Zoeken

Resultaat 1 tot 5 van 5.

De groenste komkommer

Jaarrond productie van komkommer zal de marktpositie verbeteren en bijdragen aan de lange termijn rentabiliteit. Assimilatielicht is een voorwaarde om komkommers in de winter te kunnen telen. De belichting die benodigd is moet hoger zijn dan 100 µmol om een komkommerteelt de winter door te brengen, en zal aangevuld worden met LED’s vanwege een warmteoverschot op bepaalde momenten. Bepalen van de teeltstrategie en plantbalans met een voldoende hoog lichtniveau voor winterproductie vormt de uitdaging van dit onderzoek aangezien dit ook nog geen gemeengoed is in de komkommerteelt. In dit project zal een klimaatneutraal teeltconcept worden gedemonstreerd, waarbij de kennis rondom Het Nieuwe Telen tezamen met een hoog lichtniveau en minimale warmte input en maximale warmte terugwinning gecombineerd zal worden. In een winterteelt komkommerproef bij het Improvement Centre in 2017-2018 waarbij is geteeld met 215 µmol hybride belichting is gebleken dat er nog een uitdaging ligt in de juiste plantbalans en plantbelasting in relatie tot geboden licht en klimaat. Kennis wordt nu meegenomen in deze demonstratieteelt. Voorafgaand aan de inrichting van de afdeling zal een ontwerpfase plaatsvinden om definitief invulling te geven aan de lichtconfiguratie en ontvochtigingssysteem . Vooraf aan de teelt wordt een teeltplan opgesteld. Op het Delphy Improvement Centre wordt een afdeling van 1000 m2 ingericht met een hybride belichtingssysteem, actieve ontvochtiging, energiedoeken en een lichtafschermingsdoek. De meeste uitdagingen zullen liggen in de winterperiode waar de focus zal liggen op de plantbalans en licht in relatie tot het minimaliseren van het energieverbruik. Naar de zomer toe zal de focus meer komen te liggen in het optimaal gebruik maken van licht, temperatuur en CO2. Gedurende de teelt zal de ontwikkeling van het gewas, de productie en het gemiddeld vruchtgewicht op weekbasis gemonitord worden. Om inzicht te krijgen in de lichtbenutting van assimilatiebelichting zal een CropObserver worden gebruikt. Ook wordt de hoeveelheid PAR, watergift, watergehalte en EC in de mat, planttemperatuur en netto uitstraling gemeten. Ook zal van een snuffelpaal van EMS worden opgehangen om de concentraties van m.n. NOx en ethyleen te meten n.a.v. eerdere problemen in de praktijk mogelijk gerelateerd aan de belichting. Diverse partijen dragen in cash en in kind bij aan dit project waaronder gewascooperatie komkommer, Ludvig Svensson, Philips, Cultilene. De proef was opgezet en uitgevoerd met het doel om jaarrond aan de markt te zijn met duurzame komkommers van goede kwaliteit. Op termijn zal de glastuinbouw grotendeels gasloos moeten kunnen telen. Er is belichting nodig om in de winter komkommers te kunnen telen. LED belichting (148 μmol/m2/s) was toegevoegd aan een Son-t installatie (74 μmol/m2/s) om stappen te maken in energie efficiëntie en tegelijkertijd de huidige belichtingssituatie in acht te nemen. Actieve ontvochtiging (ontvochtigingscapaciteit: 30 gram/m2/uur) werd gebruikt in dit teeltsysteem, om te beproeven of gasloos telen binnen handbereik ligt. Het productiedoel was om minimaal 3 kg/m2/week te produceren in de wintermaanden om een rendabele teelt aan te tonen. Belangrijkste conclusie is, is dat verrood onderdeel van de oplossing zal zijn om in de winter een rendabele komkommerteelt te realiseren. Het lichtspectrum zal de focus moeten krijgen in vervolgonderzoek. Optimalisatie van de warmte oogst strategie om in de toekomst gasloos te kunnen telen volgt in de onderzoeks stappen daarna. Projectnummer: 20094

Van 01-08-2018 tot 31-12-2019
Afgerond

Totaalconcept duurzame belichte tomatenteelt

Dit project richt zich op de demonstratie van een duurzame, fossielvrije en economisch rendabele belichte tomatenteelt. Qua energievoorziening wordt uitgegaan van externe groene stroom voor het groeilicht en voor de actieve ontvochtiging van het kasklimaat. Er wordt uitgegaan van 18 uur belichting met een hybride groeilicht installatie met 100 µmol SONT en 100 µmol tussen LED ter hoogte van de uitgroeiende vruchten. De kas is uitgerust met meest heldere glas van Saint Gobain dat ook in de winter met een lage hoek van inval een hoge transmissie heeft. De kas wordt uitgerust met 3 schermen: een licht afschermingsscherm, een energiescherm en een diffuus scherm voor momenten met hoge instraling. Cruciaal in een zwaar belichte teelt is de afvoer van warmte en vocht. Hiertoe wordt een actief ontvochtigings systeem geïnstalleerd met een warmtepomp. Deze warmtepomp kan tegelijkertijd voorzien in een groot deel van de warmtebehoefte, aanvullend op de warmte uit het licht. Voorwaarde is wel dat het warmteverbruik voor de inzet van minimum buis voor ontvochtiging dus nagenoeg wegvalt. Voor het piekverbruik op koude winterdagen is (in de praktijk) mogelijk nog bio brandstof in een (back up) ketel nodig. Voor de teeltstrategie wordt uitgegaan van de drie plantbalansen zoals die in de basisprincipes van HNT zijn beschreven. Bijzondere aandacht in dit onderzoek heeft daarbij: Beperken van de CO2 verliezen en het CO2 verbruik, mede m.b.v. het diffuus scherm Toepassen van een nieuw watergiftsysteem ontwikkeld door Cultilene met een betere stuurbaarheid op basis van verdamping en klimaat en betere zuurstof voorziening voor het wortelmilieu Sturen van de voeding op basis van een ion-specifieke opnameanalyse. Watergift en voeding worden gebruikt om het gewas te sturen. Dit is extra gewenst omdat het gebruik van minimum buis voor gewassturing niet of nauwelijks mogelijk zal zijn. Monitoren en sturen van de plantbelasting. Hiertoe wordt o.a. het verticale temperatuur profiel en de vruchttemperatuur continu gemonitord. De resultaten van de teelt worden vergeleken met een praktijk bedrijf met gelijk ras en vergelijkbare zaaidatum. De verwachting is dat het energieverbruik fossielvrij en klimaatneutraal kan worden ingevuld. Hiertoe zal het verbruik aan (groene) elektra licht stijgen met ca. 10%. De teeltmaatregelen die voorzien zijn passen in het kader van HNT. Er zal veel aandacht zijn voor kennisoverdracht en –interactie over toepassing van de kennis in de praktijk via een open middag, vakbladen en informatievoorziening online. Ludvig Svensson, Hortilux, Cultilene dragen € 158.000,- bij aan dit project (50/50 in cash/kind). Vanuit Kas als Energiebron wordt dit voor 100% gefiancierd uit het LNV Proof of Principle budget. In teeltseizoen 2018-2019 is bij Delphy Improvement Centre een belichte tomatenteelt gedemonstreerd met de doelstelling om middels het toepassen van actieve ontvochtiging de verwarming van de kas zoveel mogelijk in te vullen met de warmtepomp. Aangenomen dat de gebruikte elektriciteit voor de warmtepomp, maar vooral voor de belichting, van een duurzame bron afkomstig is, wordt de teelt daarmee vrijwel klimaatneutraal. Gezien de afzetmarkt, die een dergelijke teeltwijze waardeert, is deze aanpak ook rendabel. Kernpunten om dit te realiseren zijn: intensief schermen, niet inzetten van een minimumbuis, het sturen van de verdamping en het terugwinnen van latente warmte. De teelt startte op 11 augustus 2018 met het ras Merlice geënt op Maxifort. Naast de bovengenoemde kernpunten is LED-belichting onderdeel van dit toekomstgerichte klimaatneutrale plaatje. De kas was uitgerust met een hybride belichtingssysteem dat bestond uit 115 μmol/m2/s SON-t; 52 μmol/m2/s top LED en 60 μmol/m2/s tussen LED. Een belangrijke focus hierbij was een egale temperatuurgradiënt over de hoogte van het gewas. Diverse sensoren waren ingezet om dit te monitoren. Projectnummer: 20084

Van 01-05-2018 tot 31-12-2019
Afgerond

Paprika energiezuinig met een goede kwaliteit

Paprika is de een na grootste teelt qua oppervlakte en bij uitstek geschikt om de uitgangspunten van Het Nieuwe Telen op toe te passen. Twijfels over gevolgen voor gewasgezondheid en vruchtkwaliteit zijn de belangrijkste belemmeringen in de praktijk om zo energiezuinig mogelijk te telen. Daarom is demonstratie van een energiezuinige teeltwijze met een uitrusting die zo dicht mogelijk aansluit op de praktijk de manier om te laten zien wat mogelijk is. Een afdeling van het GreenQ/IC is uitgerust met dubbel beweegbaar energiedoek. In een jaarrond teelt worden de principes van HNT toegepast. Dit betekent telen met selectief en weinig inzet van minimum buis, bij gesloten scherm met luchtbeweging (via nivolatoren) om een minimale gewasverdamping te garanderen, maximaal isoleren (> 3.000 uren) met 2 schermdoeken. Vochtafvoer vooral door ventilatie boven gesloten doeken en zo min mogelijk via schermkieren. Verlaging van gewasverdamping en optimalisatie van de assimilatenbalans wordt onderzocht door gewassturing met bladplukken. Dit project wordt volledig door EZ betaald uit de zogenoemde Proof of Principle gelden voor het programma Kas als Energiebron. De productie kwam op een normale tijd op gang. De plantbelasting is de hele teelt relatief hoog gebleven. Dit heeft tot gevolg gehad dat de vruchten in de tweede helft van de teelt relatief klein bleven. De productie gemeten in de kas kwam op 35.8 kg.m⁻² met een gemiddeld vruchtgewicht van 189 gram. Het gasgebruik kwam uit op 16.9 m³.m⁻². De etmaaltemperatuur is gemiddeld op 20⁰C + 2 ⁰C/1000 J.cm⁻².dag⁻¹ gehouden, bij een gewas dat belast is met vruchten. Er zijn twee schermdoeken gebruikt. Een Luxous 1147 FR scherm is 4614 uur en een Luxous 1547 D FR scherm is 4186 uur 100% gesloten geweest op een totale teeltduur van 8375 uur. Uit de metingen met een netto stralingsmeter bleek dat er door het intensieve schermdoek gebruik vrijwel geen momenten zijn geweest met een hoge netto straling van het gewas naar de kas. Onder de doeken is voor luchtbeweging gebruik gemaakt van nivolatoren, die een lichte luchtbeweging in het bovenste deel van het gewas realiseren. Er is vrijwel geen binnenrot gevonden in vruchten die een week bewaard waren. De resultaten van dit experiment sluiten goed aan bij de gedachten van Het Nieuwe Telen over plantbalans en het effect van uitstraling op het gewas. Projectnummer: 20020

Van 01-10-2015 tot 31-12-2016
Afgerond

Telen op basis van plantbalans bij koude teelten (voorbeeldgewas freesia)

De trend dat er steeds meer lamp- en daglicht in de kassen beschikbaar is heeft de source-sterkte (assimilatenproductie) van de gewassen aanzienlijk verhoogd. Teelten als freesia worden tegenwoordig flink belicht (50-70 μmol met maxima van 100 μmol), maar nog altijd bij een temperatuur van veelal onder de 10 graden in de winter. Bij deze lage temperaturen staat de plantontwikkeling vrijwel stil en de vraag is dan ook of deze temperaturen wel zo laag moeten zijn. De reden voor deze lage temperaturen is om de plantontwikkeling te remmen uit angst voor slechte kwaliteit. Zo is men bij Freesia bang voor “slappe takken” en verdrogen van de aangelegde haken. Echter in het voorjaar (vanaf april) is de teelt vele weken sneller dan in de winter, zonder kwaliteitsproblemen. Het ligt voor de hand dat dit komt door het hogere lichtaanbod in combinatie met de hogere temperaturen. In dit onderzoek zal op twee praktijklocaties (of afdelingen) met hetzelfde ras, dezelfde partij knollen en eenzelfde plantafstand een vergelijk worden gemaakt van een teelt met een ‘open doek’ en een teelt met extra isolerend doek (Obscura 9950). Het temperatuurverschil van beide teelten wordt nauwgezet gevolgd, evenals de plantbalans in source en sink. Beide afdelingen zijn voorzien van een vergelijkbare belichtingsinstallatie en belichtingsstrategie (zelfde source). Aan een augustus planting, zal gedurende de gehele teelt de interactie tussen de source en sink in kaart worden gebracht. Het bepalen van de source en sink is complex en zal aan de hand van veel metingen in kaart worden gebracht. Het klimaat wordt o.a. gemeten door 2 growwatches. De source wordt gemeten met de vernieuwde plantivity, de Licor 6400 (meetintrument voor het bepalen van de CO2 opname van het blad), de LAI en lichtonderschepping. Aan de hand van de metingen wordt berekend wat de source / assimilatenaanmaak is. De sink wordt bepaald door destructieve oogst van planten en metingen daaraan. Dit onderzoek moet aantonen dat isolerend doek geen belemmering is bij de teelt en veel energiebesparing kan opleveren door het aanhouden van hogere temperaturen. Zo kan de minimum buis veel lager in combinatie met isolerend doek. De inschatting is dat er 20% besparing op warmte gehaald kan worden. Uit het onderzoek blijkt in het begin van de teelt een 'positieve' plantbalans (overschot aan assimilaten), maar in de periode van november tot januari is de balans negatief. Vergelijking tussen de twee locaties leert dat door in het begin rustiger te telen (minder licht) en in de winterperiode de teelttemperatuur wat lager te houden, de onbalans minder wordt. Onder deze condities zijn zelfs iets meer takken (inclusief haken) geoogst (109%), maar wel met een beduidend lager totaal drooggewicht (85%). Er kan dus energie bespaard worden door in de maanden tot november minder te belichten. In de winter is óf extra licht nodig óf de temperatuur moet omlaag om de assimilatenbehoefte te verkleinen. Uit berekeningen blijkt dat één graaddag temperatuurverlaging de assimilatenbehoefte vermindert met 0,25 Mol PAR. De lichtbenutting van freesia is bij laag licht onafhankelijk van de Tblad (range van 9-18°C) en loopt bij hoog licht op met 6% per °C. Projectnummer: 20026

Van 01-07-2015 tot 30-06-2016
Afgerond

Begeleiden en monitoren energie-innovaties in de praktijk

Dit project betreft begeleiding en monitoring op praktijkbedrijven die geïnvesteerd hebben in nieuwe technieken voor energiebesparing en/of toepassing van hernieuwbare energie. Doel is zowel de ondernemer te ondersteunen bij het leren omgaan met de nieuwe technologie (vooral ten aanzien van de teelttechniek) als een objectieve monitoring om verbeteringen en aanpassingen voor vervolg ontwikkelingen te bevorderen en om duidelijke informatie ten behoeve van volgers (collega-telers) te kunnen presenteren. Naast technische monitoring is er aandacht voor het bepalen van weerbaarheid van gewassen tegen ziekten en plagen en het monitoren van ziektedruk in een gewas. Deze analyses zijn van belang om de relatie tussen het toepassen van maatregelen uit HNT en plantgezondheid en plantweerbaarheid zichtbaar te maken. Onbekendheid met die gevolgen is een belangrijke drempel voor telers om HNT toe te passen in de praktijk. Jaarlijks worden de te monitoren installaties/bedrijven geselecteerd. Naast het technisch en plantkundig volgen van de bedrijven, is kennis delen een belangrijk onderdeel van dit project. Er zullen meerdere bijeenkomsten op de bedrijven worden georganiseerd. Voor 2018 ligt de focus op: inzet van koeling (hybride) belichting ventilatoren daglichtkas sensornetwerk Voor 2019 op: Full LED belichting (tomaten) Daglichtkas (phalaenopsis) Meerdere luchtafvoer/ontvochtigingsinstallaties Gebruik van een uitgebreid sensor-netwerk in de klimaatregeling. Monitoring energiebalans en kwaliteit bij Alstroemeria Monitoring klimaat ongelijkheid op praktijkbedrijf Chrysant Voor 2020 is voorzien: Actieve ontvochtiging in gerbera en bij andere gewassen. Het gaat hierbij om toepassingen met apparatuur zoals de Dry Gair of vergelijkbare technologie voor actieve ontvochtiging van het kasklimaat. Hiermee kan intensiever geschermd worden en hoeft de minimum buis minder vaak te worden ingezet. Het betreft voortzetting van de in 2019 gestarte monitoring en uitbreiding naar andere gewassen dan gerbera. Monitoring energiebalans in alstroemeria. Een groep alstroemeria telers is actief aan de gang om intensiever te schermen dan in het verleden gebruikelijk was. Het beperken van de uitstraling is daarbij een belangrijk uitgangspunt, mede met het oog op het voorkomen van streepjes en vlekken in het blad. Met dit onderwerp was al gestart in 2019 maar door problemen met de thermoview camera heeft het project vertraging opgelopen en is continuering in 2020 gewenst. Tevens wordt de analyse uitgebreid naar het onderzoeken van de rol van schadelijke stoffen bij het optreden van het verschijnsel. Monitoring klimaat ongelijkheid praktijkbedrijf chrysant. Deze monitoring is ondersteunend bedoeld voor het onderzoek de Perfecte Chrysant (DPC). In een proefafdeling is slechts één gewasstadium van chrysant aanwezig, terwijl in de praktijk alle stadia binnen een afdeling voorkomen. Monitoring hybride LED toepassing in de chrysantenteelt. Op 5 praktijkbedrijven wordt al hybride LED belichting toegepast. Deze vijf bedrijven worden intensief onderling vergeleken. Kennisnetwerken en monitoring bedrijven. Er bestaan netwerken van bedrijven die vergelijkbare innovaties toepassen. Glastuinbouw Nederland begeleidt de onderlinge kennisuitwisseling en vanuit dit project wordt waar nodig ondersteund met verdieping of extra monitoring. Nog nader in te vullen monitoring op bedrijven die geïnvesteerd hebben in energie innovaties met gebruik van MEI subsidie. Mogelijke voorbeelden zijn: een nieuw type warmtepomp bij Phalaenopsis, LED bij de teelt van sla en een open buffer systeem. Voor 2021 staat de invulling welke bedrijven te monitoren staat nog niet vast, maar gedacht wordt aan: Toepassing in de praktijk rondom LED-belichting Mits zinvol, het monitoren van de toepassing van zonthermie Monitoren bij een vooraanstaande tomatenteler met nieuwbouw met toepassing van veel aspecten rondom duurzaamheid Monitoren van een teeltbedrijf die de principes van HNT volledig toepast Naast monitoring in de praktijk wordt in 2021 een overzicht gemaakt van alle innovaties van de afgelopen jaren met een beeld van de energievraag die rest voor verschillende gewassen/gewasgroepen om klimaatneutraal te werken. Daarbij wordt aangegeven of er nog een (teelt)technische energiemaatregel ingezet/ontwikkeld/toepasbaar moeten worden gemaakt, waarna vervolgens het restant duurzaam wordt ingevuld. Deze kennis zal worden verspreid door middel van presentaties, weblogs en vakbladartikelen. Ook zal kennisdeling worden opgezet in discussiegroepen over de innovaties / praktijkbedrijven. De verschillende systemen kunnen bijdragen aan de beheersing van het kasklimaat met betrekking tot de temperatuur- en vochtverdeling (gelijkheid) en ontvochtiging. Besparing op energie (warmte) is alleen te bereiken als intensiever wordt geïsoleerd met meer scherminstallaties (tweede beweegbaar doek), de schermen meer uren worden gebruikt en als minder gebruik wordt gemaakt van een minimum buis om gewasverdamping te bevorderen. Daarom kan de bereikte energiebesparing nooit 1-op-1 worden toegerekend aan de installaties. Dankzij de installaties durven ondernemers wel verder te gaan in het terugdringen van de minimum buis en in het meer sluiten van het energiescherm. De installaties voor ontvochtiging dragen vooral bij aan gelijkheid, doordat minder snel gebruik gemaakt hoeft te worden van schermkieren. Het is al langer bekend dat schermkieren een slechte invloed hebben op de klimaatgelijkheid. Zie de diverse berichten en rapporten hieronder. Projectnummer: 14913

Van 01-01-2013 tot 31-12-2020
Afgerond
  • 1