Zoeken

Resultaat 1 tot 10 van 17.

Versnelling naar energiezuinige full-LED teelt van Lelie

Doel Het doel van het project is om kennis te ontwikkelen en delen over vraagstukken omtrent energiezuinige teeltstrategieën en voedingsopname in lelie bij teelt onder full LED. Om kennis vanuit het onderzoek snel in de praktijk te kunnen brengen loopt een kasproef bij het Improvement Centre parallel aan de teelten die lopen bij telers. Projectbeschrijving In de winterteelt van lelies worden meer bladkwaliteit problemen waargenomen sinds het overschakelen naar full-LED teelten in combinatie met een energiezuinige teeltstrategie. Voor sierteeltgewassen is bladkwaliteit een serieus probleem dat kan leiden tot grote verliezen als gevolg van afkeuring door ketenpartners. Er is een behoefte aan kennis om te begrijpen hoe deze problemen ontstaan en hoe ze opgelost kunnen worden, zodat met weinig energie input (zowel warmte als elektra) een goede productie van hoge kwaliteit lelie gerealiseerd kan worden. Enerzijds kan dit worden aangepakt met de juiste voedingsstrategie, maar de klimaatstrategie (en de daartoe leidende verdamping) is minstens zo belangrijk. Dit project focust zich op kennisontwikkeling in deze onderwerpen. In het eerste werkpakket wordt onderzoek gedaan in een proefkas. In het tweede werkpakket wordt een vergelijking gemaakt tussen klimaatrealisatie en klimaatstrategie van verschillende lelietelers. Dit project wordt gefinancierd door het ministerie van LVVN. Het project bevestigt dat de voedingsstrategie wel degelijk invloed heeft, maar niet voldoende is om bladproblemen volledig te voorkomen. Andere factoren, zoals klimaatsturing, substraatconditie en belichtingsstrategie, spelen een minstens zo grote rol. Dit onderzoek laat zien dat een energiezuinige lelieteelt onder full-LED technisch haalbaar is, mits er zorgvuldig gestuurd wordt op het totale teeltsysteem. Projectnummer: 24026

Van 01-10-2024 tot 01-08-2025
Afgerond

Perkplant weerbaar en fossielvrij

Doel Het doel van dit project is een energiezuinige en weerbare perkplantenteelt (cyclaam, ranonkel en calibrachoa) te demonstreren met een maximaal energieverbruik van 5 m3/m2, onder andere door een beter microklimaat door verticale luchtbeweging en het toepassen van actieve ontvochtiging. Projectbeschrijving In een eerder project is aangetoond dat het telen van perkplanten mogelijk is met een minimale warmte-input. Dit is bereikt door optimaal gebruik te maken van zonlicht, intensief schermen en de warmte afkomstig van de belichting te benutten. Echter, in de praktijk komt het gasgebruik nog niet onder de 10m³/m²/jaar omdat de balans tussen energiebesparing en gewasgezondheid nog veel vraagtekens heeft en omdat er niet of nauwelijks wordt belicht. Door meer inzicht te krijgen in het microklimaat, de effecten van luchtbeweging op dit microklimaat ten opzichte van het kasklimaat en hoe dit zich vertaalt naar weerbaarheid kunnen grotere stappen worden gezet in de energiebesparing in de praktijk. Dit project wordt gefinancierd door het ministerie van LNV. Actieve ontvochtiging blijkt een effectieve oplossing voor een energiezuinige en fossielvrije teelt van perkplanten. In de proef werd gemiddeld 30% minder energie verbruikt ten opzichte van de traditionele teelt met buisverwarming, terwijl groeisnelheid en gewaskwaliteit gelijk bleven. Opvallend is dat dit resultaat werd behaald zonder inzet van fossiele energie, met een stabiel en droog kasklimaat. Vooral in de wintermaanden liet de techniek zijn meerwaarde zien. Vocht kon worden afgevoerd zonder te luchten of extra te stoken, waardoor warmte behouden bleef en condensatie op het gewas werd voorkomen. De combinatie van actieve ontvochtiging, lichtdoorlatende schermen en beperkte ventilatie blijkt daarmee een krachtige basis voor fossielvrij telen bij koude en gematigde gewassen. Ook op het gebied van weerbaarheid zijn de resultaten positief. Er werden geen extra ziekten of schimmelproblemen waargenomen en plagen bleven goed beheersbaar met biologische en groene middelen. Dit laat zien dat energiezuinig telen en een weerbaar gewas goed samen kunnen gaan. Projectnummer: 24012

Van 01-08-2024 tot 01-08-2025
Afgerond

Het Nieuwe Telen Braam

Doel Het doel van dit project is het opstellen en demonstreren van een energiezuinig teeltconcept voor braam. Op basis hiervan kan een fossielvrij teeltconcept opgesteld worden. Projectomschrijving De impact van de energiesituatie is moeilijk in te schatten, maar gaat ongetwijfeld grote gevolgen hebben voor de manier hoe er in de toekomst geteeld wordt, welke gewassen er in Nederlandse kassen geteeld gaan worden en hoe tuinbouw bedrijven gaan ondernemen. Een optie is daarbij zacht fruit wat een opkomende teelt is en mogelijk een interessant alternatief gewas. Het areaal braam onder glas bedraagt momenteel 25/30 ha en de verwachting is dat die de komende jaren zal verdubbelen. Doordat het een relatief kleine teelt is, is er een kennisachterstand op het gebied van teelt. Door het toepassen van de principes van HNT is de verwachting dat het aantal m3 met de helft teruggebracht kan worden. Naaste de technische, energetische, teelt en plantfysologische uitdagingen willen ze ook gewasbescherming optimaal biologisch inzetten en het Co2 verbruik zoveel mogelijk reduceren. Dit project bestaat uit een kasproef waarin in een afdeling van 300m2 een energiezuinig concept voor braam wordt ontwikkeld en gevalideerd. Dit project is gefiinancierd door het ministerie van LNV. Dit project richtte zich op het reduceren van het gasverbruik tot 10 m3/m3 gas per jaar en praktijkconforme producties van 10 kg/m2. In de herfst van 2023 behaalde Sweet Royalla 4 kg/m² en produceerde Von 4,7 kg/m². In het voorjaar werd de proefopzet van de herfsteelt herhaald. Beide rassen gaven hogere productievolumes in het voorjaar van 2024 bij een plantafstand van 40 cm, waarbij Von en Sweet Royalla respectievelijk 5,4 en 5,45 kg/m² produceerden. Fotosyntheseverschillen tussen beide rassen waren minimaal. Lichtverzadiging trad op bij 1000 μmol/m²/s PAR en CO₂-verzadiging bij 800 ppm. De plantarchitectuur verschilde sterk per seizoen en ras. Wat betreft energiebesparing werd in de najaarsteelt slechts 1,4 m³/m² gas verbruikt, in het voorjaar 3,5 m³/m². Het telen met RTR, twee schermen, een lager piekverbruik en geen minimumbuis hebben bijgedragen aan een aanzienlijke vermindering van het gasverbruik. Daarmee werd de doelstelling ruimschoots behaald. Kansen liggen er op het gebied van vochtbeheersing in het najaar en om het resterende gasverbruik in te vullen met duurzame energie. Projectnummer: 22016

Van 01-05-2023 tot 01-11-2024
Afgerond

Potentie van PCM in de glastuinbouw

Doel: Bepalen in welke teelt en welk teeltsysteem Phase Change Materials (PCM) het beste aansluit, en welke rol het kan spelen in de fossielvrije glastuinbouw. Projectbeschrijving : Het gebruik van Phase Changing Materials (PCM) is nog weinig onderzocht wat het kan bijdragen aan een fossielvrije glastuinbouw, maar biedt mogelijk veel potentie. Met name voor meer solitaire gebieden/bedrijven waar restwarmte of geothermie dus geen optie is. Het gebruik van PCM maakt het mogelijk om tijdens diens faseovergang een grote hoeveelheid warmte op te slaan in het materiaal; bijvoorbeeld van vloeistof naar vaste stof. Door het selecteren van het juiste type PCM is het mogelijk op een specifiek temperatuurbereik een grote hoeveelheid warmte te bufferen. Hierdoor kan met een relatief klein volume een grote hoeveelheid energie worden opgeslagen. Het overschot aan warmte wordt overdag opgeslagen zodat de kas gekoeld wordt, welke in de avond weer wordt afgegeven waardoor de kas verwarmd wordt. Daardoor kan worden bespaard op fossiele bronnen. In dit project wordt: De recente ontwikkelingen van PCM-technologie in kaart gebracht inclusief de kansen die het kan bieden voor de glastuinbouw sector. In kaart gebracht wat de voor- en nadelen per teelt en teeltsysteem zijn en de potentiële risico’s door de PCM-technologie Selectie gemaakt voor welke teelt de PCM-technologie de meeste waarde kan bieden De aanpak bestaat uit drie werkpakketten: Beschrijving temperatuurprofielen per teelt Om het effect van PCM op kasklimaat te onderzoeken moet eerst worden gekwantificeerd wat de huidige temperatuurstrategieën zijn in diverse teelten. Dit wordt gedaan middels interviews met Delphy adviseurs en eventueel aangevuld met literatuuronderzoek. Op basis van het temperatuurprofiel en de knelpunten van de teelten wordt een voorselectie gemaakt van een aantal teelten waarvan een simulatie wordt gedraaid van een teelt met en zonder PCM. PCM simulaties Simulaties worden uitgevoerd om het verschil tussen temperatuurprofielen met en zonder PCM aan te duiden. Als input wordt informatie uit WP1 gebruikt, de output is een tijdlijn voor het temperatuurprofiel (dag-nachtcyclus) met en zonder PCM voor de geselecteerde teelten bij 4 seizoenen; Bepaling potentie/doelgroepen. Als duidelijk is welk effect PCM heeft op deze teelten kan worden bepaald in welke teelten en teeltsystemen dit effect goed aansluit op de teeltstrategieën door te focussen op vragen als: Wat is het effect van de veranderde temperatuurstrategie op het gewas? Wordt een knelpunt in de temperatuurstrategie door het gebruik van PCM opgelost? Welke potentie heeft PCM in het besparen van energie door minder te verwarmen? Welke potentie heeft PCM in het voorkomen van CO₂ uitstoot door minder te ventileren? PCM heeft in potentie een grote bijdrage aan energiebesparing in de glastuinbouw. Doordat het warmteoverschot overdag en de warmtevraag in de nacht worden beperkt zijn met name warme kasteelten met een lage DIF interessant. De bijpassende teelten zijn vruchtgroenten (tomaat, paprika, komkommer, aubergine) en warme sierteelt (chrysant, anthurium, phalaenopsis). Bij een extra focus op verwarming en koeling bij de gevels, is dit voor vrijwel elk gewas interessant, zelfs voor de aardbei. Aan de randen van de kas zijn standaard namelijk de extreemste klimaatomstandigheden, waardoor als bijkomend voordeel hittestress en koudeschade kan worden voorkomen. PCM heeft als voordeel dat het ook warmte opslaat en 's nachts weer afgeeft. Voor een hogere energiebesparing van PCM is ook een grotere installatie nodig. Dit is op verschillende manieren mogelijk, maar voor de meeste teelten met hoge lichtbehoefte dient de installatie hierop afgestemd te worden, zodat de plant optimaal kan groeien zonder ongewenst lichtverlies. Projectnummer: E22002

Van 01-02-2022 tot 30-09-2022
Afgerond

De perfecte fossielvrij geteelde perkplant

Doelstelling Demonstreren van een fossielvrij teeltconcept voor de perkplantenteelt, met halvering van het elektraverbruik ten opzichte van de huidige proef met behoudt van teeltsnelheid en kwaliteit. Projectbeschrijving Het project is een voortzetting van de proef ‘De perkplantenteelt naar fossielvrij’. Binnen die proef is er nagenoeg geen gas gebruikt. Het planmatige telen zal verder worden uitgediept waarbij het voor de teler mogelijk moet worden om aan de hand van graaduren en lichtsommen zijn teeltrondes beter op elkaar te laten aansluiten. In de proef is er gedemonstreerd dat er met minder chemische remmiddelen een keurige compactheid gerealiseerd kan worden. In het vervolg moet duidelijk worden hoeveel er bespaard wordt ten opzichte van de praktijk en hoeveel het aandeel blauw in het spectrum hieraan bijdraagt. De afdeling bij Delphy wordt uitgerust met ±55 μmol/m2/s LED belichting en 2 verschillende lichtspectra waarbij onderscheidt wordt gemaakt in het aandeel blauwlicht: spectrum 1: B20%, W5% en R75% spectrum 2: B10%, W5% en R85% De nadruk wordt hierbij gelegd op het stuurlichteffect, waardoor chemische remmiddelen niet hoeven worden ingezet. Middels een energiedoek, verduisteringsdoek, LBK’s en een groot verschil tussen stook- en ventilatielijn wordt het warmteverbruik geminimaliseerd. Er is een teeltschema opgesteld dat is afgestemd met de telers van de Landelijke Commissie van Zomerbloeiers waarbij de volgende gewassen geteeld worden: calibrachoa, surfinia, hanggeranium, cyclamen, poinsettia, ranonkel. Daarnaast is er ook praktijkvergelijk. Op de praktijklocatie wordt een controle meegenomen waarbij geen chemische remmiddelen worden gespoten. Zodoende is er een direct vergelijk met de fossielvrije proefomstandigheden waar ook niet zal worden gespoten. Op basis van dit verschil kan worden opgemaakt hoeveel het chemisch remmen bijdraagt aan compactheid in de praktijk en hoeveel de proefomstandigheden bijdragen met een verschil in aandeel blauw in het spectrum. Projectnummer: 20181

Van 01-02-2021 tot 31-08-2022
Afgerond

Duurzame Bioteelt inzichtelijk

Doel: Ontwikkelen van een uitgewerkt teeltconcept voor de toekomstige duurzame biologische glasteelt. Met de kennis hebben de telers goed zicht op welke opties ze hebben om op energiegebied verder de verduurzamen. Aanpak: De bioteelt onder glas in NL beslaat ±150 ha en door locatie –veelal in het buitengebied- en door schaalgrootte, zijn investeringen in technieken lastiger rond te rekenen. Daarnaast ligt de warmtebehoefte per vierkante meter in de bioteelt hoger dan in de gangbare teelt doordat er meer gestookt wordt om te ontvochtigen. Waar in de biologische teelt sterk de focus ligt op weerbaar telen zonder chemisch ingrijpen, is deze kennis binnen de gangbare teelt in zekere zin verloren gegaan onder de telers. De gangbare teelt heeft weer sterk de focus gehad op rendement en efficiënt telen middels het gebruik van nieuwe technieken. Bij het opzetten van een project om binnen de biologische teelt inzicht te verkrijgen hoe de teelt te verduurzamen ligt er de kans om deze twee werelden weer kennis met elkaar te laten maken en om de combinatie van beide manieren van telen ter discussie te stellen in kennisinteractie bijeenkomsten. In dit project wordt eerst middels 10 interviews inzichtelijk gemaakt hoe de bioteelt er nu uitziet en hoe de transitie naar een duurzame bioteelt eruit moet komen te zien. Er zal een overzicht gemaakt worden van fossiel-vrije opties specifiek gericht op de bio-kasteelt en de mogelijke uitwerkingen hiervan op de ecologische balans. De biotelers zal inzicht gegevens worden in de ervaringen (5 interviews) met fossiel-vrije opties in andere grondgebonden kasteelten met relatief hoge energieverbruiken. Twee kennisinteracties bijeenkomsten zullen worden opgezet tussen gangbare en biologische glasgroentetelers en mogelijk ook andere telers van grondgebonden teelten. In deze bijeenkomsten zal ook de discussie plaats vinden hoe de teelt van de toekomst eruit moet zien volgens de telers en volgens andere belanghebbenden. Beschrijving fossiel-vrije bioteelt Als benchmark voor een fossiel-vrije bioteelt kunnen ervaringen uit het telen van chrysanten en tomaten worden gebruikt om het kader te schetsen van hoe de toekomstige bioteelt ingevuld zou kunnen worden. Belangrijk is dat fossiel-vrije technieken integraal moeten passen in de teelt, en geen nadelige invloed mag hebben op het kwaliteit van het product, gewas en bodem. Het veelvuldig gebruik van ontvochtiging in de chrysant heeft laten zien dat er minder gelucht hoeft te worden waarbij CO₂ beter benut wordt, en dat dit niet ten koste hoeft te gaan van gewaskwaliteit omdat de praktijkervaring leert dat het gewas prima reageert op de ontvochtiging. Bij een betere benutting van de warmte blijft nog steeds een resterende jaarlijkse warmtevraag van 20 m³/m² openstaan, maar die zou voor een groot deel ingevuld kunnen worden met warmteterugwinning in combinatie met een warmtepomp. In combinatie met slurven die boven het gewas hangen kan dan een goede luchtmenging gerealiseerd worden van kas- en inblaaslucht, zoals ook gebeurd bij chrysantentelers. Het fossiel-vrije bioteelt concept bestaat dan uit een kasuitrusting met: Twee heldere energieschermen, waarvan één scherm het licht diffuus kan maken. Luchtbehandelingskasten met warmteterugwinning via een koelblok. Warmtepomp Warmtebuffer om warmte op te slaan en te kunnen gebruiken op etmaalbasis. Groot verwarmingsoppervlak: verdubbeling van onderbuizen met behoud van groeibuizen. Luchtslurven boven het gewas door om droge lucht in de kas te blazen. Dit vraagt om een kas met voldoende hoogte. Met de uitrusting zal dan ook de teeltstrategie aangepast moeten worden voor het verbeteren van gewaskwaliteit en het verder besparen van energie en CO₂: Ontvochtigen om warmte-input door vochtproblemen te voorkomen en tegelijkertijd de kas beter te kunnen isoleren door ramen en schermen gesloten te houden en zo indirect de warmtevraag verder te verlagen en CO2 in de kas te houden. Warmte inbrengen alleen nog op warmtevraag. Maximaal gebruik van schermen om warmte uitstraling van het gewas en zo condensvorming door een koud gewas te voorkomen. Toepassen van lange termijn licht-temperatuur integratie om piekverbruik in de warmtevraag te verlagen. Plantbelasting hoeft niet verlaagd te worden om energie over te houden om de weerbaarheid van de plant te verhogen. Gebruik van compostsoorten met stabiele koolstofverbindingen voor de langzame vrijgave van CO2 uit de bodem gedurende de gehele teelt. Projectnummer: 20144

Van 01-03-2020 tot 30-11-2020
Afgerond

Praktijkinventarisatie toepassing HNT

Doel: Inzicht in welke technieken en methoden nu worden toegepast in de praktijk om het verbruik aan warmte en de piekvraag warmte te verlagen, inventarisatie van de knelpunten daarbij en welke mogelijkheden er nog zijn. De nadruk ligt op toepassing van bestaande technieken en op de teelttechniek, niet op het doen van extra investeringen. Bedrijven leren van collega bedrijven en van adviseurs wat er nog aan mogelijkheden voor energiebesparing zijn. Op 35 bedrijven verdeeld over 7 teelten wordt een energiescan uitgevoerd. Vervolgens wordt in diepte interviews door teeltadviseurs met de 35 bedrijven de achtergronden en motieven van de teeltstrategie en het bijbehorende warmteverbruik doorgenomen. Zo worden de knelpunten en kansen t.a.v. piekverbruik en totaal verbruik warmte inzichtelijk gemaakt. Daarna worden in workshops per teelt de resultaten besproken en de bedrijven onderling vergeleken. Deze workshops zijn voor alle telers uit de teeltgroep toegankelijk. In een tweede ronde interviews wordt geïnventariseerd of de voorgaande acties tot aanpassingen van de energiehuishouding. Voor het Project Spaarmotief zijn 35 telers geïnterviewd als inventarisatie over hun mening aangaan-de energiebesparing. Nagenoeg alle telers geven aan dat energiebesparing niet hoog op hun agenda staat. Door de lage gasprijs is het economisch niet interessant om hier in te investeren. Toch gebeurt er veel op het gebied van energie, maar dan vanuit teelt perspectief. Qua kasuitrusting is het gebruik van schermen bijna standaard geworden. Het nut van dubbele schermen is bespreekbaar. Daarnaast heeft het gebruik van ventilatoren een grote meerwaarde als vervanger voor minimum buis om meer verdamping te realiseren. Ontvochtigen van de kaslucht wordt niet standaard gedaan maar wordt als interessant voor de toekomst ervaren. Het gebruik van sensoren als pyrgeometer, planttemperatuurmeter en PAR sensor neemt toe al geeft een behoorlijk deel van de geinterviewden aan dat ze het nog lastig vinden hierop te sturen. Piekbelasting komt niet voor de laatste 2 jaar. De buitentemperaturen zijn niet extreem geweest. Alle deelnemers hebben kennis van Het Nieuwe Telen en staan open om de kennis toe te passen Projectnummer: 20115

Van 01-05-2019 tot 31-07-2020
Afgerond

Strekking van aardbei onder LED

Doel: Het vinden van stuurmogelijkheden in het spectrum en andere teeltomstandigheden om de strekking van aardbei te blijven stimuleren, ook in periodes met weinig buitenlicht waar de assimilatie belichting dominant is. Dit moet telers handvatten geven over te stappen op led belichting. Aanpak: Om in de toekomst jaarrond en duurzaam aardbeien te produceren zal er toegewerkt moeten worden naar jaarrond vlakke productie van december tot begin april met goede kwaliteit. Daarbij zal overgestapt worden van de junidragers naar de zogenoemde doordragers (verse stek). In de huidige proef is er al een grote stap gezet in de kennisontwikkeling richting een jaarrond vlakke productie. Het juiste moment van planten leek belangrijker dan het geven van een koude behandeling. De belangrijkste vraag die echter nog beantwoord moet worden is hoe het te realiseren is dat een aardbei bij omstandigheden waar de LED assimilatie belichting dominant is blijft strekken? De hypothese is dat dit komt door te weinig verrood in het spectrum, een verkeerde samenstelling van het lichtspectrum in de andere kleuren en/of een verkeerde samenstelling van het spectrum aan het einde van de dag. Het begrijpen van dit proces is van belang om zowel teelt technisch de laatste stappen te zetten richting jaarrond productie maar ook juist energetisch. In dit project zal enerzijds een duidelijk kader geschetst worden van gewasresponse in de huidige teeltsystemen en zal daarnaast gericht onderzoek uitgevoerd worden naar de invloed van lichtspectrum op de strekking van een verse aardbeien stek. Dit gebeurt in twee fasen: Opstellen kader optimale Doordragerteelt Uit de huidige proeven die gedaan worden rond spectrum blijkt dat de effecten van spectrum op het gewas complex zijn en dat planten daar individueel anders op reageren. Door kennis over de ontwikkeling van verschillende rassen en planttypen in verschillende teeltsystemen samen te brengen, en onderzoek te doen naar resultaten van eerdere spectrum proeven in aardbei, maar ook in andere gewassen (afstemming WUR) wordt een conceptueel kader opgesteld waaruit de verschillende factoren die de ontwikkeling van het gewas beïnvloeden worden samengevoegd. Het conceptuele kader moet nieuwe inzichten geven over hoe de verschillende omgevingsfactoren de gewasontwikkeling van aardbei beïnvloeden. Aanpak onderzoekklimaatcellen: In twee klimaatcellen worden 8 verschillende spectra in daglichtloze omstandigheden getoetst. In beide cellen zijn de omstandigheden (temperatuur, rv, CO2, daglengte) gelijk. De spectra die worden getoetst zijn gebaseerd op de gewasontwikkelingen die zijn waargenomen in de teelt van Juni dragers en doordragers onder LED. Daarbij wordt gevarieerd met de toepassing van verrood in intensiteit en moment (einde dag) en de toepassing van een breedbandspectrum. Er worden twee rassen getest. De teelt duurt 10 weken waarin de daglengte op 14 uur gehouden wordt met een licht intensiteit van 200 µmol/m2/s. Na 10 weken worden alle bladeren aan de planten verwijderd en wordt per blad de lengte, het vers gewicht en de LAI bepaald. Het project wordt mede gefinancierd door Signify (3.000,-) Projectnummer: 20119

Van 01-04-2019 tot 31-08-2019
Lopend

Een lager piekverbruik en een hogere lichtbenutting in potplanten. Pilotgewas Zamioculcas

In de winter van 2017-2018 is het project gestart waarin Het Nieuwe Telen concept is toegepast op een onbelichte teelt van de tropische potplant Zamioculcas. Hoewel dit heeft geleid tot een energiebesparing van 45% ten opzichte van de Traditionele teelt (respectievelijk verbruik van 23,4 m3/m2 en 12,9 m3/m2 in 9 maanden), heeft de temperatuurverlaging in de winter soms wel geleid tot een latere opkomst. Deze achterstand werd echter in de zomer ruimschoots ingehaald. De teelt van Zamioculcas kan efficiënter door de teeltduur te verkorten. De efficiëntiestappen zijn te maken in de winter door de warmte beter om te zetten in groei en in de zomer door de assimilaten-aanmaak te optimaliseren. De potgrondtemperatuur is in de Zamioculca teelt bepalend voor de ontwikkelingssnelheid, omdat het groeipunt van de Zamioculca zich ondergronds bevind. De Zamioculca in Het Nieuwe telen liep groeivertraging op in de winter doordat de potgrondtemperatuur in HNT lager lag dan in de traditionele teelt. De teeltduur kan worden verkort door de potgrondtemperatuur in HNT gelijk te stellen aan die van de traditionele teelt door middel van lokale verwarming. De stooktemperatuur van de onderbuis kan hiermee tegelijkertijd worden verlaagd waardoor er minder warmte verloren gaat naar de kasbodem wat het (piek)verbruik zal verlagen. Door het gebruik van een groot verwarmend oppervlak en daarnaast de stooklijn van de onderbuis te verlagen kan naar schatting 50% aan warmte worden bespaard t.o.v. HNT-teelt van afgelopen proef. Daarnaast zal het piekverbruik worden verlaagd door het schermstrategie voor isolatie gelijk vanaf het begin te implementeren. De proef zal plaatsvinden op ca. 150 m2 bij Delphy. De afdeling is reeds ingericht met verschillende elementen die belangrijk zijn voor het optimaliseren van de teelt en het terugbrengen van het piekverbruik (dubbel energiescherm met spouw, harmony-scherm, verticale ventilatoren en verneveling). Om de warmte dichter bij het groeipunt te brengen wordt de afdeling uitgerust met een elektrische matverwarming. Ook zal CO2 dosering worden toegepast, naast metingen over o.a. licht, gewas- en pottemperatuur, watergehalte, EC en voedingsopname, gewas en energieverbruik. Door het inzetten van verneveling kan er meer licht in de afdeling worden toegelaten. De grenzen van het gewas zijn echter onbekend en liggen dus verder dan vooraf gedacht werd. Wanneer er meer licht kan worden toegelaten betekent ook dat er andere factoren dan licht een beperking kunnen zijn voor de groei. In de afdeling zal een Crop Observer worden ingezet in de periode van maart t/m september om te achterhalen welke momenten het gewas lichtstress ervaart en welke klimaatfactoren hier invloed op hebben. Ook zal op twee momenten in de teelt CO2 en lichtresponsecurves bepaald worden om meer te weten te komen over de (netto) fotosynthese. Doelstelling is om 50% energie te besparen door de warmte dichter bij het groeipunt aan te brengen door middel van lokale verwarming met een groot VO; door het (piek) verbruik te verlagen in de wintermaanden en het gebruik van 3 schermen. Telers en toeleveranciers dragen € 28.000,- bij aan dit project. Het gebruik van elektrische matverwarming biedt de mogelijkheid voor de potplantenteelt om in de toekomst zelfs fossielvrij te kunnen telen. Daarnaast kan er een aanzienlijke verkorting van de teelt gerealiseerd worden door toepassing van HNT. Dat is de voornaamste conclusie uit de proef genaamd ‘Een lager piekverbruik en een hogere lichtbenutting in potplanten’. Toepassing van Het Nieuwe Telen op zamioculcas, een (sub)tropische potplant, leidde in de proef ‘Een lager energieverbruik in potplanten’ (2017-’18) tot verkorting van de teeltduur en tot een vollere plant. De lagere temperatuur setpoints in de winterperiode zorgde echter voor een latere opkomst van veren ten opzichte van de traditionele teelt. In potentie zou de teelt dus nog sneller kunnen. In de zomer ontstond chlorose van het blad wat de sierwaarde van het product verlaagde, waardoor de vraag rees hoe er op een veilige manier toch meer licht kan worden toegelaten. Projectnummer: 20102

Van 01-12-2018 tot 31-03-2020
Afgerond

LED belichting in aardbei

Het areaal aardbei blijft toenemen is nu ruim 400 ha. De uitdaging is om jaarrond hoge kwaliteit aardbeien te kunnen leveren en daarom kijken steeds meer telers naar belichting (nu nog ca. 20 ha). LED belichting biedt daarbij kansen omdat de teelt relatief koud geteeld wordt. De aardbei is echter een complex gewas dat gevoelig is voor lichtspectrum en fotoperiode voor wat betreft bloei en trosstrekking. Lichtspectrum en fotoperiode beïnvloeden de hormoonbalans van aardbei. De hormoonbalans beïnvloedt vervolgens weer zaken als winter-rust, bloei en (tros)strekking. Daarnaast moet de assimilatenvraag van het gewas worden afgestemd op de aanmaak van assimilaten. De hoofddoelstelling is om uiteindelijk jaarrond en met een vlak productiepatroon aardbeien te telen. Op 1000 m2 kas bij Delphy Improvement Centre wordt geteeld met 170 µmol Led belichting waarbij de helft wordt ingericht met spectrum Rood/Blauw (95%:5%) en de andere helft wordt ook verrood toegepast. Het rozenspectrum is hiervoor een optie, waarbij vooraf nog wel kritisch gekeken moeten worden naar de hoeveelheid verrood. Op deze manier kan getoetst worden hoe het spectrum de plantbalans en strekking van het gewas beïnvloed. Voor aanvang van de teelt wordt een teeltplanning uitgewerkt waarin rekening wordt gehouden met plantbelasting, lichtsom en temperatuur. Binnen de afdeling worden verschillende rassen en planttypen geplant om meer inzicht te krijgen hoe de geschiedenis die in een gewas zit de ontwikkeling de kas beïnvloed. Hierin wordt verschil gemaakt in het aantal koude-uren. Het geven van koude is van invloed op de hormoonbalans van het gewas dat er voor zorgt dat de winterrust wordt doorbroken en dat de planten wanneer ze worden uitgeplant, goed zullen weggroeien met voldoende strekking op het gewas. De productie en kwaliteit zullen worden beoordeeld, naast onderzoek naar bloemen, plantbelasting, zetting, meten van de LAI en de lengte van de bladstelen (strekking). Het project maakt gebruik van de kennis die is opgedaan in vier jaar proeven met aardbeien onder 100% LED belichting. Het project wordt in cash en in kind gesteund door de huidige groep telers en toeleveranciers die betrokken zijn bij de proeven afgelopen vier jaar. Nederlandse aardbeien uit de kas onderscheiden zich op basis van kwaliteit. De uitdaging is om deze hoogwaardige kwaliteit aardbeien ook jaarrond te kunnen aanbieden. Dit vraagt, in combinatie met de aanhoudende toename van het areaal, om nieuwe toepassingen van de teelt onder belichting. Om jaarrond kwaliteit en kwantiteit te kunnen garanderen moet er worden gezocht naar een balans in het teeltsysteem. Het uitgangspunt is dat dit haalbaar is door te telen met doordragende rassen onder LED-belichting. Om dit te realiseren moet er gedurende de teelt meer controle zijn over de strekking, de opbouw van de plantbelasting en de productie. In de teeltstrategie is daarom gewerkt met de volgende uitgangspunten: De daglengte mag niet korter worden dan 12 uur om te voorkomen dat het gewas in winterrust gaat; De belichtingsperiode is maximaal 14 uur. Enerzijds om te zorgen voor een stabiele en rustige ontwikkeling van het gewas en de plantbelasting. Daarnaast om een generatieve impuls te voorkomen door geen lange dag toe te dienen; De inzet van de belichting wordt rustig opgebouwd, rekening houdend met de plantbelasting/assimilatenvraag van het gewas; De etmaaltemperatuur wordt gehandhaafd tussen de 14.5°C en 15.5°C. Naast deze uitgangspunten werden verschillende factoren getest om te achterhalen hoe deze de gewasontwikkeling beïnvloeden. Er werd gewerkt met: 4 lichtspectra: RB ; RB + 10% verrood ; RB + 20% verrood ; RBW + 10% verrood; 2 rassen: Favori en Murano; 4 type uitgangsmateriaal: Minitray; verse stek 0KU; verse stek 336KU; verse stek 672KU. Projectnummer: 20098

Van 01-08-2018 tot 01-08-2018
Afgerond