Zoeken

Resultaat 1 tot 10 van 52.

Eindrapport: Verkennend onderzoek vroege detectie kiepers (tulp)

Auteur: Sjoerd van Vilsteren, Wageningen University & Research

Vroeger zien wat misgaat Uit het onderzoek blijkt dat Vis-NIR spectrale camera’s (400–1000 nm) veranderingen in het plantweefsel al kunnen waarnemen dagen voordat telers symptomen met het blote oog zien. Kiepers blijken al vier à vijf dagen na inhalen (van koelcel naar kas) herkenbaar, terwijl ze normaal pas na ongeveer acht dagen zichtbaar worden. Dat geeft telers een belangrijk tijdsvenster om gericht in te grijpen met ventilatie en ontvochtiging. Energie besparen én minder uitval In de praktijk blijkt dat veel broeiers werken met een ‘overkillstrategie’: ruim ventileren en ontvochtigen om risico’s te vermijden. Ongeveer 75% van de telers hanteert inmiddels compartimentering, maar energiegebruik blijft hoog en uitval is niet altijd te voorkomen. De analyse laat zien dat vroege detectie kan helpen om deze overventilatie te beperken. Voor een referentiebedrijf van 5.000 m² kan dit leiden tot circa 5% energiebesparing (ongeveer 1.500 m³ gas per jaar). Maar belangrijker nog: het voorkomen van kiepers weegt financieel zwaarder dan de energiebesparing alleen. Wat vraagt toepassing in de kas? De techniek is technisch haalbaar, maar vraagt nog verdere ontwikkeling om praktisch toepasbaar te worden. Belangrijke randvoorwaarden zijn: betrouwbare kalibratie en meetomstandigheden, integratie in het teeltproces, robuuste systemen voor het vochtige kasklimaat, en duidelijke interpretatie van de meetdata. Ook moet de technologie flexibel inzetbaar zijn in verschillende broeisystemen. Veelbelovend, met ruimte voor vervolgstappen De conclusie is duidelijk: spectrale cameratechniek biedt een reëel perspectief om kiepers eerder te herkennen en gerichter te sturen op klimaat en ventilatie. Daarmee kan zowel energie worden bespaard als uitval worden voorkomen. De grootste economische waarde zit nu vooral in het reduceren van productieverliezen. Om de stap naar brede toepassing te kunnen maken is vervolgonderzoek nodig, met grotere datasets, meer teeltomstandigheden en beter inzicht in hoe effectief bijsturen na vroege detectie kan zijn. Financiering en coördinatie Dit project is uitgevoerd door Wageningen University & Research en gefinancierd en gecoördineerd door Kas als Energiebron, een innovatieprogramma van het ministerie van LVVN en Glastuinbouw Nederland. Mede mogelijk gemaakt door Kennis in je Kas (KijK). De proef is begeleid door telers.

Geplaatst op: 12-01-2026

GreenControl

Doel en relevantie praktijk Klimaatsturing op basis van behoeften van de plant in plaats van een centrale klimaatbox. Sensoren en modellen geven inzicht in de prestaties van het gewas en in het microklimaat van de plant. Het doel is een efficiëntere en duurzamere kas, met als doel 25% energiebesparing en 35% kostenverlaging zonder verlies van gewasopbrengst. Projectbeschrijving Dankzij een combinatie van geavanceerde 3D-sensoren, klimaatmodellen en nieuwe meettechnieken worden fotosynthese en verdamping gemeten. De data worden gekoppeld aan een controlesysteem. Zo worden belichting, CO₂-dosering en luchtstromen afgestemd op de werkelijke behoeften van de plant en de fluctuaties in energieprijzen. Hierin wordt nauw samengewerkt met technologiebedrijven en leveranciers van sensoren, klimaatcomputers, veredelings- en kassenbouwtechnologie. Door beter inzicht in de interactie tussen planten en omgevingsfactoren kan de gewasgroei geoptimaliseerd worden bij een efficiënter energiegebruik en een stabieler kasklimaat. Er zijn vier werkpakketten: Ontwikkeling 3D Sensornetwerk Klimaatmodellering en Optimalisatie Meten van Gewasprestaties Plantgebaseerde Controlestrategie Financiering en coördinatie Het totaalbudget voor dit onderzoek is € 5,5 mio - waarvan € 3.865.000 door NWO (cash), € 415.000 door partners (cash); € 1.145.000 door partners (in kind) en € 75.000 Kas als Energiebron/KijK. Dit project wordt gefinancierd en gecoördineerd door Kas als Energiebron, een innovatieprogramma van het ministerie van LVVN en Glastuinbouw Nederland. Mede mogelijk gemaakt door Kennis in je Kas (KijK). De proef wordt begeleid door telers. Projectnummer: E25002

Van 01-01-2026 tot 31-12-2030
Lopend

AGROS II: Slim telen met een autonoom platform

Auteur: Anja Dieleman, Bart van Marrewijk

Data speelt een cruciale rol bij het optimaliseren de teeltomstandigheden, in plantmodellen en in het trainen van slimme algoritmes. Klimaatdata, zoals temperatuur, licht en luchtvochtigheid, wordt al jarenlang gemeten met sensoren. Maar naast klimaat zijn ook de gewaskenmerken essentieel: denk aan het tellen van bladeren en vruchten, het meten van bladafsplitsingssnelheid en de uitgroeiduur van vruchten. Vervanging handmatige gewasmetingen Deze gewasmetingen worden nu nog handmatig uitgevoerd om aan de hand van de resultaten de teeltstrategie aan te passen en verder te optimaliseren. Het nadeel? Handmatige metingen zijn tijdrovend, subjectief en worden maar aan een beperkt aantal planten per kas gedaan. Om dit te verbeteren, wordt door Bart van Marrewijk en Selwin Hageraats in AGROS II een innovatief platform ontwikkeld waarop een serie camera’s is gemonteerd dat gewasmetingen vaker en gestandaardiseerd uit kan voeren. Dit platform is de afgelopen maanden in een komkommerteelt gebruikt om beelden te verzamelen. Zo hebben we samen met VDL ETG, een van onze partners binnen het AGROS II-consortium, een uitgebreide dataset opgebouwd met beeldmateriaal en handmatige metingen. De komende maanden worden deze beelden geanalyseerd en worden de gewaseigenschappen uit deze beelden geextraheerd. Daarna vergelijken we deze met de resultaten met de traditionele handmatige metingen. Zo draagt het project AGROS II bij aan de verdere ontwikkeling naar data-gedreven telen, door continu, geautomatiseerd objectieve plantdata te verzamelen. Video AGROS II Kijk hier een korte video over AGROS II, slim telen met een autonoom platform. Samenwerking en financiering Het project AGROS II wordt uitgevoerd door Business Unit Glastuinbouw van Wageningen University & Research en gefinancierd en gecoördineerd door Kas als Energiebron, een innovatieprogramma van het Ministerie van LVVN en Glastuinbouw Nederland. Mede mogelijk gemaakt door Kennis in je Kas (KijK), Nunhems/BASF Vegetable Seeds, Cultilène, Mechatronix, Kennis in je Kas (KIJK), Delphy, Greenport West-Holland, Agrolux, Van der Hoeven Horticultural Projects, VDL ETG en Source.ag, Gemeente Lansingerland, Innovatiefonds Hagelunie en de Topsector Tuinbouw en Uitgangsmaterialen.

Geplaatst op: 23-06-2025

Samen bouwen aan de toekomst van autonoom telen (AGROS II)

Auteur: Anja Dieleman en Feije de Zwart

De weg naar autonome teelt: van AI tot Digital Twin In de afgelopen jaren zijn in het (eerste) AGROS project de eerste stappen richting een autonome teelt gezet. Er is fysiologische kennis ontwikkeld om de belangrijkste plantprocessen te bepalen, er zijn (prototypes van) sensoren beproefd om deze te kunnen meten en er zijn intelligente algoritmes gebouwd om de kas aan te kunnen sturen. Deze bouwstenen zijn gecombineerd en toegepast in een succesvolle validatieproef, waarin drie komkommerteelten werden aangestuurd door teeltdeskundigen en door twee varianten van een besturingsalgoritme, namelijk een AI algoritme en een Digital Twin. De data-driven programmatuur maakte echter nog wel gebruik van handmatige gewaswaarnemingen. In het vervolgproject AGROS II: Volgende stappen naar een autonome kas, wordt daarom gewerkt aan het verder ontwikkelen van technologie voor de gewaswaarneming. Er wordt gewerkt aan vision systemen die met de nieuwste AI-technologie nauwkeurige en robuuste observaties aan het gewas kunnen doen. Daarmee moet het zonder ‘mensen op de kar’ mogelijk worden om te weten of de teelt volgens plan verloopt of dat er bijgestuurd moet worden. En zo ja, hoe. Terugblik bijeenkomst AGROS II In de partnerbijeenkomst van AGROS II, die op 27 november jl. in Bleiswijk werd gehouden, was het centrale thema ‘Autonoom telen: waar staan we nu, en waar naar toe zijn we op weg?’. De dag begon met een presentatie door studenten van InHolland die een enquête hadden gemaakt, die door Glastuinbouw Nederland is verstuurd. Ruim 130 telers reageerden. Dit gaf een goed beeld van hoe zij de toekomst zien van autonoom telen op hun bedrijf en wat zij zien als de belangrijkste voor- en nadelen van autonoom telen. In de komende periode worden ook nog interviews gehouden met de projectpartners en een aantal andere betrokkenen, zodat we in AGROS II de juiste keuzes kunnen maken in activiteiten die we gaan uitvoeren en producten die we opleveren. Autonoom telen: ondersteuning zonder de teler te vervangen Het einddoel van AGROS II is te komen tot een teelt die op afstand aan gestuurd wordt met een robuust beslissingssysteem dat op basis van sensorinformatie stuurt op een vooraf door de teler bepaald doel. In het project werken we hier naar toe, en willen we tussentijdse resultaten opleveren die voor telers interessant zijn. Ondanks dat 'autonoom telen' klinkt alsof het de teler overbodig maakt, bleek uit alle discussies die deze dag gevoerd werden dat dit voorlopig niet aan de orde is. Er zijn veel zeer specialistische teelten, maar ook voor grote teelten zoals tomaat en komkommer vereist het groene vingers om het maximale uit de teelt te halen. Wel kunnen algoritmes de belangrijkste onderdelen van de kasklimaatregeling zelfstandig uitvoeren en de teler ondersteunen door automatisch data uit sensoren op te halen, op betrouwbaarheid te controleren en om te werken tot een helder overzicht over de stand van het gewas. De teler krijgt hiermee sneller en eenduidiger informatie over het gewas, waardoor tijd wordt vrijgespeeld voor andere belangrijke dingen. Zoals voor het inspelen op onverwachte omstandigheden want daarvoor blijft de onmisbare vakkennis noodzakelijk blijft. Het project AGROS II wordt uitgevoerd door Business Unit Glastuinbouw van Wageningen University & Research en gefinancierd en gecoördineerd door Kas als Energiebron, een innovatieprogramma van het Ministerie van LVVN en Glastuinbouw Nederland. Mede mogelijk gemaakt door Kennis in je Kas (KijK), Nunhems/BASF Vegetable Seeds, Cultilène, Mechatronix, Stichting KIJK, Delphy, Greenport West Holland, Agrolux, Van der Hoeven Horticultural Projects, VDL ETG en Source.ag, Gemeente Lansingerland, Innovatiefonds Hagelunie en de Topsector Tuinbouw en Uitgangsmaterialen.

Geplaatst op: 29-01-2025

Chrysantenteelt aansturen op basis van sensoren

Auteur: Anja Dieleman, WUR Glastuinbouw

Bij de eerste strategie werd standaard water gegeven (voldoende irrigatie) en bij de tweede strategie werd per beurt maar 75% van die hoeveelheid water gegeven (beperkte irrigatie). Tijdens de teelt gebruik gemaakt van een aantal plant- en substraatsensoren om dit continue te monitoren en van geautomatiseerde metingen van plantgewicht, planttemperatuur, wateropname en drain. De sensoren voor het bodemwatergehalte bleken zeer effectief te zijn bij het sturen van de watergeefstrategie. Op basis van deze sensoren kon het vochtgehalte in de bodem bij beide watergeefstrategieën tijdens de teelt constant gehouden worden. De drainpercentages waren ongeveer 15% bij de behandeling ‘voldoende irrigatie’ en er was nagenoeg geen drain bij de ‘beperkte irrigatie’ behandeling. De gewasverdamping werd berekend op basis van planttemperatuurmetingen en klimaatgegevens. De verdamping vertoonde een duidelijk verloop over de dag, gerelateerd aan de instraling. De berekende verdamping kwam goed overeen met metingen van het plantgewicht en lieten een duidelijk verschil in transpiratie zien tussen de watergeefstrategieën. De behandelingen hadden geen invloed op de stengellengte en het takgewicht van de geoogste chrysanten. Dit geeft aan dat de watergift verlaagd kan worden zonder nadelige gevolgen voor het gewas en dat sturing via gewas- en substraatsensoren zeer goed mogelijk is. Hierdoor zijn de volgende stappen gezet in de richting van een autonome chrysantenteelt. Deze proef is uitgevoerd binnen het project “AGROS: Naar een autonome kas”, een publiek-privaat samenwerkingsproject waarin de business unit Glastuinbouw van Wageningen University & Research samenwerkt met 2Grow, BASF Vegetable Seeds, Delphy, Gennovation, Greenport West Holland, Hortilux, IMEC/One Planet, Mechatronix, Philips, Ridder, Roullier, Saint-Gobain Cultilene, Signify, Stichting Kennis in je Kas en Van der Hoeven, met financiering vanuit het overheidsprogramma Topsector Tuinbouw & Uitgangsmaterialen.

Geplaatst op: 30-05-2024

Verkennend onderzoek vroege detectie kiepers (tulp)

Doel Het doel van dit project is het ontwerpen van een concept voor gecompartimenteerde broei van tulp met vroege detectie van 'kiepers' en lokale ontvochtiging. Dit moet de tulpenbroeiers inzicht geven in de haalbaarheid van gecompartimenteerde broei van tulp waarbij middels camera’s kiepers worden voorkomen en energie bespaard kan worden. Projectomschrijving ‘Kiepers’ of ook wel ‘zweters’ genoemd, is een groot probleem in de productie van tulpen in de broeierij. Door gebrek aan calcium in de stelen en bladeren kunnen bloemen al tijdens broei of later in de vaas omkiepen omdat ze niet stevig genoeg zijn. De ventilatie en warme lucht die er voor nodig is om dit te voorkomen kost veel energie, welke in zeker mate bespaard kan worden als er alleen op het juiste moment wordt geventileerd: in de fase wanneer de plant het snelst wil strekken. Uit voorgaand onderzoek is inzicht ontstaan over de mogelijkheid om in een vroeg stadium ‘kiepers’ te detecteren bij tulpen in de broeierij. Dit is mogelijk gebleken met behulp van een hyper spectrale camera. Tulpenbroeiers hebben echter nog veel vraagtekens bij de praktische toepassing van deze camera's. In dit onderzoek zal de focus worden gelegd op het ontwerpen van een concept met compartimenten, waarin per compartiment vroege detectie van kiepers in combinatie met ontvochtiging wordt geïnstalleerd. Daarnaast wordt de potentiële energiebesparing berekend. . Door dit traject interactief met een aantal broeiers en andere specialisten uit te voeren, wordt tevens het draagvlak voor vervolgonderzoek getoetst. Dit project is gefinancierd door het ministerie van LNV. Spectrale camera’s zien problemen eerder Met Vis-NIR spectrale camera’s (400–1000 nm) is het mogelijk om veranderingen in plantweefsel te meten die met het blote oog nog niet zichtbaar zijn. Uit eerder onderzoek blijkt dat de fase waarin tulpen gevoelig zijn voor kiepen al in de tweede week in de kas ontstaat. Spectrale camera’s kunnen kiepers al 4–5 dagen na inhalen detecteren, terwijl telers ze normaal pas na ongeveer 8 dagen zien. Wat speelt er in de praktijk? Uit gesprekken met telers, adviseurs, systeembouwers en onderzoekers blijkt dat kiepers nog steeds een groot probleem zijn. Ongeveer 75% van de telers gebruikt compartimentering en zet in op intensieve ontvochtiging, vaak met een ‘overkillstrategie’. Dit verhoogt het energieverbruik en voorkomt niet altijd uitval. Telers zoeken naar een betere balans tussen teeltzekerheid en energiebesparing. Ze staan open voor vroege detectietechnologie, mits: het systeem praktisch toepasbaar is, er nog mogelijkheden zijn om bij te sturen na detectie, en de kosten opwegen tegen de baten. Wat levert het op? Voor een referentiebedrijf van 5.000 m² met een gasverbruik van 30.000 m³ per broeiseizoen kan spectrale detectie de overventilatie met circa 10% verminderen. Dat levert ongeveer 5% energiebesparing op, oftewel 1.500 m³ gas per jaar (circa €600). De investering voor een camerasysteem ligt rond €24.000, met jaarlijkse kosten van ongeveer €3.000. De terugverdientijd hangt vooral af van hoeveel uitval door kiepers kan worden voorkomen: Bij 100% effectieve preventie: terugverdiend in 1,4 jaar Bij 20–25% effectiviteit: 11 tot 21 jaar Hieruit blijkt dat minder uitval belangrijker is dan energiebesparing voor de businesscase. Technische en praktische randvoorwaarden De meest geschikte systemen werken met Vis-NIR camera’s (470–900 nm) en vereisen: goede kalibratie, stabiele meetomstandigheden, integratie in het bestaande teeltproces, robuustheid in het vochtige kasmilieu, eenvoudige bediening en duidelijke interpretatie van de meetdata. Daarnaast moet de techniek toepasbaar zijn in verschillende teeltsystemen. Conclusie: veelbelovend, maar nog niet klaar Spectrale cameratechniek biedt een reële kans om kiepers vroegtijdig te detecteren en gerichter te sturen op klimaat en ventilatie. Technisch is het haalbaar en de sector toont duidelijke interesse. De huidige energiebesparing van 5–10% is echter onvoldoende om de investering alleen daarmee terug te verdienen. De grootste waarde zit in het voorkomen van uitval. Vervolgonderzoek is nodig om de techniek verder te valideren, met grotere datasets, meer teeltomstandigheden en beter inzicht in wat effectief ingrijpen na vroege detectie kan opleveren. Projectnummer: 24002

Van 01-04-2024 tot 31-12-2024
Afgerond

Agros 2: Volgende stappen naar een autonome kas

Doel In dit project wordt gewerkt aan het realiseren van de "autonome kas" waarin de teelt wordt gestuurd door intelligente algoritmes, gebaseerd op geautomatiseerde, continue sensormetingen van gewaseigenschappen om daarmee de doelen op gebied van reductie van CO2 emissie en gebruik van elektriciteit te halen. Projectomschrijving Het AGROS II-project bouwt voort op de kennis die is ontwikkeld in het eerste AGROS project (2020 – 2023). In dat project is gewerkt aan de bouwstenen voor een autonoom aangestuurde komkommerteelt: planteigenschappen die essentieel zijn bij de besluitvorming, sensoren om deze eigenschappen te meten, en intelligente algoritmes om de kas aan te sturen. Een belangrijke volgende stap in de ontwikkeling naar autonome teeltsturing is dus het integreren van sensoren in de regeling, waarvoor robuuste sensoren nodig zijn gecombineerd met rekenregels om afwijkingen te kunnen bepalen. Verder zijn er proeven nodig waarin de reacties van het gewas op variabele omstandigheden (belichting, watergift) bepaald worden om deze kennis in de modellen op te nemen. En tenslotte moeten de algoritmes voor aansturing verder ontwikkeld worden. Met die inzichten kunnen we op termijn de resources optimaal benutten en hebben we hier geen verspilling van. Projectnummer: E23010

Van 01-04-2024 tot 30-04-2027
Lopend

Flexcrop: Buffer van planten ingezet om energie te besparen

Auteur: Chris Nap

Het idee achter het Flexcrop-project komt van Simon van Mourik, assistent professor Farm Technologie aan de Universiteit Wageningen, die ook de initiatiefnemer is. De combinatie van flexibiliteit van gewassen en hun natuurlijke vermogen om fluctuaties in het klimaat van de kas op te vangen zonder dat de groei wordt verstoord, geeft mogelijkheden om energie te besparen. Traditioneel wordt het klimaat in kassen voor de gewassen continu optimaal gehouden. Warmte, licht, luchtvochtigheid, CO2, water en voeding – het moet allemaal op de juiste niveaus zijn om de planten en hun vruchten optimaal te laten groeien. Daarbij wordt rekening gehouden met het buitenklimaat en binnen wordt veel met meters en sensoren in de gaten gehouden. Tuinders proberen ervoor te zorgen dat de gewassen in balans zijn, om een zo groot mogelijke opbrengst te realiseren. Er is sprake van balans als er net zoveel energie binnenkomt, of beschikbaar is voor de plant, als de energie die een plant nodig heeft voor groei, inclusief de vruchten. Dat is lastig en vraagt om zeer precieze afstemming van de hoeveelheid warmte en licht, de luchtvochtigheid, voeding, enzovoort. Planten zijn verrassend robuust Uit onderzoek van Flexcrop is gebleken dat jonge tomatenplanten verrassend robuust reageren op fluctuaties in het klimaat in de kas. Het is een van de dingen die Van Mourik in dit project het meest heeft verbaasd. “De biologen in het team hebben voorafgaand aan het project experimenten gedaan waarin jonge tomatenplanten werden blootgesteld aan kleine, middelgrote en hele grote klimaatfluctuaties. Zelfs met de grote fluctuaties groeiden ze min of meer hetzelfde door als in een constant optimale setting. Bij hele grote fluctuaties waren er qua groei maar kleine verschillen te zien.” De tomatenplanten zijn dus te beschouwen als een groene batterij, waarbij de hoeveelheid suikers en zetmeel die in de plant zijn opgeslagen, geldt als de lading van de batterij. Van Mourik: “Het idee is dat we de batterij van de planten kunnen opladen op het moment dat energie goedkoop is. Elektriciteit is moeilijk te bufferen, een plant kan dat wel. Als het elektriciteitsnetwerk belast is, kunnen we ervoor kiezen om even minder te belichten en in die periode zal er meer aanspraak gemaakt worden op de interne reserves (suiker en zetmeel) van de plant. Zonder dat het de groei van plant of de vruchten negatief beïnvloed.” Buffer van planten optimaal inzetten Flexcrop maakt algoritmes die gebaseerd zijn op dynamische modellen, die rekening houden met zowel het buiten- als het binnenklimaat en alle factoren die van belang zijn voor de planten. Ze houden bij hoeveel energie er is omgezet en hoeveel energie er wordt opgeslagen als suikers en zetmeel. Ook de energiemarkt wordt scherp in de gaten gehouden. “Als je dan een regelaar hebt die op basis van dat model werkt, kun je optimaal gebruik maken van het bufferen van energie door gewassen. Op basis van onderzoek bij een tuinder is voorspeld dat er op deze manier een mogelijkheid is om 47%energie te besparen. Het is geen harde garantie en behoeft nog verder onderzoek naar de flexibiliteit en buffercapaciteit van gewassen, maar het laat wel zien dat hier echt iets te halen is. Dit is volgens Van Mourik een nieuw inzicht dat uit Flexcrop voort is gekomen. “We hebben ook vastgesteld dat jonge planten tijdens de vruchtzetting gevoeliger zijn voor klimaatfluctuaties. Dus bij vruchtdragende gewassen moeten fluctuaties voorkomen worden op het moment van vruchtzetting. Ook daar hebben we een model voor ontwikkeld. Bladgewassen die geen vrucht dragen, bijvoorbeeld sla, zouden nog beter tegen klimaatfluctuaties bestand kunnen zijn.” Dynamisch sturen is noodzaak geworden Al voor de huidige energiecrisis, die de kastuinbouw in Nederland hard raakt, is Flexcrop gestart. “Er zijn er elf failliet gegaan en alle tuinders hebben stevige ingrepen in hun teelt moeten uitvoeren omdat energie niet meer te betalen is. Er zijn tuinders met een langlopend en goedkoop gascontract, die in plaats van gewassen te verbouwen alleen nog maar gas doorverkopen. Telers zeggen tegen ons dat we een vooruitziende blik hadden, omdat energiebesparingen nu super urgent zijn. Het dynamisch sturen van het kasklimaat wordt nu noodzaak.” Een belangrijke randvoorwaarde om dynamisch modelgebaseerd te sturen in een kas, is de beschikbaarheid van veel data. Van Mourik: “Je zou denken dat een dataset makkelijk te krijgen is, maar niets is minder waar. Er zijn wel veel data, maar daar is niet makkelijk aan te komen. Dat heeft te maken met de rechten op die data en met vertrouwen. Mensen geven die data niet zomaar weg. We werken nu met twee goede datasets die we zelf hebben gemaakt. Dat heeft vier jaar geduurd. Gaandeweg het project is er steeds meer nadruk gekomen op de onzekerheid. Hoe precies zijn de metingen en welke precisie heb je nodig? Hoe nauwkeurig moet de informatie zijn die van de verschillende bronnen komt? En als die informatie niet nauwkeurig is, welke invloed heeft dat op de kwaliteit van je voorspellingen?” Scratching the surface Van Mourik zegt tijdens het project veel van plantfysiologie te hebben geleerd. “Er bestaat heel veel kennis over planten, maar de modellen die we van gewassen hebben, pakken maar een beperkt deel van de fysiologische processen die plaatsvinden. Als je een regelaar, een algoritme wilt ontwikkelen dat het klimaat in de kas optimaal stuurt, moet je echt weten wat er met het gewas gebeurt en of het wel veilig is. Dat is lastiger als er veel dingen zijn die we nog niet in kaart hebben. Daar zit nog een groot gat in kennis. Wat we doen is scratching the surface. Er is qua modellen nog heel veel te doen. Er is nu veel momentum om de kas volautomatisch te maken. Als we dat als Nederland kunnen realiseren, lopen we echt weer voorop in de kas-industrie. Die kennis kunnen we exporteren.” Met de zeer wisselende prijzen voor energie is het onderwerp relevanter dan ooit. We zien ook dat er nog veel kennis en inzicht te vergaren is, als het gaat om hoe gewassen reageren op een wisselend kasklimaat, als het gaat om interne energiebalans en vruchtzetting. Sensoren lezen het kasklimaat, daar kunnen fouten in zitten en de datastromen en prognoses van het weer en energietarieven bevatten altijd een onzekerheid. De combinatie van deze fouten en onzekerheden maken het een uitdaging voor het nauwkeurig beheersen van het kasklimaat en het voorspellen van de energiebehoefte van de kas. We hebben nu een mooie basis voor gemaakt in de vorm van modellen en algoritmes (die de essentiële processen en hun onzekerheid beschrijven, om optimaal advies te kunnen geven) die uiteindelijk de kern vormen van de machine intelligentie die nodig is voor automatisering en geautomatiseerd klimaatadvies. Maar we zijn er nog lang niet! Er zijn nog een aantal belangrijke en interessante uitdagingen. Wat kan de natuur zelf? “In de landbouw zie je velden met monoculturen, waar veel gif, water en voedingstoffen in gaan. Het is een onnatuurlijk systeem en fragiel van zichzelf, omdat er geen ecosysteem is om het te beschermen en er is onvoldoende biodiversiteit. Alle wortels hebben dezelfde lengte en een beperkte opnamecapaciteit van water. Het is heel optimaal, maar niet robuust. We hebben de landbouw zo ingericht en alle processen zoveel mogelijk geïsoleerd. Dat moet de mens nu allemaal controleren. We hebben een akker gemaakt met monocultuur, zonder ecosysteem. Dat veld kan op geen enkele manier voor zichzelf zorgen. Het is als een hulpeloze baby. We zullen toe moeten naar circulaire landbouw en vaker intercropping moeten gaan toepassen. We moeten de natuur meer zijn werk laten doen.” “Wij zijn bezig met automatiseren met behulp van precisietechnologie. Ik heb een achtergrond in systeem- en regeltheorie en ben gewend om alles zoveel mogelijk te controleren. Maar we moeten ook kijken naar de functionaliteiten die de natuur zelf kan vervullen. Het gebruikmaken van de buffercapaciteit van kasplanten in hun reactie op klimaatfluctuaties in de kas is daar een mooi voorbeeld van op microniveau.” Volgens Van Mourik zijn er voor deze technologie veel meer toepassingsgebieden, bijvoorbeeld de energiehuishouding en uitstoot van stikstof, methaan en ammoniak in de veehouderij. Op het moment dat je dat kunt monitoren op een automatische manier en snapt wat er dan moet gebeuren, kun je op een automatische manier die hele management-lus beheren.”

Geplaatst op: 01-09-2023

DigitaliseringsEvent 4 oktober 2023 in de Bommelerwaard

Auteur: Robert Solleveld

De titels van de workshops geven de veelzijdigheid aan van de onderwerpen die aan bod komen: Verdamping en digitalisering; De Keuze is reuze in het assortiment sensoren; Het Nieuwe Telen; Slim omgaan met energie; Digitalisering Chrysantenteelt; Meetwaarden van sensoren lezen; Autonoom telen. Uit de drukbezochte sensorenmiddag en het eerste DigitaliseringsEvent is gebleken dat er onder telers grote behoefte is aan meer concrete handvatten voor het toepassen van digitalisering op het bedrijf. Dat is een belangrijk uitgangspunt voor de samenstelling van het programma van het tweede DigitaliseringsEvent. Telers van glasgroenten, sierteelt- en/of zachtfruitproducten onder glas zijn van harte uitgenodigd voor dit event. Zowel starters op gebied van digitalisering als telers met meer ervaring op dit vlak zijn van harte welkom. Tijdens de Sensorenmiddag van 26 januari lag de nadruk op de beschikbare sensoren, waar en hoe sensoren kunnen worden toegepast en welke sensoren werkelijk helpen in de bedrijfsvoering. Met het DigitaliseringsEvent op 9 mei werd de volgende stap gezet in het optimaliseren van de teeltprocessen om optimaal te kunnen produceren. Met dit nieuwe Digitaliseringsevent worden telers verder geholpen met het toepassen van opgedane kennis in de praktijk. Data gedreven In het project “Versnellen groene digitalisering glastuinbouw” ervaren glastuinbouwbedrijven wat digitale groene vingers zijn, wat deze voor hun bedrijf kunnen betekenen en hoe het in de bedrijfsvoering kan integreren. Digitalisering is ook in de Nederlandse glastuinbouw niet meer weg te denken. De omvang van de glastuinbouwbedrijven en internationalisering nemen toe, terwijl de “groene vingers” van telers steeds schaarser worden. Groene digitalisering richt zich op het digitaliseren van de plant, de groei en het teeltmanagement wat daarvoor nodig is. Data-gedreven teeltmanagement maakt minder afhankelijk van menselijke kennis en ervaring en objectiveert beoordelingen en beslissingen. Belangstellenden die te zijner tijd persoonlijk de uitnodiging willen ontvangen voor het DigitaliseringsEvent kunnen dat nu al per mail kenbaar maken. Kijk voor meer informatie ook op de website van Groene Digitalisering . Deze bijeenkomst wordt u kosteloos aangeboden door Glastuinbouw Nederland, Delphy Improvement Centre, Priva, Zentoo, Hogeschool Inholland, Delphy en Greenport West-Holland vanuit het project ‘ Versnellen Groene Digitalisering Glastuinbouw’ , en wordt mede mogelijk gemaakt door het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling van de Europese Unie, door Kansen voor West en door een bijdrage van de Provincie Zuid-Holland. Mede gefinancierd in het kader van de respons van de Unie op de COVID-19 pandemie.

Geplaatst op: 20-07-2023

Drukbezochte eerste editie DigitaliseringsEvent

Auteur: Klaas van Egmond

Het DigitaliseringsEvent was een initiatief vanuit ‘Versnellen Groene Digitalisering in de Glastuinbouw’. In dit project werkt een groot aantal partijen uit de tuinbouw samen aan het versnellen van de toepassing van digitalisering: Zentoo, Delphy, Greenport West-Holland, Glastuinbouw Nederland, Inholland en Priva. Duurzamer en efficiënter produceren De bijeenkomst werd geopend door Woody Maijers (Innovatiepact Greenport West-Holland) en Ben van der Burg. De tech-ondernemer en voormalig topsporter komt uit een tuinbouwnest en vertelde een inspirerend verhaal over hoe digitalisering de tuinbouw kan helpen duurzamer én efficiënter te produceren. Vervolgens konden bezoekers kiezen uit twaalf workshops (verdeeld over drie rondes): Data-gedreven vruchtgroenten: van zaad tot klimaat, The power of the biorhythm: voorspelbaar telen en optimale inzet van energie. Van meer-data naar meerwaarde in de sierteelt, Meten van fotosynthese: Hoe werkt het en wat kan ik ermee?, Van data naar diagnose: Hoe digitalisering gewasgezondheid verbetert, Samen het verschil maken door digitale innovatie!, Robot als oplossing voor alle repeterende werkzaamheden!, Cyberweerbaarheid: hoe bereid je je voor op een cybercrisis? en Kassim The Game; het gebruik van serious gaming als toetssteen voor de teler, Efficiënter data-gedreven CO2 doseren, Irrigatiemanagement en digitalisering en Meetprotocol en Het Nieuwe Telen. Handsfree telen Zo vertelden Maren Schoormans (HonestAG) en Brenda van den Berg (RoboCrops) over de praktijk van robotisering bij herhalende werkzaamheden. Schoormans: “Arbeid wordt schaars, en almaar duurder. De vraag is: hoe lossen we dat probleem op, uitgaande van de huidige teeltsystemen?” Van den Berg: “Er zijn verschillende niveaus van ‘handsfree telen’: elke teler moet bedenken welk niveau het beste bij hem of haar past.” Bert Feskens en Emma Bicknese van het Cyberweerbaarheidscentrum Greenport gaven de aanwezige telers tijdens hun workshop over digitale veiligheid tips hoe hacks te voorkomen, en hoe te handelen voor het geval het tócht misgaat. Daarbij kan een ondernemer niet altijd volledig vertrouwen op de IT-beheerder. Feskens: “Want is je IT-beheerder bereikbaar op zondagavond? En is de IT-beheerder degene die vertelt aan klanten dat je planten niet geleverd kunnen worden?” Gabriël van der Kruijk (Koppert) en Bram Tijmons (PATS) gingen in op de samenwerking tussen biologie en technologie. Door schadelijke insecten digitaal te monitoren in de kas kan een teler beter voorspellen in welke fase een plaag zich bevindt en is dus een betere inzet van natuurlijke vijanden mogelijk. Tevreden De organisatie van het DigitaliseringsEvent kijkt tevreden terug op het evenement: de workshops waren van een zeer hoge kwaliteit en de opkomst was hoog, met veel ondernemers. Bovendien waren de reacties op de bijeenkomst zeer goed. Het project ‘Versnellen Groene Digitalisering in de Glastuinbouw’ wordt mede mogelijk gemaakt door het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling van de Europese Unie en een bijdrage van de Provincie Zuid Holland. Mede gefinancierd in het kader van de respons van de Unie op de COVID-19-pandemie. Zie ook www.groenedigitalisering.nl

Geplaatst op: 12-05-2023