Zoeken

Resultaat 1 tot 3 van 3.

Aubergine jaarrond in balans met LED

Doel: Het ontwikkelen van een teeltstrategie met LED belichting in de aubergineteelt die toekomstbestendig is en aansluit op de transitie richting een fossielvrije glastuinbouw. Telers krijgen hiermee technische en plantfysiologische kennis om jaarrond aubergines te kunnen leveren. Toelichting: Ook voor aubergine zal belichting steeds belangrijker worden voor een jaarrond productie. Het is bij een teelt waar belichting nog aan het begin staat verstandig om direct na te denken over inpassing binnen de kaders van een fossielvrije toekomst. Voor een gelijkmatige productie en een hoge lichtbenutting is een goede balans tussen aanbod van assimilaten (fotosynthese m.b.v. licht en CO2), en vraag naar assimilaten (plantbelasting ontwikkelende vruchten) een voorwaarde. Hiervoor is een modelmatige benadering van de teelt nodig. Bovendien is voor een duurzame teelt LED-belichting wenselijk. Vanuit de SON-t teelt is bekend dat het gewas moeite heeft met strekking op de vruchten, het gewas (te) makkelijk zijscheuten maakt, de bladeren kleiner mogen, en de uitgroeiduur van de vruchten te lang is. Met behulp van een combinatie van berekeningen aan de source/sink balans en sturing met lichtspectrum is waarschijnlijk een productiever gewas te telen. De projectopzet is als volgt: Werkpakket 1: Opstellen teeltplan waarbij de plantbelasting wordt afgestemd op het beschikbare licht. Dit wordt gedaan op basis gedaan van modelberekeningen, aanvullende metingen in werkpakket 3 en kennis van telers en adviseurs. Werkpakket 2: De teelt wordt uitgevoerd bij Delphy Improvement Centre in twee afdeling van elk 150 m2. De afdelingen worden uitgerust met belichting van ± 200 μmol. De insteek is één afdeling hybride (SON-T + LED) en één afdeling full-LED. Het lichtspectrum en de verhouding SON-T/LED zal in afstemming met de telers en de resultaten van het spectrumonderzoek nader bepaald worden. Raskeuze wordt in overleg met de begeleidingscommissie gekozen, waarbij er één hoofdras is en een aantal proefrassen in de randrijen. Er zal gemonitord worden op de gewasontwikkeling, verticale temperatuur en vocht gradiënt in afdeling, en de temperatuur van de vruchten. Tijdens de teelt wordt de PAR-som op gewasniveau gemonitord en uitgezet tegen de etmaaltemperatuur. Werkpakket 3: Optimaliseren source/sink balans; Voor de proef start wordt al met een groeimodel gerekend aan de balans tussen aanbod van en vraag naar assimilaten gedurende de teelt, op basis waarvan een teeltstrategie wordt opgesteld (schermen, belichten, dunnen, temperatuur). Tijdens de proef wordt het model aangescherpt door een aantal benodigde gegevens te meten: 3D lichtmetingen, LAI metingen, fotosynthesemetingen, twee wekelijkse droge stof percentages van vruchten en bladeren. Hier kan de assimilatenbalans nog beter bepaald worden en ook zonodig nog aangepast in de proefkassen. De gewascoöperatie Aubergine levert een bijdrage van 30.000,- en de Led lampen worden geleverd door Oreon. Projectnummer: 20117

Van 01-04-2019 tot 31-12-2020
Afgerond

Temperatuurintegratie

Een van de sleutels om tot een rendabele fossielvrije warmtevoorziening in de toekomst te komen is het omgaan met het “badkuip” model in de warmtevraag. De verwachting is dat in de toekomstige energievoorziening de kosten van piekverbruik veel hoger zullen zijn dan nu het geval is. Dit betekent dat mogelijkheden die al langer bestaan maar tot nu toe niet benut werden economisch interessanter kunnen worden. Naast het maximaliseren van de isolatie in de winter zijn er voor onbelichte teelten wellicht kansen om verder gaande temperatuur integratie toe te passen: over meerdere dagen tot enkele weken. Bij veel gewassen, vooral in de sierteelt, is onvoldoende bekend wat de mogelijkheden en de beperkingen zijn vanuit plantfysiologisch oogpunt. In recent onderzoek in potplanten blijkt bijvoorbeeld dat achterstanden ontstaan in koudere perioden in de winter bij wat meer zonlicht in het voorjaar snel en nagenoeg geheel kunnen worden ingelopen. Ook in de groenteteelt (paprika) blijkt meer mogelijk dan gedacht, maar is dat wel sterk afhankelijk van de teeltfase. De aanpak is gericht op een inventarisatie van kennis uit het verleden, recente onderzoeken en uit de praktijk om zoveel mogelijk ervaringen en theoretische onderbouwing op een rij te krijgen. De nadruk ligt op gewasfysiologische processen en teelttechniek. Al bij aanvang van het project wordt de kennis uit de praktijk (telers en adviseurs) actief betrokken. Er zal worden gezocht naar nieuwe sturingsmogelijkheden (bijvoorbeeld vruchtdunning of gestuurde plantbelasting) die kansen bieden op het gebied van temperatuurintegratie en daarmee op het verminderen van piekverbruik in energie. Het resultaat moet inzicht geven in wat nu al mogelijk is en welke generieke of gewas specifieke onderdelen nader onderzocht moeten worden. Deze bureaustudie moet een verdere richting en onderbouwing van de aanpak van HNT voor een fossielvrij toekomst geven. Experimenten met vruchtgroenten wijzen uit dat langetermijn TI geen grote effecten op ontwikkeling en productie heeft. Toch bevelen tuinders voor vruchtgroenten langetermijn TI niet aan omdat men beducht is voor onregelmatigheden, in het geval van paprika bijvoorbeeld voor wat betreft zetting. Voor andere groentegewassen bestaat er niet veel kennis over langetermijn TI, zodat het om deze reden niet met een gerust hart kan worden aanbevolen. Een duidelijke positieve uitzondering is een gewas als koolrabi met een duidelijk opslagorgaan voor zetmeel. Dit biedt veel mogelijkheden voor TI. In het geval van groene potplanten kon alleen literatuur over Zamioculcas over langetermijn TI worden gevonden, waarin melding werd gemaakt van verlaagde setpoints in de winter in combinatie met hogere zomertemperaturen en een vroeger vallende verkoopdatum (Balk et al. 2019). Uit de literatuur over kortetermijn TI kon niet veel worden afgeleid. De praktijk ziet TI tot 2 weken als haalbaar; het langer toepassen zou het proberen waard zijn. Bloeiende potplanten met verschillende groeifasen en navenant langere teeltduur kennen goede mogelijkheden voor langetermijn TI. De achterstand die in de ene fase in de winter wordt opgelopen kan in een andere fase in de zomer worden ingelopen. Hierbij moet natuurlijk wel worden gelet op het behoud van kwaliteit en de juiste afleverdatum. Bij korte teelten zoals bijvoorbeeld potchrysant kan de leverdatum vertraging oplopen als niet binnen de teeltduur gecompenseerd kan worden, wat in het geval van afspraken als bij contracteelt niet gewenst is. Het kan ook leiden tot stagnatie binnen het bedrijf als de planning van ruimte en arbeid niet kan worden gerealiseerd. Er zijn aan de andere kant ook bedrijven die iedere week nieuwe planten oppotten en steeds meerdere stadia in een kas hebben staan. Dit biedt mogelijkheden om rekening te houden met variatie in de planning. Rekenmodellen die deze processen beschrijven kunnen een hulpmiddel zijn om de teelt te plannen. In het geval van snijbloemen is langetermijn TI riskant, omdat de kwaliteit van het oogstbaar product er te lijden van kan hebben (bijvoorbeeld een afwijkende stengelmaat). Het kwaliteitsaspect bij snijbloemen is dusdanig belangrijk dat hier weinig ruimte voor compromis Projectnummer: 20096

Van 01-07-2018 tot 31-12-2018
Afgerond

Energiebesparing door bladpluk bij komkommer

Een mogelijkheid voor verdergaande verlaging van het energiegebruik in de onbelicht glasgroenteteelt bij toepassing van Het Nieuwe Telen is het efficiënter benutten van de assimilaten en het terugdringen van onnodige verdamping door het gewas te sturen met bladpukken. In proeven van Wageningen UR in de tomatenteelt en praktijk proeven in de aubergineteelt en in de paprikateelt zijn de eerste stappen gezet. De gedachte is dat door het bladpakket (LAI) gericht te sturen de assimilaten aanmaak voor een groter deel naar de vruchten gestuurd kunnen worden en dat met minder bladoppervlak met name in de herfst minder vocht geproduceerd wordt door het gewas. Dit betreft een verkennende proef met hoge draad komkommer. Binnen één afdeling worden 5 behandelingen uitgevoerd met variaties in stengeldichtheid en % blad pluk. Het bladpukken gebeurt in het jongste stadium zodat zo min mogelijk assimilaten verspild worden bij de aanmaak. De 5 behandelingen worden gemonitord op gewasontwikkeling (snelheid, LAI), lichtonderschepping en fotosynthese snelheid onder- en bovenin het gewas en productieresultaten (drooggewicht, kwaliteit e.d.). Dit voorstel sluit aan op de eerste stappen die gezet zijn om de aanpak te ontwikkelen tot een zo laag mogelijk energiegebruik in warm geteelde gewassen. Dat kan bij maximale isolatie met bijv. dubbele schermen en zo min mogelijk energie inzet voor vochtafvoer. Om dit te bereiken is een andere gewasmanagement aanpak nodig dan nu gebruikelijk is, gericht op verhoging van de assimilaten aanpak, efficiëntere inzet van de assimilaten en minimalisering van energie inzet voor vochtafvoer. Voor een goede productie is een optimale combinatie van stengeldichtheid en assimilatenaanbod noodzakelijk. Bladpluk alleen leidde tot een licht stijgende abortie, een lagere ontwikkelingssnelheid en dus minder oksels, en een lagere LAI met minderlichtonderschepping. Dit gaf dus minder vruchten en minder kilo’s. Dit kan echter worden gecompenseerd door een hogere stengeldichtheid. Er ontstaat dan een gewas met een normale LAI en gewasstructuur, maar wel met een hoger aantal oksels m -2 waar vruchten aangehouden kunnen worden. De productie en lichtbenuttingsefficiëntie nemen toe. Hier staat tegenover dat ook de arbeid voor gewasverzorging toeneemt. Het is, net als bij tomaat, te verwachten dat toepassing in donkere perioden leidt tot minder energieverbruik om vocht af te voeren. De aanbeveling voor de praktijk, op basis van wat we nu weten, zou zijn: pluk met mate blad, combineer het met een relatief hoge stengeldichtheid, en bespaar energie in een winterteelt. Projectnummer: 20033

Van 01-04-2016 tot 31-12-2016
Afgerond
  • 1