Zoeken

Resultaat 1 tot 4 van 4.

HNT Potplanten: lager piekverbruik en hogere lichtbenutting

Auteur: Tristan Marcal Balk (Delphy)

Tegelijkertijd was het product vier weken eerder marktklaar (HNT ten opzichte van conventioneel) over een heel teeltseizoen (±50 teeltweken), nadat er een achterstand in opkomst van veren van twee weken was ingehaald aan het einde van de winter. Enkel de kwaliteit liet te wensen over, dit uitte zich in de vorm van bonte bladeren. Sturen op pottemperatuur met matverwarming In het tweede jaar is het doel om de latere opkomst van veren einde winter te voorkomen door directer te gaan sturen op de pottemperatuur middels matverwarming op de teelttafels. Het groeipunt van de Zamioculcas zit ondergronds op de knol. Door de knol warm te houden met de matverwarming hoeft niet eerst de kaslucht en -ondergrond te worden opgewarmd. Hierdoor wordt er een extra efficiëntieslag van 50% (HNT 2018-2019 ten opzichte van HNT 2017-2018) verwacht op de warmtebehoefte in gasequivalenten (GE, m 3 /m 2 /jaar). Na 29 weken teelt is 49% GE bespaard ten opzichte van HNT in het eerste jaar en 69% GE bespaard ten opzichte van de conventionele teelt in het eerste jaar. Hiermee komt het energieverbruik in GE tot nu toe uit op 6,2 m 3 /m 2 . Dit is gerealiseerd met een opkomst van veren die tegelijk liep met de conventionele teelt in het eerste jaar. Uitdaging zomerperiode De bonte kleur van de bladeren die in de zomer van 2018 is ontstaan, zou kunnen komen doordat er tussen week 18 en week 30 (2018) gemiddeld 20 mol/m 2 /dag licht werd toegelaten, maar het zou ook kunnen komen doordat de hogere groeisnelheid niet gepaard ging met het aanbod van meer voeding waardoor er mogelijk tekorten zijn ontstaan. Voor de komende zomerperiode is het de uitdaging om meer licht toe te laten en de gewasgroei te versnellen zoals dat vorig jaar al is gelukt door de luchtvochtigheid te verhogen met een nevelsysteem, maar dit jaar dan met behoud van gewaskwaliteit. Het doel is om door middel van actuele lichtstress-metingen op basis van chlorofyl-fluorescentie exacter te bepalen wat het goede moment is voor het dicht lopen van de schermen. Op deze manier moet het mogelijk zijn om op de grens van de toelaatbare lichtintensiteit te telen zodat er geen potentiele groei blijft liggen. Wanneer er een factor in de teelt wordt verhoogd, kunnen er tekorten ontstaan van andere elementen waardoor de Zamioculcas in het eerste jaar mogelijk licht van kleur bleef. Daarom wordt in de huidige proef de nutriëntenopname gemonitord. Dit project wordt uitgevoerd door Delphy Improvement Centre. Het project is gefinancierd vanuit het programma Kas als Energiebron, het innovatie- en actieprogramma van Glastuinbouw Nederland en het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Diverse partijen dragen in cash en in kind bij aan dit project waaronder potplantentelers Hoge Weide BV, MV plant BV, Winden-Erica Potplantenkwekerij en Kwekerij Ted Vijverberg en leveranciers van technieken Ludvig Svensson, Agri Sensys en AHT Solutions. Het eindrapport van het project is beschikbaar en vindt u via onderstaande link.

Geplaatst op: 29-07-2019

Lager energieverbruik potplanten

Het energieverbruik voor warmte in de potplantenteelt bedraagt tussen 30 en 35 m 3 /m 2 op jaarbasis. Er zijn meerdere mogelijkheden om dit aanzienlijk te verlagen, maar onzekerheid t.a.v. de gevolgen voor het product en de teeltplanning maakt dat telers in de praktijk terughoudend zijn met het toepassen van energiebesparing. Een groep Zamioculcas telers heeft het initiatief genomen voor een demo bij Delphy Improvement Centre. Het projectvoorstel betreft een zo energiezuinig mogelijke teelt op kleine schaal die vergeleken wordt met een referentie die zoveel mogelijk de teeltstrategie uit de praktijk volgt. In de uitwerking van de teeltstrategie wordt onderscheid gemaakt tussen de lichtarme winter periode van oktober tot maart en de rest van het jaar. De volgende maatregelen worden toegepast: meer schermen, meer schermuren, telen met de natuur (het licht) mee, perioden met hoger RV en inzet van verticale luchtbeweging voor verbetering van het micro klimaat. In de lichtrijke periode van het jaar zal met een diffunderend scherm en verneveling het beschikbare licht beter benut gaan worden. De hoofdteelt is Zamioculcas en alle teeltstadia worden meegenomen. Om de uitwerking op andere soorten mee te nemen zal ook gekeken worden naar één teeltstadium van Dipladenia. Zowel het kasklimaat als de groei en het teeltresultaat worden intensief gemonitord: verticaal temperatuurprofiel, PAR, pottemperatuur, vers- en drooggewicht, bladoppervlakte, plantvorm en bloei (bij Dipladenia). De verwachting is dat het energieverbruik met 30% kan afnemen tot ca. 20 m 3 /m 2 . De teeltmaatregelen die voorzien zijn passen in het kader van HNT. De proef wordt intensief begeleid door de deelnemende telers en zij dragen ook € 36.000,- bij aan het project. Tropische potplanten in een onbelichte teelt maken weinig ontwikkeling door in de winter waardoor de energie input in die periode inefficiënt wordt benut. Daarnaast zijn de toegelaten lichtniveaus laag waardoor er makkelijk een snellere gewasgroei met besparing van energie kan worden gerealiseerd door meer licht toe te laten. Een steilere licht:temperatuur verhouding met een hogere luchtvochtigheid in Het Nieuwe Telen in vergelijking tot de traditionele teelt, zorgt voor een Zamioculcas gewas dat vier weken eerder vermarktbaar is, waarbij tegelijkertijd 48% energie kan worden bespaard De Zamioculcas in HNT startte trager met de uitloop van veren, maar deze achterstand werd ruimschoots ingehaald richting de zomer met meer en langere veren dan in de Traditionele teelt wat uiteindelijk heeft gezorgd voor een vollere plant. Dipladenia bloeide in HNT uitbundiger dan in de traditionele teelt. De plantontwikkeling en de gecreëerde klimaatcondities in HNT lijken elkaar te versterken en daarmee ook de groei van de plant te versnellen. De snellere groei in HNT ging gepaard met een kleur groen dat lichter is dan in de praktijk. Scherm-, en nevelstrategie afstemmen op het verlagen van de VPD <2 kPa lijkt een goede basis te zijn om op een relatief veilige manier meer licht toe te laten. Om grenzen van de lichtverhoging te onderzoeken zijn er chlorofyl fluorescentie metingen uitgevoerd waaruit naar voren kwam dat volwassen Zamioculcas tot wel 26 mol/m 2 /dag en >1000 µmol/cm 2 /s momentane instraling kunnen verwerken zonder vertoon van lichtschade aan fotosysteem II. Het jonge gewas ervaart lichtstress >±500 µmol/cm 2 /s, maar onduidelijk blijft wanneer er bladschade optreed. De Zamioculcas kan meer licht verdragen dan gedacht, dit heeft mede bijgedragen aan de teeltversnelling, de volheid van het gewas en aan energiebesparing. In vervolgonderzoek zou er onderzocht moeten worden hoe het hogere lichtniveau veilig kan worden toegepast, zodat kwaliteit in gewaskleur wordt behouden. Bekijk hier het vervolgproject. Projectnummer: 20063

Van 01-11-2017 tot 31-12-2018
Afgerond

Wat is het effect van de kier op het centrale middenpad?

Auteur: Bram Vanthoor (Wageningen University & Research)

Het idee van de kier is dat de koude lucht die de kas ingeblazen wordt door de Ventilation Jet deels als warme lucht door de kier boven het centrale middenpad de kas weer uitstroomt. Maar stroomt hier nou veel warme vochtige kaslucht naar boven toe of is dit te verwaarlozen? En als dit aanzienlijk is, wat is dan impact op het horizontale temperatuurprofiel? Gardener’s Pride heeft belichting (200 µmol/m 2 /s), een verduisteringsscherm, energiescherm en Ventilation Jets om de overtollige warmte en vocht af te voeren. De centrale kier is een vaste kier van 4 cm boven het middenpad en aan weerszijde van het middenpad zijn de paden 100 meter lang. Gardener’s Pride heeft een versie van het Ventilation Jet systeem waarbij gaten in doeken gemaakt zijn zodat daar de lucht door stroomt. De hoeveelheid lucht die door de Ventilation Jet stroomt is gemeten en de hoeveelheid lucht die door de kier op het centrale middenpad naar boven stroomt is gemeten door middel van anemometers. Gebaseerd op de metingen kan worden geconcludeerd dat bij Gardener’s Pride de werkelijke Ventilation Jet capaciteit bij twee compleet open schermen (dus beide schermstanden op 0%) veel lager was (8.9 m 3 /m 2 /uur) dan de capaciteit die berekend was op de karakteristieken van de inblaas ventilator (12 m 3 /m 2 /uur). Dit verschil kan verklaard worden doordat er turbulentie optreedt in de Ventilation Jet omdat de ventilator bovenin de behuizing zit. In de nieuwere Ventilation Jets zit de ventilator onderin waardoor een laminaire luchtstroom optreedt waardoor er veel minder verliezen optreden in de behuizing. Bij twee compleet gesloten schermen daalde het luchtdebiet naar 6.7 m 3 /m 2 /uur. Dit komt deels doordat de doeken voor weerstand zorgen bij de behuizing van de Ventilation Jet. Vervolgens zagen de onderzoekers dat bij verschillende situaties (belichting aan of uit, één of twee schermen compleet dicht) maar maximaal 2.8% van de ingaande lucht de kas verlaat door de centrale kier boven het middenpad. De impact van de kier op het middenpad is dus erg gering en is bij Gardener’s Pride dus niet nodig. In het geval er belicht wordt en beide schermen gesloten zijn, treedt er een groot horizontaal temperatuurverschil op van maximaal 2.7 °C. Dit is niet wenselijk en zou eventueel verholpen kunnen worden door de kier op het middenpad te sluiten. Aangezien de tuinder een vaste kier heeft, konden we in het experiment de kier niet dicht sturen om zo te kijken of het horizontale temperatuurverschil verkleind kon worden. In de praktijk zien we ook bij een andere teler met belichting en Ventilation Jet dat hij de regelbare kier op het middenpad niet meer gebruikt. Hij vermoedt dat de hoeveelheid lucht die door de centrale kier naar buiten stroomt erg gering is. Tevens wil hij geen horizontale temperatuurverschillen creëren door deze centrale kier. D it project is gefinancierd vanuit het programma Kas als Energiebron, het innovatie- en actieprogramma van LTO Glaskracht Nederland en het ministerie van Economische Zaken.

Geplaatst op: 26-06-2017

Klimaat bij de 'Kas zonder gas'

Dit project moet inzicht geven in het klimaat dat met het systeem zoals gebruikt bij de 'Kas zonder gas' wordt gemaakt. Het gaat hierbij om de temperatuur-, de luchtvochtigheid- en luchtsnelheidsverdeling. Van belang is de homogeniteit van het systeem te bepalen voor verschillende operatingmodes van het systeem (koelen of verwarmen, rustig en hard blazend, met en zonder ventilatie met buitenlucht). Deze metingen worden gebruikt als kalibratie voor CFD-berekeningen, waarmee het totaal beeld van de kas kan worden weergegeven. De 'Kas zonder gas' is een semi gesloten kas waarin phalaenopsis wordt geteeld op tafels. De verdeling van temperatuur en vocht is niet optimaal. Verhoging van de luchtweerstand van de tafel zou de verdeling verbeteren. Daarnaast kunnen de grote temperatuurverschillen tijdens het verwarmen worden verkleind door de ventilatoren op een hoger toerental te laten draaien. Wel neemt het energiegebruik van de ventilatoren toe door deze maatregel. De ventilatoren worden ook ingezet om het microklimaat te verbeteren rond de plant. De metingen laten zien dat dit alleen nut heeft op het moment dat de ramen gesloten zijn en op koude dagen ook de schermen. Ontvochtigen kan door condensatie in de LBK of door ventilatie met buitenlucht. Mechanische buitenlucht aanzuiging is beter controleerbaar en de verdeling is ook optimaal indien met luchtslangen wordt gewerkt. Projectnummer: 13264

Van 01-12-2007 tot 31-12-2008
Afgerond
  • 1