Zoeken

Filters
Verwijder alle filters
Soort informatie
Status onderzoek
Resultaat 1 tot 10 van 91.

Grip op nog meer licht deel 2

Doel In dit project willen we de schadegrenzen voor lichtschade vaststellen bij een hortiscatter van 90% ten opzichte van ~45% zodat in de toekomst de lichtvraag van lichtgevoelige gewassen voor een groter deel ingevuld kan worden met natuurlijk zonlicht. Dit wordt gedaan met een nieuw systeem: lamellen bovenin de kas. Projectbeschrijving Bij siergewassen in de glastuinbouw wordt zowel belichting als schaduwdoeken gebruikt, in het voorjaar en najaar vaak zelfs op dezelfde dag. Dit is logisch omdat gewassen maar een zekere instantane lichtintensiteit kan verwerken waarboven schade kan ontstaan en de teler toch dezelfde dagsom wil bereiken. In eerder onderzoek is duidelijk geworden dat veel gewassen een hogere lichtintensiteit aan kunnen als het directe licht wordt omgezet naar diffuus licht. Doordat licht diffuus maken samen ging met lichtverlies is dit onderzoek uitgevoerd bij een beperkte diffusiteit van het kasdek, zo’n 40 tot 50% hortiscatter. Nu het inmiddels mogelijk is om 90% hortiscatter te realiseren zonder lichtverlies, bestaat de mogelijkheid om op een hogere lichtintensiteit van het natuurlijke zonlicht gebruik te maken en zo minder van de dagsom in te vullen met belichting en zo energie te besparen. Het probleem is dat vooralsnog onbekend is wat de grenzen zijn voor lichtschade bij een hortiscatter van 90%. In dit project wordt een kascompartiment uitgerust met verticaal hangende lamellen om de hoge diffussiteit te realiseren. Er worden twee proeven uitgevoerd, een met zeer lichtgevoelige planten en een tweede met minder lichtgevoelige planten. Dit project wordt gefinancierd door het ministerie van LNV. Het onderzoek laat zien dat een zeer diffuus kasdek (90% hortiscatter) kansen biedt om meer gebruik te maken van natuurlijk zonlicht, zonder dat zeer lichtgevoelige gewassen direct lichtschade oplopen. Bij Phalaenopsis in de afkweek bleek het mogelijk om het natuurlijke lichtniveau te verhogen tot ongeveer 400 μmol/m²/s PAR (ongeveer een verdubbeling ten opzichte van de huidige praktijk) mits het licht voldoende diffuus is. Ook voor de opkweek lijken hogere lichtniveaus haalbaar. Bij een gelijkblijvende dagsom kan dit leiden tot een besparing van circa 47% op de elektriciteit voor assimilatiebelichting. Naast energiebesparing liet het onderzoek ook zien dat gewassen onder zeer diffuus licht het beschikbare licht efficiënter benutten. Bij Anthurium en Phalaenopsis werd een 16 tot 17% hogere lichtbenuttingsefficiëntie gemeten dan onder een regulier diffuus kasdek. Bij minder lichtgevoelige potplanten resulteerde dit in meer groei en productie. Zo werd gemiddeld 6 tot 7% meer biomassa geproduceerd en leverden potrozen 12% meer bloemen, ondanks dat de planten onder de lamellen gemiddeld 9% minder licht ontvingen. De resultaten laten zien dat een zeer diffuus kasdek niet alleen helpt om meer natuurlijk licht veilig te benutten, maar ook de efficiëntie van het beschikbare licht vergroot. Daarmee biedt deze techniek perspectief om het energiegebruik voor belichting verder terug te dringen én de productie van diverse sierteeltgewassen te verhogen. Projectnummer: 24024

Van 01-11-2024 tot 01-12-2025
Afgerond

Isolerende werking van spouwschermen

Doel Dit project moet kwantitatieve informatie opleveren waarmee een onderbouwde beslissing gemaakt kan worden over de investering in een dubbel doek, een spouwscherm of een dubbele scherminstallatie. Projectbeschrijving Kleinere tuinders met een onbelichte teelt zonder WKK kijken aan tegen snel oplopende kosten voor de verwarming van de kas. De vervanging van een enkele scherminstallatie door een spouw-scherm zou hier een oplossing kunnen zijn, aangezien dit een goedkopere oplossing is dan een dubbele scherm-installatie. Om voor een willekeurige situatie overtuigend te kunnen berekenen wat de vervanging van een enkel scherm door een spouwscherm zal betekenen, moeten nauwkeurige metingen in laboratorium omstandigheden worden gedaan zodat de fysische processen goed onderbouwd kunnen worden en in modellen kunnen worden verwerkt. Op deze manier kan de teler een weloverwegen beslissing maken. De uitvoering van dit project rust op twee pijlers: labmetingen en modelberekeningen. Het project bestaat uit de volgende werkpakketten: Meten van verschillende schermmaterialen Verwerking van gemeten warmteoverdrachtsparameters van de verschillende schermsystemen Aanpassing van het gebruikersinterface van de KasEnergieWijzer Dit project wordt gefinancierd door het ministerie van LNV. Spouwscherm verhoogt isolatiewaarde van kas Uit het onderzoek blijkt dat spouwschermen de isolerende werking van een kas duidelijk verbeteren. Wanneer een tweede schermdoek op enige afstand van het eerste doek wordt geplaatst (bijvoorbeeld circa 4 cm), ontstaat een isolerende luchtlaag. De isolatiewaarde van zo’n spouwscherm blijkt vergelijkbaar met die van een volledige extra scherminstallatie. Ook twee doeken die direct op elkaar liggen isoleren beter dan één doek, maar het creëren van een spouw zorgt voor een duidelijke extra verbetering. Uit de metingen blijkt dat een spouw van ongeveer 4 cm het meest effectief is; een grotere afstand levert nauwelijks extra isolatie op. Lagere warmtevraag in verschillende teelten De betere isolatie vertaalt zich in een lagere warmtevraag in de kas. In een belichte tomatenkas kan een spouwscherm leiden tot een reductie van de warmtevraag van circa 9% (ongeveer 2,5 m³ gas per m² per jaar). In een onbelichte paprikateelt ligt de besparing rond 5% (circa 1,2 m³ per m² per jaar) en in de gerberateelt eveneens ongeveer 5% (circa 1,1 m³ per m² per jaar). In deze berekeningen is rekening gehouden met het feit dat het scherm overdag soms vaker geopend moet worden om lichtverlies te beperken. Grootste besparing bij apart schermsysteem Wanneer een extra doek zonder spouw op het bestaande scherm ligt, zijn de energiebesparingen duidelijk kleiner en kunnen ze zelfs negatief uitvallen door extra lichtverlies. De grootste energiewinst wordt bereikt wanneer het tweede doek in een apart schermsysteem wordt geplaatst. In dat geval kan de warmtevraag met ongeveer 15% worden verlaagd in tomaat en gerbera en circa 9% in paprika, doordat de schermen onafhankelijk van elkaar gestuurd kunnen worden en beter afgestemd kunnen worden op de teeltomstandigheden. Projectnummer: 24014

Van 01-04-2024 tot 30-04-2025
Afgerond

Met Low-ε naar een fossielvrije onbelichte (aubergine)teelt

Doel Het doel van dit project is demonstratie van een fossielevrij toekomstbestendige onbelichte aubergineteelt. Dit door de toepassing van laag emissieglas samen met schermgebruik, ontvochtiging en teeltstrategie. Projectbeschrijving Verhoging van de isolatie via het kasdek via een laag-emissiecoating is een veelbelovende ontwikkeling. Dit glas combineert een zeer hoge transmissie met een zeer hoge isolatiewaarde zodat energieverliezen worden geminimaliseerd. Met eerdere proeven in tomaat en aubergine blijkt dat de voorspelde besparing op warmtevraag van 20% meer dan gehaald wordt. Het langzamer afkoelen van de kas als potentieel nadeel, waardoor in warme perioden hogere etmaaltemperaturen ontstaan, blijft in het algemeen binnen 0.3 á 0.4 °C en heeft in geen van de proeven tot nadelige gevolgen voor het gewas geleid. Vanwege schaaleffecten van onder andere temperatuur en interactie met insectengaas is het zinvol om het onderzoek op te schalen. Dat geven ook auberginetelers aan. Het onderzoek bestaat uit het aanpassen van het kas- en teeltconcept, evaluatie van het teeltconcept tegen een referentiesituatie uit de praktijk en kennisoverdracht. Dit project wordt gefinancierd door het ministerie van LNV. Sterke energiebesparing met low-ε glas De proef met aubergine onder low-ε glas, drie schermen en actieve ontvochtiging laat zien dat zeer vergaande energiebesparing technisch haalbaar is. Na correctie voor het verkeerd gemonteerde kasdek in de winter en het relatief grote geveloppervlak kwam het fossiele warmtegebruik uit op minder dan 100 kWh per m² (11,4 m³ gas). Daarmee werd de energiedoelstelling alsnog gehaald. Ten opzichte van het referentiebedrijf lag het warmtegebruik zelfs meer dan 20% lager. Simulaties tonen bovendien aan dat de low-ε coating op het glas zorgde voor circa 12% minder warmtevraag. Actieve ontvochtiging met warmteterugwinning speelde hierbij een belangrijke rol. Door de geoogste warmte opnieuw in te zetten, kon een groot deel van de warmtevraag elektrisch worden ingevuld. In combinatie met een warmtepomp en seizoensopslag (WKO) kan deze teelt in principe richting fossielvrij worden gebracht. Productie bleef tijdelijk achter De productie in de proefkas bleef 19% lager dan bij het praktijkbedrijf. Dat verschil ontstond vooral in het voorjaar door bloemabortie en een wisselende plantbelasting, waardoor het gewas uit balans raakte. Ook een lagere effectieve lichttransmissie en een minder gunstige CO2-concentratie speelden waarschijnlijk mee. Door gerichte teeltmaatregelen herstelde het gewas zich later in het seizoen en aan het einde van de teelt waren de producties vrijwel gelijkwaardig. CO₂-benutting vraagt aandacht Het CO2-gebruik kwam hoger uit dan gewenst. Op basis van metingen werd 26 kg per m² geregistreerd, terwijl berekeningen uitkwamen op 17 kg per m². Daarmee werd de doelstelling van 15 kg per m² net niet gehaald. Dit wijst erop dat de benutting van CO2 in de kas nog niet optimaal was en verdere optimalisatie nodig is. Wat laten de resultaten zien? De combinatie van low-ε glas, hoge isolatie en actieve ontvochtiging heeft een groot potentieel om de aubergineteelt structureel energiezuiniger te maken. De resultaten laten zien: De warmtevraag kan met meer dan 20% worden verlaagd 100 kWh per m² fossiele warmte is haalbaar in dit concept Low-ε glas draagt hier substantieel aan bij De grootste uitdaging ligt in het behouden van een stabiele, hoge productie Het project maakt duidelijk dat de techniek werkt, maar dat verdere verfijning van teeltstrategie, lichtbenutting, CO2-sturing en vochtregeling nodig is om energiezuinig telen ook economisch optimaal te laten zijn. Projectnummer: 23021

Van 01-11-2023 tot 01-12-2024
Afgerond

Toekomstbestendige aubergine met hoog rendement

Doel Het doel van dit project is te komen tot een toekomstbestendig teeltconcept (en dit te demonstreren) voor aubergine met LED-belichting en een minimale resterende warmtevraag die aansluit bij de transitie naar een fossielvrije glastuinbouw. Projectbeschrijving Aubergines worden in Nederland vooralsnog onbelicht geteeld. Het is een energie-intensieve teelt waar nog een flinke stap gemaakt moet worden richting een fossielvrij teeltconcept in 2040. Groeiende vraag naar Nederlandse aubergines jaarrond van de retail en een mogelijkheid tot verbetering van de bedrijfsvoering maakt het economisch interessant voor de telers om de stap naar belichting te zetten. Daarnaast biedt het inzetten van energiezuinige LED-belichting ook de mogelijkheid om de aanvullende warmte-input te minimaliseren. Aubergines telen onder belichting is echter niet zonder uitdaging. Om tot een rendabel teeltconcept te komen is verdere kennisontwikkeling nodig over gewassturing in een energiezuinige teelt met LED-belichting. De grootste uitdaging zit in het kunnen sturen op een goede plantbalans. Met dit project wordt een proef opgezet met teelt van twee rassen, dimbare LED-belichting en schermen. Dit project wordt gefinancierd door het ministerie van LNV. Projectnummer: 23018

Van 01-10-2023 tot 01-12-2024
Afgerond

Komkommer jaarrond in balans met minimaal energieverbruik II

Doel Het doel van dit project is het ontwikkelen en demonstreren van een nieuwe energiezuinige teeltstrategie voor de belichte hogedraad komkommerteelt met de focus op verlaging van de ecologische footprint van een kilogram komkommer, optimalisatie van de verdamping van een komkommerplant in samenhang met een minimaal energieverlies en het zo duurzaam mogelijk inzetten van de warmte- en elektravraag gedurende de teelt. Projectbeschrijving In het winterseizoen 2022-2023 heeft er een geslaagde belichte hogedraadteelt komkommer plaatsgevonden bij Botany waarbij er met 10m3 gas en 100kWh elektriciteit kwalitatief goede komkommers geproduceerd zijn. Een mooie eerste stap binnen de komkommersector en een belangrijke mijlpaal richting een klimaatneutrale komkommerteelt. Leerpunten en uitkomsten van het voorgaande onderzoek zijn meegenomen in het nieuwe projectplan. De combinatie van een hoge mate van isolatie, een gunstigere verhouding van energie-input via de LED-belichting en verwarming, terugwinning van verdampingswarmte en controle over de verdamping, moeten een rendabelere en energiezuinigere komkommerteelt binnen handbereik brengen. Binnen dit project wordt een demoprief opgezet waarbij geteeld zal worden volgens de principes van Het Nieuwe Telen onder LED-belichting die dynamisch stuurbaar zal zijn in intensiteit en spectrum. Verder is een maximale schermstrategie van kracht voor maximale energiebesparing en wordt gebruik gemaakt van een actief ontvochtigingssysteem met warmteterugwinning. De verdamping zal zo nodig beperkt worden. Dit project wordt gefinancierd door het ministerie van LNV. Door de donkere winter is er 5kWh/m 2 meer belicht. Het is een zoektocht geweest om te komen tot een lagere relatieve verdamping (gram/mol PAR). Halverwege de teelt (week 2) is het debiet van het ontvochtigingssysteem verlaagd. Dit had een gunstige uitwerking op de verdamping in gram/mol en een besparende werking op het gasverbruik. De productie van Dee Flexion kwam uit op 48,8 kg/m 2 . Dit is een meerproductie van 45% ten opzichte van de teelt van 2022 – 2023. De benodigde m 3 aardgasequivalenten per kg komkommer was hierbij 19% lager ten opzichte van vorige winter. Tijdens deze teelt is hiermee aangetoond dat door een andere verdeling van de beschikbare hoeveelheid energie (meer energie voor licht, minder energie voor (buis)warmte), de ecologische voetafdruk van komkommer verder verlaagd kan worden. Hoewel zowel de productiecijfers als de energie-efficiëntie van deze teelt beduidend hoger lagen dan die in de vorige winterteelt, was de lichtbenuttingsefficiëntie (LBE) aan de lage kant (18,8 gram vers per mol PAR, waarbij enkel de productieweken zijn meegenomen), terwijl vooraf gerekend is met een lichtbenuttingsefficiëntie van 22 g/mol PAR. Een mogelijke verklaring voor de laag blijvende lichtbenuttingsefficiëntie is het hoge drogestofgehalte van de vruchten: gemiddeld over de gehele teelt was dit 3,4%, terwijl 2,8% dichter bij de praktijk ligt. De redenatie kan ook worden omgekeerd: om de geprognotiseerde LBE te behalen hadden er 15% meer vruchten moeten uitgroeien dan is gebeurd. De berekeningen aan de assimilatenbalans hebben laten zien dat de aanmaak van assimilaten gedurende de gehele teelt hoger lag dan het verbruik. Dit, samen met de relatief lage plantbelasting, maken dat wellicht met een hogere plantbelasting geteeld had kunnen worden. Mogelijk heeft ook dit een verlagend effect op het drogestof gehalte van de vruchten. Projectnummer: 23011

Van 01-07-2023 tot 30-09-2024
Afgerond

Uitbreiding Natte schermen en schermgebruik

Doel: Ontwikkeling van een meetprotocol/meetapparatuur om de fysische eigenschappen die van invloed zijn op de energiebesparing van schermen op zowel droge als natte schermmonsters te karakteriseren en verbetering van de rekenmodellen zoals Kaspro. Eigenschappen van schermen worden beter inzichtelijk waardoor er een betere keus tussen schermen gemaakt kunnen worden en leveranciers hun schermen kunnen verbeteren. Aanpak: In 2019 is een project goedgekeurd (“Natte schermen en het energiegebruik”), waarin nieuwe meetprotocollen worden ontwikkeld om de eigenschappen van monsters van natte schermen te schatten, waarbij twee nieuwe apparaten werden gebouwd: a) Eén apparaat dat de meting van vochttransport door het scherm combineert met de bepaling van de thermische eigenschappen (d.w.z. emissiviteit) van de natte monsters. b) Een nieuw apparaat voor het meten van de aerodynamische eigenschappen van de schermen (permeabiliteit) voor zowel droge als natte monsters. Het project loopt nu anderhalf jaar. Tot nu toe zijn beide apparaten gebouwd, maar hun ontwerp, constructie en kalibratie hebben een groot aantal problemen ondervonden die de meting van de monsters hebben vertraagd en hogere kosten met zich meebrachten dan in het begin werd geschat. Op dit moment zijn de machines klaar om te worden gekalibreerd. Additioneel ten opzichte van het lopende project wordt de betekenis van meetresultaten van diverse schermen voor de praktijk van de tuinder onderzocht (voorbeeldgewas tomaat). Een analyse van de energiebesparing waarin ook verschillende scenario’s worden berekend van het gebruik van de schermdoeken in de praktijk met verschillende schermuren en tijdstippen waarin niet alleen naar energiebesparing maar ook naar klimatologische gevolgen voor kas en gewas wordt gekeken. In deze scenario’s moet ook aandacht worden besteedt om tuinders het beste om kunnen gaan met latente warmte-afvoer, dus verschillende schermmaterialen vs. schermkieren vs. mechanische ontvochtiging. Dergelijke modelberekeningen, analyse, conclusie en beschouwingen moeten leiden tot beter inzicht voor tuinders en hun in staat stellen om weloverwogen beslissingen te nemen. De toepassing van Het Nieuwe Telen in Nederlandse kassen is sterk afhankelijk van het gebruik van één of meerdere beweegbare schermen. Schermen beïnvloeden ook de beheersing van het kasklimaat door effecten op uitstraling en lucht- en vochtuitwisseling onder en boven het scherm. Dit heeft direct invloed op de energiebesparing. De doelstellingen van de projecten Meten aan natte schermen (Wet Screens) en Uitbreiding natte schermen en schermgebruik waren het kwantificeren van de schermeigenschappen door gestandaardiseerde metingen: thermische eigenschappen zoals emissie, aerodynamische eigenschappen zoals luchtdoorlatendheid en vochttransport. Uit de gemeten schermeigenschappen kan vervolgens de totale potentiële energiebesparing worden berekend, onder vooraf gedefinieerde omstandigheden. Hiermee wordt een objectieve vergelijking van schermmaterialen onder droge en natte omstandigheden mogelijk. Hierdoor krijgen telers meer inzicht in schermeigenschappen en kunnen ze een weloverwogen keuze maken voor hun investeringen en gebruik in de praktijk. De resultaten laten zien dat schermen met een lage permeabiliteit en een lage emissie de grootste energiebesparing opleveren. Simulatieresultaten van de totale potentiële energiebesparing laten zien dat het laagste energieverbruik kan worden bereikt als schermen een lage luchtdoorlatendheid hebben. Bij de onderzochte schermen verschilt de energiebesparing tussen 17% (hoge luchtdoorlatendheid) en 43% (lage luchtdoorlatendheid) in de nacht in vergelijking met een situatie zonder scherm. Schermen met een lage luchtdoorlatendheid veroorzaken een hogere luchtvochtigheid. Deze is goed te vermijden door bewust de luchtuitwisseling te verhogen, door schermkieren of door schermventilatoren. Dit laatste kan voor telers de voorkeur hebben, omdat schermkieren mogelijk kunnen leiden tot inhomogeniteit van de temperatuurverdeling in de kas. Mechanische ontvochtiging kan de energiebehoefte van een kas aanzienlijk verlagen, omdat latente energie kan worden geregenereerd. Dit gaat ten koste van een grotere elektriciteitsvraag, maar bij de huidige verhouding tussen gas- en elektriciteitskosten zullen de gecombineerde energiekosten aanzienlijk dalen. Om het meeste profijt te hebben van mechanische ontvochtiging is een scherm met een zeer lage luchtdoorlatendheid nog belangrijker. Schermen met een lage luchtdoorlatendheid en gelijktijdig een lage emissiviteit (hoge reflectiviteit van warmtestraling) zorgen voor de hoogste energiebesparing. Schermfabrikanten moeten zich volgens de onderzoekers richten op de ontwikkeling van schermen met een lage luchtdoorlatendheid en gelijktijdig een lage emissiviteit. Deze zorgen voor de hoogste energiebesparing; in het onderzoek tot 43% tijdens de nacht uren. Voor een teler betekenen de resultaten dat een laag doorlatend scherm kan leiden tot meer uren met een te hoge luchtvochtigheid. Echter, als in die gevallen de luchtuitwisseling tussen boven- en ondercompartiment bewust wordt vergroot, bijvoorbeeld door schermkieren of door schermventilatoren te gebruiken die lucht tussen boven en onder het scherm verversen, kan zo een te hoge luchtvochtigheid worden vermeden. Natuurlijk leidt deze manier van verlaging van de luchtvochtigheid tot een toename van het energieverbruik, omdat telen bij een lagere luchtvochtigheid altijd zal resulteren in een hogere warmtevraag. Omdat het verhogen van de luchtuitwisseling over het scherm echter het meest wordt toegepast tijdens minder koude periodes, is de extra warmtevraag van schermkieren of schermventilatoren in geen geval meer dan 0,9 m³/m² jaar. Voor een aantal schermen is de extra warmtevraag nauwelijks meetbaar. Telen bij een hoge luchtvochtigheid zou volgens Het Nieuwe Telen een geaccepteerd principe moeten zijn. Als de luchtvochtigheid bij een lagere luchtvochtigheid wordt geregeld, bijvoorbeeld 85% RV in plaats van 88% RV, zal het energieverbruik aanzienlijk toenemen. Als mechanische ontvochtiging wordt toegepast met voelbare en latente warmteterugwinning, wordt het belang van een weinig doorlatend scherm alleen maar groter. Het werkingsprincipe van mechanische ontvochtiging is het vermijden van latente warmteverliezen naar de omgeving, dus een beter gesloten scherm zal belangrijk zijn. Projectnummer: 20149

Van 01-02-2020 tot 31-08-2020
Afgerond

BEST kan beter

De BEST (Berry Energy Saving Technology) kas (voorheen noppenfoliekas, ca 500 m2 onderdeel van het IDC energie bij WUR glas) maakt de verwachtingen met betrekking tot het energiegebruik bij de huidige frambozenteelt(en) waar met een verbruik van 5.7 m3/m2 (januari t/m juni). Zie projectnr. 20056 . Dit is een besparing van ca. 20% en is veelal te danken aan de goede isolatie van het kasdekmateriaal (soort noppenfolie), het gebruik van het energiescherm en toepassing van de basisregels van Het Nieuwe Telen. Hoewel de lekdichtheid van een foliekas altijd een uitdaging is, blijkt deze gezien het gerealiseerde gebruik zeker binnen de doelstellingen. Daar staat tegenover dat de kas een enorme ventilatiecapaciteit heeft waar deze frambozenteelt dankbaar gebruik van maakt, wat heeft geleid tot een (meer dan) goede productie. Deze eigenschappen maken de BEST kas ideaal voor de teelt van “luchtig” geteelde gewassen die bij een verlenging van het seizoen een beperkte energievraag kennen. De trend waar met name zacht- maar ook steen- en hardfruit meer en meer beschermd geteeld gaan worden, zet onverminderd voort. Hoewel tot nog toe framboos in deze kas geteeld is, kan dit type kas waarschijnlijk voor een heel scala aan zacht-, steen- en hardfruitsoorten en andere gewassen worden ingezet. Doel Een winterframbozenteelt in de BEST greenhouse met een laag verbruik van energie, CO2 en chemische gewasbeschermingsmiddelen met een verdere verbetering van de productie en gewas- en productkwaliteit. Daarnaast wordt onderzocht wat andere potentiele gewassen voor dit kastype is waarbij een zomer- en herfstteelt van een alternatief gewas getest wordt. Met deze kennis kunnen telers een goed oordeel vellen over de haalbaarheid van dit type kas en kunnen ze hun huidige teelt optimaliseren. Aanpak WP1 Teelt framboos. In de kas zal praktijkconform begin januari 2020 gestart worden met één of mogelijk twee rassen met een teeltduur van 6 maanden. Naast gebruikelijk metingen rondom productie, kwaliteit en houdbaarheid, gewasgezondheid, klimaat en ook uitstraling, wordt de CO2 nauwkeurig gemeten en gedoseerd. Ook worden fotosynthesemetingen gedaan onder verschillende omstandigheden. WP 2 CO2 emissie reductie. Om pieken in het energieverbruik te voorkomen zal het verbruik per dag worden gemaximaliseerd, welke vertaald wordt in een maximum buistemperatuur. Bij een tijdelijk tekort aan energie onder koude omstandigheden, zullen lagere kastemperaturen worden getolereerd. Voor de CO2 wordt een maximaal jaargebruik van 10 kg/m2 als uitgangspunt genomen. Vooral bij de grote ventilatiesnelheden, die in deze kas bereikt kunnen worden kan het doseren op die momenten ter discussie gesteld worden. Er zal dan ook een CO2-doseerplan opgesteld worden, de CO2-doseerslangen komen op verschillende posities te liggen en er wordt een flexibel meetnet (max. 10 meetpunten) met een nauwkeurige CO2-meter via een multiplexer verbonden WP 3 productassortiment energie-extensieve teelten. De BEST kas is ideaal voor de teelt van “luchtig” geteelde gewassen die bij een verlenging van het seizoen een beperkte energievraag kennen. Er is onmiskenbaar een trend gaande waar met name zacht- maar ook steen- en hardfruit meer en meer beschermd geteeld gaan worden. Er zal een inventarisatie en grove haalbaarheid gemaakt gaan worden van potentiële gewassen die in dit kastype geteeld zouden kunnen worden. WP 4 vervolgteelt. Als het resultaat van werkpakket 3 een veelbelovend gewas oplevert welke ook vrijwel direct (logisch startmoment in het teeltseizoen en beschikbaar plantmateriaal) zonder ingrijpende aanpassingen aan de kas geteeld kan gaan worden, wordt dit gewas de 2 e seizoenshelft geteeld. Indien hiervoor te grote obstakels zijn, zal er een bramenteelt uitgevoerd gaan worden De telers investeren 10% in dit project. In 2018 is met een consortium een kas ontwikkeld voor gewassen met een lagere energiebehoefte om met minder energie (klimaatneutraal) te telen en de productie te verbeteren. Er is gekozen voor een noppenfoliedek op een kas met doorlopende nokluchting met scherm en goten met containers om drainwater te kunnen hergebruiken. Framboos is gekozen als pilot voor een groep gewassen die in de toekomst in een kas geteeld kunnen gaan worden. Het klimaat is geregeld volgens de principes van het Nieuwe Telen. De BEST kas (Berry Energy Saving Technology) heeft in het eerste jaar (2019) aan de doelstellingen voldaan. Er was een laag energieverbruik (5.7 m3/m2 t.o.v. een verwachte 5 - 8 m3/m2), een hoge productie (7.1 kg/m2 t.o.v. een verwachte 6 kg/m2) en een goede teelt in potten op goten om hergebruik van voedingsoplossing mogelijk te maken. Er zijn twee teelten uitgevoerd met het ras Diamond Jubilee. De noppenfolie kas had een goed uniform klimaat waarin een goede kwaliteit (hoog suikergehalte, goede houdbaarheid) framboos is geteeld. De plantdichtheid varieerde van 1.8 canes/m2 tot 2.2 canes/m2 maar dient verder geoptimaliseerd te worden. De economische analyse laat zien dat een noppenfoliekas een lagere investering heeft als een glazen kas maar dat vooral het binnenklimaat (lagere maximum temperaturen in de zomer) beter is, er is meer ventilatiecapaciteit. Projectnummer: 20137

Van 01-12-2019 tot 28-02-2021
Afgerond

Leliebroei op weg naar fossielvrij

Doel: Het uiteindelijke doel is om tot een nieuw teeltconcept voor de leliebroei te komen dat geen fossiele energie meer vraagt. In dit project wordt kennis ontwikkeld waarmee de eerste drie/vier weken van de teelt in een meerlagensysteem toegepast kan worden. Toelichting: Om de lelieteelt fossielvrij te krijgen moeten ten eerste de behoefte aan elektra en warmte beperkt worden. Dit betekent zoveel mogelijk gebruik natuurlijk daglicht en led belichting v.w.b. elektra. Voor warmte betekent dit zoveel mogelijk isoleren (schermen) met bijbehorende ontvochtiging. Voor de lelieteelt liggen er kansen omdat gedurende de eerste kasweken de licht- en warmtebenutting erg inefficiënt is. Er is nog weinig bladoppervlakte, waardoor vooral de grond belicht wordt en een groot kasvolume verwarmd moet worden zonder dat er veel gewas in staat. Bij teelt in kisten is de assimilatenbehoefte laag gedurende de eerste 4 weken na plaatsing van de kisten in de kas, volgend op de voortrek in de cel en kan de belichting beperkt worden. Door dit in een meerlagensysteem in een bestaande kas te doen kan er ca. 10 m3/m2 aardgas bespaard worden. De uitdaging in een voorbroeifase met LED-belichting is te sturen op voldoende bloeisnelheid, beperking van stengelstrekking en voldoende bladspreiding. Aanpak: Op basis van literatuuronderzoek en kennis van betrokken onderzoekers wordt een aantal kansrijke belichtingsstrategieën ontwikkeld voor teelt van lelies onder LED. De strategieën worden getoetst in de klimaatcellen: Gedurende 3 à 4 weken in 4 tot 5 teeltronden worden verschillende rassen lelie ‘voorgebroeid’ onder de verschillende be-lichtingsomstandigheden (intensiteit, spectrum en daglengte). Het doel is de minimaal benodigde lichtintensiteit (= minimale energieverbruik en investering) en het ideale lichtspectrum te identificeren. Er zijn 6 behandelingen per ronde mogelijk. Na de voorbroei worden de kisten met voorgebroeide lelies verder afgebroeid in een proefkas van Delphy IC, waarin al een controle-teelt staat van dezelfde partij bollen als gebruikt in de voorbroei-fase. De ontwikkeling van het gewas wordt gemonitored. Teeltduur en takkwaliteit worden gemeten. Mits na voorbroei een goede kwaliteit lelie kan worden gebroeid zonder veel vertraging, worden in het rapport aanbevelingen gedaan voor inpassing van de opgedane kennis in een energiezuinig teeltconcept. Medefinanciering 17.000,- door gewascooperatie lelie. Een aparte voorbroeifase onder LED-belichting biedt kansen voor de lelieteelt. Als een lage lichtintensiteit gedurende de voorbroei voldoende is, kan fors worden bespaard op elektra. Bij een meerlagenteelt geldt dat ook op warmte en op ruimte. De effecten van LED-belichting gedurende een daglichtloze voorbroeifase zijn afgelopen winter onderzocht. Daarbij is ook het effect daarvan op gewasontwikkeling en de eindkwaliteit na afbroei in de kas bekeken. Projectnummer: 20123

Van 01-08-2019 tot 30-09-2020
Afgerond

Praktijkinventarisatie toepassing HNT

Doel: Inzicht in welke technieken en methoden nu worden toegepast in de praktijk om het verbruik aan warmte en de piekvraag warmte te verlagen, inventarisatie van de knelpunten daarbij en welke mogelijkheden er nog zijn. De nadruk ligt op toepassing van bestaande technieken en op de teelttechniek, niet op het doen van extra investeringen. Bedrijven leren van collega bedrijven en van adviseurs wat er nog aan mogelijkheden voor energiebesparing zijn. Op 35 bedrijven verdeeld over 7 teelten wordt een energiescan uitgevoerd. Vervolgens wordt in diepte interviews door teeltadviseurs met de 35 bedrijven de achtergronden en motieven van de teeltstrategie en het bijbehorende warmteverbruik doorgenomen. Zo worden de knelpunten en kansen t.a.v. piekverbruik en totaal verbruik warmte inzichtelijk gemaakt. Daarna worden in workshops per teelt de resultaten besproken en de bedrijven onderling vergeleken. Deze workshops zijn voor alle telers uit de teeltgroep toegankelijk. In een tweede ronde interviews wordt geïnventariseerd of de voorgaande acties tot aanpassingen van de energiehuishouding. Voor het Project Spaarmotief zijn 35 telers geïnterviewd als inventarisatie over hun mening aangaan-de energiebesparing. Nagenoeg alle telers geven aan dat energiebesparing niet hoog op hun agenda staat. Door de lage gasprijs is het economisch niet interessant om hier in te investeren. Toch gebeurt er veel op het gebied van energie, maar dan vanuit teelt perspectief. Qua kasuitrusting is het gebruik van schermen bijna standaard geworden. Het nut van dubbele schermen is bespreekbaar. Daarnaast heeft het gebruik van ventilatoren een grote meerwaarde als vervanger voor minimum buis om meer verdamping te realiseren. Ontvochtigen van de kaslucht wordt niet standaard gedaan maar wordt als interessant voor de toekomst ervaren. Het gebruik van sensoren als pyrgeometer, planttemperatuurmeter en PAR sensor neemt toe al geeft een behoorlijk deel van de geinterviewden aan dat ze het nog lastig vinden hierop te sturen. Piekbelasting komt niet voor de laatste 2 jaar. De buitentemperaturen zijn niet extreem geweest. Alle deelnemers hebben kennis van Het Nieuwe Telen en staan open om de kennis toe te passen Projectnummer: 20115

Van 01-05-2019 tot 31-07-2020
Afgerond

Met LED naar een perfecte chrysant

In 2017 en 2018 is onderzoek gedaan naar de teelt van de Perfecte Chrysant, waarbij ontvochtiging en koeling middels OPAC’s en aanzuiging van lucht van boven de doeken is gebruikt. Er is belicht met LED en SON-T (hybride). CO2 is beperkt gedoseerd en de warmte inzet is geminimaliseerd door een extra schermdoek te gebruiken en geen standaard ondernet (minimumbuis) te hanteren. Met de koeling wordt via ruim voldoende warmte worden geoogst om hiermee de kas jaarrond met een warmtepomp en warmte koude opslag (WKO) te kunnen verwarmen. Met hybride belichting is elektriciteit bovendien effectiever benut dan met alleen SON-T belichting. Energetisch is er een grote stap te zetten, maar tegen hoge investeringen (WKO). Daarbij is het doel een perfecte chrysant niet gerealiseerd. De sierwaarde van de geoogste chrysanten is door de begeleidende telers als minder dan de praktijk beoordeeld, al werd de kwaliteit per teelt zeker in het tweede jaar beter. De doelen van dit project zijn: Uitvoeren van een perfecte chrysantenteelt (in totaal 6 teelten) op 1000 m2 onder full LED bij een gelijkblijvende of hogere lichtbenuttingsefficientie (LBE) dan bij SON-T. Productie van uniforme kwaliteit chrysanten; de ‘perfecte chrysant’. Het objectiveren van de kwaliteit van de chrysant. Monitoren van de groei van de plant gedurende de gehele teelt. Ontwikkeling van een praktisch toepasbare methode voor het gedetailleerder volgen van de groei van de chrysant. Beheersing van de luchtvochtigheid door actieve ontvochtiging met een warmtepomp waarbij de warmte op dagbasis wordt benut om de kas te verwarmen. Het demonstreren van het effect op het kasklimaat van insectengaas met een maaswijdte voor grotere insecten in de luchtramen in combinatie met verneveling. Dit project wordt gefinancierd door Kas als Energiebron, chrysantentelers (ChrIP), stekbedrijven en Signify. Projectnummer: 20109

Van 01-02-2019 tot 14-05-2020
Afgerond