Zoeken

Resultaat 1 tot 3 van 3.

Meten en sturen van plantbelasting in sierteeltgewassen

Auteur: Arca Kromwijk, Arie de Gelder, Nieves Garcia, Eric Poot en Mary Warmenhoven (WUR)

De genoemde begrippen zijn voor sierteeltgewassen gedefinieerd als: Plantbelasting Dit is de totale sink/m 2 kas/week en wordt bepaald door: het aantal oogstbare organen per m 2 per week én het ontwikkelingsstadium van deze organen én de assimilatenbehoefte van overige plantendelen Assimilatenbalans Dit is een zodanig op elkaar afgestemde verhouding tussen de vraag naar assimilaten (=sinkvraag) en het aanbod van assimilaten (=source) dat de plant kan groeien en de productkwaliteit levert die gewenst is. Plantbalans Het evenwicht in aanmaak en groei van oogstbare en niet oogstbare plantendelen, zodanig dat de plant kan groeien en de productkwaliteit levert op de manier zoals de teler dat wil. Dit is breder dan de assimilatenbalans en heeft ook betrekking op andere aspecten, zoals sturing in evenwicht in de energiebalans, waterbalans, hormoonbalans en nutriëntenbalans. Gewas specifiek Voor gerbera, chrysant, roos en freesia is beschreven hoe de toepassing van sturen op plantbelasting, assimilatenbalans en plantbalans doorwerkt in het begrijpen van de teelt, productie en energie-input. Dit blijkt voor elk gewas maatwerk en complex. Wel wordt de teeltwijze meer inzichtelijk. De grote lijn is het sturen op plantbelasting op basis van de hoeveelheid (zon)licht die het gewas de komende periode naar verwachting zal ontvangen en het aanpassen van de temperatuur op de behaalde lichtsom. In het eindrapport is een indeling voor sierteeltgewassen beschreven, waarbij per groep kort wordt ingegaan op wat toepassing van de definities en de aanpak van Het Nieuwe Telen voor elke gewasgroep betekent. Energiebesparing door meer met licht mee te telen Door de plantbelasting aan te passen aan de verwachte lichtsom tijdens de uitgroei van de snijbloem of potplant kan er bij sierteeltgewassen meer met het natuurlijk licht mee worden geteeld. Inzicht in de plantbelasting door inzicht in de sinkgrootte van het gewas is daarvoor belangrijk. Met een lagere plantbelasting in de winter kan in donkere periodes worden bespaard op warmte en elektriciteit door een lagere temperatuur en lagere lichtsom na te streven (energiebesparing). Op lichtere dagen kan de kastemperatuur (en daarmee sinksterkte) worden verhoogd om het zonlicht optimaal te benutten voor de aanmaak en verwerking van assimilaten. Dit kan met behulp van een vaste verhouding tussen de etmaaltemperatuur en lichtsom per dag (RTR). Op lichtrijke dagen kan door minder of geen assimilatiebelichting te gebruiken worden bespaard op elektriciteit en warmte. Bij veel siergewassen moet wel rekening worden gehouden met gewas specifieke minimum- en maximumtemperaturen per teeltfase en een snellere afvlakking van de RTR en lagere maximumtemperaturen bij siergewassen uit koele herkomstgebieden. Hulpmiddel bij implementatie van nieuwe energiebesparingsmaatregelen Daarnaast is het monitoren en bijsturen van de plantbalans een hulpmiddel om ongewenste veranderingen in de plantbalans snel te signaleren en snel bewust bij te kunnen sturen. Kennis van ‘indicatoren van onbalans’ om de plantbalans te monitoren en teeltmaatregelen om de plantbelasting, assimilatenbalans en plantbalans in de juiste richting bij te sturen, zorgt ervoor dat nieuwe teeltmaatregelen (zoals bijvoorbeeld het sturen op RTR of andere energiebesparende maatregelen), of andere teeltstrategieën sneller en succesvoller kunnen worden toegepast, omdat de teler weet hoe hij de plantbalans kan bijsturen in zijn gewenste richting. Het eindrapport is als bijlage toegevoegd.

Geplaatst op: 03-01-2023

Sturen op lichtonderschepping in de eerste teeltfase snijbloemen

Snijbloemen zoals lisianthus en lelie hebben een relatief lange beginfase waarin licht niet effectief onderschept wordt. De planten zijn nog klein en de bladeren nog niet goed uitgevouwen, waardoor veel licht verloren gaat. Sturen op een betere bladspreiding geeft een effectievere lichtonderschepping de verdamping, waardoor het calcium-transport naar de cellen van de jonge bladeren toeneemt. Dit voorkomt mogelijk het optreden van brandkoppen. Met lichtkleur( o.a.de juiste golflengte blauw) kan er effectief mee op bladspreiding gestuurd kan worden. Een belangrijke onderzoeksvraag is of eerdere positieve resultaten onder lab-omstandigheden vertaalbaar zijn naar in een situatie in combinatie met daglicht en SON-T licht zoals het geval is in een kas. De hier voorgestelde proef richt zich op lisianthus als voorbeeldgewas en moet een antwoord geven op de vraag of met de juiste stuurlicht-strategie energie (elektra) bespaard kan worden, door een effectievere lichtonderschepping van het gewas. Verder wordt duidelijk wat de neveneffecten zijn: optreden van brandkoppen, lengte gewas en bloeisnelheid. Lisianthus wordt hier gebruikt als voorbeeldgewas, maar er zal in het rapport ook de vertaalslag naar andere gewassen gemaakt worden (zoals lelie). Hiervoor worden in klimaatkamers praktijkomstandigheden voor een lisianthusteelt in de winter gesimuleerd. De eerste weken wordt bijbelicht met blauw stuurlicht in 4 varianten: 1. Controle (geen blauw); 2. Blauw overdag (PAR-som gelijk aan controle); 3. Blauw alleen nacht (PAR-som gelijk aan controle); 4. Blauw dag en nacht (PAR-som gelijk aan controle). Gewasmetingen: Bladspreiding en gewasstand, lengte, groei, teeltduur en optreden van brandkoppen. De gewascoöperatie Lisianthus investeert ondertsteunt dit project met een bijdrage van € 7.200,-. Met blauw licht is de taklengte te sturen bij lisianthus. Dat blijkt uit onderzoek in klimaatkamers van Plant Lighting. Als LED belichting wordt aangeschaft valt aan te bevelen blauw licht apart aan te kunnen sturen. Lisianthus en andere gewassen benutten licht vaak inefficiënt in het begin van de teelt. Sturen op een betere bladspreiding verhoogt de lichtonderschepping van het jonge gewas. Verder kan meer lengtegroei wenselijk zijn bij lisianthus en is preventie van brandkoppen van belang. In dit onderzoek zijn de effecten van blauw stuurlicht op bovengenoemde factoren onderzocht. Onder geconditioneerde is een wintersituatie in de kas gesimuleerd (daglichtsimulatie + SON-T bijbelichting) en zijn twee rassen lisianthus geteeld, waarvan één gevoelig voor brandkoppen. Er waren vier behandelingen waarbij de lichtsom overal gelijk was: (1) controle, (2) + blauw LED-licht dag, (3) + blauw LED-licht nacht, en (4) + blauw LED-licht dag en nacht. Meer taklengte Een effect op brandkoppen is niet gevonden. Vooral blauw in de nacht leidde tot een iets hogere bedekkingsgraad door het gewas. De bladeren bleken zich beter uit te spreiden, maar het effect was niet heel groot. De takken waren uiteindelijk niet zwaarder en zelfs minder zwaar per eenheid lengte. Blauw in de nacht gaf wel meer taklengte. Dit kan gunstig zijn voor lisianthus. Blauw LED-licht tijdens de dag had juist een remmend effect op de lengtegroei. Omdat lange bloemstelen onder de knoppen onwenselijk zijn, zou gedacht kunnen worden aan blauw belichting in de nacht in het begin van de teelt (stimuleren lengtegroei) en later in de teelt juist overdag (compactere bloemstelen onder de knop). Op tijd stoppen met blauw belichten in de nacht voorkomt mogelijk ook de remmende werking op zijtak-uitloop. Sowieso werd het verschil in lengte vooral in de eerste vier weken van de teelt gemaakt. Blauw licht apart aansturen Voor praktische toepassing is het de vraag of een investering in blauwe LED-belichting te verantwoorden is. Alleen als lengte een groot probleem is kan dit overwogen worden. Als toch al geïnvesteerd wordt in LED, valt aan te bevelen de blauwe LED’s apart stuurbaar te maken, zodat op lengte gestuurd kan worden. Projectnummer: 20073

Van 01-05-2018 tot 31-10-2018
Afgerond

LED bij zonlicht

Om energiebesparing en klimaatneutrale toepassingen voor all-electric glastuinbouw te kunnen combineren met belichting wordt veel verwacht van efficiëntere belichtingssystemen zoals LEDs. LED biedt energetisch voordelen en geeft ruimte voor toepassing van dynamische lichtrecepten (lichtkleur is te kiezen en in de tijd te variëren). In het lopende project “Denkkader licht” wordt een beeld geschetst van de kennis die er over lichtkleuren en het effect daarvan op groei en ontwikkeling is en welke kennislacunes er zijn. Over de combinatie van lage intensiteit zonlicht in de winter met LED verlichting blijkt heel weinig bekend. Veel onderzoek is gedaan aan effecten van één kleur, vaak in daglichtloze condities, maar slechts weinig onderzoek naar een integrale benadering van LED belichting in kassen met daglicht. Twee richtingen van ontwikkeling van lichtrecepten lijken perspectiefvol voor onderzoek en vervolgens voor toepassing in de glastuinbouw: (1) balans tussen kleuren en (2) minimale hoeveelheid licht van bepaalde kleur. Het doel van dit onderzoek is het opstellen van (goede) basisspectra voor LED licht als aanvulling op het zonlicht onder omstandigheden met weinig natuurlijk licht, voor een aantal gewassen (tomaat, sla, chrysant en alstroemeria). Dit gebeurt in 5 werkpakketten: Werkpakket 1. Inrichten IDC LED, plannen en voorbereiden. Naast inrichten van het IDC LED met de nieuwste led modules, zal het plan voor werkpakket 2 wordt gedetailleerd ingevuld over o.a. aantallen planten, rassen, spectrum, intensiteiten en plantmetingen. Werkpakket 2. Experimenten met lichtrecepten. In een reeks experimenten worden strategieën met verschillende basisspectra toegepast bij tomaat, chrysant, sla en alstroemeria. Al deze proeven worden gedaan onder “winterse condities” in de kas, dus lage niveaus zonlicht en korte dagen met natuurlijk licht. In serie 1 wordt in eerste instantie voor tomaat en sla een proef gedaan met verschillende spectra, waarin de effecten op jonge tomatenplanten en op slaplanten wordt bepaald. In deze proef worden de morfologische en fysiologische processen in de plant gemeten die de groei en ontwikkeling van de planten bepalen. Uit deze proef valt af te leiden in hoeverre blauw licht in het LED spectrum nodig is, wat het effect is van groen en verrood licht, en in hoeverre deze effecten onderling vervangbaar zijn. Daarna volgt een serie 2 met chrysant en alstroemeria. Daar wordt gekeken naar weggroei van jonge planten, strekking, bladoppervlakte, lichtonderschepping, bladgrootte en biomassavorming. Uit deze proef valt af te leiden in hoe de plantvorm en lichtonderschepping van jonge chrysanten- en alstroemeriaplanten gestuurd kan worden met het spectrum Werkpakket 3: Go/No Go bespreking Werkpakket 4: toepassing in een teelt. In WP2 wordt gewerkt met jonge gewassen en is de vraag wat de effecten zijn op een volgroeid gewas. Daarom worden uit die experimenten de meest interessante combinaties gezocht van spectrum en gewas, en worden deze beproefd in een volledige teelt (voor chrysant of sla) of de winterproductie (tomaat). Werkpakket 5. Rapportage en overleg Dit onderzoek moet kennis opleveren om de toepassing van led te versnellen door meer kennis over het toe te passen spectra. Led is inmiddels meer dan 40% zuiniger dan de huidige SON-T lampen bij gelijke lichtintensiteit. Philips draagt € 25.000,- bij aan dit project (in kind). Het is belangrijk om te weten als overgegaan wordt op led-belichting wat de invloed is op biologische bestrijders en plantweerbaarheid. Een vijftal verkennende experimenten moeten hier een beeld van geven. Zoekefficiëntie en parasiterings-activiteit van Aphidius ervi voor bladluis Populatie-ontwikkeling roofmijten op komkommer Eileg en ontwikkeling van Macrolophus pygmaeus in tomaat Eileg en ontwikkeling Orius roofwantsen in chrysant Effect lichtbehandeling op plantweerbaarheid tomaat en chrysant Projectnummer: 20078

Van 01-04-2018 tot 30-09-2019
Afgerond
  • 1