Zoeken

Resultaat 1 tot 4 van 4.

Energiebesparing door bladpluk bij komkommer

Een mogelijkheid voor verdergaande verlaging van het energiegebruik in de onbelicht glasgroenteteelt bij toepassing van Het Nieuwe Telen is het efficiënter benutten van de assimilaten en het terugdringen van onnodige verdamping door het gewas te sturen met bladpukken. In proeven van Wageningen UR in de tomatenteelt en praktijk proeven in de aubergineteelt en in de paprikateelt zijn de eerste stappen gezet. De gedachte is dat door het bladpakket (LAI) gericht te sturen de assimilaten aanmaak voor een groter deel naar de vruchten gestuurd kunnen worden en dat met minder bladoppervlak met name in de herfst minder vocht geproduceerd wordt door het gewas. Dit betreft een verkennende proef met hoge draad komkommer. Binnen één afdeling worden 5 behandelingen uitgevoerd met variaties in stengeldichtheid en % blad pluk. Het bladpukken gebeurt in het jongste stadium zodat zo min mogelijk assimilaten verspild worden bij de aanmaak. De 5 behandelingen worden gemonitord op gewasontwikkeling (snelheid, LAI), lichtonderschepping en fotosynthese snelheid onder- en bovenin het gewas en productieresultaten (drooggewicht, kwaliteit e.d.). Dit voorstel sluit aan op de eerste stappen die gezet zijn om de aanpak te ontwikkelen tot een zo laag mogelijk energiegebruik in warm geteelde gewassen. Dat kan bij maximale isolatie met bijv. dubbele schermen en zo min mogelijk energie inzet voor vochtafvoer. Om dit te bereiken is een andere gewasmanagement aanpak nodig dan nu gebruikelijk is, gericht op verhoging van de assimilaten aanpak, efficiëntere inzet van de assimilaten en minimalisering van energie inzet voor vochtafvoer. Voor een goede productie is een optimale combinatie van stengeldichtheid en assimilatenaanbod noodzakelijk. Bladpluk alleen leidde tot een licht stijgende abortie, een lagere ontwikkelingssnelheid en dus minder oksels, en een lagere LAI met minderlichtonderschepping. Dit gaf dus minder vruchten en minder kilo’s. Dit kan echter worden gecompenseerd door een hogere stengeldichtheid. Er ontstaat dan een gewas met een normale LAI en gewasstructuur, maar wel met een hoger aantal oksels m -2 waar vruchten aangehouden kunnen worden. De productie en lichtbenuttingsefficiëntie nemen toe. Hier staat tegenover dat ook de arbeid voor gewasverzorging toeneemt. Het is, net als bij tomaat, te verwachten dat toepassing in donkere perioden leidt tot minder energieverbruik om vocht af te voeren. De aanbeveling voor de praktijk, op basis van wat we nu weten, zou zijn: pluk met mate blad, combineer het met een relatief hoge stengeldichtheid, en bespaar energie in een winterteelt. Projectnummer: 20033

Van 01-04-2016 tot 31-12-2016
Afgerond

Bladplukken: doorgaan en stoppen

"In het project ‘Het Nieuwe Gewas’ wordt in tomaat meer dan normaal blad geplukt (55% ten opzichte van 33%). Bij het bezoek van de grote begeleidingscommissie werd door de telers opgemerkt dat het gewas bij Wageningen UR er nog steeds vegetatief bij staat. De verschillen die opvallen zijn de lengtegroei die bij veel bladplukken duidelijk minder is. Het gewas oogt bij meer bladplukken veel opener en de planten ongelijker. Bij dit laatste is het de vraag of deze ongelijkheid door de veel opener structuur van het gewas meer opvalt. In de discussie werd er duidelijk voor gekozen om de behandelingen in het experiment gewoon door te zetten, dus blijven bladplukken want het gewas maakt nog voldoende blad. Het bladplukken heeft ook een effect op de totale wateropname door het gewas. Die was in de zeer open kas ongeveer 10% kleiner dan in de standaard kas. De grote begeleidingscommissie keek voorafgaand aan het bezoek bij Wageningen UR ook bij één van de praktijkbedrijven waar proeftuin Zwaagdijk een proef met bladplukken uitvoert. De proeven worden uitgevoerd op het grove ras Merlice en de cocktailtomaat Brioso. Ook in de praktijk zijn grote verschillen tussen de bladstrategieën zichtbaar. We zien echter nu dat de gewasontwikkeling erg onder druk komt te staan, waardoor extra bladplukken niet meer verantwoord is. De plant heeft met het toenemende licht zijn ‘longen’ extra hard nodig. Er moet hier dan ook juist op groei van het gewas gewerkt worden. De verschillen tussen de aanpak van Wageningen UR en de praktijkbedrijven zijn zeer leerzaam. Ze laten zien dat bladplukken een maatregel is die in een geheel van teeltmanagement een terechte plaats heeft en kan bijdragen aan een verdere optimalisatie van de belichte teelt. De proeven gaan zowel bij Wageningen UR als in de praktijk door, maar nu wel met een verschillende aanpak." Dit project wordt gefinancierd vanuit het programma Kas als Energiebron, het innovatie- en actieprogramma van LTO Glaskracht Nederland en het ministerie van Economische Zaken (EZ). Eerdere blog Beschrijving proef Wageningen UR Glastuinbouw Beschrijving praktijkproef

Geplaatst op: 06-03-2015

Opvallende zaken bladplukproef tomaat

Auteur: Arie de Gelder (WUR) en Jeroen Sanders (Proeftuin Zwaagdijk/Demokwekerij)

"In de projecten Het Nieuwe Gewas en Optimale lichtbenutting in de winter bij tomaat vergelijken we de effecten van extra bladplukken. In de proef het Nieuwe Gewas bij Wageningen UR loopt de productie in de behandeling ‘zeer open’, waarin het meeste aantal bladeren is geplukt (55 % ofwel aan de plant nog 8 volgroeide bladeren) nog voor, maar de verschillen met de referentie afdeling (33% bladplukken, 12 volgroeide bladeren) en de afdeling met 44% bladplukken worden kleiner. Er zijn een paar opvallende zaken te noteren. Meer bladplukken leidde tot kortere planten en kortere bladeren. Dit is anders dan verwacht. We verwachtten dat de planten de lagere hoeveelheid bladeren zouden compenseren door individuele bladeren groter te laten worden. Dat lijkt echter niet het geval. Een tweede opvallend punt was dat in de zeer open afdeling de bladeren eind vorig jaar vrij sterke gebrek verschijnselen vertoonden, waarschijnlijk door onttrekking van magnesium. Omdat deze planten een kleiner bladpakket hebben, is de voorraad Mg kleiner. Als er dan een tekort is voor de vruchten, zullen de bladeren eerder symptomen van gebrek kunnen vertonen. Een punt van discussie met de begeleiding is: moet je je richten op een vast aantal bladeren per stengel (8, 10 of 12) in combinatie met de bladplukstrategie, of mag je, als er meer trossen aan de plant hangen, bijvoorbeeld uitkomen op 9, 12 en 14 bladeren. We hebben in overleg met de begeleiders gekozen voor de eerste strategie. Nu, in de eerste weken van het jaar, voeren we de stengeldichtheid op. Dat zal automatisch betekenen dat de LAI ook bij de zeer open behandeling wat zal toenemen. We zijn zeer tevreden over het verloop van dit experiment, waarin we zien de verschillen in behandeling van het gewas groot zijn. De cijfers zullen moeten uitwijzen waar dit uiteindelijk toe leidt. De proef Optimale lichtbenutting in de winter wordt uitgevoerd door Proeftuin Zwaagdijk. De proef is opgezet bij twee tomatenkwekerijen, beiden met assimilatie belichting. Op kwekerij Oussoren wordt de grove tomaat Merlice geteeld en bij kwekerij Leema de cocktail tomaat Brioso. Ook bij deze proeven zien we een korter gewas bij planten met minder blad. Er zijn op dit moment nog geen grote verschillen zichtbaar in bladstrekking. Wel zien we dat er door een lager verdampend oppervlak bij de 44% en 55% bladpukken het drainpercentage toeneemt. Op dit moment zijn de verschillen in vruchtgewicht en product nog minimaal. Maar de verwachting is dat de verschillen tussen de drie behandelingen in de komende weken groter gaan worden. Een belangrijk punt hierbij zal de beslissing worden tot welk moment we moeten doorgegaan met het extra verwijderen van blad uit de kop." Dit project wordt gefinancierd vanuit het programma Kas als Energiebron, het innovatie- en actieprogramma van LTO Glaskracht Nederland en het ministerie van Economische Zaken (EZ).

Geplaatst op: 26-01-2015

Nieuw onderzoek Futagrow van start

Auteur: Joël van Staalduinen van Inno-Agro

"Op 1 september ging in de Futagrow-afdeling van Demokwekerij Westland het project 'Systeeminnovatie Futagrow voor een duurzame belichte groenteteelt' van start. In dit onderzoek met tomaat wordt gezocht naar mogelijkheden om energie te besparen door de lichtbenutting van het gewas te optimaliseren. Het Futagrow-systeem kenmerkt zich immers door een jaarrond lichtonderschepping van 95% waardoor het assimilerende vermogen fors wordt vergroot. In de komende maanden zullen de verschillende onderdelen van het onderzoek worden uitgelicht in artikelen op deze weblog van Energiek2020 en wordt u op de hoogte gehouden van de voortgang van het onderzoek. In het eerste deel wordt de aanleiding en de opzet van het onderzoek toegelicht. Het programma Kas als Energiebron heeft haar pijlers gericht op een vijftal mogelijkheden om te besparen op energie en elektriciteit. In het komende onderzoek wordt gefocust op de punten 2 t/m 5: zoveel mogelijk molen natuurlijk licht in de kas; zoveel mogelijk molen uit een kWh elektra in de kas; zoveel mogelijk molen onderscheppen door het gewas; zoveel mogelijk assimilaten uit een onderschepte mol; zoveel mogelijk assimilaten naar te oogsten product. Afgelopen winter is er in het Futagrow-teeltsysteem onderzoek gedaan naar energiebesparingsmogelijkheden met Hybride-topbelichting en met LED-tussenlicht in tomaat. In dit onderzoek is een forse energiebesparing gerealiseerd, welke voornamelijk komt door de efficiëntie van LED (punt 2), de specifieke eigenschap van het Futagrow-teeltsysteem dat de verdeling van het licht over het jonge en oude gewas kan worden aangepast (punt 3, 4 en 5). Dit teeltjaar willen wij een verdere slag maken op het vlak van het besparen op elektriciteitsinput door: een uitgekiende positie van het groeilicht de meest effectieve plantdelen optimaal belichten en de overige plantdelen slechts het noodzakelijke licht geven (hierbij rekening houdende met de gewenste plantbalans); een verbeterslag te maken in de verdeling van de assimilaten over het ‘bestaande’ en het ‘nieuwe gewas’. Het feit dat het Futagrow-systeem gebruik maakt van een hijsbaar systeem met zowel een jong als een oud gewas, zorgt er namelijk voor dat de assimilaten over beide gewassen verdeeld kunnen worden; het toepassen van energie efficiënte LED-belichting, welke momenteel 24% efficiënter is dan SON-T. In de ogen van onze begeleidende telers Zwinkels, Kouwenhoven en Groenewegen liggen er ook voor de praktijk nog grote kansen om alleen op die momenten groeilicht toe te gaan passen dat de plant er ook daadwerkelijk iets mee doet. Middels plantmonitoring (fotosynthese bepaling) zal er meer inzicht moeten komen in de efficiëntie van het gewas gedurende haar 16 weken durende teeltcyclus. Om het effectiever toepassen van tussenlicht te onderzoeken is de belichtingsinstallatie op enkele onderdelen aangepast. De belangrijkste wijziging zit in het tussenlicht. Boven iedere goot is een LED-balk gemonteerd welke in hoogte verstelbaar is gemaakt. Op deze wijze kan per gewasstadium bepaald worden welke gedeelte van de plant extra belicht wordt. De LED-balken van het jonge en het oude gewas zijn apart schakelbaar. In de volgende Weblog zal de inzet van deze LED-balken uitgebreid worden behandeld. Het onderzoek richt zich op het herkennen van inefficiënte belichtingsuren per gewasonderdeel zodat op dat moment daar het licht uitgeschakeld kan worden. De volgende behandelingen worden vergeleken: referentieafdeling A : 220 μmol (150 μmol SONT + 70 μmol LED-boven); proefafdeling B : 220 μmol (100 μmol SONT; 70 μmol LED-boven; 2x25 μmol LED-tussen). In de proefafdelingen zijn enkele goten gereserveerd om doormiddel van variaties in belichtingsduur en plaats van tussenbelichting de tussentijdse verwachtingen en conclusies te staven." Dit project wordt gefinancierd vanuit het programma Kas als Energiebron, het innovatie- en actieprogramma van LTO Glaskracht Nederland en het ministerie van Economische Zaken (EZ) en door bijdragen van private partijen: Demokwekerij Westland, Prominent, RijkZwaan, Triomaas, Van Iperen, Jiffy, NoordamPlants, Philips, Lemnis Lighting, Hortilux, Hageluniefonds en Rabobank innovatie fonds. Youtube-film over Futagrow Heeft u interesse in dit project: neem dan contact op met joel@inno-agro.nl of 06-20356021

Geplaatst op: 03-09-2014
  • 1