Zoeken

Filters
Verwijder alle filters
Categorie
Resultaat 1 tot 10 van 198.

Eindrapport: Isolerende werking van spouwschermen

Auteur: Feije de Zwart en Bram van Breugel (Wageningen University & Research)

In het onderzoek naar de isolerende werking van spouwschermen is daarom onderzocht hoe verschillende schermsystemen zich verhouden op het gebied van warmteverlies en isolatie. Het doel was om telers betrouwbare en kwantitatieve informatie te geven om een onderbouwde keuze te maken tussen een enkel scherm, een spouwscherm of een dubbele scherminstallatie. Nauwkeurige metingen en modelberekeningen Om de effecten van verschillende schermoplossingen goed te kunnen bepalen, zijn in het project laboratoriummetingen gecombineerd met modelberekeningen. In laboratoriumomstandigheden zijn diverse schermmaterialen doorgemeten om de warmteoverdracht nauwkeurig te bepalen. De gemeten parameters zijn vervolgens verwerkt in modellen, zodat de effecten van verschillende schermsystemen beter kunnen worden doorgerekend voor praktijksituaties. De resultaten zijn ook benut om het rekeninstrument KasEnergieWijzer verder te verbeteren. Betere isolatie met spouwscherm Uit het onderzoek blijkt dat een spouwscherm een duidelijk betere isolerende werking heeft dan een enkel scherm. Daarmee kan het warmteverlies in de kas aanzienlijk worden beperkt. Voor bedrijven die de stap naar een volledige dubbele scherminstallatie te groot vinden, kan een spouwscherm een interessante en relatief betaalbare tussenoplossing zijn. De resultaten geven telers handvatten om beter te beoordelen welke scherminvestering past bij hun bedrijf en energiegebruik. Financiering en coördinatie Dit project is uitgevoerd door Wageningen University & Research. Dit project is gefinancierd en gecoördineerd door Kas als Energiebron, een innovatieprogramma van het ministerie van LVVN en Glastuinbouw Nederland. Mogelijk gemaakt door Kennis in je Kas (KijK). De proef is begeleid door telers. Foto: Ludvig Svensson, een installatie met drie transparante schermen, waarvan het onderste scherm als spouwscherm.

Geplaatst op: 12-03-2026

Eindrapport: Lisianthus toekomstbestendig stap drie

Auteur: S.A.J. van den Boogaart, S.W. Hogewoning, T. Baeten en L.W.M. Nooren

Slimmer belichten, minder elektriciteit De proefteelten laten zien dat het elektriciteitsgebruik verder omlaag kan door full-LED slimmer aan te sturen. Door PAR- en verroodbelichting tijdig af te schakelen bij voldoende daglicht, werd elektriciteit bespaard zonder negatieve effecten op de teelt. De takkwaliteit bleef goed: met voldoende lengte, gewicht en houdbaarheid. Vochtbeheersing blijft bepalend Een belangrijk aandachtspunt in een energiezuinige teelt is het beperken van brandkoppen. Ernstige verbranding kan leiden tot verlies van het groeipunt en teeltvertraging — en dat betekent uiteindelijk juist extra energiegebruik. In de proef is daarom ingezet op extra luchtbeweging en een hoger vochtdeficiet (>6 g/m³) om verdamping te stimuleren. Ontvochtiging: techniek en strategie moeten samenkomen De actieve ontvochtigers bleken in deze proef niet efficiënt genoeg om voldoende vocht af te voeren. Daardoor moest deels via kieren en luchtramen worden ontvochtigd, wat gepaard ging met latent warmteverlies. De resultaten onderstrepen dat energiezuiniger telen mogelijk is, maar vraagt om een scherpe klimaatstrategie waarin licht, luchtbeweging en vochtbeheersing nauwkeurig op elkaar aansluiten. Praktijkwaarde voor telers De belangrijkste conclusie: de ondergrens voor energie-input in lisianthus kan verder omlaag, mits er slim gestuurd wordt op de belangrijkste knoppen in de teelt. De resultaten bieden telers concrete handvatten om gericht stappen te zetten richting een energiezuinige en toekomstbestendige lisianthusteelt. Financiering en coördinatie Dit project is uitgevoerd door Plant Lighting i.s.m. Delphy Improvement Centre. Dit project is gefinancierd en gecoördineerd door Kas als Energiebron, een innovatieprogramma van het ministerie van LVVN en Glastuinbouw Nederland. Het onderzoek is medegefinancierd door de gewascoöperatie Lisianthus, Takii, Sakata, Florensis, Van Egmond Lisianthus, Ludvig Svensson en Signify. Mogelijk gemaakt door Kennis in je Kas (KijK). De proef is begeleid door telers.

Geplaatst op: 17-02-2026

Eindrapport: Met Low-ε naar een fossielvrije onbelichte (aubergine)teelt

Auteur: Frank Kempkes, Monique Bijlaard en Marcel Raaphorst (allen Wageningen University & Research), Brigit den Bakker en Stijn Jochems (beiden Delphy Improvement Centre)

Waarom dit onderzoek? In de glastuinbouw is isolatie één van de krachtigste hefbomen voor energiebesparing. Schermen worden al breed toegepast, maar verdere isolatie via het kasdek biedt extra potentie. Met low-ε glas wordt warmtestraling terug de kas in gereflecteerd, waardoor warmteverlies afneemt zonder het licht volledig te blokkeren. Telers wilden weten: werkt dit ook op grotere schaal en wat doet het met klimaat en productie? Wat is onderzocht? In een kas van 1.000 m² werd een volledige aubergineteelt uitgevoerd onder low-ε AR-glas (Geysir), met insectengaas, drie schermen en actieve ontvochtiging. De resultaten werden vergeleken met een praktijkbedrijf met een standaard kas. Belangrijkste resultaten Na correctie voor een fout in het kasdek in de winter en het relatief grote geveloppervlak bleek het concept technisch zeer krachtig: Het fossiele warmtegebruik kwam onder de doelstelling van 100 kWh/m² uit Ten opzichte van het praktijkbedrijf werd meer dan 20% warmte bespaard De low-ε coating zorgde voor circa 12% minder warmtevraag In combinatie met warmteterugwinning en een warmtepomp is een bijna fossielvrije teelt technisch haalbaar De productie lag in deze proef 19% lager dan bij het referentiebedrijf, vooral door bloemabortie en tijdelijke onbalans in het gewas. Later in het seizoen herstelde de productie zich. Dat laat zien: het energiesysteem werkt, maar verdere optimalisatie van teeltstrategie, lichtbenutting en CO2-sturing is nodig om ook economisch maximaal te presteren. Vervolg Op basis van deze resultaten loopt in 2025 een vervolgproject met paprika onder low-ε glas, waarin productie, klimaat en energiegebruik verder worden geoptimaliseerd en vergeleken met low-ε schermen. Financiering en coördinatie Dit project is uitgevoerd door Wageningen University & Research en Delphy Improvement Centre en gefinancierd en gecoördineerd door Kas als Energiebron, een innovatieprogramma van het ministerie van LVVN en Glastuinbouw Nederland. Mede mogelijk gemaakt door Kennis in je Kas (KijK). De proef is begeleid door telers.

Geplaatst op: 15-01-2026

Eindrapport: Kalanchoë toekomstbestendig met minimale energie en remmiddelen II

Auteur: D.I. Ruiter, H.H. Oudshoorn & S.W. Hogewoning

Sturen op microklimaat en luchtbeweging Eerdere proeven toonden al aan dat Kalanchoë goed kan groeien onder full-LED-belichting en intensief schermen. In deze vervolgproef is onderzocht of verticale luchtbeweging en het gericht beïnvloeden van het microklimaat bijdragen aan een compactere plantvorm zonder remmiddelen. De luchtbeweging zorgde daadwerkelijk voor meer verdamping en een droger microklimaat, maar dit leverde nauwelijks verschil in plantvorm op ten opzichte van de reguliere teelt. Invloed van opkweekduur en substraat Ook de duur van de opkweekfase werd getest. Een week korter opkweken leidde tot kortere planten, maar niet tot een betere plantvorm; compacte planten bleken simpelweg genetisch bepaald. Wel positief: de teelt op veenvrij substraat presteerde vergelijkbaar met het reguliere substraat, een belangrijke stap richting een meer duurzame teeltwijze. Energiezuinige teeltstrategie werkt, zelfs in de winter Het onderzoek bevestigt dat telers ook in de winter een sterke, vitale Kalanchoë kunnen telen met beperkte warmte-input en full-LED-licht. De teeltstrategie (bestaande uit een doordachte lichtregeling, intensief schermen en het vermijden van remmiddelen) blijft effectief en toekomstbestendig. Voor volledig remmiddelenvrij telen is echter selectie van compacte rassen nodig; klimaat en licht kunnen de plantvorm onvoldoende sturen. Nieuwe kansen voor energiebesparing De beperkte invloed van verdamping op de plantkwaliteit biedt perspectief: mogelijk kunnen telers nog energie besparen door bij een hogere luchtvochtigheid te telen. Om die reden wordt aanvullend onderzoek uitgevoerd naar de minimale verdamping die het gewas nodig heeft om optimaal te groeien. Financiering en coördinatie Dit project is uitgevoerd door Plant Lighting en Delphy Improvement Centre en gefinancierd en gecoördineerd door Kas als Energiebron, een innovatieprogramma van het ministerie van LVVN en Glastuinbouw Nederland. Mede mogelijk gemaakt door Kennis in je Kas (KijK) en de gewascoöperatie Kalanchoë, Agrolux Nederland B.V., Ludvig Svensson en Logiqs. De proef is begeleid door telers.

Geplaatst op: 11-12-2025

Glastuinbouw motor energie-innovaties in Zuid-Oost Nederland

Plenaire aftrap: actualiteit, regio en energie-uitdagingen Het event werd geopend door Robert Solleveld (themaspecialist Energie & Innovatie bij Glastuinbouw Nederland) en Maarten Vliex (directeur Botany). Daarna stond Adri Bom-Lemstra, voorzitter van Glastuinbouw Nederland, vooral stil bij de energiebeprijzing die de overheid wil invoeren en hoe Glastuinbouw Nederland zich blijft inspannen voor aanpassing van de aangekondigde maatregelen. Peter van Bree (regiovoorzitter Limburg) ging in op de regionale dynamiek en activiteiten in Zuid-Oost Nederland. Prominente rol voor glastuinbouw in energielandschap Kay Beckers (adviseur energietransitie bij Stantec) liet zien hoe de glastuinbouw in Limburg kan uitgroeien tot een energieknooppunt: “De glastuinbouw speelt een prominente rol in het toekomstige energielandschap van Limburg,” aldus Beckers. “Ondernemers ontwikkelen zelf slimme, duurzame oplossingen en zoeken de samenwerking buiten het eigen gebied om gezamenlijk te bouwen aan een toekomstbestendig energiesysteem.” Jean Corten (Enexis) belichtte de uitdagingen en kansen rond netcongestie, en benadrukte het belang van nauwe samenwerking tussen telers, netbeheerders en overheid. Workshops: van CO₂ tot aquathermie Tijdens de workshops konden deelnemers zich verdiepen in uiteenlopende thema’s, van duurzame technische opties zoals warmtepompen en batterijopslag tot praktische toepassingen als optimaal CO₂-doseren en aquathermie. Ook was er uitleg over de nieuwe wet- en regelgeving binnen de glastuinbouw. De workshops boden zo een combinatie van innovatieve oplossingen, praktische resultaten en verdieping op actuele ontwikkelingen in de sector. Samen kennis delen voor een toekomstbestendige sector De rode draad van de dag: alleen door kennis te delen en samen te werken aan innovatieve oplossingen kan de glastuinbouw haar voorbeeldrol als duurzame energiegebruiker én -leverancier verder versterken. Met inspirerende sprekers, praktijkgerichte kennis en veel ruimte voor ontmoeting bood het EnergiekEvent een waardevol platform voor ondernemers die vooruit willen in de energietransitie. Bekijk hier de presentaties die zijn gegeven.

Geplaatst op: 05-11-2025

Onderzoek naar low-ε schermen in drie kasafdelingen

Auteur: Monique Bijlaard (Wageningen UR)

Twee types low-ε schermen In een proef bij Wageningen University & Research worden twee verschillende types low-ε schermen getest, naast een referentie met dubbele transparante energieschermen. Elke proefafdeling heeft een aluminium scherm voor de nacht en een low-ε transparant scherm voor overdag. Aluminium schermen stralen van nature al weinig warmte uit, maar zijn overdag niet inzetbaar omdat ze niet transparant zijn. Low-ε transparante schermen kunnen zowel in de nacht, als overdag ingezet worden en leveren zo extra energiebesparing. Naast de stralingseigenschappen van het scherm, worden we ons ook steeds bewuster dat de hoeveelheid lucht die door het scherm gaat (de permeabiliteit), grote invloed heeft op het klimaat en energiegebruik. Indrukwekkende energiebesparing De resultaten van een proef met paprika laten tot nu toe indrukwekkende energiebesparingen zien. In de proefafdeling met een transparant low-ε scherm met extra lage permeabiliteit (versie 1) wordt 20% energie bespaart. Dit percentage is ongeveer vergelijkbaar met die van low-ε glas. In combinatie met een aluminium low-ε scherm loopt de besparing in deze proefafdeling zelfs op tot 40% ten opzichte van de dubbele standaard transparante energieschermen in de referentie. In de tweede proefafdeling is het low- ε transparante scherm meer doorlatend voor warmtestraling en heeft een hogere permeabiliteit (versie 2), hierdoor is de energiebesparing samen met het aluminium doek vergelijkbaar met de referentie. Lichtbenutting Paprikaplanten ‘Alzamora’ werden eind januari geplant, het gaat dus om een late teelt. De lichtbenuttingsefficiëntie is in alle afdelingen vergelijkbaar met gemiddeld ~6 g/mol. De productie in de referentie staat aan het einde van de teelt op 33,6 kg/m 2 , in de afdeling met de eerste versie low- ε scherm op 31,2kg/m 2 en in de afdeling met de tweede versie low- ε scherm op 32,1 kg/m 2 . Verbetering schermen Low-ε schermen zijn nog volop in ontwikkeling. Er zijn voor beide types nog verbeterpunten: Het eerste scherm kan nog verbeterd worden op lichtdoorlaatbaarheid. In de proef bleek dat in de zomermaanden de lichttransmissie door sluiting bij hoge instraling lager was dan in de referentie, wat verklaart waarom de productie daar iets achterloopt. Dat kan door een verbeterde schermversie met hogere lichttransmissie hopelijk worden verholpen. Het tweede scherm kan nog verbeterd worden door het met een lagere doorlaatbaarheid (permeabiliteit) te fabriceren. Dit is vooral belangrijk in de wintermaanden omdat hierdoor warmteverliezen beperkt worden. Mogelijk leidt dit ook tot minder stralingsverliezen omdat condensvorming op het doek meer straling tegenhoudt en totaal de energiebesparing gaat stijgen. Deze effecten moeten wel nog nader worden uitgezocht. De proef loopt nog, maar de eerste resultaten zijn veelbelovend. Wij verwachten dat low-ε schermen op termijn een serieus alternatief voor telers kunnen worden, vooral bij onbelichte teelten zoals paprika en komkommer. Financiering en coördinatie Dit project is uitgevoerd door Wageningen University & Research en gefinancierd en gecoördineerd door Kas als Energiebron, een innovatieprogramma van het ministerie van LVVN en Glastuinbouw Nederland. De proef is mede mogelijk gemaakt door Kennis in je Kas (KijK) en is begeleid door telers.

Geplaatst op: 04-11-2025

Het Nieuwe Telen braam II: Energiezuinig telen door ontvochtiging

Auteur: Pim Kleeven

In het najaar werd intensief geschermd en werd met hoog vocht geteeld. Echter daardoor ging de kwaliteit van de vruchten achteruit en vond er sneller schimmelvorming plaats in de bewaring ten opzichte van de gestookte teeltreferentie. Vandaar dat in 2024 een vervolgproef is opgezet met actieve ontvochtiging, met als doel het gasverbruik verder te reduceren naar maximaal 5 m 3 /m 2 met behoud van de vruchtkwaliteit. Teeltstrategie Er is gekozen om de RTR-strategie* voor het najaar gedeeltelijk aan te passen. In de voorgaande teelt werd een snelle opbouw van plantbelasting gezien, deels door het planttype maar ook door de hoge etmaaltemperaturen. Na de piekproductie zagen we met name voor Sweet Royalla een afname in gemiddeld vruchtgewicht. Tijdens de opbouw van plantbelasting is er daarom voor gekozen om terug te schakelen naar 12+3 RTR, om op papier minder groeigraaduren te realiseren. Praktisch gezien was dit echter lastig te behalen. De hoge nachttemperaturen lieten het niet toe om voldoende terug te koelen, waardoor de etmalen meer een RTR van 12+4,5 hebben gevolgd. Desalniettemin zagen we een vrij gestage opbouw van plantbelasting en heeft er meer spreiding plaatsgevonden. Actieve ontvochtiging Een belangrijk aspect van deze proef is het verder verminderen van de energie-input met behoud van de vruchtkwaliteit. Om dit te bereiken is actieve ontvochtiging ingezet. Tijdens de nacht is het belangrijk dat de plant- en vruchttemperatuur het condensatiepunt niet bereiken, om nat slaan van het gewas te voorkomen. Overdag is het noodzakelijk om de verdamping van het gewas op peil te houden zodat er voldoende voedingsstoffen en assimilaten naar de vruchten kunnen stromen. Daarnaast kan het verwijderen van latente warmte op de juiste momenten het gasverbruik verder verminderen. Het instelpunt voor de relatieve vochtigheid is daarom voor zonsopgang verlaagd, om de latente warmte in te zetten zodat (gedeeltelijk) aan de warmtevraag kan worden voldaan. Het RV-setpoint voor overdag was ingesteld op 86%, in de nacht op 88% en voor zonsopkomst op 82%. Met ontvochtiging bleek het prima mogelijk om de gewenste RV-setpoints te behalen. Het doel was om de VPD overdag boven de 0,2 te behouden. Tot en met eind oktober waren de geoogste vruchten van goede kwaliteit. Dit was beter dan bij de voorgaande najaarsproductie. Vanaf half november, toen het gros van de vruchten geplukt was, was te zien dat de vruchten zwakker werden in de bewaring. Tijdens de BCO is er toen voor gekozen om de setpoints van de ontvochtiging verder te verlagen om te zien of hogere VPDs behaald konden worden. Dit resulteerde in een VPD van gemiddeld 0,4; waar ook vaker uitschieters richting de 0,7 en 0,8 plaatsvonden. Het effect op de vruchtkwaliteit werd echter niet duidelijk. In de BCO werden de lage lichtniveaus en hun effect op de vruchtkwaliteit ter discussie gesteld. De meest getroffen vruchten bevonden zich onderin in het gewas, waar de lichtniveaus nog lager zijn dan in de al zeer donkere november van 2024. Kennisontwikkeling Tijdens de proef van vorig jaar vond Plant Lighting de eerste aanwijzingen dat braam relatief hoge stralingsniveaus kan weerstaan voordat ze de huidmondjes sluiten. Om onnodig schermen te voorkomen en optimaal licht te onderscheppen, heeft Plant Lighting metingen uitgevoerd die gericht zijn op het sluiten van de huidmondjes onder hoge lichtniveaus. Daaruit bleek dat braam bij hoge instraling (700-800 W/m 2 ) en met het gebruik van hogedruk verneveling geen huidmondjessluiting liet zien. Er was echter wel een afname in het lichtrendement te zien. Dat kan voor lange periodes mogelijk schade aan de fotosynthese systemen kan veroorzaken. Om deze reden is ervoor gekozen om tot aan de vruchtrijping niet meer te schermen tegen hoge lichtniveaus. Daarnaast leerden we dat er een behoorlijk grote onbalans is tussen de vraag en aanbod van assimilaten van bramenvruchten. De plantbelasting ontwikkelt zich snel, wat resulteert in een groot aantal vruchten die rijpen in eenzelfde tijdsperiode. Dit blijkt ook uit de uitgroeiduur metingen, waar vooral Sweet Royalla op lateraal niveau weinig spreiding in bloei laat zien. Von laat een geleidelijker verloop in bloei zien op lateraal niveau. Om te begrijpen hoe braam met deze onbalans omgaat zal een assimilatenbalans worden opgemaakt. De resultaten van deze metingen zullen worden gebruikt om de RTR-strategie te verfijnen, en om ervoor te zorgen dat de ontwikkelingssnelheid van de plant is afgestemd op de assimilaatvraag. Resultaat Beide rassen waren productief in het najaar met 4,5 en 5 kg/m 2 voor respectievelijk Sweet Royalla en Von op 60 cm. Op 40 cm plantafstand zijn vergelijkbare producties gehaald, behalve bij Sweet Royalla waar ongeveer 100 g/m 2 minder is geplukt. Dit is de tweede keer dat in het najaar vergelijkbare producties behaald werden op 40 en 60 cm (of respectievelijk 0,92 en 1,37 planten/m 2 ). De afnemende lichtniveaus zorgen er waarschijnlijk voor dat de lichtonderschepping op beide plantafstanden nagenoeg gelijk is. Telers kunnen hier besparen op plantkosten en mogelijk ook op plukkosten. Aangezien het vruchtgewicht bij Von ook lager was op de hoge plantafstand. Op energieniveau is de najaarsteelt afgesloten met een gasverbruik van 1,1 m 3 /m 2 . Voor invulling van de warmtevraag is er alleen gebruik gemaakt van 35 °C maximale buiswarmte. Hierdoor zou deze teelt ook met duurzamere warmtebronnen ingevuld kunnen worden. * RTR= werken met etmaalverhogingen op basis van hoeveelheid straling Financiering Dit project is uitgevoerd door Delphy ISFC en gefinancierd en gecoördineerd door Kas als Energiebron, een innovatieprogramma van het Ministerie van LVVN en Glastuinbouw Nederland. Mede mogelijk gemaakt door Kennis in je Kas (KijK). Daarnaast leveren Fruitmasters, The Greenery, Svensson, Delphy en Innovation Partners een bijdrage. De proef is begeleid door telers.

Geplaatst op: 11-02-2025

Workshop over kasdekmaterialen en schermen leert: kritisch zijn op eigenschappen en gebruik loont

Auteur: Jan van Staalduinen

Met zorgvuldig gekozen, slim toegepaste scherminstallaties valt veel energie te besparen. Dat heeft vooral betrekking op de dagsituatie, er van uitgaande dat er ‘s nachts al intensief wordt geschermd met goed isolerende energieschermen doeken die weinig warmte naar boven uitstralen en weinig latente warmte verliezen via doorgelaten vocht uit de kas. Het laatste vraagt zeker aandacht bij de keuze van vervangende doeken. Meetprotocollen en rekenmodel Om de gebruikswaarde schermen te kunnen beoordelen, dienen hun optische en thermische eigenschappen bekend te zijn en te worden afgewogen tegen die van de kas en het teeltregime. Ook het buitenklimaat speelt logischerwijze een rol bij de dagelijkse toepasbaarheid en het verwachte effect op de energiehuishouding. Voor de optische eigenschappen zijn standaarden ontwikkeld (NEN 2675) om die eigenschappen objectief te meten. Belangrijk is om eigenschappen zowel in droge als natte toestand te kennen, wanneer er sprake is van condensvorming. Voor andere eigenschappen zijn er gestandaardiseerde meetprotocollen. Vier belangrijke eigenschappen De vier eigenschappen in kwestie zijn: lichttransmissie (hemisferisch gemeten volgens NEN 2675), thermische stralingseigenschappen, lucht- en vochtdoorlatendheid. In een uitgebreid rekenmodel op basis van KASPRO kan de impact op de energiehuishouding worden doorgerekend. Het belang van gestandaardiseerde meetprotocollen en rekenmodellen is dat zij objectieve vergelijkingen mogelijk maken, schermproducenten helpen in hun ontwikkelingsproces en weloverwogen keuzes mogelijk maken voor eindgebruikers. Droge en natte toestand Met rekenvoorbeelden liet Hemming zien dat zelfs kleine verschillen tussen specifieke schermeigenschappen kunnen leiden tot grote verschillen in energieverlies, afhankelijk van hun samenstelling en de omstandigheden. Zij liet ook zien dat schermen die in droge toestand gelijk presteren, in natte toestand sterk van elkaar kunnen verschillen op basis van condensatie en/of vochttransport door het scherm (verlies van latente warmte). Low-e schermen “Door dichte schermen te kiezen in combinatie met actieve ontvochtiging onder het scherm, kun je het latente warmteverlies sterk beperken”, stelde Hemming. “Warmteverliezen als gevolg van uitstraling kun je verminderen door te kiezen voor schermen met een hoge warmtereflectie en een lage warmte-emissie, oftewel low-e schermen.” Het verlies van voelbare warmte via convectie is te beperken door in meerdere lagen te schermen. Overdag, wanneer het (aluminium) nachtscherm niet wordt gebruikt, is dat te realiseren met twee onafhankelijk inzetbare transparante schermen, een dubbel transparant (spouw)scherm of een transparant scherm in combinatie met een vast foliescherm. Schermgebruik Ook het gebruik van schermen in relatie tot het (kas)klimaat heeft grote invloed op de energiehuishouding. Het aanhouden van een hoger vochtsetpoint kan al veel schelen en is dus zeker het overwegen waard. Hemming: “Als hogere vochtniveaus extra risico’s meebrengen voor de teelt, kan actieve ontvochtiging onder gesloten scherm meerwaarde bieden. Vochtafvoer via schermkieren geeft meer warmteverlies en (meestal) een minder homogeen kasklimaat. Schermen overdag heeft ook invloed op de warmtevraag en de lichtsom. De Wageningse onderzoekster raadt telers aan om de karakteristieken van hun bestaande installaties te evalueren en na te gaan of er ruimte is voor aanvullende besparingen op basis van hogere vochtsetpoints en/of extra schermuren. Bij vervanging of aanschaf van nieuwe en aanvullende schermen zijn hoge warmtereflectie en lage -emissie, alsmede de lucht- en vochtdoorlatendheid aspecten die voor zowel droge als natte schermtoestand kritisch afgewogen dienen te worden. De beschikbaarheid van actieve ontvochtiging maakt het eenvoudiger om voor dichte, goed isolerende schermen te kiezen en deze langer gesloten te houden. Hier de link naar de presentatie van Silke Hemming. Bovengenoemde kennis en inzichten zijn mede tot stand gekomen op basis van vele onderzoeksprojecten die gefinancierd zijn vanuit het programma Kas als Energiebron, Kennis in je Kas, Glastuinbouw Nederland en het Ministerie van LVVN, alsmede het internationale project Energlik , dat gedragen wordt door Interreg Vlaanderen-Nederland, de Europese Unie en daaraan gerelateerde bedrijven en instellingen.

Geplaatst op: 18-12-2024

Grip op nog meer licht deel 2

Doel In dit project willen we de schadegrenzen voor lichtschade vaststellen bij een hortiscatter van 90% ten opzichte van ~45% zodat in de toekomst de lichtvraag van lichtgevoelige gewassen voor een groter deel ingevuld kan worden met natuurlijk zonlicht. Dit wordt gedaan met een nieuw systeem: lamellen bovenin de kas. Projectbeschrijving Bij siergewassen in de glastuinbouw wordt zowel belichting als schaduwdoeken gebruikt, in het voorjaar en najaar vaak zelfs op dezelfde dag. Dit is logisch omdat gewassen maar een zekere instantane lichtintensiteit kan verwerken waarboven schade kan ontstaan en de teler toch dezelfde dagsom wil bereiken. In eerder onderzoek is duidelijk geworden dat veel gewassen een hogere lichtintensiteit aan kunnen als het directe licht wordt omgezet naar diffuus licht. Doordat licht diffuus maken samen ging met lichtverlies is dit onderzoek uitgevoerd bij een beperkte diffusiteit van het kasdek, zo’n 40 tot 50% hortiscatter. Nu het inmiddels mogelijk is om 90% hortiscatter te realiseren zonder lichtverlies, bestaat de mogelijkheid om op een hogere lichtintensiteit van het natuurlijke zonlicht gebruik te maken en zo minder van de dagsom in te vullen met belichting en zo energie te besparen. Het probleem is dat vooralsnog onbekend is wat de grenzen zijn voor lichtschade bij een hortiscatter van 90%. In dit project wordt een kascompartiment uitgerust met verticaal hangende lamellen om de hoge diffussiteit te realiseren. Er worden twee proeven uitgevoerd, een met zeer lichtgevoelige planten en een tweede met minder lichtgevoelige planten. Dit project wordt gefinancierd door het ministerie van LNV. Het onderzoek laat zien dat een zeer diffuus kasdek (90% hortiscatter) kansen biedt om meer gebruik te maken van natuurlijk zonlicht, zonder dat zeer lichtgevoelige gewassen direct lichtschade oplopen. Bij Phalaenopsis in de afkweek bleek het mogelijk om het natuurlijke lichtniveau te verhogen tot ongeveer 400 μmol/m²/s PAR (ongeveer een verdubbeling ten opzichte van de huidige praktijk) mits het licht voldoende diffuus is. Ook voor de opkweek lijken hogere lichtniveaus haalbaar. Bij een gelijkblijvende dagsom kan dit leiden tot een besparing van circa 47% op de elektriciteit voor assimilatiebelichting. Naast energiebesparing liet het onderzoek ook zien dat gewassen onder zeer diffuus licht het beschikbare licht efficiënter benutten. Bij Anthurium en Phalaenopsis werd een 16 tot 17% hogere lichtbenuttingsefficiëntie gemeten dan onder een regulier diffuus kasdek. Bij minder lichtgevoelige potplanten resulteerde dit in meer groei en productie. Zo werd gemiddeld 6 tot 7% meer biomassa geproduceerd en leverden potrozen 12% meer bloemen, ondanks dat de planten onder de lamellen gemiddeld 9% minder licht ontvingen. De resultaten laten zien dat een zeer diffuus kasdek niet alleen helpt om meer natuurlijk licht veilig te benutten, maar ook de efficiëntie van het beschikbare licht vergroot. Daarmee biedt deze techniek perspectief om het energiegebruik voor belichting verder terug te dringen én de productie van diverse sierteeltgewassen te verhogen. Projectnummer: 24024

Van 01-11-2024 tot 01-12-2025
Afgerond

Schermen met low-e altijd een goed idee?

Doel Het doel van dit project is de energiebesparing kwantificeren van transparante schermdoeken met een hoge reflectie voor warmtestraling, zodat er zo min mogelijk uitstraling ontstaat (lage emissie) en doeken ook overdag zo veel mogelijk kunnen worden gesloten voor maximale energiebesparing bij minimaal lichtverlies. Projectbeschrijving Schermen met lage emissie eigenschappen (low-e) houden uitstraling extra tegen en geven een flexibele isolatie. Lage emissie eigenschappen op glas hebben een energiebesparing van ongeveer 20% laten zien. Aangezien schermdoeken om de ongeveer 5 jaar in een kas vervangen worden zijn low-e schermen ook geschikt voor bestaande kassen. We mogen ervan uitgaan dat low-e schermen voor alle geschermde gewassen een geschikte energiebesparende technologie zijn. Low-e eigenschappen op transparante schermen zijn geheel nieuw. In deze proef wordt de energiebesparing van materialen met verschillende eigenschappen duidelijk gekwantificeerd door metingen en worden getallen over lichtsommen en uitstraling en gebruikt voor modelvalidatie voor toekomstige berekeningen van energieverbruik en gewasperformance zonder dat steeds nieuwe dure proeven nodig zijn. Dit project wordt gefinancierd door het ministerie van LNV. Projectnummer: 24022

Van 01-11-2024 tot 01-07-2026
Lopend