Zoeken

Resultaat 1 tot 7 van 7.

Energiemonitor glastuinbouw 2014-2017

Doel van dit project is de monitoring van energie in de glastuinbouw door middel van energie efficiency, CO2 emissie, duurzame energie en achterliggende ontwikkelingen en verklaringen. Meerjarig project voor de boekjaren 2014 t/m 2017. Jaarlijks verschijnt ca. oktober de Energiemonitor Glastuinbouw. Daarin worden de voorlopige cijfers van het voorgaande jaar gegeven en van de jaren daarvoor de definitieve cijfers. Deze rapportages zullen jaarlijks aan dit projectrecord worden toegevoegd. Bekijk hier de rapportages t/m 2013. Projectnummer: E15009

Van 01-03-2015 tot 31-12-2018
Afgerond

Analyse elektriciteitsverbruik glastuinbouw

Het elektriciteitsverbruik groeide de laatste jaren sterk. In dit onderzoek worden de oorzaken van deze toename geanalyseerd en worden de kansen voor een afname van de stroomvraag in kaart gebracht. Het elektriciteitsgebruik van de glastuinbouw groeit. In 2011 werd zo'n 6,2 miljard kWh gebruikt. In 2005 was dit nog 4,2 miljard kWh. In 2011 werd zo'n 82% gebruikt voor belichting. Dit zit voor driekwart in de sierteelt en voor een kwart bij de groente. De groei van de belichting zit vooral bij de groente. De groei bij belichting komt vooral door de toename van de belichtingsintensiteit (W/m2) en in mindere mate door de toename van het belichte areaal (ha) en de gebruiksduur (uur/jaar). De overige 18% wordt gebruikt voor de overige apparatuur. Zo zit 10% bij de energievoorziening in en om het ketelhuis, 3% in algemene apparatuur, 3% in de kas en 2% in de waterruimte. De energievoorziening rondom het ketelhuis en in de kas namen toe. In de toekomst neemt de elektriciteitsconsumptie door de glastuinbouw verder toe. Mede door de toenemende belichting, maar ook door de groei van duurzame(re) energiebronnen, mechanisering en de verdere optimalisering van het kasklimaat. Het rapport gaat ook in op de glastuinbouw als belangrijke producent van elektriciteit met WKK-installaties. Kansen voor verduurzaming van het elektragebruik worden ook in kaart gebracht. Projectnummer: 14736

Van 01-03-2012 tot 31-12-2012
Afgerond

Het Nieuwe Telen economische haalbaarheid

Dit onderzoek betreft een bedrijfseconomische studie naar de mogelijkheden van semi gesloten telen een deelcomponenten daaruit. Bij Het Nieuwe Telen (HNT) is de basisvariant (stap 1 en 2, vochtige kaslucht afvoeren door buitenluchtaanzuiging en intensiever schermen) bij tomaat, roos en gerbera ondanks de substantiële energiebesparing nog net niet rendabel, maar wel met een subsidie van minimaal 25%. De uitgebreide systeemvarianten met nog grotere energiebesparing bieden bij tomaat en roos, ook met 40% subsidie, op korte termijn nog geen economisch perspectief. Bij hogere energieprijzen bieden de systeemvarianten van geconditioneerd telen wel perspectief. De IRE-regeling biedt een goede stimulering voor de systeemvarianten Stap 1-3 van HNT. Voor uitgebreide varianten biedt de MEI-regeling een grotere subsidie (40%), maar aan het criterium van 15% reductie primair brandstofverbruik kan niet worden voldaan. Alleen de systeemvarianten Stap 1-3 van HNT en Stap 1-7 van HNT bij tomaat en systeemvariant 1 bij freesia voldoen aan de voorwaarden. Om totaalconcepten van geconditioneerd telen met meer energiebesparing én economisch perspectief te verkrijgen is verdere systeemontwikkeling noodzakelijk. Vooral het goedkoop kunnen koelen verdient meer aandacht. Projectnummer: 13564

Van 01-03-2009 tot 01-10-2009
Afgerond

Energiemonitor Glastuinbouw 2010-2013

Doel van dit project is de monitoring van energie in de glastuinbouw door middel van energie efficiency, CO2 emissie, duurzame energie en achterliggende ontwikkelingen en verklaringen. Meerjarig project voor de boekjaren 2010 t/m 2013. De totale CO 2 -emissie van de glastuinbouw daalt sinds 2010 en ligt in 2013 0,6 Mton af van de met de overheid overeengekomen CO 2 -emissieruimte voor 2020. De energie-efficiëntie is in 2013 iets verslechterd. En ondanks de stijgende lijn is het aandeel duurzame energie nog ver verwijderd van het doel voor 2020. In 2014 is de Meerjarenafspraak Energietransitie Glastuinbouw 2014-2020 afgesloten tussen sector en overheid. In dit nieuwe convenant is de CO 2 -emisie centraal komen te staan. De totale CO 2 -emissie (inclusief verkoop elektriciteit) verminderde in 2013 tot 6,8 Mton; dit is 0,6 Mton meer dan de overeengekomen CO 2 -emissieruimte. De CO 2 -emissie voor de teelt (exclusief verkoop elektriciteit) daalde tot 4,9 Mton en zit daarmee 0,9 Mton onder het doel voor 2020. Met reductie van de CO 2 -emissie loopt de glastuinbouw voor op de ontwikkeling in geheel Nederland. In 2013 is de energie-efficiëntie verslechterd met één procentpunt. Dit komt doordat de toename van het primair brandstofverbruik (+2%) sterker is toegenomen dan de fysieke productie (+1%), beiden per m2 kas. In 2013 gebruikte de glastuinbouw 56% minder primaire brandstof per eenheid product dan in het basisjaar 1990. Daarmee is de glastuinbouw nog één procentpunt verwijderd van de doelstelling voor energie-efficiëntie in 2020. Als je de periode 2008-2013 uitlicht, is de energie-efficiëntie min of meer stabiel. Het aandeel duurzame energie nam in 2013 toe tot 2,9%. Voor de doelstelling van 20% in 2020 zijn nog ruim 17 procentpunten te gaan. Wel is het aandeel duurzame energie dat de glastuinbouw verbruikt de laatste jaren sterker toegenomen dan het aandeel in heel Nederland (4,5%). Duurzame energie omvat aardwarmte (31%) zonnewarmte (25%), biobrandstoffen (19%), inkoop duurzame elektriciteit (12%), inkoop duurzame warmte (11%) en duurzaam gas (1%). De groei zat in 2013 bij aardwarmte en biobrandstoffen. Projectnummer: 13221-04

Van 01-01-2008 tot 31-03-2015
Afgerond

Knelpunten regelgeving duurzame energiesystemen

LEI Wageningen UR bracht de knelpunten in kaart die glastuinbouwondernemers ondervinden in wet- en regelgeving en bij vergunningverlening rondom de toepassing van semi-gesloten kassen, aardwarmte of biobrandstoffen. Conclusie is dat er sprake is van oude wetgeving voor nieuwe technologie. Vergunningverleningsprocedures kosten te veel tijd. Oplossingen voor de knelpunten worden gevonden. Door de oprichting van een centraal punt voor informatievoorziening. Een éénloket benadering bij vergunningaanvragen. Flexibele bestemmingsplannen. Het opstellen van ondergrondse bestemmingsplannen voor warmte / koude opslag. De ondergrens van de MER-(beoordelings)plicht voor koude/warmte opslag moet worden verhoogd en de procedure moet worden ingekort. Projectnummer: 12902

Van 01-06-2007 tot 30-11-2008
Afgerond

Stimuleren intensivering schermgebruik door vergelijking voorbeeldbedrijf

Het blijkt dat de risicoperceptie ij telers een intensivering van het schermgebruik in de weg staan. Daarnaast hanteren telers soms vaste waarden voor setpoints, zoals 's-ochtends voor het openen van het scherm op instraling, terwijl dit flexibeler kan. Het vergelijken van het eigen schermgebruik met dat op een voorbeeldbedrijf levert de telers meerwaarde op. De belangrijkste gedragsverandering van tomaten- en komkommertelers om intensiever te schermen is het later openen van het scherm in de ochtend. De helft van de telers staat nog afwijzend tegenover het kieren met schermen. De huidige schermregelingen worden complex gevonden vanwege de vele instellingen. Het aantal (voor buitenklimaat gecorrigeerde) schermuren is onder de schermende tomatenbedrijven in 2006 duidelijk toegenomen ten opzichte van 2005. Onder de komkommertelers nam het schermgebruik op twee van de zes bedrijven in 2006 duidelijk toe. Aanbevelingen: Het stimuleren van telers om het schermgebruik (en andere klimaatregelingen) in telersgroepverband te vergelijken, omdat de context van het bedrijf en de teelt bekend zijn. Een voorbeeldbedrijf is daarbij een pré. Projectnummer: 12280

Van 01-08-2005 tot 01-05-2006
Afgerond

Energie in balans

In dit project wordt in kaart gebracht hoe een innovatief energie-concept functioneert op een glastuinbouwbedrijf in de praktijk, zowel technisch, energetisch al economisch. Het energieconcept bestaat uit naast de gebruikelijke ketel en warmte-opslagtank, ook uit een warmte-kracht installatie met rookgasreiniger, warmtepomp en koude/warmtepomp opslag. Het onderzoek geeft voor het energieconcept inzicht in: Het technisch en energetisch functioneren van de installatie; Het economisch functioneren; De milieu-aspecten, hierbij is met name gekeken naar de verminderde CO2-emissie. De ervaringen van het zogenaamde stopcontact-principe, waarbij een energiebedrijf het ketelhuis in beheer heeft. Daarnaast geeft het rapport op basis van de opgedane ervaring een groot aantal aanbevelingen voor installaties met aquifersystemen. Projectnummer: 10616

Van 01-03-2000 tot 01-07-2003
Afgerond
  • 1