Zoeken

Resultaat 1 tot 10 van 15.

Meten en sturen van plantbelasting in sierteeltgewassen

Doel De doelstelling is om het begrip plantbelasting voor sierteeltgewassen nader te onderzoeken, te beschrijven en meetbaar te maken, om vervolgens daarmee de potentie voor energiebesparing te kunnen bepalen. Door het kunnen meten van de plantbelasting kunnen telers het klimaat middels HNT beter sturen met minder energie. Projectbeschrijving HNT gaat uit van optimale assimilatie-, energie- en waterbalans van de plant. De assimilatenbalans is gericht op in balans houden van aanmaak en verbruik van assimilaten. Bij de aanmaak gaat het om de fotosynthese. De assimilatenvraag wordt bepaald door de sink-sterkte van de verschillende plantendelen/organen. De hypothese is dat de assimilatenvraag sterk wordt beïnvloed door de plantbelasting en een hoge plantbelasting in de sierteelt leidt tot een slechte kwaliteit, omdat er te weinig assimilaten beschikbaar zijn voor het aantal groeiende delen. Je zou dan in termen van HNT kunnen spreken over ‘niet in balans’. Bij het onderzoek naar Perfecte roos is naar voren gekomen dat het aantal takken per m2 de krachtigste stuurfactor is om de kwaliteit van de bloemtakken te beïnvloeden. Bij gerbera is er door de FloriConsult Group en telers al enkele jaren ervaring opgedaan met het monitoren van de plantbelasting. De sierteelt bestaat uit een groot scala van gewassen waarbij de aard en sturing van de sink-sterkte verschilt per gewas. Vraag rijst wat een goede definitie is voor het begrip plantbelasting bij sierteeltgewassen. Daarom wordt een deskstudie voorgesteld om het begrip plantbelasting voor sierteeltgewassen nader te onderzoeken, te beschrijven en meetbaar te maken, om vervolgens daarmee de potentie voor energiebesparing te kunnen bepalen. Het project wordt uitgevoerd als een deskstudie in combinatie met gesprekken met collega onderzoekers, sierteeltexperts, HNT cursusleiders en praktijkvertegenwoordigers met relevante kennis van de sierteelt en ervaring met werken met de begrippen plantbelasting en plantbalans. Werkpakket 1: Deskstudie In dit werkpakket wordt bepaald wat een goede definitie van plantbelasting bij sierteeltgewassen is en hoe het meten van plantbelasting kan bijdragen aan bredere toepassing van HNT en energiebesparing in de sierteelt? De sierteelt bestaat uit een groot scala aan snijbloem- en potplantgewassen en teeltwijzen. Gewassen zullen worden ingedeeld in groepen op basis van gewaseigenschappen, sturingsmogelijkheden en voor zover relevant randvoorwaarden voor het meten en sturen op plantbelasting. Werkpakket 2: Gesprekken met externe sierteeltexperts, HNT cursusleiders en/of vertegenwoordigers uit de praktijk Werkpakket 3: Synthese Op basis van de informatie uit WP1 en WP2 wordt een overzicht gemaakt van definitie(s) en sturingsmogelijkheden van plantbelasting bij verschillende groepen van sierteeltgewassen. Op basis hiervan wordt op structurele wijze beredeneerd welke mogelijkheden van energiebesparing in de sierteelt dit kan opleveren en welke beperkingen en/of knelpunten daarbij op kunnen treden/van belang zijn. Uiteindelijk resulteert dit in concrete inzichten hoe het meten en sturen van plantbelasting kan bijdragen aan bredere toepassing van HNT. Projectnummer: 20162

Van 01-09-2020 tot 31-05-2021
Afgerond

Alstroemeria lichtcriteria 2e jaars gewas

Doel: Het vinden van het optimale spectrum voor LED belichting in de alstroemeriateelt, met de hoogst mogelijke producties en behoud / verbetering bladkwaliteit. Toelichting: In een kort en kleinschalig onderzoek zijn eerder 7 spectra met twee Alstroemeria rassen getest. De resultaten (1 ras) hebben laten zien dat de spectrale samenstelling van het licht tot grote verschillen leidt in: a) gewasmorfologie; b) bladkwaliteit (voor de huidige keuze het prevalerend argument) en c) een sterk onverwacht effect van 2 lichtspectra op de productie: het witte licht (hoog aandeel groen) gaf 35% minder productie dan het gemiddelde van de andere 5 spectra; het witte licht met relatief veel verrood gaf 60% meer productie dan het gemiddelde. Van ras 2 in de proef kwamen maar enkele bloemen tot ontwikkeling binnen de duur van de proef; dit waren wel de takken uit de behande-ling wit met verrood. Dit geeft sterke aanwijzingen dat de generativiteit bij Alstroeme-ria door verrood licht wordt beïnvloed. Er is één spectrum uit de 7 geteste spectra gekozen, op basis van argumenten die voorbij gaan aan de mogelijke invloed op productie van verrood/ gebrek aan verrood. De korte proef in omstandigheden die niet praktijkconform waren (geen bodemkoeling toe-gepast) gaf veel informatie, maar riep ook vragen op. Het voorgestelde onderzoek is nodig voor het onder praktijkconforme omstandigheden (met bodemkoeling, een grotere afstand tussen de lampen en de planten, en een langere teeltduur) testen van vier spectra en de invloeden op productie en kwaliteit goed met vier rassen onderzoeken. De kennis is nodig om de toepassing van LED belichting te bevorderen. LED belichting is (afhankelijke van het toegepaste spectrum) tot ca. 45% energiezuiniger t.o.v. SON-T. Aanpak: De proefopzet is als volgt: Er zal een praktijkconforme substraatteelt in bakken voor Alstroemeria (d.w.z. met bo-demkoeling) ingericht worden in twee 144 m2 kassen. Elke kas wordt met behulp van een lichtdicht doek in twee subafdelingen gesplitst. Per kasdeel wordt een spectrum toegepast met een hoge lichtintensiteit (ca. 185- 200 μmol PAR), waarbij twee spectra met en twee zonder verrood licht toevoeging toegepast worden. Per kasdeel zullen 4 rassen worden gebruikt. Uitgebreide metingen aan plant en klimaat zullen worden gedaan evenals metingen een beoordeling aan de vestiging van natuurlijke vijanden onder de verschillende lichtspectra. Dit is een verlenging op de huidige teelt. De leden van de BCO zijn enthousiast over de voortgang, en willen graag de indrukken uit een eerste teeltjaar bevestigd zien worden met een tweede teeltjaar. Met name omdat de lichtspectra effect kunnen hebben op opslag en verdeling van assimilaten voor langere termijn. De argumentatie is daarnaast dat het een meerjarig gewas is, waarbij het eerste jaar een aanloop jaar is en het gewas wat anders reageert. Het is tot nu toe ook een extreem zachte winter geweest, waardoor bladproblemen, die mogelijk door de verschillende spectra versterkt zouden kunnen worden, niet voldoende tot uiting zijn gekomen. Belangrijk is daarnaast om meer te weten te komen over de oorzaken van de verschillen. Hiervoor zullen aanvullende fotosynthese metingen worden verricht. Uit voortschrijdend inzicht kan het zijn dat voor het belichtingsseizoen een of meer spectra vervangen worden, als uit de resultaten blijkt dat er een spectrum is dat absoluut niet levensvatbaar is. Projectnummer: 20153

Van 01-07-2020 tot 30-11-2021
Afgerond

Komkommer integraal naar een optimaal lichtspectrum

Doel: Te komen tot een teeltconcept met optimale spectrum LED belichtingen. Daarnaast wordt een faciliteit gerealiseerd voor onderzoek naar LED belichting voor hoogopgaande gewassen. Komkommertelers kunnen met deze kennis het optimale spectrum kiezen. Aanpak: In dit project wordt een hoge draad komkommergewas geteeld onder vier verschillende lichtspectra, waarbij de watergift en voeding stuurbaar en meetbaar is per lichtspectrum. De assimilaten- en waterbalans onder de verschillende behandelingen zal bepaald worden en kan afhankelijk van de stand van het gewas gestuurd worden. Werkpakket 1: inrichting onderzoeksfaciliteit Inrichten van een kasafdeling van 144 m2 in 4 vakken met dynamisch stuurbare LED modules en afzonderlijke irrigatievakken. In de kas worden per vak sensoren opgehangen om klimaatfactoren te monitoren, en lijnsensoren om de verticale lichtverdeling in het gewas te meten. In ieder van de vakken wordt ook de watergift, drain en verdamping gemonitord met behulp van een weeggoot. Deze onderzoeksfaciliteit is specifiek toegespitst om spectraal onderzoek te doen aan hoog opgaande gewassen waaraan grote behoefte is. Werkpakket 2: Teelt van komkommer onder verschillende lichtspectra De spectra worden geselecteerd op basis van de resultaten van eerder onderzoek en praktijkervaringen. Gebleken is dat telen onder rood/blauw licht absoluut niet leidt tot een goede teelt en productie van komkommer. Toevoeging van verrood lijkt een forse verbetering maar is niet de volledige oplossing. Aan de andere kant leidt een spectrum met veel wit en verrood licht tot een gewasopbouw die dicht in de buurt komt van een plant onder zonlicht, maar daar werden toch meer assimilaten in het blad gestopt en was de strekking ongewenst hoog. Op basis van de huidige resultaten en kennis lijkt een spectrum met een uitgebalanceerde hoeveelheid verrood en wit licht ten koste van rood licht een goede kandidaat. Gedurende de teelt wordt het klimaat, de gewasontwikkeling, productie, wateropname en nutrientengehaltes in het gewas gemonitord, evenals de ontwikkeling van ziektes en plagen. In alle behandelingen zal de verticale temperatuur- licht- en vochtverdeling worden gemonitord. De source/sink balans wordt bepaald door fotosynthese- en lichtspectrumverdeling in verschillende bladlagen. Gekoppeld aan de fotosynthese metingen zal ook de huidmondjesopening worden gemeten over het etmaal om de dynamiek in verdamping over verschillende bladlagen in kaart te brengen. Werkpakket 3: Effect van lichtspectrum op genexpressie en hormoonhuishouding Er zijn een aantal vragen omtrent de reactie van de plant op het lichtspectrum waarbij het vermoeden rijst dat een verstoorde hormoonbalans de grondslag is voor de problemen die worden waargenomen. Daarom zal in dit werkpakket de genexpressie van een aantal genen worden bepaald, bijvoorbeeld genen betrokken bij de hormonale regulatie van de hormonen auxine, cytokinine en ethyleen. Deze hormonen hebben invloed op de uitgroei van okselknoppen, apicale dominantie, veroudering van het blad, en vruchtuitgroei. Daarom zal op 3 momenten gedurende de proef bemonsterd worden aan vruchten en bladeren om de spectrale effecten op de hormoonbalans in kaart te brengen. Werkpakket 4: Analyse en kennisoverdracht Het onderzoek heeft aangetoond dat het lichtspectrum een belangrijke rol speelt in zowel de fotosynthese als in de gewasgezondheid, waarbij variatie in het spectrum kan leiden tot betere of slechtere plantresultaten, afhankelijk van de verhouding van rood, verrood, blauw en groen licht. Projectnummer: 20151

Van 01-05-2020 tot 31-10-2021
Afgerond

Alstroemeria en haar lichtcriteria

Doel Het vinden van het optimale spectrum voor LED-belichting in de alstroemeriateelt, met de hoogst mogelijke producties en behoud en/of verbetering van de bladkwaliteit. Telers kunnen met deze kennis de juiste keuze maken ten aanzien van het spectrum. Toelichting In een kort en kleinschalig onderzoek zijn eerder zeven spectra met twee alstroemeriarassen getest. De resultaten (1 ras) hebben laten zien dat de spectrale samenstelling van het licht tot grote verschillen leidt in: a) gewasmorfologie; b) bladkwaliteit (voor de huidige keuze het prevalerend argument) en c) een sterk onverwacht effect van twee lichtspectra op de productie. Het witte licht (hoog aandeel groen) gaf 35% minder productie dan het gemiddelde van de andere vijf spectra; het witte licht met relatief veel verrood gaf 60% meer productie dan het gemiddelde. Van ras 2 in de proef kwamen maar enkele bloemen tot ontwikkeling binnen de duur van de proef. Dit waren wel de takken uit de behandeling wit met verrood. Dit geeft sterke aanwijzingen dat de generativiteit bij alstroemeria door verrood licht wordt beïnvloed. Er is één spectrum uit de zeven geteste spectra gekozen, op basis van argumenten die voorbij gaan aan de mogelijke invloed op productie van verrood/ gebrek aan verrood. De korte proef in omstandigheden die niet praktijkconform waren (geen bodemkoeling toegepast), gaf veel informatie, maar riep ook vragen op. Het voorgestelde onderzoek is nodig voor het onder praktijkconforme omstandigheden (met bodemkoeling, een grotere afstand tussen de lampen en de planten, en een langere teeltduur) testen van vier spectra en de invloeden op productie en kwaliteit met vier rassen goed onderzoeken. Aanpak Er wordt een praktijkconforme substraatteelt in bakken voor alstroemeria (met bodemkoeling) ingericht in twee kassen van 144 m 2 . Elke kas wordt met behulp van een lichtdicht doek in twee subafdelingen gesplitst. Per kasdeel wordt een spectrum toegepast met een hoge lichtintensiteit (ca. 185- 200 µmol PAR), waarbij twee spectra met en twee zonder verrood licht toevoeging worden toegepast. Per kasdeel wortden vier rassen gebruikt. Uitgebreide metingen aan plant en klimaat worden gedaan, evenals metingen en beoordeling van de vestiging van natuurlijke vijanden onder de verschillende lichtspectra. Het project wordt medegefinancierd door de gewascoöperatie, met ondersteuning vanuit veredelaars, Signify en Ludvig Svensson. Projectnummer: 20133

Van 01-07-2019 tot 31-12-2020
Afgerond

Energiezuinig concept winterteelt framboos

Doel Het doel van dit project is om telers en adviseurs advies te kunnen geven over de beste teeltstrategie van frambozen in de wintermaanden, wat moet resulteren in een teeltconcept met setpoints voor CO2-niveaus en CO2-dosering, waarbij een beperkte hoeveelheid energie en CO2 zo efficiënt mogelijk wordt ingezet. Toelichting Evenals bij vruchtgroenten neemt bij houtig zachtfruitgewassen de vraag naar een jaarrond, kwalitatief goed product toe. Mede daardoor vindt er een verschuiving plaats van de buitenteelt naar de glasteelt. Voor een winterteelt is belichting noodzakelijk waarbij er gekeken wordt naar LED’s. Met LED en Het Nieuwe Telen is nog nauwelijks ervaring en zijn er sowieso nog veel vragen over de beste teeltcondities bij frambozen onder glas. In een recent WUR-experiment is bij dit gewas het effect van lichtspectrum met LEDs, diffuus glas en ras op ondermeer fotosynthese, bladkleur, productie en kwaliteit onderzocht. Hierbij bleken de gebruikte primocanes (uit stek) gevoelig te zijn voor vroegtijdige bladvergeling (winterrust). De productie onder diffuus glas bleef mede door een slechte zetting fors achter op die van helder glas. Ook kwamen dubbele vruchten, die kwalitatief onvoldoende zijn, te vaak voor. Het vermoeden is dat er onbalans optreedt in de vochthuishouding van gewas en/of de kas. Er konden geen grote effecten van het lichtspectrum van de tussenbelichting met LEDs op productie en kwaliteit worden aangetoond. Het plantmateriaal bleek in de proefkassen verre van homogeen. Voordat LED-belichting op grotere schaal door frambozentelers zal worden toegepast, zal eerst een aantal van bovengenoemde problemen moeten worden opgelost. Uit kostenoogpunt vragen telers zich ook af wat in de winterteelt de minimaal gewenste lichtintensiteit van de LED-belichting is en welk CO2-niveau bij framboos moet worden gehandhaafd voor een goede productie en kwaliteit. Om een fossielvrije, duurzame belichte frambozenteelt te realiseren is het nodig om een goed teeltconcept te ontwikkelen met efficiënte licht- en CO2-benutting. In de proef komen er daarom 2 verschillende CO2- en LED-lichtniveaus. Aanpak In 2 kassen zullen top-LEDs (R/W/LB) met een lichtintensiteit van deels 100 en deels 150 µmol/m2/s worden geïnstalleerd. Half september zullen lang bewaarde floricanes van 2 rassen worden geplant. Eén van de 2 rassen zal het standaardras Kwanza zijn. In de randrij komen ter oriëntatie ook enkele primocanes van Kwanza om na te gaan of deze inderdaad onder deze proefomstandigheden gevoelig zijn voor vroegtijdige bladvergeling. Er zullen 2 CO2-niveau’s worden aangehouden: in één afdeling van minimaal net boven de buiten-waarde tot maximaal 600 ppm afhankelijk van de ventilatie en een maximum doseercapaciteit van 50 kg/ha/uur. In de andere kas zal gestreefd worden naar een CO2-niveau van 800 ppm met een maximum doseercapaciteit van 100 kg/ha/uur. Er zal zoveel mogelijk geteeld worden volgens de principes van Het Nieuwe Telen. Veel aandacht zal er zijn voor de vochtbalans om o.a. het optreden van splijtvruchten te minimaliseren en slechte bloemen te voorkomen. Er zal worden ontvochtigd via een ontvochtigingsinstallatie met latente warmteterugwinning en relatief kleine slurven onder de goten. De groei- en ventilatieverliezen van CO2 zullen worden gemodelleerd en gemeten om te begrijpen waar de gedoseerde CO2 naar toe is gegaan. Het aantal huidmondjes in de bladeren van beide afdelingen zal twee maal worden geteld. Ook zal de huidmondjesgeleidbaarheid en fotosynthese onder verschillende condities (CO2-, licht- en temperatuurniveau) worden bepaald. Dit zal gebeuren twee maal gebeuren, evenals de lichtonderschepping. Maandelijks het gehalte aan chlorofyl, flavonolen en anthocyaan in bladeren non-destructief worden gemeten als maat voor de bladkwaliteit. Uiteraard worden productie, smaak en houdbaarheid bepaald. Het project wordt mede gefinancierd door Advanced Berry Breeding, The Greenery en de gewascoöperatie Houtig kleinfruit. CO2 doseren in de winterteelt van framboos heeft nauwelijks effect op de productie en kwaliteit. Meer licht betekende wel meer productie, maar de ras- en plantverschillen bleken groot. Dat bleek uit onderzoek van Wageningen UR Glastuinbouw & Bloembollen. Het onderzoek werd uitgevoerd vooral met het oog op een toekomstige fossielvrije teelt met beperkt of zonder CO2-doseren en indien mogelijk slechts lage inzet van de verwarming. In een winterteelt met LED's werd gewerkt met lang bewaarde canes van het ras Lagorai en met 10 weken bewaarde canes van het ras Kwanza. De lichtintensiteit van de LEDs was ca. 100 en 137 μmol/m2/s bij een maximale belichtingsduur van 18 uur. Dit werd gecombineerd met een CO2-streefwaarde van zo’n 450 en 900 ppm en een doseersnelheid van resp. 50 en 100 kg/ha/uur met een forse afbouw op ventilatie. Er ontstonden dus 4 verschillende behandelingen. De gemiddeld gerealiseerde etmaaltemperatuur in de proef was 16°C. Nauwelijks effect van CO2 in winterteelt De gemiddeld gerealiseerde CO2-concentratie was respectievelijk 460 en 775 ppm CO2 bij een doseerhoeveelheid van respectievelijk 1 en 9.9 kg/m2 CO2. Het grote verschil in CO2-dosering en gerealiseerde CO2-concentratie in de kas had in de frambozenproef nauwelijks of geen positief effect op de productie en kwaliteit. In de wintermaanden met relatief weinig licht van de zon en groeilicht, hoeven het CO2-gehalte en de dosering dus niet zo hoog te zijn. Meer licht is meer productie Gedurende de gehele teeltperiode is er bij beide lichtintensiteiten met de LED's ca. 1850 uur belicht, wat leidde tot een stroomverbruik van 65 en 89 kWh/m2. Het berekende warmtegebruik bij hoog en laag licht kwam in de proef met gemiddeld respectievelijk 12.8 en 16.9 m3/m2 hoog uit. Dit werd vooral veroorzaakt door de noodzaak tot ontvochtiging om problemen met zetting en schimmelgroei te voorkomen. Bij fossielvrij telen zal het warmteverbruik sterk moeten worden gereduceerd. De totale PAR-lichtsom verschilde 15% in de behandelingen. Door de oogst van meer vruchten nam hierdoor de productie van Klasse 1-vruchten toe met 11.5%. Meer licht verhoogde de fotosynthesesnelheid, maar deze nam af gedurende de teelt. Grote plant- en rasverschillen Het lang bewaarde plantmateriaal van Lagorai was bij het planten nog goed gezond. De kortdurend bewaarde ‘verse’ canes van Kwanza bleken echter deels aangetast te zijn door botrytis, wat de heterogeniteit van het plantmateriaal versterkte. Meer aandacht voor de bewaaromstandigheden van het plantmateriaal is zeer gewenst. De gemiddelde productie aan klasse 1-vruchten bedroeg bij Kwanza en Lagorai respectievelijk 2.0 en 3.5 kg/m2. Als gevolg van dubbele en korrelige vruchten was het percentage klasse 2 vruchten met zo’n 19% bij Kwanza erg hoog. Bij Lagorai lag dit percentage op nog geen 3%. Kwanza en Lagorai hadden aan het einde van de teelt een LAI van resp. 4.6 en 7.2 m2/m2, wat met name bij Lagorai voor de winterperiode erg hoog was. Projectnummer: 20126

Van 01-06-2019 tot 30-09-2020
Afgerond

Nieuwe semi-transparante PV: een match met de NL glastuinbouw?

Doel: Evalueren of opkomende semi transparante fotovoltaïsche (PV) technologieën haalbaar zijn voor de Nederlandse glastuinbouw door effecten op energieopwekking, energiebesparing en gevolgen voor de productie in te schatten. Toelichting: Semi transparante fotovoltaïsche cellen kunnen selectief het ene deel van het zonnespectrum absorberen en het andere deel doorlaten voor het gewas eronder. Tot nu toe zijn deze technieken vaak alleen op kleine schaal in laboratoria gedemonstreerd en/of niet interessant omdat het licht voor elektriciteit opwekking nuttiger gebruikt kan worden voor het gewas. Momenteel komen sommige van deze technologieën echter daadwerkelijk als producten op de markt waardoor de vraag relevant wordt of deze technologieën een toegevoegde waarde hebben voor de kassen in Nederland. Voorbeelden zijn Brite Solar, Soliculture en Physee, waarvan eerstgenoemde van plan is om een proefkas te bouwen. Aanpak: WP1 materialen en informatie verzamelen: fabrikanten zullen worden benaderd en verzocht om een monster te leveren om te onderzoeken, aan hen zal tevens gevraagd worden welke optimalisatiestappen zij reeds hebben gemaakt en welke nog kunnen worden gemaakt en er zal expliciet om instemming worden gevraagd met het publiekelijk dissemineren van de resultaten, zonder deze instemming zal een product niet mee worden genomen in dit onderzoek. WP2 metingen: De hemisferische PAR transmissie, loodrechte NIR transmissie en thermisch infrarode emissie zal worden bepaalt in het WUR lichtlab WP3 berekeningen: Met behulp van KasPro en rekenmodellen in de KWIN zal het verwachtte effect van het inpassen van deze techniek op de teelt en de bedrijfsbalans worden berekent. WP4 rapportage: de verzamelde metingen en berekeningsresultaten zullen worden gerapporteerd in een eind rapport. Voor de productie van zowel tuinbouwgewassen als van elektriciteit uit fotovoltaïsche (PV) cellen is licht nodig. Omdat het beschikbare zonlicht niet altijd efficiënt wordt omgezet in tuinbouwproducten is er soms ruimte om dit licht te gebruiken voor de productie van elektriciteit. Wageningen University & Research heeft in opdracht van Kas als Energiebron onderzocht of hiervoor semitransparante PV-cellen kunnen worden ingezet. Voorlopige conclusie is dat geen van de geteste panelen al rendabel is in te zetten in de glastuinbouw. Met behulp van simulatiemodellen is berekend in hoeverre semi-transparante PV-panelen in het kasdek invloed hebben op de productie en energiebehoefte van verschillende tuinbouwgewassen. Drie verschillende typen op de markt beschikbare semi-transparante PV-panelen zijn doorgemeten en geëvalueerd. Projectnummer: 20127

Van 01-05-2019 tot 30-09-2020
Afgerond

LED bij zonlicht

Om energiebesparing en klimaatneutrale toepassingen voor all-electric glastuinbouw te kunnen combineren met belichting wordt veel verwacht van efficiëntere belichtingssystemen zoals LEDs. LED biedt energetisch voordelen en geeft ruimte voor toepassing van dynamische lichtrecepten (lichtkleur is te kiezen en in de tijd te variëren). In het lopende project “Denkkader licht” wordt een beeld geschetst van de kennis die er over lichtkleuren en het effect daarvan op groei en ontwikkeling is en welke kennislacunes er zijn. Over de combinatie van lage intensiteit zonlicht in de winter met LED verlichting blijkt heel weinig bekend. Veel onderzoek is gedaan aan effecten van één kleur, vaak in daglichtloze condities, maar slechts weinig onderzoek naar een integrale benadering van LED belichting in kassen met daglicht. Twee richtingen van ontwikkeling van lichtrecepten lijken perspectiefvol voor onderzoek en vervolgens voor toepassing in de glastuinbouw: (1) balans tussen kleuren en (2) minimale hoeveelheid licht van bepaalde kleur. Het doel van dit onderzoek is het opstellen van (goede) basisspectra voor LED licht als aanvulling op het zonlicht onder omstandigheden met weinig natuurlijk licht, voor een aantal gewassen (tomaat, sla, chrysant en alstroemeria). Dit gebeurt in 5 werkpakketten: Werkpakket 1. Inrichten IDC LED, plannen en voorbereiden. Naast inrichten van het IDC LED met de nieuwste led modules, zal het plan voor werkpakket 2 wordt gedetailleerd ingevuld over o.a. aantallen planten, rassen, spectrum, intensiteiten en plantmetingen. Werkpakket 2. Experimenten met lichtrecepten. In een reeks experimenten worden strategieën met verschillende basisspectra toegepast bij tomaat, chrysant, sla en alstroemeria. Al deze proeven worden gedaan onder “winterse condities” in de kas, dus lage niveaus zonlicht en korte dagen met natuurlijk licht. In serie 1 wordt in eerste instantie voor tomaat en sla een proef gedaan met verschillende spectra, waarin de effecten op jonge tomatenplanten en op slaplanten wordt bepaald. In deze proef worden de morfologische en fysiologische processen in de plant gemeten die de groei en ontwikkeling van de planten bepalen. Uit deze proef valt af te leiden in hoeverre blauw licht in het LED spectrum nodig is, wat het effect is van groen en verrood licht, en in hoeverre deze effecten onderling vervangbaar zijn. Daarna volgt een serie 2 met chrysant en alstroemeria. Daar wordt gekeken naar weggroei van jonge planten, strekking, bladoppervlakte, lichtonderschepping, bladgrootte en biomassavorming. Uit deze proef valt af te leiden in hoe de plantvorm en lichtonderschepping van jonge chrysanten- en alstroemeriaplanten gestuurd kan worden met het spectrum Werkpakket 3: Go/No Go bespreking Werkpakket 4: toepassing in een teelt. In WP2 wordt gewerkt met jonge gewassen en is de vraag wat de effecten zijn op een volgroeid gewas. Daarom worden uit die experimenten de meest interessante combinaties gezocht van spectrum en gewas, en worden deze beproefd in een volledige teelt (voor chrysant of sla) of de winterproductie (tomaat). Werkpakket 5. Rapportage en overleg Dit onderzoek moet kennis opleveren om de toepassing van led te versnellen door meer kennis over het toe te passen spectra. Led is inmiddels meer dan 40% zuiniger dan de huidige SON-T lampen bij gelijke lichtintensiteit. Philips draagt € 25.000,- bij aan dit project (in kind). Het is belangrijk om te weten als overgegaan wordt op led-belichting wat de invloed is op biologische bestrijders en plantweerbaarheid. Een vijftal verkennende experimenten moeten hier een beeld van geven. Zoekefficiëntie en parasiterings-activiteit van Aphidius ervi voor bladluis Populatie-ontwikkeling roofmijten op komkommer Eileg en ontwikkeling van Macrolophus pygmaeus in tomaat Eileg en ontwikkeling Orius roofwantsen in chrysant Effect lichtbehandeling op plantweerbaarheid tomaat en chrysant Projectnummer: 20078

Van 01-04-2018 tot 30-09-2019
Afgerond

Denkkader Licht

De opkomst van LED techniek, waarbij slechts enkele golflengten additioneel toegevoegd wordt ter bevordering van de fotosynthese, roepen vragen op over voorwaarden van de (samenstelling en samenhang van ) golflengtes of wel over het optimale en minimaal vereiste lichtspectrum voor een goede groei van gewassen. Dat de kennis over kunstlicht beperkend is, is met name gebleken bij roos. Maar ook ten aanzien van stuurlicht blijken hypothese in proeven niet bevestigd te worden. Met name kunstlicht stelt ons voor nieuwe vragen, confronteert ons met onvolledige kennis en begrip, met als gevolg onjuiste aannames en onvolledige analyses. Het gebrek aan kennis noopt tot een kritische beschouwing van alle kennis en de omstandigheden waaronder die kennis is verzameld. Bestaande kennis en proefresultaten zullen geanalyseerd moeten worden om te bepalen welke kennis verworpen moet worden, welke kennis aangepast, welke kennis over het hoofd is gezien en toch bruikbaar is en welke kennislacunes er zijn. Het gaat om de integrale effecten van licht(samenstelling). Niet alleen op de fotosynthese, maar ook op de verdeling en benutting van assimilaten tot product en kwaliteit, planthabitus en overige aspecten als (ongewenste) verdamping, hormoonbalanseffecten op knop en wortel of (verstorings)effecten op strekkingsprocessen. Dit kan leiden tot nieuwe inzichten en bijdragen aan het gewenste doel: een betere productie en kwaliteit en effectievere benutting van kunstlicht in de winter en (in mindere mate) tot betere afscherming bij overmaat van licht in de zomer. Doelstelling van dit project is het bepalen van relevante kennis en kennislacunes die de sector en het onderzoek leiden naar een betere toepassing van kunstlicht (en in mindere mate) het verbeteren van afscherming in de zomer. Werkpakket 1. Kennisinventarisatie Dit werkpakket start met een korte ronde waarin de kennis, ervaring en ideeën omtrent licht van een aantal telers, adviseurs en onderzoekers wordt geïnventariseerd. Na deze ronde kennisinventarisatie worden de onderwerpen gegroepeerd en uitgewerkt. Aan het einde van deze fase is er een min of meer compleet overzicht van de kennis en ervaring op het gebied van benutting van lichtkleuren in de tuinbouw, in relatie tot andere teelt- en klimaatmaatregelen. Werkpakket 2. “Spelen” met de kennis en ervaring In dit werkpakket wordt de kennis die opgedaan is in werkpakket 1 in een breder kader geplaatst. Dit werkpakket begint met een workshop waarin de kennis (kort) gepresenteerd wordt, maar waarin vooral de dogma’s rond licht en het gebruik van lichtkleuren besproken worden. Deze workshop moet nieuwe ideeën, concepten en verdere vragen opleveren. Deze worden verder uitgewerkt, ook weer gebruik makend van bestaande informatie en (waar nodig) specialistische kennis van (ervarings)deskundigen. In dit werkpakket willen we de omzetting maken van kennis (opgedaan in werkpakket 1) naar concepten hoe je het lichtklimaat optimaal in kunt zetten in de glastuinbouw, maar ook van wat de onmogelijkheden hiervan zijn. Dit moet leiden tot een totaalplaatje van wat er mogelijk is. Een aanbeveling voor telers die overwegen over te stappen naar LED-belichting is zich goed te laten informeren door lampenfabrikanten over de producten die zij bieden, lichtspectrum, efficiëntie, ervaringen en financieringsmogelijkheden. Hierbij gaat het niet alleen om de effecten op gewas, maar ook om plantweerbaarheid, mogelijkheden tot scouting en de werkbaarheid van het personeel onder die lichtcondities. In de afgelopen twintig jaar is het elektriciteitsgebruik in de glastuinbouw snel toegenomen door toenemende arealen belichte teelt en een sterke toename van het geïnstalleerd vermogen aan belichting. Deze trend is te keren door de vervanging van de huidige SON-T belichting door LED-belichting, die efficiënter is in het omzetten van elektriciteit in licht. LED-belichting biedt nieuwe perspectieven voor de teelt en sturing van gewassen, omdat het lichtspectrum kan worden aangepast aan de behoeftes van het gewas. Dit biedt mogelijkheden om de morfologie, ontwikkeling en fysiologie van planten te sturen. Beter gebruik mogelijkheden In het project ‘Denkkader licht’ hebben onderzoekers van Wageningen University & Research bestaande kennis, proefresultaten en praktijkervaringen geïnventariseerd en geanalyseerd om bij te dragen aan de kennis die nodig is om te komen tot een beter gebruik van de mogelijkheden van LED-belichting in de glastuinbouw. Hierbij is niet alleen gekeken naar de effecten op gewas, maar ook op de plantweerbaarheid en natuurlijke vijanden. Dit project levert daarmee geen standaard lichtrecepten op, maar biedt een denkkader om te begrijpen waarom bepaalde effecten optreden en hoe per gewas de kennis moet worden opgebouwd om wel te kunnen komen tot de meest effectieve belichtingsstrategieën. Systeemverandering Uit proeven en demonstratieprojecten blijkt dat de overstap van een onbelichte teelt of SON-T belichting naar een LED belichte teelt de nodige consequenties heeft voor temperatuurverdeling, ontwikkelingssnelheid, raamopening en daarmee voor CO2 benutting, warmte en elektriciteitsverbruik. Het toepassen van LED’s in de kas is een systeemverandering, waarbij alle elementen van het systeem opnieuw geoptimaliseerd moeten worden. Projectnummer: 20113

Van 01-08-2017 tot 01-07-2018
Afgerond

Klimaat sturen op inhoud blad

Een van de belangrijke principes van Het Nieuwe Telen is dat het schaarse licht optimaal wordt omgezet in assimilaten, in het bijzonder in oogstbaar product. Daarmee is het helder dat de assimilatenverdeling zo veel mogelijk moet worden gestuurd in de richting van de vruchten of bloemen. Op dagbasis moeten de assimilaten optimaal worden verwerkt waarbij energiekostende omzettingen zoals vorming van zetmeel en remobilisatie in het bladpakket daarvan zoveel mogelijk moet worden voorkomen. De enige manier waarop dit tot nu toe te bepalen is, is door bladmonsters te nemen en deze te laten analyseren. Het zou wenselijk zijn dat een teler zelf momentaan in de kas de status van zijn gewas kan monitoren, en dat gebruiken om op basis daarvan beslissingen te nemen ten aanzien van kasklimaat of teeltmaatregelen. In dit project wordt een snelle screeningsmethode ontwikkeld om de gewasstatus te monitoren en op basis daarvan het kasklimaat zo energiezuinig mogelijk te regelen zoals belichting en temperatuur of het moment van bladplukken. Er zal hyperspectral imaging (400 tot 1700 nm) toegepast worden. Het resultaat van de hyperspectrale beeldanalyse is een model wat aangeeft welke golflengtes een rol spelen bij het meten van de verschillende inhoudsstoffen. Deze golflengtes kunnen vervolgens worden geïmplementeerd in een handzame multispectrale camera. Werkpakket 1. Voorbereiding en aanleggen van de behandelingen. Aan het einde van een bestaande kasproef met vijf tomatenrassen worden verschillende behandelingen aangelegd. Dit betreft bijv. trossnoei, blad verwijderen om assimilatenaanmaak te verlagen, blad laten hangen aan andere planten om bladvergeling/veroudering te krijgen. Dit is om er voor te zorgen dat de suikergehaltes en droge stof percentages in vruchten en bladeren verschillen, en om verschillen te maken in nutriëntengehaltes in de bladeren (bladeren laten hangen aan de planten, watergift met (zeer) lage nutriëntengehaltes). Werkpakket 2. Beelden met de hyperspectraal camera’s, bemonsteren en data analyse. Er worden uit de kas per type relatie 100 bladeren en 100 vruchten genomen en deze worden met de hyperspectrale camera’s doorgemeten. De bladeren variëren van jong en groen tot oud en vergeeld, en de vruchten variëren van groen tot zeer rijp (rood). Voor de bladeren worden relaties gelegd tussen de hyperspectrale beelden en suikergehalte, nutriënten (tenminste stikstof en calcium), % droge stof (watergehalte) en chlorofyl. Voor de vruchten worden relaties gelegd tussen de hyperspectrale beelden en suikergehalte, % droge stof (watergehalte), stevigheid en kleur Werkpakket 3. Analyse resultaten en rapportage. Uiteindelijk wordt bepaald of de hyperspectraal camera een goede momentane niet-destructieve meting kan doen van de bladkwaliteit of de vruchtkwaliteit. Voor dit onderzoek werd gebruik gemaakt van een bestaande tomatenteelt met 5 rassen. Er zijn behandelingen aangelegd om er voor te zorgen dat de suikergehaltes en droge stof percentages in vruchten en bladeren verschillen, en om verschillen te maken in nutriëntengehaltes in de bladeren. Vervolgens werden aan deze bladeren en vruchten metingen gedaan met hyperspectrale camera’s. De bladeren en vruchten werden vervolgens gebruikt voor destructieve bepalingen van suikers, zetmeel, nutriënten, percentage droge stof en chlorofylgehalte in verschillende laboratoria. Voor iedere vrucht of blad werden de spectrale beelden en de labmetingen gecombineerd en werd bepaald in hoeverre de beelden een goede correlatie opleveren met de verschillende inhoudsstoffen. Goede correlatie Uit de resultaten blijkt dat de hyperspectrale beelden goed correleren met de gehaltes aan suikers in het blad. Daarnaast zijn er goede correlaties met het droge stof gehalte en de gehaltes aan pigmenten (chlorofyl en carotenoïden) in het blad. Er was een redelijke correlatie tussen de beelden en gehaltes aan zetmeel, totaal stikstof en calcium. De gehaltes aan een aantal andere nutriënten bleek niet tot nauwelijks voorspelbaar met de hyperspectrale camera’s. Verder bleken gehaltes aan suikers en zuren in de vruchten, bepalend voor de smaak van tomaten, goed voorspelbaar met de hyperspectrale camera. Al deze resultaten laten zien dat hyperspectrale camera’s zeer bruikbaar kunnen zijn in de glastuinbouw om de status van het gewas en kwaliteit van vruchten te bepalen tijdens de teelt, zonder het gewas te beschadigen. De volgende stap zou zijn om na te gaan of de hyperspectrale camera’s ook in een reguliere teelt gebruikt kunnen worden om de gehaltes aan inhoudsstoffen te bepalen, zodanig dat een teler die informatie zou kunnen gebruiken om op te kunnen sturen. Projectnummer: 20055

Van 01-03-2017 tot 31-12-2017
Afgerond

Energiebesparing door bladpluk bij komkommer

Een mogelijkheid voor verdergaande verlaging van het energiegebruik in de onbelicht glasgroenteteelt bij toepassing van Het Nieuwe Telen is het efficiënter benutten van de assimilaten en het terugdringen van onnodige verdamping door het gewas te sturen met bladpukken. In proeven van Wageningen UR in de tomatenteelt en praktijk proeven in de aubergineteelt en in de paprikateelt zijn de eerste stappen gezet. De gedachte is dat door het bladpakket (LAI) gericht te sturen de assimilaten aanmaak voor een groter deel naar de vruchten gestuurd kunnen worden en dat met minder bladoppervlak met name in de herfst minder vocht geproduceerd wordt door het gewas. Dit betreft een verkennende proef met hoge draad komkommer. Binnen één afdeling worden 5 behandelingen uitgevoerd met variaties in stengeldichtheid en % blad pluk. Het bladpukken gebeurt in het jongste stadium zodat zo min mogelijk assimilaten verspild worden bij de aanmaak. De 5 behandelingen worden gemonitord op gewasontwikkeling (snelheid, LAI), lichtonderschepping en fotosynthese snelheid onder- en bovenin het gewas en productieresultaten (drooggewicht, kwaliteit e.d.). Dit voorstel sluit aan op de eerste stappen die gezet zijn om de aanpak te ontwikkelen tot een zo laag mogelijk energiegebruik in warm geteelde gewassen. Dat kan bij maximale isolatie met bijv. dubbele schermen en zo min mogelijk energie inzet voor vochtafvoer. Om dit te bereiken is een andere gewasmanagement aanpak nodig dan nu gebruikelijk is, gericht op verhoging van de assimilaten aanpak, efficiëntere inzet van de assimilaten en minimalisering van energie inzet voor vochtafvoer. Voor een goede productie is een optimale combinatie van stengeldichtheid en assimilatenaanbod noodzakelijk. Bladpluk alleen leidde tot een licht stijgende abortie, een lagere ontwikkelingssnelheid en dus minder oksels, en een lagere LAI met minderlichtonderschepping. Dit gaf dus minder vruchten en minder kilo’s. Dit kan echter worden gecompenseerd door een hogere stengeldichtheid. Er ontstaat dan een gewas met een normale LAI en gewasstructuur, maar wel met een hoger aantal oksels m -2 waar vruchten aangehouden kunnen worden. De productie en lichtbenuttingsefficiëntie nemen toe. Hier staat tegenover dat ook de arbeid voor gewasverzorging toeneemt. Het is, net als bij tomaat, te verwachten dat toepassing in donkere perioden leidt tot minder energieverbruik om vocht af te voeren. De aanbeveling voor de praktijk, op basis van wat we nu weten, zou zijn: pluk met mate blad, combineer het met een relatief hoge stengeldichtheid, en bespaar energie in een winterteelt. Projectnummer: 20033

Van 01-04-2016 tot 31-12-2016
Afgerond