Zoeken

Resultaat 1 tot 3 van 3.

Regionale veldontwikkeling aardwarmte

Een probleem bij het ontwikkelen van diepe geothermie projecten in Nederland is dat geothermische veldstudies vaak beperkt zijn tot het vergunningsgebied. Dit resulteert in projecten die mogelijk onvoldoende de interferentie met nabijgelegen projecten bezien en daarmee mogelijk ook de ondergrondse resources niet optimaal benutten. Huidige opsporingsvergunningen zijn gebaseerd op de verwachte doorbraak van het geïnjecteerde afgekoelde water naar de warmtebron. Voor wederzijds begrip van doublet eigenaren en geothermische ontwikkelaars en voor een duurzaam gebruik van geothermische reservoirs, is onderzoek van het geothermische systeem op regionale schaal (10- 100 km 2 ) van essentieel belang. Dan kan meer proactief ingezet worden op het voorkomen van genoemde situatie. Doel van dit project is het verbeteren van de reservoir efficiëntie op regionale schaal door: 1) bepalen van de belangrijkste fysische en menselijke factoren die de performance van geothermische doubletten bepalen; 2) het ontwikkelen van een aanpak voor verbetering; 3) evalueren en analyseren van de interferentie tussen nabij gelegen geothermie projecten die dezelfde geologische laag benutten en het ontwikkelen van een werkwijze en monitoring strategie om het risico of interferentie te verkleinen. In het rapport worden, gebaseerd op eerdere studies (Willems et al, 2017), twee verschillende strategieën bekeken, namelijk a) ‘first come, first serve’ en b) gecoördineerde doublet benutting. Daarvan wordt de invloed op warmtewinning geïllustreerd op regionale WNB (West Netherlands Basin) schaal. Het doel is om de effectiviteit van een gecoördineerde doublet-implementatie toe te lichten en zodanig het gebruik van natuurlijke geothermische systemen op grote schaal economisch mogelijk te maken.. Er is een rekenmodel ontwikkeld m.b.t. niet-isothermische stroming in de gegeven geologische situatie om de energieproductie te berekenen op regionale schaal. Dit model is benut om de sleutelfactoren te bepalen voor de prestaties van de doubletten onder realistische omstandigheden. Verder is de interferentie onderzocht bij heterogene geologische systemen om tot een mogelijke monitoring strategie te komen voor interferentie. Met een 3D geologisch model in het Rotliegend (Middenmeer) wordt de impact op de energieproductie geïllustreerd van diverse plaatsingen van de bronnen. Projectnummer: 20060

Van 01-06-2017 tot 01-10-2019
Afgerond

Verbeterd Hoog-Resolutie geologisch model

Het West Nederland Bekken (WNB) is dé hotspot voor aardwarmtewinning. Echter, de huidige kennis van de ondergrond van het WNB is gebaseerd op verouderde gegevens en interpretaties. De resulterende geologische modellen die aan de basis staan van boringen naar aardwarmte hebben een beperkte resolutie en daardoor een ingebouwde onzekerheid, hetgeen economische en milieu risico’s met zich meebrengt. Het doel van dit project is om na te gaan hoe een verbeterd en hoog-resolutie geologisch model betere en nauwkeurigere voorspellingen van de bronprestatie kan opleveren, mede op basis van informatie uit recent gerealiseerde bronnen. In het project is onderzoek gedaan naar de grootte, vorm, uitgestrektheid, en stratigrafische positie (diepte) van Onder Krijt zandstenen in het West Nederland Bekken voor geothermie exploitatie. In de studie zijn bestaande geologische modellen geanalyseerd die de regionale verdeling en het vóórkomen van de Delft Zandsteen Member (DZM) voorspellen. De DZM is op het moment het meest beoogde reservoir voor zowel huidige als toekomstige geothermische doubletten. De onzekerheid in de voorspelling van dikte en continuïteit van dit reservoir wordt vergroot door onzekerheden in de correlatie in de bestaande geologische modellen. Dikte en continuïteit zijn cruciale parameters in de verwachtingen van de levensduur van doubletten, de netto energieproductie en mogelijke interferentie tussen naastgelegen doubletten. Het succes van toekomstige doubletten zal in toenemende mate afhangen van onze kennis van de reservoir architectuur in het bekken omdat nieuwe gebieden aangeboord zullen moeten worden. Voor deze studie zijn nieuwe biostratigrafische analyses uitgevoerd op boorgruis monsters in drie geothermische putten, in drie verschillende breukblokken. In deze analyses worden organische resten van onder andere pollen en algen in het sedimentair gesteente onderzocht. Op die manier kan gesteente worden gekarakteriseerd op ouderdom en afzettingsmilieu. In combinatie met een vernieuwde correlatie van put- en seismische gegevens konden zo intervallen met de zelfde ouderdom maar verschillend type sedimentair gesteente worden gecorreleerd tussen putten. Met deze aanpak is een nieuw, gedetailleerd geologisch model opgesteld waarmee verschil in ouderdom aangetoond kan worden tussen de zandsteenreservoirs van de drie verschillende doubletten in het onderzoek. Deze zandstenen verschillen ook nog eens in stratigrafische diepte. Hieruit kan worden afgeleid dat de geothermische doubletten niet uit één uitgestrekte zandsteenlaag produceren, zoals de oorspronkelijke aanname was vóór aanvang van dit project, maar uit verschillende zandsteenrijke zones met beperkte laterale verspreiding. Overlap van verschillende zandsteenrijke lagen kan lokaal dikkere zandsteenrijke pakketten opleveren. Dit kan verklaren waarom er grote dikteverschillen zijn gemeten van zandsteenrijke pakketten in de huidige geothermiedoubletten. Het rapport geeft een overzicht van de biostratigrafische boormonsteranalyses en beschrijft een nieuw model, gemaakt op basis van onze verbeterde kennis van de zandstenen in het bekken. Deze modellen kunnen worden gebruikt voor (1) de voorspelling van diepte van zandstenen en de daaraan gerelateerde boorkosten, (2) dikte van zandsteenrijke pakketten en (3) extrapolatie van reservoir eigenschappen van de zandstenen in verschillende delen van het bekken. De studie is uitgevoerd als samenwerking tussen de TU Delft, Panterra Geoconsultants en TNO. Het is mogelijk gemaakt via Kennisagenda Aardwarmte, door financiering van LTO, Kas als energiebron en het ministerie van Economische Zaken. Projectnummer: 20032

Van 01-12-2015 tot 01-10-2016
Afgerond

Soft stimulation technieken in Trias-zandsteen

De doelstellingen van dit project zijn: Vergroten van het begrip van de invloed van breuk-gerelateerde reservoirstromingen en / of neerslag op de injectiviteit en productiviteit in Trias zandsteenformaties. Opstellen van een eerste schatting van de potentie van soft stimulation (door middel van zuur en hydraulische behandelingstechnieken) voor de verbetering van putprestaties in het Trias-zandsteen. Ontwikkelen van een standaard-aanpak van dergelijke technieken in geothermische putten. Een en ander kan mede een impuls geven aan het begrijpen van mogelijke permeabiliteitsveranderingen in Trias-formaties en vermindert daarmee de onzekerheid in de ontwikkeling van (ultra) diepe geothermie. Het rapport is vooral bedoeld voor geologen en productietechnologen. De Trias is een complexe, heterogene formatie. De uitgevoerde testen bevestigen de TNO-onderzoeken dat de ‘near wellbore’ permeabiliteit te verbeteren is door een zorgvuldige chemische behandeling. De mate van verbetering is sterk afhankelijk van de ruimtelijke verdeling en samenstelling van (met name) de carbonaten. In de Volpriehausen is daardoor weinig verbetering bereikt (weliswaar 45%, maar nog steeds in het μD-bereik) . Bij breuken, met meer dan 20wt% carbonaten, is een verbetering van 5.4 keer (to.v. de oorspronkelijke conductiviteit) bereikt. Het rapport bevat verder, naast de nodige voorbehouden en aannames, een model voor de berekening van de benodigde zuurhoeveelheid en een stappenplan. Rapportage bestaat uit 2 rapporten. Tevens zijn de powerpoint presentaties toegevoegd van de kennisbijeenkomst 27 oktober 2016. Projectnummer: 20028

Van 01-08-2015 tot 30-06-2016
Afgerond
  • 1