Zoeken

Resultaat 1 tot 10 van 14.

CO2 benutting uit compostering

Doel Deze studie moet een beeld geven of CO 2 hergebruik uit compostering van champost zin heeft. Toelichting Glastuinbouwbedrijf BioVerbeek wil een composteringsinstallatie bouwen om champost te composteren en de vrijkomende warmte en mogelijk ook CO 2 te benutten. Er is al één demonstratie-installatie gebouwd. Warmtebenutting uit compostering is beoogd voor subsidiering vanuit de verbrede SDE++ regeling. De CO 2 -benutting die vrijkomt is substantieel en zou mooi benut kunnen worden in de glastuinbouw. Dit project moet een beeld geven van de haalbaarheid om de CO 2 te hergebruiken. Het plan beschrijft tevens in hoofdlijnen een aantal concepten, die kunnen worden toegepast om CO 2 -levering mogelijk te maken. In hoeverre een concept realistisch is, zal vooral afhangen van de samenstelling van de luchtstroom en de CO 2 -concentratie. Aanpak Fase 1 Vaststelling kwaliteit en kwantiteit Via monsternames wordt de samenstelling van de afvoerlucht vastgesteld. Op basis van de CO 2 -concentratie wordt bepaald hoeveel CO 2 er beschikbaar is. Op basis van een aantal referentieprojecten worden de kwaliteitseisen vastgesteld. Vaststellen vraagprofiel CO 2 . Fase 2 Vaststellen benodigde technieken en concepten Uiteindelijk zal de huidige samenstelling in combinatie met de kwaliteitseisen bepalend zijn voor eventuele reinigingstechnieken. De CO 2 -concentratie zal bepalen in hoeverre de CO 2 -stroom nog verder kan/moet worden geconcentreerd. De voor- en nadelen van verschillende concepten worden bepaald. Fase 3 Uitwerken concepten Er wordt een keuze van de toepasbare concepten gemaakt op basis van de metingen en vereisten vanuit de teelt. Deze worden verder uitgewerkt ten aanzien van: Benodigde installaties en voorzieningen; Benodigde investeringen; Exploitatiekosten (energiekosten en onderhoud); Mogelijke subsidies; Risico’s Doelstelling is om uiteindelijk tot een integrale CO 2 -prijs te komen. Aan de hand van deze kostprijs kan worden vastgesteld of CO 2 -levering (en warmtelevering) met bovenstaande concepten concurrerend is met de huidige markttarieven. BioVerbeek ondersteunt dit project met eigen inzet. Projectnummer: 20136

Van 01-07-2019 tot 30-09-2020
Afgerond

Benieuwd naar de luchtkwaliteit op uw bedrijf?

Auteur: Bart Van Calenberge (Proefstation voor de Groenteteelt)

Mogelijk heeft u eerder schade gezien aan uw gewas zonder dit te kunnen verklaren. Bent u geïnteresseerd in welke mate schadelijke gassen aanwezig zijn op uw bedrijf; en welke concentraties van deze gassen tolereerbaar zijn voor uw teelt zonder schade? Glitch project Dankzij het project Glitch kan dit voor u in beeld gebracht worden. Het project biedt de mogelijkheid om via geavanceerde technologie de verschillende gassen in uw kas in kaart te brengen. Op basis van de metingen en ervaring van deskundigen kunnen specifiek voor uw bedrijf de knelpunten in kaart gebracht worden. Adviezen en maatregelen voor een betere luchtkwaliteit worden samen geformuleerd, zodat u met een gerust hart CO2 kan doseren. Glitch is gefinancierd binnen het Interreg V programma Vlaanderen-Nederland, het grensoverschrijdend samenwerkingsprogramma met financiële steun van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling. Bekijk voor meer informatie de website van Glitch.

Geplaatst op: 08-01-2019

Kwaliteitstborging CO2 uit Biogas

Een nieuwe en meer duurzame CO2-bron voor de glastuinbouw zou CO2 uit biogas kunnen zijn. Bij het opwaarderen van het biogas naar aardgaskwaliteit wordt methaan van CO2 gescheiden. De afgescheiden CO2 kan in de glastuinbouw worden gebruikt, maar vereist echter wel passende kwaliteitsnormen. De markt is nu nog maar zeer beperkt in staat om de CO2-levering te realiseren, te exploiteren en te valoriseren. Naast de economische aspecten gaat het m.n. om welke kwaliteit CO2 er nodig is en hoe dit te borgen dat ook de kwaliteit geleverd wordt. Doelstelling van dit project is een kwaliteits- en borgingsprotocol op te stellen voor de afzet van CO2 uit biogas aan de glastuinbouw zodat het CO2 zonder risico voor de teelt kan worden toegepast. Het protocol geeft inzicht in de specificaties en monitoringseisen waaraan CO2 uit vergistingsbronnen zal moeten voldoen. De aanpak is als volgt: Inventarisatie mogelijke verontreinigingen in CO2: Een lijst van componenten of chemische functiegroepen van bepaalde componenten die verwacht kunnen worden in CO2-stromen. Risico-analyse en het beoordelen van de fytotoxiciteit (schadelijkheid voor planten), risico’s van CO2-transport (gasvormig en vloeibaar) van CO2 en risico’s van humane veiligheid. Afleiden van limietwaarden voor de inkomende biogasstroom (voor verdunning in de kas) voor diverse veel voorkomende teelten. De uitvoering van een kwaliteitstest op laboratoriumschaal voor de thans onbekende componenten acetyleen, butadieen en buteen is onderdeel van het onderzoek. Op basis van procesanalyse en installatiebeoordelingen vaststellen welke CO2-zuiveringsstappen toegepast kunnen worden om verontreinigingen uit de CO2-stroom te kunnen verwijderen. Bepaling vereiste beheersmaatregelen en vaststellen kwaliteitsborgingsprotocol rekening houdende met de reeds in het proces aanwezige beheersmaatregelen, zoals procesmetingen of zuiveringsprocessen. Op informatiebijeenkomsten worden de uitkomsten van dit onderzoek gepresenteerd om draagvlak te creëren en vergroten binnen de tuinbouwsector voor veilige toepassing van CO2 uit externe bronnen. Hoofdfinanciers van dit project zijn Topsector Energie, OCAP/Linde en biogasproducenten (zoals Aterra, HVC, Host); samen € 150.000,- Projectnummer: 20111

Van 01-09-2017 tot 31-12-2017
Lopend

CO2 Smart Grid

Door de verdere verduurzaming van de glastuinbouw, zal er gezocht moeten worden naar extra CO2 bronnen om in de vraag te kunnen voorzien. Ook zal de leveringszekerheid van m.n. OCAP beter moeten. Daarom is het cruciaal dat er een extra bron bij komt en een seizoensbuffer. De laatste tijd is vanuit m.n. bij afvalverbranding (AVR, AEB en HVC) maar ook Tata Steel interesse in afvangst van CO2 en hergebruik in de tuinbouw. 26 partijen uit markt, maatschappij en overheid, spraken gezamenlijk de intentie uit om te komen tot een haalbaarheidsstudie voor een ‘CO 2 Smart Grid’. Dit deden zij 26 oktober 2016 op de Nationale Klimaattop in de aanwezigheid van staatssecretaris Dijksma en premier Mark Rutte. In essentie is dit de verdere uitbreiding van OCAP en verbinding met meerdere CO2 bronnen, opslag/buffering en het zoeken naar andere toepassingen waarvan de glastuinbouw voorlopig belangrijkste is. In deze haalbaarheidsstudie zal o.a. gekeken worden naar: Wat zijn de huidige (grote) bronnen en wat is er technologisch mogelijk om de CO2 af te vangen. En wat zijn de hoeveelheden en leveringszekerheid nu en in de toekomst. Wat zijn de kosten voor de uitkoppeling van de CO2 nu en in de toekomst. Wat zijn de mogelijkheden voor opslag en buffering inclusief infrastructuur. Aan welke kwaliteitseisen moet de CO2 voldoen. Wat zijn mogelijke belemmering in wet- en regelgeving Wat zijn mogelijke weerstanden vanuit de maatschappij en hoe daar mee om te gaan. De eerste stap is het vinden en aansluiten van een extra bron van CO2 met daarbij ook een seizoenbuffer. Daarbij wordt er nu al nauw opgetrokken samen met OCAP, Shell en AEB Amsterdam richting de overheid. Met een relatief laag bedrag kan vanuit KaE bijgedragen worden aan een groot consortium om te werken aan een betere CO2 voorziening met als eerste stap (en voor glastuinbouw belangrijkste) het vinden van een extra bron inclusief seizoenbuffer. Hiermee kan de glastuinbouw rondom OCAP waarschijnlijk geheel in zijn CO2 voorzien in de toekomst inclusief een grote leveringszekerheid door de buffer. Bij aansluiting van meerdere bronnen (en meer afnemers / opslag) wordt de leveringszekerheid alleen maar groter. Projectnummer: E17004

Van 01-04-2017 tot 01-08-2018
Lopend

Kansen voor optimalisatie CO2-dosering

Het in de winter aanhouden van hoge CO2-concentratie zorgt voor luie bladeren in paprika. Daardoor is de CO2 benutting in het voorjaar – als de ramen open gaan en de hoge CO2 concentraties moeilijker haalbaar zijn – circa 30% lager omdat de planten dan ‘gewend’ zijn aan de hoge concentraties. Dit bleek tijdens een themabijeenkomst CO2 voor glasgroentetelers op 29 oktober in Honselersdijk. De bijeenkomst werd georganiseerd door Telersvereniging TTO, LTO Glaskracht Nederland en de Demokwekerij in het kader van de Topsector Tuinbouw en Uitgangsmaterialen. Zo'n 40 telers bezochten de bijeenkomst. Onderzoek van Plant Lighting, Plant Dynamics, Inno-Agro en Demokwekerij Westland in het kader van het Programma Kas als Energiebron wees uit dat het fenomeen luie bladeren niet bij tomaat optrad. Hierbij werden paprika- en tomatenplanten blootgesteld aan concentraties van 1000 ppm. Als de concentratie dan daalt naar 400 ppm wordt de CO2 minder efficiënt opgenomen bij paprika. Dit komt door een verminderde werking van het enzym Rubisco dat CO2 bindt in planten. Ander belangrijk resultaat Een andere belangrijk resultaat van het onderzoek was dat CO2 doseren boven de 700 – 800 ppm voor paprika en 600-700 ppm voor tomaat weinig toegevoegde waarde heeft. Sander Hogewoning van Plant Lighting gaf aan dat boven die concentraties de productie nauwelijks meer toeneemt. Hij gaf aan dat het zelfs kan lonen om in de zomer wat licht te verliezen door bijvoorbeeld krijt of een scherm om daardoor de luchtramen meer dicht te houden om meer CO2 in de kas te houden. Jacco Besuijen van Prominent gaf in een presentatie aan dat zij dit ook aanhouden binnen de Prominent groep mede ook vanwege dat boven die concentraties er ophoping van met name NOx een probleem kan geven voor gewasschade. Gertjan Bosman van EMS gaf in zijn prestentatie aan hoe dat te voorkomen is middels een meetpaal in de kas die op kasniveau onder andere de concentraties van NOx en etheen kan meten. LTO Glaskracht Nederland en Tuinbouw Techniek Ontwikkeling (TTO) werken sinds 2014 samen voor de verbinding met hun innovatie-expertise. Met deze samenwerking maakt LTO Glaskracht Nederland voor aangesloten ondernemers verbinding met de innovatie-expertise van TTO. De krachtenbundeling betekent anderzijds dat de innovatie-initiatieven van TTO makkelijker worden meegenomen in beleid en lobby. Volgende bijeenkomst Op 5 november in Asten-Heusden worden de resultaten nogmaals toegelicht. Youtube-film De onderzoekers geven een toelichting over het onderzoek naar luie huidmondjes, Samenvattingen van de presentaties 'Kasluchtkwaliteit' / Environmental Monitoring Systems (EMS) 'Kasluchtkwaliteit' / Prominent 'Zuiniger met CO2 bij gelijkblijvende of hogere productie? / Plant Lighting

Geplaatst op: 03-11-2014

Alles over CO2 doseren potplanten

80-90% van de tuinders die CO2 doseren, hebben te maken met een negatief effect van rookgassen op planten. Ook blijkt er nog optimalisatie mogelijk in hoeveel en wanneer CO2 te doseren. Dit bleek tijdens de bijeenkomst ‘Meer rendement uit CO2 bij potplanten’, die 3 juli bij de Demokwekerij Westland plaatsvond. De organisatie was in handen van TTO en LTO Glaskracht Nederland. De groep werd na ontvangst door Stefan Persoon (Inno-Agro) rondgeleid in de CO2-faciliteit. Daar wordt middels posters, video’s en kleine demonstraties interactief kennis overgedragen rondom CO2-gebruik en -voorziening. Het werken aan externe CO2-bronnen is essentieel om in de toekomst de glastuinbouw te kunnen voorzien van CO2. Binnen het programma Kas als Energiebron wordt hier hard aan gewerkt. Sander Pot (Plant Dynamics) lichtte de laatste inzichten vanuit het onderzoek toe. Zo is bij Kalanchoe de optimale concentratie 700 PPM, daarboven gaan de huidmondjes snel dicht en heeft meer doseren weinig zin. Daarnaast heeft de luchtvochtigheid bij een aantal potplanten grote invloed op de huidmondjesopening. Bij een droog klimaat knijpen de huidmondjes, waardoor de CO2 slecht opgenomen wordt en de fotosynthese sterk terugloopt. Een vraag bij potplanten is echter nog hoe de planten zich op langere termijn aanpassen aan de CO2-concentratie. Bekijk hier de presentatie van Sander Pot. Jan-Kees Boerman (EMS) maakte de ondernemers bewust van de gevaren van CO2 doseren voor de planten. Uit de praktijk blijkt dat er nog steeds flinke schade kan ontstaan door met name etheen en NOx. Door online de concentraties op kasniveau te meten kan voorkomen worden dat de zogenoemde effectgrenswaarden voor de planten overschreden worden. Door de CO2-checklist te gebruiken kan voorkomen worden dat er te veel schadelijke stoffen in de kas komen. Meer informatie is ook te vinden in deze leaflet . Bekijk hier de presentatie van Jan-Kees Boerman. In de discussie werden de tuinbouwondernemers geprikkeld om sturing te geven aan vervolgonderzoek binnen o.a. het programma Kas als Energiebron en zich hierbij te verenigen. Dit ook omdat met het wegvallen van het Productschap Tuinbouw de collectieve financiering vanuit het bedrijfsleven voor onderzoek wegvalt. Interesse was er juist rondom de optimalisatie van de CO2 dosering.

Geplaatst op: 09-07-2014

Grenzen voor luchtkwaliteit

NOx en etheen in kassen kunnen schadelijk zijn voor de plant, maar ook voor de mens en eventueel dier. Vervolgonderzoek moet zorgen voor beter inzicht in bronnen van NOx en etheen en maatregelen die ondernemers kunnen nemen om (te) hoge concentraties te voorkomen. Het project bestaat uit het doen van begassingsexperimenten, praktijkmetingen en kennisoverdracht en -uitwisseling. Kasluchtmetingen naar schadelijke gassen moeten regelmatiger worden uitgevoerd. In de praktijk gebeurt dit alleen bij twijfel over de gewasgroei. Voordat deze twijfel duidelijk naar voren komt is in een grijs gebied van wel of geen zichtbaar schadebeeld wellicht al een behoorlijke schade in productie ontstaan. Continue monitoring kan hierbij helpen. De gasconcentraties over de dag zijn bepalend voor de toename van het risico. Belangrijk is dat de informatie snel beschikbaar is, waardoor nader onderzoek naar de bron snel en doeltreffend kan worden ingezet. Door de CO2-checklist en aandacht bij het vrachtverkeer rond de laadruimte kunnen externe verontreinigingsbronnen worden verwijderd. In het begassingsonderzoek zijn de praktijk pieken gesimuleerd. Het lijkt dat kortdurende blootstellingen aan hoge concentraties (acute blootstelling) leidt tot minder negatieve effecten dan verwacht, gezien de generieke risicogrenswaarden. Echter dit is gewasafhankelijk en bedrijfsspecifiek en kan alleen bepaald worden op basis van kasmetingen (NOx, Etheen). Projectnummer: 14089

Van 01-08-2010 tot 01-08-2011
Afgerond

Heron Gasturbine

Het doel van dit project is het ontwikkelen / onderzoeken van de Heron Gasturbine. Deze staat inmiddels bij een potplantenkweker. Om tot een elektrisch rendement van 50% te komen zijn een aantal aanpassingen nodig en onderzoek naar de kwaliteit van de CO2. Tijdens de projectperiode is vooral gewerkt aan het op rendement krijgen van de turbine. Op dit vlak is grote vooruitgang geboekt, waardoor de toepassing van de gasturbine in de glastuinbouw dichterbij is gekomen. De genoemde rendementen zijn echter in de looptijd van het project nog niet gehaald. EECT gebruikt de kennis die in de periode dat het project te Nieuwerkerk liep om de resterende punten af te ronden, waarna de commercialisatie kan starten. Projectnummer: 13885

Van 01-12-2009 tot 01-07-2012
Afgerond

AirQ

In dit onderzoek worden over drie seizoenen bij drie gewassen (roos, tomaat en phalaenopsis), variërend in o.a. CO2 dosering, in voorjaar, zomer en winter gestandaardiseerde metingen van gassen (NOx, ethyleen, ammoniak, methaan, formaldehyde) uitgevoerd. Hiervan wordt het effect op het gewas bekeken met daarbij ook de gevolgen voor de mens. Uit het onderzoek bleek dat er vaak hoge concentraties van etheen en NOx aanwezig zijn. De berekende effectgrenswaarden voor planten zijn laag (NOx 40 ppb en etheen 11 ppb) en liggen op een niveau dat in de praktijk, met name in de wintermaanden en bij lage ventilatievoud, regelmatig overschreden wordt (gemiddeld een factor 3). Dit leidt tot stress in het gewas, met productiederving en kwaliteitsverlies als mogelijke gevolgen. De bewaking van de kwaliteit van CO2 blijkt vaak betrekkelijk, omdat er verontreinigingen mee gezogen kunnen worden op een punt in de installatie voorbij het meetpunt van de bewaking. Het luchtdicht aanleggen en luchtdicht houden van de CO2-doseerinstallatie is een aandachtspunt. Daarnaast zijn er ook andere bronnen van verontreinigde gassen in en om de kas aanwezig (bladblazers, vrachtwagens, heftrucks, grasmaaiers, etc). Het is goed om de luchtkwaliteit en plantvitaliteit te monitoren en zonodig extra te ventileren. Projectnummer: 13415

Van 01-10-2008 tot 01-01-2010
Afgerond

CO2 afvangst en opslag

De rookgassen uit WKK's worden nu gezuiverd voor de CO2-dosering. Een optie is CO2 uit de rookgassen te verwijderen en te doseren in de kas zonder andere (schadelijke) gassen. Hier komen diverse processen voor in aanmerking. Mogelijkheden zijn chemische en fysische wasprocessen, membranen, zeolieten, cryogene destillatie. Zeolieten kunnen o.a. ook voor CO2-opslag worden gebruikt, zodat deze onafhankelijk van warmte en stroomproductie kan worden ingezet. Doel van dit project is een analyse van de mogelijkheden voor productie (afvangst / zuivering) en opslag van (bio-)WKK-CO2. Een verzameling eisen aan CO2 opslag- en afvangstsystemen voor de glastuinbouw is opgesteld. De verschillende technieken zijn naast deze criteria gelegd. Afvangst met absorbers is het meest marktrijp, met enkele openstaande vragen, zoals milieu-impact. CO2-afvangst met membranen heeft interessante voordelen, maar meer ontwikkeling is nodig voor commerciële toepassing. Compressie is een bekende en uitontwikkelde techniek voor CO2-opslag, waarbij de CO2 echter wel geconcentreerd dient te zijn ter vermijding van energie- en ruimteverspilling. Adsorbers kunnen zowel CO2-afvangst als opslag verzorgen, echter met een (te) lage opslagdichtheid. Cryogene destillatie is waarschijnlijk niet realistisch vanwege hoge energiekosten. HotCO2 is een innovatieve nieuwe techniek die ontkoppelde CO2- en warmteproductie biedt (geen elektriciteit), en indirecte CO2 opslag. Seizoensopslag (enkele maanden) is momenteel nog niet haalbaar, korte termijn opslag wel. Ontwikkelingsprojecten voor CO2-afvangst verdienen sterk de aanbeveling, evenals case studies naar de economische haalbaarheid van interessante technieken. Projectnummer: 13342

Van 01-09-2008 tot 30-04-2009
Afgerond