Zoeken

Resultaat 1 tot 6 van 6.

Freesiateelt toekomst-proof

Freesia wordt nu nog vaak geteeld in relatief oude kassen. Er zit grote variatie in de productie van freesia gedurende het jaar. In de winter ligt de productiviteit laag. Er wordt dan zeer koel geteeld (8-10˚C) en belicht met SON-T (±65 μmol/m2/s). Door de lage temperatuur gaat de gewasontwikkeling traag. Een hogere temperatuur geeft slechte kwaliteit. Net als bij andere gewassen draait productiviteit en kwaliteit bij freesia om de balans tussen aanmaak van assimilaten (source) en vraag naar assimilaten (sink). Een onbalans betekent verspilling van energie. Uit een eerdere studie (Plant Dynamics, 2016-17) bleek al dat freesia in het najaar ‘source’ over heeft en in de winter ‘source’ tekort komt. Hier liggen dus kansen voor verbetering. Voordat nagedacht wordt over een omvangrijk belichtingsonderzoek, is het van belang dat eerst nagedacht wordt over hoe dat past binnen een modernere en duurzamere freesiateelt. Daarom richt dit projectvoorstel zich op het samen met telers, adviseur en toeleveranciers uitwerken en doorrekenen van een nieuw teeltconcept. Dit betekent een goede balans tussen source en sink, waardoor licht, warmte en CO2 optimaal worden benut door het gewas. Dit in een kas met optimale benutting van natuurlijk daglicht en zo min mogelijk elektraverbruik voor de noodzakelijke aanvullende belichting. Minimale warmteverliezen met eventueel gebruik van WKO of warmtepomp voor koelen en verwarmen, en bijpassende schermstrategie. De gewascoöperatie freesia is medefinancier van dit project. In deze studie van Plant Lighting, Ecocurves, Plant Dynamics en Pronk Consultancy zijn de effecten van verschillende belichtingsscenario’s voor een oude en moderne kas gesimuleerd. Bij een belichting met 200 of 300 μmol/m2/s PAR komt de gesimuleerde fotosynthese op waarden vergelijkbaar met die in de zomer. De kas moet echter op een gemiddelde etmaal temperatuur van tegen de 20°C worden gehouden. De daartoe benodigde extra warmte wordt tijdens de belichtingsuren en bij gebruik van een energiescherm vrijwel helemaal geleverd door de extra straling en de lampwarmte. De tijdens de belichtingsuren benodigde buiswarmte neemt daardoor af tot vrijwel nul, in het bijzonder als de belichting geheel of gedeeltelijk (hybride) met SON-T lampen wordt gerealiseerd. Echter, de nachtelijke warmtevraag neemt nauwelijks af, of zelfs toe bij hogere intensiteiten LED-belichting overdag (met twee gesloten schermen). Dit komt voornamelijk door het hogere temperatuursetpoint dat aangehouden wordt bij een hogere lichtsom. Warmtepomp Als in de toekomst geen aardgas meer beschikbaar is, dan kan de in het belichtingsseizoen benodigde (nachtelijke) warmte waarschijnlijk het best worden geleverd met een warmtepomp door middel van het uitbreiden van de bestaande installaties voor koeling van de bodem. Hoe het gewas reageert op een veel hogere intensiteit van SON-T en/of LED belichting moet proefondervindelijk moeten vastgesteld. Projectnummer: 20092

Van 01-07-2018 tot 30-04-2019
Afgerond

Telen op basis van plantbalans bij koude teelten (voorbeeldgewas freesia)

De trend dat er steeds meer lamp- en daglicht in de kassen beschikbaar is heeft de source-sterkte (assimilatenproductie) van de gewassen aanzienlijk verhoogd. Teelten als freesia worden tegenwoordig flink belicht (50-70 μmol met maxima van 100 μmol), maar nog altijd bij een temperatuur van veelal onder de 10 graden in de winter. Bij deze lage temperaturen staat de plantontwikkeling vrijwel stil en de vraag is dan ook of deze temperaturen wel zo laag moeten zijn. De reden voor deze lage temperaturen is om de plantontwikkeling te remmen uit angst voor slechte kwaliteit. Zo is men bij Freesia bang voor “slappe takken” en verdrogen van de aangelegde haken. Echter in het voorjaar (vanaf april) is de teelt vele weken sneller dan in de winter, zonder kwaliteitsproblemen. Het ligt voor de hand dat dit komt door het hogere lichtaanbod in combinatie met de hogere temperaturen. In dit onderzoek zal op twee praktijklocaties (of afdelingen) met hetzelfde ras, dezelfde partij knollen en eenzelfde plantafstand een vergelijk worden gemaakt van een teelt met een ‘open doek’ en een teelt met extra isolerend doek (Obscura 9950). Het temperatuurverschil van beide teelten wordt nauwgezet gevolgd, evenals de plantbalans in source en sink. Beide afdelingen zijn voorzien van een vergelijkbare belichtingsinstallatie en belichtingsstrategie (zelfde source). Aan een augustus planting, zal gedurende de gehele teelt de interactie tussen de source en sink in kaart worden gebracht. Het bepalen van de source en sink is complex en zal aan de hand van veel metingen in kaart worden gebracht. Het klimaat wordt o.a. gemeten door 2 growwatches. De source wordt gemeten met de vernieuwde plantivity, de Licor 6400 (meetintrument voor het bepalen van de CO2 opname van het blad), de LAI en lichtonderschepping. Aan de hand van de metingen wordt berekend wat de source / assimilatenaanmaak is. De sink wordt bepaald door destructieve oogst van planten en metingen daaraan. Dit onderzoek moet aantonen dat isolerend doek geen belemmering is bij de teelt en veel energiebesparing kan opleveren door het aanhouden van hogere temperaturen. Zo kan de minimum buis veel lager in combinatie met isolerend doek. De inschatting is dat er 20% besparing op warmte gehaald kan worden. Uit het onderzoek blijkt in het begin van de teelt een 'positieve' plantbalans (overschot aan assimilaten), maar in de periode van november tot januari is de balans negatief. Vergelijking tussen de twee locaties leert dat door in het begin rustiger te telen (minder licht) en in de winterperiode de teelttemperatuur wat lager te houden, de onbalans minder wordt. Onder deze condities zijn zelfs iets meer takken (inclusief haken) geoogst (109%), maar wel met een beduidend lager totaal drooggewicht (85%). Er kan dus energie bespaard worden door in de maanden tot november minder te belichten. In de winter is óf extra licht nodig óf de temperatuur moet omlaag om de assimilatenbehoefte te verkleinen. Uit berekeningen blijkt dat één graaddag temperatuurverlaging de assimilatenbehoefte vermindert met 0,25 Mol PAR. De lichtbenutting van freesia is bij laag licht onafhankelijk van de Tblad (range van 9-18°C) en loopt bij hoog licht op met 6% per °C. Projectnummer: 20026

Van 01-07-2015 tot 30-06-2016
Afgerond

Temperatuurverlaging in de ochtend

In deze studie wordt door middel van interviews nagegaan hoe ondernemers met de gewassen sla, freesia en tomaat omgaan met hun temperatuurstrategie op het moment van scherm openen. Door berekeningen met een kasklimaatmodel wordt bepaald op welke wijze het scherm efficiënt ingezet kan worden, hoeveel energiebesparing hiermee mogelijk is en wat de (financiële) consequenties zijn van het verlagen van de contractcapaciteit. Door de invoering van het CDS-systeem openen veel ondernemers de schermen pas bij een hogere lichtgrens. De stralingsenergie, die op deze wijze wordt geoogst, in combinatie met een open bufferregeling maakt het mogelijk om met een beperkte aansluitwaarde (tijdelijk) toch aan de hoge warmtevraag te voldoen. Hierdoor is de omvang van de temperatuurverlaging, die ontstaat door het openen van de schermen, de afgelopen jaren afgenomen. Het is dan ook goed om te weten dat simulatieberekeningen hebben uitgewezen dat het effect van het later openen van het scherm op de dagelijkse lichtsom in de kas zeer beperkt is. Ook van de tijdelijke temperatuurdalingen die optreden bij het openen van energieschermen is geen productieremming of schade te verwachten, zo bleek uit het literatuuronderzoek. Projectnummer: 12413

Van 01-01-2006 tot 01-07-2006
Afgerond

Software voor energiebesparing op maat

In dit project wordt een softwarepakket ontwikkeld waarmee individuele ondernemers hun beslissingen ten aanzien van (combinaties van) energiebesparende maatregelen voor hun bedrijf kunnen ondersteunen. Om op een degelijke manier de energiebesparingspotentie te berekenen heeft Agrotechnology and Food Innovations B.V. het computerprogramma 'Energiebesparing op maat' ontwikkeld, wat nauwkeurig rekening houdt met bedrijfsspecifieke omstandigheden. Het programma richt zich vooralsnog met name op de volgende maatregelen voor de teelten: tomaat, chrysant, freesia en kalanchoe: Temperatuurintegratie; Warmtekrachtkoppeling; Hoog-isolerend kasdek; Warmtepomp & aquifer; Combicondensor; Zuinige vochtregeling; Bio-olie; Gewijzigde belichting. Projectnummer: 11557

Van 01-07-2003 tot 01-09-2004
Afgerond

De energiebalans in kengetallen

Van dertien energiebesparende maatregelen is het effect op het energiegebruik, de gewasproductie en productkwaliteit en de bedrijfseconomische kosten en baten in beeld gebracht. Dit is gedaan voor negen verschillende gewassen, te weten: tomaat, komkommer, chrysant, roos, sla, ficus, freesia en Spatiphyllum. Er is per gewas een overzicht gegeven van de energiestromen en de effecten van de meest perspectiefvolle energiebesparende maatregelen op het gasverbruik en de productie.De energiestromen en het effect van de energiemaatregelen worden meer in detail besproken. Voor de gewassen tomaat, chrysant en freesia zijn een aantal van de maatregelen ook meegenomen in het project 'Software voor energiebesparing op maat'. In dit project is een computerprogramma ontwikkeld dat nauwkeurig rekening houdt met bedrijfsspecifieke omstandigheden. Projectnummer: 11286

Van 01-03-2003 tot 31-12-2004
Afgerond

Evaluatie schermgebruik in de praktijk

In dit onderzoek is de gebruikswijze van energieschermen onder praktijkomstandigheden geïnventariseerd en geanalyseerd. Dit is gedaan bij komkommer, paprika, tomaat, freesia en ficus.Op basis van deze analyse zijn de voorwaarden bepaald waaronder de toepassing van energieschermen bij niet geschermde gewassen interessant kan worden. Wanneer alle glastuinbouwbedrijven hun energieschermen intensief gebruiken, daalt het totale energiegebruik van de sector met 1,3 tot 1,9 procent. Dat betekent een vermindering van 42 tot 63 miljoen kubieke meter aardgas per jaar. Deze energiebesparing werkt ook gunstig uit voor de tuinders zelf, omdat het intensievere schermgebruik maar weinig invloed heeft op de gewasopbrengst. Voor bedrijven die nog niet over een scherminstallatie beschikken, liggen de zaken wat anders. In veel gevallen is het onzeker of het voordeel van de te verwachten energiebesparing op deze bedrijven volledig opweegt tegen de kosten van de investering. Projectnummer: 11295

Van 01-01-2003 tot 01-03-2005
Afgerond
  • 1