Zoeken

Resultaat 1 tot 10 van 25.

Praktijkinventarisatie toepassing HNT

Doel: Inzicht in welke technieken en methoden nu worden toegepast in de praktijk om het verbruik aan warmte en de piekvraag warmte te verlagen, inventarisatie van de knelpunten daarbij en welke mogelijkheden er nog zijn. De nadruk ligt op toepassing van bestaande technieken en op de teelttechniek, niet op het doen van extra investeringen. Bedrijven leren van collega bedrijven en van adviseurs wat er nog aan mogelijkheden voor energiebesparing zijn. Op 35 bedrijven verdeeld over 7 teelten wordt een energiescan uitgevoerd. Vervolgens wordt in diepte interviews door teeltadviseurs met de 35 bedrijven de achtergronden en motieven van de teeltstrategie en het bijbehorende warmteverbruik doorgenomen. Zo worden de knelpunten en kansen t.a.v. piekverbruik en totaal verbruik warmte inzichtelijk gemaakt. Daarna worden in workshops per teelt de resultaten besproken en de bedrijven onderling vergeleken. Deze workshops zijn voor alle telers uit de teeltgroep toegankelijk. In een tweede ronde interviews wordt geïnventariseerd of de voorgaande acties tot aanpassingen van de energiehuishouding. Voor het Project Spaarmotief zijn 35 telers geïnterviewd als inventarisatie over hun mening aangaan-de energiebesparing. Nagenoeg alle telers geven aan dat energiebesparing niet hoog op hun agenda staat. Door de lage gasprijs is het economisch niet interessant om hier in te investeren. Toch gebeurt er veel op het gebied van energie, maar dan vanuit teelt perspectief. Qua kasuitrusting is het gebruik van schermen bijna standaard geworden. Het nut van dubbele schermen is bespreekbaar. Daarnaast heeft het gebruik van ventilatoren een grote meerwaarde als vervanger voor minimum buis om meer verdamping te realiseren. Ontvochtigen van de kaslucht wordt niet standaard gedaan maar wordt als interessant voor de toekomst ervaren. Het gebruik van sensoren als pyrgeometer, planttemperatuurmeter en PAR sensor neemt toe al geeft een behoorlijk deel van de geinterviewden aan dat ze het nog lastig vinden hierop te sturen. Piekbelasting komt niet voor de laatste 2 jaar. De buitentemperaturen zijn niet extreem geweest. Alle deelnemers hebben kennis van Het Nieuwe Telen en staan open om de kennis toe te passen Projectnummer: 20115

Van 01-05-2019 tot 31-07-2020
Afgerond

Met LED naar een perfecte chrysant

In 2017 en 2018 is onderzoek gedaan naar de teelt van de Perfecte Chrysant, waarbij ontvochtiging en koeling middels OPAC’s en aanzuiging van lucht van boven de doeken is gebruikt. Er is belicht met LED en SON-T (hybride). CO2 is beperkt gedoseerd en de warmte inzet is geminimaliseerd door een extra schermdoek te gebruiken en geen standaard ondernet (minimumbuis) te hanteren. Met de koeling wordt via ruim voldoende warmte worden geoogst om hiermee de kas jaarrond met een warmtepomp en warmte koude opslag (WKO) te kunnen verwarmen. Met hybride belichting is elektriciteit bovendien effectiever benut dan met alleen SON-T belichting. Energetisch is er een grote stap te zetten, maar tegen hoge investeringen (WKO). Daarbij is het doel een perfecte chrysant niet gerealiseerd. De sierwaarde van de geoogste chrysanten is door de begeleidende telers als minder dan de praktijk beoordeeld, al werd de kwaliteit per teelt zeker in het tweede jaar beter. De doelen van dit project zijn: Uitvoeren van een perfecte chrysantenteelt (in totaal 6 teelten) op 1000 m2 onder full LED bij een gelijkblijvende of hogere lichtbenuttingsefficientie (LBE) dan bij SON-T. Productie van uniforme kwaliteit chrysanten; de ‘perfecte chrysant’. Het objectiveren van de kwaliteit van de chrysant. Monitoren van de groei van de plant gedurende de gehele teelt. Ontwikkeling van een praktisch toepasbare methode voor het gedetailleerder volgen van de groei van de chrysant. Beheersing van de luchtvochtigheid door actieve ontvochtiging met een warmtepomp waarbij de warmte op dagbasis wordt benut om de kas te verwarmen. Het demonstreren van het effect op het kasklimaat van insectengaas met een maaswijdte voor grotere insecten in de luchtramen in combinatie met verneveling. Dit project wordt gefinancierd door Kas als Energiebron, chrysantentelers (ChrIP), stekbedrijven en Signify. Projectnummer: 20109

Van 01-02-2019 tot 14-05-2020
Afgerond

De groenste komkommer

Jaarrond productie van komkommer zal de marktpositie verbeteren en bijdragen aan de lange termijn rentabiliteit. Assimilatielicht is een voorwaarde om komkommers in de winter te kunnen telen. De belichting die benodigd is moet hoger zijn dan 100 µmol om een komkommerteelt de winter door te brengen, en zal aangevuld worden met LED’s vanwege een warmteoverschot op bepaalde momenten. Bepalen van de teeltstrategie en plantbalans met een voldoende hoog lichtniveau voor winterproductie vormt de uitdaging van dit onderzoek aangezien dit ook nog geen gemeengoed is in de komkommerteelt. In dit project zal een klimaatneutraal teeltconcept worden gedemonstreerd, waarbij de kennis rondom Het Nieuwe Telen tezamen met een hoog lichtniveau en minimale warmte input en maximale warmte terugwinning gecombineerd zal worden. In een winterteelt komkommerproef bij het Improvement Centre in 2017-2018 waarbij is geteeld met 215 µmol hybride belichting is gebleken dat er nog een uitdaging ligt in de juiste plantbalans en plantbelasting in relatie tot geboden licht en klimaat. Kennis wordt nu meegenomen in deze demonstratieteelt. Voorafgaand aan de inrichting van de afdeling zal een ontwerpfase plaatsvinden om definitief invulling te geven aan de lichtconfiguratie en ontvochtigingssysteem . Vooraf aan de teelt wordt een teeltplan opgesteld. Op het Delphy Improvement Centre wordt een afdeling van 1000 m2 ingericht met een hybride belichtingssysteem, actieve ontvochtiging, energiedoeken en een lichtafschermingsdoek. De meeste uitdagingen zullen liggen in de winterperiode waar de focus zal liggen op de plantbalans en licht in relatie tot het minimaliseren van het energieverbruik. Naar de zomer toe zal de focus meer komen te liggen in het optimaal gebruik maken van licht, temperatuur en CO2. Gedurende de teelt zal de ontwikkeling van het gewas, de productie en het gemiddeld vruchtgewicht op weekbasis gemonitord worden. Om inzicht te krijgen in de lichtbenutting van assimilatiebelichting zal een CropObserver worden gebruikt. Ook wordt de hoeveelheid PAR, watergift, watergehalte en EC in de mat, planttemperatuur en netto uitstraling gemeten. Ook zal van een snuffelpaal van EMS worden opgehangen om de concentraties van m.n. NOx en ethyleen te meten n.a.v. eerdere problemen in de praktijk mogelijk gerelateerd aan de belichting. Diverse partijen dragen in cash en in kind bij aan dit project waaronder gewascooperatie komkommer, Ludvig Svensson, Philips, Cultilene. De proef was opgezet en uitgevoerd met het doel om jaarrond aan de markt te zijn met duurzame komkommers van goede kwaliteit. Op termijn zal de glastuinbouw grotendeels gasloos moeten kunnen telen. Er is belichting nodig om in de winter komkommers te kunnen telen. LED belichting (148 μmol/m2/s) was toegevoegd aan een Son-t installatie (74 μmol/m2/s) om stappen te maken in energie efficiëntie en tegelijkertijd de huidige belichtingssituatie in acht te nemen. Actieve ontvochtiging (ontvochtigingscapaciteit: 30 gram/m2/uur) werd gebruikt in dit teeltsysteem, om te beproeven of gasloos telen binnen handbereik ligt. Het productiedoel was om minimaal 3 kg/m2/week te produceren in de wintermaanden om een rendabele teelt aan te tonen. Belangrijkste conclusie is, is dat verrood onderdeel van de oplossing zal zijn om in de winter een rendabele komkommerteelt te realiseren. Het lichtspectrum zal de focus moeten krijgen in vervolgonderzoek. Optimalisatie van de warmte oogst strategie om in de toekomst gasloos te kunnen telen volgt in de onderzoeks stappen daarna. Projectnummer: 20094

Van 01-08-2018 tot 31-12-2019
Afgerond

Lager energieverbruik potplanten

Het energieverbruik voor warmte in de potplantenteelt bedraagt tussen 30 en 35 m 3 /m 2 op jaarbasis. Er zijn meerdere mogelijkheden om dit aanzienlijk te verlagen, maar onzekerheid t.a.v. de gevolgen voor het product en de teeltplanning maakt dat telers in de praktijk terughoudend zijn met het toepassen van energiebesparing. Een groep Zamioculcas telers heeft het initiatief genomen voor een demo bij Delphy Improvement Centre. Het projectvoorstel betreft een zo energiezuinig mogelijke teelt op kleine schaal die vergeleken wordt met een referentie die zoveel mogelijk de teeltstrategie uit de praktijk volgt. In de uitwerking van de teeltstrategie wordt onderscheid gemaakt tussen de lichtarme winter periode van oktober tot maart en de rest van het jaar. De volgende maatregelen worden toegepast: meer schermen, meer schermuren, telen met de natuur (het licht) mee, perioden met hoger RV en inzet van verticale luchtbeweging voor verbetering van het micro klimaat. In de lichtrijke periode van het jaar zal met een diffunderend scherm en verneveling het beschikbare licht beter benut gaan worden. De hoofdteelt is Zamioculcas en alle teeltstadia worden meegenomen. Om de uitwerking op andere soorten mee te nemen zal ook gekeken worden naar één teeltstadium van Dipladenia. Zowel het kasklimaat als de groei en het teeltresultaat worden intensief gemonitord: verticaal temperatuurprofiel, PAR, pottemperatuur, vers- en drooggewicht, bladoppervlakte, plantvorm en bloei (bij Dipladenia). De verwachting is dat het energieverbruik met 30% kan afnemen tot ca. 20 m 3 /m 2 . De teeltmaatregelen die voorzien zijn passen in het kader van HNT. De proef wordt intensief begeleid door de deelnemende telers en zij dragen ook € 36.000,- bij aan het project. Tropische potplanten in een onbelichte teelt maken weinig ontwikkeling door in de winter waardoor de energie input in die periode inefficiënt wordt benut. Daarnaast zijn de toegelaten lichtniveaus laag waardoor er makkelijk een snellere gewasgroei met besparing van energie kan worden gerealiseerd door meer licht toe te laten. Een steilere licht:temperatuur verhouding met een hogere luchtvochtigheid in Het Nieuwe Telen in vergelijking tot de traditionele teelt, zorgt voor een Zamioculcas gewas dat vier weken eerder vermarktbaar is, waarbij tegelijkertijd 48% energie kan worden bespaard De Zamioculcas in HNT startte trager met de uitloop van veren, maar deze achterstand werd ruimschoots ingehaald richting de zomer met meer en langere veren dan in de Traditionele teelt wat uiteindelijk heeft gezorgd voor een vollere plant. Dipladenia bloeide in HNT uitbundiger dan in de traditionele teelt. De plantontwikkeling en de gecreëerde klimaatcondities in HNT lijken elkaar te versterken en daarmee ook de groei van de plant te versnellen. De snellere groei in HNT ging gepaard met een kleur groen dat lichter is dan in de praktijk. Scherm-, en nevelstrategie afstemmen op het verlagen van de VPD <2 kPa lijkt een goede basis te zijn om op een relatief veilige manier meer licht toe te laten. Om grenzen van de lichtverhoging te onderzoeken zijn er chlorofyl fluorescentie metingen uitgevoerd waaruit naar voren kwam dat volwassen Zamioculcas tot wel 26 mol/m 2 /dag en >1000 µmol/cm 2 /s momentane instraling kunnen verwerken zonder vertoon van lichtschade aan fotosysteem II. Het jonge gewas ervaart lichtstress >±500 µmol/cm 2 /s, maar onduidelijk blijft wanneer er bladschade optreed. De Zamioculcas kan meer licht verdragen dan gedacht, dit heeft mede bijgedragen aan de teeltversnelling, de volheid van het gewas en aan energiebesparing. In vervolgonderzoek zou er onderzocht moeten worden hoe het hogere lichtniveau veilig kan worden toegepast, zodat kwaliteit in gewaskleur wordt behouden. Bekijk hier het vervolgproject. Projectnummer: 20063

Van 01-11-2017 tot 31-12-2018
Afgerond

Perfecte chrysant

Energie is voor de chrysantenteelt de laatste jaren als kostenpost toegenomen. Dit door een dalende sparkspread doordat de behoefte aan een hogere winterkwaliteit meer elektriciteit voor belichting vergt. De chrysantentelers hebben daarnaast behoefte om de zomerkwaliteit beter te borgen en hun winterproductie (verder) te verhogen. In de deskstudies ‘Effectief omgaan met elektriciteit bij chrysant’ en ‘Optimale warmtebalans Chrysant’ zijn alle opties verkend om efficiënter om te gaan met energie. Er is o.a. berekend dat bij een laag energiegebruik, een gasprijs van 0.25 €/m 3 en een lage elektriciteitsprijs het voordeliger is om de warmte uit een warmtepomp met aquifer te halen dan uit een WKK, een verwarmingsketel of uit aardwarmte. In dit voorstel worden de meest belovende opties geïntegreerd in een volledig teeltconcept en getoetst op praktische haalbaarheid. Het doel is om aan te tonen dat: jaarrond een perfecte chrysant is te telen met een warmtegebruik van 15 m 3 /m 2 per jaar aan aardgasequivalenten, 25 kg aan CO2 en 121 kWh/m2. de zomerkwaliteit kan worden geborgd door de kaslucht te koelen. de winterproductie kan worden gelijkgetrokken met de zomerproductie bij een geringe elektriciteitstoename. de bij koeling geoogste warmte kan worden hergebruikt met een warmtepomp en een aquifer, zodat niet hoeft te worden geïnvesteerd in een WKK, en de kas jaarrond kan worden verwarmd zonder aardgas. Hiervoor wordt een kas van 1000 m2 bij het Improvement Centre ingericht voor chrysantenteelten. De kas wordt uitgerust met o.a. diffuus glas met AR coatings, hybride belichting (100 micromol LED en 65 micromol SON-T, beiden in twee schakelbaar), luchtbehandelingskasten die kunnen koelen en verwarmen, luchtaanzuiging van boven het scherm, extra energiedoek en schaduwdoek. In deze kasfaciliteit worden (vooralsnog voor 1 teeltjaar) chrysantenteelten zo energiezuinig mogelijk uitgevoerd. Omdat de kas is op te splitsen in twee delen, kunnen voor iedere teelt twee varianten van dit teeltplan naast elkaar worden getest. Voor ieder vak wordt een keuze gemaakt tussen: wel of geen verlengde opkweek; wel of geen bodemreflectie; irrigatie met beregening of druppelslangen; verschillende belichtingsintensiteiten met LED en/of SON-T; verschillende plantdichtheden. De geoogste chrysanten worden vergeleken met twee referentiebedrijven. Hierbij wordt gelet op teeltsnelheid, versgewicht, drogestofgehalte, bladoppervlak en houdbaarheid. Eind 2017 is besloten het project met 1 teelt te verlengen om zodoende voldoende gegevens te verzamelen om in februari 2018 een goed besluit te kunnen nemen over het beoogde tweede teeltjaar (rest van 2018). Vraagstellingen die we bij de voortzetting willen beantwoorden zijn: Kan de gerealiseerde warmtebesparing ook in de winterperiode worden voortgezet? Blijft de gewasgezondheid en de houdbaarheid op orde als in het begin van de teelt een hoge RV van 93 tot 95% wordt gerealiseerd, die naar het einde van de teelt steeds verder wordt verlaagd? Levert het gebruik van druppelslangen een betere houdbaarheid? Kan met luchtbeweging de bladgrootte worden beïnvloed? Hoe gedraagt de chrysant zich in de winterperiode onder hybride belichting? Kan met het andere lichtspectrum, waaronder een lagere hoeveelheid warmtestraling dezelfde groei en reactietijd worden bereikt als de referentiebedrijven? Bijdrage derden: ca. 10% in cash door ChrIP (chrysantentelers) en stekbedrijven; in kind bijdrage leveranciers (o.a. Philips (lampen). Uit het eindrapport De Perfecte Chrysant blijkt dat de takkwaliteit verbeterd moet worden. Wel is het warmteverbruik veel lager dan verwacht en de warmteoogst veel hoger. Hierdoor kan de teelt met een halvering van de koelcapaciteit ook zonder aardgas worden uitgevoerd. Dat blijkt uit onderzoek van Delphy en WUR Glastuinbouw bij het Improvement Centre. In 2017 zijn bij Delphy Improvement Centre vier chrysantenteelten uitgevoerd op 1000 m2. Het doel was om jaarrond het warmteverbruik onder de 15 m3/m2 aardgas te houden en dat dit ingevuld wordt door de warmteoogst (koeling) middels warmtepomp en aquifers. Ook was het streven om niet meer dan 25 kg CO2 te verbruiken, 121 kWh per m2 per jaar en 5% meer productie ten opzichte van de praktijk. De belangrijkste middelen om deze doelstelling te bereiken zijn hybride belichting (totaal 170 μmol/m2.s), diffuus glas, 3 schermen en 8 luchtbehandelingskasten met een koelvermogen van ±100 W/m2. Projectnummer: E16024

Van 01-01-2017 tot 01-04-2018
Afgerond

Telen op basis van plantbalans bij koude teelten (voorbeeldgewas freesia)

De trend dat er steeds meer lamp- en daglicht in de kassen beschikbaar is heeft de source-sterkte (assimilatenproductie) van de gewassen aanzienlijk verhoogd. Teelten als freesia worden tegenwoordig flink belicht (50-70 μmol met maxima van 100 μmol), maar nog altijd bij een temperatuur van veelal onder de 10 graden in de winter. Bij deze lage temperaturen staat de plantontwikkeling vrijwel stil en de vraag is dan ook of deze temperaturen wel zo laag moeten zijn. De reden voor deze lage temperaturen is om de plantontwikkeling te remmen uit angst voor slechte kwaliteit. Zo is men bij Freesia bang voor “slappe takken” en verdrogen van de aangelegde haken. Echter in het voorjaar (vanaf april) is de teelt vele weken sneller dan in de winter, zonder kwaliteitsproblemen. Het ligt voor de hand dat dit komt door het hogere lichtaanbod in combinatie met de hogere temperaturen. In dit onderzoek zal op twee praktijklocaties (of afdelingen) met hetzelfde ras, dezelfde partij knollen en eenzelfde plantafstand een vergelijk worden gemaakt van een teelt met een ‘open doek’ en een teelt met extra isolerend doek (Obscura 9950). Het temperatuurverschil van beide teelten wordt nauwgezet gevolgd, evenals de plantbalans in source en sink. Beide afdelingen zijn voorzien van een vergelijkbare belichtingsinstallatie en belichtingsstrategie (zelfde source). Aan een augustus planting, zal gedurende de gehele teelt de interactie tussen de source en sink in kaart worden gebracht. Het bepalen van de source en sink is complex en zal aan de hand van veel metingen in kaart worden gebracht. Het klimaat wordt o.a. gemeten door 2 growwatches. De source wordt gemeten met de vernieuwde plantivity, de Licor 6400 (meetintrument voor het bepalen van de CO2 opname van het blad), de LAI en lichtonderschepping. Aan de hand van de metingen wordt berekend wat de source / assimilatenaanmaak is. De sink wordt bepaald door destructieve oogst van planten en metingen daaraan. Dit onderzoek moet aantonen dat isolerend doek geen belemmering is bij de teelt en veel energiebesparing kan opleveren door het aanhouden van hogere temperaturen. Zo kan de minimum buis veel lager in combinatie met isolerend doek. De inschatting is dat er 20% besparing op warmte gehaald kan worden. Uit het onderzoek blijkt in het begin van de teelt een 'positieve' plantbalans (overschot aan assimilaten), maar in de periode van november tot januari is de balans negatief. Vergelijking tussen de twee locaties leert dat door in het begin rustiger te telen (minder licht) en in de winterperiode de teelttemperatuur wat lager te houden, de onbalans minder wordt. Onder deze condities zijn zelfs iets meer takken (inclusief haken) geoogst (109%), maar wel met een beduidend lager totaal drooggewicht (85%). Er kan dus energie bespaard worden door in de maanden tot november minder te belichten. In de winter is óf extra licht nodig óf de temperatuur moet omlaag om de assimilatenbehoefte te verkleinen. Uit berekeningen blijkt dat één graaddag temperatuurverlaging de assimilatenbehoefte vermindert met 0,25 Mol PAR. De lichtbenutting van freesia is bij laag licht onafhankelijk van de Tblad (range van 9-18°C) en loopt bij hoog licht op met 6% per °C. Projectnummer: 20026

Van 01-07-2015 tot 30-06-2016
Afgerond

Telen met gestuurde vochtafvoer

Telen met gestuurde vochtafvoer betreft twee proeven, een in de VenlowEnergy kas en een bij GreenQ DLV. Tot nu toe is in het onderzoek voor Het Nieuwe Telen wel stappen gezet om de verdamping te verminderen middels het achterwege laten van de minimumbuis, maar is nog niet vanuit de benadering van een gecontroleerde minimale vochtafvoer uit de kas gewerkt. Het uitvoeren van een experiment met deze benadering kan nieuwe kennis opleveren voor de toepassing van het nieuwe telen en het telen bij minimale en gecontroleerde verdamping. De Venlow-energie kas wordt gebruikt voor dit project, met een teelt van hoge draad komkommer. Doelstelling: Effect op energie gebruik en gewasontwikkeling onderzoeken van sturen van de vochtafvoer in de nacht op een gecontroleerde wijze ( tussen de 25 en 10 gr/(m2.uur), waarbij de vochtafvoer afhankelijk is van de verdamping overdag. Vochtafvoer overdag wordt gestuurd in relatie tot de instraling. Aantonen dat met sturen op een minimale vochtafvoer in de nacht problemen met gebreksverschijnselen en ziektes niet optreden. Daarnaast wordt in een afdeling van GreenQ DLV een energiezuinige komkommerteelt (25 kubieke meter gas per m² op jaarbasis) gedemonstreerd. Hierbij wordt gebruik gemaakt van nieuwe ontvochtigingstechnieken en nieuwe visies op het kasklimaat om ziekten te voorkomen. Om een leidraad te geven voor de energiedoelstelling zal er voor de gehele teelt per week een richtlijn worden gegeven voor de te gebruiken energie. Voor deze proef zal een teeltstrategie worden toegepast welke een praktijkwaardige productie en kwaliteit als streven heeft. Om goede aansluiting met de praktijk te houden is een goede vroege productie van groot belang. De energiedoelstelling zal door inzet van de punten moeten worden bereikt: Het ontwikkelen van een eenvoudiger en betere schermregeling. Het beter sturen van verdamping van de plant en kasklimaat op basis van VPD. Risico’s op het optreden van Mycosphaerella beperken. Meerdaagse temperatuur integratie toepassen. Dit project bestond uit twee onderdelen: Een energiezuinige komkommerteelt volgens HNT bij het Delphy Improvement Centre in een kas met dubbel scherm en een hoge draad komkommerteelt gericht op gestuurde vochtafvoer in de Venlow Energy kas met dubbel glas bij Wageningen University & Research. De doelstelling van de proef bij Delphy was het demonstreren van een energiezuinige komkommerteelt met een praktijk conforme productie. Om dit te realiseren waren de belangrijkste uitgangspunten van dit project het ontwikkelen van een eenvoudigere en betere schermregeling en het sturen op basis van de verdamping van de plant en kasklimaat op basis AV en VPD om zo de risico’s op Mycospharella te beperken. De proef bestond uit drie teelten volgens een traditioneel paraplu systeem. Het scherm opende op basis van verschil in stooktemperatuur en temperatuur boven het scherm. Dit resulteerde erin dat scherm na zonsopgang nog enkele uren dicht bleef liggen. Hierdoor werd de inzet van de buis minimaal. Dit werkte in zowel de eerste als tweede teelt naar wens. De ontwikkelde schermregeling werd voorgezet in de 3 e teelt maar resulteerde in de week dat het weer omsloeg van warm weer met veel instraling naar kouder weer met minder instraling (week 38) in een chaotische regeling van het scherm. Dit resulteerde in veel fluctuaties in het klimaat (met name het AV). Dit heeft waarschijnlijk een grote bijdrage geleverd aan de infectie van Mycospharella in de derde teelt. De energiedoelstelling is met een energieverbruik van 20 m3/m2 en een praktijkconforme productie (184 stuks en 78.1 kg/m2) uiteindelijk ruimschoots gerealiseerd. Wel moet hierbij worden opgemerkt dat bij dit energieverbruik de beschikbaarheid van CO2 van een externe bron afkomstig een voorwaarde is. Doelstelling van de proef in de VenLow Energy kas was een minimale verdamping te realiseren bij teelt onder dubbel glas en een folie scherm. In de nacht daalde de verdamping tot 15-25 g.m-2.uur-1. Dit was voldoende om zonder gebreks verschijnselen de komkommers te telen. Alleen in maart kwam enige mate van bolblad voor, maar na een paar zonnige dagen herstelde het gewas zich goed. Het foliescherm is tot 2 uur na zon-op gesloten gehouden en 1 uur voor zon-onder weer gesloten. Dit leverde voor de groei geen problemen op. In de nacht kon de luchtvochtigheid oplopen tot boven de 95% zonder dat er Mycospharella is ontstaan. Voor HNT betekent dit dat als de overige factoren zoals horizontale uniformiteit van het klimaat goed zijn dat bij hoge luchtvochtigheid en met minimale vochtafvoer kan worden geteeld. Voor de VenLow Energy kas was het ventilatievoud 0.37 en dat levert in winter condities een voldoende mate van natuurlijke ventilatie en vochtafvoer op. Projectnummer: 20005

Van 15-12-2014 tot 31-12-2015
Afgerond

Verbeteren schermprestaties

Met het beschikbaar komen van apparatuur voor vochtbeheersing onder gesloten schermen zijn er nieuwe mogelijkheden ontstaan voor veel beter isolerende schermen die niet meer vocht doorlatend hoeven te zijn. In eerdere projecten zijn de richtingen bepaald waar de kansen liggen voor nieuwe schermconfiguraties. Dit betreft doeken met een luchtspouw (verdubbeling van de isolerende werking), doeken met aluminimum om uitstraling te voorkomen en voor gebruik over dag folies die veel beter licht door laten dan de huidige licht doorlatende doeken. In de winter van 2014 is een nieuwe type scherminstallatie getest in de Sunergie kas op het IDC. Daaruit is gebleken dat zeer hoge besparingen mogelijk zijn met een eindverbruik voor een jaar rond komkommerteelt van ca. 15 m3/m2. De besparing is vergelijkbaar met die in dubbel glas kassen. Er zijn echter ook nog belangrijke beperkingen gebleken die opgelost dienen te worden: het schermpakket van de geteste installatie was te breed en er ontstonden water plassen aan de bovenkant van het schermpakket. Een chrysanten teler wil een dergelijke nieuwe, hoog isolerende schermconfiguratie in een afdeling binnen zijn bedrijf installeren. Het doek en type installatie worden eerst nog ontwikkeld op kleine schaal bij de leverancier. Hierbij wordt voortgeborduurd op de ervaringen op het IDC van afgelopen winter. Als het ontwerp voldoet, wordt een afdeling ingericht. Het doek wordt geïnstalleerd in een afdeling bij Dekker Chrysanten in Hensbroek waar in het kader van hetzelfde project al in een afdeling van 4600 m2 een transparant dagscherm en ventilation jets geïnstalleerd zijn door Dekker Chrysanten zelf. Deze afdeling is ideaal geschikt om ook het nieuwe verduisteringsscherm op praktijkschaal te testen. Met het nieuwe doek kan een verdere stap gezet worden in het terugbrengen van het effect van uitstraling op het gewas en in het verder verlagen van de minimum buis in de chrysanten teelt. Bovendien moet de kans op condensatie aan de onderkant van het onderste doek verminderen. Ook zal de temperatuur van en het absoluut vocht gehalte van de lucht boven het scherm verder verlaagd worden waardoor het zowel makkelijker moet worden om het vochtgehalte onder gesloten doek te beheersen als om energie te besparen. De droge U-waarde van de kas is gedaald van 3.00 W/m2/K voor een conventioneel verduisteringsscherm naar 1.67 W/m2/K (verlaging van 44%) voor een verduisteringsscherm met spouw en een transparant energiescherm. Het transparante energiescherm zorgt voor de grootste U-waarde verlaging van 33% en de spouw in het verduisteringsscherm zorgt voor een U-waarde verlaging van 17%. Energiebesparing bescheiden De forse U-waarde verlaging leidt echter niet tot een evenredige energiebesparing omdat de hogere isolatiewaarde van de schermen alleen invloed heeft op het energieverbruik als de schermen gesloten zijn. Een groot deel van de warmtevraag betreft de dag periode met open schermen. In de proefafdeling was het energieverbruik door de verwarmingsbuizen 27.1 m³ gas/m²/jaar en in de referentieafdeling 30.4 m³ gas/m²/jaar. De energiebesparing door de hogere isolatiewaarde in de donkerperiode van de kas is 1.9 m3 gas/m2, wat neerkomt op een totale energiebesparing van 6.3%. Kwaliteit en productie goed Door de energiebesparing kan de relatieve lage additionele investering van de spouw in het verduisteringsscherm worden terugverdiend in een belichte chrysantenteelt. De investering in het transparante energiescherm en bijbehorende scherminstallatie kan met de huidige gasprijs niet volledig worden terugverdiend door alleen energiebesparing. Het toepassen van meerdere schermlagen had geen aantoonbaar effect op de kwaliteit en productie van de chrysanten. Projectnummer: 20003

Van 01-09-2014 tot 31-12-2017
Afgerond

Schermen in amaryllis

Bij de amaryllis teelt is de toepassing van een tweede energiescherm, vast of beweegbaar, nog niet gebruikelijk. Als het gebruik van een tweede scherm wordt gecombineerd met een verhoogde RV (of verlaagd vd) setpoint en temperatuur integratie dan is een besparing op warmte van ca. 7 m3/m2 ofwel bijna 30% theoretisch mogelijk. Doelstelling voor deze proef is een besparing van 25%. Dit project is gericht op het realiseren en monitoren van de energiebesparing in een bestaande, lopende amaryllis proef met recirculatie van voedingswater op het GreenQ Improvement Centre. Deze proef wordt beoogd in 2014 te worden voortgezet. Als referentie voor het energieverbruik wordt uitgegaan van de proef resultaten in 2012 en 2013. Voor het realiseren van de energiebesparing staan 2 opties open: XLS-18 op het bovenste dradenbed en een combinatie van Harmony en XLS-10 op het onderste dradenbed Installatie van een vast geperforeerd folie In beide gevallen gecombineerd met nivolatoren voor luchtbeweging, verhoogde RV en temperatuur integratie. In de amaryllisteelt worden twee fases onderscheiden: de trek van de bloemen en de bolgroei. Voor deze twee fases samen is met een tweede scherm (Luxous1347, voorheen XLS-10 genaamd) en een energiezuinige klimaatregeling 17,5 m3/m2 gas voor de verwarming verbruikt. In het vergelijkingsjaar is in dezelfde kas met één energiescherm en standaard minimumbuis instelling 23,4 m3/m2 gas verbruikt. Een verschil van 5,9 m3 en een energiebesparing van 25%. Als het verbruik van het vergelijkingsjaar wordt gecorrigeerd voor de lagere stooktemperatuur tijdens de trek van de bloemen en gemiddeld 2°C lagere buitentemperatuur tijdens de periode van bolgroei komt het gasverbruik in het voorgaande jaar op 20,1 m3/m2. Dan is de energiebesparing lager: 2,6 m3/m2 gas en een besparing van 13%. Houdbaarheidsproeven Op verzoek van de BCO zijn drie houdbaarheidsproeven uitgevoerd om na te gaan of geen ‘Bent Neck’ problemen optreden door het toepassen van de energiezuinige klimaatregeling. Bent Neck is het knakken van bloemstelen als de bloemen na droog transport in dozen, bij de detaillist op water worden gezet. Dit is een probleem wat soms bij enkele cultivars op kan treden. Vermoed wordt dat een hoge luchtvochtigheid ‘Bent Neck’ problemen verergert. Houdbaarheidsproeven na een praktijkgetrouwe transportfase lieten geen ‘Bent Neck’ zien voor bloemen die in de energiezuinige kas waren gekweekt. Projectnummer: 20001

Van 01-09-2013 tot 01-04-2015
Afgerond

Het Nieuwe Telen Chrysant, deel 2

Simulatieberekeningen uit 2010 toonden aan dat het warmtegebruik bij chrysant fors kan worden verlaagd, met name door vochtproblemen op een andere manier aan te pakken dan met een minimumtemperatuur van het ondernet. Onderzoekers, voorlichters, leveranciers en 10 chrysantentelers hebben ervoor gekozen om een proef uit te voeren met een luchtbehandelingsunit (LBU) die droge buitenlucht kan opwarmen en via een slurf boven het gewas kan uitblazen. Dit onderzoek is een vervolg op deel 1 . Deze proef is uitgevoerd op een vak van 2000 m2 bij Arcadia chrysanten in Kwintsheul. Hierbij is onder andere het kasklimaat, het warmtegebruik en de productie vergeleken met dat van het naastgelegen vak. De installatie bleek goed te functioneren. De verdeling van lucht over het proefvak werd als voldoende beoordeeld. In het eerste jaar bleek de luchtvochtigheid in het proefvak zeer goed te beheersen, maar door de lage RV bleef de energiebesparing beperkt. Daarom is in het najaar van 2013 een tweede scherminstallatie geplaatst met een transparant doek, zodat de kas ’s nachts met een dubbele scherminstallatie en ook overdag met een enkele installatie kon worden geïsoleerd. De lage RV en wellicht ook de luchtbeweging, leidde tot een kortere reactietijd. Daarom is gedurende de loop van de proef steeds minder ontvochtigd en werd iets koeler geteeld. Omdat steeds meer vertrouwen ontstond in de beheersbaarheid van de luchtvochtigheid, werd in 2014 aangedurfd om de onderverwarming gedurende de eerste 2 tot 5 weken van iedere teelt uit te schakelen. Tijdens 1 teelt heeft dit in het proefvak geleid tot meer bruin blad dan in het referentievak, maar tijdens de overige teelten bleek de hoeveelheid bruin blad in het proefvak juist iets lager te zijn. Projectnummer: 14753.02

Van 01-04-2013 tot 01-05-2015
Afgerond