Zoeken

Resultaat 1 tot 10 van 12.

Mechanische vochtafvoer onder energieschermen

De praktijkproef moet aantonen dat met mechanische vochtafvoer de luchtvochtigheid onder een energiescherm voldoende laag blijft en dat de klimaatverschillen kleiner zijn dan bij de conventionele manier door middel van kieren. Het kasklimaat wordt gemeten met draadloze sensoren in zowel het compartiment met het systeem en een compartiment waarbij vochtkieren worden toegepast. Het functioneren van het systeem en de gevolgen voor het klimaat worden in een laatste fase continu geanalyseerd. In een praktijkproef op een commercieel bedrijf is in een afdeling van 1,2 ha. een systeem getest om mechanisch vocht af te voeren. Hierbij wordt buitenlucht, die minder vocht bevat dan kaslucht, met ventilatoren en luchtslangen onder het scherm ingeblazen. Deze methode is goed controleerbaar en verkleint klimaatverschillen. De luchtvochtigheid bleek goed te regelen met het geïnstalleerde systeem. Projectnummer: 12895

Van 01-01-2007 tot 31-12-2007
Afgerond

Relatie toenemende kashoogte en energiegebruik

Dit project beoogt een antwoord te geven op de vraag wat de invloed is van de toenemende kashoogte op het energieverbruik in de glastuinbouw en op de homogeniteit van de kastemperatuur. De resultaten van deze studie is samengevat in een oordeel over een aantal stellingen: Een hogere kas zorgt voor meer energieverbruik : Waar Hoger kassen houden CO2 meer in de kas : Niet waar The sky is the limit voor de hoogte van de kas : Niet waar Hoge kassen ventileren beter : Waar Er is minder ventilatie nodig voor de koeling van de kas : Niet waar Hogere kas zorgt voor een stabieler en homogener klimaat : Niet waar Een hogere kas is beter bij de toepassing van schermen, belichting en verneveling : Waar Een hogere kas is zeker nuttig als schermen, belichting en/of verneveling zijn toegepast waarbij de energie- en gevelschermen ervoor zorgen dat het energieverbruik niet drastisch toeneemt. Een meerwaarde van extreem hoger kassen (hoger dan 8 meter) lijkt er niet te zijn. Projectnummer: 12632

Van 01-10-2006 tot 31-12-2006
Afgerond

Parapluplan botrytis en energie Gerbera

Het project 'Socio-technisch netwerk energiebesparing Gerbera' heeft ertoe geleidt dat met een groot aantal partijen (ondernemers, vermeerderaars, handel, onderzoekers, voorlichters en computerleveranciers) een innovatienetwerk van start is gegaan. Uit diverse sessies blijkt dat botrytis in relatie tot energie het belangrijkste probleem is dat beter beheersbaar moet zijn. Botrytis is het belangrijkste kwaliteitsprobleem in de gerberaketen. Botrytis is het belangrijkste kwaliteitsprobleem in de gerberaketen en de beheersing ervan vraagt veel energie. In dit project zijn verschillende mogelijkheden voor beheersing van botrytis in de keten onderzocht terwijl tevens energie bespaard kan worden. Er blijken zeer grote rasverschillen in gevoeligheid voor botrytis te bestaan. Tijdens de teelt is het microklimaat bepalend voor het ontstaan van botrytis. Met name door een lage luchtvochtigheid, veel licht en/of een droog en actief microklimaat kan botrytis geremd worden. Teeltadviezen zijn opgesteld en een model is ontwikkeld als hulpmiddel om een afweging te maken tussen energie, productie en botrytis. Twee nieuwe perspectiefvolle bestrijdingsmethoden zijn gevonden: aquanox en UVc belichting direct na de oogst. Een open verpakking en lage temperatuur in de na-oogst kunnen verdere ontwikkeling van botrytis sterk remmen. Projectnummer: 12361

Van 01-09-2006 tot 30-09-2007
Afgerond

Advies & Trainingssysteem voor onderwijs

Dit project beoogt een begin van samenwerking op te starten tussen onderzoeksinstellingen en onderwijsinstellingen, om de kennis die door energiebesparingonderzoek is geproduceerd rechtstreeks over te dragen aan tuinders en scholieren. Gebruik maken van kennis van voorloper tuinders en integreren van deze kennis in een cursusopzet. Casus (semi)gesloten kas. Kennis van energievraagstukken die door onderzoek in de glastuinbouw beschikbaar is gekomen moet beter doorstromen naar het onderwijs en de wisselwerking tussen onderwijs en onderzoek moet worden verbeterd. Daarvoor is nodig dat: De samenwerking wordt geformaliseerd en een structureel karakter krijgt. Jaarlijks een aantal fysieke bijeenkomsten organiseren voor docenten en studenten. Er tijd en geld is voor het bijscholen van de docenten. Informatie uit onderzoek op een didactische professionele manier vertalen en beschikbaar stellen Ideeën voor een betere doorstroming: Onderwijs moet een soort MKB-loket oprichten voor tuinbouwondernemers en studenten. Onderwijs moet internetcursussen samenstellen voor tuinders en voor hun medewerkers. Projectnummer: 12629

Van 01-09-2006 tot 31-12-2006
Afgerond

Verbetering lichtverdeling in het gewas

Voor een optimale fotosynthese in hoog opgaande gewassen is een andere lichtverdeling gewenst, omdat het meeste licht door de bovenste bladeren van het gewas wordt opgevangen en weinig licht bij de onderste bladeren komt. Er is veel discussie over de te hanteren padbreedte. Daarnaast is het zo dat terwijl minder fotosynthese plaatsvindt onderin het gewas, de verdamping niet evenredig verminderd wordt. Om energie te besparen, moet de verdamping verminderd worden (Dueck et al. 2005). Daarvoor is minder blad (lagere LAI) wenselijk. In de eerste fase van dit project wordt het effect van de rijsstructuur op de lichtverdeling in het gewas vastgesteld. Hiertoe wordt in een bestaande proef met tomaat de rijstructuur aangepast. Afhankelijk van het resultaat krijgt dit project een vervolg in een teeltexperiment. De geteste varianten op de rijstructuur zijn: Traditioneel: de standaard manier van tussenplanten, als controle; Per goot: alle planten in één goot worden verwijderd (dus planten tussen twee paden verwijderd); Per pad: alle planten in één rij van een goot worden verwijderd, aan beide kanten van een pad. Uit de resultaten blijkt dat niet duidelijk te concluderen is of één van de drie rijstructuren beter is dan de andere twee. Er zijn geen verschillen of alleen kleine niet-systematische verschillen gevonden. De conclusie is dan ook dat er geen voordelen zijn gevonden van tussenplanten per goot of per pad ten opzichte van de traditionele manier van tussenplanten. Projectnummer: 12634

Van 01-08-2006 tot 30-11-2006
Afgerond

Kijk in de kas

Vermindering van de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen vraagt in de glastuinbouw om een omschakeling. De vertrouwde stookregels moeten daarbij grondig tegen het licht worden gehouden. Ervaringskennis die ondernermers gebruiken bij het instellen van de klimaatregeling is gegroeid in een periode dat energie nog een stuk goedkoper was. Telers kunnen daarom maar heel beperkt op die kennis terugvallen. Het is dus belangrijk dat nieuwe ervaringskennis efficiënt wordt opgebouwd en gedeeld binnen de sector. De kennisinstellingen kunnen een rol spelen door ondersteunende berekeningen uit te voeren en achterliggende fysiologische en fysische principes uit te leggen. Het project Kijk in de Kas had tot doel om deze kennisuitwisseling via internet op een efficiënte en aansprekende manier voor de sector toegankelijk te maken. Het project is uitgevoerd door Wageningen UR Glastuinbouw in samenwerking met Reed Business, LetsGrow.com en verschillende telers en teeltadviseurs. Uit een evaluatie na ruim een jaar in de lucht te zijn geweest bleek dat bezoekers vooral waardering hadden voor de combinatie van weblogs, live grafieken en achtergrondkennis die werd aangeboden. Het project heeft telers aan het denken gezet over hun eigen klimaatregeling en heeft belangrijke ervaring opgeleverd over de mogelijkheden van kennisinteractie via internet. Bij toepassing van deze ervaring in eventuele vervolginitiatieven is een belangrijke uitdaging om de aangeboden boodschap nog beter af te stemmen op de informatiebehoefte van de doelgroep. Projectnummer: 12636

Van 01-08-2006 tot 31-05-2007
Afgerond

Effect diffuus licht bij Potplanten

In dit project zijn de potenties van het gebruik van meer diffuus en minder direct licht verder onderzocht. Hiervoor wordt met ondernemers overlegd om de huidige teeltmaatregelen rondom het wegvangen van direct licht in kaart te brengen. Deze zijn dan vergeleken met als alternatief het gebruiken van een diffuus kasdekmateriaal. Het effect van diffuserende kasdekmaterialen verschilt door het jaar heen. Door het licht diffuus te maken kan het natuurlijke licht beter worden benut en de groeisnelheid van de onderzochte potplanten worden verhoogd. In het algemeen is er een positieve invloed op de productie van verschillende potplanten, zeker tijdens de stralingsrijke periodes. De meeste voordelen zijn met een diffuus kasdekmateriaal te halen in de voorjaars-, zomer- en najaarsmaanden, wanneer het natuurlijke licht direct is en wanneer er een te hoge directe instraling onwenselijk is voor gewassen. Als het lichtverlies in de wintermaanden te hoog is, is een diffuus kasdek met een lagere lichttransmissie niet meer aan te bevelen. Het is daarom wenselijk om diffuse kasdekmaterialen te ontwikkelen die een hoge lichtverstrooiing hebben gecombineerd met een hoge lichttransmissie. Gezocht wordt naar materialen met een lichtverstrooiing van minimaal 50% met gelijktijdig een lichtdoorlatendheid van minimaal 90% bij loodrecht en 82% bij diffuus invallend licht. Projectnummer: 12630

Van 01-08-2006 tot 31-03-2007
Afgerond

Temperatuurverschillen met energiescherm

In de winter van 2005-2006 is door een groep tomatentelers geconstateerd dat er een probleem is met de temperatuursverdeling in de kas. De vermoedelijke oorzaak is een zogenaamd open schermdoek. Door middel van computersimulatie is gezocht naar een oplossing. In het project zijn drie oplossingen voor het probleem met een computermodel gesimuleerd. Geen van de voorgestelde oplossingen bleek het temperatuurverschil te verkleinen. De conclusie is dat de openingen in het scherm zorgen voor de horizontale temperatuurverschillen en dat deze x zoveel mogleijk vermeden moeten worden. Projectnummer: 12500-09

Van 01-01-2006 tot 31-12-2006
Afgerond

Rookgasschade in beeld

In dit project wordt door middel van metingen in de kaslucht de mogelijke risico's van NOx en ethyleen als gevolg van toepassing van rookgassen voor CO2-dosering uit WKK installaties vastgesteld. In perioden met CO2-dosering weden vier meetcampagnes van ieder circa twee maanden verricht bij één teelt van roos, paprika en potplanten. De concentratie van NOx werd op een aantal plaatsen in de kas continu geregistreerd en periodiek werden luchtmonsters genomen voor de bepaling van het momentane gehalte ethyleen. Gelijktijdig werd op één plaats buiten de kas de luchtsamenstelling bepaald. Raamstand en CO2-niveau werden eveneens geregistreerd en de ontwikkeling van het gewas werd continu gevolgd. Het gebruik van rookgassen voor CO2-dosering uit WKK installaties kan in de kas tot NOx concentraties leiden die de algemeen vastgestelde grenswaarden voor negatieve effecten op planten overschrijden. Of, en zo ja, in welke mate deze grenswaarden worden overschreden, wisselt van bedrijf tot bedrijf en van seizoen tot seizoen. Ook de gemeten concentraties ethyleen bereikten in de kas waarden die hoger zijn dan de algemeen vastgestelde effectgrenswaarden voor negatieve effecten op planten. In tegenstelling tot NOx waren de concentraties van ethyleen in de kas niet structureel hoger dan die buiten de kas. Daarmee is niet bewezen dat het gebruik van rookgassen verantwoordelijk is voor deze mogelijk te hoge niveaus van ethyleen. Projectnummer: 11049

Van 01-01-2006 tot 31-12-2006
Afgerond

Efficiënte belichting tomaat

In het onderzoek is uitgezocht hoe de efficiëntie van groeilicht verhoogt kan worden door een juiste keuze van belichtingsduur en lichtintensiteit en door aanpassingen aan het lichtspectrum. Hiertoe zijn de consequenties van verschillende belichtingsstrategieën op productie, gewasgroei, gewasontwikkeling, fotosynthese, assimilatenophoping en temperatuurverdeling bij tomaat onderzocht. Opvallend is dat bij een gelijke lichtsom, de hoge lichtintensiteit bij kortere duur meer efficiënt is dan een lange belichtingsduur bij lage lichtintensiteit. Bij 15 uur belichten bij een hogere intensiteit (15 H) wordt een 7% hogere productie gerealiseerd dan bij 18 uur bij een lagere intensiteit (18 L), terwijl de totale hoeveelheid licht hetzelfde was. Door 3 uur minder te belichten blijkt dat er naast een productietoename minder kosten voor de lampen is gemaakt en kan 3 uur langer elektriciteit worden teruggeleverd aan het net. Bij 18 uur belichten met hoge intensiteit (18 H) ligt de hele belichtingsperiode ruim boven de andere behandelingen. Het gewas kan meer vruchten dragen en het effect van de belichting op de productie is nog duidelijker. De hoogste productie is bij 18 h gehaald. Projectnummer: 12383

Van 01-11-2005 tot 31-12-2006
Afgerond