Zoeken

Resultaat 1 tot 10 van 12.

Verkenning energiezuinig teeltconcept Cymbidium

In deze studie wordt een energiezuinig teeltconcept voor cymbidium opgesteld. Hierbij wordt gekeken naar de teeltconcepten die voor andere teelten zijn opgesteld, gecombineerd met de specifieke aspecten van cymbidium. Met Kaspro wordt de besparing van het concept doorgerekend. Energiebesparende maatregelen voor de cymbidiumteelt zijn te onderscheiden in algemene energiebesparingen en vochttolerantiegrens-zoekende maatregelen. Isolatie en schermen, temperatuurintegratie, het afdekken van de bodem en het verder uitkoelen van rookgassen zijn algemene energiebesparingsmiddelen. Als er meer inzicht is over de vochttolerantie van het cymbidiumgewas, kunnen hulpmiddelen, zoals het inblazen van buitenlucht, het werken met infraroodcamera's en het toepassen van warmtestoten, zorgen voor nog meer energiebesparing. Projectnummer: 14266-07

Van 01-01-2012 tot 01-07-2012
Afgerond

Energiebesparing bij cymbidium

Vastgesteld wordt wat het effect is van een lagere temperatuur in de winter op de energiebesparing, productie, kwaliteit en vroegheid bij vroegbloeiende cymbidiums. Hiervoor worden verschillende kasproeven gedaan. De verwachting is dat het gasverbruik met ruim 30% kan verminderen door het aanhouden van een lagere nachttemperatuur. De lagere temperaturen hadden geen negatieve na-effecten op de scheutgroei, kwaliteit van de bloemtakken en vroegheid van de oogst. Bij de grootbloemige cultivar Esther was er geen invloed op de productie. Bij de grootbloemige Melissa was bij een lage temperatuur tot 2 februari ook geen invloed, maar er was wel sprake van een negatief na-effect bij een lage temperatuur tot 24 februari. Bij de kleinbloemige Earlysue Paddy gaf een lage temperatuur bij beide tijdsduren een negatief effect op de productie. Warm zetten vanaf 24 februari gaf bijna 2 weken later bloei dan warm zetten vanaf 2 februari. Verlaging van het setpoint van de kastemperatuur van 13 naar 7°C tussen 9 november en 24 februari levert volgens berekeningen 4 m3/m2.jaar besparing op het aardgasverbruik. Projectnummer: 13737

Van 01-09-2009 tot 31-03-2011
Afgerond

Lagere nachttemperatuur Phalaenopsis

Onderzoek in Amerika toont aan dat in de opkweek van Phalaenopsis de nachttemperatuur omlaag kan zonder dat er bloei optreedt. Dit kan op jaarbasis 30% energie besparen op het warmtegebruik. Het doel is om na te gaan of dit onder Nederlandse omstandigheden en cultivars mogelijk is zonder nadelige gevolgen tijdens de opkweek en afkweek. Uit de resultaten blijkt dat het tegenhouden van de bloei door middel van een dagtemperatuur van 29°C en een lage nachttemperatuur sterk afhankelijk is van de cultivar. Bij de cultivars Boston, Bristol en Lennestadt werd de bloemtakvorming gedurende de eerste 23 weken van de opkweek wel voldoende tegen gehouden, maar bij de andere vijf cultivars (Chalk Dust, Fire Fly, Liverpool, Precious en Vivaldi) werden al meer of minder snel voortakken gevormd. Ondanks het achterblijven van de bladafsplitsing en de weggeknipte voortakken na een opkweek bij een hoge dag- en lage nachttemperatuur, was het percentage meertakkers (=planten met minimaal 2 bloemtakken) in het veilingrijpe stadium maar 5 tot 8% lager dan na een gangbare opkweek bij een constante temperatuur van 28°C. Voor toepassing van een lagere nachttemperatuur onder gangbare praktijkomstandigheden is een energiebesparing berekend van 8%. Projectnummer: 13499

Van 01-01-2009 tot 31-05-2010
Afgerond

Plantengroei stimulerende micro-organismen bij verlaagde kastemperatuur

Het is bekend dat micro-organismen in het wortelmilieu van planten van groot belang zijn. Zij gebruiken wortelexudaten en scheiden vervolgens allerlei stoffen uit, die nuttig kunnen zijn voor de plant. Doel van dit project is om micro-organismen te selecteren, die kasgewassen helpen bij de groei onder suboptimale temperaturen. Uit 200 bacteriën die van tomaten- en komkommerwortels afkomstig zijn, is uiteindelijk één bacterie geselecteerd. Hiervan wordt verwacht dat hij plantengroei kan stimuleren bij verlaagde kastemperaturen. Deze bacterie liet in drie van de vier kasproeven een groeistimulering van vijf tot tien procent zien bij een suboptimale temperatuur. Het mechanisme hiervan is vooralsnog onbekend. Ook de omstandigheden waaronder de bacterie groeistimulering geeft zijn nog niet bekend (temperatuurrange, lichtconditie, cultivars). In de tot nu toe uitgevoerde proeven is slechts één manier van toedienen toegepast. Het betrof steeds een eenmalige toevoeging en een relatief lage dosis van de bacterie (2 x 105 cellen/ml). Optimalisatie in de toedieningswijze lijkt daarom reëel. Projectnummer: 12419

Van 01-03-2006 tot 01-09-2007
Afgerond

Temperatuurverlaging in de ochtend

In deze studie wordt door middel van interviews nagegaan hoe ondernemers met de gewassen sla, freesia en tomaat omgaan met hun temperatuurstrategie op het moment van scherm openen. Door berekeningen met een kasklimaatmodel wordt bepaald op welke wijze het scherm efficiënt ingezet kan worden, hoeveel energiebesparing hiermee mogelijk is en wat de (financiële) consequenties zijn van het verlagen van de contractcapaciteit. Door de invoering van het CDS-systeem openen veel ondernemers de schermen pas bij een hogere lichtgrens. De stralingsenergie, die op deze wijze wordt geoogst, in combinatie met een open bufferregeling maakt het mogelijk om met een beperkte aansluitwaarde (tijdelijk) toch aan de hoge warmtevraag te voldoen. Hierdoor is de omvang van de temperatuurverlaging, die ontstaat door het openen van de schermen, de afgelopen jaren afgenomen. Het is dan ook goed om te weten dat simulatieberekeningen hebben uitgewezen dat het effect van het later openen van het scherm op de dagelijkse lichtsom in de kas zeer beperkt is. Ook van de tijdelijke temperatuurdalingen die optreden bij het openen van energieschermen is geen productieremming of schade te verwachten, zo bleek uit het literatuuronderzoek. Projectnummer: 12413

Van 01-01-2006 tot 01-07-2006
Afgerond

Exploiratie energiebesparing Chrysant door optimalisatie kasklimaatregeling

Het project 'Quick scan energiezuinige glastuinbouwondernemers Chrysant en Radijs' geeft aanwijzingen dat er ruimte is voor verbetering. Echter mist een duidelijk overzicht hoe alle beschikbare technieken optimaal kunnen worden ingezet. Ook het gedrag van het gewas bij een optimale inzet is onbekend. In de chrysantenteelt wordt energiezuinig verwarmd. In situaties zonder een WKK is echter ruimte om circa 7% energie te besparen, wanneer kritischer wordt gekeken naar de temperatuur van de minimumbuis in combinatie met de schermkierregeling. Daarnaast is energiebesparing mogelijk wanneer zuivere CO2 wordt ingezet op momenten dat gas alleen wordt verstookt voor de CO2-productie. Bijkomend voordeel is dat in de zomer de CO2-concentratie in de kas hoger is en CO2 efficiënter wordt gebruikt. In veel situaties is echter inmiddels een WK-installatie aanwezig, welke vaak is gedimensioneerd op het opgehangen lampvermogen. Verlagen van de warmtevraag leidt dan al gauw tot een warmteoverschot of het vergroten van het overschot. De dimensionering van de WK-installatie verdiend dan ook aandacht. Met een WK-installatie van 20 We/m2 hoeft geen warmte te worden vernietigd en kunnen jaarlijks 1500 draaiuren meer worden gemaakt dan een installatie van 50 We/m2. Projectnummer: 12409

Van 01-01-2006 tot 01-07-2006
Afgerond

Quickscan chrysant en radijs

Er zijn ondernemers die qua energieverbruik ver onder het gemiddelde zitten en toch qua opbrengst/rendement redelijk tot goed scoren. In dit project wordt onderzocht wat deze ondernemers voor strategie hanteren, zodat duidelijk gemaakt kan worden naar andere ondernemers hoe een laag energieverbruik kan worden gerealiseerd. Aandacht gaat daarbij uit naar de klimaatinstellingen, de strategieën van de teler, zijn bedrijfssituatie en zijn taal. Iedereen kan nog een stap(je) verder komen met energiebesparing. Op vocht regelen in plaats van op raamstand is zowel voor chrysanten- als radijstelers een aanrader, maar druist in tegen het gevoel van de telers. Temperatuurverlagingen kunnen een optie zijn, maar de mate waarin, is afhankelijk van onder andere teeltschema, cultivar en of de telers al op het scherpst van de snee zit. Bij de radijstelers blijkt dat één van de eerste maatregelen die genomen moeten, het aanbrengen van een gevelscherm bij het gebruik van een bovenscherm is. Projectnummer: 12175

Van 01-01-2005 tot 01-07-2005
Afgerond

Praktijkonderzoek temperatuurintegratie sla en radijs

Eerder onderzoek toonde aan dat toepassing van temperatuurintegratie (Ti) bij kleine gewassen met buisverwarming veel perspectief biedt. Omdat 80 à 90% van de sla- en radijstelers gebruik maken van heteluchtverwarming is voor deze groep een apart onderzoek uitgevoerd. De verwachting is dat het energieverbruik minimaal 10% lager is door temperatuurintegratie te gebruiken. Op vier bedrijven (twee sla- en twee radijsbedrijven) met heteluchtverwarming is onderzocht welk effect de toepassing van Ti heeft op het gerealiseerde klimaat, energiegebruik, de productie en de kwaliteit. Helaas waren de weersomstandigheden tijdens de proefperiode niet optimaal voor de toepassing van Ti. Tot in de tweede helft van februari was er namelijk zo'n 14% minder straling en was de gemiddelde buitentemperatuur 1°C hoger dan normaal. Toch kon een energiebesparing als gevolg van Ti worden bereikt van gemiddeld 9%. Dit betekent een besparing van 0,9 m3 gas per m2. Daarnaast kan de piek in de gas afname met 10 m3/uur worden verlaagd. Projectnummer: 11691

Van 01-10-2003 tot 31-12-2004
Afgerond

De energiebalans in kengetallen

Van dertien energiebesparende maatregelen is het effect op het energiegebruik, de gewasproductie en productkwaliteit en de bedrijfseconomische kosten en baten in beeld gebracht. Dit is gedaan voor negen verschillende gewassen, te weten: tomaat, komkommer, chrysant, roos, sla, ficus, freesia en Spatiphyllum. Er is per gewas een overzicht gegeven van de energiestromen en de effecten van de meest perspectiefvolle energiebesparende maatregelen op het gasverbruik en de productie.De energiestromen en het effect van de energiemaatregelen worden meer in detail besproken. Voor de gewassen tomaat, chrysant en freesia zijn een aantal van de maatregelen ook meegenomen in het project 'Software voor energiebesparing op maat'. In dit project is een computerprogramma ontwikkeld dat nauwkeurig rekening houdt met bedrijfsspecifieke omstandigheden. Projectnummer: 11286

Van 01-03-2003 tot 31-12-2004
Afgerond

Kasklimaatbesturing op basis van verhouding assimilatie en temperatuursom

Doel van het onderzoek is om de huidige instelling op klimaatcomputers te vervangen door een eenvoudigere instelling die de teler in staat stelt op de gewenste verhouding tussen assimilatenproductie en omzetting te sturen. De verkregen resultaten kunnen drempelverlagend werken voor de toepassing van temperatuurintegratie en van daaruit tot een energiebesparing leiden. In fase 1 van het onderzoeksproject zijn meetgegevens van 4 paprikabedrijven en 6 tomatenbedrijven geanalyseerd. Het onderzoek toont aan dat er geen duidelijke relatie bestaat tussen de gemiddelde etmaaltemperatuur en de berekende assimilatieproductie voor de betreffende bedrijven. De onderzoekers gaan er vanuit dat de klimaatinstellingen niet alleen op basis van assmilatenproductie wijzigen, maar dat ook andere factoren van belang zijn. Bijvoorbeeld: zetting, bladoppervlak en andere gewaskenmerken. Verder onderzoek naar sturing op basis van enkel assimilatenproductie heeft dan ook geen zin. Bij komkommer is het onderzoek 'Flexibele meerdaagse temperatuurinstelling' gestart, waarbij de temperatuurinstelling voor het klimaatsysteem wordt gebaseerd op fysiologische kennis van het gewas. Projectnummer: 11294

Van 01-02-2003 tot 20-01-2005
Afgerond