Zoeken

Resultaat 1 tot 2 van 2.

Eindrapport: Lisianthus toekomstbestendig stap drie

Auteur: S.A.J. van den Boogaart, S.W. Hogewoning, T. Baeten en L.W.M. Nooren

Slimmer belichten, minder elektriciteit De proefteelten laten zien dat het elektriciteitsgebruik verder omlaag kan door full-LED slimmer aan te sturen. Door PAR- en verroodbelichting tijdig af te schakelen bij voldoende daglicht, werd elektriciteit bespaard zonder negatieve effecten op de teelt. De takkwaliteit bleef goed: met voldoende lengte, gewicht en houdbaarheid. Vochtbeheersing blijft bepalend Een belangrijk aandachtspunt in een energiezuinige teelt is het beperken van brandkoppen. Ernstige verbranding kan leiden tot verlies van het groeipunt en teeltvertraging — en dat betekent uiteindelijk juist extra energiegebruik. In de proef is daarom ingezet op extra luchtbeweging en een hoger vochtdeficiet (>6 g/m³) om verdamping te stimuleren. Ontvochtiging: techniek en strategie moeten samenkomen De actieve ontvochtigers bleken in deze proef niet efficiënt genoeg om voldoende vocht af te voeren. Daardoor moest deels via kieren en luchtramen worden ontvochtigd, wat gepaard ging met latent warmteverlies. De resultaten onderstrepen dat energiezuiniger telen mogelijk is, maar vraagt om een scherpe klimaatstrategie waarin licht, luchtbeweging en vochtbeheersing nauwkeurig op elkaar aansluiten. Praktijkwaarde voor telers De belangrijkste conclusie: de ondergrens voor energie-input in lisianthus kan verder omlaag, mits er slim gestuurd wordt op de belangrijkste knoppen in de teelt. De resultaten bieden telers concrete handvatten om gericht stappen te zetten richting een energiezuinige en toekomstbestendige lisianthusteelt. Financiering en coördinatie Dit project is uitgevoerd door Plant Lighting i.s.m. Delphy Improvement Centre. Dit project is gefinancierd en gecoördineerd door Kas als Energiebron, een innovatieprogramma van het ministerie van LVVN en Glastuinbouw Nederland. Het onderzoek is medegefinancierd door de gewascoöperatie Lisianthus, Takii, Sakata, Florensis, Van Egmond Lisianthus, Ludvig Svensson en Signify. Mogelijk gemaakt door Kennis in je Kas (KijK). De proef is begeleid door telers.

Geplaatst op: 17-02-2026

Evaluatie Lisianthus-proef

Auteur: Marcel Raaphorst van Wageningen UR Glastuinbouw

"Op 15 maart 2014 is op het DLV/GreenQ Improvement Centre het project ‘Het Nieuwe Telen Lisianthus’ van start gegaan. Voor dit ambitieuze project is een afdeling voorzien van diffuus glas, eb- en vloedvloeren, hijsverwarming en gronddoekgoten. Dit project wordt begeleid door Wageningen UR Glastuinbouw en 11 Lisianthustelers. Aan het einde van de vierde teelt hebben we de projectvoortgang geëvalueerd. De energiebesparing door korter te stomen is de meest in het oog springende energiebesparing. Bij de drie teeltwisselingen is met verschillende tijdsduren gestoomd. Ook na slechts 1 uur bol stoomzeil zijn er geen bodemproblemen opgetreden. Op jaarbasis kan deze stoomduur dan tot 20 m3/m2 besparing opleveren. De energiebesparing door een verbeterde vochtbeheersing is een ingewikkelder verhaal. Doordat het gewas nauwelijks wordt gegoten, hoeft minder vocht te worden afgevoerd en is dus minder verwarming nodig. Toch hebben de Ventilationjets vaak op volle toeren moeten draaien om het vochtdeficiet (VD) ’s nachts hoger dan 2 g/m3 te houden. Overigens is het de vraag of een VD van 2 g/m3 altijd nodig is. In augustus was het VD regelmatig lager dan 1 g/m3 en dit heeft niet tot problemen voor het gewas geleid. In andere perioden met hogere VD’s traden die problemen (met name brandkoppen) wel op. Dit maakt duidelijk dat het vochtregime moet worden afgestemd op de gewasstand. Hiermee moet zowel energie worden bespaard als de gewaskwaliteit worden geborgd. Er is echter nog geen simpele blauwdruk die aangeeft welke gewasstand welk vochtdeficit nodig heeft. Energiebesparing door minder te belichten zonder verlies van productie, is ook een uitdaging. Bekend is, dat aanvullend licht minder effectief is bij hogere lichtintensiteiten en hogere stralingssommen. In principe zou daarom van april tot september de belichting tot een minimum kunnen worden beperkt. In 2015 willen we daarom uitproberen of met alleen daglengtesturing het productieverlies beperkt kunnen houden. Beperking van de emissie van gewasbeschermingsmiddelen en nutriënten via het drainwater lijkt zeer eenvoudig te realiseren. Op basis van de natriumcijfers hoeft het drainwater immers niet te worden geloosd. De EC loopt na iedere teeltwisseling echter wel te hoog op als dan weer van bovenaf wordt beregend. Omdat dit nutriëntrijke water niet geschikt is voor de jonge planten en ook niet tijdelijk kan worden opgeslagen, moet dit in de proef helaas wel worden geloosd. In de praktijk verwachten we dat dit nutriëntrijke drainwater met het voedingswater van andere afdelingen kan worden vermengd, en dat lozing niet nodig zal zijn. Met het systeem is het technisch goed mogelijk om Lisianthus te telen. Waar was verwacht dat we het recirculatiewater na elke teelt moesten ontsmetten is dat tot nu toe niet nodig geweest en fungiciden zijn nog niet gebruikt. Of dit ook in de praktijk te realiseren is, waar besmetting vanuit andere teeltfasen een groter risico vormen, is nu nog moeilijk in te schatten. Ook kan pas worden bepaald of een teelt op substraat ook economisch rendabel is voor Lisianthus, als ook op langere termijn een gegarandeerde kwaliteit Lisianthus geleverd kan worden." Dit project is gefinancierd vanuit het programma Kas als Energiebron, (het innovatie- en actieprogramma van LTO Glaskracht Nederland en het ministerie van Economische Zaken), het programma Glastuinbouw Waterproof, het project Samenwerken aan Vaardigheden, het bedrijfsleven en de Lisianthustelers.

Geplaatst op: 15-12-2014
  • 1