Zoeken

Filters
Verwijder alle filters
Resultaat 1 tot 10 van 84.

Agentic Growing: zet AI gericht aan het werk in de kas

Van data naar slimme acties Volgens Colinda beschikken glastuinbouwbedrijven inmiddels over enorme hoeveelheden data. Klimaatcomputers, sensoren, camera's, energieplatforms, arbeidsregistraties en gewasmodellen leveren continu nieuwe informatie op. “De uitdaging is allang niet meer om data te verzamelen”, zegt ze. “De echte uitdaging is om al die informatie met elkaar te verbinden en er op tijd de juiste conclusies uit te trekken. Daar kunnen AI-agents enorm bij helpen.” Een AI-agent wacht niet af tot een gebruiker een vraag stelt. De agent kan zelf signaleren dat er iets verandert, aanvullende informatie verzamelen, verschillende scenario's doorrekenen en een passend voorstel doen. “Denk bijvoorbeeld aan een plotselinge verandering in instraling, temperatuur of plantbelasting. De agent analyseert wat dat betekent voor het gewas en het energiegebruik en stelt vervolgens een aangepaste aanpak voor.” De teler blijft aan het stuur Dat betekent volgens Colinda zeker niet dat AI de rol van de teler overneemt. “Juist niet. De teler bepaalt de doelen, stelt de grenzen vast en beslist uiteindelijk welke acties worden uitgevoerd. De praktijkkennis van de ondernemer blijft onmisbaar. Niet alles is meetbaar en niet iedere goede beslissing volgt uit historische data.” Wel verandert de rol van de teler. “In plaats van voortdurend zelf alle informatie te verzamelen en te combineren, kun je je veel meer richten op het beoordelen van voorstellen, uitzonderingen en de strategische keuzes. AI ondersteunt je, maar jij blijft degene die de koers bepaalt.” Leren door zelf te bouwen Tijdens de nieuwe leergang Agentic Growing leren deelnemers hoe zij AI kunnen inzetten voor een concreet vraagstuk uit hun eigen bedrijf. “Je hoeft geen programmeur te zijn om hiermee aan de slag te gaan”, benadrukt Colinda. “Wel is het belangrijk dat je begrijpt wat een AI-agent kan, welke data daarvoor nodig zijn en waar de grenzen liggen.” Deelnemers kiezen een eigen praktijkcase en bouwen stap voor stap een werkende AI-agent of tool. “Je gaat dus niet naar huis met alleen nieuwe kennis, maar met een concreet prototype dat je direct verder kunt ontwikkelen voor je eigen bedrijf.” Begin klein, denk groot Volgens Colinda is dit hét moment om ervaring op te doen. “Je hoeft echt niet morgen je hele kas autonoom te laten draaien. Begin met één duidelijk vraagstuk. Test wat werkt, leer waar AI waarde toevoegt en ontdek waar menselijke kennis onmisbaar blijft.” Juist door nu te experimenteren, bouwen ondernemers volgens haar kennis op voor de toekomst. “Zo wordt AI geen ontwikkeling die je overkomt, maar een hulpmiddel dat je bewust inzet om slimmer, consistenter en toekomstbestendiger te telen.” Schrijf je in De cursus Agentic Growing start 4 september 2026, in het Kaslokaal in het World Horti Center. Check hier de cursus voor meer informatie en aanmelden. Foto door Daniel Verkijk

Geplaatst op: 27-07-2026

Versnelling naar energiezuinige full-LED teelt van Lelie

Doel Het doel van het project is om kennis te ontwikkelen en delen over vraagstukken omtrent energiezuinige teeltstrategieën en voedingsopname in lelie bij teelt onder full LED. Om kennis vanuit het onderzoek snel in de praktijk te kunnen brengen loopt een kasproef bij het Improvement Centre parallel aan de teelten die lopen bij telers. Projectbeschrijving In de winterteelt van lelies worden meer bladkwaliteit problemen waargenomen sinds het overschakelen naar full-LED teelten in combinatie met een energiezuinige teeltstrategie. Voor sierteeltgewassen is bladkwaliteit een serieus probleem dat kan leiden tot grote verliezen als gevolg van afkeuring door ketenpartners. Er is een behoefte aan kennis om te begrijpen hoe deze problemen ontstaan en hoe ze opgelost kunnen worden, zodat met weinig energie input (zowel warmte als elektra) een goede productie van hoge kwaliteit lelie gerealiseerd kan worden. Enerzijds kan dit worden aangepakt met de juiste voedingsstrategie, maar de klimaatstrategie (en de daartoe leidende verdamping) is minstens zo belangrijk. Dit project focust zich op kennisontwikkeling in deze onderwerpen. In het eerste werkpakket wordt onderzoek gedaan in een proefkas. In het tweede werkpakket wordt een vergelijking gemaakt tussen klimaatrealisatie en klimaatstrategie van verschillende lelietelers. Dit project wordt gefinancierd door het ministerie van LVVN. Het project bevestigt dat de voedingsstrategie wel degelijk invloed heeft, maar niet voldoende is om bladproblemen volledig te voorkomen. Andere factoren, zoals klimaatsturing, substraatconditie en belichtingsstrategie, spelen een minstens zo grote rol. Dit onderzoek laat zien dat een energiezuinige lelieteelt onder full-LED technisch haalbaar is, mits er zorgvuldig gestuurd wordt op het totale teeltsysteem. Projectnummer: 24026

Van 01-10-2024 tot 01-08-2025
Afgerond

Verlengd plukseizoen aardbei

Doel Het doel van dit project is een teeltconcept ontwikkelen en demonstreren waarbij met een warmtevraag van minder dan 9 m3/m2 en maximaal 4 kg/m2 aan CO2 een goede teelt met een low-chill aardbei gerealiseerd kan worden. De warmtevraag wordt ingevuld door warmteoogst in de zomer en seizoensopslag. Projectbeschrijving Voor een belichte jaarrond aardbeiteelt is veel energie nodig: warmte en elektriciteit. Daarom is er volop belangstelling voor andere teeltsystemen waarin geen belichting nodig is en de warmtevraag lager is, maar het plukseizoen gelijkmatiger verloopt en langer is dan de traditionele doorteelt met twee productiepieken in de herfst (9-10 weken) en het voorjaar (5-6 weken). Low-chill aardbeien bieden hier mogelijkheden. De ervaringen zijn veelbelovend, maar ook nog zeer beperkt. Ook het huidige teeltsysteem met low-chill aardbeien in de ETFE kas biedt veel potentie, maar optimalisatie is qua teelt, energie en CO2 nog mogelijk. Dit project bestaat daarom uit een aardbeienteelt in EFTE-kas met geoptimaliseerd energieverbruik door onder andere het creëren van luchtbeweging onder het scherm, realisatie van een DIF en het aanhouden van een hogere etmaaltemperatuur. Vervolgens wordt inzicht verkregen in verdamping in relatie tot gewasopbouw. Dit project wordt gefinancierd door het ministerie van LNV. Met lage energie- en CO2-input was de productie voor Inspire 9,2 kg/m² klasse I en voor Fandango 9,0 kg/m² klasse I. Dat had hoger kunnen zijn als de meeldauw beter onder controle was gebleven. Tot begin augustus werden er nieuwe trossen aangelegd bij het ras Inspire. Dit liet zien dat de verduistering in mei en eerste helft juni nog gezorgd heeft voor trosinductie. De vruchtmaat was voor beide rassen goed en de refractie over het algemeen ook Projectnummer: 23025

Van 01-11-2023 tot 30-09-2024
Afgerond

Kansen voor energiezuinige teelt op basis van plantbalans

Doel Het doel van dit project is het bepalen van op welke manieren het sturen op plantbalans in relatie tot andere klimaatfactoren kan zorgen voor energie- en CO2-besparing en in welke periode in het jaar deze besparing het grootst is. Doel daarbij blijft dat er niet wordt ingeleverd op de productie. Met een groeimodel kunnen de effecten van verschillende teeltstrategieën worden vergeleken en kan worden geëvalueerd hoe het sturen op source/sink eruit kan zien in de praktijk. Hiermee kunnen telers de teelt beter sturen en energie besparen. Projectbeschrijving Nederlandse telers zijn gespecialiseerd in het lezen van hun gewas en het sturen daarvan. Dit is een complex proces waarin (onderbewust) rekening wordt gehouden met veel verschillende factoren en processen die in het gewas spelen. Echter is het zelfs voor geroutineerde telers soms lastig om alles wat er speelt in de kas te overzien. Zeker nu de energietransitie in volle gang is en telers met nieuwe technologieën anders moeten gaan telen wordt het overzicht houden over waarom een plant reageert zoals die reageert een uitdaging. Een belangrijk voorbeeld is daarbij de overgang van son-t naar led waarbij er veel nieuwe uitdagingen bij komen. Groeimodellen, zoals het gerbera groeimodel, kunnen een waardevolle bijdrage leveren in het duiden van de gewaseffecten, helpen bij het houden van overzicht en het bepalen van de teeltstrategie. De laatste jaren heeft de gerbera coöperatie veel energie gestoken in het ontwikkelen in het gerbera gewas model, echter moet nu de volgende stap gemaakt worden. In dit voorstel willen ze de meest recente data verwerken in het model en in combinatie met de plant fysiologische kennis (plantbalansen) het model robuuster en betrouwbaarder maken en schaalbaar maken voor meerdere gewassen. Het idee komt gezamenlijk vanuit telers, FloriConsultGroep en B-Mex. Het project bestaat uit de volgende werkpakketten: Werkpakket 1: Valideren model Het gerberagroeimodel is een zeer uitgebreid en complex model. Het is gebleken dat het model in staat is om de complexe gerbera teelt accuraat te simuleren. Echter is een model nooit perfect en is modelontwikkeling een proces van continue validatie en verbetering. Om het vertrouwen in het model nogmaals te vergroten zullen de berekeningen daarom nog eens gevalideerd worden door de proeven rond gerbera die door Plant Lighting gedaan zijn door te rekenen. Enerzijds om de opvallende resultaten van de proeven met het model te kunnen duiden maar ook om het model dus te valideren. Omdat er zeer uitgebreid aan het gewas is gemeten in de proeven zijn veel gedetailleerde gewasdata beschikbaar waarmee het model gevalideerd kan worden. Deze validatie stap is essentieel omdat daarmee het vertrouwen in het model nog eens wordt bevestigd en daarmee de betrouwbaarheid van de te onderzoeken energiezuinige strategieën wordt vergroot. Naast het valideren van het model moet de plantbalans die nodig is voor de volgende fase nog worden gevisualiseerd in de huidige Gerberaweb interface. Werkpakket 2: Ontwikkelen en doorrekenen energiezuinige strategieën Door in de klimaatsturing meer gebruik te maken van de plantbalans kan er dus potentieel een grote hoeveelheid energie worden bespaard zonder dat daar productie of kwaliteit voor ingeleverd moet worden. Werkpakket 3: Vertaling naar andere gewassen De strategieën die in werkpakket 1 worden ontwikkeld en doorgerekend met het gerberagroeimodel zijn niet enkel interessant voor gerbera telers. Omdat de plantbalans in vrijwel alle gewassen een belangrijke rol speelt vindt kruisbestuiving plaats tussen de verschillende teelten in kassen. Daarnaast zijn de rekenregels die het gerbera model bevat ook toepasbaar op andere gewassen. Roos is een voorbeeld van een gewas wat in de groei eigenschappen erg op gerbera lijkt. Ook dit is een meerjarig gewas waarbij het gewas over langere tijd in balans gehouden moet worden om in productie te blijven. In werkpakket 3 wordt er een quick scan gedaan van de toepasbaarheid van de in werkpakket 2 gevonden strategieën op de rozenteelt. Met behulp van de data uit een monitoringsstudie gedaan in roos, zal het gerbera model geparameteriseerd worden en zal gepoogd worden de rozen teelt te simuleren. Door de nieuwe strategieën voor de rozen teelten door te rekenen wordt onderzocht of de bij gerbera gevonden resultaten ook gelden voor andere siergewassen en worden de kansen voor energiebesparing in de teeltsturing bij de rozenteelt geïdentificeerd. Projectnummer: E23008

Van 01-10-2023 tot 31-10-2025
Lopend

Ontwikkeling Decision Support Tool CO2 Fase 2

Doel: Het ontwikkelen en testen van een prototype voor een bedrijfsspecifieke online adviestool om telers inzicht te geven in de CO2- en energievoetafdruk van teeltstrategieën. Bij dit voorstel wordt de basisapplicatie verder ontwikkeld. Projectbeschrijving: Begin 2022 is er een officieel projectplan ingediend voor het ontwikkelen van een decision supporttool op het gebied van CO2 op basis van de al bestaande OCAP Optimaal applicatie. Het project is opgedeeld in verschillende fasen. In fase 1 zou er een dashboard gemaakt worden waarin alle tussenstappen van het model gevisualiseerd worden. Dit geeft de gebruiker meer inzicht in hoe efficiënt de CO2 wordt gebruikt en hoe de uiteindelijke optimalisatie, die nu al in OCAP optimaal gedaan wordt, tot stand komt. Na deze fase zou er in de volgende fase met een BCO van testbedrijven worden getest met het nieuwe dashboard en na een inventarisatieronde zou er een ontwerp gemaakt worden voor een daadwerkelijke adviestool. Wegens praktische redenen is er destijds voor gekozen om de eerste twee fasen van het project gelijktijdig uit te voeren als nieuwe fase 1 die reeds is afgerond. Dit voorstel gaat over het vervolg van het project en dus ‘fase 2’. Hierbij 2 zal de basisversie van de applicatie worden ontwikkeld zoals beschreven onder “Systeemontwerp Basisapplicatie”. Het onderliggende model van OCAP Optimaal zal hiervoor de basis vormen maar er zal een aparte interface binnen het OCAP Optimaal platform worden gebouwd. Er wordt dus een nieuwe toepassing ontwikkeld die blijft draaien binnen de OCAP Optimaal omgeving. Het doel is om de interface zo simpel mogelijk te ontwikkelen waarbij een gebruiker makkelijk de verwachting voor de komende dag kan invullen, een gewenst scenario selecteert en vervolgens het optimale doseer patroon te zien krijgt voor de komende dag. Naast het bouwen van de interface zullen er ook onder de motorkap van de applicatie de nodige aanpassingen moeten gebeuren. Momenteel rekent de optimalisatie maar voor één scenario in OCAP Optimaal, namelijk het maximale productie scenario. Het optimalisatie algoritme zal zo moeten worden aangepast dat het ook voor de andere scenario’s kan gaan rekenen. Zeker voor het scenario met de veiligheidsmarges zal dit om een complexere manier van optimaliseren gaan. Binnen dit project neemt B-Mex de aanpassingen aan het algoritme voor eigen rekening (relatief kleine aanpassing op de broncode). Verder zal de mogelijkheid voor het doseren van ‘tank CO2’ worden toegevoegd. Daarmee wordt het scala aan CO2 bronnen compleet gemaakt en zo kunnen bedrijven die zowel tank CO2 als OCAP CO2 hebben of alleen één van beide alle bronnen optimaliseren. Een belangrijke stap in de ontwikkeling van de basisapplicatie is de gebruiksvalidatie. Hieruit moet blijken of de tool voldoet aan het in fase 1 geformuleerde programma van eisen en in welke richting de tool zich in de toekomst moet ontwikkelen. In dit project zal onderzocht worden of, en zo ja hoe gebruikers de applicatie gebruiken. Dit door de BCO leden twee maal te bezoeken nadat het prototype van de tool beschikbaar is. Projectnummer: E22004

Van 01-03-2023 tot 30-06-2023
Afgerond

Waarom moeten we steeds opnieuw leren telen?

Auteur: Jan Voogt (Adviesbureau PlantPhysiLogics)

En dat terwijl we de handen al vol hebben aan nieuwe regelgeving op gebied van gewasbescherming en niet te vergeten de gasprijzen die de pan uitrijzen. Ik geef het je te doen. Innovatie in techniek Het ouderwetse idee dat je op school alles leert voor de rest van je leven, hebben we in de hele maatschappij inmiddels verlaten. Door de technische innovaties verandert alles zo snel dat we overgeschakeld zijn op de ‘permanente educatie’. Je moet voortdurend blijven leren om alles bij te benen. Wie dat niet doet raakt in een achterstandspositie en uitgerangeerd. Dat geldt bij uitstek in de glastuinbouw waar de vernieuwing nog sneller lijkt te gaan dan in de rest van de industrie. De ene nieuwe techniek is nog nauwelijks in de praktijk gebracht, of de andere buitelt er al overheen. We innoveren wat af. En steeds constateren we dat je als tuinder opnieuw moet leren telen. Dat was bijvoorbeeld zo met de (gedwongen) omschakeling naar de substraatteelt. Maar dankzij een enorme inspanning van de praktijk, het onderzoek en de toeleveranciers hebben we het voor elkaar gekregen om een teeltmethode te ontwikkelen die een voorbeeld was en is voor de rest van de wereld. Innovatie in licht Dat was ook zo met de introductie van energieschermen, ten tijde van de energiecrisis in de jaren ‘70 en later bij de toepassing van intensieve belichting met Son-T lampen en de opkomst van diffuus glas. Met vallen en opstaan hebben we ook die technieken onder de knie gekregen. De invoering van de semi-gesloten kas, begin deze eeuw, was echt een uitdaging. Dat vergde niet gewoon opnieuw leren telen, maar werd zelfs bestempeld als ‘een zoektocht in drie dimensies’. En meer recent bij de grootschalige toepassing van de LED’s klinkt nu wederom de kreet: ‘We moeten opnieuw leren telen’. En we zijn er nog niet, want binnenkort moeten we het zonder gas doen en met veel minder CO2. Er valt dus nog heel wat opnieuw te leren. Innovatie in teeltmethode Dat steeds opnieuw leren telen kost ons veel tijd, energie en geld. Dan denk je weleens: zou dat misschien anders kunnen? En ja, persoonlijk denk ik van wel. De kwestie is namelijk dat we steeds uitgaan van technische innovaties en dat we die in onze teeltmethode moeten inpassen. Anders gezegd: we moeten proberen uit te vinden hoe onze planten reageren op deze nieuwe technieken en dan net zo lang experimenteren en aanpassen tot er weer een goed resultaat uitkomt. Dat is een lastig traject. Stel dat we het nu eens helemaal omdraaien? Als we zouden weten wat een plant nodig heeft om op een duurzame en efficiënte manier te groeien en te produceren, dan konden we een teeltmethode ontwerpen die daarop gebaseerd is. En dan weten we ook welke technische installaties daarvoor nodig zijn. Zou dat het probleem niet een stuk eenvoudiger maken? Want planten innoveren niet zo snel. Die groeien al miljoenen jaren op bijna de zelfde manier. Kortom, laten we gewoon ophouden met ons te laten sturen door de technische innovatie, maar eerst onze teeltmethode innoveren, zodat de plant daarin centraal komt te staan. Vervolgens kunnen we doorgaan met al die techniek te verbeteren, maar we hoeven niet meer steeds opnieuw te leren telen. In de praktijk brengen Maar zul je zeggen: Hoe moet dat dan, de plant centraal stellen? Trouwens, dat doen we toch zeker al? En hoe kunnen we dan meten en weten of we het inderdaad goed doen? Nou, toevallig weten we daar intussen wel het een en ander van af. Althans de basisprincipes. En als je die consequent toepast ben je al een eind op streek. Hoe dat werkt? Dat kun je leren op de cursus Het Nieuwe Telen. Die moet je dan natuurlijk wel volgen en in praktijk brengen. Maar het goede nieuws is dat jouw planten het niet meer hoeven te leren, want die kunnen het al een poosje.

Geplaatst op: 08-02-2022

Korte dag aan eind opkweek phalaenopsis kan zeer interessant zijn

Auteur: Sander Hogewoning (Plant Lighting)

In twee identieke klimaatkamers van Plant Lighting, uitgerust met daglicht-simulatoren, zijn vier cultivars (Lively, Limelight, Cambridge en Ferrara) gekweekt. De laatste acht weken van de opkweek werd bij één behandeling de dag verkort (KD) tot twaalf uur in plaats van zestien uur (controle). Vervolgens werd er met een relatief hoge etmaaltemperatuur van ruim 20°C gekoeld voor (slechts) zes weken en afgekweekt bij ruim 21°C. De koelperiode was relatief kort, bij relatief hoge temperatuur en met relatief jonge planten. Dit om het onderscheidend vermogen tussen de behandelingen te vergroten. Aan het einde van de proef is aan 216 planten per cultivar per behandeling het aantal bloemtakken en de kwaliteit gemeten. Voordeel in plantkwaliteit Bij KD steeg het gemiddeld aantal bloemtakken per plant. Het percentage 2-takkers in Ferrara steeg met 6% ten koste van 1-takkers en bij Lively steeg het percentage 3-takkers met 7% ten koste van 2-takkers. Bij Cambridge was een kleine, niet significante toename, en Limelight reageerde niet op de behandeling. De KD had verder geen effect op de takkwaliteit (aantal bloemen en vertakking van de meertakkers), uniformiteit, en teeltduur. De KD bood onder de proefomstandigheden dus een voordeel in plantkwaliteit tegen lagere kosten: er kan worden bespaard op het aantal uren belichting per dag in de opkweek. Mogelijk kan hierdoor in de zomer ook worden bespaard op de koeling. Het onderzoek is gefinancierd met bijdragen van de gewascoöperatie Potorchidee en Kas als Energiebron.

Geplaatst op: 09-12-2020

Wie gelooft er nog in de voornachtverlaging en de ochtenddip?

Auteur: Jan O. Voogt

Ik herinner me nog dat één van de gerenommeerde teeltadviseurs betoogde dat je na een zonnige dag de plant juist gelegenheid moet geven om de aangemaakte assimilaten te verwerken en dat de voornachtverlaging dit bemoeilijkt. Hij publiceerde zelfs opbrengstcijfers van tuinders die het wel en die het niet toepasten om dat te bewijzen. Maar het mocht niet meer baten. Hij was als een roepende in de woestijn. Van meer recente datum, maar toch ook al vele jaren in zwang, is de zogenaamde ochtenddip. Na een nacht onder een al dan niet gesloten energiescherm moet je de kastemperatuur een korte duikeling laten maken. Hiervan wordt aangenomen dat je er sterke, korte trossen van krijgt. Zowel de voornachtverlaging als de ochtenddip worden algemeen beschouwd als generatieve acties en vormen het basisgereedschap van elke serieuze tomatenteler en voorlichter. Daar is lange tijd geen enkele discussie (meer) over geweest. Het Nieuwe Telen Vanuit de principes van Het Nieuwe Telen hebben we beide acties echter opnieuw tegen het licht gehouden. En dan rijzen toch wel de nodige twijfels. Warmere plantendelen kunnen meer assimilaten aantrekken, maar koudere bladeren geven de gevormde assimilaten ook trager af. Dus schiet je dan met een snelle afkoeling in de voornacht het doel niet voorbij? Bovendien stagneert de aanvoer van nutriënten waaronder calcium naar het groeipunt en vergroot je daardoor juist niet de kans op bijvoorbeeld neusrot? Door een snelle opbouw van de worteldruk kunnen ook vruchten gaan scheuren. En als je het gewas na een langzame opwarming hebt klaargezet voor de dag, wat doet dan een ochtenddip met de activiteit van de plant? Een hardloper gaat na de warming-up toch ook niet eerst even onder de koude douche staan om vervolgens aan de wedstrijd te beginnen? WUR onderzoek Mede naar aanleiding van deze twijfels is omstreeks 2010 door Wageningen University & Research (WUR) een uitgebreid onderzoek gedaan naar de effecten van temperatuurverloop op het gewas. De resultaten zijn gepubliceerd in het rapport. In het kort komt het erop neer dat alle drie de hypothesen, die vanuit de praktijk als basis voor de voornachtverlaging en de ochtenddip worden beschouwd, in dit onderzoek zijn ontkracht: Een voornachtverlaging zorgt niet voor meer assimilatentransport naar de vruchten en geeft geen verhoging van het vruchtgewicht; De strekking in de ochtend is niet te beïnvloeden met de temperatuurstrategie (ochtenddip); De meeste strekking vindt niet in de ochtend, maar in de avond plaats. Dat was dus erg goed nieuws voor Het Nieuwe Telen, waarin onder andere wordt gepleit om aan het begin van de dag het scherm langer dicht te houden en aan het einde van de middag het scherm eerder (80%) te sluiten, om zo de plant te beschermen tegen de negatieve effecten van uitstraling. De bijvangst is bovendien een betere vochtbeheersing en effectieve benutting van de gratis energie van de zon. Nieuwe ervaringen Deze nieuwe inzichten lijken nu bijna tien jaar later langzaam door te dringen in de praktijk. Gelukkig hebben we ook steeds betere sensoren om dit met harde feiten te onderbouwen. Gewichtsmetingen maken duidelijk dat een voornachtverlaging aantoonbaar de groei afremt. Thermografische beelden laten zien dat een ochtenddip kan leiden tot meer waterstress zodra het zonnetje echt doorkomt. Van steeds meer telers hoor ik dat ze gaandeweg afstappen van hun zo vertrouwde voornachtverlaging en ochtenddip en eigenlijk alleen maar positieve gevolgen zien. Een prima groei in de kop, goede zetting en sterke trossen. Intussen hebben ze dan ook geleerd dat de gewenste gewasontwikkeling (generatief/vegetatief) veel eenvoudiger kan worden bereikt door een stabiele verhouding tussen etmaaltemperatuur en lichtsom op dagelijkse basis aan te houden en de plantbelasting te beheersen. Dat stabiliseert de assimilatenbalans en dat heeft een gunstige uitwerking op vrijwel alle plantprocessen en de plantgezondheid. Gelovigen en afvalligen Wat mij nu bezig houdt, is dat deze telers mij soms toevertrouwen dat ze dit nauwelijks aan hun collega’s durven te vertellen. Want als je afwijkt van de groep, of het advies van een gezaghebbende voorlichter ter discussie stelt, dan word je al snel als een afvallige beschouwd en niet meer serieus genomen. Niet zelden keren ze daarom onder de ‘groepsdruk’ zelfs terug naar de oude methoden. Je zou bijna gaan denken dat de voornachtverlaging en de ochtenddip onderdeel uitmaken van een soort geloofsovertuiging. Nu mag iedereen natuurlijk een eigen mening hebben. Dat is juist goed voor de discussie. Maar als je daardoor niet meer openstaat voor nieuwe inzichten en feiten, dan stagneert de ontwikkeling en stilstand is achteruitgang. Autonomous Greenhouse Challenge Tomaat Het laatste nieuws is nu dat het team van de Automatoes de Autonomous Greenhouse Challenge Tomaat van WUR dit jaar heeft gewonnen, helemaal zonder voornachtverlaging of ochtenddip. Ze hebben volgens zeggen in hun teeltstrategie naast slimme computeralgoritmen de principes van Het Nieuwe Telen/Plant Empowerment toegepast, onder andere door een vaste temperatuur/licht-verhouding aan te houden en consequent te schermen tegen uitstraling. Zo maakten ze optimaal gebruik van de groeikracht van de plant en daarmee realiseerden ze de hoogste opbrengst, de beste kwaliteit en teelden ze het meest efficiënt en duurzaam. Samen werken aan duurzaamheid Hopelijk is dit een aanleiding voor de aanhangers om de veronderstelde voordelen van de voornachtverlaging en ochtenddip nog eens te heroverwegen en voor de afvalligen een aanmoediging om met hun nieuwe ervaringen ‘uit de kas’ te komen. Want efficiënt, duurzaam, en winstgevend telen, dat is de echte uitdaging waar de hele tuinbouwsector voor staat. Daar moeten we met z’n allen eensgezind aan werken, nieuwe inzichten kritisch toetsen en ook oude, achterhaalde inzichten durven loslaten. Intelligente computeralgoritmen kunnen ons daarbij helpen, want die werken niet op basis van gevoel en gewoonten, maar alleen met feiten. Ze hebben geen moeite om over te stappen naar nieuwe strategieën als die betere resultaten geven. De uitkomst van de Autonomous Greenhouse Challenge geeft overduidelijk aan hoe daarmee de transitie naar een duurzame en winstgevende glastuinbouw versneld kan worden.

Geplaatst op: 10-09-2020

‘Meer schermen en minder luchten is een kwestie van durven’

Auteur: Roger Abbenhuijs

Een logische vraag is hoe hij deze stap heeft durven zetten, omdat de meeste telers terughoudend zijn uit angst voor een te hoge temperatuur in de kas. “Je leert pas iets als je het zelf doet, het zelf ervaart. Bij de leergroep Paprika van het Nieuwe Telen kwam dit vorig jaar al aan bod. Toen hadden we ook een periode met extreme temperaturen en ben ik de raamstand al naar 70-80% gaan brengen. Ik constateerde weinig verschil in temperatuur in de kas. Vervolgens ga je kijken hoe ver je kunt gaan. Wanneer treden die temperatuurverschillen wel op?” Het belangrijkste voordeel is dat Kevin het vocht en de CO 2 beter in de kas houdt. “Een paprikaplant vindt dat namelijk wel lekker voor een optimale groei.” Vochtigheid buitenlucht Zo vlak na de record-hittegolf van augustus kijkt de paprikateler met een goed gevoel terug op zijn teeltstrategie gedurende die zomerweken. “Maar aan het eind van het jaar gaan we uitgebreid evalueren.” Een voorzichtige conclusie durft Kevin echter al wel te trekken. “Ik neig naar de gulden middenweg als optimale plaatje. Soms moet ik deze strategie beslist toepassen, soms ook niet. Dat is afhankelijk van de vochtigheid van de buitenlucht; is die lucht droog dan moeten we de luchtramen knijpen.” Om daar gericht op te kunnen sturen wordt bij Kwekerij de 3Hoek op de meteomast een meter geïnstalleerd die de RV buiten meet. “Bij 45-50% raamstand leg je de luchtramen in de kas al ‘plat’ en houd je een stuk makkelijker je vocht in orde, dat is belangrijk om te weten.” Etmaaltemperatuur een uitdaging Kevin Kleyweg verwacht niet dat de resultaten bij het ene ras anders zullen zijn dan het andere. “Teelttechnisch zitten er geen grote verschillen tussen de paprikarassen. Het type kas is wel van belang. Bij een te lage kas wordt het risicovoller om op deze manier te telen.” Afsluitend stelt Kevin dat zijn bedrijf goed door de hete weken is gekomen. “De medewerkers hebben halve dagen gewerkt. Voor het gewas was het met een week etmaaltemperatuur van 26,5°C best een uitdaging in de wetenschap dat 23°C de ideale kastemperatuur is voor paprika.” Klik hier voor het geactualiseerde cursusaanbod van Het Nieuwe Telen.

Geplaatst op: 19-08-2020

Elke teelt een uitdaging om ‘Perfecte Chrysant’ te realiseren

Auteur: Arie de Gelder, (WUR businnesunit Glastuinbouw)

Bij de eindoogst werd er echter meer blad verloren, zodat aan het eind het gemiddelde takgewicht gelijk was; 111 gram/tak. Baltica is geoogst na 61 dagen korte dag, maar achteraf had dit beter 2 dagen later kunnen zijn, waardoor er net iets meer bloemontwikkeling zou zijn geweest. De ontwikkeling in het sombere weekend voor de oogst was duidelijk trager dan verwacht. Weinig energie-input De totale groei was in dit voorjaar met veel licht gewoon goed, met weinig energie input; 7 kWh/m2 voor belichting en 1.3 m3/m2 voor warmte. De ontvochtiging in de nacht en koeling overdag met een koude/warmte blok in een luchtbehandelingskast, leverde meer dan voldoende warmte om de kas te verwarmen. De luchtvochtigheid werd met een vernevelingsinstallatie op een minimum van 70% gehouden. De ventilatie met insectengaas in de ramen was ook op de warme zonnige dagen voldoende om de etmaal temperatuur op een aanvaardbaar niveau te houden, waarbij ook de maximum temperatuur niet te hoog werd. Geen tripsschade Voor de gewasbescherming werd tegen trips Orius uitgezet in combinatie met bijvoeren. Dit leverde takken op die vrij waren van tripsschade. Aan het eind van de teelt werden er voldoende eieren van Orius op de takken gevonden om de trips effectief onder controle te houden. Het aantal tripsen op vangplaten was aan het eind van de teelt echter onverklaarbaar hoog. Zo blijkt elke teelt het weer een uitdading om de topprestatie te leveren die je voor perfecte chrysanten nodig hebt. Het onderzoek naar een Perfecte Chrysant is gefinancierd door Kas als Energiebron en wordt verder gesteund door chrysantentelers en vermeerderaars, Koppert, Horticoop, Signify, Het onderzoek wordt uitgevoerd bij Delphy Improvement Centre onder de projectleiding van Wageningen UR Glastuinbouw. Teeltadvies wordt gegeven door de consultants van Delphy.

Geplaatst op: 23-07-2020