Zoeken

Resultaat 1 tot 10 van 25.

CO2 afvangst met membramen

In deze studie wordt de haalbaarheid bepaald van het afvangen van CO2 uit rookgassen met behulp van membranen. Rookgassen van AEB bevatten CO2 dat indien gezuiverd en geconcentreerd via het transportnetwerk van OCAP aan tuinders geleverd zou kunnen worden. Afvangst van CO2 uit die rookgassen met behulp van CO2-selectieve gasscheidingsmembranen zou dit mogelijk kunnen maken, en biedt voordelen boven alternatieven, zoals geen gebruik van chemicaliën, modulariteit en eenvoud. De kostprijs voor afgevangen CO2 is bepalend voor de haalbaarheid maar niet bekend voor deze toepassing. De drie economisch meest gunstige cases (voor 40%, 60% en 99% productconcentratie) voor de AVIrookgasstroom blijken uit te komen op kosten van EUR 42, EUR 38 en EUR 67 per ton afgevangen CO2. Voor de biogasmotor-rookgasstroom kosten de overeenkomstige beste cases EUR 46, EUR 43 en EUR 56 per ton afgevangen CO2, respectievelijk. Zuiveringskosten van SO2 en/of NOx maken een significant deel uit van de totale kosten, terwijl het zonder experimentele gegevens uiterst onzeker is in hoeverre dit nodig is. Als zuivering niet nodig blijkt, dan kan een prijs van EUR 26 per ton afgevangen CO2 worden gehaald voor de AVI-rookgastroom, en EUR 30 voor de biogasmotor-rookgasstroom. Dit is ongeveer het economisch wenselijke bedrag. De eerste en belangrijkste vervolgstap richting toepassing van deze technologie is het verzamelen van experimentele gegevens over de concentraties van eventuele vervuilingen in de productstroom. Projectnummer: 14768-02

Van 01-11-2012 tot 01-03-2013
Afgerond

Kansen voor ondiepe geothermie

Ondiepe geothermie (warmte uit de bodem op 500-1000 m diepte) kan een interessante duurzame warmtebron zijn. In deze studie wordt bepaald wat de bijdrage kan zijn, waar in Nederland dit mogelijk is, hoe dit moet en voor welk type bedrijven dit dan interessant is. Hoewel de kostprijs hoger is dan kasverwarming met WKK/ketel, is het toekomstperspectief positief. Met name de locatie is daarbij bepalend. Ook van doorslaggevend belang zijn de boorkosten. Dieper boren naar een hogere temperatuur blijkt niet automatisch te leiden tot de locaties met de meeste potentie. Ondiepe geothermie kan, bij stijgende gasprijzen en innovaties zoals Het Nieuwe Telen (HNT), een rol krijgen in verwarming van kassen. Ook bieden subsidies zoals SDE(+) en EIA mogelijk extra kansen. En als meer bekend wordt over de ondergrond, kan dat wellicht leiden tot soepelere veiligheidsvoorschriften Projectnummer: 14304

Van 01-05-2011 tot 01-06-2011
Afgerond

Doorbraak ondiepe geothermie

In dit project wordt in een quickscan bekeken wat de mogelijkheden zijn voor ondiepe geothermie. Om de verkenning zo concreet mogelijk te maken wordt een tuinder die interesse heeft nauw betrokken. Als deze studie perspectieven biedt, kan dat aanleiding zijn voor een uitgebreider onderzoek. OGT is hierbij zowel ingezet als basislast, maar ook als variant volgens Het Nieuwe Telen. Door de hoge vraag in januari tot mei en in november / december, is de inzet van OGT aantrekkelijk. In de gemodelleerde situatie draait in zomermaanden de WKK t.b.v. CO2 en elektriciteits-opwekking. Het leveren van meer warmte met de OGT leidt tot een lagere kostprijs. De kostprijs is zonder subsidies berekend, alleen fiscaal voordeel is meegenomen. Projectnummer: 14031-06

Van 01-04-2010 tot 01-07-2010
Afgerond

Haalbaarheid TEG-installaties

Door een Thermo Elektrische Generator (TEG) kan warmte direct omgezet worden in elektriciteit. Deze systemen hebben geen bewegende delen, een zeer lange levensduur, bijna geen onderhoud en zijn volkomen geluidloos. Het rendement van de TEG's is de laatste jaren sterk gegroeid tot boven de 10%. Het doel van het project is om inzicht te geven in de technisch en economische haalbaarheid van de toepassing van TEG's in de glastuinbouw. Ook wordt de techniek vergeleken met alternatieve systemen. Thermo-electrische generatoren (TEG's) zetten warmte direct om in electriciteit en zijn daarmee in principe interessant voor gebruik in kassen, waar allerlei warmtestromen beschikbaar zijn die een significant deel van de tijd niet (volledig) worden benut. De economische haalbaarheid hangt met name af van de efficiëntie en prijs (per Watt) van zulke TEG's. Het blijkt dat met de huidige stand van de techniek en kosten het gebruik van TEG's duidelijk niet rendabel is. Technisch gezien is energieopwekking / -terugwinning wel mogelijk in / om WKK's (andere warmtesystemen blijken ongeschikt vanwege een te laag temperatuursverschil). Wanneer de ontwikkeling doorgaat en de prijs ordes van grootte zakt bij stijgende prestaties, kunnen TEG's interessant worden. Projectnummer: 13498

Van 01-01-2009 tot 01-11-2009
Afgerond

Invloed bodem op kasklimaat

Is energiebesparing mogelijk door optimaal gebruik te maken van de kasbodem in relatie tot teelten (en teeltomstandigheden) met een laag gasverbruik (tot circa 10 m3/m2)? Is het mogelijk door bepaalde maatregelen (zoals aanbrengen isolatie) de warmteopslagcapaciteit van de toplaag te vergroten? Kunnen we in/rond de bodem energie te besparen? Zo ja, door welke maatregelen en hoeveel energiebesparing levert dat dan op? Wat is het eventuele effect op het binnenklimaat? Op deze vragen wordt antwoord gezocht in dit project. In een beknopte literatuurstudie is een aantal aanknopingspunten gevonden om de energiehuishouding te verbeteren: Een hogere bodemtemperatuur (c.q. worteltemperatuur) kan een compensatie bieden voor een lagere kastemperatuur; In de bovenste laag van de bodem kan een aanzienlijke hoeveelheid warmte worden opgeslagen; Het gebruik van schermen kan het weglekken van warmte uit de bodem tegengaan; De stralingsverliezen van het buisrailnet naar de bodem kan gereduceerd worden. Projectnummer: 13497

Van 01-12-2008 tot 01-10-2009
Afgerond

Quick scan Potentie warmtepompen extensieve teelten

Warmtepompen bieden in potentie goede mogelijkheden voor een flinke besparing op het gasverbruik (circa 10 à 30%; bij gesloten kasconcepten zelfs tot circa 40%). Warmtepompen halen de warmte nu meestal uit aquifers, maar deze bronnen van warmte hebben beperkingen. Een voorbeeld van een beperking is dat het overal mogelijk is en dat de investeringen fors zijn, met name voor teelten met een beperkte energievraag. Het doel van deze quickscan is om de mogelijkheden te verkennen van warmtepompen in combinatie met een warmtebron op basis van buitenlucht, oppervlaktewater of bodemwarmtewisselaars voor energiearme teelten (met een energieverbruik van circa 12 à 20 m3 ae/m2). Er zijn twee referentieteelten beschouwd (radijs en koude potplant), twee typen warmtepompen (elektrische en een gasmotorgedreven warmtepomp) en twee warmtebronnen (oppervlaktewater en buitenlucht). De primaire energiebesparing varieert van circa 22% tot 43%. Bedrijfseconomisch kunnen onder andere de volgende conclusies getrokken worden: Bij de huidige energieprijzen en verwachte benodigde investeringen wordt een terugverdientijd verwacht van circa 6 tot 70 jaar, afhankelijke van het type warmtepomp, de aard van de warmtebron en de teelt. Bedrijfseconomisch is de gasmotorwarmtepomp bij koude potplant op oppervlaktewater het meest aantrekkelijk met een verwachte terugverdientijd van circa 6.2 jaar. Voor de elektrische warmtepomp op oppervlaktewater is dat 8 jaar. Een warmtepomp bij radijs is (onder de huidige marktomstandigheden) bedrijfseconomisch niet interessant. De bedrijfstijd is te kort om tot een redelijke terugverdientijd te komen. De terugverdientijd is sterk gevoelig voor de gasprijs. Projectnummer: 13496

Van 01-12-2008 tot 01-10-2009
Afgerond

CO2 afvangst en opslag

De rookgassen uit WKK's worden nu gezuiverd voor de CO2-dosering. Een optie is CO2 uit de rookgassen te verwijderen en te doseren in de kas zonder andere (schadelijke) gassen. Hier komen diverse processen voor in aanmerking. Mogelijkheden zijn chemische en fysische wasprocessen, membranen, zeolieten, cryogene destillatie. Zeolieten kunnen o.a. ook voor CO2-opslag worden gebruikt, zodat deze onafhankelijk van warmte en stroomproductie kan worden ingezet. Doel van dit project is een analyse van de mogelijkheden voor productie (afvangst / zuivering) en opslag van (bio-)WKK-CO2. Een verzameling eisen aan CO2 opslag- en afvangstsystemen voor de glastuinbouw is opgesteld. De verschillende technieken zijn naast deze criteria gelegd. Afvangst met absorbers is het meest marktrijp, met enkele openstaande vragen, zoals milieu-impact. CO2-afvangst met membranen heeft interessante voordelen, maar meer ontwikkeling is nodig voor commerciële toepassing. Compressie is een bekende en uitontwikkelde techniek voor CO2-opslag, waarbij de CO2 echter wel geconcentreerd dient te zijn ter vermijding van energie- en ruimteverspilling. Adsorbers kunnen zowel CO2-afvangst als opslag verzorgen, echter met een (te) lage opslagdichtheid. Cryogene destillatie is waarschijnlijk niet realistisch vanwege hoge energiekosten. HotCO2 is een innovatieve nieuwe techniek die ontkoppelde CO2- en warmteproductie biedt (geen elektriciteit), en indirecte CO2 opslag. Seizoensopslag (enkele maanden) is momenteel nog niet haalbaar, korte termijn opslag wel. Ontwikkelingsprojecten voor CO2-afvangst verdienen sterk de aanbeveling, evenals case studies naar de economische haalbaarheid van interessante technieken. Projectnummer: 13342

Van 01-09-2008 tot 30-04-2009
Afgerond

Kwaliteit en beschikbaarheid CO2 uit industriële bronnen

Uit industriële bronnen of (biomassa-)WKK's blijft CO2 ongebruikt voor de glastuinbouw en dat betekent een onbenut energiebesparingspotentieel. De projectonderdelen zijn: Inventarisatie van toekomstige CO2 leveranciers met daarbij de kwaliteit van de geleverde (eventueel duurzame of 'groene') CO2 en eventuele reinigingsstappen. Een overzicht van biomassa's en bijbehorende invloed van het verstoken van deze biomassa's op de samenstelling van de rookgassen. Er wordt gekeken naar de huidige reinigingstechnieken van rookgassen van onder andere elektriciteitscentrales en de in ontwikkeling zijnde technieken. Op zoek naar meer efficiënte en duurzame productiemethodes is een inventarisatie naar de beschikbaarheid en kwaliteit van alternatieve CO2-stromen uitgevoerd. Vanuit drie sectoren zijn qua hoeveelheid en locatie beslist kansrijke bronnen in de nabijheid van GTB's beschikbaar. Verschil in schaalgrootte kan een probleem vormen. Met biomassa zijn duurzame CO2-stromen 'op maat' te produceren, bijvoorbeeld een co-vergistingsinstallatie in landelijk gebied. De kwaliteitsbepaling voor CO2-doseerstromen is zelfs voor de afzonderlijke componenten lastig. Op basis van de recent aangescherpte effectgrenswaarden volgen scherpe eisen voor de maximale rookgasconcentraties, zeker in combinatie met de trend naar gereduceerde ventilatie gedurende de teelt. Met geavanceerde gasreiningstechnieken is aan deze scherpe eisen te voldoen. De economie van de verschillende complete systemen is mede bepalend voor de uiteindelijke keuze. Projectnummer: 13237

Van 01-04-2008 tot 31-01-2009
Afgerond

Quickscan haalbaarheid brandstofcellen

Voor dit project wordt een quickscan naar het eisenpakket en het marktaanbod voor rendabele toepassing van brandstofcellen in de energievoorziening van belichtende glastuinbouwbedrijven uitgevoerd. In de uitgevoerde quickscan is een verkenning van het huidige marktaanbod en de lopende ontwikkelingen gemaakt en is de haalbaarheid nader onderzocht. Inmiddels zijn pre-commerciële MCFC brandstofcelsystemen op de markt, maar deze zijn nog te duur. SOFC-systemen zijn nog volop in ontwikkeling. De rendementen van solo-systemen zijn marginaal beter dan die van gasmotoren, maar voor een echte energetische doorbraak zijn hybride systemen nodig, waarvan het elektrisch rendement kan oplopen tot 60% (bij MCFC) respectievelijk 70% (bij SOFC). Commerciële systemen worden voor niet voor 2012 verwacht. Projectnummer: 13021

Van 01-12-2007 tot 01-06-2008
Afgerond

Gebruikswaarde onderzoek LED-armaturen voor gewasbelichting

Ontwikkelaars van LED-gebaseerde belichtingssystemen geven het signaal dat deze systemen aan de vooravond staan van marktintroductie. Echter ontbreekt een eenduidige manier om de energieprestaties te kunnen meten. In dit project wordt dit onderzocht. In dit project is een meetprotocol opgesteld voor LED-belichtingssystemen samen met toeleveranciers en onderzoekers, om op eenduidige manier de energieprestaties te kunnen meten. De volgende prestatie-indicatoren zijn geselecteerd, en daarvan is de vereiste meting door KEMA beschreven: PAR-lichtstroom of PAR-fotonflux Opgenomen vermogen en PAR-efficacy Spectrum van het licht Stralingspatroon/intensiteitsverdeling Projectnummer: 13019

Van 01-08-2007 tot 31-12-2007
Afgerond