Zoeken

Resultaat 1 tot 10 van 31.

Start cursus Het Nieuwe Telen voor niet-telers (23 februari)

Begrip versterkt samenwerking De cursus is bedoeld voor professionals die niet zelf telen, maar wel intensief met telers samenwerken. Denk aan adviseurs, toeleveranciers, beleidsmedewerkers en andere betrokkenen bij de glastuinbouw. In drie bijeenkomsten krijg je inzicht in de principes van Het Nieuwe Telen en leer je beter begrijpen hoe teeltstrategieën tot stand komen. Volgens Robert Solleveld, themaspecialist Energie, voorziet de cursus in een duidelijke behoefte: “Veel professionals werken dagelijks met telers samen, maar missen soms het teeltkundige perspectief achter keuzes in klimaat, energie en gewassturing. Met deze cursus helpen we niet-telers om die context beter te begrijpen. Dat maakt de samenwerking inhoudelijk sterker en effectiever.” De cursus behandelt onder meer de basisprincipes van HNT, de relatie tussen plantfysiologie en klimaatsturing, en de rol van energie en CO2 in moderne teeltsystemen. Theorie en praktijkvoorbeelden worden gecombineerd, zodat deelnemers de kennis direct kunnen plaatsen in hun eigen werk. Meer informatie over de inhoud, data en aanmelden is hier te vinden op de cursuspagina .

Geplaatst op: 02-02-2026

Spathiphyllum duurzaam geteeld

Doel Het doel van dit project is een all-electric, emissievrije Spathiphyllumteelt realiseren en demonstreren. Onder andere voor toepassing van een warmtepomp, LED-belichting, low-e glas en minimaal 3 lagen schermdoek, actieve ontvochtiging, recirculatie van voedingswater met ontsmetting, en gewasbescherming op basis van een standing army (aangevuld met niet-chemische integreerbare middelen). Projectbeschrijving In de zoektocht naar een duurzame invulling van de Spathiphyllumteelt vallen twee onderdelen echt op. Er wordt nog altijd boven door water gegeven, wat veel droogstookenergie vergt. Met de belichting, spectraal en intensiteit in combinatie met maximaal toelaten van natuurlijk licht is het antwoord er ook nog niet. In dit project zullen deze twee onderwerpen, naast veenvrij, substraat de onderzoeksdoelen zijn. Dit project is een vervolg op een winterteelt 2024-2025 waarna een aantal doelstellingen en verbeterpunten zijn gedefinieerd die in een project van twee jaar. Het project heeft drie werkpakketten: Teelt: het eerst jaar ligt de focus op het verminderen van het warmtetekort in de winter, zodat er op jaarbasis genoeg warmte is. In het tweede jaar is er meer aandacht voor het verbeteren van efficiëntie van de LED-belichting. In beide teeltjaren staan substraat (veenvrij), watergeef strategie en het vestigen van een biologisch evenwicht op de planten centraal. Economie en dashboard: de balans tussen kosten en baten moet beter in beeld worden gebracht. In ieder geval wordt er een kostenplaatje in beeld gebracht van de gebruikte systemen. Communicatie Dit project wordt gefinancierd door het ministerie van LVVN. Projectnummer: 25118

Van 01-08-2025 tot 30-12-2027
Lopend

Gerbera Duurzaam geteeld (2030)

Doel Het doel van dit project is een gerberateelt met een fossielvrije energetische invulling te bereiken waarbij de inzet van groene elektriciteit zo laag mogelijk is. Nul emissie van gewasbeschermingsmiddelen, nul emissie van water en nutriënten door een gesloten recirculatiesysteem en zoveel mogelijk biologische gewasbescherming, met additioneel uitsluitend laag-risico middelen met een verkenning van alternatieve bestrijdingsmethoden (UV) voor meeldauwbestrijding. Projectbeschrijving In de gerberateelt zijn de beheersing van meeldauw zonder gebruik van zwavel of chemische middelen en het voorkomen van ‘rotkoppen’ (het gevolg van Botrytis infectie van de bloembodem) nog punten van benodigde verbetering. Hier wordt door middel van vijf werkpakketten aan gewerkt: Aanpassen kas en ontvochtiging: de ontvochtiging wordt aangepast om bewust minder lucht door het gewas te trekken, wat mogelijk leidt tot een lagere verdamping en daarmee ontvochtigingsvraag, wat het warmteoverschot uit de ontvochtiging moet verkleinen. In de praktijk verschillende gebruiken voor het verhogen van de bloemtemperatuur vergelijken met een dashboard voor minimaliseren uitstallingseffecten van de bloem. Verder bouwen teeltstrategie Kas2030, aanpassingen aan deze strategie zijn gericht op het verlagen van de ontvochtigingsvraag, en daarmee het energieverbruik, het verlagen van de meeldauwdruk en het voorkomen van rotkoppen. Gewasbescherming met UV Communicatie & rapportage Dit project wordt gefinancierd door het ministerie van LVVN. Projectnummer: 25115

Van 01-08-2025 tot 15-05-2026
Lopend

Energieaspecten gewasgaas

Doel: Het doel van dit project is meer kennis te vergaren over wat de potentiele energiebesparing is door het toepassen van gewasgaas. De kennis uit dit project geeft telers handvaten evenals onderbouwing om zuiniger met energie om te gaan door het toepassen van gewasgaas. Projectbeschrijving: Insectengaas lijkt een belangrijke troef in de gewasbescherming. In sommige gewassen en tegen sommige plagen is het mogelijk zelfs de laatste troef. Het pakket chemische middelen neemt in rap tempo af en er komt nauwelijks iets bij. Nieuwe, breed inzetbare biologische bestrijders zijn er eigenlijk niet. Bestaande middelen moeten beter benut worden. Uit proeven in 2022 en 2023 kwam het vermoeden naar voren dat gewasgaas energie technisch voordelen kan bieden. Bij enkele gewassen is een teeltversnelling waargenomen onder het gaas. Onduidelijk is waardoor dit is veroorzaakt. Er wordt een praktijkproef uitgevoerd waarbij van een partij planten na het oppotten een deel van de planten met dezelfde oppotdatum, wordt afgedekt met gaas en een deel niet wordt afgedekt. Door groeimetingen te doen (versgewicht, drogestof, LAI, lengtegroei etc.) wordt de groeisnelheid van beide behandelingen bepaald. De verwachting is dat de planten onder het gaas sneller groeien. Om te kunnen bepalen waar dat door wordt veroorzaakt, worden klimaatmetingen uitgevoerd (ruimte- en pottemperatuur, luchtvochtigheid, CO2 en bodemvocht. Deze metingen worden continue gemeten in alle 2 de behandelingen. Per behandeling komen er 5 temp/RV sensoren en 5 bodemvocht sensoren. Daarnaast gaan we bij elke behandeling continue het lichtniveau meten met een par-licht sensor en het CO2 gehalte met een CO2 meter. Wanneer de groeisnelheden van beide behandelingen zijn bepaald, zal berekend worden wat het verschil in teeltduur betekent voor het energieverbruik per plant. De besparing van de teelt onder gaas zal berekend worden ten opzichte van de teelt zonder gaas. Wanneer temperatuurverschillen worden gemeten zal bepaald worden welke hoeveelheid energie bespaard kan worden als de temperatuur evenredig verlaagd wordt. Onder het insectengaas was de luchttemperatuur gemiddeld 0,4 °C hoger. De lucht was gemiddeld 4% vochtiger dan rond de overige planten. Het lichtniveau week wel duidelijk af, deze was gemiddeld 18,6% lager onder het gaas. Het lichtniveau lag daarentegen ruim 18% lager. De bodemvochtigheid onder het gaas was iets stabieler, wat beschikbaarheid van water voor de plant ten goede komt. De hogere temperatuur onder het gaas biedt perspectief voor energiebesparing: per 0,4 °C temperatuurverhoging wordt op jaarbasis een besparing van ca. 1 m³ aardgas per m² geschat. Ook de hogere luchtvochtigheid kan leiden tot minder energieverbruik voor ontvochtiging, wat vooral in de wintermaanden van belang is. Het effect van insectengaas op de gewasontwikkeling lijkt gewas specifiek te zijn. Calathea liet de sterkste groei zien, waarbij het versgewicht en drooggewicht significant toenamen. Calathea orbifolia liet een bescheidener groei zien, terwijl bij Yucca geen verschil werd waargenomen. Projectnummer: E24002

Van 01-03-2024 tot 30-04-2025
Afgerond

Eerste opvallende zaken zichtbaar bij nieuwe start gerbera in Demokas2030

Auteur: Frank Kempkes (WUR)

Start nieuwe teelt Eind juni is er opnieuw geplant en de planten hebben zich razendsnel ontwikkeld. De eerste opvallende zaken zijn ook al naar voren gekomen. De onderzoekers van Wageningen University & Research hebben vier weeggoten ter beschikking om de verschillen in ras en de gevolgen van de luchtbehandeling op de verdamping goed in beeld te krijgen. Naast een verschil tussen de rassen is ook al een duidelijk effect van de ontvochtiging te zien. Aan of uit scheelt in de nacht zo maar 2 of 3 gram per m 2 meer verdamping. Dat lijkt niet veel, maar in de zoektocht naar minimalisatie van het warmtegebruik is de verdamping een belangrijk onderwerp van discussie geworden. En meer nog, is er een minimum noodzakelijk en waar ligt dat dan? Immers, dat wat we in het stookseizoen niet verdampen, kost ook geen energie. Het wordt een interessant winterseizoen. In de komende BCO (eind augustus) worden met de leden de doelstellingen voor komende winter bepaald. Resultaten eerste onderzoeksjaren De dimbare LED’s zijn de eerste jaren efficiënt ingezet en er kon worden ingespeeld op de energieprijs. Het insectengaas bleek effectief tegen de aantasting door Turkse mot. Het aangepast plantverband, met een groter substraatvolume en een betere verdeling van de planten over het kasoppervlak, gaf geen verandering in de productie. De gewasbescherming is en blijft een aandachtspunt, met name meeldauw en de diverse plagen die kunnen voorkomen. De proef leverde veel nuttige informatie op over de effectiviteit van biologische bestrijders tegen luis, trips, echinotrips en witte vlieg. Door een fout in de bemesting werd er veel geleerd over het effect van het ontbreken van sporenelementen. De werking van de ontvochtiging met warmteterugwinning bespaart energie, maar bleek niet efficiënt genoeg. V ergroten ontvochtigingscapaciteit Het dimmen van de lampen op basis van de hoeveelheid (zon)licht op gewasniveau en het accepteren van lagere daglichtsommen met daarbij lagere etmaaltemperaturen heeft het elektriciteitsgebruik van de lampen in de winter van 2022-2023 met 20 kWh/m 2 verlaagd tot 59. De belichting blijft daarmee nog steeds de grootste energiegebruiker. In de buisverwarming is de afgelopen twee jaar vrijwel de zelfde hoeveelheid energie gegaan, ca. 93 kWh (8.5 m 3 /m 2 a.e. ), niet temperatuur gecorrigeerd. LED en lagere temperaturen resulteren in een mindere verdamping, maar alle vocht dat het gewas produceert moet wel door het actieve ontvochtigingsysteem (AVS-c, van Dijk heating) worden afgevoerd. Keerzijde van de lagere teelttemperaturen is dat de ontvochtigingscapaciteit van de installatie (te ver) terugzakte. Hierdoor kwamen we regelmatig in een negatieve spiraal en moesten aanvullend alternatieve energie-onzuinige ontvochtigingsmethoden worden toegepast door buitenlucht in de luchtbehandelingskast bij te mengen wat resulteerde in meer na-verwarmingswarmte. Daardoor ging op te veel momenten latente- maar ook voelbare-energie verloren. Uiteindelijk resulteerde de strategie in ‘22/23 in een elektriciteitsbehoefte van 123 kWh/m 2 elektriciteit voor lampen, ontvochtiging en verwarming (18 kWh lager dan vorig jaar). De oogst van de voelbare en latente warmte uit de ontvochtiging was net niet voldoende om de gehele warmtevraag van de kas in te vullen. Er was nog een tekort van 18 kWh/m 2 (2,1 m 3 /m 2 a.e.). Dit was 8 kWh/m 2 meer dan vorig jaar. Door de elektriciteits- en warmtebehoefte duurzaam in te vullen, kan de teelt fossielvrij worden gemaakt. Door de ontvochtigingscapaciteit van de afdeling te vergroten moet het mogelijk zijn om het komende teeltjaar het energieverbruik verder terug te dringen. Inzicht in ontstaan rotkoppen onder full LED In de praktijk zorgde de toepassing van full LED in combinatie met het beperken van de warmte-input, gebruik van schermen en minder ontvochtiging voor problemen met rotkoppen, vooral bij gevoelige cultivars zoals Bondi Beach en Love me. Deze cultivars gaven onder SON-T geen problemen. Eerste gedachtegang bij de telers is dan om er weer meer energie in te stoppen. Het is dan ook van belang dat er meer kennis komt van de oorzaken en het voorkomen van rotkoppen. De oorzaak van het probleem van rotkoppen (Botrytis in de buisbloem) is waarschijnlijk gelegen in een combinatie van uitstraling, beperkte vochtafvoer en bodem/substraat-temperatuur. Daarnaast spelen ras-specifieke eigenschappen een rol. Dit alles is de reden voor een nieuwe teeltstart met de rassen Kimsey en Love me, een ras dat ‘gevoelig’ is voor rotkoppen. Vervolgens wordt er geteeld zoals er het afgelopen seizoen is geteeld en worden zaken als netto-straling, gewasverdamping, plant(deel)temperatuur en substraattemperatuur in beide rassen goed gemonitord om meer inzicht te krijgen in het verloop van deze processen bij telen onder full LED. Droge lucht boven of onder het gewas inbrengen? De plaats van inbrengen van de droge lucht, onder of boven het gewas, is altijd onderwerp van discussie en heeft invloed op verdamping en het klimaat rond de plant en de gewastemperatuur. In de praktijk zijn er bedrijven die drogere lucht onder het gewas inblazen, maar ook waar de drogere lucht boven het gewas wordt ingeblazen. Echter, een goede vergelijking van deze twee systemen en het effect hiervan op bijvoorbeeld verdamping ontbreekt. Als droge lucht onder het gewas wordt ingebracht neemt deze tijdens het passeren van de bladlaag op weg naar de kaslucht boven het gewas vocht op waardoor rond de bloem een vochtiger microklimaat ontstaat. Dit vergroot de kans op vochtproblemen rond de bloem, bovendien verdampt het blad meer waardoor de plant meer worteldruk gaat opbouwen om het vocht in het blad aan te vullen en ook daardoor neemt de kans op rotkoppen toe. Als de droge lucht eerst bij de bloem komt zal er meer vocht rond de bloem worden afgevoerd, terwijl de verdamping minder wordt gestimuleerd. Verwacht mag worden dat droge lucht boven het gewas door de lagere verdamping energiezuiniger is. In combinatie met het vergroten van de ontvochtigingscapaciteit, gaan we in de helft van de kas de drogere lucht inbrengen boven het gewas, terwijl in de andere helft van de kas het systeem blijft zoals het nu is met inblazen onder het gewas. Gewasbescherming Gedurende de afgelopen twee teelten is een gewasbeschermingsstrategie ontwikkeld die is gebaseerd op een eenmalige introductie van de generalistische roofwants Dicyphus errans via bankerplanten en bijvoeding om de populatiegroei te stimuleren. De te snel opkomende plagen tijdens de teelt werden in eerste instantie biologisch bestreden met gerichte inzet van natuurlijke vijanden. Dankzij deze strategie hebben we chemische correcties tegen plagen sterk kunnen beperken. Deze demonstratie heeft grote indruk gemaakt op telers en steeds meer telers experimenteren ermee op hun eigen bedrijf. Naast de plagen werd ook de meeldauw aangepakt met wekelijkse toepassing van biologisch middel (Serenade of Sonata) via LVM zonder gebruik te maken van zwavelpotten. Dit resulteerde in minder gebruik van chemie tegen de ziekte, maar er is altijd ruimte voor verbetering. In de nieuwe teelt is het bankerplantensysteem uitgebreid om een preventief stabiel ecosysteem in de kas te creëren. De bankerplanten staan op een goot die boven het gewas hangt. De ontwikkelingen uit het recent gestarte PPS-project Bankerplanten, gericht op inzet voor veerkrachtige teeltsystemen wordt direct in de Demokas geïmplementeerd en gepresenteerd aan de telers. De effectiviteit van verschillende biologische meeldauwbestrijders wordt op praktijkschaal gemonitord. De inzichten uit de huidige pilots zullen in overleg met de leden van de BCO worden toegepast in de Demokas.

Geplaatst op: 22-08-2023

Energiebesparende maatregelen: How low can you go?

Auteur: Jan O. Voogt (Plantphysilogics)

De achtergrond van deze vragen is natuurlijk: hoe ver kun je gaan met energiebesparende maatregelen zonder dat dit schade geeft aan de teelt, de productie en de kwaliteit? Voor een deel is dat vragen naar de bekende weg. We kennen immers allemaal de risico’s van een hoge RV in de kas. Iedereen weet dat voor groei licht nodig is en dat alleen door het toevoeren van energie een actief groeiklimaat in de kas kan worden gerealiseerd. Als je dus energie gaat besparen op stoken en belichten, dan zal dat normaal gesproken niet zonder gevolgen blijven. HNT biedt perspectief en inzicht Toch bieden de principes van Het Nieuwe Telen voor velen nog onverwachte perspectieven. Zo lijken nog heel wat telers niet bekend met het feit dat schermen tegen uitstraling het gewas actief houdt en tegelijk energie bespaart. Of dat je door het volledig sluiten van het energiescherm de risico’s van een hoge RV-waarde aanzienlijk kunt beperken en tegelijk meer vocht kunt afvoeren door condensatie tegen het kasdek, in vergelijking met de gangbare vochtkier. Verder weten we dat het activerende effect van een minimumbuis veel energiezuiniger kan worden bereikt door (verticale) luchtbeweging. Maar het belangrijkste is dat HNT handvatten geeft om optimaal te profiteren van het natuurlijk licht en de gratis energie van de zon. De HNT-principes geven ook inzicht in de samenhang van maatregelen. Een verlaagde stooktemperatuur bespaart weliswaar energie, maar beperkt ook de groeisnelheid van het gewas en kan dus leiden tot een lagere lichtbenutting. Bovendien belemmert een lage kastemperatuur ook de vochtafvoer als het AV in de kas daalt tot op het AV-niveau buiten. Een lagere verdamping in de donkerperiode geeft tegelijk een lagere aanvoer van nutriënten naar het groeipunt en verhoogt de kans op worteldruk, wat weer kan leiden tot gewasproblemen. En dat brengt mij dan op één van de belangrijkste principes van HNT, namelijk dat het optimale resultaat alleen wordt bereikt als alle relevante groeifactoren goed op elkaar zijn afgestemd. Systeembenadering is vereist Het beantwoorden van de vraag ‘How low can you go’, vergt dus een integrale systeembenadering waarbij alle factoren worden meegenomen. In een eerdere column heb ik al eens gewezen op het effect dat LED-belichting heeft, namelijk een veel lagere nutriëntenopname in verhouding tot de PAR-som in vergelijking met zonlicht of Son-T lampen. Een groot aandeel LED-licht verstoort daarmee de natuurlijke verhouding van assimilatenproductie en nutriëntenopname en kan dus leiden tot gebrekverschijnselen. Als we telen volgens de principes van HNT/Plant Empowerment, dan monitoren we de drie primaire plantbalansen: de energie-, water- en assimilatenbalans. Daarnaast kennen we nog de drie secundaire balansen: nutriënten, microbiologie en hormonen. De plant kan alleen optimaal groeien en produceren als deze zes balansen tegelijk in evenwicht zijn. De klimaatregeling is erop gericht dat we deze plantbalansen ondersteunen. Dat wil zeggen dat we de kasbalansen voor energie, water en vocht zodanig aansturen dat ze de plantbalansen niet verstoren maar versterken. Maar ook de watergift, inclusief bemesting, en het wortelmilieu moeten op orde zijn. Universeel meetprotocol Hoe kunnen we in de praktijk alle genoemde balansen objectief en betrouwbaar in beeld brengen zodat we de juiste beslissingen nemen? Dat kan alleen door in de kas en rondom de plant de juiste metingen en gewaswaarnemingen te doen. En wat zou het geweldig helpen als we dat allemaal op dezelfde manier gaan doen, zodat de data van verschillende telers en teelten vergelijkbaar worden. Dan vergelijken we niet langer appels met peren, maar krijgen nuttige informatie waar iedereen van kan leren. En natuurlijk moet dat dan ook gelden voor het onderzoek. Met moderne sensoren, zoals een netto stralingsmeter en een thermografische camera is het mogelijk om heel snel inzicht te krijgen in het effect van bijvoorbeeld andere lichtbronnen en meer of minder stoken op de plant. Daar hoef je niet altijd lange en dure onderzoeken voor uit te voeren. Over dit idee van een universeel meetprotocol, dat een brug slaat tussen onderzoek en praktijk, meer inzicht geeft in optimale concepten en het leerproces aanzienlijk kan versnellen, wordt al heel lang gesproken en gedacht. Het Plant Empowerment meetprotocol In het boek ‘Plant Empowerment, de basisprincipes’ wordt beschreven hoe de plant- en kasbalansen kunnen worden gemonitord, inclusief alle sensoren die nodig zijn en hoe de meetwaarden geïnterpreteerd moeten worden. In dit boek wordt tevens beschreven hoe de verkregen data de basis vormt voor datagedreven teelt en autonoom telen. Recent heeft Kas als Energhiebron de auteurs verzocht om deze informatie uit het boek samen te vatten in de vorm van een universeel meetprotocol. De eerste versie daarvan is inmiddels door de Plant Empowerment Academy ter beschikking gesteld. Deze eerste versie van het meetprotocol bevat een checklist met alle sensoren die nodig zijn om de plant- en kasbalansen te monitoren en zal binnenkort onder coördinatie van Kas als Energiebron in de praktijk worden toegepast en getoetst. Een vervolgstap is om dit protocol uit te breiden met een toelichting en praktische richtlijnen voor het installeren van de sensoren. Vervolgens zal het breder worden uitgerold. Al met al een verheugende ontwikkeling, waarmee het antwoord op de gestelde vragen ongetwijfeld een stuk dichterbij komt. Meer weten over HNT? Schrijf je in voor een cursus op de website van Kas als Energiebron . Bezoek voor meer informatie de website van Plant Empowerment Academy en bekijk de introductievideo.

Geplaatst op: 27-02-2023

Chrysantenteelt met insectengaas in luchtramen goed mogelijk met behulp van HD-nevel

Auteur: Theo Roelofs (Delphy)

De monitoring op het gebied van klimaat werd gefinancierd door Kas als Energiebron en uitgevoerd door Delphy en Wageningen University & Research Glastuinbouw. De klimaatdata van de bedrijven die insectengaas hebben geïnstalleerd werden vergeleken met collega-bedrijven in de buurt zónder insectengaas. Tevens werden alle bedrijven met gaas ook onderling vergeleken. In dit verslag wordt een aantal typische momenten besproken. In 2022 was 19 juli de warmste dag van het jaar, met een buitentemperatuur van ruim 36 graden, zowel in het Westland als in de Bommelerwaard. Daarnaast waren week 24 en week 32 weken met de hele week zomerse temperaturen. In deze warme periodes bleek dat de bedrijven met insectengaas niet in de problemen kwamen als gevolg van een te lage ventilatiecapaciteit door het gaas in de luchtramen. Dat blijkt ook uit de twee onderstaande temperatuurgrafieken van 19 en 20 juli. De toevoeging mg (= met gaas) achter de bedrijfsnaam geeft weer dat het een bedrijf betreft met insectengaas. Verder zijn de kastemperatuur-lijnen samengesteld als gemiddelde van alle klimaatafdelingen van het betreffende bedrijf. Kastemperatuur onder controle Dat blijkt ook uit de twee temperatuurgrafieken van 19 en 20 juli (zie bijlage). De toevoeging mg (= met gaas) achter de bedrijfsnaam geeft weer dat het een bedrijf betreft met insectengaas. Verder zijn de kastemperatuurlijnen samengesteld als gemiddelde van alle klimaatafdelingen van het betreffende bedrijf. In beide afbeeldingen is te zien dat op 19 juli de kastemperatuur gemiddeld op de bedrijven met insectengaas prima onder controle bleef. Soms zelfs beter dan op de bedrijven zonder insectengaas. In de warme weken 24 en 32 lagen de resultaten in dezelfde lijn als in dit voorbeeld op 19 juli te zien is. Dat is te zien in de derde en vierde rij afbeeldingen in de bijlage. Extra grote luchtramen In de afbeeldingen is steeds te zien dat het bedrijf Rodalin1mg overdag beduidend koeler weet te blijven dan alle andere bedrijven. Dit in 2021 nieuw gebouwde bedrijf heeft met het oog op het insectengaas gekozen voor extra grote luchtramen, 2 x 1,66 m per 5.00 m vakmaat, in plaats van het gebruikelijke afmeting van 2 x 1,25 m. Dat helpt enorm. Dit bedrijf blijft overdag verreweg het koelste van alle bedrijven en heeft de minste raamstanden nodig. Bij een lagere raamstand is er door de grote luchtramen meer luchtuitwisseling mogelijk. HD nevel Alle bedrijven met insectengaas hebben ook een Hoge Druk nevelinstallatie geïnstalleerd. Dit zorgt voor koeling van de kaslucht en voor het verhogen van het vochtgehalte. Per m3 bevat lucht met een hoger vochtgehalte meer energie. Daardoor is er dus minder volume luchtuitwisseling nodig om dezelfde energie uit de kas af te voeren. Bovendien zorgt het hogere vochtgehalte voor een groter enthalpie-verschil met de buitenlucht, waardoor de drijvende kracht voor de luchtuitwisseling groter is. Dit is ook positief voor het beheersen van de temperatuur. Luchtvochtigheid hoger Door de aanwezigheid van het insectengaas én het gebruik van de HD nevel zijn de vochtgehaltes, in de vorm van RV en AV, overdag op de bedrijven met insectengaas hoger dan op de bedrijven zonder insectengaas. Zie als voorbeeld hiervan rij 5 en 6 met grafieken. De grafiek geven de gemiddelde waardes van RV en AV weer van de 7 dagen in week 24 én van alle klimaatafdelingen per bedrijf. De bedrijven met mg achter hun naam hebben insectengaas. In de zomer overdag telen met een hogere luchtvochtigheid is positief voor de groei. Vanuit de HNT-kennis is bekend dat dan de huidmondjes verder open zullen staan, waardoor beter CO2 opgenomen kan worden en dus meer fotosynthese mogelijk is. Daarnaast kan je verwachten dat er door het lagere ventilatievoud mét insectengaas minder CO2 verliezen optreden. Eindconclusies De eindconclusies van het monitoringsproject zijn: Telen met insectengaas + HD nevel is heel goed mogelijk. Er hoeven geen problemen verwacht te worden ten aanzien van te hoge dagtemperaturen. Dit geldt voor de gebruikte gaasmaten, (kleinste was 0.4*0.7 mm) en bij normale luchtraamafmetingen; Het gebruik van een Hoge Druk nevel installatie is bij toepassing van insectengaas wel wenselijk; Bij nieuwbouw is het installeren van extra grote luchtramen te overwegen; Door hogere RV en AV-waardes met insectengaas én met HD nevel is extra groei mogelijk. Dit is niet met metingen geverifieerd. Vervuiling van het gaas De bedrijven met insectengaas hebben allemaal ervaren dat het gaas redelijk snel vervuild raakt en daarom jaarlijks schoongespoten zal moeten worden. Dit is een flinke klus, die bovendien uitgevoerd moet worden bij 100% raamstand en dus gepland zal moeten worden in de periode mei-oktober. Luchten in winter en voorjaar Met insectengaas in de luchtramen moet bij geringe gewenste ventilatie rekening worden gehouden met een zekere mate van minimale raamstand om tot enige ventilatie te komen. Navolging Op dit moment wordt er een nieuwgebouwd bedrijf opgeleverd, waarin ook insectengaas geïnstalleerd is. Tevens hebben meerdere bestaande bedrijven plannen om in 2023 insectengaas in hun bestaande kas te installeren. De bedrijven die hun nek uitgestoken hebben met deze investering vinden dus navolging. Het is fijn om dat te kunnen constateren.

Geplaatst op: 03-02-2023

Gerberateelt in Kas 2030: met vertrouwen de winter in

Auteur: Mark van Hoogdalem, Arie de Gelder, Ada Leman en Frank Kempkes (WUR)

Zo traden er dit voorjaar problemen op met de blad- en bloemkwaliteit. In eerste instantie in de Kimsey, maar later ook in de Ladies First. De problemen bleken het gevolg van een tekort aan sporenelementen in de bemesting door technische problemen in het bemestingssysteem. De te doseren hoeveelheden waren zo klein dat er netto te weinig gebeurde. Nadat deze problemen waren verholpen, herstelde het gewas snel en namen de productieaantallen en bloemkwaliteit weer snel toe. Gewas goed hersteld Aan het einde van de zomer nam de hoeveelheid mineervlieg en Echinothrips sterk toe. De snelle opkomst van de Echinothrips was te wijten aan zeer hoge druk in de aangrenzende kassen en hoge temperaturen. Er werd lokaal ook meeldauw waargenomen bij de Kimsey. Voor de plagen is ingezet op extra uitzetten van natuurlijke vijanden. Hiermee is de grens opgezocht van de effectiviteit van deze manier van bestrijden. Uiteindelijk bleek de strategie niet snel genoeg effectief en is er besloten om het gewas met een mix van een insecticide en fungicide te bespuiten. In september was het voor de begeleidingscommissie van Kas2030 nog duidelijk zichtbaar dat het gewas te lijden heeft gehad onder de plagen. Het gewas had veel beschadigd blad en weinig bloemen en knoppen. Tijdens het laatste bezoek van de begeleidingscommissie op 16 november bleek het gewas inmiddels goed hersteld en stond het gewas er weer goed op. Het gewas had gezond blad, wel iets compact in de Ladies First, en er waren veel knoppen en bloemen zichtbaar. Door middel van insectengaas in de raamopeningen is het dit jaar wel gelukt om de Turkse mot buiten de kas te houden. Belichting beperkt Nu de zomer is afgelopen en het natuurlijk licht is afgenomen, worden de LED’s ook weer ingezet. Vorig jaar bleek dat er onder full LED (RWB) met dimbare modules goed te telen is en dat er in vergelijking met vorig jaar energie kon worden bespaard. Onder andere door de lampen te dimmen, wanneer door zonlicht de PAR op het gewas boven de 250 μmol.m⁻².s⁻¹ komt. Hoewel in samenspraak met de BCO is besloten om gewoon te belichten deze winter, beperken de onderzoekers - met het oog op de recentelijke ontwikkelingen op de energiemarkt - de inzet van belichting wel en wordt de energie voor belichting nog efficiënter gebruikt. Dit gebeurt onder andere door een lagere daglichtsom te accepteren ten opzichte van vorig jaar (7 in plaats van 9 mol.m⁻².d⁻¹). Energiescherm Minder belichting zal ook gepaard gaan met een gemiddeld lagere temperatuur. Dat doet de warmtevraag weer lager uitkomen. Daarnaast wordt bij het dimmen van de lampen rekening gehouden met dagelijkse patronen in elektriciteitsprijzen. Zo wordt er gedurende ‘dure uren’ met maximaal 50% van de maximale intensiteit belicht. Om zoveel mogelijk gebruik te maken van de warmte van de LED’s wordt er ook veelvuldig gebruikgemaakt van het energiescherm. De verwachting is dat met deze strategie deze winter een goede productie kan worden gerealiseerd en tegelijkertijd het energieverbruik verder verminderd. Dit onderzoek is tot stand gekomen in het kader van programma Kas als Energiebron, het innovatie- en actieprogramma van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en Glastuinbouw Nederland.

Geplaatst op: 23-11-2022

Met insectengaas goed chrysanten te telen

Auteur: Theo Roelofs (Delphy)

De monitoring op het gebied van klimaat wordt gefinancierd door Kas als Energiebron en uitgevoerd door Delphy en Wageningen University & Research business unit Glastuinbouw. De klimaatdata van de bedrijven die insectengaas hebben geïnstalleerd wordt daarbij vergeleken met collega-bedrijven in de buurt zonder insectengaas. Tevens kunnen de bedrijven met gaas ook onderling worden vergeleken. Echte testcase Er is tot nog toe nog geen sprake geweest van langdurig extreem warm weer. Dus de echte testcase voor de bedrijven moet waarschijnlijk nog komen voor het telen met insectengaas. Toch kan er wel wat worden gezegd over de resultaten tot nog toe. Extra grote luchtramen installeren doet heel veel. Eén van de chrysantenbedrijven met insectengaas heeft als afmeting van de luchtramen 2 x 1,66 m per 5.00 m vakmaat, in plaats van het gebruikelijke afmeting van 2 x 1,25 m. Dat helpt enorm. Dit bedrijf blijft overdag verreweg het koelste van alle bedrijven en heeft de minste raamstanden nodig. Vochtgehaltes De bedrijven met insectengaas hebben ook een hogedruk nevelinstallatie geïnstalleerd. Dit zorgt voor koeling van de kaslucht en voor het verhogen van het vochtgehalte. Per m3 bevat lucht met een hoger vochtgehalte meer energie. Daardoor is er dus minder volume luchtuitwisseling nodig om dezelfde energie uit de kas af te voeren. Dit effect is in de monitoring goed waar te nemen. Door de aanwezigheid van het insectengaas én het gebruik van de HD nevel zijn de vochtgehaltes, in de vorm van RV en AV, overdag op de bedrijven met insectengaas hoger dan op de bedrijven zonder insectengaas. Zie als voorbeeld hiervan de twee grafieken van de illustratie (klik op de afbeelding voor grotere weergave). De blauwe lijn is het bedrijf mét insectgaas en HD-nevel, in vergelijking met twee collega-bedrijven zonder insectengaas. De grafieken geven de gemiddelde waardes aan van de zeven dagen in week 25 en van alle klimaatafdelingen per bedrijf. Geen problemen Overdag telen met een hogere luchtvochtigheid is positief voor de groei. Vanuit de kennis over Het Nieuwe Telen is bekend dat dan de huidmondjes verder open zullen staan, waardoor beter CO2 kan worden opgenomen en dus meer fotosynthese mogelijk is. Daarnaast is te verwachten dat er door het lagere ventilatievoud mét insectengaas minder CO2-verliezen optreden. Kortom, tot nog toe hebben zich bij de bedrijven met insectengaas nog geen problemen voorgedaan als gevolg van de beperking van de luchtuitwisseling door het insectengaas. In tegendeel, het lijkt erop dat de lagere vocht- en CO2-verliezen de groei ten goede komen.

Geplaatst op: 12-07-2022

Gewasbescherming in gerbera Kas2030: plagen onder controle

Auteur: Ada Leman (WUR)

In plaats van zwavel tegen de meeldauw is een proef gestart met preventieve wekelijkse ruimtebehandeling met een fungicide. De plekken met meeldauw, die af en toe verschijnen, worden pleksgewijs gespoten. Sinds het begin van de teelt is er nog geen volveldbehandeling tegen meeldauw uitgevoerd. Plagen bleven rustig De populatie van de roofwants Dicyphus errans is opgebouwd vanuit vijf bankerplanten ( Verbascum tapsus ) met een aanvullende voerstrategie met hoogwaardige Artemia-cysten. Begin november was de wants overal in de kas goed te vinden. Het bleek dat de aantallen van de wantsen via de bewegingen te volgen zijn via het PATS-systeem. Dat kan een goed beslissingsinstrument worden om de populatie bij te voeren of te remmen. In de winter is niet bijgevoerd en is de populatie afgenomen. De wantsen worden nu weer gevoerd om op peil te zijn voor het nieuwe seizoen. Tijdens de winter bleven alle plagen erg rustig, behalve bladluis. Ondanks meerdere introducties van sluipwespen en galmuggen werd geen goede bestrijding bereikt en veroorzaakte de bladluispopulatie schade. Daarom is eenmalig gebruikgemaakt van de Pediment rookontwikkelaar met zeer goede resultaten. Monitoren Bij de start van de teelt zijn ook twee keer roofmijten uitgezet (laatste introductie in week 38) en sluipwespen tegen mineervlieg. De roofmijten hebben tot op zekere hoogte geprofiteerd van de bijvoerstrategie van de roofwantsen. Het is de vraag of de populatie zich kan herstellen door het bijvoeren van de wantsen en als dat niet gebeurt of we verder kunnen zonder roofmijten of opnieuw moeten introduceren. Het probleem met Turkse mot van de eerste teelt was effectief verholpen voordat de nieuwe teelt begon. In de ramen werd gaas aangebracht en de tijd tussen de twee gewassen was lang genoeg om de aanwezige motten te doden. De komende maanden monitoren de onderzoekers of de roofwantsen plagen blijven bedwingen en of de bestrijding van meeldauw zonder zwavel mogelijk blijft. Dit project wordt gefinancierd door Kas als Energiebron, het innovatie- en actieprogramma vanuit het ministerie LNV en Glastuinbouw Nederland.

Geplaatst op: 25-03-2022