Zoeken

Resultaat 1 tot 10 van 30.

Isolerende werking van spouwschermen

Doel Dit project moet kwantitatieve informatie opleveren waarmee een onderbouwde beslissing gemaakt kan worden over de investering in een dubbel doek, een spouwscherm of een dubbele scherminstallatie. Projectbeschrijving Kleinere tuinders met een onbelichte teelt zonder WKK kijken aan tegen snel oplopende kosten voor de verwarming van de kas. De vervanging van een enkele scherminstallatie door een spouw-scherm zou hier een oplossing kunnen zijn, aangezien dit een goedkopere oplossing is dan een dubbele scherm-installatie. Om voor een willekeurige situatie overtuigend te kunnen berekenen wat de vervanging van een enkel scherm door een spouwscherm zal betekenen, moeten nauwkeurige metingen in laboratorium omstandigheden worden gedaan zodat de fysische processen goed onderbouwd kunnen worden en in modellen kunnen worden verwerkt. Op deze manier kan de teler een weloverwegen beslissing maken. De uitvoering van dit project rust op twee pijlers: labmetingen en modelberekeningen. Het project bestaat uit de volgende werkpakketten: Meten van verschillende schermmaterialen Verwerking van gemeten warmteoverdrachtsparameters van de verschillende schermsystemen Aanpassing van het gebruikersinterface van de KasEnergieWijzer Dit project wordt gefinancierd door het ministerie van LNV. Spouwscherm verhoogt isolatiewaarde van kas Uit het onderzoek blijkt dat spouwschermen de isolerende werking van een kas duidelijk verbeteren. Wanneer een tweede schermdoek op enige afstand van het eerste doek wordt geplaatst (bijvoorbeeld circa 4 cm), ontstaat een isolerende luchtlaag. De isolatiewaarde van zo’n spouwscherm blijkt vergelijkbaar met die van een volledige extra scherminstallatie. Ook twee doeken die direct op elkaar liggen isoleren beter dan één doek, maar het creëren van een spouw zorgt voor een duidelijke extra verbetering. Uit de metingen blijkt dat een spouw van ongeveer 4 cm het meest effectief is; een grotere afstand levert nauwelijks extra isolatie op. Lagere warmtevraag in verschillende teelten De betere isolatie vertaalt zich in een lagere warmtevraag in de kas. In een belichte tomatenkas kan een spouwscherm leiden tot een reductie van de warmtevraag van circa 9% (ongeveer 2,5 m³ gas per m² per jaar). In een onbelichte paprikateelt ligt de besparing rond 5% (circa 1,2 m³ per m² per jaar) en in de gerberateelt eveneens ongeveer 5% (circa 1,1 m³ per m² per jaar). In deze berekeningen is rekening gehouden met het feit dat het scherm overdag soms vaker geopend moet worden om lichtverlies te beperken. Grootste besparing bij apart schermsysteem Wanneer een extra doek zonder spouw op het bestaande scherm ligt, zijn de energiebesparingen duidelijk kleiner en kunnen ze zelfs negatief uitvallen door extra lichtverlies. De grootste energiewinst wordt bereikt wanneer het tweede doek in een apart schermsysteem wordt geplaatst. In dat geval kan de warmtevraag met ongeveer 15% worden verlaagd in tomaat en gerbera en circa 9% in paprika, doordat de schermen onafhankelijk van elkaar gestuurd kunnen worden en beter afgestemd kunnen worden op de teeltomstandigheden. Projectnummer: 24014

Van 01-04-2024 tot 30-04-2025
Afgerond

Uitbreiding Natte schermen en schermgebruik

Doel: Ontwikkeling van een meetprotocol/meetapparatuur om de fysische eigenschappen die van invloed zijn op de energiebesparing van schermen op zowel droge als natte schermmonsters te karakteriseren en verbetering van de rekenmodellen zoals Kaspro. Eigenschappen van schermen worden beter inzichtelijk waardoor er een betere keus tussen schermen gemaakt kunnen worden en leveranciers hun schermen kunnen verbeteren. Aanpak: In 2019 is een project goedgekeurd (“Natte schermen en het energiegebruik”), waarin nieuwe meetprotocollen worden ontwikkeld om de eigenschappen van monsters van natte schermen te schatten, waarbij twee nieuwe apparaten werden gebouwd: a) Eén apparaat dat de meting van vochttransport door het scherm combineert met de bepaling van de thermische eigenschappen (d.w.z. emissiviteit) van de natte monsters. b) Een nieuw apparaat voor het meten van de aerodynamische eigenschappen van de schermen (permeabiliteit) voor zowel droge als natte monsters. Het project loopt nu anderhalf jaar. Tot nu toe zijn beide apparaten gebouwd, maar hun ontwerp, constructie en kalibratie hebben een groot aantal problemen ondervonden die de meting van de monsters hebben vertraagd en hogere kosten met zich meebrachten dan in het begin werd geschat. Op dit moment zijn de machines klaar om te worden gekalibreerd. Additioneel ten opzichte van het lopende project wordt de betekenis van meetresultaten van diverse schermen voor de praktijk van de tuinder onderzocht (voorbeeldgewas tomaat). Een analyse van de energiebesparing waarin ook verschillende scenario’s worden berekend van het gebruik van de schermdoeken in de praktijk met verschillende schermuren en tijdstippen waarin niet alleen naar energiebesparing maar ook naar klimatologische gevolgen voor kas en gewas wordt gekeken. In deze scenario’s moet ook aandacht worden besteedt om tuinders het beste om kunnen gaan met latente warmte-afvoer, dus verschillende schermmaterialen vs. schermkieren vs. mechanische ontvochtiging. Dergelijke modelberekeningen, analyse, conclusie en beschouwingen moeten leiden tot beter inzicht voor tuinders en hun in staat stellen om weloverwogen beslissingen te nemen. De toepassing van Het Nieuwe Telen in Nederlandse kassen is sterk afhankelijk van het gebruik van één of meerdere beweegbare schermen. Schermen beïnvloeden ook de beheersing van het kasklimaat door effecten op uitstraling en lucht- en vochtuitwisseling onder en boven het scherm. Dit heeft direct invloed op de energiebesparing. De doelstellingen van de projecten Meten aan natte schermen (Wet Screens) en Uitbreiding natte schermen en schermgebruik waren het kwantificeren van de schermeigenschappen door gestandaardiseerde metingen: thermische eigenschappen zoals emissie, aerodynamische eigenschappen zoals luchtdoorlatendheid en vochttransport. Uit de gemeten schermeigenschappen kan vervolgens de totale potentiële energiebesparing worden berekend, onder vooraf gedefinieerde omstandigheden. Hiermee wordt een objectieve vergelijking van schermmaterialen onder droge en natte omstandigheden mogelijk. Hierdoor krijgen telers meer inzicht in schermeigenschappen en kunnen ze een weloverwogen keuze maken voor hun investeringen en gebruik in de praktijk. De resultaten laten zien dat schermen met een lage permeabiliteit en een lage emissie de grootste energiebesparing opleveren. Simulatieresultaten van de totale potentiële energiebesparing laten zien dat het laagste energieverbruik kan worden bereikt als schermen een lage luchtdoorlatendheid hebben. Bij de onderzochte schermen verschilt de energiebesparing tussen 17% (hoge luchtdoorlatendheid) en 43% (lage luchtdoorlatendheid) in de nacht in vergelijking met een situatie zonder scherm. Schermen met een lage luchtdoorlatendheid veroorzaken een hogere luchtvochtigheid. Deze is goed te vermijden door bewust de luchtuitwisseling te verhogen, door schermkieren of door schermventilatoren. Dit laatste kan voor telers de voorkeur hebben, omdat schermkieren mogelijk kunnen leiden tot inhomogeniteit van de temperatuurverdeling in de kas. Mechanische ontvochtiging kan de energiebehoefte van een kas aanzienlijk verlagen, omdat latente energie kan worden geregenereerd. Dit gaat ten koste van een grotere elektriciteitsvraag, maar bij de huidige verhouding tussen gas- en elektriciteitskosten zullen de gecombineerde energiekosten aanzienlijk dalen. Om het meeste profijt te hebben van mechanische ontvochtiging is een scherm met een zeer lage luchtdoorlatendheid nog belangrijker. Schermen met een lage luchtdoorlatendheid en gelijktijdig een lage emissiviteit (hoge reflectiviteit van warmtestraling) zorgen voor de hoogste energiebesparing. Schermfabrikanten moeten zich volgens de onderzoekers richten op de ontwikkeling van schermen met een lage luchtdoorlatendheid en gelijktijdig een lage emissiviteit. Deze zorgen voor de hoogste energiebesparing; in het onderzoek tot 43% tijdens de nacht uren. Voor een teler betekenen de resultaten dat een laag doorlatend scherm kan leiden tot meer uren met een te hoge luchtvochtigheid. Echter, als in die gevallen de luchtuitwisseling tussen boven- en ondercompartiment bewust wordt vergroot, bijvoorbeeld door schermkieren of door schermventilatoren te gebruiken die lucht tussen boven en onder het scherm verversen, kan zo een te hoge luchtvochtigheid worden vermeden. Natuurlijk leidt deze manier van verlaging van de luchtvochtigheid tot een toename van het energieverbruik, omdat telen bij een lagere luchtvochtigheid altijd zal resulteren in een hogere warmtevraag. Omdat het verhogen van de luchtuitwisseling over het scherm echter het meest wordt toegepast tijdens minder koude periodes, is de extra warmtevraag van schermkieren of schermventilatoren in geen geval meer dan 0,9 m³/m² jaar. Voor een aantal schermen is de extra warmtevraag nauwelijks meetbaar. Telen bij een hoge luchtvochtigheid zou volgens Het Nieuwe Telen een geaccepteerd principe moeten zijn. Als de luchtvochtigheid bij een lagere luchtvochtigheid wordt geregeld, bijvoorbeeld 85% RV in plaats van 88% RV, zal het energieverbruik aanzienlijk toenemen. Als mechanische ontvochtiging wordt toegepast met voelbare en latente warmteterugwinning, wordt het belang van een weinig doorlatend scherm alleen maar groter. Het werkingsprincipe van mechanische ontvochtiging is het vermijden van latente warmteverliezen naar de omgeving, dus een beter gesloten scherm zal belangrijk zijn. Projectnummer: 20149

Van 01-02-2020 tot 31-08-2020
Afgerond

Praktijkinventarisatie toepassing HNT

Doel: Inzicht in welke technieken en methoden nu worden toegepast in de praktijk om het verbruik aan warmte en de piekvraag warmte te verlagen, inventarisatie van de knelpunten daarbij en welke mogelijkheden er nog zijn. De nadruk ligt op toepassing van bestaande technieken en op de teelttechniek, niet op het doen van extra investeringen. Bedrijven leren van collega bedrijven en van adviseurs wat er nog aan mogelijkheden voor energiebesparing zijn. Op 35 bedrijven verdeeld over 7 teelten wordt een energiescan uitgevoerd. Vervolgens wordt in diepte interviews door teeltadviseurs met de 35 bedrijven de achtergronden en motieven van de teeltstrategie en het bijbehorende warmteverbruik doorgenomen. Zo worden de knelpunten en kansen t.a.v. piekverbruik en totaal verbruik warmte inzichtelijk gemaakt. Daarna worden in workshops per teelt de resultaten besproken en de bedrijven onderling vergeleken. Deze workshops zijn voor alle telers uit de teeltgroep toegankelijk. In een tweede ronde interviews wordt geïnventariseerd of de voorgaande acties tot aanpassingen van de energiehuishouding. Voor het Project Spaarmotief zijn 35 telers geïnterviewd als inventarisatie over hun mening aangaan-de energiebesparing. Nagenoeg alle telers geven aan dat energiebesparing niet hoog op hun agenda staat. Door de lage gasprijs is het economisch niet interessant om hier in te investeren. Toch gebeurt er veel op het gebied van energie, maar dan vanuit teelt perspectief. Qua kasuitrusting is het gebruik van schermen bijna standaard geworden. Het nut van dubbele schermen is bespreekbaar. Daarnaast heeft het gebruik van ventilatoren een grote meerwaarde als vervanger voor minimum buis om meer verdamping te realiseren. Ontvochtigen van de kaslucht wordt niet standaard gedaan maar wordt als interessant voor de toekomst ervaren. Het gebruik van sensoren als pyrgeometer, planttemperatuurmeter en PAR sensor neemt toe al geeft een behoorlijk deel van de geinterviewden aan dat ze het nog lastig vinden hierop te sturen. Piekbelasting komt niet voor de laatste 2 jaar. De buitentemperaturen zijn niet extreem geweest. Alle deelnemers hebben kennis van Het Nieuwe Telen en staan open om de kennis toe te passen Projectnummer: 20115

Van 01-05-2019 tot 31-07-2020
Afgerond

Prestaties van energieschermen; methode voor bepaling energiebesparing

Het doel van dit project is om de eigenschappen van schermdoeken te kwantificeren en objectief onderling te kunnen vergelijken. Hiertoe worden meetmethoden en meetprotocollen geselecteerd of opgesteld om de eigenschappen van de schermen te bepalen. Door een beter inzicht in die eigenschappen kunnen telers zowel bestaande schermen beter inzetten als bij aanschaf van een nieuw scherm beter gefundeerde keuzen tussen verschillende doeken maken. Bovendien is de verwachting dat leveranciers met de resultaten van het project beter in staat zijn nieuwe schermdoeken te ontwikkelen. De schermen die worden meegenomen in het project zijn zowel transparante als gealuminiseerde schermen. De eigenschappen die vastgelegd worden zijn: emissie en transmissie van warmtestraling, luchtdoorgang en vochtdoorgang. Per onderdeel wordt een meetmethode en meetprotocol vastgesteld. Volgens de methoden en het protocol worden de eigenschappen van 20 tot 25 verschillende schermmaterialen bepaald. Vervolgens wordt een rekenmethodiek opgesteld om de energiebesparing van de schermdoeken te kunnen bepalen voor de verschillende eigenschappen. Voor 4 verschillende teelten wordt bepaald wat de gevolgen zijn voor het jaarrond warmteverbruik bij gebruik van de verschillende schermen. Vier fabrikanten/leveranciers van schermdoeken leveren een bijdrage aan het project van € 20.000 De emissie kan het beste worden bepaald met een eerder door TNO ontwikkelde emissiemeter . Voor het bepalen van de luchtdoorlatendheid wordt de permeabiliteitsmeter van Wageningen University & Research, Business Unit Glastuinbouw aanbevolen. Deze is geschikt voor de lage luchtsnelheden die van toepassing zijn in praktijkomstandigheden onder gesloten schermen in kassen. Voor het meten van de vochtdoorlatendheid van schermen is gekozen voor de Swerea methode omdat deze het beste de situatie benadert in de praktijk en een optelsom geeft van vochttransport diffusie, convectie en een combinatie van condensatie/transport/verdamping samen. De totale energiebesparing onder een schermdoek in vergelijking met een referentie zonder scherm is bepaald met behulp van modelberekeningen met Kaspro. Van een aantal verschillende monsters van schermmaterialen zijn de eigenschappen bepaald met dezelfde methoden. Die eigenschappen zijn gebruikt in de modelberekening. Zoals te verwachten, wordt het meeste energie bespaart met schermen die weinig vocht doorlaten en een grote weerstand bieden tegen warmtestraling. Aan producenten van schermmaterialen wordt gevraagd om de eigenschappen van hun product te (laten) bepalen volgens de aanbevolen methoden. De telers kunnen dan nog beter hun keuze maken voor het type scherm afhankelijk van hun wensen ten aanzien van bijvoorbeeld vochtdoorlatendheid, lichtdoorlaat of energiebesparing. Projectnummer: 20035

Van 01-04-2016 tot 31-03-2017
Afgerond

Vochtgedrag schermsystemen

Het intensievere en betere gebruik van energieschermen leidt tot meer problemen met condensatie, drup en algengroei. Enerzijds is dit goed verklaarbaar, anderzijds zijn metingen gewenst om de precieze werking en oorzaken beter in kaart te brengen. Een betere analyse is de eerste stap op weg naar mogelijke oplossingen. Op een praktijkbedrijf worden metingen uitgevoerd: temperaturen en RV onder/tussen/boven de doeken en aan het kasdek, (uit)straling, hoeveelheid condens op en onder het doek en condens van het kasdek. Voor deze metingen wordt een innovatieve meetmethode ontwikkeld. In het lab wordt het vochttransport door verschillende energiedoeken bepaald. Op basis van de gemeten waarden wordt in een simulatiemodel berekend of de gemeten hoeveelheden condens en drup overeenstemmen met een berekende waarde. Daarmee worden voorstellen ontwikkeld voor in de praktijk bruikbare meetmethoden die de problemen kunnen voorspellen en strategieën die de problemen kunnen oplossen. Het testen van mogelijke oplossingen zou kunnen plaats vinden in een vervolg project. Projectnummer: 20023

Van 01-09-2015 tot 30-04-2016
Afgerond

Verbeteren schermprestaties

Met het beschikbaar komen van apparatuur voor vochtbeheersing onder gesloten schermen zijn er nieuwe mogelijkheden ontstaan voor veel beter isolerende schermen die niet meer vocht doorlatend hoeven te zijn. In eerdere projecten zijn de richtingen bepaald waar de kansen liggen voor nieuwe schermconfiguraties. Dit betreft doeken met een luchtspouw (verdubbeling van de isolerende werking), doeken met aluminimum om uitstraling te voorkomen en voor gebruik over dag folies die veel beter licht door laten dan de huidige licht doorlatende doeken. In de winter van 2014 is een nieuwe type scherminstallatie getest in de Sunergie kas op het IDC. Daaruit is gebleken dat zeer hoge besparingen mogelijk zijn met een eindverbruik voor een jaar rond komkommerteelt van ca. 15 m3/m2. De besparing is vergelijkbaar met die in dubbel glas kassen. Er zijn echter ook nog belangrijke beperkingen gebleken die opgelost dienen te worden: het schermpakket van de geteste installatie was te breed en er ontstonden water plassen aan de bovenkant van het schermpakket. Een chrysanten teler wil een dergelijke nieuwe, hoog isolerende schermconfiguratie in een afdeling binnen zijn bedrijf installeren. Het doek en type installatie worden eerst nog ontwikkeld op kleine schaal bij de leverancier. Hierbij wordt voortgeborduurd op de ervaringen op het IDC van afgelopen winter. Als het ontwerp voldoet, wordt een afdeling ingericht. Het doek wordt geïnstalleerd in een afdeling bij Dekker Chrysanten in Hensbroek waar in het kader van hetzelfde project al in een afdeling van 4600 m2 een transparant dagscherm en ventilation jets geïnstalleerd zijn door Dekker Chrysanten zelf. Deze afdeling is ideaal geschikt om ook het nieuwe verduisteringsscherm op praktijkschaal te testen. Met het nieuwe doek kan een verdere stap gezet worden in het terugbrengen van het effect van uitstraling op het gewas en in het verder verlagen van de minimum buis in de chrysanten teelt. Bovendien moet de kans op condensatie aan de onderkant van het onderste doek verminderen. Ook zal de temperatuur van en het absoluut vocht gehalte van de lucht boven het scherm verder verlaagd worden waardoor het zowel makkelijker moet worden om het vochtgehalte onder gesloten doek te beheersen als om energie te besparen. De droge U-waarde van de kas is gedaald van 3.00 W/m2/K voor een conventioneel verduisteringsscherm naar 1.67 W/m2/K (verlaging van 44%) voor een verduisteringsscherm met spouw en een transparant energiescherm. Het transparante energiescherm zorgt voor de grootste U-waarde verlaging van 33% en de spouw in het verduisteringsscherm zorgt voor een U-waarde verlaging van 17%. Energiebesparing bescheiden De forse U-waarde verlaging leidt echter niet tot een evenredige energiebesparing omdat de hogere isolatiewaarde van de schermen alleen invloed heeft op het energieverbruik als de schermen gesloten zijn. Een groot deel van de warmtevraag betreft de dag periode met open schermen. In de proefafdeling was het energieverbruik door de verwarmingsbuizen 27.1 m³ gas/m²/jaar en in de referentieafdeling 30.4 m³ gas/m²/jaar. De energiebesparing door de hogere isolatiewaarde in de donkerperiode van de kas is 1.9 m3 gas/m2, wat neerkomt op een totale energiebesparing van 6.3%. Kwaliteit en productie goed Door de energiebesparing kan de relatieve lage additionele investering van de spouw in het verduisteringsscherm worden terugverdiend in een belichte chrysantenteelt. De investering in het transparante energiescherm en bijbehorende scherminstallatie kan met de huidige gasprijs niet volledig worden terugverdiend door alleen energiebesparing. Het toepassen van meerdere schermlagen had geen aantoonbaar effect op de kwaliteit en productie van de chrysanten. Projectnummer: 20003

Van 01-09-2014 tot 31-12-2017
Afgerond

Verkenning teeltstrategieën voor hoogisolerende kassen

Bij intensievere teelten wordt hard gewerkt om het energieverbruik terug te dringen. Dit betreft o.a. andere kasdekken (dubbel glas zoals bij de Venlow Energy kas) en hoge isolerende schermen. Het is daarbij mogelijk om het energieverbruik sterk terug te dringen, waarbij het verbruik lager is dan bij (de meer) ‘extensieve teelten’. De vraag is wat de mogelijkheden zijn voor kasconcepten en teeltstrategieën in isolerende kassen voor energie-extensieve teelten. Het doel van dit project is om de kansen én bedreigingen vast te stellen voor verschillende teeltregimes in temperatuur, vocht en licht. Werkpakket 1. Berekening klimaatgewasgroepen Er zal een set "algemene" maar logische aan echte gewassen gerelateerde klimaatparameters worden opgesteld. V.w.b. temperatuur is dit 5 °C (vorstvrij), 10 en 16 °C en de vochtregeling wordt in lijn met de gebruikelijke werkwijze in die drie klimaatgewasgroepen bepaald. V.w.b. belichting wordt gewerkt met niveau’s van 10, 40 en 80 μmol/m2.s. Met een kasklimaatmodel zullen deze cases worden doorgerekend voor een selectiejaar en vergeleken t.o.v. de referentie. Werkpakket 2. Grondontsmetting Hierbij zal gekeken worden naar alternatieven voor stomen zoals biologische grondontsmetting en de overgang naar substraatsystemen. Werkpakket 3. Uitwerken kas en teeltconcept Voor één representatief gewas uit twee klimaatgroepen wordt het kas- en teeltconcept nader uitgewerkt. Hoewel het gebruik van energieschermen het warmteverbruik in de glastuinbouw al flink verlaagd hebben zijn de meeste kassen nog lang niet energieneutraal. In de gebouwde omgeving is het gebruik van isolatieglas gemeengoed en de experimenten in de VenLow energy kas op het IDC-energie hebben laten zien dat er met zulk glas prima kan worden geteeld. Het verbruik voor een tomatenteelt bleef in deze kas onder de 10 m3/(m2 jaar) (alleen voor de warmtevraag overigens, niet voor CO2 dosering). Als zo’n hoog-isolerende kas nou gebruikt zou worden voor een extensieve teelt als Leeuwebek, of sla, zou zo’n teelt dan 100% duurzaam kunnen worden? Deze vraag stond centraal in het onlangs afgeronde project “Energie-extensieve teelten klimaatneutraal met hoog-isolerende kassen”, uitgevoerd voor ‘Kas als Energiebron’, het innovatie- en actieprogramma van het ministerie van Economische Zaken en LTO Glaskracht Nederland. Het rapport begint met de nuchtere stelling dat iedere kas energieneutraal kan zijn, zolang de aangewende energie maar duurzaam is. Maar het wordt natuurlijk wel een stuk makkelijker om alle energie duurzaam in te kopen als er maar weinig nodig is. Voor extensieve teelten blijkt dat een hoog-isolerende kas inderdaad het energieverbruik naar bijna 0 kan brengen. En ook voor de grondontsmetting zijn energiezuinige alternatieven voor handen. Daarmee komt de energieneutrale tuinbouw binnen handbereik. Er is echter ook een tendens naar intensivering in de tuinbouw waarneembaar en bij intensivering komt de toename van de belichting kijken. De studie laat zien dat bij belichting het energieverbruik voor de lampen al gauw veel belangrijker wordt dan de verwarming. Een energieneutrale tuinbouw is dus, zeker voor de extensieve teelten, goed mogelijk is maar er moet nog heel veel aan de belichtingstechnieken en/of de lichtdoorlatendheid van de kas gebeuren wanneer de intensivering verder doorzet. Projectnummer: 20011

Van 01-06-2014 tot 31-10-2014
Afgerond

Demo 2SaveEnergy kas

De doelstelling van dit project is de ontwikkeling van een nieuw kas- en teeltconcept voor groenten, snijbloemen en potplanten met hoge isolatie en lichttransmissie in de winter bij gelijktijdig lage investeringskosten. Het door het consortium voorgestelde 2SaveEnergy (voorheen genaamd Glas-Film-Kas) concept maakt gebruikt van een aantal innovaties: Glas en folie in combinatie vormen een kasdek met een hoge isolatie; door luchtbehandeling tussen spouw is isolatie flexibel aan te brengen en kunnen klimaat voordelen worden behaald. De juiste combinatie van glas en film zorgen voor een hoge lichttransmissie. Integratie van diffuse eigenschappen in dit dek zorgen voor hogere gewasopbrengst. Nieuwe luchtingssysteem zorgt voor goed kasklimaat. Energiezuinige ontvochtiging om aan hogere eisen door betere isolatie te kunnen voldoen. Toepassing van een energiezuinig teeltconcept. Het consortium onder leiding van Van der Valk Systemen draagt zorg voor het ontwerp en de realisatie op het Innovatie en Demonstratie Centrum te Bleiswijk. Het doel van dit project is de gewas- en energie performance te monitoren. Dit gebeurt door op een representatieve en objectieve manier de noodzakelijke data te verzamelen die nodig zijn voor inzicht in de werking van het concept, de betrouwbaarheid van de technologie en de uiteindelijke energetische en gewas technische prestatie van de kas. Hierbij moeten de volgende onderzoeksvragen worden beantwoord: Wat is de invloed van de gekozen glas-film-combinatie op de lichtdoorlatendheid in werkelijkheid? Wat is de optimale dekconstructie? Wat is de optimale installatiewijze voor de aan te brengen film? Wat is de invloed van het nieuwe luchtingsysteem op het kasklimaat op verschillende momenten tijdens de demo? Wat is het energieverbruik jaarrond tijdens de demo? Welk teeltconcept kan het beste worden gevolgd? Toetsen eerder uitgewerkt concept in praktijk. Wat is de gewasperformance; ontwikkeling, groei en opbrengst van de gekozen gewassen tijdens de demo? Wat zijn de kosten en baten voor de teler? Hoe werken de technische constructies/installaties (dek, luchting, ontvochtiging) tijdens de demo? In 2015 is een tomatenteelt uitgevoerd in de 2SaveEnergy kas. De productie van het ras Cappriccia was met 67 kg/m2 hoger dan het gestelde doel van 63 kg/m2 en hoger dan in de praktijk. Het diffuse kasdek zal ongetwijfeld een deel hiervan voor zijn rekening hebben genomen. De teelt is over het algemeen goed verlopen zonder Botrytis of andere aantastingen. Opvallend was wel dat er in verschillende periodes ongelijkheid in en binnen de trossen was. De oorzaak hiervan is onduidelijk en heeft ongetwijfeld wat effect op de totale productie gehad. Het is onwaarschijnlijk dat dit veroorzaakt is door het kasconcept. Verschil tussen winter en zomer De besparing op warmte laat door het jaar twee duidelijke seizoenen zien: de winter, waar met name het kasdek en scherm voor de besparing zorgt, en de zomer, waar meer het teeltconcept volgens HNT energiebesparing oplevert ten opzichte van de gangbare praktijk. Het lage energiegebruik in de zomer heeft wel het nadeel dat er, om het productieniveau te halen, absoluut een externe CO2-bron beschikbaar moet zijn. Ook bij de zuinige doseerstrategie die in deze proef is toegepast, zal op jaarbasis al snel zo’n 13 kg CO2 ingekocht moeten worden. De beschikbaarheid van een alternatieve CO2-bron is dan ook van groot belang om deze hoge besparingen te bereiken. De ontvochtiging met buitenluchtaanzuiging en naverwarming heeft naar behoren gefunctioneerd en het niet toepassen van een minimumbuistemperatuur heeft niet tot zichtbare (vocht) problemen geleid. De sneeuwarme winter van 2015 heeft het niet mogelijk gemaakt het sneeuwsmelten via het aanzuigen van kaslucht die gedistribueerd wordt door de goot naar de spouw tussen glas en film, te testen. Testmetingen hebben wel laten zien dat de lucht in de goot zeer snel afkoelt, zodat de smeltcapaciteit minimaal zal zijn. Doordat de spouw tussen glas en film in dit concept niet luchtdicht is, kan er condensatie in de spouw voorkomen. Of en zo ja welke gevolgen dat op langere termijn heeft voor de transmissie is nog onbekend. Besparing richting 50% Een jaar telen van tomaat in de 2SaveEnergy kas heeft laten zien dat het gebruik van een isolerend kasdek en intensief (dubbel) schermgebruik geen negatieve gevolgen voor de productie heeft gehad. Daarbij is door dit kas- en teeltconcept een besparing op warmte mogelijk gebleken die ten opzichte van de gangbare praktijk richting de 50% loopt. Daar staat tegenover dat er zeker 13 kg CO2 ingekocht moet worden. Projectnummer: 20016

Van 01-01-2014 tot 31-12-2015
Afgerond

Ontwikkeling hoog-isolerend schermsysteem

Al langer bestaat de wens om beter isolerende en/of meer licht doorlatende schermen te ontwikkelen voor de glastuinbouw. Het perspectief voor de extra besparing op warmte is groot. Bovendien kan met nieuwe ontvochtigings installaties beter de luchtvochtigheid onder het scherm beheerst worden waardoor de schermen luchtdicht mogen zijn en meer uren gebruikt kunnen worden. In een recent afgerond project van TNO i.s.m. WUR zijn de specificaties voor nieuwe schermen bepaald en de energie besparings potenties in beeld gebracht. In dit voorstel wordt een volgende stap gezet: het ontwerpen van een nieuwe scherminstallatie en het testen daarvan in een proefkas. De installatie zal bestaan uit 2 gealuminiseerde folies met een kleine luchtspouw op één dradenbed. Overdag kan deze zelfde installatie eventueel een AC folie dichttrekken door tijdens het open trekken van de gealuminiseerde folies een transparante folie naar de andere kant op te schuiven. Onder deze installatie bevindt zich een tweede scherminstallatie met dradenbed met daarop een transparante PVDF folie die dus individueel dicht getrokken kan worden. Een PVDF folie is hoogtransparant (>90% transparantie voor PAR) en heeft een levensduur van minstens 15 jaar. Op een proefinstallatie zullen met verschillende dikten plooiproeven worden uitgevoerd. Zo nodig zullen nieuwe vouwprincipes worden bedacht om ook met dikkere folies te kunnen werken zonder een dikker pakket te krijgen. Met dit scherm kan in de nacht een extra laag stilstaande lucht worden gecreëerd, terwijl overdag tijdens hele koude dagen twee folieschermen gesloten kunnen worden om ook overdag de isolatiewaarde nog verder te verhogen. Bij het ontwerpen van de installatie zullen vooral oplossingen worden bedacht voor het in stand houden van een kleine constante spouw tussen alle drie de folies, het verkrijgen van een zo klein mogelijk pakket (< 15cm voor profiel plus alle folies) in opgevouwen toestand en aan het luchtdicht aansluiten van de folies aan de kasconstructie. Bij een hogedraadteelt van komkommer bleek deze schermconfiguratie de theoretische verwachtingen ruimschoots te halen. Ten opzichte van een standaard kas met een enkel energiescherm was 44% minder energie nodig om de kas van januari tot mei te verwarmen. De productie en productkwaliteit waren vergelijkbaar met een goed praktijkbedrijf. Het klimaat in de kas veranderde wel sterk door het intensieve schermen. Een belangrijk effect was het toenemen van de planttemperatuur door verminderde afkoeling naar een koude hemel. Ook traden de plotselinge dalingen in temperatuur en vochtdeficit die normaal optreden wanneer een scherm in de avond wordt gesloten of in de ochtend wordt geopend niet meer op. Daarmee is een belangrijke stap gezet in het verminderen van problemen met schimmels als gevolg van het tijdelijk nat slaan van het gewas of door het tijdelijk wegvallen van de verdamping terwijl de worteldruk aanwezig blijft. Hoewel de bestudeerde oplossingen commercieel nog niet verkrijgbaar zijn is wel de weg geopend naar een andere wijze van telen met beduidend minder energieverliezen en de mogelijkheid om de verdampingswarmte die normaal door de ramen wordt afgevoerd terug te gaan winnen. Projectnummer: 14956

Van 01-09-2013 tot 01-06-2014
Afgerond

Begeleiden en monitoren energie-innovaties in de praktijk

Dit project betreft begeleiding en monitoring op praktijkbedrijven die geïnvesteerd hebben in nieuwe technieken voor energiebesparing en/of toepassing van hernieuwbare energie. Doel is zowel de ondernemer te ondersteunen bij het leren omgaan met de nieuwe technologie (vooral ten aanzien van de teelttechniek) als een objectieve monitoring om verbeteringen en aanpassingen voor vervolg ontwikkelingen te bevorderen en om duidelijke informatie ten behoeve van volgers (collega-telers) te kunnen presenteren. Naast technische monitoring is er aandacht voor het bepalen van weerbaarheid van gewassen tegen ziekten en plagen en het monitoren van ziektedruk in een gewas. Deze analyses zijn van belang om de relatie tussen het toepassen van maatregelen uit HNT en plantgezondheid en plantweerbaarheid zichtbaar te maken. Onbekendheid met die gevolgen is een belangrijke drempel voor telers om HNT toe te passen in de praktijk. Jaarlijks worden de te monitoren installaties/bedrijven geselecteerd. Naast het technisch en plantkundig volgen van de bedrijven, is kennis delen een belangrijk onderdeel van dit project. Er zullen meerdere bijeenkomsten op de bedrijven worden georganiseerd. Voor 2018 ligt de focus op: inzet van koeling (hybride) belichting ventilatoren daglichtkas sensornetwerk Voor 2019 op: Full LED belichting (tomaten) Daglichtkas (phalaenopsis) Meerdere luchtafvoer/ontvochtigingsinstallaties Gebruik van een uitgebreid sensor-netwerk in de klimaatregeling. Monitoring energiebalans en kwaliteit bij Alstroemeria Monitoring klimaat ongelijkheid op praktijkbedrijf Chrysant Voor 2020 is voorzien: Actieve ontvochtiging in gerbera en bij andere gewassen. Het gaat hierbij om toepassingen met apparatuur zoals de Dry Gair of vergelijkbare technologie voor actieve ontvochtiging van het kasklimaat. Hiermee kan intensiever geschermd worden en hoeft de minimum buis minder vaak te worden ingezet. Het betreft voortzetting van de in 2019 gestarte monitoring en uitbreiding naar andere gewassen dan gerbera. Monitoring energiebalans in alstroemeria. Een groep alstroemeria telers is actief aan de gang om intensiever te schermen dan in het verleden gebruikelijk was. Het beperken van de uitstraling is daarbij een belangrijk uitgangspunt, mede met het oog op het voorkomen van streepjes en vlekken in het blad. Met dit onderwerp was al gestart in 2019 maar door problemen met de thermoview camera heeft het project vertraging opgelopen en is continuering in 2020 gewenst. Tevens wordt de analyse uitgebreid naar het onderzoeken van de rol van schadelijke stoffen bij het optreden van het verschijnsel. Monitoring klimaat ongelijkheid praktijkbedrijf chrysant. Deze monitoring is ondersteunend bedoeld voor het onderzoek de Perfecte Chrysant (DPC). In een proefafdeling is slechts één gewasstadium van chrysant aanwezig, terwijl in de praktijk alle stadia binnen een afdeling voorkomen. Monitoring hybride LED toepassing in de chrysantenteelt. Op 5 praktijkbedrijven wordt al hybride LED belichting toegepast. Deze vijf bedrijven worden intensief onderling vergeleken. Kennisnetwerken en monitoring bedrijven. Er bestaan netwerken van bedrijven die vergelijkbare innovaties toepassen. Glastuinbouw Nederland begeleidt de onderlinge kennisuitwisseling en vanuit dit project wordt waar nodig ondersteund met verdieping of extra monitoring. Nog nader in te vullen monitoring op bedrijven die geïnvesteerd hebben in energie innovaties met gebruik van MEI subsidie. Mogelijke voorbeelden zijn: een nieuw type warmtepomp bij Phalaenopsis, LED bij de teelt van sla en een open buffer systeem. Voor 2021 staat de invulling welke bedrijven te monitoren staat nog niet vast, maar gedacht wordt aan: Toepassing in de praktijk rondom LED-belichting Mits zinvol, het monitoren van de toepassing van zonthermie Monitoren bij een vooraanstaande tomatenteler met nieuwbouw met toepassing van veel aspecten rondom duurzaamheid Monitoren van een teeltbedrijf die de principes van HNT volledig toepast Naast monitoring in de praktijk wordt in 2021 een overzicht gemaakt van alle innovaties van de afgelopen jaren met een beeld van de energievraag die rest voor verschillende gewassen/gewasgroepen om klimaatneutraal te werken. Daarbij wordt aangegeven of er nog een (teelt)technische energiemaatregel ingezet/ontwikkeld/toepasbaar moeten worden gemaakt, waarna vervolgens het restant duurzaam wordt ingevuld. Deze kennis zal worden verspreid door middel van presentaties, weblogs en vakbladartikelen. Ook zal kennisdeling worden opgezet in discussiegroepen over de innovaties / praktijkbedrijven. De verschillende systemen kunnen bijdragen aan de beheersing van het kasklimaat met betrekking tot de temperatuur- en vochtverdeling (gelijkheid) en ontvochtiging. Besparing op energie (warmte) is alleen te bereiken als intensiever wordt geïsoleerd met meer scherminstallaties (tweede beweegbaar doek), de schermen meer uren worden gebruikt en als minder gebruik wordt gemaakt van een minimum buis om gewasverdamping te bevorderen. Daarom kan de bereikte energiebesparing nooit 1-op-1 worden toegerekend aan de installaties. Dankzij de installaties durven ondernemers wel verder te gaan in het terugdringen van de minimum buis en in het meer sluiten van het energiescherm. De installaties voor ontvochtiging dragen vooral bij aan gelijkheid, doordat minder snel gebruik gemaakt hoeft te worden van schermkieren. Het is al langer bekend dat schermkieren een slechte invloed hebben op de klimaatgelijkheid. Zie de diverse berichten en rapporten hieronder. Projectnummer: 14913

Van 01-01-2013 tot 31-12-2020
Afgerond