Zoeken

Resultaat 1 tot 10 van 70.

Maurice en Robert Reus: ‘Complete verduurzaming, van waterstof naar batterij’

Auteur: Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO)

Het startte allemaal met koelcellen die vervangen moesten worden De broers Maurice en Robert Reus hebben in 2020 het familiebedrijf overgenomen van hun vader en oom. Toen hun koelcellen aan vervanging toe waren, zagen ze dit als een kans. "We zijn eigenlijk verdergegaan naar verduurzaming", vertelt Robert. "We hadden al gehoord van warmtepompen die andere bedrijven hadden geplaatst. Zo konden we gelijk alles in één keer aanpakken." Dat leidde uiteindelijk tot complete verduurzaming van het bedrijf. Ambitieus plan met warmtepomp en waterstof Vanaf eind april tot en met juni is de energievraag op het bedrijf erg laag. Maar juist in de zomer en in de winterperiode gebruikt het bedrijf veel energie. De broers wilden zonne-energie omzetten in waterstof en dit opslaan. Met die waterstof kunnen ze stroom maken als de elektriciteitsvraag hoog is. Bij dat omzettingsproces komt veel warmte vrij, die wilden ze benutten. Daarom hebben ze gekozen voor een combinatie van warmte-koudeopslag en een warmtepomp. "Daarmee konden we warmte weer terugwinnen", vertelt Robert. MEI-subsidie De adviseur van de broers, Kees van Poortvliet, wees hen vrij snel op de MEI-subsidie. Dit vroegen ze in 2023 aan bij RVO. Deze subsidie is voor telers die willen investeren in innovatieve kas- of energiesystemen die de CO2-uitstoot verminderen. Onverwacht hogere kosten Tijdens de uitvoering van het plan liepen ze tegen een probleem aan. "De waterstofinstallaties werden veel duurder dan verwacht," vertelt Maurice. Ze namen contact op met RVO. "We hebben open kaart gespeeld", zegt Robert. Nesad Smailbegović, programma-adviseur bij RVO, begeleidde het proces: "We hadden regelmatig contact. Het doel was om samen een oplossing te vinden." Ook Glastuinbouw Nederland dacht mee in het zoeken naar een oplossing. Nesad van RVO benadrukt dat elke wijziging aan bepaalde eisen moet voldoen. "Het ging niet over zomaar een wijziging. Deze toepassing moest nog steeds in aanmerking komen voor de MEI-subsidie." Robert en Maurice waren blij met de samenwerking: "We hadden bij RVO de mensen met een goede insteek aan tafel. Alleen ga je sneller, samen kom je verder." Van het gas af met hulp van een accu Die oplossing kwam er. Een batterij met warmteterugwinning kwam op de markt. "Dat was technisch voortschrijdend inzicht", zegt Maurice. De waterstofcomponent werd vervangen door een batterijsysteem. Na overleg met het ministerie kregen ze groen licht. Het systeem wordt in mei 2026 geïnstalleerd. Het project draait nu volledig op hernieuwbare energie. "We zijn van het gas af", vertelt Robert trots. "Onze koelcellen zijn energiezuiniger. De warme lucht gaat nu niet meer de lucht in, maar naar de kassen". Verwachte resultaten Robert legt uit wat er concreet is veranderd door overstappen naar dit systeem: "Het laatste jaar voor de installatie verbruikten wij ongeveer 360.000 m3 gas. In 2025 was dit nog maar 24.000 m3. De bedrijfskantine en woonhuizen zitten nog wel op het gas en de ketel houden we enkel nog op temperatuur als back-up. Wat ook fijn is en wat voor veel rust zorgt, is dat we nu niet meer te maken hebben met de onrust in de wereld. Voordat we begonnen met dit systeem zorgde de oorlog in Oekraïne voor een gigantische prijsstijging in gas. Wij hadden geen vast contract en dan ben je overgeleverd aan de marktwerking in de wereld. En ook nu is er weer heel veel aan de hand in de wereld. Daarnaast was er al sprake van een belastingverhoging en het afschaven van belastingvoordeel voor de glastuinbouw op gas. Met dit systeem hebben we de regie weer een stukje meer in eigen handen." Wat kunnen collega's leren van dit proces? RVO-adviseur Nesad waardeert de transparantie van Maurice en Robert: "Elk gesprek was open en constructief, met duidelijke afspraken." De kennis van bedrijfsprocessen hielp ook. "Als je snapt wat er op zo'n bedrijf gebeurt, kun je meedenken aan oplossingen." Kees, subsidie-adviseur van de twee broers, vult aan: "Wees eerlijk en transparant. Rapporteer tijdig. Dan kun je heel ver komen." Voor andere ondernemers hebben Robert en Maurice een duidelijke tip: "Neem een adviseur. Die neemt veel werk uit handen. En wees eerlijk en meld op tijd problemen. Er is kennis en betrokkenheid bij RVO. Ook hielp de begeleiding van Glastuinbouw Nederland. Zo kun je vooroplopen met nieuwe technieken. Zonder inhoudelijke en financiële ondersteuning wordt voor ons het risico te groot en kan je als sector niet verder." Meer weten over de MEI-subsidie? Ben je van plan om te investeren in innovatieve systemen die de CO2-uitstoot verminderen? Kijk dan of je gebruik kunt maken van de subsidie Marktintroductie energie-innovaties glastuinbouw (MEI) .

Geplaatst op: 21-04-2026

Handboek beschikbaar: potentie en inpassing MTO in de glastuinbouw

Van inzicht naar toepassing MTO wordt gezien als een veelbelovende oplossing binnen de energietransitie van de glastuinbouw. Het systeem maakt het mogelijk om warmte slimmer te benutten door deze op te slaan en op het juiste moment weer in te zetten. De belangrijkste conclusie uit het onderzoek: MTO is een essentieel nieuw element in de verduurzaming van de glastuinbouw. Bij een doordachte integratie is MTO economisch aantrekkelijk en maakt het efficiënt gebruik van laaggeprijsde zomerwarmte in de winter mogelijk. Praktisch handboek voor de sector Het handboek is overzichtelijk opgebouwd en biedt handvatten voor verschillende partijen in de sector. Het behandelt onder andere: de haalbaarheid en kostprijs van MTO de stappen van concept naar implementatie praktijkervaringen, onder andere bij Koppert Cress van Division Q het ontwerp van MTO in combinatie met energiesystemen vergunningen, eisen en randvoorwaarden conclusies en aanbevelingen Daarmee is het een waardevol document voor telers, adviseurs, ontwikkelaars en andere betrokken partijen die werken aan de inzet van duurzame warmte. Download het handboek Het volledige handboek is gratis beschikbaar: download hier . Samenwerking en uitvoering Dit project wordt uitgevoerd door KWR Water Research Institute, in samenwerking met BlueTerra, Provincie Zuid-Holland, Omgevingsdienst Haaglanden, Normec Groen Agro Control en Division Q. De proef wordt begeleid door telers: Anthura, Levoplant, Stolk Flora, Zwingrow en Arcadia. Het project wordt gefinancierd en gecoördineerd door TKI Watertechnologie en Kas als Energiebron, een innovatieprogramma van het ministerie van LVVN en Glastuinbouw Nederland, mede gefinancierd door Kennis in je Kas (KijK).

Geplaatst op: 01-04-2026

Middelhoge en Hoge Temperatuur Opslag krikken rendement WKO op

Auteur: Jan van Staalduinen

Het jaarrond duurzaam verwarmen en koelen van tuinbouwbedrijven met Open Bodem Energiesystemen (OBES), ook wel warmte-koudeopslag (WKO) genoemd, vindt plaats bij relatief lage temperaturen. Het opwaarderen van water uit warme bronnen met warmtepompen in de periode met warmtevraag kost nog altijd veel elektriciteit. Opslag van warmte bij middelhoge (MTO) en hoge (HTO) temperaturen biedt zicht op kleinere benodigde watervolumes, een geringer pompvermogen én een beperkter stroomverbruik om het water in de winter tot de gewenste temperatuur op te waarderen. Van OBES naar OBES+ Beernink trapte zijn presentatie af met een inleiding over OBS. Als voorbeeld gebruikte hij de pilot bij Koppert Cress en Division Q in Monster. Hier is in 2015 een transitie ingezet van traditionele OBES bij brontemperaturen van 17°C (warm, vier stuks) en 8°C (koud, ook vier stuks) en een gemiddelde ΔT van 6°C, naar OBES+ bij een T w van 25°C en een ΔT van 15°C. De energiebalansen van beide scenario’s werden vergeleken met jaarrond zeven maanden warmtevraag en vijf maanden koelvraag. OBES+ bleek over een meerjarige periode te resulteren in een verkleind pompvermogen, een grotere warmteopslag en een betere energiebalans. Ook de Coëfficiënt of Performance (COP) van de warmtepomp ging er iets op vooruit. Met OBES+ valt dus zeker winst te behalen binnen de wettelijke kaders die nu van kracht zijn, benadrukte de onderzoeker van KWR. MTO en HTO Die positieve lijn is mogelijk door te trekken door warm water in de zomerperiode bij nog hogere temperaturen op te slaan voor aanwending in de winterperiode. MTO (T w 25-50°C; T k 15-25°C) heeft als voordeel dat er binnen de heersende temperatuurrange gebruik kan worden gemaakt van vergelijkbare materialen als bij conventionele OBES (o.a. PVC). Die zijn echter niet geschikt voor de hogere watertemperaturen van HTO (~50 tot 100°C), waarvoor duurdere oplossingen nodig zijn. HTO heeft dan weer als troefkaart dat het water in de winterperiode langdurig heet genoeg is voor directe aanwending in primaire verwarmingsnetten met relatief hoge temperaturen. Tussenkomst van een warmtepomp zal meestal niet nodig zijn. In de zomer is er de mogelijkheid om warmte op te slaan vanuit meerdere duurzame bronnen, zoals power-to-heat (beschikbare duurzame stroom omzetten in warmte met de warmtepomp), geothermie, PVT-panelen of andere restwarmtebronnen. Binnen het RVO-onderzoeksprogramma WarmingUP en het daaropvolgende WarmingUP GOO-project wordt de potentie van HTO verder onderzocht. Juridische en praktische aspecten MTO en HTO verkeren beide nog in de experimentele fase en worden beproefd op basis van ontheffingen. Op voorhand is duidelijk dat er voor vergunningverlening andere regels nodig zijn. De huidige wetgeving voor OBES en OBES+ bepaalt dat de water- en energiebalans van de bronnen tot in lengte van jaren min of meer neutraal moet zijn en dat water bij hooguit 25°C mag worden opgeslagen. Bovendien zal er voor MTO en zeker HTO uitgebreid onderzoek nodig zijn naar de plaatselijke bodemgesteldheid. Dat is noodzakelijk om een betrouwbare inschatting te kunnen maken van de toepasbaarheid en het energetische rendement. Hete bronnen kunnen zowel horizontaal (binnen het waterhoudende zandpakket) energie verliezen, als verticaal naar vooral hoger gelegen lagen. De aard en dikte van de niet-doordringbare lagen die het zandpakket van andere aardlagen scheiden, is daarop mede van invloed. Vanuit energetisch oogpunt is een verdere verkenning van MTO en HTO,volgens Beernink, zeker de moeite waard. Momenteel lopen er meerdere projecten die de mogelijkheden van MTO voor de glastuinbouw onderzoeken. Daarbij is er specifieke aandacht voor de geschiktheid van de bodem. Het gaat onder meer om het Kas als Energiebron-project ‘MTO voor de glastuinbouw’. Raadpleeg hier de presentatie over MTO/HTO met rekenvoorbeelden.

Geplaatst op: 30-06-2025

Bas Karsten uit Andijk: “Nieuwbouw Tulpenkas zonder Gas nóg efficiënter met warmte en koude”

Auteur: Jan van Staalduinen

Zelfvoorzienend met solar en WKO In 2019 is een eerste subsidie toegekend voor een energiesysteem met WarmteKoudeOpslag, dat nu volop in gebruik is. Er wordt geen warmte of koude vernietigd. Integendeel, dankzij slimme inregeling worden alle warmte- en koudestromen gedurende het hele jaar op elkaar afgestemd. Het bedrijf is volledig zelfvoorzienend in zijn energiebehoefte dankzij 8.600 zonnepanelen op de grote bedrijfsruimte, die via een batterij met een capaciteit van 4,5 MWh en 1,5 MW vermogen vier warmtepompen voeden. In combinatie met een wkk wordt de batterij ook ingezet voor netstabilisatie. Karsten schat de gemiddelde jaaropbrengst van zijn zonnedak op 2,8 GWh. Latente warmtebenutting De kas van 1,33 ha – met 2,1 ha teeltoppervlakte dankzij een gedeeltelijke tweede teeltlaag – wordt ontvochtigd via luchtbehandeling. De latente warmte die daarbij vrijkomt, krijgt een tweede leven. Dit geldt ook voor de warmte die de koelcel produceert. Bas Karsten is zo enthousiast over de prestaties van het nieuwe systeem dat hij samen met JB Regeltechniek heeft ontwikkeld, dat hij een uitrol bepleit naar bijvoorbeeld nieuwbouwwijken. “Het zou de energietransitie enorm helpen als goede voorbeelden van de glastuinbouw ook elders toepassing vinden”, aldus Bas. ‘Zorg wel voor iemand die met het systeem kan omgaan’ Al snel in het gesprek blijkt dat de bevlogen tulpenbroeier gevoel heeft voor techniek en continu op zoek is naar verbetering van het systeem. Het is een zeer stabiel systeem geworden, omdat alle waarden op de achtergrond aan de temperatuur zijn gekoppeld. Dus verandert bijvoorbeeld de buitentemperatuur, dan reageert het systeem direct door de binnentemperatuur en de luchtvochtigheid in balans te houden. Dit levert ook nog eens een stabielere productie en een betere kwaliteit op. Win-win dus. Het aansturen van de stroompunten is uitbesteed aan een externe partij. Bas geeft nog een tip voor collega-telers: “Zorg dat je drie zaken voor elkaar hebt: degelijke hardware, goede software en de juiste mensen om het systeem goed te laten functioneren en te bedienen. Naast een installateur die met je meedenkt, heb je ook op je bedrijf iemand nodig die er heel goed mee om kan gaan.” Footprint kas onder nul De inschatting is dat met het huidige project de CO2-footprint een factor drie lager ligt dan bij de oude situatie. Dit betreft dan het hele bedrijf, inclusief buitenteelt, de schuur, kantoren en huisvesting internationale medewerkers. Alleen voor de kas, inclusief transport en verpakken, komt de footprint dankzij de zonnepanelen zelfs onder nul uit. Karsten: “Op basis van de huidige bedrijfsomvang zou ik op jaarbasis 700.000 m3 aardgas nodig hebben voor het verwarmen van de kas en het drogen van bloembollen. Nu is dat nagenoeg nul. Ik heb alleen nog een klein keteltje staan voor heet water om het fust te ontsmetten. Die verbruikt hooguit 7.000 kuub gas.” Tulpenkas zonder Gas Nu het eerste project naar volle tevredenheid draait, is Bas is ervan overtuigd dat het nog beter kan. Daarvoor gaat hij de warmte en koude op zijn bedrijf nog efficiënter inzetten. Hij heeft een tweede MEI-subsidie gekregen voor een vervolgstap die perfect zou aansluiten op het eerste traject: een Tulpenkas zonder Gas. In 2025-2026 komt er een nieuwe kas bij met een oppervlakte van 2,25 ha (met optie voor meerlagenteelt), die ook aan de WarmteKoudeOpslag wordt gekoppeld. “Daarin kunnen we onze nieuwe inzichten toepassen over verwarmen en ontvochtigen. Omdat het bedrijf en de opstanden groter worden, is een nog betere energetische balans mogelijk. Een grotere warmtepomp is bij aansluiting ook goedkoper en bedrijfszekerder”, aldus de tulpenbroeier. MEI-traject Bas Karsten heeft de subsidieaanvraag voor de Kas zonder Gas zelf geschreven: “Het was een hele klus, maar met de nodige technische kennis is het wel te doen. Uiteraard kun je er ook voor kiezen om een gespecialiseerd bureau in de arm te nemen”. Bas heeft zijn doelen gehaald met het eerste project en kijkt uit naar de nieuwbouw die volgend jaar start om nóg duurzamer tulpen te kunnen broeien. Subsidie Marktintroductie energie-innovaties glastuinbouw (MEI) Denkt u ook over investeren in innovatieve kassystemen of kasenergiesystemen? Die de CO2-uitstoot verminderen? Kijk dan of u gebruik kunt maken van de subsidie Marktintroductie energie-innovaties glastuinbouw (MEI) | RVO.nl . Deze subsidieregeling is in het kader van het programma Kas als Energiebron. Dit is een actie- en innovatieprogramma van het ministerie LVVN en Glastuinbouw Nederland. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) voert de subsidieregeling uit in opdracht van het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN). Dit interview maakt deel uit van een reeks artikelen over praktijkervaringen met de MEI-subsidie. Lees ook de andere interviews die in dit kader zijn verschenen.

Geplaatst op: 24-02-2025

Eindrapport: Mogelijkheden voor seizoensopslag van warmte

Auteur: Dennis Medema

Voor twee gesimuleerde teeltsystemen berekende WUR het benodigde volume voor seizoensopslag. Daarbij ging het om een onbelichte tomatenkas met een low-kasdek voor energiebesparing en een potanthurium kas met LED-belichting. Er zijn veel bedrijven die aan oplossingen werken voor warmteopslag. Voorbeelden zijn op zand gebaseerde opslag van voelbare warmte en opslag op basis van ijzerpoeder. Veel van deze oplossingen zijn volgens WUR echter bedoeld voor toepassing in de industrie, waarbij de bedrijfstemperaturen relatief hoog zijn of ze zijn ontworpen voor woningen, waar de warmtebelasting en daarmee de ontworpen opslagvolumes veel lager zijn dan nodig voor kassen.

Geplaatst op: 14-10-2024

Kansen verdere uitrol WKO gevoed met zon- en aquathermie

Auteur: Ank van Lier

Het verduurzamen van de energievoorziening is een behoorlijke opgave voor glastuinders in Zuidoost-Nederland. Onder meer omdat geothermie en restwarmte in deze regionen niet of nauwelijks beschikbaar zijn. Ondernemers zijn dus aangewezen op andere technieken. “Een WKO die wordt gevoed met warmte uit zon- en aquathermie kan in dit geval soelaas bieden”, zo gaf Bart van Meurs van Division Q aan in zijn workshop tijdens het Energiek Event Zuidoost-Nederland. Division Q is onderdeel van de Koppert Cress Group en zich richt op de ontwikkeling van duurzame, technische innovaties om te komen tot een emissieloze tuinbouw. In balans Eén van de innovaties is de verwarming van vier hectare kas van Koppert Cress in Monster met behulp van een WKO in combinatie met zon- en aquathermie. “Bij inzet van een WKO wordt in de zomer koud water opgepompt uit de koude bron, dat wordt ingezet om de kas te koelen. De warmte die daarmee wordt ‘geoogst’, wordt geïnjecteerd in de warme bron. Vervolgens pomp je in de winter warmte op uit de warme bron. Deze warmte gaat langs een warmtepomp, die ook kou aanmaakt. Die gaat in de koude bron.” De crux is volgens Van Meurs echter dat het systeem in balans moet zijn. “Je moet evenveel warmte als koude onttrekken uit de WKO. Is dit niet in evenwicht, dan kunnen technische problemen ontstaan. Ook is dit qua regelgeving niet toegestaan. Om die reden zetten vooral telers met een warmte- en koudebehoefte – zoals orchideeëntelers - een WKO in.” Opwarmen met slootwater Koppert Cress heeft echter meer warmte dan kou nodig in de teelt. Daarom besloot het bedrijf in 2016 om een WKO te gaan combineren met zon- en aquathermie. Van Meurs legt uit hoe dit principe werkt: “Omdat wij een grotere warmte- dan koudebehoefte hebben, gingen we op zoek naar extra laagwaardige warmtebronnen om in de zomer de warme bron van de WKO te vullen. We halen nu koud water uit de bodem, dat eerst wordt ingezet om de kas te koelen en daarna langs een warmtewisselaar gaat. Hierbij wordt het water opgewarmd door water uit de nabijgelegen sloot. Daarna gaat het water langs 2000 m 2 aan zelf ontworpen zonnecollectoren op het dak van de bedrijfsruimte. Deze zijn opgewarmd door de zon en geven deze warmte af aan het water. Op deze manier kunnen we uiteindelijk water tot een temperatuur van 40 graden injecteren in de WKO en daardoor in de winter extra warmte onttrekken uit de warmte bron.” Verdere uitrol Met de geschetste aanpak kan Koppert Cress de betreffende kas volledig fossielvrij verwarmen en koelen. Op dit moment is het bedrijf de enige die de techniek op deze manier toepast, wel hebben andere glastuinbouwbedrijven interesse. Van Meurs hoopt de techniek de komende jaren verder te kunnen uitrollen in de sector. “Door de koppeling met zon- en aquathermie komt een WKO ook in beeld voor bedrijven die meer warmte dan koude nodig hebben. Voorwaarde is wel dat er oppervlaktewater in de buurt zit. Daarnaast moet er ruimte zijn om zonnecollectoren te plaatsen. Maar er liggen zeker kansen voor een verdere uitrol van een WKO gevoed met zon- en aquathermie.’ Radartje in warmtetransitie Ook het antwoord op de vraag wat in de toekomst een acceptabele prijs voor warmte wordt, zal het succes van deze techniek bepalen. “Waar kun je als ondernemer voor telen en past deze oplossing in dat plaatje? Ons streven is om de techniek qua kostprijs concurrerend te krijgen met geothermie. Op dit moment is een WKK kostprijstechnisch nog heel interessant, aangezien de sparkspread gunstig is. Maar dat zal gaan veranderen met de wijzigingen in de energiebelasting. Dan komen alternatieven zoals deze oplossing in beeld. Maar het is sowieso niet dé oplossing voor de verduurzamingsopgave waar we als sector voor staan; ik zie het meer als een radartje in de warmtetransitie. En ook hierbij geldt: eerst moeten er enkele schapen over de dam zijn, dan pas volgen er meer.”

Geplaatst op: 09-10-2024

Warmtepomp cruciaal voor verduurzaming en kostenbeheersing

Auteur: Jan van Staalduinen

In opdracht van Stichting Kennis in je Kas en Kas als Energiebron verkende BlueTerra de toepasbaarheid van warmtepompen binnen de glastuinbouw. Uit het rapport (handboek) dat in mei dit jaar uitkwam, blijkt dat deze een sleutelrol kunnen spelen in de transitie naar een fossielvrije, klimaatneutrale sector. In een workshop op de EnergiekEvents in Bleiswijk (juli) en Venlo (september) schetste energie-expert Bob Fennis het perspectief in een notendop en zette hij telers aan het rekenen. Warmte 50 tot 100% duurder Fennis deed dit aan de hand van drie bedrijfstypen: 2 ha met gasketel (licht verwarmd), 5 ha onbelichte teelt (bijvoorbeeld paprika) met wkk en ketel en 5 ha belichte teelt (tomaat) met wkk en ketel. Het bijbehorende gasverbruik werd gesteld op respectievelijk 140.000, 2,95 mln en 3,5 mln m 3 per jaar. Op basis van de huidige gasprijzen en de kostenstijgingen van (voornamelijk) de energiebelasting, rekende de energie-expert voor dat warmte voor deze bedrijfstypen tussen 2025 en 2035 maar liefst 50 tot 100% duurder zal worden. Integratie van warmtepompen in de energiehuishouding kan de kostenstijging aanzienlijk beperken. Deze apparaten zijn in verschillende vormen leverbaar en worden vaak gecombineerd met andere apparatuur en voorzieningen, zoals WKO voor korte en/of langere tijd en systemen voor luchtbehandeling, zowel zonder als met warmteterugwinning. Afstemmen op invulling basislast Voor het bedrijfstype 2 ha met ketel zijn alleen lucht/water-warmtepompen interessant, Ze zijn vanaf 2035, wanneer de kostenstijging voor dit bedrijfstype maximaal is, binnen vijf jaar terug te verdienen . Voor bedrijven met een grotere warmtevraag zonder belichting zijn warmtepompen in combinatie met WKO in aquifers interessanter. Grote bedrijven met zwaar verwarmde, belichte teelten zijn het beste af met geïntegreerde systemen op basis van warmtepompen, luchtbehandeling en warmte/koudebuffers voor korte en lange termijn. In alle gevallen dienen de conceptkeuze en dimensionering te worden afgestemd op het invullen van de basislast. Daarvoor is een relatief kleine warmtepomp nodig, die bij een beperkte aansluitingscapaciteit veel draaiuren kan maken en zichzelf daardoor snel terugverdient. De incidentele piekvraag zal op andere wijze ingevuld moeten worden. Nu kan dat nog met de ketel of wkk, na het uitfaseren van aardgas zullen daar andere bronnen voor nodig zijn. Rekenoefening In de workshops liet Fennis uitgebreide rekenexercities zien voor de drie bedrijfstypen op basis van een lucht/water warmtepomp. In het dit voorjaar uitgebrachte handboek worden overigens ook andere cases doorgerekend en praktische handvatten aangereikt. Vervolgens vroeg hij de aanwezige telers om op basis van hun eigen bedrijfssituatie wat rekenoefeningen uit te voeren aan de hand van het gepresenteerde model. Zo konden zij een globale indruk krijgen van de kosten van hun gasverbruik in 2030 bij een ongewijzigde energiehuishouding en vaststellen wat de impact zou zijn van een op hun verbruikspatroon gedimensioneerde warmtepomp. Verdere verdieping “In praktijksituaties gaan we daar uiteraard veel dieper en gedetailleerder op in, maar dit soort vingeroefeningen laat zien dat er qua energiekosten veel op u afkomt en dat u daar actief in kunt sturen door slimme keuzes te maken”, hield hij de aanwezigen voor. “Wie zich in de mogelijkheden en beperkingen van warmtepompen wil verdiepen, zou ik twee dingen aan willen raden. De eerste is om kennis te nemen van ons handboek . Dat kunt u downloaden op de websites van Kas als Energiebron en van BlueTerra. Daarnaast is het goed om deel te nemen aan één van de workshops over dit onderwerp die vanaf dit najaar georganiseerd worden.” Afbeelding: Voorbeeld buitenunit lucht/water warmtepomp 267 kW. Bron: Carrier

Geplaatst op: 25-09-2024

Kunnen ondergrondse waterberging en open bodemenergie duurzaam naast elkaar worden toegepast?

Auteur: Klaasjan Raat (KWR)

In de huidige praktijk wordt functiescheiding toegepast. Wanneer er in hetzelfde gebied vraag is naar open bodemenergiesystemen (OBES) voor de opslag van warmte en koude, en ondergrondse waterberging systemen (OWB) voor de opslag van zoetwater, dan kan er óf gebruik worden gemaakt van verschillende watervoerende pakketten voor beide type systemen, óf deze of zeer grote afstand van elkaar worden gehouden. Op deze manier wordt negatieve beïnvloeding van het opslagrendement van beide type systemen te voorkomen. Het doel van het onderzoek was om vast te stellen onder welke condities duurzame co-existentie tussen OBES en OWB mogelijk is, en hoe de mogelijkheden daarvoor op eenvoudige wijze kunnen worden verkend. KWR is daarom op zoek gegaan naar handzame rekenregels waarmee bepaald kan worden wat de minimale afstand is die OBES en OWB uit elkaar geplaatst moeten worden zonder dat ze negatieve invloed op elkaar hebben. Met deze rekenregels hebben initiatiefnemers en vergunningverleners in een vroeg stadium houvast bij de ruimtelijke planning en procedures rondom de vergunningaanvraag. Handzame rekenregels Om de praktische toepasbaarheid van deze rekenregels te waarborgen, was het tijdens het onderzoek allereerst belangrijk om een eenvoudige uitdrukking te identificeren voor het ruimtebeslag van OBES en OWB. Aan de hand van deze uitdrukking zijn vervolgens de regels gedefinieerd. De afstandsregels hangen af van de som van de hydraulische stralen van een OBES-bron en een OWB (ƩR h ). De hydraulische straal van een systeem is gelijk aan de straal van de cilinder van zoet/warm/koud water die tijdens een opslagperiode geïnfiltreerd wordt in een OBES of OWB. De hydraulische straal is afhankelijk van het opslagvolume, en de dikte (L) en de porositeit van het watervoerend pakket, zie Figuur 1 (klik op figuur voor vergroting). Deze variabelen zijn bekend of eenvoudig te bepalen in de initiatieffase van beide type systemen. OWB systemen kwetsbaarder voor interactie In de zoektocht naar de minimale benodigde afstand tussen beide type systemen lag de focus voornamelijk op het effect van OBES op het terugwinrendement van een OWB-systeem. Dit laatste type systeem is namelijk kwetsbaarder, door het over het algemeen kleinere opslagvolume (ordegrootte opslagvolume OBES: 250.000 m 3 , OWB 50.000 m 3 ). Daarnaast wordt in bepaalde kassengebieden het eerste watervoerende pakket gereserveerd voor OWB: een OBES zou hier dus ‘nieuw’ zijn. Als eerste is er met een grondwatermodel een gevoeligheidsanalyse uitgevoerd, waarin de grootte van de systemen, eigenschappen van de ondergrond en onderlinge afstand systematisch zijn gevarieerd. Hieruit bleek dat de minimaal benodigde afstand tussen OBES en OWB om negatieve effecten voor de OWB te voorkomen afhangt van de lokale omstandigheden. Hierbij speelt het zoutgehalte van het watervoerend pakket waarin het zoete water opgeslagen wordt de belangrijkste rol. In een zoet pakket is een onderlinge afstand van 2-3 ƩR h voldoende. Wanneer er sprake is van opslag in een brak pakket, neemt de benodigde afstand echter toe tot minimaal 4 ƩR h . Om gevoel te krijgen voor wat afstanden moeten zijn, zou dat bij systemen van gemiddelde grootte voor een watervoerend pakket van 30 m dikte betekenen wat de onderlinge afstand onder zoete omstandigheden ca 300 m moet zijn. Terwijl dat minimaal 500 m is onder brakke omstandigheden. De afstandsregels in de praktijk Om de doorwerking van de afstandsregels te testen, zijn deze toegepast in een inpassingsoefening in het Westland en Aalsmeer. Hierbij is op basis van de beschikbare ruimte aan maaiveld voor bronlocaties gekeken of het voor representatieve groottes van OBES en OWB voor de kassen in deze gebieden mogelijk is om aan de afstandsregels te voldoen. Het bleek lastig om voor alle kassen zowel een OBES als OWB ingepast te krijgen wanneer alle tuinbouwbedrijven zowel OWB als OBES willen gebruiken. Dit duidt de noodzaak voor ruimtelijk ordening voor de inpassing van beide type systemen. Er is ook verkend hoe dat zou uitwerken als we de systemen zouden clusteren/combineren. Daaruit bleek dat het gunstiger is met meerdere bedrijven gezamenlijk grote systemen aan te leggen dan ieder voor zich kleinere systemen. In de praktijk In een workshop met experts van gemeenten, waterschappen, omgevingsdiensten, provincies, de glastuinbouwsector en KWR, is de toepasbaarheid van de afstandsregels in de praktijk besproken. Uit deze workshop kwam naar voren dat de afstandsregels op twee vlakken een belangrijk instrument kunnen zijn: De afstandsregels kunnen door de initiatiefnemers van OWB en OBES gebruikt worden als belangrijke eerste controle om te kijken of co-existentie haalbaar is in de ondergrondse bezetting in een gebied. Indien dit het geval is, is casus-specifiek detailontwerp nog wel vereist. De afstandsregels zijn een bruikbaar instrument binnen de ruimtelijke planvorming en het aanwijzen van gebieden voor verschillende bodemfuncties. Het volledige rapport is beschikbaar via de link onderaan dit artikel. De in het onderzoek gedefinieerde afstandsregels moeten breder bekend worden, zodat ze kunnen worden toegepast in de procedures rondom ruimtelijke ordening en vergunningverlening. De ervaringen die daarbij worden opgedaan zijn welkome feedback voor KWR, Gemeente Westland en Kennis in je Kas, om de bruikbaarheid van de regels te toetsen en waar nodig te verbeteren. Brokx, L.P., J.M. Bloemendal en N. Hartog, 2022. Handvatten voor duurzame co-existentie van ondergrondse waterberging en open bodemenergie. KWR 2022.084. KWR Water Research Institute, Nieuwegein.

Geplaatst op: 14-12-2022

Belangrijke stappen gezet in project Duurzame Co-existentie Warmte- en Wateropslag

Auteur: Jan van Staalduinen

Druk op ondergrond In concentratiegebieden voor glastuinbouw worden watervoerende lagen al geruime tijd benut voor de opslag van warmte en koude. Het eerste, ondiepste watervoerende pakket leent zich ook voor (seizoens)opslag van goed gietwater. De vraag naar beide toepassingen blijft stijgen. Nu het drukker wordt in de ondergrond, rijst de vraag in hoeverre warmte- en wateropslag binnen één laag verantwoord gecombineerd kunnen worden. Procedures versnellen “Het doorrekenen van de grondwaterhuishouding is technisch heel goed uitvoerbaar, maar tijdrovend”, vertelt Klaasjan Raat. “Het zou alle stakeholders helpen wanneer bestaande situaties en vergunningsaanvragen op basis van algemeen geaccepteerde, generieke rekenregels kunnen worden beoordeeld. Dergelijke handvatten bieden sneller inzicht, kunnen procedures versnellen en dragen bij aan een efficiënte ruimtelijke planning en uitvoering van projecten.” Vergelijkbare rekenregels zijn al eerder ontwikkeld voor ondergrondse warmte/koudeopslag Afhankelijk van de porositeit van het watervoerende pakket, de dikte daarvan en de hoeveelheid gevraagde warmte/koude worden hiermee de zogenaamde ‘Thermische straal’ en ‘Hydraulische straal’ van warmte/koude bellen berekend. Ook voor ondergrondse wateropslag zijn dit soort eenvoudige kengetallen te bepalen. Rekenregels getoetst Raat: “Wij hebben onderzocht of je op basis van deze kengetallen veilige afstanden kunt bepalen voor de gecombineerde toepassing van gietwateropslag en warmteopslag binnen één laag. Veilig wil in dit verband zeggen dat ze elkaar niet beïnvloeden. Het antwoord is ja. Computersimulaties voor zoete en brakke waterpakketten wijzen uit dat je 3 à 4 keer de som van de hydraulische straal kunt aanhouden als veilige afstand tussen gietwateropslag en warmte/koude-opslag.” Deze vuistregel is vervolgens getoetst in twee praktijkcases in de regio’s Aalsmeer en Westland. Die keuze hing mede samen met het feit dat de planologische druk op de ondergrond het hoogste is in West-Nederland. In beide situaties bleken de rekenregels valide. Gebiedsprofiel en workshop De volgende, derde stap was een uitgebreide inventarisatie binnen een potentieel projectgebied in regio Aalsmeer. “We hebben uitgezocht waar zich welke watervoerende pakketten bevinden, hoe deze aangewend zouden kunnen worden voor aanvullende opslag van zowel warmte als gietwater en we hebben een inschatting gemaakt van de warmte- en gietwatervraag op basis van de teelten in de regio. Vervolgens hebben we een inpassingsoefening gedaan: hoe kunnen we de ondergrond optimaal inzetten voor warmte/koude en water. Kunnen telers zelfstandig opereren of is het verstandig samen te werken in collectieve systemen? En waar plaats je de systemen? Dat is een hele puzzel, maar dankzij de rekenregels kunnen snel en eenvoudig verschillende scenario’s worden bekeken.” Volwaardig beleidsgebied De cases en gebiedsuitwerking zijn in een workshop gepresenteerd aan een breed samengestelde klankbordgroep met vertegenwoordigers van overheden (provincies, gemeenten), waterschappen, omgevingsdiensten en de glastuinbouwsector. Raat: “Tijdens de workshop is onder andere de vraag gesteld of het onderzoek aansluit op de wensen van de glastuinbouw en overheden en hoe dat nog beter gefaciliteerd zou kunnen worden. De rekenregels voorzien duidelijk in een behoefte om beter te kunnen plannen in de ondergrond. De deelnemers gaven aan dat ondergrondse, watergerelateerde ruimtelijk ordening zich duidelijk ontwikkelt tot een volwaardig beleidsgebied. Dat is een positieve ontwikkeling en belangrijk met het oog op de energie- én watertransitie die in Nederland gaande is. Een mogelijk vervolg kan zijn dat we rekenexercities gaan uitvoeren voor concrete gebiedsplanning. Daar is nog niets over besloten, maar het zou leuk en goed zijn om de koe op zo’n manier snel bij de horens te kunnen vatten.” Dit is een project van Kas als Energiebron en wordt gefinancierd vanuit Kennis in je Kas. De gemeente Westland draagt financieel bij aan dit project.

Geplaatst op: 03-05-2022

Handvatten voor Duurzame Co-existentie van Warmte- en Wateropslag

Doel Dit project beoogt bij te dragen aan een optimale en duurzame benutting van de ondergrond voor de opslag van warmte en zoet water. Het project heeft als doel om interactie tussen warmte- en wateropslag systemen te kwantificeren en op basis daarvan generieke handvatten te ontwikkelen voor de ruimtelijke ordening van de ondergrond en bij de vergunningverlening voor systemen voor ondergrondse opslag van warmte en water. Momenteel worden er in de regio Westland geen vergunningen meer afgegeven voor WKO in het eerste watervoerend pakket. Dit project kan een wijziging opleveren in het door de gemeente Westland gevoerde beleid. Projectbeschrijving In tuinbouwgebieden worden aquifers (watervoerende pakketten) gebruikt voor zowel de winning en opslag van water voor gietwater als ook voor de buffering van warmte voor verwarming en koeling van de kassen (WKO). Omdat er onvoldoende inzicht is in hoe deze verschillende vormen van ondergronds ruimtegebruik elkaar beïnvloeden, worden deze systemen niet in dezelfde aquifers toegestaan door het bevoegde gezag. Kan warmteopslag ook worden toegepast in het eerste watervoerend pakket, zonder dat het zoetwateropslag daar in de weg zit? Het belangrijkste deel van het werk is deskstudie, waarmee inzicht wordt verkregen onder hantering van welke condities warmte- en wateropslag binnen een enkele aquifer, zonder elkaar negatief te beïnvloeden mogelijk is (‘duurzame co-existentie’). Het project kent de volgende werkpakketten. WP 1. Randvoorwaarden en definitieve selectie studiegebieden, projectmanagement WP 2. Kwantificeren van onderlinge interactie WP 3. Case studie in twee gebieden WP 4. Handvatten voor duurzame co-existentie. Er wordt gezocht naar praktisch toepasbare afstandsregels en dit wordt besproken in een brede workshop met alle stakeholders. WP 5. Projectmanagement en onvoorzien De gemeente Westland draagt financieel bij aan dit project. Het doel van dit onderzoek was om op zoek te gaan naar de mogelijkheden voor co-existentie van open bodemenergiesystemen (OBES) en ondergrondse waterberging (OWB) in hetzelfde watervoerend pakket. Hiervoor zijn generieke afstandsregels die eenvoudig toepasbaar zijn in de praktijk toepasbaar afgeleid. De minimale afstand benodigd tussen beide systemen is gebaseerd op de som van hydraulische stralen ƩRh van het opslagvolume van de OWB en de warme of koude bron van het OBES. Op basis van dit onderzoek zijn de volgende conclusies getrokken: • Uit de generieke simulaties blijkt dat de minimale afstand tussen een OBES en een OWB in een watervoerend pakket met zoet grondwater minimaal 3 ƩRh moet zijn om de effecten van het OBES op de terugwinefficiëntie van het OWB-systeem te beperken. In de meeste gevallen, behalve bij een grote OBES en een kleine OWB, is een minimale afstand van 2 ƩRh ook voldoende. • Uit de generieke simulaties blijkt ook dat de minimale afstand tussen OBES en OWB in een watervoerend pakket met brak/zout grondwater minimaal 4 ƩRh moet zijn om de effecten van het OBES op de terugwinefficiëntie van de OWB te beperken. • De geldigheid van de bovenstaande afstandsregels zijn getest en in overeenstemming bevonden met de resultaten van de uitgevoerde casestudy’s in het Westland en de regio Aalsmeer. • Ruimtelijke ordening is noodzakelijk om op basis van deze afstandsregels voldoende ruimte te hebben voor zowel OWB als OBES in gebieden waar veel vraag is naar zowel zoet water als bodemenergie, zoals kassengebieden. Ook blijkt de ruimtelijk meerwaarde van collectieve systemen uit een inpassingsoefening in een kassengebied nabij Aalsmeer. • De hier opgestelde afstandsregels kunnen een rol spelen bij de ruimtelijke ordening van de ondergrond door bevoegd gezag, zowel in tuinbouwgebieden als andere gebieden waar beide systemen een rol kunnen spelen, zoals stedelijk gebied. • De afstandsregels kunnen door initiatiefnemers van open bodemenergie- en ondergrondse waterbergingssystemen gebruikt worden als eerste controle of het betreffende systeem past binnen de huidige bezetting van de ondergrond in dat gebied. Dit onderzoek draagt bij aan de breder kunnen toepassen van bodemenergiesystemen bij kassengebieden en draagt daarmee bij aan de energiedoelstellingen van de Kas als energiebron. Verder draagt het onderzoek bij aan het optimaal en duurzaam gebruik van de ondergrond voor OWB en OBES op ander locaties, zoals bijvoorbeeld de stedelijke omgeving. De ontwikkelde handvatten zijn bruikbaar als hulpmiddel in de ruimtelijke ordening van de ondergrond en ondersteunend de vergunningverlening voor systemen voor ondergrondse opslag van warmte en water. 6.2 Aanb Projectnummer: E20004

Van 01-11-2020 tot 30-06-2021
Afgerond