak was gelijk. Projectnummer: 14958.02

Van 01-01-2015 tot 01-08-2016
Afgerond

Energiebesparend teeltconcept lelie: 50% energiebesparing

In Nederland wordt 200 hectare lelie belicht veelal met ±90 μmol SON-T (6000 tot 8000 lux) gedurende 16 tot 20 uur per dag. Gedurende de afgelopen jaren is uit een aantal onderzoeken naar voren gekomen dat energie op een efficiëntere wijze kan worden ingezet. Het rendement van belichting duikt onder de 50% als de daglicht-instraling boven de 120 tot 140W uitkomt. In de praktijk wordt tot 200 W instraling belicht. Ook is gebleken dat niet op kwaliteit ingeleverd wordt door CO2 te doseren bij 60 μmol in plaats van 90 μmol zonder CO2. Ook de laatste drie teeltweken kan met minder licht zonder gevolgen voor de kwaliteit. De technische doelstelling is om op basis van die eerdere onderzoeken een energiezuinige teeltstrategie voor belichting van lelie te ontwikkelen. Dit is een totaalconcept waarin alle technische middelen (belichting, schermstrategie, stoken, CO2, raamstand) worden geïntegreerd. De proef bestond uit drie proefkassen in twee trekken met de soorten Santender, Robina, Brindisi en White Heaven: Kas 1: Referentie: 90/60/45 μmol SON-T zonder CO2 bemesting (±450 ppm CO2) Kas 2: Belichting als in kas 1 en 800 ppm CO2 Kas 3: 'Totaalconcept Energiebesparing': streven was 50% energie te besparen met behoud van takkwaliteit, met de volgende maatregelen: Minder belichten maar wel CO2 doseren Eerder afschakelen belichting bij hoge instraling Temperatuur-integratie (daardoor ook meer effect van CO2 bij veel zon!) Halvering belichting aan begin en einde van de teelt Uit beide trekken bleek dat 60 μmol belichting met 800 ppm CO2 altijd even goed of beter presteerde dan 90 μmol belichting zonder CO2. Het vaasleven gaf daarnaast ook nauwelijks verschil tussen de behandelingen. De lijn was daarbij dat meer CO2 een hoger takgewicht gaf. Ook meer licht gaf een hoger takgewicht. Bij meer CO2 en meer licht was er niet altijd een toename. In de energiebesparende kas, kas 3 dus, waren de takken gelijk of zwaarder. Met het totaalconcept is dus extra elektriciteit te besparen, met name door aan het begin en aan het einde van de teelt een deel van de belichting uit de schakelen. Vermindering van de belichting leidde wel altijd tot een verhoging in het gasverbruik, wat kan oplopen tot 2 m3 gas per m2. Projectnummer: 15088

Van 01-06-2014 tot 01-07-2015
Afgerond

Besparen op elektra bij Phalaenopsis

Heeft korter belichten een negatief effect op de malaat-voorraad? Onderzocht is of een zeer forse besparing op elektraverbruik bij zowel de opkweek als de afkweek van Phalaenopsis mogelijk is door minder uren belichting. Uiteraard zonder productie in te leveren. Uit de proef bleek dat de lichtsom die nodig is om een maximale malaat-opslag te bereiken, niet verschilt voor de opkweek en de afkweek. Dus als de opkweek voldoende licht krijgt, geeft een nog hogere lichtsom in de afkweek geen extra malaat-opslag. In de opkweek is bij beide rassen in de ochtend geen en in de namiddag slechts beperkt directe C3-fotosynthese gemeten. In de afkweek was de rol van de directe C3-fotosynthese nog kleiner. Mogelijk is CO2 doseren interessant tijdens de opkweek in de namiddag. Nader onderzoek moet dit uitwijzen. Ook lijkt vol belichten in de ochtend en namiddag niet zinvol. De lichtbenuttingsefficiëntie is dan zeer laag. De lampen vroeg in de ochtend volledig uitschakelen geeft een negatief effect op de CO2 opname per etmaal. Dit biedt kansen voor de ontwikkeling van een energiezuinigere belichtingsstrategie. Projectnummer: 14958.01

Van 01-10-2013 tot 01-08-2014
Afgerond
  • 1