Zoeken

Resultaat 1 tot 10 van 52.

Komkommerteelt in geconditioneerde kas

In de nieuwe proefkassen van PPO in Bleiswijk wordt een vergelijking gemaakt van de teelt van komkommer met het hoge draad systeem in een geconditioneerde kas en de teelt van komkommer in een standaardkas. Een bestaand gewasmodel voor de groei van komkommer wordt gebruikt. Hiermee is een teelt goed na te rekenen en worden verschillen in gerealiseerde en berekende productie geanalyseerd. Geconditioneerd telen komkommer heeft met het experiment in 2007 een eerste stap gezet op een ontwikkeling om dit gewas op een hoger productie niveau te brengen. De combinatie van hoge draad teelt met geconditioneerd combineert twee systemen, die nog volop in ontwikkeling zijn. Een hogere stengeldichtheid is bij komkommer en hoge draad gunstig voor de productie. Structureel een klein blad in de kop wegnemen is nadelig voor de productie. Projectnummer: 12696

Van 01-11-2006 tot 31-12-2007
Afgerond

Nabij Infrarood Relecterend (NIR) beweegbaar scherm

Door gebruik te maken van een geweven doek bestaande uit lichtdoorlatende folie, waarop een NIR reflecterende coating is aangebracht, ontstaat de mogelijkheid om een deel van de warmtestraling te weren met behoud van zoveel mogelijk groeilicht. In tegenstelling tot een krijtscherm kan dit naar behoefte worden ingezet. Ook kan het dienst doen als energiescherm, zolang de vochtdoorlatendheid voldoende is. Boven het scherm kan met behulp van een nevelinstallatie additioneel warmte worden afgevoerd of zelfs verzameld. De vraag van dit onderzoek is wat het aanbrengen van NIR-coating verandert aan het klimaat in een kas. Op basis van literatuuronderzoek en de theorie van de Wet van behoud van energie blijkt dat geen eenduidig antwoord op te geven valt op de vraag van dit onderzoek. Vermindering van de instraling door een NIR filter levert potentieel een vermindering op van de verdamping. Dat heeft een positief effect op de CO2-concentratie in de kas. De luchttemperatuur en de bladtemperatuur blijven echter relatief hoog. Maar dit hangt ook van vele andere (stuurbare) factoren af hoe groot en op welke plek in het gewas een verandering meetbaar is. NIR filtering zonder een aangepaste regeling schiet zijn doel dus voorbij. Een aantal van de te behalen voordelen zijn ook haalbaar met andere methoden, zoals verneveling in combinatie met een goede raamstandregeling. In dat geval komt er netto meer PAR licht in de kas. Een goede kostenafweging is daarom noodzakelijk. Projectnummer: 12628

Van 01-09-2006 tot 31-01-2007
Afgerond

Huidmondjesopening en klimaatsturing

PPO en Hoogendoorn hebben een methode ontwikkeld om de opening van de huidmondjes te kunnen meten en op basis daarvan meer direct te kunnen vaststellen of verdamping en CO2-opname optimaal verlopen. Verhoging van de CO2-concentratie in een kas door het dichthouden van de luchtramen heeft alleen zin wanneer de huidmondjes ver genoeg openstaan om die CO2 ook op te nemen. Anderzijds kunnen te hoog oplopende kastemperaturen of te veel instraling leiden tot een dusdanig hoge verdamping dat verwelking dreigt. Op dat moment kan worden besloten om de verdamping te beperken door de instraling te verminderen. In dit onderzoek is een nieuwe theoretische basis gelegd voor het functioneren van het huidmondje. Daarbij is de energiebalans het uitgangspunt en kan met een rekenmodel, een zogenaamde softsensor, de gemiddelde stand van de huidmondjes uitgerekend worden. Door middel van een nieuw ontwikkelde stempelmethode kon in enkele seconden een afdruk worden gemaakt van een huidmondje zonder de plant te beschadigen. Helaas leverden beide methoden niet altijd overeenstemming op. Waarschijnlijk kan alleen het meten van de daadwerkelijke verdamping en de CO2-opname van een groter aantal planten de nauwkeurigheid van de softsensor aantonen. De beide methoden zijn ook nog vergeleken met de uitkomsten van een veelgebruikt meetinstrument, de Porometer, maar er was geen sprake van een betrouwbare correlatie. Daarnaast geeft dit onderzoek aanwijzingen dat de bestaande methoden van huidmondjesmeting en gewasverdampingsmodellen ter discussie gesteld kunnen worden. Hiervoor is meer onderzoek nodig. Projectnummer: 12631

Van 01-08-2006 tot 01-08-2007
Afgerond

Energiebesparing Poinsettia houdbaarheidsproef

In dit project wordt onderzocht of er geteeld kan worden bij een lage teelttemperatuur en hoge RV (zodat energieverbruik door minimumbuis kan verminderen) en welke cultivars geschikt zijn voor teelt bij lage temperatuur en hoge RV. Belangrijk knelpunt in de poinsettiateelt zijn de hoge energiekosten. Dit is te verminderen door een lagere teelttemperatuur en het weglaten van de minimumbuis. Om de risico's hiervan te onderzoeken, heeft Wageningen UR Glastuinbouw in 2006 bij lage temperatuur zonder minimumbuis het effect van twee R.V.- niveaus onderzocht. Zes vermeerderaars hebben hiervoor elk één cultivar ingezonden. Waarnemingen zijn gedaan aan plant- en bloeikwaliteit, het optreden van botrytis en de houdbaarheid. Tussen de cultivars zijn geringe verschillen waargenomen. Er was één soort dat het wat minder goed deed dan de rest (deze bleek overigens wel goed houdbaar). Ook tussen de behandelingen waren nauwelijks verschillen. Al met al blijken er voor diverse cultivars zeker mogelijkheden om bij lage temperatuur en zonder minimumbuis te telen. Projectnummer: 12568

Van 01-07-2006 tot 31-03-2007
Afgerond

Energiebesparing door regelen op microklimaat chrysant

Mogelijkheden van energiebesparing door een geringer gebruik van de minimumbuis worden in kaart gebracht. Een lagere ruimte temperatuur beïnvloedt de vochtigheid in het gewas. Met behulp van metingen van de luchtvochtigheid in/tussen het gewas, een bladnat sensor en schatting van het condensatie worden de mogelijke risico's op ziekten in kaart gebracht. Uit dit onderzoek kwamen de volgende resultaten naar voren: De RV in het gewas is gemiddeld 6-9% hoger dan de RV zoals gemeten met de meetbox. De RV in het gewas was onder verduistering 8-12% hoger dan de RV van de meetbox. Door de berekende dauwpunttemperatuur te vergelijken met de planttemperatuur werd condensatie berekend op verschillende tijdstippen gedurende de teelt. Isolatie van het ondernet had slechts een geringe invloed. De RV onder in het gewas was 2-3% hoger dan de RV ter hoogte van het ondernet. Er was een relatie tussen straling enerzijds en het verschil tussen plant- en kastemperatuur anderzijds. De sapstroom was zeer goed gerelateerd aan zowel de straling (globaal of PAR) en het vochtdeficiet (of RV). Een berekende verdamping op basis van beide grootheden geeft een betere schatting dan een relatie op basis van alleen straling. Er was een duidelijke relatie tussen de warmteafgifte van het verwarmingssysteem en de buitentemperatuur. Projectnummer: 12358

Van 01-11-2005 tot 01-06-2006
Afgerond

Paprikateelt in de gesloten kas

Bij tomaat is bewezen dat telen in een gesloten kas de kans biedt om een doorbraak te realiseren. De landelijke commissie Paprika heeft de kans gegrepen om in de kas van Themato paprika's te telen. Daarmee kan in een keer op praktijkschaal worden aangetoond of het principe van de gesloten kas ook voor paprika werkt. De paprikateelt heeft met de resultaten van dit project zeker een extra impuls gekregen om de productie op een hoger niveau te brengen zonder op kwaliteit in te leveren. De resultaten van dit project zijn voldoende positief om een vervolgtraject op te starten. Projectnummer: 12382

Van 01-10-2005 tot 31-12-2006
Afgerond

Energiezuinig sturen Paprika

Uit een verkennende studie naar de optimalisatie van de paprikateelt, bleek dat teeltsturing op basis van dynamische optimalisatie theoretisch kan leiden tot een gelijkmatig afzetpatroon met behoud van productie, in combinatie met circa 10% energiebesparing. In dit project worden de theoretisch berekende mogelijkheden in een teeltproef getoetst. Hierbij worden de volgende aspecten onderzocht: Experimenteel toetsen van sturing van het teeltproces op basis van dynamische optimalisatie; Toetsen gewasmodel binnen een brede temperatuurbandbreedte; Toetsen systeem voor klimaat- en gewasmonitoring; Toetsen systeem voor prognoseberekeningen; Toetsen methode voor dynamische optimalisatie; Realiseren van een gelijkmatig oogstpatroon bij paprika, bij normaal productieniveau. Het vraagstuk waarop de techniek werd getest was het combineren van energiebesparing met het realiseren van een gelijkmatig afzetpatroon in de paprikateelt, bij minimaal gelijkblijvende productie. De resultaten van een modelmatig gestuurde teelt laten zien dat dynamisch optimaliseren als techniek inderdaad met succes kon worden toegepast. Daarmee is de Proof of Principle geleverd. In de proef is energiebesparing en productieverhoging gerealiseerd. Echter bleek wel dat in conventionele kassen de stuurmogelijkheden in de zomerperiode te beperkt zijn om de zettingsgolven te kunnen sturen, terwijl in de gestuurde afdelingen de vruchten ook wat kleiner bleven. Opties voor een verbeterde opzet worden bediscussieerd. Projectnummer: 12369

Van 01-10-2005 tot 01-04-2007
Afgerond

Verbeteren van verticaal temperatuurprofiel in Aircokas

In een Aircokas worden de luchtramen zo lang mogelijk gesloten gehouden. Door de verminderde warmtebehoefte ontstaat met name in de ochtend een verkeerd verticaal temperatuurprofiel. Er ontstaat gevaar voor condensatie en botrytis. Bij gebruik van belichting wordt dit probleem nog versterkt in verband met de extra warmtetoevoer van bovenaf. De huidige methode om dit probleem op te lossen bestaat uit het aanzetten van de laagliggende verwarming. Wanneer de warmte bovenin de kas naar beneden wordt getransporteerd ontstaan twee voordelen. Het verticale temperatuurprofiel verbetert en de totale warmte-inhoud van de kas verandert niet, waardoor geen extra verdamping wordt gestimuleerd. Het project geeft antwoord op de vraag aan welke eisen een systeem voor verticale luchtbeweging moet voldoen voor twee pilotgewassen: tomaat en paprika. Voor het doel zijn twee systemen getest: luchtbehandelingkasten (LBK's) die bovenin de kas hangen en verticaal werkende ventilatoren van het type Aircobreeze. Uit metingen in een kas met tomaten en paprika's bleek dat ondanks een groot volume verplaatste lucht (25 m3/m2/uur) de LBK's geen goede temperatuurverdeling te bereiken was. Met behulp van verticaal werkende Aircobreeze ventilatoren was bij gesloten scherm een goede verticale temperatuurverdeling haalbaar met een klein stroomverbruik van 1 W/m2. Daarnaast konden de schermdoeken vaker volledig gesloten blijven of intensiever gebruikt. De Aircobreeze is daarmee een uitstekend instrument om met één of twee volledig gesloten energieschermen paprika of tomaat te telen. De te behalen energiebesparing is daarmee direct afhankelijk van de inzet van energieschermen. Ondanks een hogere gemiddelde RV door het dichter houden van de schermen en het laten vervallen van de minimum buis trad botrytis niet meer op. De Aircobreeze heeft geen effect op horizontale temperatuurverschillen. Projectnummer: 12635

Van 01-08-2005 tot 31-05-2006
Afgerond

Energieproducerende kas

In de energieproducerende kas worden de technische prestaties van de systemen gemeten en worden de effecten op de gewasgroei bepaald. In het project staat de realisatie van een kas voor gewasteelt en warmtelevering centraal. Naast een verhoogde teeltopbrengst is het doel om minimaal de jaarlijkse hoeveelheid toegevoegde energie in de vorm van bruikbare warmte te exporteren. Het onderzoek leverde veel nieuwe inzichten op. Een kas met geavanceerde technologie kan energie van de zon verzamelen, opslaan en hergebruiken. Met zonne-energie is een prima teeltklimaat te realiseren. Het bleek dat bij een aantal potplanten teeltversnelling is te realiseren als er minder wordt gewerkt met schaduwdoek. Een voorwaarde is dan wel dat de luchtvochtigheid in de kas op peil wordt gehouden met verneveling. De opbrengst aan zonne-energie weegt echter bij het verschijnen van het eindrapport nog niet op tegen de kosten van de nieuwe technologie. Het gebruik van WKK-installaties is daarom nu uit economisch oogpunt interessanter voor de glastuinbouw. Op de lange termijn moet de tuinbouw echter over een alternatief voor fossiele brandstof beschikken. De kennis en technologie die in de Energieproducerende Kas is ontwikkeld, bieden daarvoor gereedschappen. In het nieuwe Innovatie- en Democentrum (IDC) in Bleiswijk worden deze verder ontwikkeld. Projectnummer: 12849

Van 01-06-2005 tot 31-10-2008
Afgerond

Praktijknetwerk Roos & Energie

De verbetering van de energie-efficiëntie van rozenbedrijven staat in dit project centraal. Hiertoe worden 15 bedrijven intensief gemonitord en wordt met behulp van vereenvoudigde fysiologische modellen en zogenoemde groeigetallen de energie-efficiency van bedrijven gestuurd en verbeterd. Voor dit project is een werkende technische omgeving gerealiseerd. Het project kon zo een stimulans zijn voor de al lopende ontwikkelingen bij automatiseerders. Daarnaast zijn kengetallen ten behoeve van energie-efficiënte teeltsturing en groei opgesteld. Deze kengetallen zijn algemeen toepasbaar voor alle rozentelers. Met geringe aanpassingen zijn de kengetallen geschikt voor andere sierteeltgewassen en de groenteteelt. Daarnaast is er in 2006 gemiddeld 7% energie bespaard op bedrijfsniveau. Hierbij wordt aangetekend dat de stijgende energieprijs besparingen heeft gestimuleerd. Energieverbruik en productie zijn in dit project onderling onafhankelijk. Het kengetal energie-efficiëntie lijkt geen toegevoegde waarde te hebben naast de kengetallen energieverbruik en productie. Projectnummer: 12162

Van 01-01-2005 tot 01-07-2005
Afgerond