Zoeken

Resultaat 1 tot 10 van 22.

Uitbreiding Natte schermen en schermgebruik

Doel: Ontwikkeling van een meetprotocol/meetapparatuur om de fysische eigenschappen die van invloed zijn op de energiebesparing van schermen op zowel droge als natte schermmonsters te karakteriseren en verbetering van de rekenmodellen zoals Kaspro. Eigenschappen van schermen worden beter inzichtelijk waardoor er een betere keus tussen schermen gemaakt kunnen worden en leveranciers hun schermen kunnen verbeteren. Aanpak: In 2019 is een project goedgekeurd (“Natte schermen en het energiegebruik”), waarin nieuwe meetprotocollen worden ontwikkeld om de eigenschappen van monsters van natte schermen te schatten, waarbij twee nieuwe apparaten werden gebouwd: a) Eén apparaat dat de meting van vochttransport door het scherm combineert met de bepaling van de thermische eigenschappen (d.w.z. emissiviteit) van de natte monsters. b) Een nieuw apparaat voor het meten van de aerodynamische eigenschappen van de schermen (permeabiliteit) voor zowel droge als natte monsters. Het project loopt nu anderhalf jaar. Tot nu toe zijn beide apparaten gebouwd, maar hun ontwerp, constructie en kalibratie hebben een groot aantal problemen ondervonden die de meting van de monsters hebben vertraagd en hogere kosten met zich meebrachten dan in het begin werd geschat. Op dit moment zijn de machines klaar om te worden gekalibreerd. Additioneel ten opzichte van het lopende project wordt de betekenis van meetresultaten van diverse schermen voor de praktijk van de tuinder onderzocht (voorbeeldgewas tomaat). Een analyse van de energiebesparing waarin ook verschillende scenario’s worden berekend van het gebruik van de schermdoeken in de praktijk met verschillende schermuren en tijdstippen waarin niet alleen naar energiebesparing maar ook naar klimatologische gevolgen voor kas en gewas wordt gekeken. In deze scenario’s moet ook aandacht worden besteedt om tuinders het beste om kunnen gaan met latente warmte-afvoer, dus verschillende schermmaterialen vs. schermkieren vs. mechanische ontvochtiging. Dergelijke modelberekeningen, analyse, conclusie en beschouwingen moeten leiden tot beter inzicht voor tuinders en hun in staat stellen om weloverwogen beslissingen te nemen. De toepassing van Het Nieuwe Telen in Nederlandse kassen is sterk afhankelijk van het gebruik van één of meerdere beweegbare schermen. Schermen beïnvloeden ook de beheersing van het kasklimaat door effecten op uitstraling en lucht- en vochtuitwisseling onder en boven het scherm. Dit heeft direct invloed op de energiebesparing. De doelstellingen van de projecten Meten aan natte schermen (Wet Screens) en Uitbreiding natte schermen en schermgebruik waren het kwantificeren van de schermeigenschappen door gestandaardiseerde metingen: thermische eigenschappen zoals emissie, aerodynamische eigenschappen zoals luchtdoorlatendheid en vochttransport. Uit de gemeten schermeigenschappen kan vervolgens de totale potentiële energiebesparing worden berekend, onder vooraf gedefinieerde omstandigheden. Hiermee wordt een objectieve vergelijking van schermmaterialen onder droge en natte omstandigheden mogelijk. Hierdoor krijgen telers meer inzicht in schermeigenschappen en kunnen ze een weloverwogen keuze maken voor hun investeringen en gebruik in de praktijk. De resultaten laten zien dat schermen met een lage permeabiliteit en een lage emissie de grootste energiebesparing opleveren. Simulatieresultaten van de totale potentiële energiebesparing laten zien dat het laagste energieverbruik kan worden bereikt als schermen een lage luchtdoorlatendheid hebben. Bij de onderzochte schermen verschilt de energiebesparing tussen 17% (hoge luchtdoorlatendheid) en 43% (lage luchtdoorlatendheid) in de nacht in vergelijking met een situatie zonder scherm. Schermen met een lage luchtdoorlatendheid veroorzaken een hogere luchtvochtigheid. Deze is goed te vermijden door bewust de luchtuitwisseling te verhogen, door schermkieren of door schermventilatoren. Dit laatste kan voor telers de voorkeur hebben, omdat schermkieren mogelijk kunnen leiden tot inhomogeniteit van de temperatuurverdeling in de kas. Mechanische ontvochtiging kan de energiebehoefte van een kas aanzienlijk verlagen, omdat latente energie kan worden geregenereerd. Dit gaat ten koste van een grotere elektriciteitsvraag, maar bij de huidige verhouding tussen gas- en elektriciteitskosten zullen de gecombineerde energiekosten aanzienlijk dalen. Om het meeste profijt te hebben van mechanische ontvochtiging is een scherm met een zeer lage luchtdoorlatendheid nog belangrijker. Schermen met een lage luchtdoorlatendheid en gelijktijdig een lage emissiviteit (hoge reflectiviteit van warmtestraling) zorgen voor de hoogste energiebesparing. Schermfabrikanten moeten zich volgens de onderzoekers richten op de ontwikkeling van schermen met een lage luchtdoorlatendheid en gelijktijdig een lage emissiviteit. Deze zorgen voor de hoogste energiebesparing; in het onderzoek tot 43% tijdens de nacht uren. Voor een teler betekenen de resultaten dat een laag doorlatend scherm kan leiden tot meer uren met een te hoge luchtvochtigheid. Echter, als in die gevallen de luchtuitwisseling tussen boven- en ondercompartiment bewust wordt vergroot, bijvoorbeeld door schermkieren of door schermventilatoren te gebruiken die lucht tussen boven en onder het scherm verversen, kan zo een te hoge luchtvochtigheid worden vermeden. Natuurlijk leidt deze manier van verlaging van de luchtvochtigheid tot een toename van het energieverbruik, omdat telen bij een lagere luchtvochtigheid altijd zal resulteren in een hogere warmtevraag. Omdat het verhogen van de luchtuitwisseling over het scherm echter het meest wordt toegepast tijdens minder koude periodes, is de extra warmtevraag van schermkieren of schermventilatoren in geen geval meer dan 0,9 m³/m² jaar. Voor een aantal schermen is de extra warmtevraag nauwelijks meetbaar. Telen bij een hoge luchtvochtigheid zou volgens Het Nieuwe Telen een geaccepteerd principe moeten zijn. Als de luchtvochtigheid bij een lagere luchtvochtigheid wordt geregeld, bijvoorbeeld 85% RV in plaats van 88% RV, zal het energieverbruik aanzienlijk toenemen. Als mechanische ontvochtiging wordt toegepast met voelbare en latente warmteterugwinning, wordt het belang van een weinig doorlatend scherm alleen maar groter. Het werkingsprincipe van mechanische ontvochtiging is het vermijden van latente warmteverliezen naar de omgeving, dus een beter gesloten scherm zal belangrijk zijn. Projectnummer: 20149

Van 01-02-2020 tot 31-08-2020
Afgerond

BEST kan beter

De BEST (Berry Energy Saving Technology) kas (voorheen noppenfoliekas, ca 500 m2 onderdeel van het IDC energie bij WUR glas) maakt de verwachtingen met betrekking tot het energiegebruik bij de huidige frambozenteelt(en) waar met een verbruik van 5.7 m3/m2 (januari t/m juni). Zie projectnr. 20056 . Dit is een besparing van ca. 20% en is veelal te danken aan de goede isolatie van het kasdekmateriaal (soort noppenfolie), het gebruik van het energiescherm en toepassing van de basisregels van Het Nieuwe Telen. Hoewel de lekdichtheid van een foliekas altijd een uitdaging is, blijkt deze gezien het gerealiseerde gebruik zeker binnen de doelstellingen. Daar staat tegenover dat de kas een enorme ventilatiecapaciteit heeft waar deze frambozenteelt dankbaar gebruik van maakt, wat heeft geleid tot een (meer dan) goede productie. Deze eigenschappen maken de BEST kas ideaal voor de teelt van “luchtig” geteelde gewassen die bij een verlenging van het seizoen een beperkte energievraag kennen. De trend waar met name zacht- maar ook steen- en hardfruit meer en meer beschermd geteeld gaan worden, zet onverminderd voort. Hoewel tot nog toe framboos in deze kas geteeld is, kan dit type kas waarschijnlijk voor een heel scala aan zacht-, steen- en hardfruitsoorten en andere gewassen worden ingezet. Doel Een winterframbozenteelt in de BEST greenhouse met een laag verbruik van energie, CO2 en chemische gewasbeschermingsmiddelen met een verdere verbetering van de productie en gewas- en productkwaliteit. Daarnaast wordt onderzocht wat andere potentiele gewassen voor dit kastype is waarbij een zomer- en herfstteelt van een alternatief gewas getest wordt. Met deze kennis kunnen telers een goed oordeel vellen over de haalbaarheid van dit type kas en kunnen ze hun huidige teelt optimaliseren. Aanpak WP1 Teelt framboos. In de kas zal praktijkconform begin januari 2020 gestart worden met één of mogelijk twee rassen met een teeltduur van 6 maanden. Naast gebruikelijk metingen rondom productie, kwaliteit en houdbaarheid, gewasgezondheid, klimaat en ook uitstraling, wordt de CO2 nauwkeurig gemeten en gedoseerd. Ook worden fotosynthesemetingen gedaan onder verschillende omstandigheden. WP 2 CO2 emissie reductie. Om pieken in het energieverbruik te voorkomen zal het verbruik per dag worden gemaximaliseerd, welke vertaald wordt in een maximum buistemperatuur. Bij een tijdelijk tekort aan energie onder koude omstandigheden, zullen lagere kastemperaturen worden getolereerd. Voor de CO2 wordt een maximaal jaargebruik van 10 kg/m2 als uitgangspunt genomen. Vooral bij de grote ventilatiesnelheden, die in deze kas bereikt kunnen worden kan het doseren op die momenten ter discussie gesteld worden. Er zal dan ook een CO2-doseerplan opgesteld worden, de CO2-doseerslangen komen op verschillende posities te liggen en er wordt een flexibel meetnet (max. 10 meetpunten) met een nauwkeurige CO2-meter via een multiplexer verbonden WP 3 productassortiment energie-extensieve teelten. De BEST kas is ideaal voor de teelt van “luchtig” geteelde gewassen die bij een verlenging van het seizoen een beperkte energievraag kennen. Er is onmiskenbaar een trend gaande waar met name zacht- maar ook steen- en hardfruit meer en meer beschermd geteeld gaan worden. Er zal een inventarisatie en grove haalbaarheid gemaakt gaan worden van potentiële gewassen die in dit kastype geteeld zouden kunnen worden. WP 4 vervolgteelt. Als het resultaat van werkpakket 3 een veelbelovend gewas oplevert welke ook vrijwel direct (logisch startmoment in het teeltseizoen en beschikbaar plantmateriaal) zonder ingrijpende aanpassingen aan de kas geteeld kan gaan worden, wordt dit gewas de 2 e seizoenshelft geteeld. Indien hiervoor te grote obstakels zijn, zal er een bramenteelt uitgevoerd gaan worden De telers investeren 10% in dit project. In 2018 is met een consortium een kas ontwikkeld voor gewassen met een lagere energiebehoefte om met minder energie (klimaatneutraal) te telen en de productie te verbeteren. Er is gekozen voor een noppenfoliedek op een kas met doorlopende nokluchting met scherm en goten met containers om drainwater te kunnen hergebruiken. Framboos is gekozen als pilot voor een groep gewassen die in de toekomst in een kas geteeld kunnen gaan worden. Het klimaat is geregeld volgens de principes van het Nieuwe Telen. De BEST kas (Berry Energy Saving Technology) heeft in het eerste jaar (2019) aan de doelstellingen voldaan. Er was een laag energieverbruik (5.7 m3/m2 t.o.v. een verwachte 5 - 8 m3/m2), een hoge productie (7.1 kg/m2 t.o.v. een verwachte 6 kg/m2) en een goede teelt in potten op goten om hergebruik van voedingsoplossing mogelijk te maken. Er zijn twee teelten uitgevoerd met het ras Diamond Jubilee. De noppenfolie kas had een goed uniform klimaat waarin een goede kwaliteit (hoog suikergehalte, goede houdbaarheid) framboos is geteeld. De plantdichtheid varieerde van 1.8 canes/m2 tot 2.2 canes/m2 maar dient verder geoptimaliseerd te worden. De economische analyse laat zien dat een noppenfoliekas een lagere investering heeft als een glazen kas maar dat vooral het binnenklimaat (lagere maximum temperaturen in de zomer) beter is, er is meer ventilatiecapaciteit. Projectnummer: 20137

Van 01-12-2019 tot 28-02-2021
Afgerond

Leliebroei op weg naar fossielvrij

Doel: Het uiteindelijke doel is om tot een nieuw teeltconcept voor de leliebroei te komen dat geen fossiele energie meer vraagt. In dit project wordt kennis ontwikkeld waarmee de eerste drie/vier weken van de teelt in een meerlagensysteem toegepast kan worden. Toelichting: Om de lelieteelt fossielvrij te krijgen moeten ten eerste de behoefte aan elektra en warmte beperkt worden. Dit betekent zoveel mogelijk gebruik natuurlijk daglicht en led belichting v.w.b. elektra. Voor warmte betekent dit zoveel mogelijk isoleren (schermen) met bijbehorende ontvochtiging. Voor de lelieteelt liggen er kansen omdat gedurende de eerste kasweken de licht- en warmtebenutting erg inefficiënt is. Er is nog weinig bladoppervlakte, waardoor vooral de grond belicht wordt en een groot kasvolume verwarmd moet worden zonder dat er veel gewas in staat. Bij teelt in kisten is de assimilatenbehoefte laag gedurende de eerste 4 weken na plaatsing van de kisten in de kas, volgend op de voortrek in de cel en kan de belichting beperkt worden. Door dit in een meerlagensysteem in een bestaande kas te doen kan er ca. 10 m3/m2 aardgas bespaard worden. De uitdaging in een voorbroeifase met LED-belichting is te sturen op voldoende bloeisnelheid, beperking van stengelstrekking en voldoende bladspreiding. Aanpak: Op basis van literatuuronderzoek en kennis van betrokken onderzoekers wordt een aantal kansrijke belichtingsstrategieën ontwikkeld voor teelt van lelies onder LED. De strategieën worden getoetst in de klimaatcellen: Gedurende 3 à 4 weken in 4 tot 5 teeltronden worden verschillende rassen lelie ‘voorgebroeid’ onder de verschillende be-lichtingsomstandigheden (intensiteit, spectrum en daglengte). Het doel is de minimaal benodigde lichtintensiteit (= minimale energieverbruik en investering) en het ideale lichtspectrum te identificeren. Er zijn 6 behandelingen per ronde mogelijk. Na de voorbroei worden de kisten met voorgebroeide lelies verder afgebroeid in een proefkas van Delphy IC, waarin al een controle-teelt staat van dezelfde partij bollen als gebruikt in de voorbroei-fase. De ontwikkeling van het gewas wordt gemonitored. Teeltduur en takkwaliteit worden gemeten. Mits na voorbroei een goede kwaliteit lelie kan worden gebroeid zonder veel vertraging, worden in het rapport aanbevelingen gedaan voor inpassing van de opgedane kennis in een energiezuinig teeltconcept. Medefinanciering 17.000,- door gewascooperatie lelie. Een aparte voorbroeifase onder LED-belichting biedt kansen voor de lelieteelt. Als een lage lichtintensiteit gedurende de voorbroei voldoende is, kan fors worden bespaard op elektra. Bij een meerlagenteelt geldt dat ook op warmte en op ruimte. De effecten van LED-belichting gedurende een daglichtloze voorbroeifase zijn afgelopen winter onderzocht. Daarbij is ook het effect daarvan op gewasontwikkeling en de eindkwaliteit na afbroei in de kas bekeken. Projectnummer: 20123

Van 01-08-2019 tot 30-09-2020
Afgerond

Praktijkinventarisatie toepassing HNT

Doel: Inzicht in welke technieken en methoden nu worden toegepast in de praktijk om het verbruik aan warmte en de piekvraag warmte te verlagen, inventarisatie van de knelpunten daarbij en welke mogelijkheden er nog zijn. De nadruk ligt op toepassing van bestaande technieken en op de teelttechniek, niet op het doen van extra investeringen. Bedrijven leren van collega bedrijven en van adviseurs wat er nog aan mogelijkheden voor energiebesparing zijn. Op 35 bedrijven verdeeld over 7 teelten wordt een energiescan uitgevoerd. Vervolgens wordt in diepte interviews door teeltadviseurs met de 35 bedrijven de achtergronden en motieven van de teeltstrategie en het bijbehorende warmteverbruik doorgenomen. Zo worden de knelpunten en kansen t.a.v. piekverbruik en totaal verbruik warmte inzichtelijk gemaakt. Daarna worden in workshops per teelt de resultaten besproken en de bedrijven onderling vergeleken. Deze workshops zijn voor alle telers uit de teeltgroep toegankelijk. In een tweede ronde interviews wordt geïnventariseerd of de voorgaande acties tot aanpassingen van de energiehuishouding. Voor het Project Spaarmotief zijn 35 telers geïnterviewd als inventarisatie over hun mening aangaan-de energiebesparing. Nagenoeg alle telers geven aan dat energiebesparing niet hoog op hun agenda staat. Door de lage gasprijs is het economisch niet interessant om hier in te investeren. Toch gebeurt er veel op het gebied van energie, maar dan vanuit teelt perspectief. Qua kasuitrusting is het gebruik van schermen bijna standaard geworden. Het nut van dubbele schermen is bespreekbaar. Daarnaast heeft het gebruik van ventilatoren een grote meerwaarde als vervanger voor minimum buis om meer verdamping te realiseren. Ontvochtigen van de kaslucht wordt niet standaard gedaan maar wordt als interessant voor de toekomst ervaren. Het gebruik van sensoren als pyrgeometer, planttemperatuurmeter en PAR sensor neemt toe al geeft een behoorlijk deel van de geinterviewden aan dat ze het nog lastig vinden hierop te sturen. Piekbelasting komt niet voor de laatste 2 jaar. De buitentemperaturen zijn niet extreem geweest. Alle deelnemers hebben kennis van Het Nieuwe Telen en staan open om de kennis toe te passen Projectnummer: 20115

Van 01-05-2019 tot 31-07-2020
Afgerond

Lager energieverbruik potplanten

Het energieverbruik voor warmte in de potplantenteelt bedraagt tussen 30 en 35 m 3 /m 2 op jaarbasis. Er zijn meerdere mogelijkheden om dit aanzienlijk te verlagen, maar onzekerheid t.a.v. de gevolgen voor het product en de teeltplanning maakt dat telers in de praktijk terughoudend zijn met het toepassen van energiebesparing. Een groep Zamioculcas telers heeft het initiatief genomen voor een demo bij Delphy Improvement Centre. Het projectvoorstel betreft een zo energiezuinig mogelijke teelt op kleine schaal die vergeleken wordt met een referentie die zoveel mogelijk de teeltstrategie uit de praktijk volgt. In de uitwerking van de teeltstrategie wordt onderscheid gemaakt tussen de lichtarme winter periode van oktober tot maart en de rest van het jaar. De volgende maatregelen worden toegepast: meer schermen, meer schermuren, telen met de natuur (het licht) mee, perioden met hoger RV en inzet van verticale luchtbeweging voor verbetering van het micro klimaat. In de lichtrijke periode van het jaar zal met een diffunderend scherm en verneveling het beschikbare licht beter benut gaan worden. De hoofdteelt is Zamioculcas en alle teeltstadia worden meegenomen. Om de uitwerking op andere soorten mee te nemen zal ook gekeken worden naar één teeltstadium van Dipladenia. Zowel het kasklimaat als de groei en het teeltresultaat worden intensief gemonitord: verticaal temperatuurprofiel, PAR, pottemperatuur, vers- en drooggewicht, bladoppervlakte, plantvorm en bloei (bij Dipladenia). De verwachting is dat het energieverbruik met 30% kan afnemen tot ca. 20 m 3 /m 2 . De teeltmaatregelen die voorzien zijn passen in het kader van HNT. De proef wordt intensief begeleid door de deelnemende telers en zij dragen ook € 36.000,- bij aan het project. Tropische potplanten in een onbelichte teelt maken weinig ontwikkeling door in de winter waardoor de energie input in die periode inefficiënt wordt benut. Daarnaast zijn de toegelaten lichtniveaus laag waardoor er makkelijk een snellere gewasgroei met besparing van energie kan worden gerealiseerd door meer licht toe te laten. Een steilere licht:temperatuur verhouding met een hogere luchtvochtigheid in Het Nieuwe Telen in vergelijking tot de traditionele teelt, zorgt voor een Zamioculcas gewas dat vier weken eerder vermarktbaar is, waarbij tegelijkertijd 48% energie kan worden bespaard De Zamioculcas in HNT startte trager met de uitloop van veren, maar deze achterstand werd ruimschoots ingehaald richting de zomer met meer en langere veren dan in de Traditionele teelt wat uiteindelijk heeft gezorgd voor een vollere plant. Dipladenia bloeide in HNT uitbundiger dan in de traditionele teelt. De plantontwikkeling en de gecreëerde klimaatcondities in HNT lijken elkaar te versterken en daarmee ook de groei van de plant te versnellen. De snellere groei in HNT ging gepaard met een kleur groen dat lichter is dan in de praktijk. Scherm-, en nevelstrategie afstemmen op het verlagen van de VPD <2 kPa lijkt een goede basis te zijn om op een relatief veilige manier meer licht toe te laten. Om grenzen van de lichtverhoging te onderzoeken zijn er chlorofyl fluorescentie metingen uitgevoerd waaruit naar voren kwam dat volwassen Zamioculcas tot wel 26 mol/m 2 /dag en >1000 µmol/cm 2 /s momentane instraling kunnen verwerken zonder vertoon van lichtschade aan fotosysteem II. Het jonge gewas ervaart lichtstress >±500 µmol/cm 2 /s, maar onduidelijk blijft wanneer er bladschade optreed. De Zamioculcas kan meer licht verdragen dan gedacht, dit heeft mede bijgedragen aan de teeltversnelling, de volheid van het gewas en aan energiebesparing. In vervolgonderzoek zou er onderzocht moeten worden hoe het hogere lichtniveau veilig kan worden toegepast, zodat kwaliteit in gewaskleur wordt behouden. Bekijk hier het vervolgproject. Projectnummer: 20063

Van 01-11-2017 tot 31-12-2018
Afgerond

Vervolg HNT Lisianthus

Het doel is het uitwerken en toepassen van een teeltstrategie voor lisianthus waarbij minimaal 35% energie en 90% gewasbeschermingsmiddel bespaard wordt. Er is minder dan 2% uitval en de kwaliteit en productie zijn vergelijkbaar of beter dan in de praktijk. Er is ook een maximale duurzaamheidprestatie op gebied van afval, materiaalgebruik en verbruik en economische rentabiliteit. Op basis van de laatste kennis is samen met kwekers een teeltstrategie opgesteld en wordt nu gedemonstreerd op 1000 m2 bij GreenQ / Improvement Centre. De onderdelen van de teelstrategie zijn o.a.: Teelt op substraat met eb & vloed (ipv teelt in de grond) Diffuus glas Drie schermen (energiedoek, isolerend lichtafschermdoek en zonweringdoek) Belichting SON-T in drie trappen schakelbaar (70, 140 en 210 umol) waarbij lichtintegratie toegepast wordt, belichting afhankelijk van de teeltfase. Ventilation Jet Hoge druk verneveling. Gezien de resultaten uit de eerste twee teelten van 2014 bij het GreenQ Improvement Centre lijken deze doelen haalbaar. De vrees voor ziekten (Botrytis, Fusarium)en fysiogene afwijkingen (brandkoppen) weerhoudt vooralsnog een implementatie in de praktijk. Voordat een eerste proef op een praktijkbedrijf kan worden uitgevoerd zal in 2015 nog meer ervaring met het teeltsysteem moeten worden opgedaan. De teelt wordt in drie teeltfasen gesplitst waarbij voor elke fase een optimaal klimaatrecept wordt getest. Zo zal het energiegebruik meer worden toegespitst op de behoeften van het gewas. Andere aandachtpunten in de proef: Meer ervaring opdoen met schermen icm met Ventilation Jets, op basis van de uitstraling (Pyrgeometer). Beter monitoren van de invloed van het teeltsysteem op de vochthuishouding. Achterhalen oorzaak brandkoppen tijdens de eerste teelt (maart/mei). Ontwikkelen en testen andere wortelmedia om de teeltwisselingen versneld uit te kunnen voeren. Beter benaderen praktijksituatie door cyclisch telen (meerdere gewasfasen in dezelfde afdeling). Door te experimenteren met minder energie voor het stomen en door het regelmatig controleren op ziekten in het gietwater, zal worden gekeken in hoeverre ontsmetting van het gietwater verder kan worden gereduceerd. Projectnummer: 15123

Van 01-01-2015 tot 31-12-2015
Afgerond

Telen met gestuurde vochtafvoer

Telen met gestuurde vochtafvoer betreft twee proeven, een in de VenlowEnergy kas en een bij GreenQ DLV. Tot nu toe is in het onderzoek voor Het Nieuwe Telen wel stappen gezet om de verdamping te verminderen middels het achterwege laten van de minimumbuis, maar is nog niet vanuit de benadering van een gecontroleerde minimale vochtafvoer uit de kas gewerkt. Het uitvoeren van een experiment met deze benadering kan nieuwe kennis opleveren voor de toepassing van het nieuwe telen en het telen bij minimale en gecontroleerde verdamping. De Venlow-energie kas wordt gebruikt voor dit project, met een teelt van hoge draad komkommer. Doelstelling: Effect op energie gebruik en gewasontwikkeling onderzoeken van sturen van de vochtafvoer in de nacht op een gecontroleerde wijze ( tussen de 25 en 10 gr/(m2.uur), waarbij de vochtafvoer afhankelijk is van de verdamping overdag. Vochtafvoer overdag wordt gestuurd in relatie tot de instraling. Aantonen dat met sturen op een minimale vochtafvoer in de nacht problemen met gebreksverschijnselen en ziektes niet optreden. Daarnaast wordt in een afdeling van GreenQ DLV een energiezuinige komkommerteelt (25 kubieke meter gas per m² op jaarbasis) gedemonstreerd. Hierbij wordt gebruik gemaakt van nieuwe ontvochtigingstechnieken en nieuwe visies op het kasklimaat om ziekten te voorkomen. Om een leidraad te geven voor de energiedoelstelling zal er voor de gehele teelt per week een richtlijn worden gegeven voor de te gebruiken energie. Voor deze proef zal een teeltstrategie worden toegepast welke een praktijkwaardige productie en kwaliteit als streven heeft. Om goede aansluiting met de praktijk te houden is een goede vroege productie van groot belang. De energiedoelstelling zal door inzet van de punten moeten worden bereikt: Het ontwikkelen van een eenvoudiger en betere schermregeling. Het beter sturen van verdamping van de plant en kasklimaat op basis van VPD. Risico’s op het optreden van Mycosphaerella beperken. Meerdaagse temperatuur integratie toepassen. Dit project bestond uit twee onderdelen: Een energiezuinige komkommerteelt volgens HNT bij het Delphy Improvement Centre in een kas met dubbel scherm en een hoge draad komkommerteelt gericht op gestuurde vochtafvoer in de Venlow Energy kas met dubbel glas bij Wageningen University & Research. De doelstelling van de proef bij Delphy was het demonstreren van een energiezuinige komkommerteelt met een praktijk conforme productie. Om dit te realiseren waren de belangrijkste uitgangspunten van dit project het ontwikkelen van een eenvoudigere en betere schermregeling en het sturen op basis van de verdamping van de plant en kasklimaat op basis AV en VPD om zo de risico’s op Mycospharella te beperken. De proef bestond uit drie teelten volgens een traditioneel paraplu systeem. Het scherm opende op basis van verschil in stooktemperatuur en temperatuur boven het scherm. Dit resulteerde erin dat scherm na zonsopgang nog enkele uren dicht bleef liggen. Hierdoor werd de inzet van de buis minimaal. Dit werkte in zowel de eerste als tweede teelt naar wens. De ontwikkelde schermregeling werd voorgezet in de 3 e teelt maar resulteerde in de week dat het weer omsloeg van warm weer met veel instraling naar kouder weer met minder instraling (week 38) in een chaotische regeling van het scherm. Dit resulteerde in veel fluctuaties in het klimaat (met name het AV). Dit heeft waarschijnlijk een grote bijdrage geleverd aan de infectie van Mycospharella in de derde teelt. De energiedoelstelling is met een energieverbruik van 20 m3/m2 en een praktijkconforme productie (184 stuks en 78.1 kg/m2) uiteindelijk ruimschoots gerealiseerd. Wel moet hierbij worden opgemerkt dat bij dit energieverbruik de beschikbaarheid van CO2 van een externe bron afkomstig een voorwaarde is. Doelstelling van de proef in de VenLow Energy kas was een minimale verdamping te realiseren bij teelt onder dubbel glas en een folie scherm. In de nacht daalde de verdamping tot 15-25 g.m-2.uur-1. Dit was voldoende om zonder gebreks verschijnselen de komkommers te telen. Alleen in maart kwam enige mate van bolblad voor, maar na een paar zonnige dagen herstelde het gewas zich goed. Het foliescherm is tot 2 uur na zon-op gesloten gehouden en 1 uur voor zon-onder weer gesloten. Dit leverde voor de groei geen problemen op. In de nacht kon de luchtvochtigheid oplopen tot boven de 95% zonder dat er Mycospharella is ontstaan. Voor HNT betekent dit dat als de overige factoren zoals horizontale uniformiteit van het klimaat goed zijn dat bij hoge luchtvochtigheid en met minimale vochtafvoer kan worden geteeld. Voor de VenLow Energy kas was het ventilatievoud 0.37 en dat levert in winter condities een voldoende mate van natuurlijke ventilatie en vochtafvoer op. Projectnummer: 20005

Van 15-12-2014 tot 31-12-2015
Afgerond

Verbeteren schermprestaties

Met het beschikbaar komen van apparatuur voor vochtbeheersing onder gesloten schermen zijn er nieuwe mogelijkheden ontstaan voor veel beter isolerende schermen die niet meer vocht doorlatend hoeven te zijn. In eerdere projecten zijn de richtingen bepaald waar de kansen liggen voor nieuwe schermconfiguraties. Dit betreft doeken met een luchtspouw (verdubbeling van de isolerende werking), doeken met aluminimum om uitstraling te voorkomen en voor gebruik over dag folies die veel beter licht door laten dan de huidige licht doorlatende doeken. In de winter van 2014 is een nieuwe type scherminstallatie getest in de Sunergie kas op het IDC. Daaruit is gebleken dat zeer hoge besparingen mogelijk zijn met een eindverbruik voor een jaar rond komkommerteelt van ca. 15 m3/m2. De besparing is vergelijkbaar met die in dubbel glas kassen. Er zijn echter ook nog belangrijke beperkingen gebleken die opgelost dienen te worden: het schermpakket van de geteste installatie was te breed en er ontstonden water plassen aan de bovenkant van het schermpakket. Een chrysanten teler wil een dergelijke nieuwe, hoog isolerende schermconfiguratie in een afdeling binnen zijn bedrijf installeren. Het doek en type installatie worden eerst nog ontwikkeld op kleine schaal bij de leverancier. Hierbij wordt voortgeborduurd op de ervaringen op het IDC van afgelopen winter. Als het ontwerp voldoet, wordt een afdeling ingericht. Het doek wordt geïnstalleerd in een afdeling bij Dekker Chrysanten in Hensbroek waar in het kader van hetzelfde project al in een afdeling van 4600 m2 een transparant dagscherm en ventilation jets geïnstalleerd zijn door Dekker Chrysanten zelf. Deze afdeling is ideaal geschikt om ook het nieuwe verduisteringsscherm op praktijkschaal te testen. Met het nieuwe doek kan een verdere stap gezet worden in het terugbrengen van het effect van uitstraling op het gewas en in het verder verlagen van de minimum buis in de chrysanten teelt. Bovendien moet de kans op condensatie aan de onderkant van het onderste doek verminderen. Ook zal de temperatuur van en het absoluut vocht gehalte van de lucht boven het scherm verder verlaagd worden waardoor het zowel makkelijker moet worden om het vochtgehalte onder gesloten doek te beheersen als om energie te besparen. De droge U-waarde van de kas is gedaald van 3.00 W/m2/K voor een conventioneel verduisteringsscherm naar 1.67 W/m2/K (verlaging van 44%) voor een verduisteringsscherm met spouw en een transparant energiescherm. Het transparante energiescherm zorgt voor de grootste U-waarde verlaging van 33% en de spouw in het verduisteringsscherm zorgt voor een U-waarde verlaging van 17%. Energiebesparing bescheiden De forse U-waarde verlaging leidt echter niet tot een evenredige energiebesparing omdat de hogere isolatiewaarde van de schermen alleen invloed heeft op het energieverbruik als de schermen gesloten zijn. Een groot deel van de warmtevraag betreft de dag periode met open schermen. In de proefafdeling was het energieverbruik door de verwarmingsbuizen 27.1 m³ gas/m²/jaar en in de referentieafdeling 30.4 m³ gas/m²/jaar. De energiebesparing door de hogere isolatiewaarde in de donkerperiode van de kas is 1.9 m3 gas/m2, wat neerkomt op een totale energiebesparing van 6.3%. Kwaliteit en productie goed Door de energiebesparing kan de relatieve lage additionele investering van de spouw in het verduisteringsscherm worden terugverdiend in een belichte chrysantenteelt. De investering in het transparante energiescherm en bijbehorende scherminstallatie kan met de huidige gasprijs niet volledig worden terugverdiend door alleen energiebesparing. Het toepassen van meerdere schermlagen had geen aantoonbaar effect op de kwaliteit en productie van de chrysanten. Projectnummer: 20003

Van 01-09-2014 tot 31-12-2017
Afgerond

Minimaal energiegebruik alstroemeria (praktijkproef)

Naar aanleiding van resultaten over onderzoeken rondom toevoer van o.a. droge buitenlucht en (led-)belichting in alstroemeria, wil Tesselaar B.V in Heerhugowaard in het volgende belichtingsseizoen op zoek naar een meer optimale balans in het energieverbruik (korter belichten en beter isoleren). De doelstelling van dit project is minimaal energieverbruik bij een teelt van alstroemeria in combinatie met een top (blad)kwaliteit, ook als dit in beperkte mate ten koste gaat van de totale productie. De energiebesparing wordt bereikt door: Kasafdeling van 5000 m2 uitrusten met 2de transparant energiescherm (XLS 10 revolux) en een ontvochtiging systeem. Teelt volgens de principes van " Het Nieuwe Telen" onder begeleiding van Wageningen UR en Floriconsult group. Er wordt een VD nagestreefd van boven 1,5 gr/m3, dat volgens de resultaten uit eerder onderzoek voldoende is om vochtblaadjes te beheersen. Winterdaglengte terugbrengen van de praktijkduur van 17-18 uur naar maximaal 15 uur. Dit geeft de grootste energiebesparing (15%). Naar meer besparing (5%) op belichting zal gestreefd worden door toepassen van lichtintegratie en sneller afschakelen als de warmtebalans voor die dag klopt. CO2 dosering max. 800 ppm, omdat meer doseren zeer weinig meer fotosynthese oplevert en er minder CO2 beschikbaar is bij minder draaiuren van de WKK. De totale kas is 2 ha groot en het overige deel van de kas vormt de referentie. Beide afdelingen (proef en referentie) zullen van elkaar afgescheiden worden zodanig dat verwarming en scherm apart zijn aan te sturen. Kwaliteit en productie zullen door het bedrijf worden geregistreerd. Additioneel zal Wageningen UR Glastuinbouw metingen uitvoeren om de impact van de teeltstrategie op microklimaat en planteigenschappen en morfologie te bepalen. Het project wordt afgesloten met een economische evaluatie. Projectnummer: 20010

Van 01-07-2014 tot 31-07-2015
Afgerond

Ontwikkeling hoog-isolerend schermsysteem

Al langer bestaat de wens om beter isolerende en/of meer licht doorlatende schermen te ontwikkelen voor de glastuinbouw. Het perspectief voor de extra besparing op warmte is groot. Bovendien kan met nieuwe ontvochtigings installaties beter de luchtvochtigheid onder het scherm beheerst worden waardoor de schermen luchtdicht mogen zijn en meer uren gebruikt kunnen worden. In een recent afgerond project van TNO i.s.m. WUR zijn de specificaties voor nieuwe schermen bepaald en de energie besparings potenties in beeld gebracht. In dit voorstel wordt een volgende stap gezet: het ontwerpen van een nieuwe scherminstallatie en het testen daarvan in een proefkas. De installatie zal bestaan uit 2 gealuminiseerde folies met een kleine luchtspouw op één dradenbed. Overdag kan deze zelfde installatie eventueel een AC folie dichttrekken door tijdens het open trekken van de gealuminiseerde folies een transparante folie naar de andere kant op te schuiven. Onder deze installatie bevindt zich een tweede scherminstallatie met dradenbed met daarop een transparante PVDF folie die dus individueel dicht getrokken kan worden. Een PVDF folie is hoogtransparant (>90% transparantie voor PAR) en heeft een levensduur van minstens 15 jaar. Op een proefinstallatie zullen met verschillende dikten plooiproeven worden uitgevoerd. Zo nodig zullen nieuwe vouwprincipes worden bedacht om ook met dikkere folies te kunnen werken zonder een dikker pakket te krijgen. Met dit scherm kan in de nacht een extra laag stilstaande lucht worden gecreëerd, terwijl overdag tijdens hele koude dagen twee folieschermen gesloten kunnen worden om ook overdag de isolatiewaarde nog verder te verhogen. Bij het ontwerpen van de installatie zullen vooral oplossingen worden bedacht voor het in stand houden van een kleine constante spouw tussen alle drie de folies, het verkrijgen van een zo klein mogelijk pakket (< 15cm voor profiel plus alle folies) in opgevouwen toestand en aan het luchtdicht aansluiten van de folies aan de kasconstructie. Bij een hogedraadteelt van komkommer bleek deze schermconfiguratie de theoretische verwachtingen ruimschoots te halen. Ten opzichte van een standaard kas met een enkel energiescherm was 44% minder energie nodig om de kas van januari tot mei te verwarmen. De productie en productkwaliteit waren vergelijkbaar met een goed praktijkbedrijf. Het klimaat in de kas veranderde wel sterk door het intensieve schermen. Een belangrijk effect was het toenemen van de planttemperatuur door verminderde afkoeling naar een koude hemel. Ook traden de plotselinge dalingen in temperatuur en vochtdeficit die normaal optreden wanneer een scherm in de avond wordt gesloten of in de ochtend wordt geopend niet meer op. Daarmee is een belangrijke stap gezet in het verminderen van problemen met schimmels als gevolg van het tijdelijk nat slaan van het gewas of door het tijdelijk wegvallen van de verdamping terwijl de worteldruk aanwezig blijft. Hoewel de bestudeerde oplossingen commercieel nog niet verkrijgbaar zijn is wel de weg geopend naar een andere wijze van telen met beduidend minder energieverliezen en de mogelijkheid om de verdampingswarmte die normaal door de ramen wordt afgevoerd terug te gaan winnen. Projectnummer: 14956

Van 01-09-2013 tot 01-06-2014
Afgerond