Zoeken

Resultaat 1 tot 6 van 6.

Perfecte roos: Balans en integratie

Doel: Demonstratieproject naar een Perfecte Roos onder LED met aandacht voor de CO₂ dosering en gewasbescherming gericht op meeldauw beheersing. Toelichting: De zoektocht naar een Perfecte Roos die duurzaam en klimaatneutraal wordt geteeld is nu een aantal jaren onderweg. In de loop van de tijd zijn belangrijke stappen gezet en is veel kennis ontwikkeld. Zo is duidelijk dat koeling in de zomer kwaliteitswinst kan opleveren en bijdraagt aan energiezuinigheid. Dit laatste door warmte oogst in de zomer, die via lange termijn opslag en warmtepomp kan worden gebruikt voor verwarming in de winter. Hoewel de kwaliteit van de rozen met name in de winter goed is, verloopt de teelt nog niet optimaal. Na de ombouw begin 2018 volgde een zomer waarin het zich ontwikkelende gewas onvoldoende verdampte en de temperatuur in de afdeling te hoog opliep. Dit in combinatie met de gevolgde knipstrategie had gevolgen voor de gewasontwikkeling bij Red Naomi die niet in balans kwam, de lichtbenutting daalde daarbij tot onder de 2 gr/mol. Avalanche daarentegen groeit goed en lijkt een betere houdbaarheid te hebben dan de huidige praktijk. Vooral de lage lichtbenutting in het najaar/winter 2018 is voor telers een belemmering om voor LED belichting te kiezen, ondanks de gunstige LBE in eerdere jaren. Belangrijke verbeterpunten zijn de overgang van dag naar nacht, CO2 dosering, minder koelen voor een betere balans in de aquifer en meeldauw blijft een aandachtspunt. Het project is een voortzetting van de teelt op 1000 m2 met jaarrond een perfecte roos door de combinatie van LED (260 μmol.m⁻².s⁻¹ ) en koeling. De houdbaarheid van Avalanche in de winter blijft daarbij boven de 10 dagen en de lichtbenutting voor Red Naomi blijft boven de 2 gr/mol blijft, met behoudt van kwaliteit. Aanpak: WP 1. Teeltplan opzet en monitoring Op basis van alle leerpunten van de afgelopen jaren met roos wordt een teeltplan uitgewerkt waarin aandacht is voor de belichtingsstrategie, de temperatuur die daarbij hoort, de CO₂ dosering en de methode van knippen voor Red Naomi!. In de belichtingsstrategie zal mede op basis van literatuur worden gekeken naar het juiste moment van overgang van dag naar nacht situatie. De CO₂ dosering wordt gelimiteerd tot 800 ppm met een afbouw van de doseercapaciteit van 250 kg/ha/uur naar 150 kg/ha/uur als de luchtramen meer dan 15% open staan. Op jaar basis wordt de hoeveelheid CO2 gehalveerd van 100 kg/ha naar 50 kg/ha. De warmtebalans van de aquifer zal worden meegenomen in de toepassing van verwarming. In het lopende onderzoek wordt meer buiswarmte gebruikt om onderin het gewas voldoende warmte te brengen en de luchtvochtigheid rond de 85-90% te houden. WP 2. Volgen van de teelt Van de teelt worden alle relevante aspecten geregistreerd. Metingen van oogst per bed in stuks en kg. Wekelijks worden 30 representatieve takken gemeten om knopgrootte en knopgewicht, bladgewicht en bladaantal, steelgewicht te meten. De metingen betreffen zowel vers- als drooggewicht, uitloopsnelheid en uitgroeiduur. De geoogste rozen worden centraal op een sorteermachine verwerkt om de kwaliteit in taklengte, gewicht, oogstrijpheid e.d. te bepalen. Houdbaarheid wordt 2 wekelijks getoetst in vergelijking met bloemen van een teler. WP 3. Meting gewastemperatuur en analyse gewas groei. Middels Infrarood meters wordt de gewas en knoptemperatuur op meerdere plekken en hoogtes in het gewas gevolgd en hierbij behorende omgevingstemperatuur. WP 4. Monitoring meeldauw De doelstelling van dit werkpakket is de vermindering van de meeldauw aantasting door een integraal beheersplan middels sturing klimaat en plant. Dit door toepassing van een moleculaire methode om meeldauw sporen te identificeren en te kwantificeren om zo meeldauw beheersmaatregelen op hun effectiviteit te toetsen. Dit betreft maatregelen als beheersing RV, bladsnoei, plasmawater en UV-C en toepassing van nutriënten en elicitor behandelingen WP 5. Kennisoverdracht en communicatie De gewascoöperatie roos investeert € 55.000,- in dit project. Projectnummer: 20128

Van 01-07-2019 tot 30-11-2020
Afgerond

Sturen op lichtonderschepping in de eerste teeltfase snijbloemen

Snijbloemen zoals lisianthus en lelie hebben een relatief lange beginfase waarin licht niet effectief onderschept wordt. De planten zijn nog klein en de bladeren nog niet goed uitgevouwen, waardoor veel licht verloren gaat. Sturen op een betere bladspreiding geeft een effectievere lichtonderschepping de verdamping, waardoor het calcium-transport naar de cellen van de jonge bladeren toeneemt. Dit voorkomt mogelijk het optreden van brandkoppen. Met lichtkleur( o.a.de juiste golflengte blauw) kan er effectief mee op bladspreiding gestuurd kan worden. Een belangrijke onderzoeksvraag is of eerdere positieve resultaten onder lab-omstandigheden vertaalbaar zijn naar in een situatie in combinatie met daglicht en SON-T licht zoals het geval is in een kas. De hier voorgestelde proef richt zich op lisianthus als voorbeeldgewas en moet een antwoord geven op de vraag of met de juiste stuurlicht-strategie energie (elektra) bespaard kan worden, door een effectievere lichtonderschepping van het gewas. Verder wordt duidelijk wat de neveneffecten zijn: optreden van brandkoppen, lengte gewas en bloeisnelheid. Lisianthus wordt hier gebruikt als voorbeeldgewas, maar er zal in het rapport ook de vertaalslag naar andere gewassen gemaakt worden (zoals lelie). Hiervoor worden in klimaatkamers praktijkomstandigheden voor een lisianthusteelt in de winter gesimuleerd. De eerste weken wordt bijbelicht met blauw stuurlicht in 4 varianten: 1. Controle (geen blauw); 2. Blauw overdag (PAR-som gelijk aan controle); 3. Blauw alleen nacht (PAR-som gelijk aan controle); 4. Blauw dag en nacht (PAR-som gelijk aan controle). Gewasmetingen: Bladspreiding en gewasstand, lengte, groei, teeltduur en optreden van brandkoppen. De gewascoöperatie Lisianthus investeert ondertsteunt dit project met een bijdrage van € 7.200,-. Met blauw licht is de taklengte te sturen bij lisianthus. Dat blijkt uit onderzoek in klimaatkamers van Plant Lighting. Als LED belichting wordt aangeschaft valt aan te bevelen blauw licht apart aan te kunnen sturen. Lisianthus en andere gewassen benutten licht vaak inefficiënt in het begin van de teelt. Sturen op een betere bladspreiding verhoogt de lichtonderschepping van het jonge gewas. Verder kan meer lengtegroei wenselijk zijn bij lisianthus en is preventie van brandkoppen van belang. In dit onderzoek zijn de effecten van blauw stuurlicht op bovengenoemde factoren onderzocht. Onder geconditioneerde is een wintersituatie in de kas gesimuleerd (daglichtsimulatie + SON-T bijbelichting) en zijn twee rassen lisianthus geteeld, waarvan één gevoelig voor brandkoppen. Er waren vier behandelingen waarbij de lichtsom overal gelijk was: (1) controle, (2) + blauw LED-licht dag, (3) + blauw LED-licht nacht, en (4) + blauw LED-licht dag en nacht. Meer taklengte Een effect op brandkoppen is niet gevonden. Vooral blauw in de nacht leidde tot een iets hogere bedekkingsgraad door het gewas. De bladeren bleken zich beter uit te spreiden, maar het effect was niet heel groot. De takken waren uiteindelijk niet zwaarder en zelfs minder zwaar per eenheid lengte. Blauw in de nacht gaf wel meer taklengte. Dit kan gunstig zijn voor lisianthus. Blauw LED-licht tijdens de dag had juist een remmend effect op de lengtegroei. Omdat lange bloemstelen onder de knoppen onwenselijk zijn, zou gedacht kunnen worden aan blauw belichting in de nacht in het begin van de teelt (stimuleren lengtegroei) en later in de teelt juist overdag (compactere bloemstelen onder de knop). Op tijd stoppen met blauw belichten in de nacht voorkomt mogelijk ook de remmende werking op zijtak-uitloop. Sowieso werd het verschil in lengte vooral in de eerste vier weken van de teelt gemaakt. Blauw licht apart aansturen Voor praktische toepassing is het de vraag of een investering in blauwe LED-belichting te verantwoorden is. Alleen als lengte een groot probleem is kan dit overwogen worden. Als toch al geïnvesteerd wordt in LED, valt aan te bevelen de blauwe LED’s apart stuurbaar te maken, zodat op lengte gestuurd kan worden. Projectnummer: 20073

Van 01-05-2018 tot 31-10-2018
Afgerond

Denkkader Licht

De opkomst van LED techniek, waarbij slechts enkele golflengten additioneel toegevoegd wordt ter bevordering van de fotosynthese, roepen vragen op over voorwaarden van de (samenstelling en samenhang van ) golflengtes of wel over het optimale en minimaal vereiste lichtspectrum voor een goede groei van gewassen. Dat de kennis over kunstlicht beperkend is, is met name gebleken bij roos. Maar ook ten aanzien van stuurlicht blijken hypothese in proeven niet bevestigd te worden. Met name kunstlicht stelt ons voor nieuwe vragen, confronteert ons met onvolledige kennis en begrip, met als gevolg onjuiste aannames en onvolledige analyses. Het gebrek aan kennis noopt tot een kritische beschouwing van alle kennis en de omstandigheden waaronder die kennis is verzameld. Bestaande kennis en proefresultaten zullen geanalyseerd moeten worden om te bepalen welke kennis verworpen moet worden, welke kennis aangepast, welke kennis over het hoofd is gezien en toch bruikbaar is en welke kennislacunes er zijn. Het gaat om de integrale effecten van licht(samenstelling). Niet alleen op de fotosynthese, maar ook op de verdeling en benutting van assimilaten tot product en kwaliteit, planthabitus en overige aspecten als (ongewenste) verdamping, hormoonbalanseffecten op knop en wortel of (verstorings)effecten op strekkingsprocessen. Dit kan leiden tot nieuwe inzichten en bijdragen aan het gewenste doel: een betere productie en kwaliteit en effectievere benutting van kunstlicht in de winter en (in mindere mate) tot betere afscherming bij overmaat van licht in de zomer. Doelstelling van dit project is het bepalen van relevante kennis en kennislacunes die de sector en het onderzoek leiden naar een betere toepassing van kunstlicht (en in mindere mate) het verbeteren van afscherming in de zomer. Werkpakket 1. Kennisinventarisatie Dit werkpakket start met een korte ronde waarin de kennis, ervaring en ideeën omtrent licht van een aantal telers, adviseurs en onderzoekers wordt geïnventariseerd. Na deze ronde kennisinventarisatie worden de onderwerpen gegroepeerd en uitgewerkt. Aan het einde van deze fase is er een min of meer compleet overzicht van de kennis en ervaring op het gebied van benutting van lichtkleuren in de tuinbouw, in relatie tot andere teelt- en klimaatmaatregelen. Werkpakket 2. “Spelen” met de kennis en ervaring In dit werkpakket wordt de kennis die opgedaan is in werkpakket 1 in een breder kader geplaatst. Dit werkpakket begint met een workshop waarin de kennis (kort) gepresenteerd wordt, maar waarin vooral de dogma’s rond licht en het gebruik van lichtkleuren besproken worden. Deze workshop moet nieuwe ideeën, concepten en verdere vragen opleveren. Deze worden verder uitgewerkt, ook weer gebruik makend van bestaande informatie en (waar nodig) specialistische kennis van (ervarings)deskundigen. In dit werkpakket willen we de omzetting maken van kennis (opgedaan in werkpakket 1) naar concepten hoe je het lichtklimaat optimaal in kunt zetten in de glastuinbouw, maar ook van wat de onmogelijkheden hiervan zijn. Dit moet leiden tot een totaalplaatje van wat er mogelijk is. Een aanbeveling voor telers die overwegen over te stappen naar LED-belichting is zich goed te laten informeren door lampenfabrikanten over de producten die zij bieden, lichtspectrum, efficiëntie, ervaringen en financieringsmogelijkheden. Hierbij gaat het niet alleen om de effecten op gewas, maar ook om plantweerbaarheid, mogelijkheden tot scouting en de werkbaarheid van het personeel onder die lichtcondities. In de afgelopen twintig jaar is het elektriciteitsgebruik in de glastuinbouw snel toegenomen door toenemende arealen belichte teelt en een sterke toename van het geïnstalleerd vermogen aan belichting. Deze trend is te keren door de vervanging van de huidige SON-T belichting door LED-belichting, die efficiënter is in het omzetten van elektriciteit in licht. LED-belichting biedt nieuwe perspectieven voor de teelt en sturing van gewassen, omdat het lichtspectrum kan worden aangepast aan de behoeftes van het gewas. Dit biedt mogelijkheden om de morfologie, ontwikkeling en fysiologie van planten te sturen. Beter gebruik mogelijkheden In het project ‘Denkkader licht’ hebben onderzoekers van Wageningen University & Research bestaande kennis, proefresultaten en praktijkervaringen geïnventariseerd en geanalyseerd om bij te dragen aan de kennis die nodig is om te komen tot een beter gebruik van de mogelijkheden van LED-belichting in de glastuinbouw. Hierbij is niet alleen gekeken naar de effecten op gewas, maar ook op de plantweerbaarheid en natuurlijke vijanden. Dit project levert daarmee geen standaard lichtrecepten op, maar biedt een denkkader om te begrijpen waarom bepaalde effecten optreden en hoe per gewas de kennis moet worden opgebouwd om wel te kunnen komen tot de meest effectieve belichtingsstrategieën. Systeemverandering Uit proeven en demonstratieprojecten blijkt dat de overstap van een onbelichte teelt of SON-T belichting naar een LED belichte teelt de nodige consequenties heeft voor temperatuurverdeling, ontwikkelingssnelheid, raamopening en daarmee voor CO2 benutting, warmte en elektriciteitsverbruik. Het toepassen van LED’s in de kas is een systeemverandering, waarbij alle elementen van het systeem opnieuw geoptimaliseerd moeten worden. Projectnummer: 20113

Van 01-08-2017 tot 01-07-2018
Afgerond

Betere lichtbenutting met groen licht

Over het algemeen wordt er in de tuinbouw belicht met SON-T of met LED lampen, beide met een groot aandeel rood licht. Door andere lichtkleuren, zoals verrood of groen licht gericht te gebruiken, is de morfologie van het gewas, lichtbenutting en assimilatenverdeling zodanig te veranderen dat het gebruik van natuurlijk licht en lamplicht verbeterd wordt. Er is in de afgelopen jaren veel onderzoek gedaan aan het sturen van de gewasgroei met rood, blauw en verrood licht. Van de invloed van groen licht op groei en productie is (nog) weinig bekend. Uit een recent EU-project is gebleken dat jonge tomatenplanten onder groen licht meer te strekken dan bij wit licht, waren ze minder groen van kleur en hadden een opener bladstructuur en een groter bladoppervlakte, maar de totale biomassa die geproduceerd werd, was vergelijkbaar met planten onder wit licht. De dag beginnen met een paar uur groen licht, gevolgd door rood licht, leidde bij tomaat tot een iets hogere productie door een hoger gemiddeld vruchtgewicht. Omdat de efficiëntie van groene LEDs lager is dan die van rode LEDs, is het wenselijk groen licht vooral als stuurlicht in te zetten. Dat betekent in een lage intensiteit, mogelijk gedurende een deel van de dag. Wat de grenzen hierbij zijn, is nog niet bekend. Dit project moet uitsluitsel geven of groen licht een toegevoegde waarde heeft voor belichting. Er wordt onderzocht hoe groen licht ingezet kan worden om de benutting van het licht voor verschillende gewassen te verbeteren. Groen licht biedt potentie omdat: Groen licht dieper doordringt in het blad en in het gewas. Onder groen licht wordt de bladstructuur opener en verandert de bladstand. Dat zorgt voor een diepere lichtdoordringing in het gewas. Groen licht zorgt voor meer stengelstrekking, en daarmee een opener gewas. Het onderzoek begint met een literatuurstudie naar de potentie van groen licht voor de lichtbenutting. De studie moeten leiden tot een overzicht van de mogelijkheden die er zijn om met groen licht gewassen te sturen en de benutting van licht te verbeteren. Op basis daarvan wordt kasproef opgezet waarin het effect van (additioneel) groen licht op strekking, bladgrootte, bladstand, lichtonderschepping en fotosynthese wordt onderzocht (onder een aantal lichtrcepten in het IDC-LED (WUR). Met de kennis uit dit project kan tevens de toepassing van LED belichting versneld worden. Door LED kan het elektriciteitsgebruik voor belichting met bijna 30% verlagen ten opzichte van SON-T belichting. Belangrijkste uitkomst: méér groen licht gaf géén betere groei In twee kortlopende proeven (zomer 2022) met jonge tomatenplanten is onderzocht wat het effect is van een hoger aandeel groen licht in het LED-spectrum. Daarbij zijn drie niveaus getest: 5%, 15% en 35% groen (of wit) licht, waarbij het groen licht ten koste ging van rood licht. De uitkomst was duidelijk: deze variaties in het aandeel groen licht hadden geen meetbaar effect op groei, morfologie (plantvorm) of fotosynthese. Of er nu 5% of 35% groen licht in het spectrum zat, de tomatenplanten reageerden in de proef niet significant verschillend. Geen verschil tussen smalbandig groen en breedbandig wit Het onderzoek maakte onderscheid tussen smalbandig groen licht (groene LED’s, piek rond 528 nm) en breedbandig groen licht via witte LED’s (met veel groen aandeel, piek rond 571 nm). Ook hier was de conclusie helder: er werd geen verschil gevonden tussen smalbandig groen en breedbandig wit licht in effecten op groei, fotosynthese of plantontwikkeling. De keuze tussen deze twee routes leverde in deze proeven dus geen aantoonbaar voordeel op voor tomatenplanten. Zonlicht maakte geen verschil in het effect Een belangrijke onderzoeksvraag was of groen licht anders werkt met of zonder natuurlijk zonlicht. Daarom zijn de proeven uitgevoerd in situaties met zonlicht en zonder zonlicht. Ook hier geldt: het aandeel groen licht had geen effect, ongeacht de aanwezigheid van zonlicht. De respons van de planten bleef vergelijkbaar in beide omstandigheden. Praktische betekenis: extra groen is niet logisch als het rood vervangt Een belangrijk punt uit de conclusies is dat groen licht energetisch minder efficiënt is dan rood licht (per eenheid energie levert rood doorgaans meer fotosynthese-opbrengst). Omdat in het onderzoek het extra groen rood verdrong, maar geen groeivoordeel opleverde, is de conclusie dat meer groen licht in deze setting niet leidt tot betere teeltresultaten. Ofwel: “meer groen” is in dit geval niet automatisch beter, en kan zelfs ongunstig zijn als het ten koste gaat van efficiënter rood licht. Onderbouwing: sluit aan bij eerder onderzoek in tomaat Het rapport koppelt deze bevindingen aan eerder onderzoek (o.a. Kaiser et al., 2019) waarin vergelijkbare resultaten werden gevonden bij vruchtdragende tomatenplanten. Dit versterkt de conclusie dat het verhogen van het aandeel groen licht in tomaat geen duidelijke winst oplevert voor groei en productie, in ieder geval niet binnen de onderzochte percentages en opzet. Projectnummer: 20050

Van 01-02-2017 tot 01-02-2018
Afgerond

Maximale isolatie en lichtonderschepping gerbera

In de praktijk is er al enkele jaren een tendens waarneembaar binnen de gerbera teelt naar steeds lagere nachttemperaturen met een hoge plantbelasting. Dit maakt het afvoeren van vocht in de nacht en het beschermen van het gewas tegen de negatieve gevolgen van uitstraling lastig. Dat leidt uiteindelijk tot onnodig, hogere warmtevraag. Vanuit HNT wordt een strategie benadrukt om de temperatuur sterker lichtafhankelijk te maken en daarbij te streven naar gemiddeld hogere etmaaltemperaturen bij lagere plantbelasting in die fasen van de teelt waar dit het meest nuttig. In 2015/2016 is aangetoond dat de nieuwe teeltwijze mogelijkheden biedt, maar deze moet nog verder geoptimaliseerd worden. Om het energieverbruik in de nacht en in de winter verder te kunnen verlagen is de inzet van een nieuwe generatie schermdoek met kleine spouw en een hoge isolerende werking gewenst. Daarnaast kan door het variëren van de daglengte de plantbelasting beter gestuurd worden naar een niveau dat past bij de verwachte licht sommen over het seizoen. Bijkomend voordeel is een betere benutting van de bestaande belichtingsinstallaties en een mogelijk constantere kwaliteit over het seizoen. Het project is een kasproef in drie afdelingen bij Wageningen UR met vier gerberagewassen: twee mini’s en twee grootbloemig. Alle drie de afdelingen worden uitgerust met een nieuw verduisteringsscherm met spouw op een dubbel dradenbed. De isolerende werking van dit scherm is ruim 50% hoger (k-waarde 0,7 t.o.v. 0,4 m2K/W) dan een standaard scherm en heeft daarmee ook een positieve invloed op de beperking van de invloed van uitstraling. Voorts draagt dit scherm bij aan het verlagen van winterpiek in warmteverbruik en dat is zowel economisch als strategisch (inzet rest- of aardwarmte) van belang. Bij een gelijk lichtniveau van 100 µmol wordt de daglengte over het seizoen in twee behandelingen gevarieerd van 11,5 tot 13 of 15 uur. In beide behandelingen wordt de temperatuur sterker gevarieerd met het lichtniveau dan in de praktijk gebruikelijk is. De derde behandeling is de referentie en komt zoveel mogelijk overeen met de praktijk. Binnen de proef wordt ook onderzocht hoe de lichtonderschepping verbeterd en de gewasverdamping verlaagd kan worden door het sturen van de bladhoeveelheid. Dit kan enerzijds door het wegnemen van oud blad, maar anderzijds wordt ook geëxperimenteerd met het wegnemen van jong blad in bepaalde teeltfasen, met name bij afnemend licht. Doel: Het energieverbruik bij gerbera verder verlagen en de productie te verhogen door de resterende knelpunten en kennishiaten op te lossen, in het kort: Verbeterde isolatie bij lichtafhankelijke teeltstrategieën Betere benutting van de bestaande lichtinstallaties door langere dag in de winter Gerichte gewashandelingen in het najaar en winter (verbeteren lichtonderschepping) Bijdragen derden: De gewascoöperatie gerbera is medefinancier (10%) naast Kas als Energiebron. Spouwscherm Het spouwscherm werd verkregen door de twee verduisteringsdoeken uit elkaar te trekken met een aanpassing van de installatie. Hiermee kon de uitstraling van het gewas aanzienlijk verkleind worden zonder dat dit ten koste ging van de verduistering. Vegetatiever In de drie afdelingen werden verschillen temperatuur/licht strategieën gehanteerd. Helaas werd deze strategie in het voorjaar niet juist uitgevoerd waardoor het energieverbruik in een afdeling onnodig hoog werd. Opvallend bleek dat het toelaten van meer licht in de winter door een langere dag te hanteren leidt tot ongewenste vegetatieve groei met langer blad en langere stelen in plaats van meer stelen met grotere bloemen. Gewas snoei Tevens is onderzocht of de lichtonderschepping verbetert door gewas snoei. Gebleken is dat het plukken van blad tot een lagere productie leidt. De jongste bladeren zijn het effectiefst voor fotosynthese. Projectnummer: 20040

Van 01-07-2016 tot 30-09-2017
Afgerond

Energiebesparing door bladpluk bij komkommer

Een mogelijkheid voor verdergaande verlaging van het energiegebruik in de onbelicht glasgroenteteelt bij toepassing van Het Nieuwe Telen is het efficiënter benutten van de assimilaten en het terugdringen van onnodige verdamping door het gewas te sturen met bladpukken. In proeven van Wageningen UR in de tomatenteelt en praktijk proeven in de aubergineteelt en in de paprikateelt zijn de eerste stappen gezet. De gedachte is dat door het bladpakket (LAI) gericht te sturen de assimilaten aanmaak voor een groter deel naar de vruchten gestuurd kunnen worden en dat met minder bladoppervlak met name in de herfst minder vocht geproduceerd wordt door het gewas. Dit betreft een verkennende proef met hoge draad komkommer. Binnen één afdeling worden 5 behandelingen uitgevoerd met variaties in stengeldichtheid en % blad pluk. Het bladpukken gebeurt in het jongste stadium zodat zo min mogelijk assimilaten verspild worden bij de aanmaak. De 5 behandelingen worden gemonitord op gewasontwikkeling (snelheid, LAI), lichtonderschepping en fotosynthese snelheid onder- en bovenin het gewas en productieresultaten (drooggewicht, kwaliteit e.d.). Dit voorstel sluit aan op de eerste stappen die gezet zijn om de aanpak te ontwikkelen tot een zo laag mogelijk energiegebruik in warm geteelde gewassen. Dat kan bij maximale isolatie met bijv. dubbele schermen en zo min mogelijk energie inzet voor vochtafvoer. Om dit te bereiken is een andere gewasmanagement aanpak nodig dan nu gebruikelijk is, gericht op verhoging van de assimilaten aanpak, efficiëntere inzet van de assimilaten en minimalisering van energie inzet voor vochtafvoer. Voor een goede productie is een optimale combinatie van stengeldichtheid en assimilatenaanbod noodzakelijk. Bladpluk alleen leidde tot een licht stijgende abortie, een lagere ontwikkelingssnelheid en dus minder oksels, en een lagere LAI met minderlichtonderschepping. Dit gaf dus minder vruchten en minder kilo’s. Dit kan echter worden gecompenseerd door een hogere stengeldichtheid. Er ontstaat dan een gewas met een normale LAI en gewasstructuur, maar wel met een hoger aantal oksels m -2 waar vruchten aangehouden kunnen worden. De productie en lichtbenuttingsefficiëntie nemen toe. Hier staat tegenover dat ook de arbeid voor gewasverzorging toeneemt. Het is, net als bij tomaat, te verwachten dat toepassing in donkere perioden leidt tot minder energieverbruik om vocht af te voeren. De aanbeveling voor de praktijk, op basis van wat we nu weten, zou zijn: pluk met mate blad, combineer het met een relatief hoge stengeldichtheid, en bespaar energie in een winterteelt. Projectnummer: 20033

Van 01-04-2016 tot 31-12-2016
Afgerond
  • 1