Zoeken

Resultaat 1 tot 10 van 26.

Leerpunten van 5 jaar: naar een emissievrije Potanthuriumteelt

Auteur: Dennis Medema

Met de toegewijde begeleidingscommissie die jaar in jaar uit, eens per twee weken de proef heeft bezocht en de duizenden geteelde planten heeft geleverd, is onlangs teruggeblikt naar de grote en kleine leerpunten uit deze lange periode. Meer sturingsmogelijkheden gekregen Door de tijd heen heeft de BCO meer mogelijkheden gekregen om de teelt te sturen (voeding, klimaat, energie, spectrum, EC en water). Om de stabiliteit van het vochtgehalte in de pot te vergroten is de watergeeffrequentie langzaam opgevoerd van 1 keer per x dagen naar voor sommige rassen 2x per dag; dit pakte tot grote verbazing van de BCO leden bijzonder positief uit, voor de groei, voor de wortelkwaliteit en zelfs voor de bloemkleur bij rassen die verkleuren door lichtovermaat. Met de LED spectrum en de daglengte zijn bloemrek en bladkwaliteit te sturen. Bij de implementatie van LED lopen BCO leden toch tegen vragen aan; hier gaan we de komende weken met de ondernemers nog in gesprek. Opvoeren isolatiegraad van de kas In de loop van de jaren zijn een aantal extra isolatiestappen gemaakt (extra scherm -die geen vocht doorlaat-, bubbeltjes plastic bij de buitengevel, ongeperforeerd folie, een kasdek van low-ε glas). Dat alles heeft sterk bijgedragen aan verlaging van de warmtevraag. Potanthurium kan veel energiezuiniger worden geteeld dan gedacht; de minimum temperatuur blijkt behoorlijk ver omlaag te kunnen; door de goede isolatie kan je ’s nachts de temperatuur heel rustig laten vallen zonder het actief met de buis op te vangen; dat doen de lampen en/of de zon wel overdag. Fossielvrij, maar onbalans in warmteproductie en warmtevraag blijft bestaan Met het gebruikte systeem (goede isolatie, hoge intensiteit LED belichting en latente warmteoogst) blijkt het mogelijk om met 123 kWh/m 2 elektriciteit voor de lampen en de warmtepomp de hele teelt te belichten, te verwarmen en te klimatiseren zonder inbreng van fossiele brandstoffen. Door de onbalans in momenten van warmteoogst en warmtevraag vereist het systeem wel een seizoensopslag van ca. 60 kWh/m 2 , zoals bij voorbeeld een aquifer. Voor de implementatie in de praktijk is dit gelijk één van de grootste hobbels die genomen moeten worden vanwege de grote kosten die hiermee zijn gemoeid en de mogelijkheid een aquifer bij het bedrijf toe te passen. Een andere vereiste is dat fossielvrije stroom op een goede en betaalbare manier opgewekt moet kunnen worden of opgeslagen. Dat het mogelijk is om met een zeer laag inzet van CO 2 (minder dan 2 kg/m 2 jaar) een mooie volle plant met veel bloemen te telen wordt als leerpunt door een aantal BCO leden onderschreven maar door andere betwist, met als argument dat het een Demo blijft, geen vergelijkingsproef met trappen. Omdat de CO 2 voorziening bij een fossielvrije teelt een knelpunt vormt, is aandacht hiervoor van belang. Gezond gewas met zeer beperkt gebruik van chemie De gewasgezondheid werd met een grote regelmaat flink op de proef gesteld door exotische plagen. Desondanks is het gelukt om een aantal jaar zonder of met een zeer beperkt aantal chemische (pleksgewijze) correcties te telen. Deze demonstratie heeft de spinnen op de kaart gezet als mogelijke plaagbestrijders. De strategie met de inzet van roofmijten, gaasvlieglarven en spinnen heeft geleid tot een minimaal gebruik van correctiemiddelen. Deze waren alleen nodig bij de eerste uitbraken van nieuwe, exotische plagen, zoals de pepertrips in jaar 4 en de cicaden in de laatste zomer, waarvoor (nog) geen natuurlijke vijanden bekend zijn. Voor de praktijk betekent dit dat de strijd met nieuwe exoten doorgaat en dat in de toekomst de gewasbeschermingsstrategie zal moeten worden aangepast. Dit project is uitgevoerd door Business Unit Glastuinbouw van Wageningen University & Research en gefinancierd en gecoördineerd door Kas als Energiebron, een innovatieprogramma van het Ministerie van LVVN en Glastuinbouw Nederland. De proef is intensief gevolgd en begeleid door de Gewascomissie.

Geplaatst op: 13-12-2024

Eindrapport: Kunnen tropische potplanten koeler de winter door onder LED-belichting?

Auteur: Dennis Medema

Deze tropische potplanten worden onder een relatief lage belichtingsintensiteit en hoge minimumtemperatuur geteeld. Het energieverbruik voor belichting is laag en daarom is met LED-belichting ook de warmte-input door de lampen vrij laag. Voor een energiezuinig en rendabel teeltconcept is daarom voor deze gewassen vooral beperking van de warmtevraag van belang. De proef is uitgevoerd tussen week 43 van 2023 en week 11 van 2024. Ten opzichte van 21°C bleef de groei duidelijk achter met een stooklijn van 15°C in alle gewassen, rassen en plantstadia. De resultaten waren wisselend bij 18°C, maar neigden over het algemeen ook naar tragere groei. De bladafsplitsing was trager bij lagere temperatuur bij jonge planten van de hoofdrassen Bromelia Guzmania Ostara en Vriesea Style. Als gevolg was de lichtonderschepping ook lager, wat de fotosynthese op gewasniveau en groei heeft verminderd. Bij jonge Guzmania Ostara planten ontstond sterke kokervorming bij 15°C. Dat gaf een groot kwaliteitsverlies en droeg ook bij aan een lagere lichtonderschepping. Ook bij 18°C neigden Guzmania Ostara en andere Guzmania rassen naar kokervorming. Bij planten gestart in het halfwas stadium na de bloeiïnductie was bij een stooklijn van 15°C en van 18°C de eindkwaliteit wel goed, maar de teeltduur tot rijpheid was veel langer. Om energie te besparen valt de 15°C behandeling af. Langdurig een stooklijn van 18°C aanhouden bij net opgepotte planten is ook risicovol gezien de verminderde plantkwaliteit. Waarschijnlijk is deze temperatuur wel voor kortere duur aan te houden zonder veel problemen. Bij halfwas Bromelia en bij Anthurium is er alleen sprake van een langere teeltduur. Temperatuur verlagen is in sommige gevallen dus mogelijk. Een langere teelt kost echter ook energie. De besparing op kosten voor verwarming moet afgezet worden tegen de langere teeltduur, om te bepalen of dit een rendabele strategie is. Dit project is uitgevoerd door Plant Lighting en gefinancierd en gecoördineerd door Kas als Energiebron, een innovatieprogramma van het Ministerie van LVVN en Glastuinbouw Nederland. Het werd mede mogelijk gemaakt door Kennis in je Kas (KijK), de Gewascoöperatie Bromelia en lampen zijn gesponsord door Mechatronix. De proef is intensief gevolgd en begeleid door telers.

Geplaatst op: 13-12-2024

Kas 2030 Van emissie arm richting emissie nul

Doel Dit project beoogt demonstratie van fossielvrije teeltconcepten van meerdere gewassen: een combinatieteelt van winter potplant & zomer meloen, gerbera, freesia, en anthurium/spathefyllum, met een zo laag mogelijke inzet van groene elektriciteit. Daarnaast is het doel ook nul emissie van nutriënten en nul emissie van gewasbeschermingsmiddelen. Projectbeschrijving Kas2030 bij Wageningen UR in Bleiswijk is gebouwd als demonstratiekas voor fossielvrij en emissie-arm telen zoals dat in 2030 grootschalig praktijk moet kunnen zijn. Dit in 4 demokassen van ca. 350 m2. Het basisprincipe van all electric met warmtepomp, LED belichting, 3 of zelfs meer lagen schermdoek, actieve ontvochtiging, recirculatie van voedingswater en gewasbescherming op basis van een standing army heeft zich in de zes jaar dat de kas nu in gebruik is bewezen als een goede optie; er is veel meer mogelijk dan gedacht. Dit project wordt gefinancierd door het ministerie van LNV. Projectnummer: 24020

Van 01-07-2024 tot 31-07-2026
Lopend

Sturen met LED in de sierteelt: achtergronden en ervaringen (2)

Auteur: Jan van Staalduinen

Van Alstroemeria zijn vier rassen in vier halve compartimenten geteeld onder totaal vier lichtrecepturen. Twee compartimenten ontvingen overwegend rood licht (één met en één zonder aanvullend verrood licht), de twee andere compartimenten kregen relatief veel blauw en wit licht (één met en één zonder aanvullend verrood licht). Het aanvullende groeilicht was in alle gevallen 190 µmol/m2/sec PAR, waar verrood licht niet toe behoort. De belichtingsduur bedroeg maximaal 16 uur per etmaal en de proef duurde 20 maanden. Minder loos in Alstroemeria “De achterliggende onderzoeksvraag was of telers via het aangeboden spectrum invloed kunnen uitoefenen op de productie en kwaliteit. De vorming van loze takken is een van de elementen waar wij naar keken. Sommige rassen kunnen daar in de winterperiode of in de zomer bij onvoldoende bodemkoeling relatief veel last van hebben”, licht Garcia toe. “Dat lijkt inderdaad het geval te zijn. De compartimenten waar aanvullend 16% verrood licht werd aangeboden, vertoonden duidelijk minder loosvorming. Dat is dus positief. -We zagen dat alleen niet direct terug in meer productie, dat is natuurlijk wel wat je zou verwachten. Het bespaart in ieder geval arbeid. Verrood licht in het spectrum lijkt voor loosgevoelige rassen hoe dan ook een aanbeveling.” Schaduwplant reageert anders Verrood licht staat ook bekend als een stuurinstrument om de plant- of bloemsteelstrekking te beïnvloeden. Toevoeging van verrood licht aan het spectrum resulteert bij lichtminnende gewassen in strekking. Voor schaduwplanten geldt juist het omgekeerde. Deze planten ontvangen van nature weinig rood en blauw licht, omdat dit al door de bladeren van hoger reikende, lichtminnende planten is geabsorbeerd voordat het de doorgaans lage schaduwplant kan bereiken. Garcia: “Dat het goed is om je bewust te zijn van de natuurlijke lichtbehoefte van planten, bleek tijdens een eerste proef met potanthurium in full LED in onze Kas 2030, die plaatsvond onder het normale sierteeltspectrum met veel rood en zonder verrood licht. De lichtintensiteit was hoog en er werd 16 uur per etmaal belicht. Na verloop van tijd kregen veel bladeren lichtgele en oranje vlekken. Het is goed mogelijk dat het aangeboden lichtspectrum de boosdoener was. Dat aspect is samen met de strekking meegenomen in het spectrumonderzoek.” Verhoudingen in rood : verrood licht In het recent afgesloten onderzoek naar de invloed van lichtspectrum op bloemsteelstrekking en plantopbouw werd bevestigd dat schaduwplanten duidelijk anders op specifieke lichtkleuren reageren dan lichtminnende gewassen, zoals Chyrsant en roos. In kleine onderzoekscompartimenten werd telkens dezelfde hoeveelheid PAR-licht aangeboden en werd gevarieerd in de rood-verrood verhouding. “Voor de strekking en plantopbouw is vooral de verhouding tussen rood en verrood licht van belang”, legt de Wageningse onderzoeker uit. “Wij lieten die verhouding sterk variëren, namelijk van 85 tot 0.6, met vier gradaties daar tussenin. Het eerste recept met veel rood en nauwelijks verrood licht leidde tot veel bloemsteelstrekking. . Het andere uiterste, met zeer veel aanvullend verrood licht, is het typische schaduwlicht, waarin relatief weinig rood aanwezig is.” De verschillende lichtregimes gaven duidelijke verschillen te zien in bloemsteelstrekking en plantopbouw. “Hoe hoger het aandeel verrood, des te compacter de anthuriumplant zich ontwikkelt”, stelt Garcia vast. Tweede proef met potanthurium In een tweede proef met vier spectra bij een gelijk en een kortere belichtingsduur van 12 uur in plaats van 16 uur werden de bevindingen bevestigd en enkele nieuwe aanwijzingen gevonden waarmee telers voordeel kunnen behalen. Een flink aandeel verrood licht lijkt sowieso aan te bevelen voor een mooie, compacte opbouw, al zal het optimum van ras tot ras wat verschillen. Een lange belichtingsduur geeft bij sommige rassen meer bladvlekken, maar deze zijn ook bij 12 uur belichten niet altijd te voorkomen, dat lijkt sterk rasafhankelijk. “Hetzelfde geldt voor uitbreiding van het spectrum met een aandeel wit licht”, vult Garcia aan. “Al met al lijkt de weg open te liggen voor een effectieve toepassing van full LED met verrood licht in de teelt van potanthurium. Telers hebben voldoende handvatten om daarmee zelf de punten op de i te kunnen zetten.” Bekijk de presentaties van het LichtEvent. De onderzoeken zijn voor een groot deel gefinancierd vanuit het Kas als Energiebron, het actie- en innovatieprogramma van ministerie LNV en Glastuinbouw Nederland.

Geplaatst op: 21-05-2024

Energiebesparing met langere golflengten

Doel Het doel van dit project is om de effectiviteit van veel langere golflengten (radiogolven) te bepalen voor diverse gewassen onder LED belichting en daarbij meer inzicht in het werkingsmechanisme te krijgen. Projectbeschrijving Planten benutten zichtbaar licht in het fotosyntheseproces doordat het licht elektronen in het blad aanslaat; golflengten buiten het zichtbare licht zoals warmtestraling brengen moleculen in beweging waardoor de plant opwarmt. Deze golflengten liggen allemaal binnen het elektromagnetische spectrum en zijn heel diepgaand onderzocht met betrekking op plantengroei en -ontwikkeling. De effecten van veel langere golflengten op plantengroei zijn veel minder goed onderzocht. Beschikbaar onderzoek heeft wel aangetoond dat langere golflengten de groei en ontwikkeling van planten kan beïnvloeden. Recent onderzoek uitgevoerd in samenwerking met Bunnik Bromelia en het bedrijf ParXtra heeft uitgewezen dat het toepassen van langere golflengten bij een laag vermogen gedurende de lichtperiode, in de winter onder assimilatielicht, leidt tot een forse toename in groei. Deze nieuwe techniek lijkt dus veelbelovend in het kader van energiebesparing in de glastuinbouw. Een van de toepassingsmogelijkheden is dat deze langere golflengten toegediend kunnen worden in plaats van (een deel van) hoog energetisch (LED) licht waardoor een significante hoeveelheid energie bespaard kan worden. Onderzoek moet uitwijzen onder welke omstandigheden deze besparingen gerealiseerd kunnen worden en voor welke plantensoorten deze nieuwe techniek nuttig kan zijn. Dit project bestaat uit twee werkpakketten waarin gewasoverstijgend besparingspotentieel in vruchtgronete en potplanten wordt vastgesteld. Er wordt een experiment uitgevoerd met komkommer- en totmatenplaten in een hogedraadteelt. De teelt wordt uitgevoerd onder LED belichting met en zonder toepassing van langere golflengenten. Een vergelijkbaar experiment wordt uitgevoerd met potanthurium. Dit project wordt gefinancierd door het ministerie van LNV. Projectnummer: 23019

Van 01-11-2023 tot 01-11-2024
Afgerond

Potanthurium in de Kas2030: veel geleerd en bijna emissievrij

Auteur: Frank Kempkes en Nieves García (WUR)

Teelt snelheid en plantkwaliteit. Het project heeft laten zien dat er soms meer teelttechnische en plantkundige dan technische uitdagingen zijn op weg naar een fossielvrijeteelt van een tropisch product. De aanpak is geleidelijk aangepast van ‘meer is beter’ naar ‘van alles een beetje minder’. In jaar twee en drie zijn grote stappen gezet naar een beter product dat 20-25% sneller kan worden afgeteeld dan in de praktijk en dat telers ook nog eens in hun hogere marktsegment kunnen verkopen. Emissie van water en meststoffen. Met een lozing van 2 liter drainwater per m 2 in 3 jaar zijn we heel dicht bij het nul-emissie doel gekomen. Automatische afkeur van batches door de bemestingsunit plus een niet te kwantificeren aandeel via gebroesd water, zijn de oorzaak van de lozingen en zijn met eenvoudige maatregelen - die intussen al in acht zijn genomen - naar nul te reduceren. Emissie gewasgezondheidsmiddelen. In de gewasgezondheid zijn er nog enkele grote uitdagingen veelal in de vorm van exotische plagen die een emissievrije teelt van potanthurium bedreigen. Desondanks zijn er gedurende de loop van het onderzoek grote stappen gemaakt met een tot nul afnemend gebruik van niet-groene gewasgezondheidsmiddelen in de laatste twee jaar. Nieuwe plagen, waarvoor geen natuurlijke vijanden beschikbaar of bekend zijn, kunnen in de toekomst voor nieuwe knelpunten zorgen. Emissie CO 2 uit fossiele brandstoffen. De weg naar een emissievrije teelt van potanthurium is lang en kent veel uitdagingen. Bij een warme en vochtige teelt als anthurium blijkt het lastig om latente warmte te oogsten, ook omdat bij ‘normale’ isolatie er te veel ontvochtiging plaatsvindt tegen het kasdek met als gevolg te weinig ontvochtigingsvraag. Ontvochtigen is geen doel op zich, want verdamping gaat wel gepaard met energie-inbreng, maar vochtverlies uit je kasomgeving kan wel tot extra gebruik leiden. We komen in de winter dan ook nog immer warmte tekort. In de periode 15 november-15 april is er een tekort ontstaan van 40 kWh/m 2 warmte, 4.5 m 3 . We zijn nu wel in staat om dit warmtetekort in de zomer te oogsten met onze ontvochtigingsinstallatie, maar dan moet deze warmte wel in een seizoenbuffer (aquifer) worden opgeslagen. Het is vooral dit punt waar voor een volledig fossielvrije invulling van de warmtevraag nog enkele stappen moeten en kunnen worden gemaakt. In het ideaalplaatje ontstaat geen onbalans in warmtevraag en warmteoogst. Het vervolg Om de onbalans tussen warmtevraag en warmteoogst te verkleinen, moet de kas nog verder worden geïsoleerd. De meest voor de hand liggende optie om dit uit te voeren is om de kas te verdekken met glas met een hogere isolatiewaarde, zoals glas met een low-e coating. Het materiaal kan de stralingsverliezen van het kasdek verminderen, met als bijeffect nog minder vochtafvoer door condensatie tegen het kasdek. Lampen vervullen in deze teelt een belangrijke rol om gewenste plantopbouw en teeltsnelheid te bereiken. De betrokken ondernemers hebben een duidelijke voorkeur voor een van de geteste spectra uit de synchroon lopende spectrumproef ‘Schaduwlicht voor schaduwplanten’. Een spectrum dat overigens niet eenvoudig met ‘standaard’ producten kan worden gemaakt. Voor komende winter zijn de belangrijkste aanpassingen het vervangen van het dek door een diffuus glas met low_e coating en in twee kwarten het spectrum van de lampen aanpassen. Daarnaast zal samen met de BCO een scherpe klimaatstrategie worden opgesteld en doorgevoerd. Daarbij moet worden gedacht aan het nog minder (liefst niet) gebruiken van het bovennet. Bij een warmtevraag die niet met de onderbuis is op te vangen, de kasluchttemperatuur iets laten zakken (tot 15 o C of zelfs nog iets lager) en als de lampen aan zijn, op typische dagen met hoge warmtevraag het donkerdoek bewust dicht houden. Onderzoekers willen wel vasthouden aan een lichtperiode van maximaal 12 uur. Als dan volgend jaar rond deze tijd de balans wordt opgemaakt hopen zij het warmtegebruik van de kas onder de 75 kWh/m 2 (8.5 m 3 /m 2 aardgaseq.) te hebben gebracht. Dan moet het mogelijk zijn om met rond de 90 kWh/m 2 elektriciteit, waarvan een kleine 70 kWh/m 2 voor de lampen, een duurzame,fossielvrije potanthuriumteelt met een goede productie qua plantvorm en snelheid te hebben afgerond. Daarvoor zijn dan wel een warmtepomp, actieve ontvochtiging en bij onbalans een aquifer of andere vorm van seizoensopslag noodzakelijk. Alle benodigde stroom moet dan wel een groene oorsprong hebben.

Geplaatst op: 08-08-2023

Vervolg demo Kas2030 teeltjaar 2023-2024

Doel Dit project heeft als doel demonstratie van fossielvrije teeltconcepten van vier gewassen: een combinatieteelt van winter potplant & zomer paprika, gerbera, freesia, en potanthurium. Daarnaast wordt er ook zoveel mogelijk geteeld zonder gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen en zonder emissie van water en nutriënten. Projectbeschrijving Kas2030 bij Wageningen UR in Bleiswijk is gebouwd als demonstratie kas voor fossielvrij en emissie-arm telen zoals dat in 2030 grootschalig praktijk moet kunnen zijn. Het basisprincipe van all electric met warmtepomp, LED-belichting, 3 of zelfs meer lagen schermdoek, actieve ontvochtiging, recirculatie van voedingswater en gewasbescherming op basis van een standing army heeft zich in de vier jaar dat de kas nu in gebruik is bewezen als een goede optie; er is veel meer mogelijk dan gedacht. Natuurlijk zijn er nog de nodige verbeteringen mogelijk. Vooral emissie van gewasbescherming is een grote uitdaging. Bij aardbei is een jaarrond teelt met een vlak productiepatroon nog niet bereikt en vormt de beheersing van Botrytis een uitdaging. Desondanks is dit gewas vervangen door de een combinatie van potplanten gevolgd door paprika. Bij Gerbera is de beheersing van meeldauw zonder gebruik van zwavel of chemische middelen en het voorkomen van “rotkoppen” die in de praktijk worden ervaren als een punt welke verbeterd moet worden. Bij Freesia is het ontwikkelen van een gesloten teeltsysteem waarbij het substraat goed te ontsmetten is een opgave. Bij potanthurium is de juiste balans van lichtkleuren in de LED en de energiebalans van de kas nog immer niet optimaal. Voor het nieuwe teeltjaar zijn er daarom nieuwe doelstelingen per gewas opgesteld. Dit project wordt gefinancierd door het ministerie van LNV. Projectnummer: 23013

Van 01-08-2023 tot 01-11-2024
Lopend

Veel interesse voor ervaringen onderzoek fossielvrije teelt en ontvochtiging bij lage temperaturen

Auteur: Mark Meijers

Tijdens deze middag bij Wageningen University & Research BU Glastuinbouw in Bleiswijk, waar voornamelijk telers van koude teelten aanwezig waren, is ook het ontvochtigen uitgebreid aan bod gekomen. Verschillende apparaten zijn belicht en er is aangegeven wat er met die apparaten wel en wat er niet aan ontvochtiging kan worden gerealiseerd. Sommige ontvochtingssystemen werken bijvoorbeeld niet bij lage kasluchttemperaturen, maar er zijn andere typen die juist weer wel geschikt zijn voor die condities. De onderzoekers hebben verder presentaties gegeven over de mogelijkheden voor fossielvrij telen van verschillende gewassen. De organisatoren kijken terug op een leerzame middag waar veel kennis is gedeeld.

Geplaatst op: 17-03-2023

Schaduwlicht voor schaduwplanten

Doel Dit project heeft elektriciteitsbesparing door verdere implementatie van LED belichting in de (schaduw) potplanten tot doel. Hiertoe is aanvullende kennis nodig ter bevestiging en verdieping van de eerder behaalde resultaten. Projectomschrijving LED kan flink besparen op elektriciteit t.o.v. SON-T, maar de keuze van een goed LED spectrum is een belangrijke vraag bij ondernemers: welke verhouding tussen alle belangrijke kleuren en de juiste rood/verrood (FR) in het spectrum van de LED belichting geeft het laagste energiegebruik, het beste economische resultaat, de beste plantenontwikkeling, en de minste bij-effecten op de essentiële biologie in de kas? Uit het voorgaande project bleken verschillende interessante resultaten, zoals iets grotere bloemen en kortere internodiën. Ook is gebleken dat de bloemhoogte en bladhoogte met potanthurium als voorbeeldgewas positief zijn te beïnvloeden door de R:FR verhouding te verlagen. De teeltduur was echter kort en de effecten vragen om verdieping in een langere teeltduur en ook bij een tweede ras, zodat we beter in staat zijn om bij schaduwpotplanten te begrijpen hoe onderliggende processen op gebied van lichtbenutting in de fotosynthese hieraan bijdragen. Daarmee kunnen we ook effecten vertalen naar andere schaduwplanten. Dit project bestaat uit een kasproef van een volledige teeltduur (26-40 weken) van twee rassen potanthurium. De groei zal worden vergeleken in 7 lichtbehandelingen. Dit project is gefinancierd door het ministerie van LNV. Projectnummer: 22010

Van 01-04-2022 tot 01-09-2023
Lopend

Vervolg Demokas 2030 teeltjaar 2022-2023

Doel Demonstratie van een fossielvrije teeltconcepten van vier gewassen: aardbei, freesia, potanthurium, en gerbera. Daarnaast wordt er ook zoveel mogelijk geteeld zonder gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen en zonder emissie van water en nutriënten. Projectomschrijving De Demokas 2030 op het IDC in Bleiswijk is nu ruim twee en een half jaar vol op stoom. Er lijkt veel meer mogelijk dan gedacht, maar er wordt zeker nog niet emisievrij geteeld; met name gewasbeschermingsmiddelen is de grootste uitdaging. De kas is zodanig opgezet dat deze aan de eisen voldoet voor een duurzame fossielloze teelt. Deze eisen omvatten toepassing van Het Nieuwe Telen, maximalisatie van benutting van natuurlijk- en kunstlicht, een nul-emissie van water en nutriënten en een volledig fossielvrije energetische invulling. Voor het nieuwe teeltjaar zijn er per gewas nieuwe doelstellingen opgesteld. Dit project is gefinancierd door het ministerie van LNV. Projectnummer: 22007

Van 01-04-2022 tot 01-09-2023
Lopend