Zoeken

Resultaat 1 tot 10 van 36.

Luchtbeweging is essentieel: horizontaal of verticaal?

Auteur: Jan Voogt

Vanouds deden we dat door inzet van een minimum buis, maar door onderzoek en praktijkervaring is inmiddels wel duidelijk dat ventilatoren veel effectiever en energiezuiniger zijn. En dan rijst altijd weer de vraag: wat is beter, horizontaal of verticaal? Horizontaal Veruit de meeste kassen zijn (nog) uitgerust met horizontale ventilatoren. De achterliggende gedachte was dat hiermee horizontale temperatuurverschillen worden opgeheven. Dat klinkt erg logisch, maar in de praktijk blijkt dat slechts zelden het geval. Uit rookproeven komt naar voren dat natuurlijke luchtstromingen, die temperatuurverschillen in de kas veroorzaken, meestal vele malen sterker zijn dan die van de ventilatoren. En bovendien blazen de ventilatoren altijd dezelfde kant uit, terwijl die natuurlijke luchtstromingen wisselend van alle kanten kunnen komen. Als je dan bovendien kunt uitrekenen dat bij de gangbare installaties het totale luchtvolume circa één keer per uur ‘door elkaar wordt geroerd’, dan mag je daar geen wonderen van verwachten. Dat is alsof je met een theelepeltje in een grote pan soep roert. Al vele jaren geleden is dat bevestigd door onderzoek met metingen en thermografische beelden (uitgevoerd door Westland Energie), maar vreemd genoeg is het heersende geloof in horizontaal recirculeren daardoor nauwelijks aan het wankelen gebracht. Verticaal In HNT-onderzoek is lang geleden de conclusie getrokken dat horizontale temperatuurverschillen niet efficiënt kunnen worden vereffend door ventilatoren, maar dat ze moeten worden voorkomen door het nemen van andere maatregelen, zoals een goed kasontwerp, gevelisolatie, tweezijdig luchten en het vermijden van schermkieren. Echter, tegelijk is gebleken dat ventilatoren wel een zeer belangrijke functie kunnen vervullen, namelijk het creëren van luchtbeweging tussen het gewas. Maar dan ligt het opeens veel meer voor de hand om niet horizontaal, maar juist verticaal te werken: Vocht moet worden getransporteerd naar het kasdek om het af te voeren door condensatie of ventilatie. Verticaal transport is dan veruit de kortste weg. Dit lijkt trouwens het meeste op de werking van de minimumbuis die immers ook door opstijgende warme lucht een verticale beweging veroorzaakt. Lucht die horizontaal wordt geblazen, wordt onderweg steeds vochtiger en eindigt bij de gevel. Waar blijft dat vocht dan? Lucht die horizontaal langs een kouder schermdoek wordt geblazen koelt af, wordt zwaarder en veroorzaakt koude plekken in het gewas. In geval van belichting wordt door verticale luchtbeweging de warmte van lampen effectief en egaal naar het gewas gebracht. Uit rookproeven blijkt dat in hoog opgaande gewassen vertikale luchtbeweging veel egaler verdeeld is dan in horizontale, omdat horizontale stromingen door het bladpakket worden afgeremd en dus niet ver doordringen. Feiten en gevoel Zoals bij meer onderdelen van Het Nieuwe Telen is er echter spanning tussen feiten en gevoel. Want ondanks de logica en aantoonbare voordelen van verticale luchtbeweging is er nog steeds een aanzienlijke groep tuinders en ook adviseurs en leveranciers die ‘meer gevoel hebben’ met de vertrouwde horizontale ventilatoren en ‘niets hebben’ met verticale luchtbeweging. Zelf heb ik inmiddels geleerd dat het weinig zin heeft om hierover verder in discussie te gaan. Natuurkundige wetmatigheden lenen zich nu eenmaal niet voor discussie en gevoel en feiten hebben een verschillende dimensie. Gelukkig zijn er steeds meer tuinders die wel open staan voor nieuwe inzichten en over hun oude gewoontes en gevoel durven heenstappen. Laatst hadden we in de cursusgroep een plantenkweker, die bevestigend verklaarde: “Bij ons zijn heel wat teeltproblemen verdwenen sinds we verticale ventilatoren hebben, wij zouden nooit meer zonder willen”. Meer informatie Natuurlijk zijn verticale ventilatoren geen ‘Haarlemmerolie’ waarmee alle problemen vanzelf worden opgelost. Het voorkomen van vochtproblemen bijvoorbeeld, vergt een geïntegreerde aanpak, waarbij de juiste aansturing van de gehele kasinstallatie in combinatie met de vochtbalans van de kas en het verticale temperatuurprofiel essentieel zijn, met name onder LED-belichting. Voor meer achtergrondinformatie over het nut van luchtbeweging zie het boek ‘ Plant Empowerment, de basisprincipes ’.

Geplaatst op: 22-05-2023

HNT Potplanten: lager piekverbruik en hogere lichtbenutting

Auteur: Tristan Marcal Balk (Delphy)

Tegelijkertijd was het product vier weken eerder marktklaar (HNT ten opzichte van conventioneel) over een heel teeltseizoen (±50 teeltweken), nadat er een achterstand in opkomst van veren van twee weken was ingehaald aan het einde van de winter. Enkel de kwaliteit liet te wensen over, dit uitte zich in de vorm van bonte bladeren. Sturen op pottemperatuur met matverwarming In het tweede jaar is het doel om de latere opkomst van veren einde winter te voorkomen door directer te gaan sturen op de pottemperatuur middels matverwarming op de teelttafels. Het groeipunt van de Zamioculcas zit ondergronds op de knol. Door de knol warm te houden met de matverwarming hoeft niet eerst de kaslucht en -ondergrond te worden opgewarmd. Hierdoor wordt er een extra efficiëntieslag van 50% (HNT 2018-2019 ten opzichte van HNT 2017-2018) verwacht op de warmtebehoefte in gasequivalenten (GE, m 3 /m 2 /jaar). Na 29 weken teelt is 49% GE bespaard ten opzichte van HNT in het eerste jaar en 69% GE bespaard ten opzichte van de conventionele teelt in het eerste jaar. Hiermee komt het energieverbruik in GE tot nu toe uit op 6,2 m 3 /m 2 . Dit is gerealiseerd met een opkomst van veren die tegelijk liep met de conventionele teelt in het eerste jaar. Uitdaging zomerperiode De bonte kleur van de bladeren die in de zomer van 2018 is ontstaan, zou kunnen komen doordat er tussen week 18 en week 30 (2018) gemiddeld 20 mol/m 2 /dag licht werd toegelaten, maar het zou ook kunnen komen doordat de hogere groeisnelheid niet gepaard ging met het aanbod van meer voeding waardoor er mogelijk tekorten zijn ontstaan. Voor de komende zomerperiode is het de uitdaging om meer licht toe te laten en de gewasgroei te versnellen zoals dat vorig jaar al is gelukt door de luchtvochtigheid te verhogen met een nevelsysteem, maar dit jaar dan met behoud van gewaskwaliteit. Het doel is om door middel van actuele lichtstress-metingen op basis van chlorofyl-fluorescentie exacter te bepalen wat het goede moment is voor het dicht lopen van de schermen. Op deze manier moet het mogelijk zijn om op de grens van de toelaatbare lichtintensiteit te telen zodat er geen potentiele groei blijft liggen. Wanneer er een factor in de teelt wordt verhoogd, kunnen er tekorten ontstaan van andere elementen waardoor de Zamioculcas in het eerste jaar mogelijk licht van kleur bleef. Daarom wordt in de huidige proef de nutriëntenopname gemonitord. Dit project wordt uitgevoerd door Delphy Improvement Centre. Het project is gefinancierd vanuit het programma Kas als Energiebron, het innovatie- en actieprogramma van Glastuinbouw Nederland en het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Diverse partijen dragen in cash en in kind bij aan dit project waaronder potplantentelers Hoge Weide BV, MV plant BV, Winden-Erica Potplantenkwekerij en Kwekerij Ted Vijverberg en leveranciers van technieken Ludvig Svensson, Agri Sensys en AHT Solutions. Het eindrapport van het project is beschikbaar en vindt u via onderstaande link.

Geplaatst op: 29-07-2019

Een lager piekverbruik en een hogere lichtbenutting in potplanten. Pilotgewas Zamioculcas

In de winter van 2017-2018 is het project gestart waarin Het Nieuwe Telen concept is toegepast op een onbelichte teelt van de tropische potplant Zamioculcas. Hoewel dit heeft geleid tot een energiebesparing van 45% ten opzichte van de Traditionele teelt (respectievelijk verbruik van 23,4 m3/m2 en 12,9 m3/m2 in 9 maanden), heeft de temperatuurverlaging in de winter soms wel geleid tot een latere opkomst. Deze achterstand werd echter in de zomer ruimschoots ingehaald. De teelt van Zamioculcas kan efficiënter door de teeltduur te verkorten. De efficiëntiestappen zijn te maken in de winter door de warmte beter om te zetten in groei en in de zomer door de assimilaten-aanmaak te optimaliseren. De potgrondtemperatuur is in de Zamioculca teelt bepalend voor de ontwikkelingssnelheid, omdat het groeipunt van de Zamioculca zich ondergronds bevind. De Zamioculca in Het Nieuwe telen liep groeivertraging op in de winter doordat de potgrondtemperatuur in HNT lager lag dan in de traditionele teelt. De teeltduur kan worden verkort door de potgrondtemperatuur in HNT gelijk te stellen aan die van de traditionele teelt door middel van lokale verwarming. De stooktemperatuur van de onderbuis kan hiermee tegelijkertijd worden verlaagd waardoor er minder warmte verloren gaat naar de kasbodem wat het (piek)verbruik zal verlagen. Door het gebruik van een groot verwarmend oppervlak en daarnaast de stooklijn van de onderbuis te verlagen kan naar schatting 50% aan warmte worden bespaard t.o.v. HNT-teelt van afgelopen proef. Daarnaast zal het piekverbruik worden verlaagd door het schermstrategie voor isolatie gelijk vanaf het begin te implementeren. De proef zal plaatsvinden op ca. 150 m2 bij Delphy. De afdeling is reeds ingericht met verschillende elementen die belangrijk zijn voor het optimaliseren van de teelt en het terugbrengen van het piekverbruik (dubbel energiescherm met spouw, harmony-scherm, verticale ventilatoren en verneveling). Om de warmte dichter bij het groeipunt te brengen wordt de afdeling uitgerust met een elektrische matverwarming. Ook zal CO2 dosering worden toegepast, naast metingen over o.a. licht, gewas- en pottemperatuur, watergehalte, EC en voedingsopname, gewas en energieverbruik. Door het inzetten van verneveling kan er meer licht in de afdeling worden toegelaten. De grenzen van het gewas zijn echter onbekend en liggen dus verder dan vooraf gedacht werd. Wanneer er meer licht kan worden toegelaten betekent ook dat er andere factoren dan licht een beperking kunnen zijn voor de groei. In de afdeling zal een Crop Observer worden ingezet in de periode van maart t/m september om te achterhalen welke momenten het gewas lichtstress ervaart en welke klimaatfactoren hier invloed op hebben. Ook zal op twee momenten in de teelt CO2 en lichtresponsecurves bepaald worden om meer te weten te komen over de (netto) fotosynthese. Doelstelling is om 50% energie te besparen door de warmte dichter bij het groeipunt aan te brengen door middel van lokale verwarming met een groot VO; door het (piek) verbruik te verlagen in de wintermaanden en het gebruik van 3 schermen. Telers en toeleveranciers dragen € 28.000,- bij aan dit project. Het gebruik van elektrische matverwarming biedt de mogelijkheid voor de potplantenteelt om in de toekomst zelfs fossielvrij te kunnen telen. Daarnaast kan er een aanzienlijke verkorting van de teelt gerealiseerd worden door toepassing van HNT. Dat is de voornaamste conclusie uit de proef genaamd ‘Een lager piekverbruik en een hogere lichtbenutting in potplanten’. Toepassing van Het Nieuwe Telen op zamioculcas, een (sub)tropische potplant, leidde in de proef ‘Een lager energieverbruik in potplanten’ (2017-’18) tot verkorting van de teeltduur en tot een vollere plant. De lagere temperatuur setpoints in de winterperiode zorgde echter voor een latere opkomst van veren ten opzichte van de traditionele teelt. In potentie zou de teelt dus nog sneller kunnen. In de zomer ontstond chlorose van het blad wat de sierwaarde van het product verlaagde, waardoor de vraag rees hoe er op een veilige manier toch meer licht kan worden toegelaten. Projectnummer: 20102

Van 01-12-2018 tot 31-03-2020
Afgerond

Bloei niet vertraagd in vijfde teelt ‘Perfecte Chrysant’

Auteur: Marcel Raaphorst, Wageningen University & Research Business Unit Glastuinbouw

Het warmtegebruik is tijdens deze vijfde teelt beperkt gebleven tot 0,5 m 3 /m 2 /week. Hierbij is het warmtegebruik ’s nachts vijf keer zo hoog als overdag, omdat de lampen en de zon dan geen warmte afgeven. Dankzij de efficiëntere LED lampen in de hybride belichting is 13% minder elektriciteit gebruikt, terwijl het gewas 18% meer PAR van de lampen heeft gekregen ten opzichte van een referentiebedrijf. Om te kijken op welke momenten het gewas het licht omzet in de meeste groei, is het versgewicht, het drooggewicht en het bladoppervlak iedere 2 weken gemeten en vergeleken met de hoeveelheid ontvangen PAR. Hieruit blijkt dat in de eerste twee weken nog niet veel versgewicht wordt geproduceerd. Dat komt voor een groot deel doordat het gewas dan nog weinig licht opvangt. In de weken daarna wordt het licht steeds beter opgevangen en omgezet in versgewicht. Als het gewas echter zo veel blad heeft (LAI >4) dat de onderste bladeren nauwelijks licht meer krijgen, daalt de efficiëntie weer. In het begin van de teelt zorgt meer blad dus voor meer productie, terwijl teveel blad bij het einde van de teelt juist contraproductief werkt. Nu is het nog de kunst om te leren hoe optimale bladgroei kan worden gecreëerd.

Geplaatst op: 06-03-2018

Geen binnenrot ondanks laag energieverbruik

Auteur: Lisanne Helmus (Delphy)

Spouwscherm Na het succesvolle resultaat van het project ‘Paprika energiezuinig met een goede kwaliteit’ uitgevoerd in 2016, waren in de proef ‘HNT paprika 2.0’ de ambities weer hoger gelegd. Het piekverbruik in de winter mocht niet hoger zijn dan 0.7 m 3 /m 2 /week en het totale energieverbruik zo laag mogelijk. Een hogere isolatie middels het uitrusten van de afdeling met een spouwscherm (2 x Luxous 1147) in combinatie met een enkel energiescherm (ook Luxous 1147) moesten hiervoor gaan zorgen. Overige doelstellingen waren het beperken van het CO 2 verbruik, de plantbelasting beheersen en het project combineren met een praktijk vergelijk. Lisanne Helmus (Delphy IC) en Marcel Raaphorst (WUR Glastuinbouw) gaven een toelichting op de resultaten. Slechts 15 kuub gas Er is in het project veel geleerd, maar de productie was ongeveer 10% lager in vergelijking met de referentie. Dit werd veroorzaakt door een combinatie van factoren: minder licht in de winter, minder CO 2 , vruchtdunning en een moment in de teelt waarop de voedingsopname niet goed was. Belangrijk resultaat was dat er geen enkele vrucht met binnenrot is gesneden ondanks het lage energieverbruik van slechts 15 m 3 /m 2 . Komend jaar ligt de focus op het reduceren van het piekverbruik in de winter. Piekverlaging in 2018 In 2018 vindt een vervolg plaats in de 2SaveEnergyKas bij Wageningen University & Research in Bleiswijk. Frank Kempkes gaf een toelichting op de achtergronden van de kas en de resultaten die hierin met komkommer en tomaat al zijn gerealiseerd. In tegenstelling tot de eerdere proeven wordt nu wel gekeken naar het doen van concessies aan de kastemperatuur als het hard vriest om het piekverbruik te reduceren. Mocht de winter komende weken nog steeds wegblijven, dan wordt het klimaat toch ingesteld zoals beoogd in een periode van aaneengesloten koude dagen. Dit project is gefinancierd vanuit het programma Kas als Energiebron, het innovatie- en actieprogramma van LTO Glaskracht Nederland en het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Lees meer over dit project via onderstaande link.

Geplaatst op: 30-01-2018

Lager energieverbruik potplanten

Het energieverbruik voor warmte in de potplantenteelt bedraagt tussen 30 en 35 m 3 /m 2 op jaarbasis. Er zijn meerdere mogelijkheden om dit aanzienlijk te verlagen, maar onzekerheid t.a.v. de gevolgen voor het product en de teeltplanning maakt dat telers in de praktijk terughoudend zijn met het toepassen van energiebesparing. Een groep Zamioculcas telers heeft het initiatief genomen voor een demo bij Delphy Improvement Centre. Het projectvoorstel betreft een zo energiezuinig mogelijke teelt op kleine schaal die vergeleken wordt met een referentie die zoveel mogelijk de teeltstrategie uit de praktijk volgt. In de uitwerking van de teeltstrategie wordt onderscheid gemaakt tussen de lichtarme winter periode van oktober tot maart en de rest van het jaar. De volgende maatregelen worden toegepast: meer schermen, meer schermuren, telen met de natuur (het licht) mee, perioden met hoger RV en inzet van verticale luchtbeweging voor verbetering van het micro klimaat. In de lichtrijke periode van het jaar zal met een diffunderend scherm en verneveling het beschikbare licht beter benut gaan worden. De hoofdteelt is Zamioculcas en alle teeltstadia worden meegenomen. Om de uitwerking op andere soorten mee te nemen zal ook gekeken worden naar één teeltstadium van Dipladenia. Zowel het kasklimaat als de groei en het teeltresultaat worden intensief gemonitord: verticaal temperatuurprofiel, PAR, pottemperatuur, vers- en drooggewicht, bladoppervlakte, plantvorm en bloei (bij Dipladenia). De verwachting is dat het energieverbruik met 30% kan afnemen tot ca. 20 m 3 /m 2 . De teeltmaatregelen die voorzien zijn passen in het kader van HNT. De proef wordt intensief begeleid door de deelnemende telers en zij dragen ook € 36.000,- bij aan het project. Tropische potplanten in een onbelichte teelt maken weinig ontwikkeling door in de winter waardoor de energie input in die periode inefficiënt wordt benut. Daarnaast zijn de toegelaten lichtniveaus laag waardoor er makkelijk een snellere gewasgroei met besparing van energie kan worden gerealiseerd door meer licht toe te laten. Een steilere licht:temperatuur verhouding met een hogere luchtvochtigheid in Het Nieuwe Telen in vergelijking tot de traditionele teelt, zorgt voor een Zamioculcas gewas dat vier weken eerder vermarktbaar is, waarbij tegelijkertijd 48% energie kan worden bespaard De Zamioculcas in HNT startte trager met de uitloop van veren, maar deze achterstand werd ruimschoots ingehaald richting de zomer met meer en langere veren dan in de Traditionele teelt wat uiteindelijk heeft gezorgd voor een vollere plant. Dipladenia bloeide in HNT uitbundiger dan in de traditionele teelt. De plantontwikkeling en de gecreëerde klimaatcondities in HNT lijken elkaar te versterken en daarmee ook de groei van de plant te versnellen. De snellere groei in HNT ging gepaard met een kleur groen dat lichter is dan in de praktijk. Scherm-, en nevelstrategie afstemmen op het verlagen van de VPD <2 kPa lijkt een goede basis te zijn om op een relatief veilige manier meer licht toe te laten. Om grenzen van de lichtverhoging te onderzoeken zijn er chlorofyl fluorescentie metingen uitgevoerd waaruit naar voren kwam dat volwassen Zamioculcas tot wel 26 mol/m 2 /dag en >1000 µmol/cm 2 /s momentane instraling kunnen verwerken zonder vertoon van lichtschade aan fotosysteem II. Het jonge gewas ervaart lichtstress >±500 µmol/cm 2 /s, maar onduidelijk blijft wanneer er bladschade optreed. De Zamioculcas kan meer licht verdragen dan gedacht, dit heeft mede bijgedragen aan de teeltversnelling, de volheid van het gewas en aan energiebesparing. In vervolgonderzoek zou er onderzocht moeten worden hoe het hogere lichtniveau veilig kan worden toegepast, zodat kwaliteit in gewaskleur wordt behouden. Bekijk hier het vervolgproject. Projectnummer: 20063

Van 01-11-2017 tot 31-12-2018
Afgerond

Ramen open voor efficiënter gebruik Ventilation Jet/Airmix

Auteur: Bram Vanthoor, onderzoeker Wageningen University & Research

Voor tuinders met een Ventilation Jet of Airmix wordt de ontvochtigingscapaciteit bepaald door de capaciteit van de inblaasventilator (m 3 /m 2 /uur) en het AV verschil (gram/m 3 ) tussen kaslucht en de lucht boven de doeken. Daar waar de luchtvochtigheid ondanks het gebruik van deze apparaten te hoog blijft kan de ontvochtigingscapaciteit vaak worden vergroot door het absoluut vocht boven het doek te verlagen door de ramen open te sturen. Onderstaande tekening laat een voorbeeld zien van een tuinder die problemen had met te hoog vocht in de kas (19.6°C en RV 93%). Het absoluut vochtgehalte boven het doek was 12.8 gram/m³. Deze tuinder met een inblaascapaciteit van 7 m 3 /m 2 /uur, kan in deze situatie 19.6 gram/m 2 (7 x (15.6-12.8)) ontvochtigen. Als deze tuinder maximaal zou ventileren kan het AV boven het doek bijna gelijk worden aan het AV buiten. Dan zou hij 46.2 gram/m 2 (7 x (15.6-9)) kunnen ontvochtigen. Zijn ontvochtigingscapaciteit wordt dan meer dan verdubbeld bij gelijkblijvend toerental van zijn ventilator. Volgens de uitstralingsmonitor verdampt een tomatenplant die ’s nachts belicht wordt met 200 µmol/(m² s) met verduisteringsdoek bij een luchtvochtigheid van 90%, rond de 45 gram/m 2 /uur. Bij ruim ventileren boven het doek zou deze tuinder in deze omstandigheden de luchtvochtigheid in de kas onder de 90% kunnen krijgen. En mogelijk zou een kleine schermkier hier nog 1 of 2 %-punt vanaf kunnen halen. Naast het monitoren van de AV-verschillen is het ook erg belangrijk dat de sturing van zowel de schermen, ramen en ventilatoren zodanig ingesteld staan dat er een stabiel kasklimaat ontstaat. Aangezien deze 3 systemen ieder afzonderlijk de luchtcondities (zowel temperatuur als RV) boven het scherm als van de kaslucht aanpassen is het erg belangrijk dat deze stuurmiddelen elkaar niet tegenwerken maar elkaar juist versterken om een stabieler kasklimaat te krijgen. Mocht men hier problemen mee ondervinden dan is het raadzaam om samen met de klimaatcomputerleveranciers alle instellingen nog eens door te lopen.

Geplaatst op: 25-09-2017

Onderzoek verticaal temperatuurprofiel roos afgerond

Auteur: Aat Dijkshoorn

Als gevolg van luchtstromen blijken er grote temperatuurverschillen in de kas te ontstaan. De ervaring leert dat het gebruik van schermen dit soort problemen kan vergroten. Dat maakt lichtafscherming niet populair, terwijl er juist steeds strengere eisen komen op dit gebied. Door Wageningen University & Research is onderzoek gedaan op twee rozenteeltbedrijven in de praktijk. Hierbij is gekeken naar verschillende systemen: luchtbehandelingskasten (LBK’s) met slurven onderdoor, Vertifans, Ventilation Jets en de nieuw ontwikkelde Airmix. Uit het onderzoek bleek dat het juist de kieren in het scherm zijn die de problemen veroorzaken. Het volledig sluiten van een scherm in combinatie met verticale luchtbeweging door een ventilator verkleint zowel de verticale als de horizontale temperatuurverschillen. Om bij een dicht scherm toch voldoende warmte en vocht af te voeren blijkt de plaatsing van een ventilator in het scherm die koude en droge lucht van boven het scherm aanvoert goed te voldoen. Doordat de verticaal werkende ventilator lampwarmte omlaag stuwt kan de buis onder het gewas een lagere temperatuur krijgen. Hierdoor wordt niet alleen energie bespaard, maar hoeft ook 30% minder warmte te worden afgevoerd door de ventilator in het scherm. Dit project wordt gefinancierd vanuit het programma Kas als Energiebron, het innovatie- en actieprogramma van LTO Glaskracht Nederland en het Ministerie van Economische Zaken (EZ).

Geplaatst op: 11-08-2017

Wat is het effect van de kier op het centrale middenpad?

Auteur: Bram Vanthoor (Wageningen University & Research)

Het idee van de kier is dat de koude lucht die de kas ingeblazen wordt door de Ventilation Jet deels als warme lucht door de kier boven het centrale middenpad de kas weer uitstroomt. Maar stroomt hier nou veel warme vochtige kaslucht naar boven toe of is dit te verwaarlozen? En als dit aanzienlijk is, wat is dan impact op het horizontale temperatuurprofiel? Gardener’s Pride heeft belichting (200 µmol/m 2 /s), een verduisteringsscherm, energiescherm en Ventilation Jets om de overtollige warmte en vocht af te voeren. De centrale kier is een vaste kier van 4 cm boven het middenpad en aan weerszijde van het middenpad zijn de paden 100 meter lang. Gardener’s Pride heeft een versie van het Ventilation Jet systeem waarbij gaten in doeken gemaakt zijn zodat daar de lucht door stroomt. De hoeveelheid lucht die door de Ventilation Jet stroomt is gemeten en de hoeveelheid lucht die door de kier op het centrale middenpad naar boven stroomt is gemeten door middel van anemometers. Gebaseerd op de metingen kan worden geconcludeerd dat bij Gardener’s Pride de werkelijke Ventilation Jet capaciteit bij twee compleet open schermen (dus beide schermstanden op 0%) veel lager was (8.9 m 3 /m 2 /uur) dan de capaciteit die berekend was op de karakteristieken van de inblaas ventilator (12 m 3 /m 2 /uur). Dit verschil kan verklaard worden doordat er turbulentie optreedt in de Ventilation Jet omdat de ventilator bovenin de behuizing zit. In de nieuwere Ventilation Jets zit de ventilator onderin waardoor een laminaire luchtstroom optreedt waardoor er veel minder verliezen optreden in de behuizing. Bij twee compleet gesloten schermen daalde het luchtdebiet naar 6.7 m 3 /m 2 /uur. Dit komt deels doordat de doeken voor weerstand zorgen bij de behuizing van de Ventilation Jet. Vervolgens zagen de onderzoekers dat bij verschillende situaties (belichting aan of uit, één of twee schermen compleet dicht) maar maximaal 2.8% van de ingaande lucht de kas verlaat door de centrale kier boven het middenpad. De impact van de kier op het middenpad is dus erg gering en is bij Gardener’s Pride dus niet nodig. In het geval er belicht wordt en beide schermen gesloten zijn, treedt er een groot horizontaal temperatuurverschil op van maximaal 2.7 °C. Dit is niet wenselijk en zou eventueel verholpen kunnen worden door de kier op het middenpad te sluiten. Aangezien de tuinder een vaste kier heeft, konden we in het experiment de kier niet dicht sturen om zo te kijken of het horizontale temperatuurverschil verkleind kon worden. In de praktijk zien we ook bij een andere teler met belichting en Ventilation Jet dat hij de regelbare kier op het middenpad niet meer gebruikt. Hij vermoedt dat de hoeveelheid lucht die door de centrale kier naar buiten stroomt erg gering is. Tevens wil hij geen horizontale temperatuurverschillen creëren door deze centrale kier. D it project is gefinancierd vanuit het programma Kas als Energiebron, het innovatie- en actieprogramma van LTO Glaskracht Nederland en het ministerie van Economische Zaken.

Geplaatst op: 26-06-2017

Systeemstap op weg naar minimaal energiegebruik alstroemeria

Auteur: Dennis Medema

Elementen in het teeltconcept zijn maximaal isoleren (twee schermen), zorgvuldig ontvochtigen met een Ventilation Jet, isoleren van de bodem, energiezuinige bodemkoeling en “slimmer belichten”. Onderdelen van het concept zijn in de praktijk uitgetest en gemeten, andere onderdelen zijn met het simulatiemodel Kaspro berekend. Ten opzichte van een referentieteelt kan er 28% (grondteelt, met stomen) tot 34% (substraatteelt) op warmte worden bespaard, en 40% op elektriciteit voor belichting en koeling. De besparing op belichting zal echter tot lagere productie in met name de winter leiden. De grote systeemstappen lijken daarom vooral te liggen in het verlagen van de verdamping uit de bodem, verbeterde bedrijfshygiëne om de extra verdamping uit gewasresten te voorkomen en de plaagdruk te verlagen, het toepassen van schermen en een nauwkeurige regeling van de ontvochtiging. D it project is gefinancierd vanuit het programma Kas als Energiebron, het innovatie- en actieprogramma van LTO Glaskracht Nederland en het ministerie van Economische Zaken.

Geplaatst op: 13-06-2017