Zoeken

Resultaat 1 tot 10 van 14.

Gewasverdamping bij de kop II

Dit project is een vervolg op “ Verdamping bij de kop I ” en de uitstralingsmonitor . Bovendien sluit het aan bij de activiteiten gericht op het onderwijs vanuit Kas als Energiebron. Doel Uitbreiding van het gewasverdampingsmodel met rekenregels per bladlaag om de gewasverdamping in het educatieve simulatie programma Kassim nauwkeuriger en adequater te benaderen. Beter inzicht in de gewasverdamping en de gevolgen van maatregelen daarop kan nu al in de praktijk helpen bij het terug dringen of nauwkeuriger bepalen van de inzet van warmte (e minimumbuis) voor gewasactivering. Aanpak De metingen aan gewasverdamping worden uitgevoerd aan tomaat, gerbera en potanthurium afdelingen met bestaande proeven en in de demokassen met fossielvrije teelten. In de metingen wordt de relatie gelegd met gewasopname van CO2, het vermogen van de plant (via de wortels) om voldoende water op te nemen en via sapstroomanalyse de rol van het interne watertransport. Ook de verticale temperatuuropbouw (in tomaat) is onderdeel van de studie. De metingen worden benut voor uitbreiding van het beschrijvende gewasverdampingsmodel. Het doel is om ook voor gematigde zomer- of lichtomstandigheden het model valide te krijgen. Projectnummer: 20140

Van 01-01-2020 tot 31-12-2020
Afgerond

Fossielvrije belichte tomatenteelt

Doel Als vervolg op het project Totaalconcept duurzaam belichte teelt is het doel van dit project de demonstratie van een (nagenoeg) fossielvrije belichte tomatenteelt. Naast de ontwikkeling van het duurzame teeltconcept wordt direct toepasbare kennis opgedaan over HNT, over het sturen op plantbalans en de verhouding licht/temperatuur en over het sturen op voeding en watergift. Toelichting De kasuitrusting blijft gelijk, met SON-T bovenbelichting en LED tussenbelichting, actieve ontvochtiging en verwarming met een warmtepomp. De helft van de kas wordt uitgerust met steenwol, de andere helft met het innovatie laag volume substraat op basis van houtvezel. Vanaf de productiefase wordt de plantbalans gestuurd met een vaste licht/temperatuurverhouding. De actieve ontvochtiging wordt gestuurd op basis van een gewenste gewasverdamping en de benodigde laagwaardige warmte voor de warmtepomp. De tussenbelichting en de ontvochtiging van onderaf heeft invloed op de verticale temperatuurverdeling, die daarom ook continu wordt gemonitord . Een belangrijk onderdeel binnen dit project is de aandacht voor de sturing van het gewas met voeding en watergift. Het laag volume substraat biedt daar in principe meer mogelijkheden voor dan gewoon substraat. Wat het verschil is in beide sturingen zal blijken. Extra aandacht is er voor het fenomeen bladrandjes, dat in het lopende teeltjaar optrad. De inzet van de LED tussenbelichting wordt onderzocht door variatie in de verticale positie van de belichting. Met behulp van een lijnsensor, die de lichtintensiteit op verschillende hoogte kan meten, een 3D gewasverdeling en lichtonderscheppingsberekening, wordt de belichting geoptimaliseerd. Het project wordt medegefinancierd door Hortilux, Ludvig Svensson, Cultilene Saint Gobain, De Ruiter Seeds, Hoogendoorn, 2grow, Wireless Value. Projectnummer: 20131

Van 01-08-2019 tot 31-10-2020
Afgerond

Warmteterugwinning bij totaalconcept fossielvrije teelt tomaat werkt

Auteur: Feije de Zwart (Wageningen University & Research, Business Unit Glastuinbouw)

Een aantal jaar geleden is met deze techniek begonnen onder de naam “Next Generation Semi-gesloten Kas”. Hierbij wordt, anders dan bij de eerste semi-gesloten kassen, waar de kas met zware koel-installaties vooral in de zomer werd gesloten, juist in de winter de kas zoveel mogelijk gesloten. Om dat in een belichte teelt te kunnen doen moet er flink worden ontvochtigd en met die ontvochtiging komt latente warmte beschikbaar voor de kasverwarming. De centrale componenten in het systeem zijn luchtbehandelingskasten langs de gevels, slurven voor de luchtverdeling onder de goten en een warmtepomp die koud water maakt voor de ontvochtiging en tegelijkertijd warmte voor de kasverwarming. Balans Het principe is daarmee vrij eenvoudig, maar een goede implementatie in de kas en vooral in de teeltstrategie vergt nog de nodige aandacht. Hoe moeten de stook- en ventilatielijnen worden ingesteld in combinatie met de luchtvochtigheidsbeheersing, hoe om te gaan met de schermen en wat te doen als de ontvochtigingsbehoefte de capaciteit van de installatie overschrijdt? Want een ruim bemeten installatie die onder alle omstandigheden de kas in de winter gesloten kan houden en waarmee alle warmte voor de verwarming kan worden geproduceerd zit er in verband met de kostenbeheersing niet in. Het zal gaan om het vinden van de juiste balans tussen de investeringen in de ontvochtigingscapaciteit en de mate waarin het gasverbruik van de ketel kan worden teruggedrongen. Productie volgens prognose In deze afbeelding is te zien dat de kasverwarming tot nu toe voor meer dan de helft afkomstig is uit warmte die in de kas geoogst is. Na 15 weken telen (plantdatum 11 augustus) was de warmtevraag 9.8 m³ a.e. per m² en de warmte-oogst vanuit de kas 5.4 m³ a.e. per m². Omdat de warmtepomp bij het opwerken van de temperatuur van de geoogste warmte elektrische energie toevoegt bedraagt de warmteproductie van de warmtepomp 7 m³ a.e. per m². De ketel heeft tot nu toe dus 9.8 – 7 = 2.8 m³ aardgas verbruikt. We hebben al gezien dat in de eerste 10 weken de ketel nauwelijks nodig was en dat zal ook in de laatste 20 weken het geval zijn, dus de verwachting is dat het uiteindelijk gasverbruik voor de ketel onder de 8 m³ per m² per jaar zal blijven. De productie loopt tot nu toe nog gewoon volgens prognose (er is nu ruim 15 kg/m² Merlice geoogst) en als de gewasgroei ook in de komende weken geen nadeel van het ontvochtigingssysteem ondervindt kan gesteld worden dat terugwinning van latente warmte vanuit een (bijna) gesloten kas in de winter aan het palet van bruikbare technieken voor een fossiel-vrije teelt toegevoegd kan worden. Dit project wordt gefinancierd door Kas als Energiebron, het innovatie- en actieprogramma van LTO Glaskracht Nederland en het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Daarnaast zijn er belangrijke bijdragen van Saint Gobain Cultilene, van Dijk Heating, Ludvig Svensson, Hortilux, Hoogendoorn en Wireless Value en het project wordt uitgevoerd door Delphy, Groen Agro Control en Wageningen University & Research.

Geplaatst op: 07-12-2018

Eindrapport: Kansen om draadloos inhoudsstoffen in plant te meten

Auteur: Dennis Medema

Destructieve metingen in tomaat Voor dit onderzoek werd gebruik gemaakt van een bestaande tomatenteelt met vijf rassen. Er zijn behandelingen aangelegd om ervoor te zorgen dat de suikergehaltes en droge stof percentages in vruchten en bladeren verschillen en om verschillen te maken in nutriëntengehaltes in de bladeren. Vervolgens werden aan deze bladeren en vruchten metingen gedaan met hyperspectrale camera’s. De bladeren en vruchten werden vervolgens gebruikt voor destructieve bepalingen van suikers, zetmeel, nutriënten, percentage droge stof en chlorofylgehalte in verschillende laboratoria. Voor iedere vrucht of blad werden de spectrale beelden en de labmetingen gecombineerd en werd bepaald in hoeverre de beelden een goede correlatie opleveren met de verschillende inhoudsstoffen. Goede correlatie Uit de resultaten blijkt dat de hyperspectrale beelden goed correleren met de gehaltes aan suikers in het blad. Daarnaast zijn er goede correlaties met het droge stof gehalte en de gehaltes aan pigmenten (chlorofyl en carotenoïden) in het blad. Er was een redelijke correlatie tussen de beelden en gehaltes aan zetmeel, totaal stikstof en calcium. De gehaltes aan een aantal andere nutriënten bleek niet tot nauwelijks voorspelbaar met de hyperspectrale camera’s. Verder bleken gehaltes aan suikers en zuren in de vruchten, bepalend voor de smaak van tomaten, goed voorspelbaar met de hyperspectrale camera. Al deze resultaten laten zien dat hyperspectrale camera’s zeer bruikbaar kunnen zijn in de glastuinbouw om de status van het gewas en kwaliteit van vruchten te bepalen tijdens de teelt, zonder het gewas te beschadigen. De volgende stap zou zijn om na te gaan of de hyperspectrale camera’s ook in een reguliere teelt gebruikt kunnen worden om de gehaltes aan inhoudsstoffen te bepalen, zodanig dat een teler die informatie zou kunnen gebruiken om op te kunnen sturen. Dit onderzoek wordt gefinancierd door Kas als Energiebron, het innovatie- en actieprogramma van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en LTO Glaskracht Nederland.

Geplaatst op: 12-11-2018

Zorgt het gebruik van een tweede energiescherm in de tomatenteelt voor energiebesparing?

Auteur: Aat Dijkshoorn

De bedrijven gaan heel verschillend om met hun klimaatinstellingen en sturing van de schermen. Gebleken is dat het gebruik van een tweede beweegbaar energiescherm op jaarbasis 3 tot 4,5 m3/m2 per jaar, ofwel 9-14% bespaart op het warmtegebruik, afhankelijk van het aantal schermuren dat wordt gehanteerd. Het aantal schermuren van het tweede scherm varieerde van 1100 tot 1700, waarvan 100 tot 1000 uren volledig gesloten. Piekverbruik omlaag De afdelingen met een tweede scherm hebben 15 W/m2 minder verbruikt tijdens het koudste etmaal, waardoor een 17 m3/ha.uur lagere gascapaciteit zou kunnen worden gecontracteerd. De k-waarde lag bij twee gesloten schermen 26 tot 38% lager dan bij één gesloten scherm. Verder is een analyse gemaakt van het verschil tussen de temperaturen boven en onder de schermdoeken. Hieruit blijkt de grote invloed van de schermstand op dit verschil. Lichtverlies Omdat de schermen overdag alleen bij lage lichtintensiteit zijn gebruikt hebben ze op jaarbasis slechts 0.6 tot 1.3% van het licht weggenomen. Tussen 5 december 2016 tot 21 januari 2017 betrof dit lichtverlies nog wel ±10% van het totale daglicht. Dit berekende lichtverlies is exclusief het licht dat de scherminstallatie in geopende toestand tegenhoudt. Net niet rendabel Naast het schermgebruik zijn vooral de overige klimaatinstellingen en teeltstrategie die het energieverbruik bepalen. Vooral het Vocht Deficit in de nacht is bepalend. Droog telen kost meer energie. Geconcludeerd wordt dat de energiebesparing van het tweede scherm net niet voldoende is om de investering terug te verdienen (bij gelijkblijvende productie) en zeker niet als wordt aangenomen dat de schaduwwerking van de installatie leidt tot 2% productieverlies. De flexibele inzet van het tweede scherm en een homogeen en minder schraal kasklimaat in de winter zijn dan belangrijker argumenten dan de energiebesparing, om te investeren in een tweede scherm. TIP: Om onderzoek in de toekomst mogelijk te maken werkt is draagvlak van het bedrijfsleven nodig. Zie hiervoor www.kennisinjekas.nl . Voor energieonderzoek werkt LTO Glaskracht Nederland samen met de overheid (ministerie van LNV) in het programma Kas als Energiebron. Bekijk het deelrapprt van het project via onderstaande link.

Geplaatst op: 23-07-2018

Totaalconcept duurzame belichte tomatenteelt

Dit project richt zich op de demonstratie van een duurzame, fossielvrije en economisch rendabele belichte tomatenteelt. Qua energievoorziening wordt uitgegaan van externe groene stroom voor het groeilicht en voor de actieve ontvochtiging van het kasklimaat. Er wordt uitgegaan van 18 uur belichting met een hybride groeilicht installatie met 100 µmol SONT en 100 µmol tussen LED ter hoogte van de uitgroeiende vruchten. De kas is uitgerust met meest heldere glas van Saint Gobain dat ook in de winter met een lage hoek van inval een hoge transmissie heeft. De kas wordt uitgerust met 3 schermen: een licht afschermingsscherm, een energiescherm en een diffuus scherm voor momenten met hoge instraling. Cruciaal in een zwaar belichte teelt is de afvoer van warmte en vocht. Hiertoe wordt een actief ontvochtigings systeem geïnstalleerd met een warmtepomp. Deze warmtepomp kan tegelijkertijd voorzien in een groot deel van de warmtebehoefte, aanvullend op de warmte uit het licht. Voorwaarde is wel dat het warmteverbruik voor de inzet van minimum buis voor ontvochtiging dus nagenoeg wegvalt. Voor het piekverbruik op koude winterdagen is (in de praktijk) mogelijk nog bio brandstof in een (back up) ketel nodig. Voor de teeltstrategie wordt uitgegaan van de drie plantbalansen zoals die in de basisprincipes van HNT zijn beschreven. Bijzondere aandacht in dit onderzoek heeft daarbij: Beperken van de CO2 verliezen en het CO2 verbruik, mede m.b.v. het diffuus scherm Toepassen van een nieuw watergiftsysteem ontwikkeld door Cultilene met een betere stuurbaarheid op basis van verdamping en klimaat en betere zuurstof voorziening voor het wortelmilieu Sturen van de voeding op basis van een ion-specifieke opnameanalyse. Watergift en voeding worden gebruikt om het gewas te sturen. Dit is extra gewenst omdat het gebruik van minimum buis voor gewassturing niet of nauwelijks mogelijk zal zijn. Monitoren en sturen van de plantbelasting. Hiertoe wordt o.a. het verticale temperatuur profiel en de vruchttemperatuur continu gemonitord. De resultaten van de teelt worden vergeleken met een praktijk bedrijf met gelijk ras en vergelijkbare zaaidatum. De verwachting is dat het energieverbruik fossielvrij en klimaatneutraal kan worden ingevuld. Hiertoe zal het verbruik aan (groene) elektra licht stijgen met ca. 10%. De teeltmaatregelen die voorzien zijn passen in het kader van HNT. Er zal veel aandacht zijn voor kennisoverdracht en –interactie over toepassing van de kennis in de praktijk via een open middag, vakbladen en informatievoorziening online. Ludvig Svensson, Hortilux, Cultilene dragen € 158.000,- bij aan dit project (50/50 in cash/kind). Vanuit Kas als Energiebron wordt dit voor 100% gefiancierd uit het LNV Proof of Principle budget. In teeltseizoen 2018-2019 is bij Delphy Improvement Centre een belichte tomatenteelt gedemonstreerd met de doelstelling om middels het toepassen van actieve ontvochtiging de verwarming van de kas zoveel mogelijk in te vullen met de warmtepomp. Aangenomen dat de gebruikte elektriciteit voor de warmtepomp, maar vooral voor de belichting, van een duurzame bron afkomstig is, wordt de teelt daarmee vrijwel klimaatneutraal. Gezien de afzetmarkt, die een dergelijke teeltwijze waardeert, is deze aanpak ook rendabel. Kernpunten om dit te realiseren zijn: intensief schermen, niet inzetten van een minimumbuis, het sturen van de verdamping en het terugwinnen van latente warmte. De teelt startte op 11 augustus 2018 met het ras Merlice geënt op Maxifort. Naast de bovengenoemde kernpunten is LED-belichting onderdeel van dit toekomstgerichte klimaatneutrale plaatje. De kas was uitgerust met een hybride belichtingssysteem dat bestond uit 115 μmol/m2/s SON-t; 52 μmol/m2/s top LED en 60 μmol/m2/s tussen LED. Een belangrijke focus hierbij was een egale temperatuurgradiënt over de hoogte van het gewas. Diverse sensoren waren ingezet om dit te monitoren. Projectnummer: 20084

Van 01-05-2018 tot 31-12-2019
Afgerond

Klimaat sturen op inhoud blad

Een van de belangrijke principes van Het Nieuwe Telen is dat het schaarse licht optimaal wordt omgezet in assimilaten, in het bijzonder in oogstbaar product. Daarmee is het helder dat de assimilatenverdeling zo veel mogelijk moet worden gestuurd in de richting van de vruchten of bloemen. Op dagbasis moeten de assimilaten optimaal worden verwerkt waarbij energiekostende omzettingen zoals vorming van zetmeel en remobilisatie in het bladpakket daarvan zoveel mogelijk moet worden voorkomen. De enige manier waarop dit tot nu toe te bepalen is, is door bladmonsters te nemen en deze te laten analyseren. Het zou wenselijk zijn dat een teler zelf momentaan in de kas de status van zijn gewas kan monitoren, en dat gebruiken om op basis daarvan beslissingen te nemen ten aanzien van kasklimaat of teeltmaatregelen. In dit project wordt een snelle screeningsmethode ontwikkeld om de gewasstatus te monitoren en op basis daarvan het kasklimaat zo energiezuinig mogelijk te regelen zoals belichting en temperatuur of het moment van bladplukken. Er zal hyperspectral imaging (400 tot 1700 nm) toegepast worden. Het resultaat van de hyperspectrale beeldanalyse is een model wat aangeeft welke golflengtes een rol spelen bij het meten van de verschillende inhoudsstoffen. Deze golflengtes kunnen vervolgens worden geïmplementeerd in een handzame multispectrale camera. Werkpakket 1. Voorbereiding en aanleggen van de behandelingen. Aan het einde van een bestaande kasproef met vijf tomatenrassen worden verschillende behandelingen aangelegd. Dit betreft bijv. trossnoei, blad verwijderen om assimilatenaanmaak te verlagen, blad laten hangen aan andere planten om bladvergeling/veroudering te krijgen. Dit is om er voor te zorgen dat de suikergehaltes en droge stof percentages in vruchten en bladeren verschillen, en om verschillen te maken in nutriëntengehaltes in de bladeren (bladeren laten hangen aan de planten, watergift met (zeer) lage nutriëntengehaltes). Werkpakket 2. Beelden met de hyperspectraal camera’s, bemonsteren en data analyse. Er worden uit de kas per type relatie 100 bladeren en 100 vruchten genomen en deze worden met de hyperspectrale camera’s doorgemeten. De bladeren variëren van jong en groen tot oud en vergeeld, en de vruchten variëren van groen tot zeer rijp (rood). Voor de bladeren worden relaties gelegd tussen de hyperspectrale beelden en suikergehalte, nutriënten (tenminste stikstof en calcium), % droge stof (watergehalte) en chlorofyl. Voor de vruchten worden relaties gelegd tussen de hyperspectrale beelden en suikergehalte, % droge stof (watergehalte), stevigheid en kleur Werkpakket 3. Analyse resultaten en rapportage. Uiteindelijk wordt bepaald of de hyperspectraal camera een goede momentane niet-destructieve meting kan doen van de bladkwaliteit of de vruchtkwaliteit. Voor dit onderzoek werd gebruik gemaakt van een bestaande tomatenteelt met 5 rassen. Er zijn behandelingen aangelegd om er voor te zorgen dat de suikergehaltes en droge stof percentages in vruchten en bladeren verschillen, en om verschillen te maken in nutriëntengehaltes in de bladeren. Vervolgens werden aan deze bladeren en vruchten metingen gedaan met hyperspectrale camera’s. De bladeren en vruchten werden vervolgens gebruikt voor destructieve bepalingen van suikers, zetmeel, nutriënten, percentage droge stof en chlorofylgehalte in verschillende laboratoria. Voor iedere vrucht of blad werden de spectrale beelden en de labmetingen gecombineerd en werd bepaald in hoeverre de beelden een goede correlatie opleveren met de verschillende inhoudsstoffen. Goede correlatie Uit de resultaten blijkt dat de hyperspectrale beelden goed correleren met de gehaltes aan suikers in het blad. Daarnaast zijn er goede correlaties met het droge stof gehalte en de gehaltes aan pigmenten (chlorofyl en carotenoïden) in het blad. Er was een redelijke correlatie tussen de beelden en gehaltes aan zetmeel, totaal stikstof en calcium. De gehaltes aan een aantal andere nutriënten bleek niet tot nauwelijks voorspelbaar met de hyperspectrale camera’s. Verder bleken gehaltes aan suikers en zuren in de vruchten, bepalend voor de smaak van tomaten, goed voorspelbaar met de hyperspectrale camera. Al deze resultaten laten zien dat hyperspectrale camera’s zeer bruikbaar kunnen zijn in de glastuinbouw om de status van het gewas en kwaliteit van vruchten te bepalen tijdens de teelt, zonder het gewas te beschadigen. De volgende stap zou zijn om na te gaan of de hyperspectrale camera’s ook in een reguliere teelt gebruikt kunnen worden om de gehaltes aan inhoudsstoffen te bepalen, zodanig dat een teler die informatie zou kunnen gebruiken om op te kunnen sturen. Projectnummer: 20055

Van 01-03-2017 tot 31-12-2017
Afgerond

Halverwege de plant bladplukken geeft lagere productie

Auteur: Anne Elings, Arie de Gelder en Jan Janse (Wageningen University & Research, Business Unit Glastuinbouw)

Eén behandeling bestond uit geen bladpluk in de kop en het aanhouden van blad onderin de plant op dezelfde hoogte als de standaard. Hierdoor zaten er ongeveer een derde extra bladeren aan de plant. De andere behandeling bestond ook uit geen bladpluk in de kop. Dit werd gecombineerd met 66% bladpluk vanaf de vierde à vijfde tros zodat het bladaantal ongeveer gelijk was aan dat van de standaard. Na de winter (vanaf maart) is 39.4 tot 40.4 kg m2 geproduceerd. Geen blaadje uit de kop verwijderen gaf vanaf maart een fractie hogere productie (0.2 kg) dan de standaardbehandeling met 33% bladplukken. Het kostte 2.5% productie als we vanaf maart halverwege de plant volgroeide bladeren wegnamen. Waarschijnlijk kwam dit doordat goed functionerende bladeren werden verwijderd waarin de plant eerder al assimilaten had geïnvesteerd. Het smaakniveau en de houdbaarheid waren goed en niet duidelijk verschillend tussen de behandelingen. Een uitgebreide analyse van de gegevens wordt gedaan om een verklaring te geven voor de gevonden resultaten. Er zijn namelijk veel metingen gedaan, o.a. lichtonderschepping en tussentijdse metingen van de droge stof in de verschillende delen van de plant. De uitgewerkte resultaten worden binnenkort gepresenteerd en gepubliceerd. Dit project is gefinancierd vanuit het programma Kas als Energiebron, het innovatie- en actieprogramma van LTO Glaskracht Nederland en het ministerie van Economische Zaken. Lees via onderstaande link meer over dit project.

Geplaatst op: 16-09-2016

Sturing assimilatenbalans vruchtgroenten met verrood

Al langer bestaat het idee dat er assimilaten verloren gaan in de productie bij o.a. tomaat door ‘te veel’ blad dat bovendien ook nog eens verwijderd wordt. Er kan elektriciteitsbesparing en/of meer productie gehaald worden door deze ‘verloren’ assimilaten naar de vruchten te ‘sturen’. De afgelopen twee jaar is onderzoek gedaan naar bladplukken van jong, ‘overtollig’ blad waarbij het idee was om de assimilaten die gaan zitten in de vorming van het blad te kunnen ‘sturen’ naar de vruchten. Deze bladeren dragen niet veel bij aan de lichtonderschepping. Dit lijkt vooral effect te hebben vanaf planting en bij afnemend licht bij vooral gewassen / rassen die vegetatief zijn. Onderzoek van de Demokwekerij in 2011/2012, recent onderzoek bij Wageningen Universiteit en bij WUR Glastuinbouw in Bleiswijk geven aan dat met verrood licht de assimilatenverdeling te sturen is en er in de winter ca. 10-20% productieverhoging of elektrabesparing valt te halen. Echter moet gezocht worden om zo min mogelijk verrood te gebruiken omdat de installatie flinke investering en elektriciteit kost en het verrode licht nauwelijks bijdraagt aan de fotosynthese. Daarnaast moet het verrood op tijd afgeschakeld worden bij toenemend licht. De BCO tomaat heeft aangegeven hier onderzoek naar te willen doen in een praktijkproef met tomaat als voorbeeldgewas om te onderzoek hoe met zo weinig mogelijk verrood belichting er toch elektriciteit- of meerproductie gehaald wordt. Hiervoor worden twee behandelingen ingericht met verschillend niveaus met verrood belichting. Naast de productie en energieverbruik, zal de plantontwikkeling nauw gevolgd worden. Projectnummer: E16020

Van 01-09-2016 tot 01-09-2017
Afgerond

Andere bladplukstrategie in tomatenproef ingezet

Auteur: Anne Elings, Arie de Gelder en Jan Janse (Wageningen UR Glastuinbouw)

In de teelt met het ras Brioso in de proef ‘Tomatenproductie sturen van blad naar vrucht’ is in de maanden januari en februari stevig ingegrepen in de bladplukstrategie. De planten in de behandelingen met 55% bladpluk bovenin stonden er met weinig blad te zwak bij, met zwak ontwikkelde trossen, dunne trossteeltjes en kleine vruchten. Er is daarom besloten om in deze behandelingen tijdelijk bovenin geen blad te verwijderen, onderin het blad later te plukken en de trossen iets eerder te oogsten om het de planten wat gemakkelijker te maken. Hierdoor is de groeikracht van de gewassen behoorlijk hersteld om goed gebruik te maken van de toenemende hoeveelheid licht. In de begeleidingscommissie (BCO) is recent flink gediscussieerd over de proefopzet naar de zomer toe. De standaard bestaat nog steeds uit 33% bladpluk in de kop en het aanhouden van 11-12 bladeren. Eén behandeling bestaat uit geen bladpluk in de kop en het aanhouden van blad onderin de plant op dezelfde hoogte als de standaard. Hierdoor zit er ongeveer een derde extra bladeren aan de plant. De andere behandeling bestaat ook uit geen bladpluk in de kop. Dit wordt gecombineerd met 66% bladpluk vanaf de vierde à vijfde tros, waardoor er meer licht op de vruchten valt en ze warmer en grover zouden moeten worden. Het bladaantal is hier ongeveer gelijk aan dat van de standaard. Verschil met vorig seizoen Een voorlopige analyse van de resultaten van verleden jaar en het lopende jaar wijst uit dat het grootste deel van de verschillen tussen beide jaren zijn toe te schrijven aan verschillen in licht (zon + lampen), de LAI en daarmee aan de onderschepte hoeveelheid licht. Daarnaast was het in de laatste maanden van 2015 warmer dan in 2014, waardoor het gewas bij de standaard een generatievere stand had. Later wordt in meer detail geanalyseerd en kan de nieuwe gewasopbouw ook worden meegenomen. Dit project is gefinancierd vanuit het programma Kas als Energiebron, het innovatie- en actieprogramma van LTO Glaskracht Nederland en het ministerie van Economische Zaken. Lees via onderstaande link meer over dit project.

Geplaatst op: 04-03-2016