Zoeken

Resultaat 1 tot 6 van 6.

Meer energie in aquifers

Op een praktijkbedrijf wordt een pilot voor midden hoge temperatuuropslag ingericht inclusief: Praktijkmetingen ten aanzien van opslagrendement; Gevolgen voor het rendement van bovengrondse installatie, bijvoorbeeld (COP); Gevolgen van MTO voor de ondergrond (chemie, biologie). Door het verhogen van de infiltratietemperatuur van een WKO kan meer warmte worden opgeslagen of hoeft minder water te worden verpompt. Een infiltratie van >25°C is echter niet toegestaan. Bij de bron van de gebr. Van Duijn is een pilot uitgevoerd met een infiltratietemperatuur van 35°C. De invloed op de bodemparameters was nihil. De geïnfiltreerde temperatuur werd ook weer opgepompt. Doordat in de monitoringsperiode meer warmte onttrokken dan geladen is, is geen resultaat beschikbaar met betrekking tot het ondergrondse rendement van de bron (verplaatsing van warmte door hogere infiltratietemperatuur). De gevonden resultaten uit dit onderzoek pleiten voor een bredere inzet van bronnen met een hogere infiltratietemperatuur. Projectnummer: 14896

Van 01-03-2013 tot 31-03-2014
Afgerond

Meer druk op geothermie

In dit project worden de mogelijkheden van aanzienlijke verhoging van het debiet van aardwarmtebronnen door het toepassen van putstimulatie in kaart gebracht. Daarbij is aandacht voor economische en juridische aspecten, risico's en de verzekerbaarheid daarvan. Putstimulatie kan een oplossing zijn om de productie- of injectiecapaciteit te verhogen bij geothermieprojecten. Dit geldt zowel voor het doorbreken van de skin als voor het verbeteren van de productie bij minder doorlatende reservoirs. Verbeterfactoren van 3 tot 5 is haalbaar. Putstimulatie moet gezien worden als onderdeel van het geothermisch project. Het is verstandig deze activiteiten mee te nemen in het totale programma. Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) vraagt als extra onderdeel van het reguliere werkprogramma het aanleggen van een seismisch meetnet. Een project met putstimulatie kan niet onder de SEI- regeling verzekerd worden, maar wel met particuliere partijen. De premie voor de eerste put bedraagt tussen de 10 en 15% en voor de tweede tussen de 8% en 10%. Projectnummer: 14752

Van 16-03-2012 tot 30-06-2012
Afgerond

Efficiënt met hogere temperatuur energieopslag in de bodem

In de nieuwe AMVB bodemenergie wordt ruimte geschapen voor incidentele opslag van warmte in aquifers met hogere temperaturen dan 25°C. In deze studie worden de kansen voor de glastuinbouwsector in kaart gebracht die ontstaan bij verruiming van de regelgeving. Hierdoor ontstaan betere mogelijkheden voor benutting van zonnewarmte zonder inzet van warmtepomp. In Nederland zijn meer dan 1200 projecten waarbij met aquifers wordt gewerkt. Ook in de glastuinbouw wordt steeds meer met aquifers gewerkt voor koeling van bodem of kasruimte. Tevens is er een tendens naar verwarming met lage temperatuur in de glastuinbouw. In bijna alle gevallen wordt een maximum opslagtemperatuur in aquifers van 25°C aangehouden. Vanuit wetgeving is een hogere opslagtemperatuur meestal niet toegestaan. DLV Glas en Energie en IF Technology hebben de kansen voor de glastuinbouwsector in kaart gebracht die ontstaan bij verruiming van de regelgeving. Het verhogen van de opslag temperatuur met 10°C naar 35°C is kosten effectief. De verbetering in COP is hierbij de belangrijkste besparing. Daarnaast heb je minder aquifer bronnen nodig per bedrijf. Ook blijft het verlies van warmte aan de bodem beperkt. Projectnummer: 14302

Van 01-03-2011 tot 31-12-2011
Afgerond

Luchtverwarming Roos

Op welke wijze kunnen luchtunits ingezet worden voor het verwarmen c.q. ontvochtigen van kassen en welke effecten heeft dit op het kasklimaat in relatie tot de gewasgroei en gewasontwikkeling en op het energieverbruik? Op deze vragen werd een antwoord gezocht in dit project. Het afgelopen jaar is op rozenbedrijven klimaatonderzoek verricht aan het onderdoor en bovenlangs verwarmen met FiWiHex. Onderdoor verwarmen met de Fiwihex is goed mogelijk en is energetisch zelfs erg efficiënt. Bovendoor verwarmen met de Fiwihex gaat beter ten aanzien van de temperatuur en vochtverdeling. Voor een optimale sturing bij bovendoor verwarmen dienen de luchtunits wel gecombineerd te worden met een 'actief' ondernet. Bij bovendoor verwarmen is geen besparing aan te tonen ten opzichte van traditioneel verwarmen. De nieuwe manier van verwarmen vraagt een andere manier van klimaatsturing. Nu moet veel gerichter op bijvoorbeeld vocht gestuurd moeten worden. De meest kritische plekken in het gewas zijn bij onderdoor verwarmen de bloemhoogte en bij bovendoor verwarmen het ingebogen blad. De modelberekening laat zien dat met onderdoor verwarmen een kwantitatief voordeel behaald kan worden en bovendoor een meer kwalitatief voordeel behaald wordt. De resultaten zijn sterk cultivarafhankelijk. Projectnummer: 13413

Van 01-10-2008 tot 01-10-2009
Afgerond

Growsense II

Dit project richt zich op het ontwikkelen en toetsen van een klimaatmonitoring, c.q. klimaatregelingsysteem: GrowSense II. De verwachting is dat met dit vernieuwde systeem de teeltfactoren temperatuur, CO2, licht en RV/VPD op basis van gewasreacties (onder andere fotosynthese) verder geoptimaliseerd worden om zodoende een belangrijke bijdrage te leveren aan de doelstelling energieneutraal te telen. In dit project worden vernieuwde sensortechnologie en softsensoren gecombineerd om op basis daarvan warmte/koeling, CO2 en licht efficiënter in te zetten. GrowSense II is een plantmonitoringsysteem wat inzicht geeft in de situatie van de plant. Door een koppeling van klimaatsensoren, plantsensoren, softsensoren en modelberekeningen is het mogelijk een beeld te krijgen van de prestatie van de plant. In dit project zijn modellen ontwikkeld voor anthurium, spathiphyllum en kalanchoë. De belangrijkste output van het model zijn drie basis grafieken: plantvitaliteit, lichtgebruik en assimilatie. Hierbij is de plantvitaliteit belangrijk om vooraf een inschatting te maken van wat het gewas aankan. Het lichtgebruik geeft inzicht hoeveel licht wordt gebruikt, zoals lichtgroei, lichtbelasting en lichtschade. Door dit inzicht kan natuurlijk- en kunstlicht beter benut worden. De laatste stap is de assimilatie. Deze grafiek geeft een beeld van hoeveel assimilatie er actueel plaatsvindt en wat er maximaal mogelijk is. Door deze inzichten, kan de gebruiker de klimaatomstandigheden optimaliseren. In de praktijk is een verwachte energiebesparing van 5 tot 10% mogelijk. Projectnummer: 13236

Van 01-04-2008 tot 01-04-2010
Afgerond

Toepassing van koeling op groei en ontwikkeling van roos

Er bestaan verschillende koelsystemen voor rozen. De manier waarop de koele lucht wordt ingebracht, is van cruciaal belang voor het effect op de teelt. Dit onderzoek brengt het effect van de positie van de koelunits in kaart en richt zich op zowel qua richting en snelheid van de luchtstroom als qua temperatuur gradiënt. De temperatuur gradiënt en de daarmee samenhangende gradiënt in RV in het gewas en de plant respons hierop staan centraal. Klimatologisch blijkt boventop koelen een stabiel klimaat te geven met kleine horizontale en verticale temperatuur- en vochtgradiënten. Onderdoor koelen laat grotere horizontale en verticale gradiënten zien en geeft een minder stabiel klimaat. Fotosynthesemetingen laten zien dat het effect op de plant klein of afwezig is. Voor een optimaal kasklimaat heeft bovendoor koelen de voorkeur. Onderdoor koelen geeft een geringe energiebesparing. Het energieverbruik is het meest afhankelijk van de koelstrategie. Voorbeelden hiervan zijn het tijdstip van schermen en de raamstanden tijdens het koelen. Productie- en kwaliteitsgegevens tonen aan dat er iets meer kwaliteit geproduceerd wordt door te koelen, vooral in de zomer. Er is geen meerproductie aangetoond, maar wel een forse besparing op CO2 gebruik. Of het uiteindelijk rendabel is om hiervoor een koel- c.q. verwarmingsinstallatie aan te schaffen is o.a. sterk afhankelijk van de verhouding tussen de CO2, gas- en de elektriciteitsprijs. Projectnummer: 13232

Van 01-03-2008 tot 31-03-2010
Afgerond
  • 1