Zoeken

Resultaat 1 tot 10 van 11.

Lisianthus sturen per teeltfase: de weg naar fossielvrij

Doel en relevantie praktijk Hoofddoel is veel minder energie-input bij Lisianthus, door het klimaat te optimaliseren per teeltfase. De plantkundige hoofdvraag is of er aan het begin van de teelt een gevoelige fase is voor het ontstaan van brandkoppen en of in de fase daarna veel energiezuiniger geteeld kan worden. Met de kennis uit dit project over de gevoelige fase van brandkoppen kunnen telers in de opkweek fase fors minder energie (ca 14 m3)gebruiken zonder het gevaar te hebben om in de brandkoppen te lopen. Projectbeschrijving Wat gaat er gedaan worden om het doel te bereiken? Lisianthus is een zeer intensieve jaarrond teelt met 500 tot 600 stelen per m2 per jaar en een hoge energie-input. Een goed teeltrecept onder LED levert al veel besparing op in de praktijk. Verdere reductie warmtegebruik - Onderzoek gedaan naar verdere reductie van het warmtegebruik heeft opgeleverd dat een teelt in een goed geïsoleerde kas, onder full-LED belichting, nog veel energie verliest door vochtafvoer. Vooral de laatste teeltweken verdampt het gewas wel 3 tot 4 liter per m2 per dag. Zoveel vocht met een condensatieontvochtiger afvoeren is praktisch vrijwel ondoenlijk. Verminderen van verdamping bespaart veel energie, maar geeft risico op brandkoppen, een groot probleem in de lisianthusteelt. Uit proeven bij Plant Lighting is gebleken dat juist een lage RV en meer luchtbeweging het ontstaan van brandkoppen onderdrukt. Helaas zijn dit nou net omstandigheden waarbij het gewas juist méér gaat verdampen. Dus een teelt met weinig warmtegebruik en weinig brandkoppen lijkt onverenigbaar… Maar, mogelijk ligt er toch een kans om wel de verdamping sterk te beperken waarbij het gewas niet meer, maar juist minder brandkoppen krijgt. Brandkoppen worden vooral zichtbaar tussen 1 en 3 weken na planten. Het lijkt er dus op dat de gevoelige fase voor het ontstaan van brandkoppen vroeg in de teelt ligt (of zelfs al in de opkweek daarvoor!). Dit project heeft twee werkpakketten: Onderzoek naar de gevoelige fase voor brandkoppen in klimaatcellen. Kasproef energiezuinig telen zonder verlies aan kwaliteit. In 2 proefkassen bij Delphy Improvement Center wordt onder full-LED geteeld volgens de huidige standaard (kas 1) en bij een klimaat dat brandkoppen onderdruk en energie bespaart (kas 2). Financiering en coördinatie Het totaalbudget voor dit onderzoek is € 741.385 -: € 25.000 in cash van veredelaars/toeleveranciers; € 69.339 in cash van de gewascoöperatie; € 48.000 in kind van toeleveranciers en € 599.046 van Kas als Energiebron. Dit project wordt gefinancierd en gecoördineerd door Kas als Energiebron, een innovatieprogramma van het ministerie van LVVN en Glastuinbouw Nederland. Mede mogelijk gemaakt door Kennis in je Kas (KijK). De proef wordt begeleid door telers. Projectnummer: 25111

Van 31-03-2025 tot 31-12-2026
Lopend

Lisianthus toekomstbestendig stap drie: waar ligt de ondergrens voor energie-input?

Doel Het doel van dit project is demonstratie van een duurzame lisianthusteelt met een veel lagere energie-input dan tot nu toe in de praktijk gebruikelijk is. De ondergrens wordt opgezocht voor het elektragebruik voor belichting en de aanvullende warmtevraag. Projectbeschrijving Lisianthus is een hoogproductieve en intensieve teelt: er wordt zeer intensief belicht en de warmtevraag is hoog. Na iedere teelt wordt de grond gestoomd, wat ook gasverbruik vraagt. Daarnaast worden groeihormonen gebruikt voor strekking aan het begin van de teelt en remming van bloemstelen aan het einde van de teelt. De lisianthusteelt zet in op verduurzaming. Recent heeft dit veel kennis over effecten van daglengte, lichtspectrum en stralingswarmte opgeleverd. Die kennis wordt momenteel ingepast in een praktijk-demoproef met goede resultaten t.a.v. teelt en ook energiebesparing. Dit project is een vervolg daarop waarin onder andere bespaard wordt op belichting, maximaal geïsoleerd door intensief schermen, gegoten met druppelslangen en de inzet van groeiregulatoren wordt verder gereduceerd. De kennis van het onderzoek naar de effecten van klimaat en voeding op het ontstaan van brandkoppen wordt ingepast. Dit project wordt gefinancierd door het ministerie van LNV. Lager energiegebruik mogelijk, zonder kwaliteitsverlies In dit onderzoek is aangetoond dat de ondergrens voor energie-input in de lisianthusteelt verder omlaag kan dan tot nu toe in de praktijk gebruikelijk is. Door een combinatie van energiebesparende maatregelen bleef de teelt snel en stabiel, met takken van goede kwaliteit (voldoende lengte, gewicht en houdbaarheid). Slimmer belichten werkt direct door in elektra-besparing Het elektriciteitsgebruik kan verder worden verlaagd door PAR- en verroodbelichting tijdig af te schakelen zodra er voldoende daglicht beschikbaar is. Dit leidde niet tot negatieve effecten op de teeltsnelheid of takkwaliteit. Ook het beperken van verrood tot alleen de eerste teeltweken bleek passend binnen een energiezuinige strategie. Vochtbeheersing blijft de kritische factor Een belangrijk aandachtspunt blijft het beheersen van brandkoppen, omdat ernstige verbranding kan leiden tot verlies van het groeipunt, teeltvertraging en dus extra energiegebruik. Om dit te voorkomen is gekozen voor extra luchtbeweging en telen bij een hoger vochtdeficiet (>6 g/m³) om verdamping te stimuleren. Dit hielp om brandkoppen beheersbaar te houden, maar vroeg tegelijkertijd om extra warmte-inzet voor vochtafvoer. Ontvochtiging nog niet efficiënt genoeg: warmteverlies blijft knelpunt De actieve ontvochtigers bleken in de praktijk onvoldoende efficiënt om genoeg vocht af te voeren. Daardoor moest een deel van de ontvochtiging alsnog via kieren en luchtramen, wat zorgde voor latent warmteverlies. Dit maakt vervolgvraagstukken relevant, zoals: is een hoger vochtdeficiet gedurende de héle teelt nodig, of vooral in de eerste fase? Praktijkwaarde: scherpere sturing maakt energiezuinig telen haalbaar De resultaten laten zien dat energiezuinigere lisianthusteelt haalbaar is, mits telers lichtsturing, luchtbeweging en vochtbeheersing goed op elkaar afstemmen en fasegericht sturen. Daarmee biedt het onderzoek concrete aanknopingspunten om verdere stappen te zetten richting een toekomstbestendige lisianthusteelt met lagere energie-input. Projectnummer: 24008

Van 01-06-2024 tot 01-12-2025
Afgerond

Kalanchoë toekomstbestendig met minimale energie en remmiddelen II: Controle over vocht en luchtbeweging

Doel Het doel van dit project is een demonstratieproef uitvoeren waarin met zo min mogelijk warmte-input, elektra en zonder gebruik van remmiddelen een goede kwaliteit Kalanchoë geteeld wordt. Projectbeschrijving Kalanchoë is na Phalaenopsis het belangrijkste product binnen het segment potplanten. Het is een jaarrond-teelt met belichting. Kalanchoë heeft een aantal bijzondere eigenschappen t.a.v. reactie op daglengte en ook dat het wisselt tussen CAM en C3 fotosynthese. In het voorgaande project wordt een energiezuinige teelt zonder gebruik van remmiddelen gedemonstreerd. Echter voldeden de planten, geteeld onder energiezuinige omstandigheden en zonder remmiddelen, helaas niet allemaal aan de gewenste kwaliteit. Dit project is een vervolg waarin het microklimaat op een energiezuinige manier gestuurd kan worden door actief te ontvochtigen en een nieuw teeltsysteem met verticale luchtbeweging. De eerste teelt valt in het najaar en is bedoeld om met het nieuwe teeltsysteem met verticale luchtbeweging te leren telen. In de daarop volgende winter-teelt wordt energiegebruik geminimaliseerd en is energiezuinig telen met behoud van kwaliteit de grootste uitdaging. Dit project wordt gefinancierd door het ministerie van LNV. Het onderzoek bevestigt dat Kalanchoë goed kan groeien met een energiezuinige teeltstrategie op basis van full-LED-belichting en intensief schermen, maar dat remmiddelenvrije teelt alleen haalbaar is met compact groeiende cultivars. Verhoogde verdamping via verticale luchtbeweging leidde wel tot een droger microklimaat, maar had vrijwel geen effect op de plantvorm. Het verkorten van de opkweekfase gaf kleinere planten zonder kwaliteitswinst, terwijl veenvrij telen vergelijkbare resultaten opleverde als het standaard substraat. De bevindingen suggereren dat Kalanchoë mogelijk bij hogere luchtvochtigheid geteeld kan worden zonder kwaliteitsverlies, wat perspectief biedt voor verdere energiebesparing. Verdere studie is nodig om te bepalen wat de minimale benodigde gewasverdamping is voor gezonde groei. Projectnummer: 24007

Van 01-05-2024 tot 01-12-2025
Afgerond

Phalaenopsis naar fossielvrij in de warme opkweekfase

Doel Dit project beoogt kennis te verkrijgen over de minimaal benodigde lichtsom in de opkweek met behoud van groei en kwaliteit. Dit kan potentieel 42% op elektra besparen in de opkweek. Daarnaast opent dit de weg voor verdere besparing op warmte door een lagere nachttemperatuur en mogelijk ook in een meerlaagse of vertical farm. Projectbeschrijving Phalaenopsis is een energie-intensieve belichte teelt op een relatief groot areaal. De grootste uitdaging voor verduurzaming ligt nu bij de warme opkweekfase. Een lagere nachttemperatuur (warmtebesparing) in combinatie met een lagere lichtsom in de opkweek (elektrabesparing) biedt mogelijk een kans om succesvol energiezuiniger te telen. Echter, een lagere lichtsom in de opkweek moet dan niet ten koste gaan van de groei en plantkwaliteit. Het project bestaat uit drie kennisvragen: Wat is het effect van een lagere lichtsom in de winter op het scheut- en wortelgewicht in de opkweek? En wat zijn vervolgens de gevolgen daarvan voor het aantal bloemtakken en de plantkwaliteit in de koel- en afweekfase? Kan bij de lagere lichtsom een lagere nachttemperatuur aangehouden worden zonder dat er voortakken ontstaan? Voldoet een ‘standaard lichtspectrum’ (LED RWB) nog onder daglichtloze omstandigheden om te kunnen telen in een vertical farm met nog meer besparing op warmte? In dit project zal het onderzoek beperkt zijn tot de eerste kennisvraag binnen het ‘stappenplan’; als opkweek bij een lagere lichtsom mogelijk is, opent dit de deuren voor verdere besparing op warmte. Dit project wordt gefinancierd door het ministerie van LNV. Het effect van de lichtbehandelingen op de bladafsplitsing was klein. Hoog licht gaf ook een iets compactere bladvorm en meer wortels buiten de pot. Dat laatste is onwenselijk. Belangrijker is de vraag wat de gevolgen daarvan zijn op de plantkwaliteit aan het einde van de teelt. Uit de bloemtaktellingen komt naar voren dat er iets minder 1-takkers zijn bij de planten opgekweekt onder hoog licht dan onder laag licht. Twee of meer bloemtakken zijn wenselijk. Opkweek onder hoog licht resulteert ook in een forsere en zwaardere plant aan het eind van de teelt. De behandelingen waarbij na 16 weken opkweek is gewisseld tussen hoog en laag licht zitten daar in grote lijnen tussenin, waarbij van laag naar hoog licht net iets beter presteert dan andersom. Of de voordelen van hoog licht in de opkweek voor de eindkwaliteit opwegen tegen de extra kosten voor belichting is een economische afweging. Projectnummer: 23022

Van 01-10-2023 tot 31-03-2025
Afgerond

Lelie toekomstbestendig met LED en minimale warmtevraag

Doel De hoofddoelstelling is om tot een energiezuinig en fossielvrij teeltconcept voor de leliebroei te komen en dit te demonstreren middels dynamisch dimbare LED-belichting, maximale isolatie, en een actieve ontvochtiging en klimaatsturing. Daarin moet een topkwaliteit lelie geteeld kunnen worden. Projectomschrijving De afgelopen 3 jaar is kennis ontwikkeld over lelieteelt onder full-LED belichting. De eerste weken van de teelt blijkt lelie voldoende te hebben aan een lange daglengte met een lage intensiteit stuurlicht. In de volgende groeifase vraagt het gewas wel meer assimilaten. Dan is het belangrijk om te sturen op voldoende licht voor de benodigde assimilatie, maar de LED te dimmen zodra er voldoende daglicht is. Dit vraagt dynamisch dimbare belichting en kennis over de omzetting van licht in assimilatie op gewasniveau. De combinatie van deze maatregelen reduceert de elektra voor belichting tot het minimum dat nodig is. Ook de warmtevraag moet worden geminimaliseerd. Dat vraagt goede isolatie en een andere etmaalstrategie, waarbij de temperatuur overdag mag oplopen en in de nacht mag wegzakken. Om een topkwaliteit lelie te kunnen blijven telen is daarbij ontvochtiging nodig om de verdamping voldoende hoog te houden voor een goede bladkwaliteit en om de warmte en CO2 beter in de kas te houden. Dit project is gefninancierd door het ministerie van LNV. Het is in grote lijnen gelukt om een goede kwaliteit lelie te telen met de getoetste teeltstrategie. De mogelijkheid om te telen bij de hogere plantdichtheid, gegeven de klimaatomstandigheden, verschilde per ras. In vergelijking met de proef in 2021-2022 is er over een vergelijkbare periode fors energie bespaard, terwijl de buitentemperaturen vergelijkbaar waren. Onder andere door de verlaging van de nachttemperatuur en het extra scherm. Ook door de inzet van condensatie-ontvochtiging (DryGear) is minder energie (gas) nodig, door het oogsten van latente warmte en minder warmteverlies door ventilatie. Met de gevolgde teeltstrategie is het warmteverbruik fors verminderd zonder dat dit zichtbaar nadelige gevolgen had voor de plantkwaliteit. Het is goed mogelijk om in de nacht een lagere temperatuur toe te laten. Bladkwaliteit in de winter blijft een aandachtspunt. Projectnummer: 22011

Van 01-07-2022 tot 01-12-2023
Afgerond

Aardbei onder controle: Naar een fossielvrije jaarrondteelt

Doel Het doel van dit project is onderzoeken en aantonen dat het mogelijk is om energiezuinig, jaarrond inducerend te telen. Met deze kennis moet het telers mogelijk zijn grote stappen te maken om energiezuinig en jaarrond te kunnen telen en zo stappen te zetten naar een fossielvrije teelt. Projectomschrijving Het areaal aardbei onder glas in Nederland groeit flink door. Een jaarrondproductie is mogelijk door gebruik te maken van belichting tijdens de winterperiode. Een continue en relatief gelijkmatige productie zou wenselijk zijn. De potentiële productie is dan veel hoger, omdat niet opnieuw een opbouwfase van het gewas benodigd is. Ook de energetische efficiëntie is dan veel hoger. Om continu te kunnen oogsten zal men toe moeten naar ‘inducerend telen’ waardoor een plant een continue vruchtdracht heeft. Het blijkt nog een grote uitdaging om controle over de trosaanleg te krijgen. Hierbij speelt daglengte een belangrijke rol. Momenteel is het nog onduidelijk hoe een plant reageert op daglengte en wanneer precies de vrucht aanleg is. Op het moment dat dit onduidelijk is weet men ook niet aan welke knoppen er moet worden gedraaid om het de teelt te optimaliseren. Doormiddel van deze proef zal hier meer inzicht in worden verkregen. Er wordt gestreefd naar een hogere productie met minder energie verbruik. Door LED-belichting slim in te zetten is in vorig onderzoek gelukt om op kleine schaal in klimaatcellen om de assimilatenproductie te scheiden van de effecten van daglengte op bloei. Dit door een lange dag te geven met een aangepast lichtspectrum, zonder dat dit bij een junidrager ten koste gaat van trosinductie, terwijl dit bij een doordrager toch niet te veel inductie geeft. Opschaling van dit concept kan een doorbraak betekenen voor de aardbeienteelt onder glas waarbij het ook mogelijk moet zijn om klimaatneutraal te worden gezien de teelt relatief koel is. Dit project is gefinancierd door het ministerie van LNV. Projectnummer: 22006

Van 01-05-2022 tot 01-12-2023
Lopend

Phalaenopsis duurzaam geteeld II

Doel Aantonen dat er grote stappen in energiebesparing in phalaenopsis mogelijk zijn. Dit door een combinatie van rekenwerk aan energiezuinige teelttechnieken, onderzoek naar daglichtloos telen, en een demoproef waarin energiezuinige teelttechnieken worden toegepast zoals anders watergeven in combinatie met een ander substraat. Projectomschrijving Phalaenopsis staat voor een grote uitdaging om mee te kunnen in de transitie naar een energiezuinige en op termijn fossielvrije teelt. Tot dusverre lijkt het gewas onder LED in een lopende proef goed te ontwikkelen. Een andere grote uitdaging is de invulling van de warmtevraag in de warme opkweekfase. Een oplossing daarvoor is een meerlagenteelt. Teelt in meerdere lagen kan in een kas (twee of meer teeltlagen) of in een klimaatcel. In een kas gaat de warmtevraag door een tweede teeltlaag omlaag, doordat er per vierkante meter kasoppervlak meer lampwarmte wordt ingebracht en het aantal planten verdubbelt. Teelt in meerdere lagen vraagt kennis over daglichtloos telen in de opkweek en over andere watergift-strategieën. De warmtevraag in de koel- en afkweekfase ligt beduidend lager, maar is er wel een fors elektraverbruik voor koeling. Het project bestaat uit de volgende onderdelen, elk gevolgd door een go/no go-moment: Rekenwerk energiebesparende maatregelen Daglichtloos telen opkweekfase Kasproef Dit project is gefinancierd door het ministerie van LNV. Deelrapport I: effecten van lichtspectrum en temperatuur op groei en voortakken in de opkweekfase Samenvattend kunnen we uit twee proeven de volgende conclusies trekken: • Totaal drooggewicht was gemiddeld 9% lager bij de dagtemperatuur van 27.5°C ten opzichte van 30°C. Ook was de bladafsplitsing ±0.5 blad minder en waren bladeren iets korter. Het is de vraag of een dagtemperatuur van 27.5°C meer energie bespaart dan een aantal weken kortere teelt voor eenzelfde plantontwikkeling bij 30°C overdag. Het grote nadeel van de lage dagtemperatuur was verder de vorming van een groot aantal voortakken. • LED-belichting met een basisspectrum (R89%-G5%-B6%) voldoet om een goede Phalaenopsis op te kweken. • Bij een dagtemperatuur van 30°C kan de nachttemperatuur naar 27°C zonder voortakken te induceren, maar bij een nachttemperatuur van 24°C bestaat het risico op voortakken bij daartoe gevoelige rassen. • Wanneer in de tweede helft van de lichtperiode de temperatuur al wordt verlaagd naar 27°C, bestaat ook het risico op voortakken bij daartoe gevoelige rassen, zij het veel minder dan bij 27°C gedurende de hele dag. Deelrapport II: demonstratie energiezuinige opkweekfase in de kas De doorrekening van de demonstratieproef laat zien dat de energiebesparende maatregelen het totale energieverbruik hebben verlaagd naar 50.6 m3 /m2 /jaar, t.o.v. 72.7 m3 /m2 /jaar (aardgasequivalenten) berekend voor de praktijkreferentie met enkel glas en SON-T. Om te bepalen of het zinvol is om te zoeken naar manieren om de verdamping te beperken, is het energieverbruik ook met 30% minder verdamping doorgerekend. Uit de berekening blijkt dat hierdoor 8% energie op jaarbasis bespaard kan worden. Het is dus zeker zinvol om te onderzoeken of verdamping met teeltmaatregelen beperkt kan worden. Projectnummer: 22004

Van 01-04-2022 tot 01-12-2023
Afgerond

Lelie duurzaam geteeld onder LED

Doel: Het doel is een energiezuinig totaalconcept te ontwikkelen aan de hand van inzichten uit eerder onderzoek dit en te demonstreren. Met de kennis kunnen telers aan de slag met energiezuinige maatregelen zoals lichtspectrum, sturing van klimaat bij LED, telen met aangepaste lichtintensiteit per teeltfase en plantdichtheid in relatie tot temperatuur en lichtsom. Projectbeschrijving: Lelie is een belangrijk gewas met een areaal van een kleine 200 ha. De afgelopen jaren is al veel geleerd over de reactie van lelie op licht en CO2. Zo blijkt lelie met CO2 dosering, wat in de lelieteelt nog niet toegepast werd, met minder belichting eenzelfde kwaliteit behaald te kunnen worden. De eerste teeltweken in de kas bleek lelie zijn energie vooral nog uit de bol te halen, en pas na 3 tot 4 weken was wel fotosynthese nodig voor groei. Die eerste teeltweken blijkt belichting met een hele lage intensiteit voldoende. En afgelopen jaar bleek dat lelie redelijk goed onder full-LED geteeld kan worden mits bij lelies van het Oriëntal-type verrood aan het spectrum toegevoegd wordt. Deze inzichten hebben een aanzienlijk aantal lelietelers er al toe bewogen om daadwerkelijk LED-belichting op hun bedrijven te willen gaan toepassen. De volgende stap is inpassing van deze inzichten in een energiezuinig totaalconcept zoals nu voorgesteld. De kasproef vindt plaats van september 2021 tot mei 2022: Teelt in een proefkas van 500 m2 bij Delphy Improvement Centre met 100% LED. Twee LED-spectra worden getoetst: LED RGB + verrood (89/5/6% + 6 μmol verrood). Dit gaf vorig jaar de beste resultaten, maar nog wel problemen met bladkwaliteit. LED breedband + verrood (hoog % wit + 6 μmol verrood;. Hiermee wordt getracht de verdamping te stimuleren en bladkwaliteit te verbeteren. In de eerste teeltfase van ± 3 weken groeit lelie nog vooral op de bol en wordt met slechts 25 tot 30 μmol/m2/s belicht. Dit stuurlicht is vereist voor goede resultaten (onderzoek 2018-2019). Maar daarbij is wel voldoende blauw en verrood licht vereist. In de daaropvolgende teeltfase benut het gewas licht goed voor de fotosynthese en groei, en wordt 120 μmol/m2/s PAR bijgeschakeld. Er zijn drie opeenvolgende teelten van 10 tot 11 weken netto ieder. De teelten worden uitgevoerd in de periode week 36-46 (najaarsteelt), week 48-06 (winterteelt), en week 08-18 (voorjaarsteelt). Er worden verschillende rassen lelie geteeld die representatief zijn voor de leliebroei. Door te variëren in plantdichtheid kan gemeten worden waar de grenzen liggen in beperking van de belichting, en wat er aan productie haalbaar is. De principes van HNT worden zover mogelijk gehanteerd. De uitdaging daarbij is om bij een zo laag mogelijk energiegebruik te sturen op voldoende verdamping om de bladkwaliteit goed te houden. Het vochtgehalte in de kisten wordt gemonitord. Per ras en per lichtspectrum kan apart gegoten worden. Het effect van de twee verschillende lichtspectra op de fotosynthese en huidmondjesopening wordt gemeten aan minimaal vier rassen. De ontwikkeling van het gewas wordt gemonitord ten aanzien van productie, kwaliteit, houdbaarheid. De kwaliteit van de lelies in dit experiment was meestal goed en verschilde weinig tussen de twee lichtspectra. Het H-Wit-spectrum verkortte de teeltduur met één tot twee dagen, waarschijnlijk doordat het de temperatuur iets verhoogde. Huidmondjesgeleiding en bladkwaliteit waren niet hoger onder het H-Wit-spectrum. Een verhoogde plantdichtheid verlaagde het takgewicht iets, hoewel dat varieerde per trek en per cultivar. Als het takgewicht lager werd, resulteerde dat meestal niet in takken van slechte kwaliteit, hoewel de hoogste plantdichtheid bij cv. Zambesi in trek 2 minder knoppen per tak gaf. De trekduur werd niet of nauwelijks langer door een hogere plantdichtheid. Afhankelijk van het marktsegment waar de teler zich op richt is het verhogen van de plantdichtheid dus een veelbelovende manier om meer te kunnen produceren op hetzelfde kasoppervlak. Effect op bladkwaliteit De bladkwaliteit was in het algemeen redelijk goed tot goed, behalve bij cv. Marlon in met name de tweede trek (chlorose) en in de eerste trek bij cv. Brindisi (bladpunten door calciumgebrek). Zowel de bol- en substraatkwaliteit als de hoge luchtvochtigheid kunnen hieraan hebben bijgedragen. Er was geen effect van lichtspectrum of plantdichtheid op de zichtbare bladkwaliteit. Geregeld haalden de lelietakken de gewenste lengte van 90 cm niet. Dit kan verschillende oorzaken hebben gehad, zoals een te korte voortrek en de relatief hoge belichtingsintensiteit. Het probleem kan waarschijnlijk worden voorkomen door een voldoende lange voortrek, door pas later in de teelt het licht op te schakelen en/of door een grotere DIF toe te passen. Lichtspectrum, en opmerkelijk genoeg ook plantdichtheid, hadden geen consistent effect op taklengte. Ervaring met klimaatsturing Vanwege het ±19% hogere gebruik aan elektriciteit bij het H-Wit-spectrum en de even goede prestaties onder beide spectra, is het L-Wit-spectrum meer aan te bevelen dan een spectrum met een hoger aandeel witte LED. Een vrijwel fossielvrije lelieteelt onder full-LED lijkt binnen handbereik. Het gasverbruik voor verwarming was in totaal 13.3 m³ m⁻², waarbij alleen in de zomer (half mei tot derde week van september) niet geteeld is. Er zal ervaring moeten worden opgedaan met de klimaatsturing om de optimale bladkwaliteit te bereiken onder full-LED belichting met een minimale aanvullende warmte-input. Projectnummer: 20183

Van 01-07-2021 tot 31-12-2022
Afgerond

Phalaenopsis duurzaam geteeld

Doelstelling In deze proef is het doel om aan te tonen dat een grote stap in energiebesparing in de teelt van phalaenopsis mogelijk is. Dit door een aantal aspecten te combineren in een demonstratieteelt en te vergelijken met een praktijkconforme controle-teelt. Projectbeschrijving Phalaenopsis is een belangrijk gewas met een areaal van >200 ha, teeltduur van bijna een jaar en zeer energie-intensief door belichting, koeling voor bloei-inductie en in de opkweekfase wordt gedurende 24-28 weken de kas verwarmd tot 29˚C. Energieverbruik: warmte ±55 m³/m²/jaar; elektra belichting ±160 kWh/m²/jaar; elektra koude ±130 kWh/m²/jaar. De afgelopen 5 jaar is veel (plantfysiologisch) onderzoek gedaan. Omdat Phalaenopsis een CAM-plant is, zijn er een aantal bijzonderheden aan de fysiologie die mogelijkheden bieden tot besparing. De verschillende onderzoeken hebben een aantal inzichten opgeleverd die samen met andere ontwikkelingen (dimbare LED, PAR perfect scherm, inzichten HNT) nu in één teeltconcept gedemonstreerd wordt. Het project bestaat uit drie werkpakketten (WP’s): WP1: Vooronderzoek lichtspectrum in de afkweek In de kasproef (WP2) wordt met full-LED belicht. Alleen is in de afkweekfase mogelijk behoefte aan een aandeel verrood licht in het spectrum om een normale takstrekking en bloemontwikkeling te krijgen. Dit onderzoek vindt plaats in een klimaatcel van Plant Lighting met 4 of meer rassen met of zonder verrood in aanvulling op een spectrum met rood wit blauw. Resultaat is input voor de kasproef. WP2: kasproef Van augustus 2021 t/m begin april 2022 vindt de kasproef plaats en dus in het winterhalfjaar waar belichting belangrijk is en dus de focus heeft en koeling in de zomer dus niet. De kasproef heeft de volgende kenmerken: In twee proefkassen van netto ±120 m2 ieder wordt geteeld op open tafels. Vier tot acht rassen in overleg met de BCO. In de ene kas wordt geteeld volgens de standaarden van een gemiddeld, modern bedrijf. In de andere kas (demokas) wordt geteeld met maximale energiebesparing met een topkwaliteit Phalaenopsis, met de volgende maatregelen: dimbare full LED (spectrum wordt bepaald op basis van WP1) met een intensiteit van 135 μmol/m2/s. Er wordt niet meer belicht dan nodig voor een streef PAR-som per teeltfase. Lichtintegratie en maximaal gebruik van daglicht door het PARperfect scherm. De overgang van de verschillende CAM-fases in een dag wordt bepaald via live fysiologische metingen in de kas (met chlorofyl fluorescentie). Op basis van die informatie wordt het moment van schermen, dimmen lampen en CO2 dosering bepaald. Er wordt overdag geen CO2 gedoseerd waarin de huidmondjes gesloten zijn (zogenoemde CAM-fase III). CO2 dosering wordt ook beperkt door dosering op basis van ventilatievoud. Voor besparing op warmte wordt de demokas uitgerust met 3 schermen, wordt minder warm geteeld gedurende de opkweek-fase (27.5°C in plaats van 29°C), de minimumbuis beperkt (wel inzetten gedurende een dag na gieten) en inzet van temperatuurintegratie. WP3: Rekenwerk energiebesparing De gerealiseerde energiebesparing wordt inzichtelijk gemaakt voor de situatie van een moderne commerciële kas. Dit wordt modelmatig berekend over meerdere jaren met een kasklimaat-model. Met deze berekeningen worden de effecten van de afzonderlijke energiebesparende maatregelen inzichtelijk gemaakt. Verder wordt gerekend aan de warmtevraag bij LED-belichting, en aan de bijdrage van verschillende methoden om die warmtevraag duurzaam te kunnen invullen. Projectnummer: 20172

Van 01-04-2021 tot 31-12-2022
Afgerond

Leliebroei onder LED met minimaal energieverbruik

Doel Aantonen hoe lelie op een energiezuinige manier geteeld kan worden bij 100% LED. Ook wordt geschetst hoe een fossielvrije teelt eruit ziet.Telers krijgen met deze kennis een beeld hoe er met 100% LED geteeld kan worden en hoe een fossielvrije teelt eruit ziet. Projectbeschrijving De afgelopen jaren heeft een aantal onderzoeken plaatsgevonden die kennis hebben opgeleverd om tot een duurzamere lelieteelt te kunnen komen. In 2014-2016 is aangetoond dat CO2-dosering effectief is bij lelie, waardoor minder belichting nodig is om dezelfde kwaliteit te behalen. In 2017 is aangetoond dat lelie gedurende de eerste kasweken voornamelijk zijn energie uit de bol haalt en pas daarna groeit op basis van assimilatie (en dus meer licht nodig heeft). In het meest recente onderzoek (in afronding) is aangetoond dat een zeer lage lichtintensiteit voldoende is in de lelieteelt gedurende de eerste teeltweken. In die proef is gedurende de eerste teeltweken voorgebroeid onder verschillende belichtingsstrategieën met LED, en vervolgens afgebroeid in de kas. Er blijkt fors te kunnen worden bespaard op elektra met de juiste kennis over het benodigde lichtspectrum en de vereiste daglengte. Voorbroei onder het juiste spectrum LED, al dan niet in meer lagen, biedt een flinke besparing op elektra. De vraag is in hoeverre de bijzondere eisen aan het lichtspectrum tijdens de daglichtloze voorbroei ook gelden in een kas waar altijd daglicht is. Ook is de vraag of een bijzonder spectrum alleen benodigd is gedurende de eerste teeltweken, of ook later in de teelt. Sturingsmogelijkheden met LED op trekduur en takkwaliteit, zoals bleek uit de voorbroeiproef, maken een investering in LED mogelijk aantrekkelijker voor telers. We willen aantonen hoe lelie op een energiezuinige manier kan worden geteeld bij 100% LED. Als dit een geslaagde teelt oplevert, komt een fossielvrije lelieteelt sneller binnen bereik. De kasproef vindt plaats in de periode september 2020-april 2021. Het onderzoek is op de volgende manier opgebouwd: • In twee proefkassen (2x150 m2) bij Delphy Improvement Centre worden zes tot acht verschillende rassen lelie geteeld onder 100% LED. • In de twee proefkassen wordt belicht met twee verschillende lichtspectra: ‘standaard’ LED rood/(wit)/blauw en LED rood/(wit)/blauw plus verrood. De eerste variant is het meest energie-efficiënt en heeft de laagste kostprijs. De tweede variant is mogelijk noodzakelijk om het gewenste teeltresultaat te verkrijgen. Deze kennis is onmisbaar voor LED-belichte lelieteelt. • De principes van HNT worden zo veel mogelijk gehanteerd (schermen tegen uitstraling, luchten beperken om CO2 binnen te houden, temperatuurintegratie, etc.). • Er zijn vier plantingen: half september, half oktober, begin december en eind december (kas in week 37, 40, 49 en 53). • Het effect van de verschillende lichtspectra op de fotosynthese wordt gemeten voor minimaal vier rassen. • De ontwikkeling van het gewas wordt gemonitord t.a.v. productie, kwaliteit en houdbaarheid. • In het rapport worden aanbevelingen gedaan voor inpassing van de opgedane kennis in een energiezuinig teeltconcept. De gewascooperatie Lelie draagt 10% van dit project in cash bij. De algehele conclusie is dat onder full-LED over het algemeen een goede lelie geteeld kan worden voor wat betreft snelheid, takgewicht, stevigheid, lengte, knopontwikkeling en vaasleven. Voor voldoende teeltsnelheid blijkt een lage intensiteit verrood nodig te zijn bij de Oriëntals en OT’s. Zonder verrood was er in alle vier de trekken een forse teeltvertraging (tot wel 12 dagen!). Dus ook in een kas met daglicht, zowel bij de plantingen in september als in december. Waarbij de vertraging onder verrood groter was in de 3e en 4e trek (december-planting), wat erop duidt dat bij deze lelies de verrood-behoefte in eerste teeltweken belangrijker is om vertraging te voorkomen, dan in de laatste teeltweken. Immers, in december is de hoeveelheid daglicht in de kas het kleinst, en daglicht heeft een fors aandeel verrood. Ook remde de toevoeging van verrood overmatige lengtegroei bij de OT’s Tabledance en Zambesi, en verbeterde het vaasleven van de OT’s en Oriëntals in trek 2. Voor lelie is bekend dat het planthormoon gibberelline bladvergeling tegen gaat en dat suikers juist bladvergeling bevorderen (Kok, 2006; Harkema en Woltering, 2012). Een spectrum zonder verrood remt via de fytochromen de gibberelline-productie in planten (Whitelam en Halliday, 2007). Mogelijk biedt dit een verklaring voor de snellere vergeling op de vaas van de lelies opgegroeid onder de LED RWB belichting in trek 2. Voor de LA’s en Longiflorum was het voordeel van toevoeging van verrood aan de belichting minder of niet overtuigend. De trekduur van de LA’s was weliswaar enige dagen korter met verrood. Maar het takgewicht was weer hoger zonder verrood. En toevoeging van verrood brengt kosten met zich mee (investering en elektra). Of verrood voldoende voordelen biedt is aan de teler om te bepalen. Overigens is het opvallend dat de teeltsnelheid van de OT’s en Oriëntals sterk reageert op verrood, terwijl dat niet geldt voor de getoetste LA- en Longiflorum variëteiten. In een veel eerder onderzoek bleek al dat de trekduur van Aziatische- en Longiflorum-hybriden niet gevoelig was voor dagverlenging, terwijl Oriëntals wel reageerden (Hendriks, 1986). Bij Oriëntal-lelies is aangetoond dat dagverlenging met een gloeilamp een veel groter effect heeft op teeltduurverkorting dan met een spaarlamp (Brooymans et al, 1991). Een gloeilamp straalt een fors aandeel verrood licht uit, en een spaarlamp niet. Voor een succesvolle teelt van een hoge kwaliteit lelie met een laag elektraverbruik door toepassing van full-LED, ligt de uitdaging vooral nog in de bladkwaliteit. Hoe kan gestuurd worden op egaal donkergroene bladeren? Zowel substraat, als lichtspectrum, als klimaatsturing, zouden hier een rol in kunnen spelen. Verder biedt LED kansen voor verdere elektrabesparing door het licht te dimmen gedurende de eerste kasweken. In eerder onderzoek is aangetoond dat de eerste weken in de kas de lichtbehoefte nog minimaal is (Hogewoning et al. 2016 en 2020). Dit vraagt dimbare LED-armaturen, met idealiter een apart aanstuurbaar verrood-kanaal. Zo kan vanaf start in de kas voldoende verrood geboden worden (6 μmol/m²/s), zonder dat bij opschakelen van de lampen de intensiteit verrood onnodig verhoogd wordt. Ook kan bij voldoende daglichtinstraling het verrood dan worden afgeschakeld om enige Watts/m² elektra te besparen. Zo komt een hoogproductieve energiezuinige en uiteindelijk fossielvrije lelieteelt steeds dichterbij. Projectnummer: 20160

Van 01-08-2020 tot 30-09-2021
Afgerond