Zoeken

Resultaat 1 tot 10 van 11.

Winterlichtkas komkommer onder LED

Doel: Demonstratie van een duurzaam teeltconcept van komkommer onder LED belichting met nadruk op de juiste teeltstrategie / hoe te telen met LED belichting. De opgedane kennis t.a.v. teeltstrategie (o.a. sturing klimaat, water- en nutrientengift) kan door telers opgepakt worden. Toelichting: Dit jaar is volledig LED belichting toegepast in de Winterlichtkas (kasconcept met 10% meer zonlicht in de winter). Het gebruikte spectrum (Blauw 5%, Groen 9%, Rood 75% en VR 11%) liet vanaf november sommige planten een wat vreemde verschijnselen zien in de vorm van: erg veel guttatie, gedrongen groei, neiging naar broeikoppen, erg veel nagroei van kleine vruchtjes en scheuten uit ‘schone’ bladoksels. De kwaliteit van kom-kommers is prima en de productie acceptabel maar kan en moet beter. Kortom het gaat niet slecht maar we zijn er duidelijk nog niet. Discussie gaat daarbij over of er voldoen-de gewasactiviteit is, of het juiste spectrum wel toegepast wordt en er door het gemis aan warmtestraling anders geteeld moet worden. In dit vervolgonderzoek is dan aan-dacht voor spectrum, nutriëntenopname met name in de kop onder LED en verdamping. Aanpak: WP1 licht en spectrum analyse Door alle kennis vanuit het onderzoek en praktijk te verzamelen en analyseren moet besloten worden of aanpassing in spectrum (gedeeltelijk) noodzakelijk is. WP 2 Gewas- en energieperformance In september 2020 wordt een belichte teelt van komkommer gestart in de winterlicht-kas. Deze teelt zal tot april lopen. Het ras wordt gekozen in overleg met de BCO waar-bij 2 rassen de voorkeur hebben. In de proef worden twee teeltstrategieën beproefd in plantdichtheid en/of variaties in plantbelasting. Mogelijk dat afhankelijk van het resul-taat in WP1 er nog een (gedeeltelijke) spectra aanpassing zal plaatsvinden. In deze teelt worden de volgende vragen beantwoord: Wat is de gewasperformance in de belichte teelt? Er wordt gekeken naar groei, ontwikkeling, continuïteit in productie, opbrengst en vruchtkwaliteit tijdens de teelt. Zijn er effecten op ziektes, plagen en de inzet van biologische bestrijders? Monitoring gewasperformance : De teelt wordt nauwkeurig gemonitord via wekelijkse gewaswaarnemingen van plant-leng-te, bladvorming, aantallen en kilo’s geoogste vruchten in de verschillende teelt-strategieën en periodieke bepalingen van bladoppervlakte, uitgroeiduur en droge stof percentage van de vruchten en bladeren. Eventuele afwijkingen in bladvorm, plantop-bouw (bv. broeikop-pen) en fysiogene afwijkingen aan plant of vruchten worden geregi-streerd. Verder wordt periodiek de lichtonderschepping gemeten. Wekelijks wordt een monster genomen van de voedingsoplossing in de mat (per ras) en 3 wekelijks wordt een bladanalyse gemaakt om de samenstelling aan nutriënten in het blad te bepalen. Monitoringkasklimaat en energieperformance: : Het kasklimaat en energiegebruik wordt nauwkeurig gemonitord. Er is een netto stra-lingsmeting om behulpzaam te zijn bij het opstellen van de energiebalans van het ge-was. Met een weeggoot zal de momentane verdamping worden gemeten. Op gezette tijden wordt ook informatie van de gewastemperatuur met een thermografische camera ver-zameld. Daarnaast zal opgezette tijden met behulp van spat en of fotosynthesecapaci-teit, spectrale metingen en gewastemperatuur beter inzicht in de verdampingscapaci-teit in de diverse bladlagen bepaald worden. Projectnummer: 20152

Van 01-09-2020 tot 30-09-2021
Lopend

LED in Roos - Het moet beter

De urgentie is hoog om de configuratie van de rozenteelt zodanig in te richten dat de warmte-inbreng en -behoefte verder wordt gereduceerd, zodat voldaan kan worden aan het lichtconvenant vanaf 1 januari 2017. Uitgangspunt is dat de productiecapaciteit en stuurbaarheid van de kwaliteit behouden blijft of zelfs verbetert. Naast dat LED belichting inmiddels meer dan 25% zuiniger is dan SON-T belichting bij eenzelfde lichtoutput, kan het mogelijk ook een oplossing bieden voor lichtafschermingsregels. Het huidige onderzoek op het Improvement Centre wil aantonen dat rozen onder volledige LED belichting kunnen worden geteeld, waarbij geen lichtemissie meer ontstaat. Daarbij werd verwacht dat de kwaliteit van de rozen verbeterde door de combinatie van LED, diffuus glas en verwarming en koeling middels OPAC’s boven het gewas. Het huidige project laat zien dat in de zomer de kwaliteit in de combinatie van LED en koeling uitstekend is. In de nacht leidt het gebruik van LED tot een lagere lichtuitstoot omdat de schermen meer gesloten kunnen blijven, zonder te hoge temperaturen. Bij de overgang van zomer naar winter en gedurende winter maanden ontstond er echter een onvoldoende kwaliteit rozen. De oorzaken van deze afwijkingen zijn nog niet opgehelderd. Meerdere discussies tijdens bco’s en een uitgebreide brainstormsessies hebben geleid tot drie denkrichtingen: het spectrum van de LED belichting, het stook- en verwarmingsstrategie met de OPAC en de inbuigstrategie (te weinig ingebogen blad). In dit project worden dezelfde energiedoelstellingen nagestreefd als het lopende project . V.w.b. de productie is het doel een kwaliteitsverbetering in bloemgrootte en steelgewicht ten opzichte van de prestaties in het lopende onderzoek, waarbij in herfst en winter het syndroom (t.a.v. kwaliteit) wordt voorkomen. Alle mogelijke instrumenten – gewasverzorging, verwarmingsstrategie, belichtingsstrategie - worden hiervoor ingezet. Middels intensief meten aan het gewas meer inzicht verkrijgen in de fysiologische achtergrond van het syndroom. Het gaat daarbij om o.a.: Uitloop snelheid roos meten Aantal takken per m² sturen Temperatuur verdeling in het gewas meten, waarbij de warmte input primair via de buisrail zal worden geleverd. Takopbouw bepalen Verdamping en wateropname van het gewas meten. Binnen de afdeling worden verschillende strategieën van inbuigen van blad toegepast om na te gaan of dit effect heeft op de takontwikkeling. De gewascoöoperatie Roos draagt € 45.000 bij aan het project Na de eerste teelt van Red Naomi! onder Full LED in 2016/2017 is het onderzoek in 2017/2018 gecontinueerd. In de zomer van 2017 is op vergelijkbare wijze als in 2016 geteeld met goede resultaten. Eind oktober 2017 zijn in één tralie LEDs met een aangepast spectrum opgehangen. Het doel was om te onderzoeken of het kwaliteitsprobleem, dat in 2016/2017 werd gesignaleerd, opnieuw zou optreden en of dit door aanpassing van het lichtspectrum zou verminderen. Aangepast spectrum Het aangepaste spectrum gaf iets grotere knoppen, grotere bladeren en minder bedoorning. Ook de werkomstandigheden waren beter onder dit spectrum. Het “syndroom” was duidelijk minder aanwezig onder het aangepaste spectrum. Dit is door metingen van takeigenschappen, als knopgrootte, bladgrootte en bedoorning bevestigd. Deze metingen geven geen verklaring voor de effecten van lichtkleur op de ontwikkelingsprocessen. De achtergrond van het effect van lichtkleur op fysiologische processen is niet verder onderzocht. All electric goed mogelijk De energiedoelstelling van 25% besparing is gerealiseerd in vergelijking met een situatie waarbij de SON-T gedurende een gelijk aantal uren zou worden gebruikt als de LED. In de zomer wordt een LED installatie echter gemakkelijk intensiever gebruikt dan SON-T omdat er minder warmte overschot is en de LED snel schakelbaar is. Alle warmte die voor de teelt nodig is, ook bij gebruik van LED belichting, kan in de zomer middels koeling van de kas worden verzameld en opgeslagen in een aquifer. Een situatie van een bedrijf dat alle energie via elektriciteit krijgt, is dus goed mogelijk.De gewasbescherming, watergift en bemesting zijn in dit experiment praktijk conform uitgevoerd. Tijdens de wekelijkse teeltbegeleidingsbijeenkomsten is dit een vast aandachtspunt. Meeldauw blijft het lastigste om in deze teelt met koeling onder controle te houden. De houdbaarheid van de onder LED geteelde rozen was vergelijkbaar met die van een praktijk bedrijf. Projectnummer: 20110

Van 01-07-2017 tot 31-12-2018
Afgerond

Extra bladpluk bij tomaat positief voor opbrengst en energieverbruik

Auteur: Dennis Medema (LTO Glaskracht Nederland)

De proef is uitgevoerd op twee bedrijven met de rassen Merlice en Brioso. Beide gewassen werden belicht conform de standaard belichtingstrategie voor tomaat. Het doel was het effect bepalen van een lagere Leaf Area Index (LAI) op gewasontwikkeling, productie en energiebesparing. Deze verlaging van de LAI werd gerealiseerd door extra blad weg te halen uit het bovenste gedeelte van de plant gedurende de gehele winterperiode. Maximaal 1 kg productieverhoging Het bleek dat bij het ras Merlice in de winterperiode een maximale productieverhoging van 1kg/m2 werd gerealiseerd in vergelijking met het standaard gewas. Ook kan met deze maatregel de totale verdamping van een gewas worden verlaagd en dus ook het energieverbruik. Met het extra bladplukken moet wel op tijd worden gestopt. De LAI van het gewas moet namelijk hoog genoeg zijn om al het beschikbare licht te kunnen gebruiken. Bij een te lage LAI in relatie tot het beschikbare licht kwamen de planten in deze proef te veel onder stress te staan, wat resulteerde in een directe productieverlaging. Zowel bij Merlice als bij Brioso zijn geen effecten waargenomen van het extra bladplukken op zetting snelheid, plantbelasting en het aantal geoogste trossen. Wel bleef bij beide rassen de stengel korter dan bij het standaard gewas. Nadat er gestopt is met bladpluk uit de kop bleef het verschil in lengte stabiel. Onderzoek Wageningen UR Glastuinbouw In hetzelfde jaar is ook onderzoek gedaan in proefkassen van Wageningen UR Glastuinbouw in Bleiswijk. Daar werden in hoofdlijnen dezelfde resultaten behaald. Dit teeltseizoen is er een nieuw onderzoek bij de Wageningen UR ingezet Echter tot nog toe zijn geen productieverschillen geconstateerd. Dit project is gefinancierd vanuit het programma Kas als Energiebron, het innovatie- en actieprogramma van LTO Glaskracht Nederland en het ministerie van Economische Zaken. Het eindrapport van het project is beschikbaar en vindt u via onderstaande link.

Geplaatst op: 18-03-2016

Paprika energiezuinig met een goede kwaliteit

Paprika is de een na grootste teelt qua oppervlakte en bij uitstek geschikt om de uitgangspunten van Het Nieuwe Telen op toe te passen. Twijfels over gevolgen voor gewasgezondheid en vruchtkwaliteit zijn de belangrijkste belemmeringen in de praktijk om zo energiezuinig mogelijk te telen. Daarom is demonstratie van een energiezuinige teeltwijze met een uitrusting die zo dicht mogelijk aansluit op de praktijk de manier om te laten zien wat mogelijk is. Een afdeling van het GreenQ/IC is uitgerust met dubbel beweegbaar energiedoek. In een jaarrond teelt worden de principes van HNT toegepast. Dit betekent telen met selectief en weinig inzet van minimum buis, bij gesloten scherm met luchtbeweging (via nivolatoren) om een minimale gewasverdamping te garanderen, maximaal isoleren (> 3.000 uren) met 2 schermdoeken. Vochtafvoer vooral door ventilatie boven gesloten doeken en zo min mogelijk via schermkieren. Verlaging van gewasverdamping en optimalisatie van de assimilatenbalans wordt onderzocht door gewassturing met bladplukken. Dit project wordt volledig door EZ betaald uit de zogenoemde Proof of Principle gelden voor het programma Kas als Energiebron. De productie kwam op een normale tijd op gang. De plantbelasting is de hele teelt relatief hoog gebleven. Dit heeft tot gevolg gehad dat de vruchten in de tweede helft van de teelt relatief klein bleven. De productie gemeten in de kas kwam op 35.8 kg.m⁻² met een gemiddeld vruchtgewicht van 189 gram. Het gasgebruik kwam uit op 16.9 m³.m⁻². De etmaaltemperatuur is gemiddeld op 20⁰C + 2 ⁰C/1000 J.cm⁻².dag⁻¹ gehouden, bij een gewas dat belast is met vruchten. Er zijn twee schermdoeken gebruikt. Een Luxous 1147 FR scherm is 4614 uur en een Luxous 1547 D FR scherm is 4186 uur 100% gesloten geweest op een totale teeltduur van 8375 uur. Uit de metingen met een netto stralingsmeter bleek dat er door het intensieve schermdoek gebruik vrijwel geen momenten zijn geweest met een hoge netto straling van het gewas naar de kas. Onder de doeken is voor luchtbeweging gebruik gemaakt van nivolatoren, die een lichte luchtbeweging in het bovenste deel van het gewas realiseren. Er is vrijwel geen binnenrot gevonden in vruchten die een week bewaard waren. De resultaten van dit experiment sluiten goed aan bij de gedachten van Het Nieuwe Telen over plantbalans en het effect van uitstraling op het gewas. Projectnummer: 20020

Van 01-10-2015 tot 31-12-2016
Afgerond

Opvallende zaken bladplukproef tomaat

Auteur: Arie de Gelder (WUR) en Jeroen Sanders (Proeftuin Zwaagdijk/Demokwekerij)

"In de projecten Het Nieuwe Gewas en Optimale lichtbenutting in de winter bij tomaat vergelijken we de effecten van extra bladplukken. In de proef het Nieuwe Gewas bij Wageningen UR loopt de productie in de behandeling ‘zeer open’, waarin het meeste aantal bladeren is geplukt (55 % ofwel aan de plant nog 8 volgroeide bladeren) nog voor, maar de verschillen met de referentie afdeling (33% bladplukken, 12 volgroeide bladeren) en de afdeling met 44% bladplukken worden kleiner. Er zijn een paar opvallende zaken te noteren. Meer bladplukken leidde tot kortere planten en kortere bladeren. Dit is anders dan verwacht. We verwachtten dat de planten de lagere hoeveelheid bladeren zouden compenseren door individuele bladeren groter te laten worden. Dat lijkt echter niet het geval. Een tweede opvallend punt was dat in de zeer open afdeling de bladeren eind vorig jaar vrij sterke gebrek verschijnselen vertoonden, waarschijnlijk door onttrekking van magnesium. Omdat deze planten een kleiner bladpakket hebben, is de voorraad Mg kleiner. Als er dan een tekort is voor de vruchten, zullen de bladeren eerder symptomen van gebrek kunnen vertonen. Een punt van discussie met de begeleiding is: moet je je richten op een vast aantal bladeren per stengel (8, 10 of 12) in combinatie met de bladplukstrategie, of mag je, als er meer trossen aan de plant hangen, bijvoorbeeld uitkomen op 9, 12 en 14 bladeren. We hebben in overleg met de begeleiders gekozen voor de eerste strategie. Nu, in de eerste weken van het jaar, voeren we de stengeldichtheid op. Dat zal automatisch betekenen dat de LAI ook bij de zeer open behandeling wat zal toenemen. We zijn zeer tevreden over het verloop van dit experiment, waarin we zien de verschillen in behandeling van het gewas groot zijn. De cijfers zullen moeten uitwijzen waar dit uiteindelijk toe leidt. De proef Optimale lichtbenutting in de winter wordt uitgevoerd door Proeftuin Zwaagdijk. De proef is opgezet bij twee tomatenkwekerijen, beiden met assimilatie belichting. Op kwekerij Oussoren wordt de grove tomaat Merlice geteeld en bij kwekerij Leema de cocktail tomaat Brioso. Ook bij deze proeven zien we een korter gewas bij planten met minder blad. Er zijn op dit moment nog geen grote verschillen zichtbaar in bladstrekking. Wel zien we dat er door een lager verdampend oppervlak bij de 44% en 55% bladpukken het drainpercentage toeneemt. Op dit moment zijn de verschillen in vruchtgewicht en product nog minimaal. Maar de verwachting is dat de verschillen tussen de drie behandelingen in de komende weken groter gaan worden. Een belangrijk punt hierbij zal de beslissing worden tot welk moment we moeten doorgegaan met het extra verwijderen van blad uit de kop." Dit project wordt gefinancierd vanuit het programma Kas als Energiebron, het innovatie- en actieprogramma van LTO Glaskracht Nederland en het ministerie van Economische Zaken (EZ).

Geplaatst op: 26-01-2015

Uitleg praktijkproef bladplukstrategie tomaat

Deze week is een praktijkproef van start gegaan die tomatentelers meer inzicht moet geven in wat de beste bladplukstrategie is. Op 10 oktober is een gelijksoortige proef gestart in de kassen van WUR glastuinbouw in Bleiswijk. Projectleider Arie de Gelder heeft hierover uitleg gegeven in zijn weblog . De praktijkproef wordt begeleid door Jeroen Sanders van Proeftuin Zwaagdijk. Hij geeft hier een korte beschrijving van de proef. “Het doel van dit onderzoek is bepalen wat de ideale LAI (Leaf Area Index) is in de winterperiode voor de belichtende tomatenteelt. Op een bedrijf wordt de grove tomaat Melice geteeld en op een tweede bedrijf de coctailtomaat Brioso. De proef is aangevraagd door de praktijk en wordt dan ook ondersteund door een grote groep belichtende tomatentelers. De proef heeft naast oogstoptimalisatie en gewasverbetering ook een duidelijke energiedoelstelling. Aangenomen mag worden dat een geoptimaliseerd gewas ervoor zorgt dat er geen onnodige verdamping plaatsvindt van ‘niet-nuttig’ blad. Door het verlagen van de totale verdamping is er bijvoorbeeld minder vochtafvoer nodig. Op beide bedrijven worden drie verschillende bladplukstrategieën aangehouden, waarbij 33%, 44% en 55% van het totale aantal bladeren wordt verwijderd uit het gewas. Door het gewas gedurende de proef goed te monitoren zal er worden bepaald wat het effect is van de verschillende bladplukstrategieën. Er zal o.a. worden gemonitord op groeisnelheid, bladontwikkeling, productie, vruchtgewicht en LAI. Metingen op de horizontale en verticale lichtverdeling in het gewas per strategie zullen totaal 5 keer worden uitgevoerd, waarbij er 3 keer zal worden gemeten in de winterperiode en nog 2 maal verdeeld over de rest van het teeltseizoen. De lichtverdeling wordt bepaald middels een Photometric sensor (Li-cor). De proef loopt in principe door tot week 15 van het komende jaar. Na het go-no/go moment zal er worden besloten of het onderzoek nog wordt voortgezet tot aan het einde van het teeltseizoen."

Geplaatst op: 21-11-2014

Proef bladplukstrategie in WUR-proefkas

Auteur: Arie de Gelder van Wageningen UR Glastuinbouw

“Op 10 oktober zijn in kassen van WUR glastuinbouw in Bleiswijk tomaten van het ras Brioso geplant voor een nieuwe proef. Het doel is het bepalen van de beste bladplukstrategie en vooral of het mogelijk is om meer blad weg te plukken dan nu in de praktijk gangbaar is. We willen weten of planten met minder blad net zo efficiënt met licht om kunnen gaan als planten met meer blad. Als dat zo is zouden meer assimilaten naar de vruchten gestuurd worden, want er hoeft immers minder blad aangemaakt te worden. Dat zou gunstig zijn voor de productie. Minder bladoppervlakte betekent ook minder verdamping, waardoor het energieverbruik om het vocht af te voeren, omlaag kan. Er zijn 3 niveaus van bladplukken: 33% van het blad wegnemen ( 1 van de 3 blaadjes); 44% wegnemen (4 van de 9 blaadjes) en 55% wegnemen (5 van de 9 blaadjes). De blaadjes worden meteen als jonge blaadjes uit de kop verwijderd, waardoor de plant minder bladoppervlakte kan maken. De behandelingen worden in afzonderlijk kasafdelingen van elk 144 m2 oppervlakte uitgevoerd. De planten worden belicht en het kasdek is diffuus. Het klimaat per behandeling kan worden aangepast. Bij de ene behandeling past bijvoorbeeld een andere temperatuurstrategie beter dan bij de andere. We verwachten dat bij planten met minder blad een andere vochtregulering nodig is. Per behandeling meten we het energieverbruik en houden we de normale plantregistratie aan. Van een aantal planten meten we de totale droge stofproductie, zowel de vruchten als de rest van de plant. Verder meten we de lichtdoordringing in het gewas en de verhouding tussen de lengte en breedte van het blad. Het is mogelijk dat de planten het weggenomen blad compenseren door grotere bladeren aan te maken. Fotosynthesemetingen op verschillende bladhoogtes kunnen informatie geven of de fotosynthese bij minder blad omhoog gaat. Wat later dan in Bleiswijk startte een praktijkproef waarin voor dezelfde behandelingen en het zelfde ras is gekozen, daarnaast worden metingen gedaan bij een grof type tomaat. Die proef wordt uitgevoerd door proeftuin Zwaagdijk.” Dit project wordt gefinancierd vanuit het programma Kas als Energiebron, het innovatie- en actieprogramma van LTO Glaskracht Nederland en het ministerie van Economische Zaken (EZ).

Geplaatst op: 19-11-2014

Optimalisatie lichtbenutting in de winter

Kan het beschikbare licht in de winter niet beter benut worden door bijvoorbeeld een andere plantvorm en bladplukstrategie aan te houden, met energiebesparing tot gevolg. Op twee praktijkbedrijven worden de effecten van vijf bladpluk-strategieën geanalyseerd in tomaat met de rassen Merlice en Brioso. Beide gewassen werden belicht conform de standaard belichtingstrategie voor tomaat. Het doel was het effect bepalen van een lagere Leaf Area Index (LAI) op gewasontwikkeling, productie en energiebesparing. Deze verlaging van de LAI werd gerealiseerd door extra blad weg te halen uit het bovenste gedeelte van de plant gedurende de gehele winterperiode. Het bleek dat bij het ras Merlice in de winterperiode een maximale productieverhoging van 1kg/m2 werd gerealiseerd in vergelijking met het standaard gewas. Ook kan met deze maatregel de totale verdamping van een gewas worden verlaagd en dus ook het energieverbruik. Met het extra bladplukken moet wel op tijd worden gestopt. De LAI van het gewas moet namelijk hoog genoeg zijn om al het beschikbare licht te kunnen gebruiken. Bij een te lage LAI in relatie tot het beschikbare licht kwamen de planten in deze proef te veel onder stress te staan, wat resulteerde in een directe productieverlaging. Zowel bij Merlice als bij Brioso zijn geen effecten waargenomen van het extra bladplukken op zetting snelheid, plantbelasting en het aantal geoogste trossen. Wel bleef bij beide rassen de stengel korter dan bij het standaard gewas. Nadat er gestopt is met bladpluk uit de kop bleef het verschil in lengte stabiel. Projectnummer: 15095

Van 19-08-2014 tot 01-10-2015
Afgerond

'Wel of geen blad verwijderen?'

Auteur: Dennis Op het Veld van Trostomatenkwekerij MTS Op het Veld in Belfeld

“Sinds kort zit ik in een studiegroep over HNT. De afgelopen twee bijeenkomsten gaf Peter Geelen een cursus over de verschillende onderdelen van HNT. Hij gaat daarbij terug naar de basisprincipes van plantenfysiologie en natuurkunde. Veel van wat ik hoorde heb ik vroeger op school al geleerd, maar het is goed om de informatie weer op te frissen. Ook is het goed om te horen welke onderzoeken zijn gedaan en wat de laatste inzichten zijn. Die informatie levert altijd veel stof tot discussie op voor de 8 telers die in de studiegroep zitten. Een onderwerp waar we in de vorige sessie wel 2 uur over hebben gediscussieerd is het al dan niet verwijderen van blad bij tomaten. Nu doen we dat op ons bedrijf geregeld, omdat het oogsten hierdoor gemakkelijker wordt gemaakt. Een andere reden is dat met minder blad meer licht op de vruchten valt, waardoor ze dikker worden. Jaren geleden lieten we in de zomer juist meer blad aan de planten zitten, om hiermee de planten koeler te houden. Geelen vertelde ons dat het beter is om het blad vlak bij de vruchten te laten zitten. De suikers kunnen hierdoor gemakkelijk naar de vruchten getransporteerd worden. Haal je het blad weg, dan moeten de suikers van verder komen. Dat kost veel energie voor de planten. Dat klinkt logisch, maar aan de andere kant zorgt het blad voor meer arbeid bij het oogsten. Het is dus een kwestie van een goede afweging maken tussen hogere arbeidskosten en een betere opbrengst. In de studiegroep hebben we hier dus flink over gediscussieerd en ik heb het onderwerp ook ter sprake gebracht in de andere studiegroep hier in de buurt en bij mijn bedrijfsvoorlichter. Ik ga hier niet meteen wat mee doen. Maar het inzicht helpt me bij het nemen beslissingen over vernieuwingen in de teelt. Ik ben benieuwd waar de komende sessie over gaat.”

Geplaatst op: 25-03-2014

Verbetering lichtverdeling in het gewas

Voor een optimale fotosynthese in hoog opgaande gewassen is een andere lichtverdeling gewenst, omdat het meeste licht door de bovenste bladeren van het gewas wordt opgevangen en weinig licht bij de onderste bladeren komt. Er is veel discussie over de te hanteren padbreedte. Daarnaast is het zo dat terwijl minder fotosynthese plaatsvindt onderin het gewas, de verdamping niet evenredig verminderd wordt. Om energie te besparen, moet de verdamping verminderd worden (Dueck et al. 2005). Daarvoor is minder blad (lagere LAI) wenselijk. In de eerste fase van dit project wordt het effect van de rijsstructuur op de lichtverdeling in het gewas vastgesteld. Hiertoe wordt in een bestaande proef met tomaat de rijstructuur aangepast. Afhankelijk van het resultaat krijgt dit project een vervolg in een teeltexperiment. De geteste varianten op de rijstructuur zijn: Traditioneel: de standaard manier van tussenplanten, als controle; Per goot: alle planten in één goot worden verwijderd (dus planten tussen twee paden verwijderd); Per pad: alle planten in één rij van een goot worden verwijderd, aan beide kanten van een pad. Uit de resultaten blijkt dat niet duidelijk te concluderen is of één van de drie rijstructuren beter is dan de andere twee. Er zijn geen verschillen of alleen kleine niet-systematische verschillen gevonden. De conclusie is dan ook dat er geen voordelen zijn gevonden van tussenplanten per goot of per pad ten opzichte van de traditionele manier van tussenplanten. Projectnummer: 12634

Van 01-08-2006 tot 30-11-2006
Afgerond