Zoeken

Resultaat 1 tot 10 van 17.

Met Low-ε naar een fossielvrije onbelichte (aubergine)teelt

Doel Het doel van dit project is demonstratie van een fossielevrij toekomstbestendige onbelichte aubergineteelt. Dit door de toepassing van laag emissieglas samen met schermgebruik, ontvochtiging en teeltstrategie. Projectbeschrijving Verhoging van de isolatie via het kasdek via een laag-emissiecoating is een veelbelovende ontwikkeling. Dit glas combineert een zeer hoge transmissie met een zeer hoge isolatiewaarde zodat energieverliezen worden geminimaliseerd. Met eerdere proeven in tomaat en aubergine blijkt dat de voorspelde besparing op warmtevraag van 20% meer dan gehaald wordt. Het langzamer afkoelen van de kas als potentieel nadeel, waardoor in warme perioden hogere etmaaltemperaturen ontstaan, blijft in het algemeen binnen 0.3 á 0.4 °C en heeft in geen van de proeven tot nadelige gevolgen voor het gewas geleid. Vanwege schaaleffecten van onder andere temperatuur en interactie met insectengaas is het zinvol om het onderzoek op te schalen. Dat geven ook auberginetelers aan. Het onderzoek bestaat uit het aanpassen van het kas- en teeltconcept, evaluatie van het teeltconcept tegen een referentiesituatie uit de praktijk en kennisoverdracht. Dit project wordt gefinancierd door het ministerie van LNV. Sterke energiebesparing met low-ε glas De proef met aubergine onder low-ε glas, drie schermen en actieve ontvochtiging laat zien dat zeer vergaande energiebesparing technisch haalbaar is. Na correctie voor het verkeerd gemonteerde kasdek in de winter en het relatief grote geveloppervlak kwam het fossiele warmtegebruik uit op minder dan 100 kWh per m² (11,4 m³ gas). Daarmee werd de energiedoelstelling alsnog gehaald. Ten opzichte van het referentiebedrijf lag het warmtegebruik zelfs meer dan 20% lager. Simulaties tonen bovendien aan dat de low-ε coating op het glas zorgde voor circa 12% minder warmtevraag. Actieve ontvochtiging met warmteterugwinning speelde hierbij een belangrijke rol. Door de geoogste warmte opnieuw in te zetten, kon een groot deel van de warmtevraag elektrisch worden ingevuld. In combinatie met een warmtepomp en seizoensopslag (WKO) kan deze teelt in principe richting fossielvrij worden gebracht. Productie bleef tijdelijk achter De productie in de proefkas bleef 19% lager dan bij het praktijkbedrijf. Dat verschil ontstond vooral in het voorjaar door bloemabortie en een wisselende plantbelasting, waardoor het gewas uit balans raakte. Ook een lagere effectieve lichttransmissie en een minder gunstige CO2-concentratie speelden waarschijnlijk mee. Door gerichte teeltmaatregelen herstelde het gewas zich later in het seizoen en aan het einde van de teelt waren de producties vrijwel gelijkwaardig. CO₂-benutting vraagt aandacht Het CO2-gebruik kwam hoger uit dan gewenst. Op basis van metingen werd 26 kg per m² geregistreerd, terwijl berekeningen uitkwamen op 17 kg per m². Daarmee werd de doelstelling van 15 kg per m² net niet gehaald. Dit wijst erop dat de benutting van CO2 in de kas nog niet optimaal was en verdere optimalisatie nodig is. Wat laten de resultaten zien? De combinatie van low-ε glas, hoge isolatie en actieve ontvochtiging heeft een groot potentieel om de aubergineteelt structureel energiezuiniger te maken. De resultaten laten zien: De warmtevraag kan met meer dan 20% worden verlaagd 100 kWh per m² fossiele warmte is haalbaar in dit concept Low-ε glas draagt hier substantieel aan bij De grootste uitdaging ligt in het behouden van een stabiele, hoge productie Het project maakt duidelijk dat de techniek werkt, maar dat verdere verfijning van teeltstrategie, lichtbenutting, CO2-sturing en vochtregeling nodig is om energiezuinig telen ook economisch optimaal te laten zijn. Projectnummer: 23021

Van 01-11-2023 tot 01-12-2024
Afgerond

Chrysant met verrood koeler telen

Doel De doelstelling is verduurzamen van de chrysantenteelt door het inzetten van LED belichting met schakelbaar verrood aan het einde van de dag in combinatie met warmteterugwinning bij de vocht-regeling. Projectomschrijving In de chrysantenteelt gaat de ontwikkeling van telen met SON-T naar telen met hybride belichting (LED+SON-T) en vervolgens naar telen onder full LED snel. De sturing van het klimaat in de verschillende seizoenen voor een integrale duurzame teelt, waarbij verneveling, insectengaas, warmteoogst en actieve ontvochtiging worden toegepast is een complexe puzzel. Al deze aspecten komen in het onderzoek “De Perfecte Chrysant” als demonstratieteelt bij Delphy-Improvement Centre aan bod, waarbij de grenzen van de mogelijkheden worden opgezocht met de kans op falen. Deze winter is toegevoegd het sturen van de lengte met end of day verrood. Daarvoor is de afdeling met een middenscherm in twee vakken gesplitst, met verschil in verrood behandeling. De proef wordt uitgevoerd op 1000 m2 bij Delphy en in totaal 6 teelten met twee hoofdrassen en op kleinere schaal meerdere rassen. De takontwikkeling wordt intensief gevolgd en er wordt intensief gebruik gemaakt van sensoren voor planttemperatuur, lichtintensiteit en bodemvochtigheid en andere plantsensoren zoals stengeldikte. Er wordt ook een vergelijking met praktijkbedrijven gedaan. Dit project is gefinancierd door het ministerie van LNV. Projectnummer: 22002

Van 01-06-2022 tot 01-12-2023
Afgerond

Chrysant onder 210 μmol.m⁻².s⁻¹ energiezuinige LED

Doelstelling Demonstratie van een energiezuinige duurzame chrysantenteelt met dezelfde productie en kwaliteit als in de praktijk. Gebruikt wordt gemaakt van een combinatie van actieve ontvochtiging met warmteterugwinning, verneveling, insecten gaas, gelimiteerde CO₂ dosering en belichting met LED optimaal inzetten. Projectbeschrijving In het huidige project ‘Vochtbeheersing en LED pijlers voor duurzame Chrysantenteelt’ worden zoals het er nu uitziet goede stappen gezet om onder full led goede chrysanten te telen. De strategie om met een hogere etmaal temperatuur te telen om het gebrek aan stralingswarmte van LED te compenseren lijkt goed te werken, maar zal in een herhaling bevestigd moeten worden. Het accent in de huidige proef ligt vooral op de vochtbeheersing en op de LED toepassing. Daarbij blijkt dat er nog een stuk warmtevraag in de winter overblijft. De uitdaging is om middels een aanpast stookprofiel – warmte langer vasthouden en lagere minimum temperatuur in de nacht - en betere warmteterugwinning bij de vochtbeheersing in combinatie met de nieuwste generatie energiezuinige lampen te komen tot een teelt waarbij geen fossiele energie meer nodig is. Belangrijke factor daarbij is de ontwikkeling naar efficiëntere LED lampen. Door de huidige installatie (185 μmol.m⁻².s⁻¹) te vervangen door de nieuwste generatie LED kan met een gelijke input aan elektriciteit een van 210 μmol.m⁻².s⁻¹ niveau worden bereikt. Daardoor zal de energiebalans van de kas wel veranderen. Het project bestaat uit de volgende werkpakketten: WP 1: Uitvoering van de teelten. Op 1000 m2 bij het Delphy Improvement Centre worden 4 teelten met chrysant uitgevoerd. Raskeuze in overleg met de telers. De nu aanwezige LED lampen worden vervangen voor nieuwe efficiëntere lampen en mogelijk ook het energiedoek. LED-spectrum wordt mogelijk aangepast in overleg. De teeltstart (watergift, weggroei) zal voor iedere teelt nauw worden vergeleken met de praktijkbedrijven. Het teeltplan van de vorige teelten zal worden aangepast. Belangrijk voorbeelden zijn de gerichtere inzet van ontvochtiging en in de winterteelt zal de temperatuur strategie meer gericht worden op voldoende afvoer van vocht door ventilatie en met meer warmte inbreng om de planttemperatuur te sturen. De gewasbescherming wordt gedaan met inzet van biologische bestrijders. WP 2 Metingen Tijdens elke teelt wordt de ontwikkeling van de takken intensief gevolgd waarbij er vergeleken wordt met een referentiebedrijf. Het energieverbruik wordt bepaald en vergeleken met de vorige teelten en de planttemperatuur, licht intensiteit en bodem vochtigheid wordt intensief gemeten. Met het meetprotocol wordt de kwaliteit van het eindproduct bepaald. WP 3: Evaluatie van de teelten, Kennisoverdracht en communicatie Projectnummer: 20175

Van 01-04-2021 tot 31-10-2022
Afgerond

Toekomstbeeld houtig kleinfruit fossielvrij

Doelstelling Er zal een toekomstbeeld worden geschetst voor een duurzame, energiezuinige, fossielvrije en mogelijk CO2-arme teelt van houtig kleinfruit (bramen en frambozen). Projectbeschrijving Evenals bij aardbeien vindt er bij houtig kleinfruit, met name bij bramen en frambozen, een verschuiving plaats van de vollegrondsteelt naar bedekte teelt in plastic tunnels of onder glas en naar jaarrond teelt. Er zijn nog veel vragen over de verschillende teeltaspecten. De afgelopen jaren zijn er zowel bij Delphy IC als de WUR enkele kasproeven uitgevoerd, die op een aantal vragen oplossingsrichtingen geven, maar die ook duidelijk maken dat er bij deze gewassen nog heel veel niet bekend is. Wil de kasteelt van houtig kleinfruit onder glas toekomst hebben, dan zal deze teelt verder geprofessionaliseerd moeten worden. Er ontbreekt bij deze gewassen echter nog veel basiskennis over groei en ontwikkeling tijdens de opkweek- en productiefase. Deze kennis is belangrijk om in de nabije toekomst fossielvrij te kunnen telen. Het is daarom gewenst om de huidige (praktijk)kennis en onderzoeksresultaten op een rij te zetten, een toekomstbeeld (naast de huidige praktijk) te schetsen van een fossielvrije teelt van houtig klein-fruit onder glas en kennishiaten hiervoor te benoemen. Hieruit komen dan ook de kennishiaten om tot een gewenste fossielvrije teelt te komen. Hiervoor zal het volgende ondernomen worden: Het houden van een brainstormsessie met telers, adviseurs en andere experts om na te gaan welke ideeën er bij hen leven om een fossielvrije teelt te realiseren. Op basis van deze input wordt in grove lijnen een toekomstbeeld geschetst voor een fossielvrije teelt. Aan de hand van de inventarisaties en berekeningen (zie onder) zal het gemaakte toekomstbeeld verder worden aangescherpt. Via een literatuurstudie en interview met vooruitstrevende telers zal de huidige kennis op het gebied van energie en teelt van houtig klein-fruit worden geïnventariseerd. Dit moet samen met de brainstormsessie een goed beeld geven van een fossielvrije teelt. Speciale aandacht zal er zijn voor uitgevoerde fotosynthesemetingen maar ook kennis bij andere teelten zoals aardbei. Aan de hand van de inventarisatie zullen modelberekeningen met het Kaspro/Intkam programma worden uitgevoerd voor een kwantitatieve onderbouwing van een fossielvrije teelt. Naast de schets van een fossielvrijteelt, zullen de stappen die de praktijk nog moet zetten om te komen tot een fossielvrije toekomst zullen worden beschreven. De resultaten van de studie zullen worden besproken met telers, vertegenwoordigers van afzetorganisaties, adviseurs en onderzoekers. Fossielvrijbedrijf van houtig kleinfruit In een toekomstige fossielvrije situatie zullen de energieprijzen waarschijnlijk hoog zijn. Hierbij moet gedacht worden aan zo’n € 1 euro per m3 voor (bio)gas en € 0.20 tot 0.25 per kWh voor elektriciteit. Een fossielvrij HKF-bedrijf zou er dan als volgt uit kunnen zien: het bedrijf heeft diffuus glas, drie schermen, actieve ontvochtiging met terugwinning van warmte, groeilicht van LED’s met beperkte lichtintensiteit (max. 150 μmol/m2/s) bij een belichtingsduur van zo’n 14 uur, beperkt CO2 doseren, hogedrukverneveling, in elk geval in de winter matige etmaaltemperaturen en een gewas met een beperkte bladhoeveelheid. Met een klein beetje warmte uit een WarmteKoudeOpslag (WKO) via zonthermie zou een HKF-teler dan ver kunnen komen. Als een WKO niet mogelijk is, dan via een aansluiting op geothermie. Als dit allemaal niet kan, dan zal een teler genoegen moeten nemen met lage temperaturen als het buiten erg koud is. Dit alles zoveel mogelijk met behoud van productie en kwaliteit. Projectnummer: 20174

Van 01-03-2021 tot 31-08-2021
Afgerond

Aardbei fossielvrij

Doel Het project streeft naar het definiëren van de fossielvrije en duurzame aardbeienteelt onder glas, op basis van het reeds uitgevoerde onderzoek. Dit project moet kennis opleveren hoe de fossielvrij en duurzame aardbeienteelt eruit ziet en welke stappen nog moeten worden genomen om dit in de praktijk te implementeren. Projectbeschrijving Het areaal aardbei onder glas in Nederland neemt sterk toe (momenteel ongeveer 400 ha), en de teelt moet fossielvrij en duurzaam worden. De nadruk ligt nog steeds op de onbelichte doorteelt met juni-dragers, maar de vraag naar jaarrond productie, wat met de teelt van zowel juni-dragende als met doordragende rassen kan worden bereikt, neemt toe. Deze ontwikkeling vraagt om een nieuwe kijk op het teeltsysteem van aardbei onder glas. Hoewel de aardbeienteelt zich kenmerkt door lage etmaaltemperaturen (± 14°C), is de warmte-input relatief hoog, ±12-18 m3 m-2 in het geval van een onbelichte doorteelt. Om de aardbeienteelt zowel teelttechnisch als energetisch beter in balans te krijgen, wordt er in het kader van KaE sinds een aantal jaren onderzoek verricht. De overkoepelende vraag is: Hoe ziet de fossielvrije en duurzame teelt van aardbei eruit. Waarbij de verschillende balansen van HNT op het niveau van het gewas en van de kas goed op elkaar zijn afgestemd, zodat er een stabiele en hoge productie van een goede kwaliteit wordt bereikt en waarbij de gewasbescherming biologisch plaatsvindt. Het project is onderverdeeld in drie werkpakketten: Werkpakket 1: Visie Het project begint met het opstellen van een schets op hoofdlijnen van de toekomst van aardbeienteelt dat voldoet aan de principes van HNT. Hoe ziet een fossielvrije aardbeienteelt er uit qua kas, gewas en klimaat? WP2: Kennisinventarisatie Vervolgens wordt de huidige ‘State of Art’ uitgediept. De bestaande kennis op het gebied van energie en teelt in aardbeien wordt geïnventariseerd en samengebracht om een goed beeld te vormen van wat we op dit moment weten om een fossielvrije aardbeienteelt mogelijk te maken. De overblijvende kennisleemtes zullen worden benoemd. WP3: Vervolgstappen Tussen de schets op hoofdlijnen van een fossielvrije en duurzame aardbeienteelt (WP1) en de kennis die we in huis hebben, zal een gat liggen (WP2). Het logische vervolg is daarom het identificeren van de stappen die nog moeten worden gezet voordat zo’n teelt door de praktijk geïmplementeerd kan worden. Terwijl WP1 een schets op hoofdlijnen gaf, wordt in WP3 een kwantitatieve ondersteuning gegeven aan de hand van een aantal berekeningen aan een aardbeikas. Voor zover mogelijk worden rekenregels op basis van de WP2-kennis toegevoegd. Er wordt onder meer gekeken naar verschillende strategieën voor belichting, schermen, temperatuur, en CO2-dosering die bijdragen aan het realiseren van een fossielvrije teelt. Het toenemende areaal aardbei onder glas moet fossielvrij en duurzaam worden geteeld, zeker gezien de recente stijging in energieprijzen. Wageningen University & Research en Delphy hebben in opdracht van Kas als Energiebron beschreven hoe zo’n aardbeiteelt er uit ziet. Er is een schets op hoofdlijnen opgesteld van de toekomstige aardbeiteelt, de bestaande kennis en kennishiaten zijn geïnventariseerd en met een rekenmodel is een schatting gemaakt van de stappen die nog kunnen worden gezet. Drie teeltwijzen Hiervoor is gerekend aan drie teelten, namelijk een onbelichte doorteelt, een belichte doorteelt en een low-chill verse teelt. Er is voor deze drie teelten een uitgangssituatie vastgesteld die is gebaseerd op de principes van Het Nieuwe Telen en waarbij dus een kleine hoeveelheid fossiele energie is gebruikt. Daar bovenop kunnen additionele maatregelen worden genomen, waarvan de effecten te berekenen zijn. We hebben te maken met kennistekorten op het gebied van de fysiologie van aardbei, zodat we met aannames hebben moeten werken en de rekenresultaten indicatief zijn. Door op het scherpst van de snede te telen is er al veel te bereiken. Er is verder gekeken naar het verlagen van de luchttemperatuur, het verhogen van de relatieve luchtvochtigheid en langer of intensiever belichten. Voor alle situaties zijn de gevolgen voor het gebruik van gas, elektriciteit en CO2 berekend. Er blijft behoefte aan energie voor verwarming en belichting, alleen moet deze van niet-fossiele oorsprong zijn. Speerpunten telers De schets op hoofdlijnen van een fossielvrije aardbeiteelt is opgesteld in samenwerking met een aantal telers en veredelaars. Aardbeitelers identificeerden de volgende speerpunten: Verschuiving van teeltstrategieën om de afname in productie van de open teelt op te vangen en een jaarrond vlakke productie te bereiken. Dit leidt tot meer belichting, productie in de zomer onder glas, een lange teeltduur en een betere stuurbaarheid door, indien mogelijk, op steenwol te telen. Warmtevraag anders invullen, met alternatieve CO2-bronnen, hernieuwbare bronnen in plaats van fossiele energiebronnen. Schaalvergroting en verschuiving van teeltstrategieën zullen hierin een rol spelen. Kennis en innovatie moeten helpen om een antwoord te vinden op het invullen van het restant van de behoefte aan energie en CO2. Genetica en veredeling moeten meer gericht zijn op rassen die een continue en stabiele productie realiseren. Genetica wordt gezien als sleutel in verschuiving van de teeltstrategieën. Gewasweerbaarheid is van belang voor de gewasbescherming. In de toekomst zijn er minder chemische middelen beschikbaar en zal als gevolg van een lager energieverbruik de luchtvochtigheid stijgen. Methoden hiervoor zijn onder meer: opkweken uit zaad, biologische middelen of plantversterkers en een goede plantbalans om de plant fysiologisch sterk te houden. Projectnummer: 20161

Van 01-09-2020 tot 28-02-2021
Afgerond

Efficiënte jaarrond bramenteelt onder LED

Doel: De uiteindelijke doelstelling is te komen tot een rendabel teeltsysteem met LED belichting met jaarrond 3 teelten van braam. Met de opgedane kennis kunnen adviezen richting de praktijk gedaan worden voor een duurzame teeltstrategie en investering in LED-belichting in de bramenteelt. Toelichting: Aangezien Braam een “jonge teelt” onder glas is, is er een behoefte aan meer kennis over de optimale teeltomstandigheden in het kader van Het Nieuwe Telen, de lichtbenutting en de vraag en verdeling van assimilaten. Telers geven aan meer kennis over voorgaande aspecten te willen hebben, enerzijds om mogelijk te investeren in belichting, maar anderzijds ook om betere beslissingen te kunnen nemen in de teeltstrategie ten aanzien van de onbelichte teelten. De focus gaat hierbij uit naar het voorkomen van lichtstress en het optimaal benutten van de assimilatiebelichting. Belangrijk is om te weten of met LEDs een lagere lichtintensiteit, maar een langere belichtingsduur, evenveel productie geeft als dezelfde lichtsom met een hogere lichtintensiteit, maar dan met een kortere belichtingsduur. In verband met de hoge aanschafkosten van LEDs zou een lagere lichtintensiteit aantrekkelijk zijn. Het toepassen van LED belichting is veel energiezuiniger dan SON-T belichting en daarnaast kan een langere belichtingsduur met lagere intensiteit ook besparing op warmte geven. Ook wordt aandacht besteed aan het beperken van de CO2 dosering. Aanpak: Het onderzoek zal plaatsvinden in twee proefkassen van WUR Glastuinbouw en parallel in de praktijk met hetzelfde ras en plantweek. Begin oktober zullen de 2 proefkassen (verdekt met diffuus glas) van 140 m2 met het bramenras Loch Ness en een nog te kiezen ras als volgt worden ingericht: lichtintensiteit 1 lichtintensiteit 2 belichtingsduur Lichtsom 1 Lichtsom 2 100 145 12.5 4.5 6.5 100 145 18 6.5 9.4 Het uitgangspunt in dit onderzoek is de toepassing van een diffuus dek in combinatie met top-LED (diep-rood/wit/laagblauw) belichting. Er zal onderzocht worden of het toepassen van een lagere belichtingsintensiteit bij een langere belichtingsduur, maar met een gelijke lichtsom, leidt tot vergelijkbare productieresultaten. De volgende metingen worden gedaan: De chlorofylfluorescentie wordt gemonitord om inzicht te krijgen in wanneer de functie van het fotosynthesesysteem afneemt. Planten worden destructief gemeten (LAI, biomassa, aantal en lengte lateralen) voor inzicht in het verloop van de biomassaproductie en plantbelasting. De uitgroeiduur van de vruchten wordt bepaald, naast het gewicht, gemiddeld vruchtgewicht, uitgroeiduur en de kwaliteit. Parallel zal ook op een praktijkbedrijf met SON-T belichting (150 µmol/m2/s) worden gemonitord voor een vergelijk. Er zal hierin een sterke focus liggen op de lichtbenutting, fotosynthese en vruchtkwaliteit. Er zal een verdieping gemaakt worden t.a.v. kennis over de fotosynthese en assimilatenbalans. Dit omdat bij braam nog weinig bekend is over met name de vraag naar assimilaten in de teelt. Bij WUR zullen intensieve fotosynthesemetingen plaatsvinden, zal periodiek de lichtonderschepping worden bepaald en de bladkleur worden gemeten. In combinatie met de fotosynthesemetingen en lichtonderschepping kan de assimilatenbalans worden opgemaakt waarmee bepaald kan worden in welke behandeling het gewas het meest in balans is. Op ongeveer vergelijkbare momenten als in de WUR-kasproef worden fotosynthesemetingen worden uitgevoerd op het praktijkbedrijf. In een onderzoek uitgevoerd door WUR Business Unit Glastuinbouw & Bloembollen (WUR) met braam, werden de effecten van belichtingsduur en lichtintensiteit bij LEDs onderzocht. De resultaten uit dit onderzoek werden vergeleken met metingen door Delphy B.V. op een praktijkbedrijf met SON-T belichting. Bij de WUR vond het onderzoek plaats met de rassen Loch Ness en Von. Bij een gelijke dagelijkse lichtsom, nam de productie bij een lange belichtingsduur in combinatie met een lagere lichtintensiteit bij Von met 4,7% toe ten opzichte van kort belichten met hogere intensiteit. Dit resultaat betekent voor de bramenteler lagere investeringskosten in LEDs. Bij een hogere lichtintensiteit onder lange belichtingsduur nam de productie nog meer toe. Het praktijkbedrijf hanteerde een duidelijk verschillend klimaatregiem: 2oC hogere temperatuur, 300 ppm hoger CO2 gehalte en er werd een 11% hogere lichtsom gerealiseerd. Hierdoor werd de uitgroeiduur verkort en de productie verhoogd. Projectnummer: 20158

Van 01-09-2020 tot 30-09-2021
Afgerond

Vochtbeheersing en LED pijlers voor duurzame chrysantenteelt

Doel: Demonstratie van fossielvrije teelten van chrysant. Telers kunnen hun voordeel doen met onderdelen van de kennis die ontwikkeld wordt zonder perse volledig over te schakelen op fossielvrije teeltwijze. Aanpak: Het project met LED naar een Perfecte Chrysant heeft laten zien dat telen met insectengaas en bevochtiging, in combinatie met actieve ontvochtiging en Full LED perspectieven biedt voor de chrysantenteelt. Als verbeter punten zijn naar voren gekomen de inzet van de ontvochtiging voor sturing op bladkwaliteit van rassen die hier gevoeliger in zijn dan Baltica en de groei en takontwikkeling in de donkerste periode van het jaar als het meeste licht komt van de LED installatie. Om de mogelijkheden verder te onderzoeken wordt een vervolg voorgesteld waarin de combinatie van grof insectengaas met verneveling en ontvochtiging wordt toegepast gedurende 4 teelten in een jaar. Naast Baltica willen we Chic gebruiken die meer problemen heeft met bladkwaliteit. De teelten worden in dezelfde weken gestart als het lopende project. In de winterteelten worden 3 plantdichtheden gebruikt en wordt de temperatuur hoger gehouden dan dit jaar omdat de groei in de donkerste periode minder was dan verwacht. De hypothese is dat gewas- en bodemtemperatuur bij LED lager zijn dan bij SON-T en dat dit gecompenseerd moet worden. De variatie in plantdichtheid wordt aangebracht omdat 60 planten per m2 in de winter mogelijk te hoog is. De werkwijze van intensieve tussentijdse metingen wordt voortgezet. Dit laat goed de ontwikkeling van de plant in de tijd zien en geeft begrip van het proces van takontwikkeling, o.a. over de verdeling van biomassa over stengel, blad en bloem. In de winterteelten wordt de fotosynthese capaciteit van het gewas bepaald. Projectnummer: 20148

Van 01-07-2020 tot 30-11-2021
Afgerond

Een perfecte roos is duurzaam geteeld

Doel Beschrijving van en demonstratie van fossielvrije teelt van roos. Met de resultaten en het teeltconcept zouden telers dit in de praktijk toe kunnen passen. Projectbeschrijving Met het huidige project ‘Perfecte roos. Balans en Integratie’ blijken we voor het ras Red Naomi! op de goede weg om deze onder volledig LED te kunnen telen. Voor de cultivar Avalanche is dit nog niet het geval, omdat de knop-/bloemvorm in de wintermaanden niet goed genoeg is. Toepassing van volledig LED-belichting wordt voor de praktijk nog als te risicovol gezien. De hypothese is dat de wijze van ontwikkeling van Avalanche komt door te weinig warmte rond de knop. Een tweede hypothese is dat in de winter, wanneer LED de dominante bron is van het licht voor de roos, dat dan het gekozen spectrum niet optimaal is voor de knopontwikkeling, maar daar lijkt het niet op. Een tweede aspect van belichting met LED is de belichting zo optimaal mogelijk willen inzetten. In principe kan LED 24 uur worden toegepast, vooral bij lage natuurlijke lichtintensiteit. In deze teelt wordt gekeken naar een betere inzet van de belichting om enerzijds een stabiele temperatuurregeling te bereiken voor minder meeldauw en een optimale inzet van de LED-belichting te realiseren. Ook wordt verneveling toegepast om beter te kunnen sturen op vochtdeficit om meeldauw in de zomer beter onder controle te krijgen. Ook kan de inzet van koeling daardoor minder zijn en de ventilatie beperkt, waardoor de CO2 beter in de kas blijft. Daarnaast kan de CO2 efficiënter worden ingezet door de concentratie te verlagen. De aantasting door meeldauw is in het lopende project nog steeds een knelpunt. Ook is nog onbekend wat het effect van het toegepaste spectrum is op de ontwikkeling van plagen en de natuurlijke bestrijders. Het onderzoek heeft de volgende opzet: Werkpakket 1. Uitwerking van het teeltconcept waarbij het energieplaatje geheel duurzaam wordt ingevuld en gelijktijdig een duurzame gewasbescherming mogelijk is. Voor het energieconcept worden scenario’s middels modellen doorgerekend. Uitgangspunten zijn: Optimale belichting met 240 μmol.m⁻².s⁻¹ LED Volledige afscherming van lichtuitstoot. Bij een constante belichting hoort een vrij constante temperatuur over het etmaal ook om de meeldauwdruk lager te krijgen. Geen verwarming via OPAC, maar via de groeibuis en de buisrailverwarming. Gebruik van de groeibuis bij de kop op een hogere temperatuur gedurende de tijd dat de natuurlijke instraling onder de 100 W/m2 is. Verneveling met 250 gr/(m2.uur) maximaal 50% van de tijd. Koeling via OPAC beperken. CO₂-dosering tot maximaal 800 ppm Een vochtregeling die gericht is op een dynamiek tussen 70% overdag en maximaal 85 % als er geen natuurlijk licht is. Bestrijding van meeldauw is een aandachtspunt. De gehele strategie zowel voor beheersing van meeldauw als voor plagen en ook energie zal in een workshop met telers worden besproken. Werkpakket 2. Uitvoering teeltplan Dit plan is een voortzetting van de huidige proef op 1.000 m2. Dagelijks zijn er waarnemingen van gewicht en aantal. Via het centraal sorteren worden gegevens over de kwaliteit, lengte en gewicht en knopgrootte vastgelegd. Daarnaast wordt de gewas-, mat- en knoptemperatuur gevolgd, naast houdbaarheid en wijze van openkomen van de bloem. Werkpakket 3. Begeleiding en communicatie Vier keer per jaar een grote BCO/vergadering gewascoöperatie Roos. Daar wordt de voortgang van het onderzoek gepresenteerd. Naar aanleiding daarvan worden artikelen en weblogs geschreven voor Kas als Energiebron en de website van Glastuinbouw Nederland. Dit onderzoek wordt mede mogelijk gemaakt door de gewascommissie Roos. Projectnummer: 20166

Van 01-06-2020 tot 31-12-2021
Afgerond

Perfecte roos: Balans en integratie

Doel: Demonstratieproject naar een Perfecte Roos onder LED met aandacht voor de CO₂ dosering en gewasbescherming gericht op meeldauw beheersing. Toelichting: De zoektocht naar een Perfecte Roos die duurzaam en klimaatneutraal wordt geteeld is nu een aantal jaren onderweg. In de loop van de tijd zijn belangrijke stappen gezet en is veel kennis ontwikkeld. Zo is duidelijk dat koeling in de zomer kwaliteitswinst kan opleveren en bijdraagt aan energiezuinigheid. Dit laatste door warmte oogst in de zomer, die via lange termijn opslag en warmtepomp kan worden gebruikt voor verwarming in de winter. Hoewel de kwaliteit van de rozen met name in de winter goed is, verloopt de teelt nog niet optimaal. Na de ombouw begin 2018 volgde een zomer waarin het zich ontwikkelende gewas onvoldoende verdampte en de temperatuur in de afdeling te hoog opliep. Dit in combinatie met de gevolgde knipstrategie had gevolgen voor de gewasontwikkeling bij Red Naomi die niet in balans kwam, de lichtbenutting daalde daarbij tot onder de 2 gr/mol. Avalanche daarentegen groeit goed en lijkt een betere houdbaarheid te hebben dan de huidige praktijk. Vooral de lage lichtbenutting in het najaar/winter 2018 is voor telers een belemmering om voor LED belichting te kiezen, ondanks de gunstige LBE in eerdere jaren. Belangrijke verbeterpunten zijn de overgang van dag naar nacht, CO2 dosering, minder koelen voor een betere balans in de aquifer en meeldauw blijft een aandachtspunt. Het project is een voortzetting van de teelt op 1000 m2 met jaarrond een perfecte roos door de combinatie van LED (260 μmol.m⁻².s⁻¹ ) en koeling. De houdbaarheid van Avalanche in de winter blijft daarbij boven de 10 dagen en de lichtbenutting voor Red Naomi blijft boven de 2 gr/mol blijft, met behoudt van kwaliteit. Aanpak: WP 1. Teeltplan opzet en monitoring Op basis van alle leerpunten van de afgelopen jaren met roos wordt een teeltplan uitgewerkt waarin aandacht is voor de belichtingsstrategie, de temperatuur die daarbij hoort, de CO₂ dosering en de methode van knippen voor Red Naomi!. In de belichtingsstrategie zal mede op basis van literatuur worden gekeken naar het juiste moment van overgang van dag naar nacht situatie. De CO₂ dosering wordt gelimiteerd tot 800 ppm met een afbouw van de doseercapaciteit van 250 kg/ha/uur naar 150 kg/ha/uur als de luchtramen meer dan 15% open staan. Op jaar basis wordt de hoeveelheid CO2 gehalveerd van 100 kg/ha naar 50 kg/ha. De warmtebalans van de aquifer zal worden meegenomen in de toepassing van verwarming. In het lopende onderzoek wordt meer buiswarmte gebruikt om onderin het gewas voldoende warmte te brengen en de luchtvochtigheid rond de 85-90% te houden. WP 2. Volgen van de teelt Van de teelt worden alle relevante aspecten geregistreerd. Metingen van oogst per bed in stuks en kg. Wekelijks worden 30 representatieve takken gemeten om knopgrootte en knopgewicht, bladgewicht en bladaantal, steelgewicht te meten. De metingen betreffen zowel vers- als drooggewicht, uitloopsnelheid en uitgroeiduur. De geoogste rozen worden centraal op een sorteermachine verwerkt om de kwaliteit in taklengte, gewicht, oogstrijpheid e.d. te bepalen. Houdbaarheid wordt 2 wekelijks getoetst in vergelijking met bloemen van een teler. WP 3. Meting gewastemperatuur en analyse gewas groei. Middels Infrarood meters wordt de gewas en knoptemperatuur op meerdere plekken en hoogtes in het gewas gevolgd en hierbij behorende omgevingstemperatuur. WP 4. Monitoring meeldauw De doelstelling van dit werkpakket is de vermindering van de meeldauw aantasting door een integraal beheersplan middels sturing klimaat en plant. Dit door toepassing van een moleculaire methode om meeldauw sporen te identificeren en te kwantificeren om zo meeldauw beheersmaatregelen op hun effectiviteit te toetsen. Dit betreft maatregelen als beheersing RV, bladsnoei, plasmawater en UV-C en toepassing van nutriënten en elicitor behandelingen WP 5. Kennisoverdracht en communicatie De gewascoöperatie roos investeert € 55.000,- in dit project. Projectnummer: 20128

Van 01-07-2019 tot 30-11-2020
Afgerond

Met LED naar een perfecte chrysant

In 2017 en 2018 is onderzoek gedaan naar de teelt van de Perfecte Chrysant, waarbij ontvochtiging en koeling middels OPAC’s en aanzuiging van lucht van boven de doeken is gebruikt. Er is belicht met LED en SON-T (hybride). CO2 is beperkt gedoseerd en de warmte inzet is geminimaliseerd door een extra schermdoek te gebruiken en geen standaard ondernet (minimumbuis) te hanteren. Met de koeling wordt via ruim voldoende warmte worden geoogst om hiermee de kas jaarrond met een warmtepomp en warmte koude opslag (WKO) te kunnen verwarmen. Met hybride belichting is elektriciteit bovendien effectiever benut dan met alleen SON-T belichting. Energetisch is er een grote stap te zetten, maar tegen hoge investeringen (WKO). Daarbij is het doel een perfecte chrysant niet gerealiseerd. De sierwaarde van de geoogste chrysanten is door de begeleidende telers als minder dan de praktijk beoordeeld, al werd de kwaliteit per teelt zeker in het tweede jaar beter. De doelen van dit project zijn: Uitvoeren van een perfecte chrysantenteelt (in totaal 6 teelten) op 1000 m2 onder full LED bij een gelijkblijvende of hogere lichtbenuttingsefficientie (LBE) dan bij SON-T. Productie van uniforme kwaliteit chrysanten; de ‘perfecte chrysant’. Het objectiveren van de kwaliteit van de chrysant. Monitoren van de groei van de plant gedurende de gehele teelt. Ontwikkeling van een praktisch toepasbare methode voor het gedetailleerder volgen van de groei van de chrysant. Beheersing van de luchtvochtigheid door actieve ontvochtiging met een warmtepomp waarbij de warmte op dagbasis wordt benut om de kas te verwarmen. Het demonstreren van het effect op het kasklimaat van insectengaas met een maaswijdte voor grotere insecten in de luchtramen in combinatie met verneveling. Dit project wordt gefinancierd door Kas als Energiebron, chrysantentelers (ChrIP), stekbedrijven en Signify. Projectnummer: 20109

Van 01-02-2019 tot 14-05-2020
Afgerond