Zoeken

Filters
Verwijder alle filters
Resultaat 1 tot 10 van 126.

Meerdaagse lichtintegratie in tomaat biedt kansen

Auteur: Anja Dieleman, Wageningen University & Research

De glastuinbouw wil verduurzamen én economisch rendabel blijven. Belichting speelt daarin een belangrijke rol. Het is essentieel voor een jaarrond productie van gezonde producten, maar tegelijkertijd ook een grote kostenpost en verantwoordelijk voor een deel van de CO₂-uitstoot. Daarom kijken telers steeds kritischer naar hun belichtingsstrategie. De centrale vraag: hoe verlaag je het elektriciteitsverbruik zonder negatieve gevolgen voor groei en productie? Mogelijke strategieën zijn het terugdimmen van belichting bij voldoende buitenlicht of hoge stroomprijzen, het compenseren van lichte dagen met dagen waarop minder wordt belicht, of het inzetten van vooral rood licht vanwege de hoge energie-efficiëntie. Binnen het project ‘Masterplan Licht’ wordt gewerkt aan energiezuinige en intelligente belichtingsstrategieën. In september 2025 zijn in het IDC Hoge Draad van Wageningen University & Research in Bleiswijk vier tomatengewassen van het ras Maxxize geplant. In vier compartimenten werden verschillende belichtingsstrategieën getest: Referentie: 325 µmol/m²/s met 5% blauw, 5% groen en 90% rood licht 100% rood licht, met dezelfde intensiteit als de referentie Lichtwisselingen per dag: afwisselend 225 en 425 µmol/m²/s Lichtwisselingen per week: vier dagen laag licht (225 µmol/m²/s) en drie dagen hoog licht (458 µmol/m²/s) Meerdaagse lichtintegratie In de praktijk werken telers vaak met een RTR-strategie, waarbij temperatuur en belichting op elkaar worden afgestemd om de plant in balans te houden. Omdat temperatuur in deze proef niet per compartiment geregeld kon worden, werd vooraf verwacht dat lichtwisselingen mogelijk zouden leiden tot ongelijke groei of problemen met vruchtzetting. Dat bleek in de praktijk mee te vallen. Er waren nauwelijks verschillen zichtbaar in plantlengte, bladafsplitsingssnelheid, trosvorming en plantbelasting tussen de behandelingen met lichtwisselingen en de referentie. Sterker nog: in de winter stonden de gewassen met lichtwisselingen er volgens de begeleidingscommissie vaak beter op dan de referentie. Zo was de kopdikte in januari en februari het grootst bij de behandeling met lichtwisselingen per week. Ook de uiteindelijke productie en het gemiddelde vruchtgewicht waren vergelijkbaar met de referentie. Dat laat zien dat er mogelijkheden zijn om slimmer te belichten op basis van beschikbare instraling, zonder negatieve effecten op groei en productie. Rood licht Belichten met alleen rood licht heeft duidelijke voordelen. Rood licht is energetisch efficiënt en zeer effectief voor fotosynthese. De vraag was echter of tomaten ook goed geteeld kunnen worden onder uitsluitend rood LED-licht, aangevuld met beperkt zonlicht. In deze proef bleek dat de planten in de winter onder rood licht minder sterk stonden, met dunnere koppen, meer geelverkleuring en minder uniformiteit. Toch bleef het effect op de productie beperkt. Bij beëindiging van de proef op 23 april lag de productie ruim 1 kg/m² lager dan de referentie. Hoewel deze extreme behandeling dus nadelige effecten liet zien in de wintermaanden, hield het gewas zich beter staande dan vooraf werd verwacht. In het voorjaar herstelde het gewas zich bovendien weer goed. De resultaten wijzen erop dat uitsluitend rood licht mogelijk interessant kan zijn bij voldoende buitenstraling. Een richtlijn daarvoor lijkt ongeveer 100 W/m² instraling te zijn. Over Het project ‘Intelligente aansturing van belichting voor een rendabele klimaatneutrale glastuinbouw’, ofwel Masterplan Licht, richt zich op het verlagen van het energiegebruik in de glastuinbouw door intelligente aansturing van assimilatiebelichting. Dit project is uitgevoerd door Business unit Glastuinbouw van Wageningen University & Research, Delphy Improvement Centre en Plant Lighting. Het is gefinancierd en gecoördineerd door Kas als Energiebron, een innovatieprogramma van LVVN en Glastuinbouw Nederland. Mede mogelijk gemaakt door Topsector Tuinbouw en Uitgangsmaterialen en Kennis in je Kas (KijK). De proef wordt gevolgd en begeleid door telers.

Geplaatst op: 18-05-2026

Eerste resultaten praktijkanalyse: lichtbenutting tomaat onder LED mogelijk lager

Praktijkdata wijzen op lagere LBE onder full-LED Plant Lighting analyseerde teeltgegevens van tomatenbedrijven waar binnen hetzelfde bedrijf geteeld werd onder SON-T, hybride of full-LED. Door alleen vergelijkingen te maken binnen één bedrijf en bij vergelijkbare teelten van grove trostomaten, konden de resultaten zo goed mogelijk met elkaar worden vergeleken. Uit deze analyse blijkt dat de LBE onder full-LED bij alle drie de onderzochte bedrijven lager was dan onder SON-T of hybride belichting. De verschillen varieerden van 5% tot 23%. Hoewel LED vaak gepaard gaat met een hogere lichtsom en meer kilo’s productie, bleek het vruchtgewicht niet in dezelfde mate mee te stijgen met de extra belichting. Basis voor vervolgonderzoek Een lagere LBE zou betekenen dat een deel van de energiewinst van LED-belichting verloren gaat. Ook kan het telers stimuleren om extra maatregelen te nemen, zoals meer buisgebruik of het aanjagen van verdamping, terwijl het effect daarvan niet altijd duidelijk is. Om beter te begrijpen waar het verschil vandaan komt, is in september 2025 een kasproef gestart. In dit onderzoek werken Plant Lighting, Delphy en Wageningen University & Research samen om de oorzaken van de lagere LBE onder LED te achterhalen en mogelijke oplossingen te vinden. Dit project wordt gefinancierd en gecoördineerd door Kas als Energiebron, een innovatieprogramma van LVVN en Glastuinbouw Nederland. Mede mogelijk gemaakt door Kennis in je Kas (KijK). De proef wordt begeleid door telers.

Geplaatst op: 09-03-2026

Ontvochtiging & elementen

Doel Met dit project wordt onderzocht hoe innovatieve ontvochtigingstechnieken kunnen bijdragen aan een energiezuinig en actief klimaat onder Full LED-belichting. Daarbij ligt de focus op de relatie tussen klimaatsturing, verdamping en elementopname in tomaat, met speciale aandacht voor het voorkomen van wankleurigheid. Beoogde resultaten: inzicht in de ondergrens van gasgebruik onder LED klimaatsturing via elektrische input (Caeli / Climalux) in plaats van gas energiebesparing van 10 tot 20% voorkomen van wankleurigheid door meer warmte in de kop van het gewas Projectbeschrijving De Nederlandse tomatensector schakelt steeds verder over van SON-T naar Full LED. Daarbij blijkt dat niet alleen het licht verandert, maar vooral ook het warmteprofiel. Waar SON-T naast licht ook warmte afgeeft, levert LED vrijwel geen stralingswarmte. In de winter van 2024–2025 kreeg een groot deel van de trostomatenteelt te maken met harde wankleurigheid. Het sterke vermoeden is dat dit wordt veroorzaakt door een gebrek aan warmte in de kop van de plant, waardoor verdamping en elementopname afnemen. Binnen dit project worden daarom twee innovatieve systemen getest onder Full LED: Caeli™ : actief lucht mengen boven en onder het scherm Climalux CLX-2 : LED-armaturen met geïntegreerde ventilator Deze systemen worden vergeleken met twee referentieafdelingen: SON-T en Full LED. Doel is om warmte beter in de kop van het gewas te krijgen, wankleurigheid te verminderen én energie te besparen. Financiering en coördinatie Dit project wordt gefinancierd en gecoördineerd door Kas als Energiebron, een innovatieprogramma van het ministerie van LVVN en Glastuinbouw Nederland. Mede mogelijk gemaakt door Kennis in je Kas (KijK). De proef wordt begeleid door telers. Het totaalbudget voor dit onderzoek is € 466.170, waarvan € 75.000,- in cash van Federatie van Vruchtgroente Organisaties (FVO). Projectnummer: E25004

Van 01-10-2025 tot 01-09-2026
Lopend

LED in de opkweek: jonge planten duurzaam geteeld

Doel en relevantie voor de praktijk LED-belichting biedt veel mogelijkheden om energie te besparen tijdens de opkweek van jonge tomatenplanten. Toch is nog niet duidelijk hoe telers LED-belichting het beste kunnen inzetten om uniforme planten van hoge kwaliteit af te leveren. Dit onderzoek brengt in kaart hoe lichtintensiteit en lichtspectrum de kwaliteit van het uitgangsmateriaal beïnvloeden. De opgedane kennis helpt opkweekbedrijven bij het maken van de juiste keuzes voor de inzet van LED-belichting. Daarmee kunnen zij energie efficiënter gebruiken én uniforme, kwalitatief hoogwaardige planten afleveren die zorgen voor een goede start van de teelt. Projectbeschrijving In dit onderzoek wordt gekeken hoe lichtintensiteit en lichtspectrum de groei en kwaliteit van jonge tomatenplanten beïnvloeden. Daarbij wordt onderzocht welke fase van de opkweek het meest gevoelig is voor verschillende lichtrecepten en hoe deze keuzes doorwerken in de verdere teelt. Het onderzoek wordt uitgevoerd in nauwe samenwerking met opkweekbedrijven en tomatentelers. In totaal worden vier experimenten uitgevoerd in het IDC-LED, waar met regelbare LED-belichting verschillende lichtrecepten kunnen worden nagebootst. Daarbij wordt onder andere gekeken naar de effecten van licht vóór en na het toppen van de planten, tijdens de afkweek en naar verschillen tussen tomatenrassen. De resultaten moeten leiden tot praktische belichtingsstrategieën waarmee opkweekbedrijven duurzamer en efficiënter kunnen telen. Het project bestaat uit drie werkpakketten (WP's): WP1: Afstemming en voorbereiding. WP2: Experimenten, bestaande uit vier proeven naar de invloed van lichtintensiteit, lichtspectrum, dynamisch belichten en rasgevoeligheid op de kwaliteit van jonge tomatenplanten. WP3: Rapportage en communicatie, waarin de resultaten worden vertaald naar praktische kennis voor de sector. Financiering en coördinatie Het totaalbudget voor dit onderzoek is € 203.820, waarvan € 75.000 door Plantum, € 24.000 door leveranciers en € 104.820 door Kas als Energiebron. Dit project wordt gefinancierd en gecoördineerd door Kas als Energiebron, een innovatieprogramma van het ministerie van LVVN en Glastuinbouw Nederland. Mede mogelijk gemaakt door Kennis in je Kas (KijK). Het onderzoek wordt uitgevoerd door Wageningen University & Research. De proef wordt begeleid door telers. Projectnummer: 25120

Van 01-10-2025 tot 01-04-2027
Lopend

Eindrapport: Lichtbenuttingsefficiëntie onder LED-belichting bij gerbera

Auteur: Dennis Medema

Er zijn twee experimenten uitgevoerd in klimaatcellen van Plant Lighting waarin het winterseizoen is gesimuleerd. Productie van gerbera onder SON-T is vergeleken met die onder LED (R89% G5% B6%). Daarnaast zijn meerdere varianten LED-belichting getoetst, die een eventueel verschil in productie tussen SON-T en LED zouden kunnen verklaren. Experiment 1 In experiment 1 liet cultivar Madeira geen enkel productieverschil zien. Cultivar Kimsey produceerde 13% meer bloemtakken onder SON-T dan onder LED RGB (beiden 11.5 uur daglengte). Echter, dit kon niet verklaard worden vanuit de overige LED-behandelingen: de toevoeging van verrood licht, een hogere planttemperatuur, en meer of minder verschil tussen dag- en nachttemperatuur (DIF) gaven geen productieverhoging. Experiment 2 In experiment 2 is alleen cultivar Kimsey getoetst op de dubbele oppervlakte. Nogmaals is SON-T tegenover LED RGB bij 11.5 uur daglengte getoetst en ditmaal produceerde het gewas niet meer bloemtakken onder SON-T. Bij 10 uur daglengte produceerde SON-T wel meer dan LED RGB, maar niet veel meer dan de LED-behandelingen bij 11.5 uur. Ook nu kon meerproductie onder SON-T niet worden verklaard vanuit de ditmaal getoetste LED-varianten met een groter aandeel wit en met toevoeging van nabij-infrarode stralingswarmte. Resultaten Er is dus geen consistente meerproductie gemeten onder SON-T dan onder LED. Het feit dat Kimsey in experiment 1 meerproductie gaf onder SON-T lijkt toeval, want dit resultaat kon niet zuiver worden gereproduceerd in experiment 2. Ook alle logische factoren die een verschil in productie onder SON-T tegenover LED RGB zouden kunnen verklaren (lichtspectrum, stralingswarmte, temperatuur) bleken geen effect te hebben. Als er al reproduceerbare productieverschillen zijn, dan zijn die hooguit klein en is een veel groter opgezet experiment nodig om dit aan te kunnen tonen. Dan rest nog de vraag waarom in de praktijk dan wel een fors lagere bloemtakproductie per mol licht wordt ervaren onder LED-belichting. Mogelijk zijn de gerealiseerde lichtsommen onder LED hoger wat de productie per mol licht kan verlagen, of speelt het microklimaat in een met LED belichte kas een rol. Dit project is uitgevoerd door Plant Lighting en gefinancierd en gecoördineerd door Kas als Energiebron, een innovatieprogramma van LVVN en Glastuinbouw Nederland. Mede mogelijk gemaakt door de gewascoöperatie gerbera en Signify. De proef is gevolgd en begeleid door telers.

Geplaatst op: 28-11-2024

Aardbei onder controle: Naar een fossielvrije jaarrondteelt

Auteur: Govert Trouwborst Plant Lighting & Vera Theelen Delphy ISFC

Foto boven: ‘Dormancy’ bij Fandango in mei 2023 vanwege verduistering tot 12.5 uur daglengte. Links=Inspire, rechts=Fandango. Foto's onder: ‘Dormancy’ bij Fandango in oktober 2022. Links=Inspire, rechts=Fandango. De voordelen zijn: Een hogere potentiële productie omdat slechts eenmaal per jaar een opbouwfase van het gewas nodig is. Tegelijkertijd verhoogt dit ook de energetische efficiëntie omdat maar eenmalig per jaar een vegetatief gewas wordt belicht en verwarmd. Een kwalitatief beter product omdat oogstpieken met veel kleine vruchten vermeden worden. Een verhoging van de energetische efficiëntie omdat er volgens de principes van Het Nieuwe Telen (maximalisatie, kasisolatie en minimalisatie van afluchten van warmte) kan worden geteeld omdat oogstpieken vermeden worden. Er hoeft dus niet, zoals in de gekoelde junidragerteelt, tijdens een oogstpiek maximaal gekoeld te worden. Uiteindelijk zal de inzet van licht en warmte geminimaliseerd en fossielvrij moeten worden. Het werken met één planting per jaar is hierin een belangrijke stap. Het project kende twee hoofddoelen: (1) Halvering van de input van gas en elektriciteit per vierkante meter: respectievelijk van 15 naar 7.5m 3 en van 200kWh/m 2 naar 100kWh; en (2) jaarrond trosinducerend telen in balans waarbij in de winter een oogst van ruim 500g/m 2 /week kan worden behaald. Proefopzet Er waren twee kassen van ieder 200m 2 , met ieder een eigen daglengte-strategie tijdens de belichte winterperiode. Er werd geteeld met de low chill rassen Fandango en Inspire. In de aanloopfase naar het belichtingsseizoen toe, is in beide kassen de natuurlijke dag verlengd tot 12 uur met cyclische belichting (12-uurskas) of puur verrood of rood afhankelijk van de strekking (18-uurs kas). In de belichtingsperiode vanaf week 47 werd in de ene kas een ‘korte’ dag van 12 uur aangehouden. En in de andere kas kon worden doorbelicht tot 18 uur met rood licht als nabelichting. Eerder onderzoek heeft uitgewezen dat met dit spectrum een lange dag kan worden belicht zonder dat de trosinductie stopt. De lichtsommen werden gelijk gehouden, dus de momentane LED-intensiteit was in de 12-uurskas veel hoger. Na de winter is in beide kassen de daglengte verkort tot 12.5 uur om zo een tros-inducerende daglengte aan te houden om zo vruchtdracht te hebben in het late voorjaar en de zomer. Acht weken voor het einde van de proef is er een natuurlijke daglengte aangehouden omdat dan verdere trosinductie geen zin meer heeft. Resultaten energie De besparing in elektra naar ruim 100kWh/m 2 ligt grotendeels voor rekening van de overstap van SON-T naar LED. De nabelichtingskas bespaarde 7% in elektriciteit vanwege de hogere energie-efficiëntie van het rode licht. De warmtevraag is geminimaliseerd door gebruik te maken van een transparant energiedoek en een lichtuitstootscherm. Hierdoor lag het gasverbruik van de 12-uurskas (kas zonder buitengevel) op 7m 3 /m 2 . Bij een commerciële kas zou dit verbruik zo’n 10% hoger kunnen liggen. Het verbruik van de 18-uurskas (kas met buitengevel) lag twee keer zo hoog. Gecorrigeerd voor het geveleffect heeft de nabelichtingsstrategie rond de 2.5m 3 extra gekost. Het hogere verbruik komt doordat er in de avonduren een verdampend gewas onder gesloten schermen staat waardoor er is gekozen om 17°C luchttemperatuur aan te houden om kans op condensatie te verkleinen. Hiervoor moest extra worden gestookt. Resultaten teel Om eerder in productie te komen, is een deel van de planten het afgelopen jaar tijdens de opkweek verduisterd tot zo’n 10 uur daglengte op het trayveld. In september 2022 zijn deze planten in de kas geplant. De verduisterde planten waren duidelijk eerder in productie. Voldoende groeigraaduren trosinductie maken in de fase voor het planten is een voordeel om de vegetatieve fase in de kas korter te maken. Eind oktober werd waargenomen dat Fandango beperkt strekte en zijneuzen aan het ontwikkelen was. Achteraf bezien waren dat al tekenen van (beginnende) dormancy. Eind december werden er ook tekenen van dormancy geconstateerd bij Inspire. Door middel van cyclische belichting zijn beide rassen uit dormancy getrokken. Dormancy verknoeit de strekking van de bladsteel van jonge bladeren, bladeren blijven ook klein en stug, geeft een pauze in de trosinductie of doorgroei van de trossen en daardoor ook in oogst waardoor de 500g/m 2 /week in de winter niet is behaald. Ook raakt hierdoor de plant uit balans waardoor er weer (te hoge) oogstpieken en dalen optreden. Uiteindelijk kwam de best producerende behandeling uit op ruim 17kg/m 2 . Dit is niet slecht. Echter, doordat de planten uit balans waren, heeft dit een negatief effect op de vruchtmaat. Het blijkt dat voor een verse (niet gekoelde) Fandango een daglengte van rond de 12 uur te kort is om dormancy te vermijden: tekenen van dormancy waren niet alleen in het najaar te zien, maar verrassend genoeg ook in het voorjaar (zie foto). Vermoedelijk is Fandango in de winter niet door de dormancy heengegaan ondanks dat de planten loskwamen door inzet van de cyclische belichting. Bij Inspire traden tekenen van dormancy alleen op in het najaar. Vanaf week 47 was in de 18-uurskas de daglengte langer dan 12 uur met rood nabelichting. Dit heeft dormancy niet kunnen voorkomen. Mogelijk had het weken eerder moeten worden aangezet. Het verduisteren in het voorjaar heeft wel voor een doorgaande trosinductie gezorgd zodat er tot het einde van de proef in week 28 nog vruchten zijn geoogst. Om te zien welke potentie het verduisteren in het voorjaar had zijn een aantal planten van beide rassen overgeplant naar een andere proefafdeling. Hier is het blad geknipt van beide rassen en is gekeken hoeveel productie er nog volgde in de periode van begin augustus tot half september. Dit bedroeg een productiepotentieel van bijna 3 kg/m 2 . Concluderend Vanuit energie bezien was dit een succesvolle proef: De input van gas en elektriciteit is gehalveerd. Plantkundig gezien is er veel geleerd, maar voor succesvolle implementatie in de praktijk moet (diepe) dormancy vermeden worden om zo beter in balans te kunnen gaan telen. Dit project wordt gefinancierd door Kas als Energiebron, het innovatie- en actieprogramma vanuit het ministerie LNV en Glastuinbouw Nederland, Stichting aardbeionderzoek, Signify, Plant Sciences en Fresh Forward. Het onderzoek wordt uitgevoerd door Delphy ISFC en Plant Lighting, (Tekst: Govert Trouwborst Plant Lighting & Vera Theelen Delphy ISFC, foto's: PlantLighting en ISFC Delphy)

Geplaatst op: 27-11-2023

Boeiende informatiemiddag over effecten LED-belichting in roos

Auteur: Mark Meijers

Govert Trouwborst (Plant Lighting) ging vooral in op effecten van verrood bij andere gewassen en hoe roos hier gebruik van kan maken. Tevens ging hij in op de verandering van de energiebalans van het gewas en de kas bij de overstap van SON-T naar LED. Het afwezig zijn van verrood kan grote effecten hebben op bloeivertraging van wel veertien dagen bij langedagplanten, zoals lelie en lisianthus, maar ook bij kortedagplanten zoals kalanchoë (doorwas). Roos staat bekend als daglengte neutrale plant, maar ook daar kan bloeivertraging ontstaan bij het ontbreken van verrood. Verder kan door een hoger aandeel verrood meer strekking worden verkregen als dit gewenst is. Het meest effectief gebeurt dit door een kleine dosis verrood aan het begin van de nacht (EOD-FR). Echter doordat roos meestal maar een korte nacht krijgt van zo’n vier uur, is niet bekend of dit effect bij roos groot genoeg is. Het ontbreken van verrood kan ook een te grote okselknopuitloop stimuleren, omdat er dan minder apicale dominantie aanwezig is. Energiebalans Zeker bij hoge stroomprijzen wordt het interessant om de inzet van verrood te minimaliseren. Aan de hand van het aandeel daglicht kan worden berekend bij welke instraling het verrood overdag uit kan, omdat het weinig meer toevoegt bij het al aanwezige verrood in daglicht. Als de lichtsommen natuurlijk licht sowieso hoog genoeg zijn, lijkt verrood in de nachtelijke uren ook minder van belang. Voor roos zijn deze grenzen echter nog niet bekend. De stralingsgedreven verdamping daalt onder LED met zo’n 40%. Theoretisch is dit een voordeel: verdamping is energieverlies. Het levert echter problemen op als de verdamping te laag wordt. Onder LED is het gevaar van een negatieve energiebalans groter: kans op guttatie en condensatie. Hier is Peter van Weel dieper op ingegaan. Verdamping Peter van Weel (Weel Invent) ging in op de risico’s van een te beperkte vochtafvoer, kans op condensatie en onbalans in verdamping en wateropname aan de hand van ervaringen bij gerbera. Onder LED zijn er twee belangrijke zaken anders dan onder SON-T. De verdamping daalt met 40% en de lucht tussen het gewas wordt minder snel opgewarmd, omdat er nauwelijks infrarode warmtestraling is. Als in de ochtend de lampen aan gaan, komt de verdamping snel op gang. Het gewas koelt door uitstraling naar het koudere schermdoek af onder de temperatuur van de omringende lucht. Omdat dit niet wordt gecompenseerd door infrarode straling van de lampen, blijft het zo koud tussen het gewas dat er condensatie ontstaat met als gevolg Botrytis. Bij bedrijven waarbij met slurven droge buitenlucht door het gewas wordt geblazen, zal dit ervoor zorgen dat juist op knophoogte het hoogste AV ontstaat. En omdat de bloemen ook door uitstraling afkoelen, zal nu juist hier condensatie optreden. Schermdoek Deze problemen zijn oplosbaar door een scherm te sluiten. Daarbij moet er dan wel voor worden gezorgd dat het onderste scherm warm genoeg zal worden om de uitstraling zo klein mogelijk te krijgen. Dat kan het beste door twee schermen volledig te sluiten. Als het buiten heel koud is, kan dit echter ervoor zorgen dat het boven het schermpakket zo koud wordt dat door geleiding het onderste doek alsnog heel koud wordt. Een nog beter isolerend schermdoek, met bijvoorbeeld een laag stilstaande lucht ertussen - een spouwscherm - kan dit oplossen. Een werkbare oplossing bij de huidige generatie schermdoeken is om een kleine kier te trekken in het onderste doek, terwijl het bovenste gesloten blijft. Daardoor stroomt warme lucht tussen de schermen en warmt het onderste scherm op. Een goede manier om de schermkier te besturen is het meten van de temperatuur van het doek. Dat kan met een infrarood puntmeting die op het doek is gericht. Luchtbeweging Naast Botrytis was er ook veel last van rotkoppen. Dat is een gevolg van guttatie. In het donker bouwt de plant een hoge worteldruk op die bij een lage verdamping in de ochtend vocht uit de vaten van de bloem perst en tot schimmelschade leidt. Feitelijk is er onder LED dus een te lage verdamping in de ochtend. Dit probleem wordt nog versterkt door het gesloten houden van de schermen om redenen van energiebesparing en om de uitstraling laag te houden. Dat is dus een behoorlijk groot dilemma. Dit probleem oplossen door extra buiswarmte ligt voor de hand, maar daarmee lever je een groot deel van de energiebesparing met LED weer in. Gelukkig kun je ook op andere manieren de verdamping stimuleren die minder energie kosten. Luchtbeweging binnen het gewas is een heel effectieve manier om vocht uit het gewas omhoog te stuwen. Daardoor komt het vocht in de kaslucht terecht. Dit moet je actief afvoeren uit de kas, omdat anders het absoluut vocht in de kas oploopt en de verdamping alsnog daalt. Een werkbare oplossing was om een kier te trekken in het onderste doek en de ramen zowel aan de luwe als de windzijde open te zetten. Door het meten van het AV buiten en boven het doek kan ervoor worden gezorgd dat de ramen zo ver open gaan dat de lucht boven het doek net zo droog wordt als buiten, waardoor de vochtafvoer optimaal verloopt. Mocht dit niet genoeg zijn dan zal de capaciteit van een systeem voor ontvochtiging, zoals slurven, een Drygair of ventilatoren in het doek, sterk moeten worden vergroot. Dagscherm Een andere ervaring bij gerbera was dat de luchttemperatuur onder LED hoger gekozen moest worden om de snelheid in het gewas te houden. Op zich is dat logisch, omdat het blad immers minder is opgewarmd door gebrek aan infrarode straling van de lampen. Dit pleit voor een transparant dagscherm, omdat dan zonder extra energieverlies het blad warmer kan worden gemaakt. Zo’n scherm zal tevens de uitstraling verlagen. Sensoren Caroline Labrie (Wageningen University & Research) ging in op het monitoringsproject LED bij roos vanuit Kas als Energiebron en lichtte tussentijdse resultaten toe. Voor dit project wordt van vijf rozenbedrijven vanaf oktober data verzameld over klimaat, bemesting, gewas en bloemkwaliteit. Om de andere week wordt een uitbloeiproef gedaan waarbij onder andere Botrytis, slapgaan, openkomen en knopvorm wordt gemonitord. Daarnaast zijn op een van de bedrijven extra sensoren geïnstalleerd om meer inzicht te krijgen in verschillen in klimaat op knophoogte en tussen het gewas. Om de planttemperatuur nauwkeuriger te kunnen meten is een Sigrow Stomato Camera geïnstalleerd, waar een referentie-meting bij in zit. Ook is een netto-stralingsmeter en een substraatsensor toegevoegd. De resultaten worden regelmatig besproken met de betrokken telers. In deze bijeenkomsten is onderling veel uitwisseling van kennis. De verschillen tussen de bedrijven maken dit een interessante dataset. De warmte-input en de mate waarin met SON-T is bijgelicht, wisselt per bedrijf en per periode. Begin december is vooral met LED belicht, maar vanaf half december is de SON-T er vaker bij aan gegaan. De VPD (dampdrukverschil tussen plant en kaslucht) zakt in de donkerperiode ver terug en komt soms te dicht bij 0 kPa. Het is zoeken naar de balans tussen voldoende vochtafvoer met zo min mogelijk energie. Knopvorm Het vaasleven van de rozen gaf voor alle bedrijven een dip in december en januari, maar er zat wel variatie in per bedrijf. Ook was de dip voor de ene cultivar dieper dan voor de andere cultivar. Botrytis werd gezien in de ‘nek’ op de aanhechting van de petalen aan de bloembodem, die vanuit daar uitbreidt en het vaasleven sterk verkort. Het is nog onduidelijk of dit wordt veroorzaakt door condens of guttatie. De knopvorm laat regelmatig wat draaiharten zien en een enkele keer een bolletjes. Over de oorzaak is nog veel onduidelijkheid, maar LED lijkt hier invloed op te hebben. Bij een van de cultivars was de knopkleur in week 45 tot 51 wat te donker volgens de telers. Vanaf week 50 is er meer met SON-T belicht en vanaf week 52 was de knopkleur weer goed, al kunnen ook andere factoren een rol hebben gespeeld. Hypothese is dat de omstandigheden onder LED, zoals het spectrum en het effect op knoptemperatuur, de hoeveelheid roodpaars pigment anthocyaan beïnvloeden. De dataverzameling gaat nog door in de voorjaarsperiode. De gevonden verschillen tussen de bedrijven en periodes worden komende periode verder geanalyseerd, om meer inzicht te krijgen in de kritieke momenten qua vocht en de factoren die de bloemkwaliteit beïnvloeden. Deze middag werd mogelijk gemaakt door het programma Kas als Energiebron van het Ministerie van LNV en Glastuinbouw Nederland.

Geplaatst op: 25-04-2023

LichtEvent 2023 : Siergewassen lenen zich voor sturing met lichtkleuren

Auteur: Jan van Staalduinen

De onderzoekers trapten af met de stelling dat licht de belangrijkste productiefactor is voor gewasgroei. Via licht nemen planten hun omgeving waar en vertonen zij specifieke reacties. Lichtintensiteit, daglengte, de richting van het licht (direct, diffuus), warmte en lichtspectrum; welk aspect je ook neemt, het heeft impact op de groei en ontwikkeling van een plant. Tegen de achtergrond van hoge energieprijzen en de omschakeling van SON-T naar efficiënte LED installaties rijst de vraag hoe we de lichtomstandigheden kunnen optimaleren. Hét recept bestaat niet Met de nieuwste generatie LED-lampen en toegespitste lichtstrategieën zijn gewassen qua licht op maat te bedienen. Belichtingsduur, lichtintensiteit, zelfs het aangeboden lichtspectrum is met moderne LED-installaties op elk gewenst moment aan te passen. Dat komt goed uit, want één recept voor alle siergewassen is er niet, merkte Dieleman op. “Juist voor siergewassen opent sturen met lichtkleuren nieuwe perspectieven. Wat voor de ene soort prima werkt, levert bij een andere soort ongewenste reacties op.” Ook rassen binnen één soort reageren verschillend, al zal het dan meer om nuances gaan. Het finetunen daarvan kun je rustig aan telers overlaten. Fundamenteler van aard zijn de vragen wat lichtkleuren doen, welk spectrum specifieke gewassen verlangen en of dat variaties in het spectrum gedurende de dag en/of teeltduur wenselijk zijn. Lichtkleuren en hun effecten Rood licht (600 – 700 nm) is met afstand de belangrijkste lichtkleur voor fotosynthese en voor de sturing van de gewasontwikkeling via de verhouding tussen rood (R) en verrood (FR) licht. Qua energieverbruik is het bovendien de meest efficiënte kleur. Blauw licht (400 – 500 nm) remt de strekking van stengels en bladeren, stimuleert het openen van de huidmondjes en heeft invloed op de pigmentvorming en gewaskleur. Groen licht (500 – 600 nm) beïnvloedt de strekking en bladstructuur enigszins, maar draagt beperkt bij aan de fotosynthese en is minder efficiënt dan rood licht. De grootste waarde is wellicht dat het in combinatie met rood en blauw licht (samen roze) voor een veel natuurlijker lichtkleur zorgt, die prettiger is voor het menselijk ook. Verrood licht (700 – 800 nm) draagt niet bij aan de fotosynthese (geen PAR licht), maar heeft via de ratio R/FR invloed op plantvorm en bloei. Er is ook invloed vastgesteld op de ziektegevoeligheid c.q. weerbaarheid van gewassen. Taklengte chrysant In de chrysantenteelt bestaan er zorgen over te korte takken in de winterteelt onder full LED. Kan een specifiek spectrum dat probleem ondervangen? Dat blijkt te kunnen, hebben proeven binnen het project ”LED licht met de zon mee” uitgewezen. Wanneer de lampen aan het einde van de dag (end of day, EOD) zijn gedoofd, heeft een half uur nabelichten met verrood een sterk effect op de strekking van de tak. “Zelfs na twee behandelingen met remstof”, aldus Dieleman. “Bovendien kan het de teelt met enkele dagen versnellen. Dat zijn bemoedigende resultaten, al zagen we ook verschillen tussen de rassen.” In een vervolgproef heeft de onderzoekster laten zien dat ook korter belichten met verrood of een intensiteit lager dan het eerder gebruikte niveau van 20 µmol/m2/sec voldoende is om strekking te krijgen. (Zie foto) Plantkwaliteit anthurium In de teelt van potanthurium onder LED-belichting (RGB) wordt soms overmatige rek geconstateerd. Feitelijk is dat tegengesteld aan de ervaringen in chrysant. Dieleman wees de toehoorders op het feit dat schaduwminnende planten (zoals anthurium) en lichtminnende planten (zoals chrysant) zeer verschillend op specifieke lichtspectra kunnen reageren. Verhoging van de aandelen blauw, groen en vooral verrood ten koste van rood resulteerde in compactere anthuriumplanten met een betere kleur. Vanuit energetisch perspectief niet de meest efficiënte mix, maar de totale lichtintensiteit mag voor schaduwplanten uiteraard lager zijn. Proeven in lelies Stefan van den Boogaart gaf een beknopt overzicht van recente proeven bij onder andere Plant Lighting, Delphy IC en Vertify. Deze bevestigen de stelling dat gericht sturen met spectra grote invloed kan hebben op zowel kwaliteitsaspecten als teeltduur. In de lelieteelt waren er wisselende ervaringen met de toevoeging van FR aan een RGB spectrum. In Oriëntals (kwalitatieve lange-dag plant) gaf het een 12 dagen kortere trekduur, terwijl LA’s er nauwelijks op leken te reageren. Ook binnen de lelies kun je dus niet alle schapen over een kam scheren. In een andere proef binnen dit gewas bleek verhoging van het aandeel wit licht weinig verschil te maken. “We stelden vast dat je onder full LED goed lelies kunt telen”, merkte hij op. “De uitdaging zit hem hier niet zozeer in het vinden van een optimaal spectrum, maar veeleer in het fossielvrij telen met behoud van een goed klimaat.” Spectrum luistert soms nauw In Lisianthus is gekeken naar de invloed van verrood licht en naar de belichtingstijden. Toevoeging van verrood licht zorgt voor de gewenste strekking. Telen onder full LED zonder FR kan de teeltduur aanzienlijk vertragen. Kalanchoë doet het goed bij een iets hoger aandeel blauw licht (6% i.p.v. 5%). Verrood licht kan bij sommige rassen wenselijk zijn om doorwas te voorkomen. Na vier weken korte dag had omschakelen naar een lange-dag regime geen nadelige invloed. Ook in gerbera, Phalaenopsis (demoteelt Phalaenopsis duurzaam geteeld) en alstroemeria is in proeven veel nieuwe kennis vergaard over de effecten van lichtspectra (wel/geen FR), lichtintensiteit en/of belichtingsduur. Hierdoor concludeerden de beide onderzoekers dat telen onder full LED in de meeste gevallen goed mogelijk is, maar dat de configuratie van de lampen en installatie soms nauw luistert. Laat je informeren “Onder invloed van de huidige hoge energieprijzen stappen veel telers versneld over op LED-installaties”, stelde Van den Boogaart bij de afsluiting van de presentatie vast. “Laat je vooraf goed informeren over de lichtbehoeften van je gewas of gewassen en realiseer je dat zo’n overgang ook invloed kan hebben op de energie- en vochtbalans van de plant.”

Geplaatst op: 01-03-2023

Lengte en reactietijd van chrysanten sturen met verrood licht

Auteur: Anja Dieleman en Diede de Jager (WUR)

In het najaar van 2021 is er bij de business unit Glastuinbouw van Wageningen University & Research (WUR) spectrumonderzoek gedaan met vier chrysantenrassen. Daaruit bleek dat de taklengte heel goed te stimuleren is door aan het einde van de dag na te belichten met 30 minuten 20 μmol/m²/s verrood licht. Verder leidde dit tot een versnelling van de teelt met enkele dagen en minder sprot onderin het gewas. Vergelijkbare resultaten zijn daarna ook gevonden bij het project ‘De perfecte chrysant’. De vraag is nu of eenzelfde effect kan worden bereikt met een lagere intensiteit of een kortere periode verrood licht. Dit zouden goede stuurmechanismes zijn om naar behoefte de taklengte te kunnen sturen. Een andere vraag is of het verrood licht aan het einde van de dag gedurende de hele teelt nodig is, of dat toepassing gedurende de eerste periode van de teelt voldoende is. Intensiteit Om deze vragen te beantwoorden, is in mei 2022 gestart met de teelt van vier chrysantenrassen onder 200 μmol/m²/s full LED. In het IDC LED werden winterse condities nagebootst, waarbij de kas werd gekoeld en het aandeel van het zonlicht in de teelt ca. 20% was en het aandeel LED-licht in de totale lichtsom ca. 80%. Er zijn reeksen behandelingen aangelegd, waarbij de intensiteit van het verrode licht aan het einde van de dag 20, 10 en 5 μmol/m²/s was en er gedurende 10, 20 of 30 minuten aan het einde van de dag verrood licht werd gegeven. Daarnaast werd er in het basisspectrum gedurende de hele dag gevarieerd met de percentages groen en verrood licht en werd er geteeld bij een lagere lichtintensiteit (100 μmol/m²/s). Effect Vanaf week 28 kunnen de planten van Chic worden geoogst. De bloemtakken van Magnum, Pina colada en Baltica volgen binnenkort. De eerste resultaten laten zien dat de behandeling met ‘einde van de wordt dag’ verrood een aantal dagen eerder oogstbaar zijn dan wanneer geen verrood licht gegeven. Maar ook dat wanneer verrood licht alleen gedurende de eerste weken van de teelt wordt gegeven, dit niet voldoende is voor eenzelfde effect als wanneer de behandeling met einde van de dag verrood gedurende de hele teelt wordt gegeven. In de komende weken worden alle takken geoogst en worden de resultaten ten aanzien van taklengte, gewicht, hoeveelheid sprot en lichtbenuttingsefficiëntie verzameld en geanalyseerd. Dit onderzoek wordt gefinancierd door het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en Glastuinbouw Nederland binnen het programma Kas als Energiebron, met daarbij een bijdrage in de lampen en de aansturing daarvan van Signify.

Geplaatst op: 15-07-2022

Horticulture Data Protocol

Doel: Een standaard dataprotocol ontwikkelen voor datacommunicatie tussen LED driver, de LED chips, alle beschikbare sensoren en de klimaatcomputer; Het Horticulture Data Protocol (HDP). Het protocol is ook bedoeld om alle datatransmissie in de kas te kunnen verzorgen. Hierdoor wordt de kostprijs van dimbare LED belichting minder en eenvoudiger en zit een teler niet vast aan één (LED)leverancier. Projectbeschrijving: Begin 2021 zijn Inventeers Research & Development B.V. (Inventeers) en Ledgnd B.V. (Ledgnd) een samenwerking met elkaar aangegaan om een sensor te ontwikkelen om daarmee bij gemeenschappelijke klanten ondersteuning te bieden bij de sturing van LED armaturen. Het doel van de sensor is om op basis van het actuele lichtspectrum in de kas dynamisch te gaan dimmen. Hiermee willen wij de teler helpen om energie te besparen en het gewas op een positieve manier te beïnvloeden. Onder telers is er natuurlijk een grote behoefte tot verduurzaming waarin de transitie van de traditionele SON-T naar LED verlichting een grote rol zal spelen. Om de waardevolle informatie die de LSPD sensor oplevert in de praktijk te kunnen gebruiken blijkt echter een stuk lastiger dan gedacht. Het is namelijk volledig afhankelijk van de andere hard- en software in de kas of de teler iets met deze data kan doen. Er is namelijk geen standaard afgesproken over hoe wij met data omgaan in de kas. In andere woorden wil dat zeggen dat iedere leverancier zelf bepaald hoe het data ontvangt en verstuurt. Dit is ook precies de reden waarom telers zoveel applicaties hebben waar informatie in wordt verzameld en waarom dimbare LED armaturen nog niet de standaard zijn in de tuinbouw. De gevolgen van het probleem Helaas blijkt in de praktijk dat de vele beschikbare technologieën in de glastuinbouw niet zonder meer met elkaar kunnen communiceren. Dit komt omdat er meerdere beschikbare protocollen zijn die door de fabrikanten in de LED verlichting worden toegepast en die ook tegen problemen aan lopen. Elke lichtleverancier zal dus zelf een interface moeten maken en dit koppelen met de aanwezige klimaatcomputer. Helaas gaat dit ten koste van de kostprijs van het LED armatuur en daarmee de bereidheid tot investeren in LED. Een dimbare LED lamp kost al snel € 35 tot € 50 meer per lamp dan een niet dimbare, daarnaast komen er dus ook nog kosten voor de koppeling met de klimaatcomputer en eventuele softwareleveranciers. Om tot het protocol te komen zijn er de volgende fases opgesteld in dit project: Fase 1: List of requirements Gesprekken/interviews met alle stakeholders. Dit zijn dus de klimaatcomputer fabrikanten, LED leveranciers, Driver fabrikanten, Installateurs. Het doel is hier van elkaar leren en de wensen en eisen van de stakeholders tot een list of requirements te vormen. De list of requirements toetsen bij de stakeholders Fase 2: Versie HDP 1.0 schrijven Op basis van de list of requirements versie 1.0 schrijven. Key stakeholders versie 1.0 laten beoordelen en testen. Feedback verwerken en versie 1.1 schrijven. Fase 3: Test in de kas Versie 1.1 van het HDP officieel testen in de kas. Het doel is om aan te tonen dat via het protocol lampen gedimd kunnen worden en dat deze informatie vanuit een softwareoplossing bij de klimaatcomputer aangeboden kan worden. Energiebesparing voor deze specifieke kas berekenen. Verslaglegging over de test Fase 4: Protocol aan stakeholders vrijgeven Stakeholders kunnen het protocol in hun producten verwerken. In 2023 moeten de eerste hard- en softwareproducten op het HDP kunnen draaien. Projectnummer: E22008

Van 01-04-2022 tot 31-03-2024
Lopend