Zoeken

Resultaat 1 tot 10 van 14.

Fossielvrij met lelie

Doel Het doel van dit project is een chrysanten- (zomer) en lelieteelt (winter) met een fossielvrije energetische invulling waarbij de inzet van groene elektriciteit zo laag mogelijk is. Voor chrysant wordt hiervoor de teelt uit de grond verder ontwikkeld. Voor lelie wordt gewerkt aan een teelt onder LED zonder bladproblemen. Er is een integrale aanpak waarbij energiebesparing, gewasgezondheid, water en nutriënten, en nauwkeuriger sturen gecombineerd kunnen worden voor beide teelten. Projectbeschrijving Kas2030 is gebouwd voor fossielvrij en emissiearm telen zoals dat in 2030 grootschalig praktijk moet kunnen zijn. Dat dit mogelijk is heeft het onderzoek in deze kas de afgelopen 4 jaar laten zien. In kas2030 wordt gewerkt om op jaarbasis, liefst zonder een seizoenswarmteopslag, neutraal uit te komen in de warmtevraag. Dit project bestaat uit drie werkpakketten: Energiebesparing lelie: om verdere energiebesparing te realiseren wordt zowel aan het begin als aan het eind van de teelt de lichtintensiteit verlaagd. Een optimalisatieslag in de kasinrichting zal ook leiden tot minder verdamping, wat energiebesparend werkt en ook tot een lagere ontvochtigingsvraag leidt. Dashboard lelie: vergelijking van teeltgegevens om de vergelijking tussen Kas2030 en de praktijk te maken. Communicatie en kennisverpsreiding Financiering en coördinatie Dit project wordt gefinancierd en gecoördineerd door Kas als Energiebron, een innovatieprogramma van het ministerie van LVVN en Glastuinbouw Nederland. Mede mogelijk gemaakt door Kennis in je Kas (KijK). De proef wordt begeleid door telers. Projectnummer: 25117

Van 15-09-2025 tot 31-01-2027
Lopend

Spathiphyllum duurzaam geteeld

Doel Het doel van dit project is een all-electric, emissievrije Spathiphyllumteelt realiseren en demonstreren. Onder andere voor toepassing van een warmtepomp, LED-belichting, low-e glas en minimaal 3 lagen schermdoek, actieve ontvochtiging, recirculatie van voedingswater met ontsmetting, en gewasbescherming op basis van een standing army (aangevuld met niet-chemische integreerbare middelen). Projectbeschrijving In de zoektocht naar een duurzame invulling van de Spathiphyllumteelt vallen twee onderdelen echt op. Er wordt nog altijd boven door water gegeven, wat veel droogstookenergie vergt. Met de belichting, spectraal en intensiteit in combinatie met maximaal toelaten van natuurlijk licht is het antwoord er ook nog niet. In dit project zullen deze twee onderwerpen, naast veenvrij, substraat de onderzoeksdoelen zijn. Dit project is een vervolg op een winterteelt 2024-2025 waarna een aantal doelstellingen en verbeterpunten zijn gedefinieerd die in een project van twee jaar. Het project heeft drie werkpakketten: Teelt: het eerst jaar ligt de focus op het verminderen van het warmtetekort in de winter, zodat er op jaarbasis genoeg warmte is. In het tweede jaar is er meer aandacht voor het verbeteren van efficiëntie van de LED-belichting. In beide teeltjaren staan substraat (veenvrij), watergeef strategie en het vestigen van een biologisch evenwicht op de planten centraal. Economie en dashboard: de balans tussen kosten en baten moet beter in beeld worden gebracht. In ieder geval wordt er een kostenplaatje in beeld gebracht van de gebruikte systemen. Communicatie Dit project wordt gefinancierd door het ministerie van LVVN. Projectnummer: 25118

Van 01-08-2025 tot 30-12-2027
Lopend

Energiebesparing door het verleggen van (temperatuur)grenzen met biostimulanten

Doel en praktijkrelevantie Dit project onderzoekt of biostimulanten gewassen toleranter kunnen maken voor lagere en hogere temperaturen. Als dat lukt, ontstaat ruimte om met minder warmte te telen in de winter en in de zomer ramen langer gesloten te houden. Daarmee kan energie worden bespaard én CO2 beter worden benut, zonder dat groei of kwaliteit daaronder lijdt. Uit eerder onderzoek blijkt dat biostimulanten planten kunnen helpen om licht, CO2 en voeding efficiënter te benutten bij lage én hoge temperaturen. Met andere woorden: ze kunnen de tolerantie van gewassen voor temperatuurstress vergroten. In de glastuinbouw zou dat betekenen dat telers in de winter met lagere temperaturen kunnen telen en in de zomer hogere temperaturen kunnen toestaan. Dat levert energiebesparing op en beperkt het verlies van CO2 doordat ramen minder vaak open hoeven. Projectbeschrijving Er is in de praktijk nog weinig betrouwbare kennis over de inzet van biostimulanten in de glastuinbouw. Resultaten uit onderzoek zijn wisselend en het is vaak onduidelijk waarom een middel wel of niet werkt. Daarom richt dit project zich niet alleen op de effectiviteit van biostimulanten, maar ook op de onderliggende werkingsmechanismen en de actieve stoffen of micro-organismen die daarbij betrokken zijn. In het eerste werkpakket wordt via literatuuronderzoek in kaart gebracht welke typen biostimulanten de temperatuurtolerantie van gewassen kunnen vergroten, hoe zij dat doen en welke werkzame componenten daarvoor verantwoordelijk zijn. Deze kennis vormt de basis voor de verdere uitwerking en toepassing binnen het project. Financiering en coördinatie Het totaalbudget voor dit onderzoek is € 114.320, waarvan € 5.000 bijdrage leveranciers (in kind). Dit project wordt gefinancierd en gecoördineerd door Kas als Energiebron, een innovatieprogramma van LVVN en Glastuinbouw Nederland. Mede mogelijk gemaakt door Kennis in je Kas (KijK). De proef wordt begeleid door telers. Projectnummer: 25104

Van 01-05-2025 tot 01-12-2026
Lopend

Tocht geen kans, energie in balans

Doel Het doel van het project is het kwantificeren van de lekventilatie via de kasconstructie, het analyseren van het effect de lekventilatie op het energie- en CO2-verbruik en ten slotte het aangeven van potentiële energiebesparingen door het minimaliseren van de lekkages. Projectbeschrijving De afgelopen jaren zijn er aanzienlijke inspanningen geleverd om de energie-efficiëntie in kassen te verbeteren, wat geleid heeft tot betere isolatie en het gebruik van meerdere schermen om energie te besparen. Er is echter weinig aandacht besteed aan het verbeteren van de isolatie van de kasstructuur zelf, met name aan het voorkomen van de lekventilatie. In dit project wordt daarom onderzoek gedaan door middel van de volgende werkpakketten: Lekverlies methoden inventariseren Lekkagemetingen Verschillende simulaties Rapportage en communicatie Dit project wordt gefinancierd door het ministerie van LNV. Projectnummer: 24029

Van 01-01-2025 tot 01-12-2025
Lopend

Planttemperatuur: de teler aan het stuur

Doel Het doel van dit project is kennis over of we grip kunnen krijgen op de juiste planttemperatuur om goed te kunnen telen bij technische aanpassingen in het productiesysteem. Door de juiste temperaturen te meten en daar vervolgens ook op te sturen is de ondernemer beter in staat om nieuwe innovaties optimaal tot zijn recht te laten komen, of eerder de afweging te maken om te investeren in een nieuwe techniek. Projectbeschrijving Nieuwe energiebesparende maatregelen zoals LED belichting en luchtbehandelingstechnieken leveren een grote bijdrage aan de energiedoelstellingen van de glastuinbouwsector. Bij de implementatie ervan komen een aantal zaken naar voren, waaronder achterblijvende productiviteit en onbekende gewasreacties. Deze innovaties hebben effect op de kas- en gewastemperatuur waardoor de plantbalansen worden beïnvloed. Bestaande kennis zoals een RTR strategie die gebaseerd is op resultaten uit het verleden blijken niet te leiden tot goede resultaten en tegelijkertijd is het onduidelijk wat hiervan de oorzaken zijn. In de afgelopen jaren is met name onder LED belichting gebleken dat telers niet de producties of LBE’s (lichtbenuttingefficiënties) behalen die verwacht worden. Planttemperatuur speelt hierin een rol. In dit project wordt voor gerbera klimaat- en gewasproductie data verzameld en geanalyseerd in de lopende proef in de Kas2030 gedurende het winterseizoen. Het doel hiervan is om inzichtelijk te maken wat de relaties zijn tussen kas- plant- en orgaantemperaturen. Voor tomaat wordt onderzoek gedaan naar de effecten van orgaantemperaturen op de plantbalansen in het winterseizoen. Dit project wordt gefinancierd door het ministerie van LNV. Projectnummer: 24027

Van 01-01-2025 tot 01-11-2026
Lopend

Grip op nog meer licht deel 2

Doel In dit project willen we de schadegrenzen voor lichtschade vaststellen bij een hortiscatter van 90% ten opzichte van ~45% zodat in de toekomst de lichtvraag van lichtgevoelige gewassen voor een groter deel ingevuld kan worden met natuurlijk zonlicht. Dit wordt gedaan met een nieuw systeem: lamellen bovenin de kas. Projectbeschrijving Bij siergewassen in de glastuinbouw wordt zowel belichting als schaduwdoeken gebruikt, in het voorjaar en najaar vaak zelfs op dezelfde dag. Dit is logisch omdat gewassen maar een zekere instantane lichtintensiteit kan verwerken waarboven schade kan ontstaan en de teler toch dezelfde dagsom wil bereiken. In eerder onderzoek is duidelijk geworden dat veel gewassen een hogere lichtintensiteit aan kunnen als het directe licht wordt omgezet naar diffuus licht. Doordat licht diffuus maken samen ging met lichtverlies is dit onderzoek uitgevoerd bij een beperkte diffusiteit van het kasdek, zo’n 40 tot 50% hortiscatter. Nu het inmiddels mogelijk is om 90% hortiscatter te realiseren zonder lichtverlies, bestaat de mogelijkheid om op een hogere lichtintensiteit van het natuurlijke zonlicht gebruik te maken en zo minder van de dagsom in te vullen met belichting en zo energie te besparen. Het probleem is dat vooralsnog onbekend is wat de grenzen zijn voor lichtschade bij een hortiscatter van 90%. In dit project wordt een kascompartiment uitgerust met verticaal hangende lamellen om de hoge diffussiteit te realiseren. Er worden twee proeven uitgevoerd, een met zeer lichtgevoelige planten en een tweede met minder lichtgevoelige planten. Dit project wordt gefinancierd door het ministerie van LNV. Het onderzoek laat zien dat een zeer diffuus kasdek (90% hortiscatter) kansen biedt om meer gebruik te maken van natuurlijk zonlicht, zonder dat zeer lichtgevoelige gewassen direct lichtschade oplopen. Bij Phalaenopsis in de afkweek bleek het mogelijk om het natuurlijke lichtniveau te verhogen tot ongeveer 400 μmol/m²/s PAR (ongeveer een verdubbeling ten opzichte van de huidige praktijk) mits het licht voldoende diffuus is. Ook voor de opkweek lijken hogere lichtniveaus haalbaar. Bij een gelijkblijvende dagsom kan dit leiden tot een besparing van circa 47% op de elektriciteit voor assimilatiebelichting. Naast energiebesparing liet het onderzoek ook zien dat gewassen onder zeer diffuus licht het beschikbare licht efficiënter benutten. Bij Anthurium en Phalaenopsis werd een 16 tot 17% hogere lichtbenuttingsefficiëntie gemeten dan onder een regulier diffuus kasdek. Bij minder lichtgevoelige potplanten resulteerde dit in meer groei en productie. Zo werd gemiddeld 6 tot 7% meer biomassa geproduceerd en leverden potrozen 12% meer bloemen, ondanks dat de planten onder de lamellen gemiddeld 9% minder licht ontvingen. De resultaten laten zien dat een zeer diffuus kasdek niet alleen helpt om meer natuurlijk licht veilig te benutten, maar ook de efficiëntie van het beschikbare licht vergroot. Daarmee biedt deze techniek perspectief om het energiegebruik voor belichting verder terug te dringen én de productie van diverse sierteeltgewassen te verhogen. Projectnummer: 24024

Van 01-11-2024 tot 01-12-2025
Afgerond

Schermen met low-e altijd een goed idee?

Doel Het doel van dit project is de energiebesparing kwantificeren van transparante schermdoeken met een hoge reflectie voor warmtestraling, zodat er zo min mogelijk uitstraling ontstaat (lage emissie) en doeken ook overdag zo veel mogelijk kunnen worden gesloten voor maximale energiebesparing bij minimaal lichtverlies. Projectbeschrijving Schermen met lage emissie eigenschappen (low-e) houden uitstraling extra tegen en geven een flexibele isolatie. Lage emissie eigenschappen op glas hebben een energiebesparing van ongeveer 20% laten zien. Aangezien schermdoeken om de ongeveer 5 jaar in een kas vervangen worden zijn low-e schermen ook geschikt voor bestaande kassen. We mogen ervan uitgaan dat low-e schermen voor alle geschermde gewassen een geschikte energiebesparende technologie zijn. Low-e eigenschappen op transparante schermen zijn geheel nieuw. In deze proef wordt de energiebesparing van materialen met verschillende eigenschappen duidelijk gekwantificeerd door metingen en worden getallen over lichtsommen en uitstraling en gebruikt voor modelvalidatie voor toekomstige berekeningen van energieverbruik en gewasperformance zonder dat steeds nieuwe dure proeven nodig zijn. Dit project wordt gefinancierd door het ministerie van LNV. Projectnummer: 24022

Van 01-11-2024 tot 01-07-2026
Lopend

Afvangst CO2 en tijdelijke opslag in een CO2 batterij

Doel Het doel van dit project is de kwaliteit en economische haalbaarheid bepalen van CO2 vanuit de scheepvaart na opslag in een CO2 batterij gedurende een hele teelt. Dit ter bevordering van een benutten van deze nieuwe CO2 bron. Projectbeschrijving Richting een fossielvrije glastuinbouw is er steeds minder CO2 uit aardgas beschikbaar terwijl dit essentieel is voor de plantengroei. Nieuwe technologieën maken het mogelijk om CO2 af te vangen en tijdelijk op te slaan in een zogeheten CO2 batterij. Op deze manier is het mogelijk om vrijgekomen CO2 uit WKK en andere (industriële) bronnen zoals scheepvaart rookgassen beter te benutten. Uit de gereinigde rookgassen wordt CO2 afgevangen met behulp van een oplossing met amines en opgeslagen in een zogeheten CO2 batterij. Op het moment van CO2 dosering wordt door verhitting de CO2 vrijgemaakt uit de CO2 batterij. Deze nieuwe technologie klinkt zeer interessant voor de glastuinbouw, maar brengt wel de vraag met zich mee hoe het zit met de kwaliteit en veiligheid van de CO2 na opslag in de CO2 batterij. . Eind 2023 en begin 2024 hebben er twee korte proeven met jonge tomatenplanten van twee weken plaatsgevonden in kleine begassingskasjes bij een tuinder in Vierpolders. De resultaten hiervan waren veelbelovend. Echter, de teeltduur was te kort om het effect van langdurige blootstelling hieraan op groei en vruchtkwaliteit en te bepalen. Om deze vragen te beantwoorden zullen er twee teelten van een voorbeeldgewas zoals komkommer parallel plaatsvinden, waarbij één onderzoeksafdeling scheepvaart CO2 krijgt uit de CO2 batterij en één afdeling OCAP CO2. De groei, ontwikkeling en productie van beide gewassen wordt gevolgd. Daarnaast zullen gasanalyses plaatsvinden om mogelijk fytotoxische effecten te bepalen. Dit project wordt gefinancierd door het ministerie van LNV. Projectnummer: 24021

Van 01-11-2024 tot 01-12-2025
Lopend

Low-ε glas en (LED)belichting FASE 2: teelt

Doel Het doel van dit project is het verminderen van energiegebruik voor verwarming in een LED-belichte (sier)teelt. Het bepalen van de performance van Low-ε glas voor een siergewas in combinatie met belichting, ontvochtiging en andere HNT-maatregelen. Projectbeschrijving De aanleiding voor dit project zijn goede ervaringen bij groentegewassen met Low-ε glas, een kasdek die een zeer hoge transmissie met een zeer hoge isolatiewaarde combineert, zodat energieverliezen worden geminimaliseerd. Met tomaat en aubergine (beiden onbelicht) is al aangetoond dat een forse besparing (meer dan 20% op warmte) goed mogelijk is. Het probleem dat ten grondslag ligt aan het project is blootgelegd door Fase 1 en een survey onder kassenbouwers en telers: het materiaal is bekend, maar onbemind. Dit komt door onbekendheid met de eigenschappen van het materiaal (effect op lichtransmissie en op warmte), maar de belangrijkste vragen liggen in de effecten op de teelt, vooral het effect op de bloem temperatuur en kwaliteit. Daarnaast zijn er economische vragen: wat zijn de kosten, wat levert het op? Deze vragen moeten beantwoord worden in dit project waarbij gerbera gebruikt wordt als modelgewas. Dit project gaat over een teeltvergelijking tussen twee kasafdelingen: één afdeling met een kasdek van normaal enkellaags float glas, en één afdeling met een kasdek van glas dat gecoat is met een lage emissie coating. Dit project wordt gefinancierd door het ministerie van LNV. Projectnummer: 24023

Van 01-10-2024 tot 01-12-2026
Lopend

Systeemsprong chrysant: naar een energiezuinige en emissiearme teelt

Doel Het doel van dit project is optimalisatie van een nieuw teeltsysteem in bakken met substraat om systeemsprong van grondgebonden teelt van chrysant naar een fossielvrij, emissiearm en digitaal aangestuurde teelt mogelijk te maken. Projectbeschrijving De teelt van chrysant staat voor een aantal uitdagingen in de komende jaren: teelt los van de ondergrond, geautomatiseerd planten en oogsten, en een fossielvrije en emissiearme teelt die digitaal gestuurd wordt. Deze combinatie van doelen ten opzichte van de huidige grondgebonden teelt maakt een systeemsprong nodig. Pogingen tot nu toe met teelt op water of op erfgoedvloeren hebben nog geen commerciële toepassing gevonden. In het AGROS-project is eind 2023 een chrysantenteelt in bakken uitgevoerd met twee watergeefstrategieën, waarbij substraat- en plantprocessen gevolgd werden met een uitgebreide set sensoren. Er is veel interesse in vervolgexperimenten met chrysantenteelt in bakken voor een nauwkeurige teeltsturing, waarbij gekeken wordt naar hergebruik van het substraat en de afstemming met de nutriënten behoefte van het gewas. Ook zijn er voordelen voor automatisering en digitalisering, maar de investeringskosten zijn nog hoog. Er bestaan nog veel vraagstukken met betrekking tot de teelt in bakken: het hergebruik van de grond, irrigatiestrategie en verdamping, nutriëntenbehoefte en de productie. In dit project wordt daarom onderzoek gedaan naar het teeltsysteem in bakken met substraatmengsel. De proeven vinden in vier teeltrondes plaats in een kasafdeling uitgerust met verduisteringsscherm, energiescherm en dimbare LED-belichting. Er worden twee belichtingsstrategieën getest. Dit project wordt gefinancierd door het ministerie van LNV. Praktijkconforme productie en goede kwaliteit De teelten in bakken met substraat zijn succesvol uitgevoerd en tonen aan dat chrysant (cv. Baltica) technisch goed los van de grond geteeld kan worden. De productie lag op praktijkniveau, met 5,5 tot 6,5 kg versgewicht per m². De lichtbenuttingsefficiëntie varieerde tussen 0,6 en 0,8 g drooggewicht per mol PAR-licht. De takkwaliteit was goed: stevige stelen en gezonde bladeren. Het vaasleven varieerde per teelt en lichtstrategie, wat aangeeft dat vooral op dit punt nog optimalisatie nodig is. Belichting: minder licht, meer efficiëntie, maar effect op houdbaarheid Het dimmen van belichting tijdens dure uren gaf vergelijkbare resultaten als constant belichten. Belichten op gewasbehoefte resulteerde in 21% minder lichtinput en 9,8% lager drooggewicht. De lichtbenuttingsefficiëntie nam daarbij toe, maar het vaasleven verslechterde aanzienlijk. Dit laat zien dat energiebesparing mogelijk is, maar dat dit direct invloed kan hebben op productkwaliteit en houdbaarheid. Veenvrij, hergebruik en volledig biologisch Teelt op veenvrij substraat bleek goed mogelijk. Productieverschillen met veen waren beperkt, mits de watergift werd aangepast (vaker water geven vanwege lagere vochtbuffer). Hergebruik van substraat liet in eerste instantie lagere opbrengsten zien, maar in de vierde teelt waren er geen significante verschillen meer tussen nieuw en hergebruikt substraat. Daarnaast zijn alle rondes volledig uitgevoerd zonder chemische gewasbescherming, met succesvolle inzet van biologische bestrijding en minder groeiregulatoren dan in de vollegrondsteelt. Projectnummer: 24010

Van 01-04-2024 tot 01-11-2025
Afgerond