Zoeken

Filters
Verwijder alle filters
Soort informatie
Categorie
Resultaat 1 tot 10 van 301.

Freesia: Naar een fossielvrij systeem (2030)

Doel Het doel van dit project is de hoeveelheid ontsmettingsenergie te verminderen en in de toekomst de stap te kunnen maken naar fossielvrij ontsmetten door ontwikkeling van nieuwe teeltsystemen met minder substraatvolume. Door het substraatvolume te verkleinen, wordt de energie-input per ontsmettingsbeurt kleiner. Dit is onderdeel van de algemene doelstellingen van Kas2030 om in een integrale aanpak te streven naar fossielvrije teelt, nul emissie van gewasbeschermingsmiddelen en nul emissie van water en nutriënten. Projectbeschrijving Bij de freesiatelers is een groot besef dat ze van het gas af moeten. De eerste teeltjaren van kas2030 hebben laten zien dat de Freesiateelt makkelijk zonder gas kan met een warm-tepomp en aquifer, als de grond niet meer gestoomd hoeft te worden. Onderzoek in kas 2030 heeft ook laten zien dat weg laten van het stomen dusdanig veel productiederving gaf dat dat geen optie is. Om verdere stappen te kunnen maken is het dus noodzakelijk om de hoeveelheid ontsmettingsenergie te verminderen. Daarom is gestart met ontwikkeling van nieuwe teeltsystemen met minder substraatvolume. Er zijn diverse systemen ontwikkeld en geprobeerd en er zijn ook al systemen afgevallen. In dit vervolgonderzoek worden de drie overgebleven nieuwe teeltsystemen en nieuwe gefaseerde teeltmethode geoptimaliseerd, gemonitord en vergeleken met zandbedden als referentie. Het energieverbruik en economische haalbaarheid van de verschillende systemen wordt in kaart gebracht. Dit project wordt gefinancierd door het ministerie van LVVN. Projectnummer: 25116

Van 01-08-2025 tot 29-02-2028
Lopend

Gerbera Duurzaam geteeld (2030)

Doel Het doel van dit project is een gerberateelt met een fossielvrije energetische invulling te bereiken waarbij de inzet van groene elektriciteit zo laag mogelijk is. Nul emissie van gewasbeschermingsmiddelen, nul emissie van water en nutriënten door een gesloten recirculatiesysteem en zoveel mogelijk biologische gewasbescherming, met additioneel uitsluitend laag-risico middelen met een verkenning van alternatieve bestrijdingsmethoden (UV) voor meeldauwbestrijding. Projectbeschrijving In de gerberateelt zijn de beheersing van meeldauw zonder gebruik van zwavel of chemische middelen en het voorkomen van ‘rotkoppen’ (het gevolg van Botrytis infectie van de bloembodem) nog punten van benodigde verbetering. Hier wordt door middel van vijf werkpakketten aan gewerkt: Aanpassen kas en ontvochtiging: de ontvochtiging wordt aangepast om bewust minder lucht door het gewas te trekken, wat mogelijk leidt tot een lagere verdamping en daarmee ontvochtigingsvraag, wat het warmteoverschot uit de ontvochtiging moet verkleinen. In de praktijk verschillende gebruiken voor het verhogen van de bloemtemperatuur vergelijken met een dashboard voor minimaliseren uitstallingseffecten van de bloem. Verder bouwen teeltstrategie Kas2030, aanpassingen aan deze strategie zijn gericht op het verlagen van de ontvochtigingsvraag, en daarmee het energieverbruik, het verlagen van de meeldauwdruk en het voorkomen van rotkoppen. Gewasbescherming met UV Communicatie & rapportage Dit project wordt gefinancierd door het ministerie van LVVN. Projectnummer: 25115

Van 01-08-2025 tot 15-05-2026
Lopend

LED belichting: meetprotocol en sensoren tegen het licht

Doel Dit project beoogt een herziening van het meetprotocol voor het meten van (kunst)licht in kassen. Projectbeschrijving Wanneer een teler een LED installatie aanschaft, wordt er voor de installatie van de LED belichting een lichtplan gemaakt. Na installatie wordt dit geverifieerd door de lampenfabrikant zelf of door een externe partij. Het protocol dat hiervoor wordt gebruikt , is verouderd. Sinds het vaststellen van dat meetprotocol zijn er aan de kant van de belichtingstechniek zaken aan het veranderen met betrekking tot het aantal armaturen per oppervlakte-eenheid en (spectrale) dimbaarheid. Na het dimmen of schakelen tussen kanalen moet ook rekening worden gehouden met stabilisatietijden in het meetprotocol, iets wat vaak niet wordt gerapporteerd en wat wel opgenomen zou moeten worden in het protocol. Aan de kant van de meettechniek zijn er een aantal nieuwe sensoren op de markt die een verschillend meetbereik hebben. In de praktijk wordt op verschillende manieren gemeten, wat verschillen in intensiteiten van PAR- en stuurlicht kan opleveren. Een goed meetprotocol gaat de secor helpen om precies na te gaan of de belichtingsinstallatie de vereiste intensiteit, lichtverdeling en spectrum levert. Het huidige, verouderde meetprotocol moet dus herzien worden. Het opstellen van dit nieuwe meetprotocol moet samen met alle relevante partijen worden gedaan, zodat het gedragen wordt door de hele sector. Dit project wordt gefinancierd door het ministerie van LNV. Het onderzoek heeft geleid tot een nieuw, praktisch toepasbaar lichtmeetprotocol voor LED-belichting in de glastuinbouw. Waar het oude protocol uit 2010 nog ruimte liet voor interpretatie en verschillende meetmethodes, biedt het nieuwe protocol een duidelijke, gestandaardiseerde werkwijze: van voorbereiding en uitvoering tot analyse van de meetdata. Daarmee wordt meten betrouwbaarder en beter vergelijkbaar in de praktijk. Uit de metingen blijkt dat moderne spectrale lichtsensoren onderling consistente en betrouwbare resultaten geven, zowel voor lichtintensiteit als voor spectrale samenstelling. Gangbare PAR-sensoren kunnen de lichtintensiteit echter met 6 tot 9% overschatten, afhankelijk van het lichtspectrum en de opstelling. Ook is vastgesteld dat meetomstandigheden van invloed zijn: LED-armaturen moeten minimaal 30 minuten opwarmen voor stabiele metingen en koude sensoren kunnen de resultaten verstoren door condensatie. Als onderdeel van het protocol is een rekentool ontwikkeld waarmee meetdata eenvoudig kan worden verwerkt tot bruikbare inzichten, zoals lichtintensiteit, uniformiteit en spectrale verdeling. Het protocol is in de praktijk getest en biedt nu een betrouwbare basis voor het meten van dynamische LED-belichting in de kas, passend bij de huidige technologische ontwikkelingen. Projectnummer: 24018

Van 01-08-2024 tot 01-05-2025
Afgerond

Alternatieven voor ruimteverwarming in de glastuinbouw

Doel Het doel van dit project is het bepalen van de haalbaarheid van 'selectief' verwamren, zoals infraroodverwarming, als alternatief voor ruimteverwarming evenals het bepalen van de haalbaarheid van alternatieven, zoals hormoonbehandeling, om bepaalde plantprocessen die nu met temperatuur gestuurd worden, bijvoorbeeld om winterrust te doorbreken. Projectbeschrijving In de glastuinbouw worden kassen verwarmd om indirect via de luchttemperatuur de juiste planttemperatuur voor gewenst teeltresultaat te realiseren. Voor sommige gewassen is vooral een hoge temperatuur van bepaalde plantonderdelen in specifieke situaties nodig, wat veel energie kan kosten. Zo is het huidige gasverbruik in de trekheesterteelt ca. 40 m3 gas /m2/jaar voor sering en 30 m3 gas /m2 voor sneeuwbal. Selectief verwarmen of hormoonbehandeling zou mogelijk een alternatief kunnen zijn voor het verlagen van de temperatuur en kan bovendien ook voor andere gewassen relevant zijn. In drie werkpakketten wordt een studie voorgesteld naar selectieve verwarming en alternatieven voor bieden voor temperatuurbehandeling. Dit project wordt gefinancierd door het ministerie van LNV. Projectnummer: 24015

Van 01-05-2024 tot 01-12-2025
Lopend

Nieuwe gewascombinaties voor afvlakking warmtepieken

Doel Het doel van dit project is om te kijken naar mogelijkheden voor afvlakking van warmtevraag over het jaar heen door het combineren van verschillende gewassen met verschillend warmteprofiel over het jaar heen. Projectbeschrijving In de toekomst zal de warmtebehoefte door besparingsmaatregelen afnemen en de overgebleven vraag zal steeds meer worden ingevuld met aardwarmte of andere externe warmtebronnen. Het badkuipmodel van de bestaande teelten zal echter blijven bestaan. Bij de genoemde warmtebronnen geldt vaak dat jaarrond een zelfde hoeveelheid warmte moet worden afgenomen. De afname wordt dan vooral bepaald door de benodigde warmte in de koudste (winter)maanden, terwijl de warmte in de zomer grotendeels niet benut en weg geventileerd wordt. Om de warmte efficiënter te benutten is het gewenst om te zoeken naar mogelijkheden om warmteverbruik in de wintermaanden te verlagen en warmte-overschot in zomer beter te benutten. Tot dusver is vooral op gewasniveau gezocht naar mogelijkheden om warmtevraag te verlagen. Het is daarbij van belang niet alleen naar het criterium energie te kijken, maar ook naar afvlakking van arbeidsbehoefte over het jaar heen, voordelen voor gewasgezondheid, geschikte teeltsystemen, andere integratiemogelijkheden en markt, economie en afzet. Er kan gekenen worden naar nieuwe exotische gewassen maar ook oude of kleine (sier)gewassen. Dit project maakt gebruik van kennis en ervaring uit eerder uitgevoerde onderzoeksprojecten naar Het Nieuwe Telen bij diverse gewassen, werkwijze en informatie uit eerder onderzoek. Op basis hiervan wordt een plan van aanpak gemaakt. Het plan bestaat uit: Opstellen lijst van beoordelingscriteria; Inventariseren potentiële gewassen (bestaande, nieuwe, oude en kleine gewassen); Uitwerking en beschrijving van aantal gewascombinaties (max. 10) waarmee totale energievraag door het jaar kan worden afgevlakt en beter worden benut. Dit project wordt gefinancierd door het ministerie van LNV. Projectnummer: 24011

Van 01-05-2024 tot 01-05-2025
Lopend

Intelligente aansturing van belichting voor een rendabele klimaatneutrale glastuinbouw

Doel Doel van dit project is het verlagen van het energiegebruik op glastuinbouwbedrijven door een intelligente aansturing van de assimilatiebelichting, waarmee anders, minder en slimmer belicht kan worden. Dit project streeft naar een verlaging van het elektriciteitsgebruik voor belichting met 65% en het verlagen van de warmtevraag door de temperatuur af te stemmen op de belichting. Projectomschrijving Om de transitie naar een klimaatneutrale en economisch rendabele sector in 2040 te maken, zal de inzet van belichting die gepaard gaat met een hoog elektriciteitsgebruik, wezenlijk aangepast moeten worden. Hiervoor is het gebruik van LED belichting als vervanging van de traditionele hogedruk natrium (HPS) lampen cruciaal, maar niet voldoende. Dit project heeft als doel het verlagen van het energiegebruik op glastuinbouwbedrijven door een intelligente aansturing van de assimilatiebelichting, waarmee anders, minder en slimmer belicht kan worden. Dit project streeft naar een verlaging van het elektriciteitsgebruik voor belichting met 65% en het verlagen van de warmtevraag door de temperatuur af te stemmen op de belichting. Dit kan gerealiseerd worden door gebruik te maken van nieuwe belichtingstechnologieën, waarbij LED belichting de HPS lampen vervangt, gebruik te maken van fysiologische kennis over hoe en wanneer een gewas het licht het meest effectief kan benutten, kennis van kasklimaat en het afstemmen van het temperatuurprofiel op de lichtintensiteit. Door samenwerking met teeltbedrijven en toeleveranciers wordt implementatie van de resultaten geborgd. Het project bevat de volgende werkpakketten: Werkpakket 1. Praktisch kader voor energiezuinige belichtingsstrategieën Deze inventarisatie moet leiden tot het praktische kader voor de toepassing van energiezuinige belichtingsstrategieën, de wetenschappelijke en praktische kennisvragen die er nog zijn, en de definitieve opzet voor het experimentele onderzoek dat nodig is om deze kennisvragen te beantwoorden. Werkpakket 2. Gewasrespons op variërende lichtomstandigheden binnen verschillende tijdschalen Op basis van de kennisvragen die zijn aangescherpt in werkpakket 1 wordt een aantal experimenten uitgevoerd waarbij fluctuerende lichtcondities gegeven worden op verschillende tijdschalen (uren, dagen en weken) en de effecten van deze condities op tomatenplanten en chrysanten worden bepaald. Hierbij wordt gekeken naar groei en ontwikkeling, maar ook naar onderliggende processen zoals fotosynthese, huidmondjesgedrag, en de productie, opslag, en verdeling van assimilaten in de plant. Werkpakket 3. Energiezuinig teeltconcept: afstemmen van de belichtingsstrategie op overige klimaatfactoren en gewasmanagement Om te komen tot een integraal duurzaam, energiezuinig teeltconcept moeten overige klimaatfactoren, waaronder temperatuur, en gewasmanagement (plantbelasting) afgestemd worden op de belichtingsstrategie. Met behulp van een gecombineerd kasklimaaten gewasgroeimodel wordt een aantal scenarioberekeningen uitgevoerd voor tomaat, en op basis daarvan worden energiezuinige teeltstrategieën gekozen die in een serie experimenten beproefd worden. In deze experimenten wordt, in nauw overleg met de begeleidingscommissie van telers, de teeltstrategie gemonitord en worden groei, productie en onderliggende plantprocessen bepaald. Werkpakket 4. Projectmanagement en communicatie Projectnummer: E23012

Van 01-04-2024 tot 31-07-2027
Lopend

Parapluplan praktijkonderzoek

Doel Het doel van dit project is energie besparen door middel van praktijkonderzoek de implementatie van energiebesparende innovaties in de praktijk te ondersteunen zodat de implementatie kan versnellen. Projectbeschrijving De implementatie van energie-innovaties in de praktijk is door de energiekosten van 2022 in een sneltreinvaart gekomen. Ondernemers investeren in LED belichting, ontvochtigingssystemen, extra schermen, additionele sensoren en meetapparatuur en software om hun energie beter in kaart te brengen. De stap van onderzoek naar implementatie brengt ook veel vragen met zich mee. Deze vragen kunnen voor hoofbrekens zorgen en veel geld kosten, waardoor implementatie kan stagneren of bruikbare technieken en methodes in kwaad licht komen te staan. Met behulp van monitoringstrajecten willen we de implementatie in de praktijk versnellen. In dit project wordt dit gedaan door samen met ondernemers(groepen) op hun bedrijven de belemmeringen voor toepassing te achterhalen en weg te werken. Hierbij wordt kennis vanuit het onderzoek ingebracht, worden aanvullende verklarende of ondersteunende metingen gedaan, wordt data geanalyseerd en gezamenlijk met de teler(s) geduid. Dit project wordt gefinancierd door het ministerie van LNV. Projectnummer: 24017

Van 01-04-2024 tot 01-10-2026
Lopend

Isolerende werking van spouwschermen

Doel Dit project moet kwantitatieve informatie opleveren waarmee een onderbouwde beslissing gemaakt kan worden over de investering in een dubbel doek, een spouwscherm of een dubbele scherminstallatie. Projectbeschrijving Kleinere tuinders met een onbelichte teelt zonder WKK kijken aan tegen snel oplopende kosten voor de verwarming van de kas. De vervanging van een enkele scherminstallatie door een spouw-scherm zou hier een oplossing kunnen zijn, aangezien dit een goedkopere oplossing is dan een dubbele scherm-installatie. Om voor een willekeurige situatie overtuigend te kunnen berekenen wat de vervanging van een enkel scherm door een spouwscherm zal betekenen, moeten nauwkeurige metingen in laboratorium omstandigheden worden gedaan zodat de fysische processen goed onderbouwd kunnen worden en in modellen kunnen worden verwerkt. Op deze manier kan de teler een weloverwegen beslissing maken. De uitvoering van dit project rust op twee pijlers: labmetingen en modelberekeningen. Het project bestaat uit de volgende werkpakketten: Meten van verschillende schermmaterialen Verwerking van gemeten warmteoverdrachtsparameters van de verschillende schermsystemen Aanpassing van het gebruikersinterface van de KasEnergieWijzer Dit project wordt gefinancierd door het ministerie van LNV. Spouwscherm verhoogt isolatiewaarde van kas Uit het onderzoek blijkt dat spouwschermen de isolerende werking van een kas duidelijk verbeteren. Wanneer een tweede schermdoek op enige afstand van het eerste doek wordt geplaatst (bijvoorbeeld circa 4 cm), ontstaat een isolerende luchtlaag. De isolatiewaarde van zo’n spouwscherm blijkt vergelijkbaar met die van een volledige extra scherminstallatie. Ook twee doeken die direct op elkaar liggen isoleren beter dan één doek, maar het creëren van een spouw zorgt voor een duidelijke extra verbetering. Uit de metingen blijkt dat een spouw van ongeveer 4 cm het meest effectief is; een grotere afstand levert nauwelijks extra isolatie op. Lagere warmtevraag in verschillende teelten De betere isolatie vertaalt zich in een lagere warmtevraag in de kas. In een belichte tomatenkas kan een spouwscherm leiden tot een reductie van de warmtevraag van circa 9% (ongeveer 2,5 m³ gas per m² per jaar). In een onbelichte paprikateelt ligt de besparing rond 5% (circa 1,2 m³ per m² per jaar) en in de gerberateelt eveneens ongeveer 5% (circa 1,1 m³ per m² per jaar). In deze berekeningen is rekening gehouden met het feit dat het scherm overdag soms vaker geopend moet worden om lichtverlies te beperken. Grootste besparing bij apart schermsysteem Wanneer een extra doek zonder spouw op het bestaande scherm ligt, zijn de energiebesparingen duidelijk kleiner en kunnen ze zelfs negatief uitvallen door extra lichtverlies. De grootste energiewinst wordt bereikt wanneer het tweede doek in een apart schermsysteem wordt geplaatst. In dat geval kan de warmtevraag met ongeveer 15% worden verlaagd in tomaat en gerbera en circa 9% in paprika, doordat de schermen onafhankelijk van elkaar gestuurd kunnen worden en beter afgestemd kunnen worden op de teeltomstandigheden. Projectnummer: 24014

Van 01-04-2024 tot 30-04-2025
Afgerond

Agros 2: Volgende stappen naar een autonome kas

Doel In dit project wordt gewerkt aan het realiseren van de "autonome kas" waarin de teelt wordt gestuurd door intelligente algoritmes, gebaseerd op geautomatiseerde, continue sensormetingen van gewaseigenschappen om daarmee de doelen op gebied van reductie van CO2 emissie en gebruik van elektriciteit te halen. Projectomschrijving Het AGROS II-project bouwt voort op de kennis die is ontwikkeld in het eerste AGROS project (2020 – 2023). In dat project is gewerkt aan de bouwstenen voor een autonoom aangestuurde komkommerteelt: planteigenschappen die essentieel zijn bij de besluitvorming, sensoren om deze eigenschappen te meten, en intelligente algoritmes om de kas aan te sturen. Een belangrijke volgende stap in de ontwikkeling naar autonome teeltsturing is dus het integreren van sensoren in de regeling, waarvoor robuuste sensoren nodig zijn gecombineerd met rekenregels om afwijkingen te kunnen bepalen. Verder zijn er proeven nodig waarin de reacties van het gewas op variabele omstandigheden (belichting, watergift) bepaald worden om deze kennis in de modellen op te nemen. En tenslotte moeten de algoritmes voor aansturing verder ontwikkeld worden. Met die inzichten kunnen we op termijn de resources optimaal benutten en hebben we hier geen verspilling van. Projectnummer: E23010

Van 01-04-2024 tot 30-04-2027
Lopend

Innovatie en Demonstratie Centrum (IDC) CO2 uit buitenlucht

Doel Het doel van dit project is het demonstreren, valideren en optimaliseren van systemen om CO2 uit de buitenlucht af te vangen en daarmee een beeld te geven van de haalbaarheid voor de glastuinbouw. Projectbeschrijving Met de ambitie en transitie naar een fossielvrije glastuinbouw komt de eigen productie van CO2 uit fossiele brandstoffen zwaar onder druk te staan. Door deze emissiedoelstellingen van de tuinbouwsector, maar ook door de steeds verder teruglopende beschikbaarheid van fossiele CO2, is het zaak om in de nabije toekomst, naast een focus op efficiënt gebruik in de kas, ook naar alternatieve CO2 bronnen te zoeken. Een alternatieve bron kan CO2 uit de buitenlucht zijn die wordt afgevangen met “Direct Air Capture” technologie (DAC). De technologie is nieuw en wordt nog niet op commerciële schaal in de glastuinbouw toegepast. Om opschaling te realiseren, kentallen te verzamelen van kwaliteit van de CO2 en energetische efficiëntie van dergelijke systemen te bepalen, moeten “proof-of-principle” projecten worden uitgevoerd in een semi-praktijksituatie waarbij de (afgevangen) CO2 wordt gebruikt in de dagelijkse operatie van een kasteelt. Door het opzetten van een “IDC-CO2” is het mogelijk diverse systemen op een onafhankelijke manier te monitoren om de gewenste parameters en (technische) inzichten te verzamelen. Dit project wordt gefinancierd door het ministerie van LNV. Deelrapport: Resultaten Skytree Cumulus De machine werd getest in een kas waar komkommers groeiden. Een identieke kasafdeling ernaast, waar CO₂ van OCAP werd gebruikt, diende als vergelijking. Omdat de omstandigheden hetzelfde waren, konden verschillen worden toegeschreven aan de CO₂-bron. De resultaten lieten zien dat de plantengroei en opbrengst vergelijkbaar waren. In de DAC-CO₂ werden geen schadelijke stoffen gevonden. Wel is het belangrijk om stoffen zoals NOx en NH3 goed te blijven monitoren, omdat deze mogelijk meeliften vanuit het systeem. Technische prestaties De Skytree Cumulus leverde gemiddeld 4,5 kilo CO₂ per dag met een concentratie van 40–57%. Het energieverbruik lag tussen de 9 en 15 kWh per kilo CO₂. Tijdens de test kwamen verbeterpunten aan het licht, zoals gevoeligheid voor stof, een lek in de vacuümkamer en een koelunit die onnodig veel energie verbruikte. Skytree heeft hierop direct verbeteringen doorgevoerd. Een opvallend bijproduct was condenswater. De eerste schatting laat zien dat er genoeg van dit water wordt geproduceerd om mogelijk opnieuw te gebruiken in de kas. Hoewel er iets hogere concentraties van bepaalde stoffen in zaten, bleven deze binnen veilige grenzen. Verdere analyse is nog nodig. Projectnummer: 23014

Van 01-09-2023 tot 31-12-2026
Lopend