Zoeken

Filters
Verwijder alle filters
Resultaat 1 tot 10 van 66.

Eindrapport: Komkommer integraal naar een optimaal lichtspectrum

Auteur: Kees Weerheim

Doelen project voor komkommer De doelstellingen van het project waren het ontwikkelen van een optimaal lichtspectrum voor komkommers om de efficiëntie van LED-belichting te verhogen en om de effecten op nutriëntenopname en gewasgezondheid te onderzoeken. De onderzoeksfaciliteiten, uitgerust met geavanceerde technieken, hebben aangetoond dat het systeem geschikt is voor spectrum- en energie-efficiëntieonderzoek, en zijn essentieel voor het optimaliseren van de LED-belichting in de teelt van komkommers en andere gewassen. Er is ook gekeken naar het effect van lichtspectra op fotosynthese, verdamping en hormoonhuishouding van de plant. De energiedoelen omvatten een vermindering van het elektriciteitsverbruik met 40% door SON-T verlichting te vervangen door LED, evenals het verbeteren van de productie en energie-efficiëntie van de komkommerteelt. Nieuwe faciliteit hoge draadgewassen Het onderzoek is gedaan in het IDC LED HD, een nieuwe kasfaciliteit met goten met apart regelbare LED plafonds, waar gestreefd werd naar een verhouding van 80% lamplicht en 20% zonlicht om zo een teelt onder winterse condities te realiseren. Dit is een nieuw ontwikkelde faciliteit die specifiek geschikt is voor hoge draadgewassen. Uit de resultaten blijkt dat de cultivars Hi Power en Dee Flexion positief reageren op een verhoogde verrood lichtbehandeling (Hoog FR2), wat resulteert in een hogere droge stofproductie, terwijl de toevoeging van blauw en groen licht geen significante voordelen biedt en de energie-efficiëntie verlaagt. Opname water en nutriënten De wateropname varieerde licht per behandeling, maar veranderingen in de opname van nutriënten waren niet significant. De resultaten tonen ook aan dat het lichtspectrum invloed heeft op de genexpressie, wat de plantmorfologie en secundaire metabolieten zoals flavonoïden beïnvloedt, wat mogelijk de weerbaarheid versterkt. Financiering Dit project is uitgevoerd door de Businessunit Glastuinbouw van Wageningen University & Research en is gefinancierd en gecoördineerd door Kas als Energiebron, een innovatieprogramma van LVVN en Glastuinbouw Nederland. Mede mogelijk gemaakt IDC LED van Signify. De proef is gevolgd en begeleid door telers.

Geplaatst op: 22-04-2025

Energiebesparende maatregelen: How low can you go?

Auteur: Jan O. Voogt (Plantphysilogics)

De achtergrond van deze vragen is natuurlijk: hoe ver kun je gaan met energiebesparende maatregelen zonder dat dit schade geeft aan de teelt, de productie en de kwaliteit? Voor een deel is dat vragen naar de bekende weg. We kennen immers allemaal de risico’s van een hoge RV in de kas. Iedereen weet dat voor groei licht nodig is en dat alleen door het toevoeren van energie een actief groeiklimaat in de kas kan worden gerealiseerd. Als je dus energie gaat besparen op stoken en belichten, dan zal dat normaal gesproken niet zonder gevolgen blijven. HNT biedt perspectief en inzicht Toch bieden de principes van Het Nieuwe Telen voor velen nog onverwachte perspectieven. Zo lijken nog heel wat telers niet bekend met het feit dat schermen tegen uitstraling het gewas actief houdt en tegelijk energie bespaart. Of dat je door het volledig sluiten van het energiescherm de risico’s van een hoge RV-waarde aanzienlijk kunt beperken en tegelijk meer vocht kunt afvoeren door condensatie tegen het kasdek, in vergelijking met de gangbare vochtkier. Verder weten we dat het activerende effect van een minimumbuis veel energiezuiniger kan worden bereikt door (verticale) luchtbeweging. Maar het belangrijkste is dat HNT handvatten geeft om optimaal te profiteren van het natuurlijk licht en de gratis energie van de zon. De HNT-principes geven ook inzicht in de samenhang van maatregelen. Een verlaagde stooktemperatuur bespaart weliswaar energie, maar beperkt ook de groeisnelheid van het gewas en kan dus leiden tot een lagere lichtbenutting. Bovendien belemmert een lage kastemperatuur ook de vochtafvoer als het AV in de kas daalt tot op het AV-niveau buiten. Een lagere verdamping in de donkerperiode geeft tegelijk een lagere aanvoer van nutriënten naar het groeipunt en verhoogt de kans op worteldruk, wat weer kan leiden tot gewasproblemen. En dat brengt mij dan op één van de belangrijkste principes van HNT, namelijk dat het optimale resultaat alleen wordt bereikt als alle relevante groeifactoren goed op elkaar zijn afgestemd. Systeembenadering is vereist Het beantwoorden van de vraag ‘How low can you go’, vergt dus een integrale systeembenadering waarbij alle factoren worden meegenomen. In een eerdere column heb ik al eens gewezen op het effect dat LED-belichting heeft, namelijk een veel lagere nutriëntenopname in verhouding tot de PAR-som in vergelijking met zonlicht of Son-T lampen. Een groot aandeel LED-licht verstoort daarmee de natuurlijke verhouding van assimilatenproductie en nutriëntenopname en kan dus leiden tot gebrekverschijnselen. Als we telen volgens de principes van HNT/Plant Empowerment, dan monitoren we de drie primaire plantbalansen: de energie-, water- en assimilatenbalans. Daarnaast kennen we nog de drie secundaire balansen: nutriënten, microbiologie en hormonen. De plant kan alleen optimaal groeien en produceren als deze zes balansen tegelijk in evenwicht zijn. De klimaatregeling is erop gericht dat we deze plantbalansen ondersteunen. Dat wil zeggen dat we de kasbalansen voor energie, water en vocht zodanig aansturen dat ze de plantbalansen niet verstoren maar versterken. Maar ook de watergift, inclusief bemesting, en het wortelmilieu moeten op orde zijn. Universeel meetprotocol Hoe kunnen we in de praktijk alle genoemde balansen objectief en betrouwbaar in beeld brengen zodat we de juiste beslissingen nemen? Dat kan alleen door in de kas en rondom de plant de juiste metingen en gewaswaarnemingen te doen. En wat zou het geweldig helpen als we dat allemaal op dezelfde manier gaan doen, zodat de data van verschillende telers en teelten vergelijkbaar worden. Dan vergelijken we niet langer appels met peren, maar krijgen nuttige informatie waar iedereen van kan leren. En natuurlijk moet dat dan ook gelden voor het onderzoek. Met moderne sensoren, zoals een netto stralingsmeter en een thermografische camera is het mogelijk om heel snel inzicht te krijgen in het effect van bijvoorbeeld andere lichtbronnen en meer of minder stoken op de plant. Daar hoef je niet altijd lange en dure onderzoeken voor uit te voeren. Over dit idee van een universeel meetprotocol, dat een brug slaat tussen onderzoek en praktijk, meer inzicht geeft in optimale concepten en het leerproces aanzienlijk kan versnellen, wordt al heel lang gesproken en gedacht. Het Plant Empowerment meetprotocol In het boek ‘Plant Empowerment, de basisprincipes’ wordt beschreven hoe de plant- en kasbalansen kunnen worden gemonitord, inclusief alle sensoren die nodig zijn en hoe de meetwaarden geïnterpreteerd moeten worden. In dit boek wordt tevens beschreven hoe de verkregen data de basis vormt voor datagedreven teelt en autonoom telen. Recent heeft Kas als Energhiebron de auteurs verzocht om deze informatie uit het boek samen te vatten in de vorm van een universeel meetprotocol. De eerste versie daarvan is inmiddels door de Plant Empowerment Academy ter beschikking gesteld. Deze eerste versie van het meetprotocol bevat een checklist met alle sensoren die nodig zijn om de plant- en kasbalansen te monitoren en zal binnenkort onder coördinatie van Kas als Energiebron in de praktijk worden toegepast en getoetst. Een vervolgstap is om dit protocol uit te breiden met een toelichting en praktische richtlijnen voor het installeren van de sensoren. Vervolgens zal het breder worden uitgerold. Al met al een verheugende ontwikkeling, waarmee het antwoord op de gestelde vragen ongetwijfeld een stuk dichterbij komt. Meer weten over HNT? Schrijf je in voor een cursus op de website van Kas als Energiebron . Bezoek voor meer informatie de website van Plant Empowerment Academy en bekijk de introductievideo.

Geplaatst op: 27-02-2023

Meten en sturen van plantbelasting in sierteeltgewassen

Auteur: Arca Kromwijk, Arie de Gelder, Nieves Garcia, Eric Poot en Mary Warmenhoven (WUR)

De genoemde begrippen zijn voor sierteeltgewassen gedefinieerd als: Plantbelasting Dit is de totale sink/m 2 kas/week en wordt bepaald door: het aantal oogstbare organen per m 2 per week én het ontwikkelingsstadium van deze organen én de assimilatenbehoefte van overige plantendelen Assimilatenbalans Dit is een zodanig op elkaar afgestemde verhouding tussen de vraag naar assimilaten (=sinkvraag) en het aanbod van assimilaten (=source) dat de plant kan groeien en de productkwaliteit levert die gewenst is. Plantbalans Het evenwicht in aanmaak en groei van oogstbare en niet oogstbare plantendelen, zodanig dat de plant kan groeien en de productkwaliteit levert op de manier zoals de teler dat wil. Dit is breder dan de assimilatenbalans en heeft ook betrekking op andere aspecten, zoals sturing in evenwicht in de energiebalans, waterbalans, hormoonbalans en nutriëntenbalans. Gewas specifiek Voor gerbera, chrysant, roos en freesia is beschreven hoe de toepassing van sturen op plantbelasting, assimilatenbalans en plantbalans doorwerkt in het begrijpen van de teelt, productie en energie-input. Dit blijkt voor elk gewas maatwerk en complex. Wel wordt de teeltwijze meer inzichtelijk. De grote lijn is het sturen op plantbelasting op basis van de hoeveelheid (zon)licht die het gewas de komende periode naar verwachting zal ontvangen en het aanpassen van de temperatuur op de behaalde lichtsom. In het eindrapport is een indeling voor sierteeltgewassen beschreven, waarbij per groep kort wordt ingegaan op wat toepassing van de definities en de aanpak van Het Nieuwe Telen voor elke gewasgroep betekent. Energiebesparing door meer met licht mee te telen Door de plantbelasting aan te passen aan de verwachte lichtsom tijdens de uitgroei van de snijbloem of potplant kan er bij sierteeltgewassen meer met het natuurlijk licht mee worden geteeld. Inzicht in de plantbelasting door inzicht in de sinkgrootte van het gewas is daarvoor belangrijk. Met een lagere plantbelasting in de winter kan in donkere periodes worden bespaard op warmte en elektriciteit door een lagere temperatuur en lagere lichtsom na te streven (energiebesparing). Op lichtere dagen kan de kastemperatuur (en daarmee sinksterkte) worden verhoogd om het zonlicht optimaal te benutten voor de aanmaak en verwerking van assimilaten. Dit kan met behulp van een vaste verhouding tussen de etmaaltemperatuur en lichtsom per dag (RTR). Op lichtrijke dagen kan door minder of geen assimilatiebelichting te gebruiken worden bespaard op elektriciteit en warmte. Bij veel siergewassen moet wel rekening worden gehouden met gewas specifieke minimum- en maximumtemperaturen per teeltfase en een snellere afvlakking van de RTR en lagere maximumtemperaturen bij siergewassen uit koele herkomstgebieden. Hulpmiddel bij implementatie van nieuwe energiebesparingsmaatregelen Daarnaast is het monitoren en bijsturen van de plantbalans een hulpmiddel om ongewenste veranderingen in de plantbalans snel te signaleren en snel bewust bij te kunnen sturen. Kennis van ‘indicatoren van onbalans’ om de plantbalans te monitoren en teeltmaatregelen om de plantbelasting, assimilatenbalans en plantbalans in de juiste richting bij te sturen, zorgt ervoor dat nieuwe teeltmaatregelen (zoals bijvoorbeeld het sturen op RTR of andere energiebesparende maatregelen), of andere teeltstrategieën sneller en succesvoller kunnen worden toegepast, omdat de teler weet hoe hij de plantbalans kan bijsturen in zijn gewenste richting. Het eindrapport is als bijlage toegevoegd.

Geplaatst op: 03-01-2023

Project ‘Sturen op stress’: mogelijkheden voor gebruikmaken van stressgeheugen

Auteur: Esther Meinen, Mark van Hoogdalem, Jelle Geurts en Anja Dieleman (WUR)

Het begrip ‘plantstress’ heeft in de glastuinbouw vaak een negatieve lading. Het is iets wat telers graag willen voorkomen. Feitelijk is het echter een neutraal begrip en de volgende definitie is opgesteld: Een ‘stressor’ is een prikkel (actie/verandering in groeiconditie, gebeurtenis) die de plant uit balans haalt. Stress is het proces van het uit balans raken van de plant/cel veroorzaakt door de stressor. De stressreactie bestaat uit de processen die in gang worden gezet in de plant om tot een nieuw evenwicht te komen en zich dus aan te passen aan de nieuwe situatie (acclimatie). Acclimatiecapaciteit Dat betekent dat plantstress een neutraal begrip is: een plant neemt een verandering waar die de balans verstoort en reageert hierop. Naast negatieve stress kan er ook nuttige stress zijn. Telers maken hier gebruik van en de term gewassturing die zij gebruiken is in feite een vorm van nuttige (gewenste) stress, zoals trossnoei, korte dag belichting geven bij chrysant voor bloei inductie, compactheid sturen met een lage temperatuur in de nacht, enz. Ook Het Nieuwe Telen (HNT) maakt gebruik van de acclimatiecapaciteit van het gewas door te sturen op assimilatenbalans. Daarbij wordt gestreefd naar een vaste verhouding tussen licht en temperatuur. Dat betekent dat klimaatcondities sterk kunnen wisselen, maar dat de assimilatenaanmaak (licht) en -verbruik (temperatuur) in balans blijven. Hier ligt een berekening aan ten grondslag, waarbij het de vraag is of dit altijd goed gaat en of dit het beste is voor het gewas. Als een plant uit balans is en weer in evenwicht moet worden gebracht, kan dit energie vragende klimaatacties vragen en dat moet worden voorkomen. Indicaties van stress Het monitoren of meten van plantbalans kan inzicht geven in de gewasstatus en kan HNT een stap verder brengen. De teler krijgt een hulpmiddel om te bepalen of de acties die zijn gedaan, leiden tot het gewenste resultaat (nuttige stress), of dat misschien grenzen worden overschreden (negatieve stress). Maar het monitoren van plantbalans roept tegelijkertijd ook veel vragen op. Want het is onduidelijk wat je dan moet meten, welke onderliggende plantprocessen relevant zijn en welke tijdconstanten en grenswaarden er gelden. Het monitoren van de assimilatenbalans in een gewas zou wel inzicht geven in normale etmaal patronen en afwijkingen hiervan kunnen een indicatie zijn van stress. Een eerste stap kan zijn de aanmaak van assimilaten te monitoren (suiker en zetmeel) en afwijkingen te constateren. Ook het meten van gehaltes van de Ca2+ en ROS (reactieve zuurstofverbindingen) en hormonen kan interessant zijn, omdat deze componenten toenemen/veranderen na het waarnemen van een stressor. Stressgeheugen Op de iets langere termijn kan het gebruikmaken van het stressgeheugen van planten (priming) ook mogelijkheden bieden voor telers om gewassen te telen die beter bestand zijn tegen negatieve stress. Hiermee wordt het mogelijk continu inzicht te krijgen in de status van het gewas en daarmee te komen tot een reductie in het gebruik van energie, zonder nadelige consequenties voor groei, productie en productkwaliteit.

Geplaatst op: 09-09-2022

Schaduwlicht voor schaduwplanten

Doel: Elektriciteitsbesparing door verdere implementatie van LED belichting in de (schaduw) potplanten. Hiertoe is aanvullende kennis nodig ter bevestiging en verdieping van de eerder behaalde resultaten. Met deze kennis kunnen telers een betere keuze maken voor het optimale spectrum. Projectbeschrijving: LED kan flink besparen op elektriciteit t.o.v. SON-T, maar de keuze van een goed LED spectrum is een belangrijke vraag bij ondernemers. Welke verhouding tussen alle belangrijke kleuren en de juiste rood / verrood (FR) in het spectrum van de LED belichting geeft het laagste energiegebruik, het beste economische resultaat, de beste plantenontwikkeling, en de minste bij-effecten op de essentiële biologie in de kas. Uit het voorgaande project is gebleken dat ook de bloemhoogte en bladhoogte (en daarmee de plantvorm) met potanthurium als voorbeeldgewas positief zijn te beïnvloeden door de R:FR verhouding te verlagen (deels rood vervangen door verrood). Ook zijn andere interessante resultaten gezien zoals iets grotere bloemen, kortere internodiën, minder bladvlekken bij langere dag, een hogere gemiddelde fotosynthese overdag, lagere respiratie in de nacht, een constantere en efficiëntere fotosynthese in de tijd, niet-afvlakkende licht response curves en een afgenomen gevoeligheid van huidmondjes voor uitdroging. De teeltduur was echter kort en de effecten vragen om verdieping in een langere teeltduur (36-40 weken)en ook bij een tweede ras. Dit zodat we beter in staat zijn om bij schaduwpotplanten te begrijpen hoe onderliggende processen op gebied van lichtbenutting in de fotosynthese hieraan bijdragen. En daarmee ook effecten kunnen vertalen naar andere schaduwplanten. De voorliggende proef heeft de volgende opzet: Een kasproef van een volledige teeltduur (36-40 weken) potanthurium wordt uitgevoerd in een pot-plantenafdeling ( ca. 140 m2). Er zijn 14 tafels die elk te gebruiken zijn voor één behandeling. Op elke tafel worden twee rassen gevoelig voor bloemsteelstrekking en voor bladvlekken geplaatst. De groei zal vergeleken worden bij in totaal 7 lichtbehandelingen. Meetplan en beoordeling plantreacties Het primair, eerder beoogde effect ligt op het beheersen van de lengte strekking van de bloem en bladstelen; dit zal dan ook regelmatig worden gemeten bij een groot aantal planten, daar de verschillen tussen planten groot zijn. Belangrijk is ook om te letten op de effecten op de groei, bloei en bladkwaliteit. De efficiëntie van de fotosynthese wordt in de tijd gemonitord inclusief lichtmetingen en lichtonderschepping. Ook wordt aan het eind van de proef het effect van daglengte bepaald. Aanvullend wordt door een student onderzoek gedaan naar de achtergronden van strekking en de interne klok. Vertaling resultaten naar andere gewassen Ter indicatie van de vertaalbaarheid van de bevindingen naar andere schaduw gewassen potplanten; worden er op de tafels met de potanthurium enkele planten van een ander schaduw gevoelig gewas geplaatst. Aan deze planten worden slechts visuele beoordelingen gedaan ondersteund met beperkte groei metingen. Projectnummer: E22006

Van 01-04-2022 tot 30-09-2023
Lopend

Belangrijke stappen bloeisturing gerbera met daglengte, lichtkleur en temperatuur

Auteur: Marius Bongers (Plant Lighting)

De derde proef bouwt voort op deze kennis. Het doel is om gerbera te telen onder lange dag, zonder dat de bloei van deze kortedagplant wordt verstoord. Meer bloemstelen De proef vindt plaats in klimaatkamers van Plant Lighting met de rassen Kimsey, Rich en later ook Suri. Met zonlichtsimulatoren wordt de winter in een kas nagebootst. Er kan worden gevarieerd in lichtspectrum, intensiteit, daglengte en temperatuur. Tijdens de eerste proefronde is getoetst of het mogelijk is de dag te verlengen met een andere lichtkleur. Vanuit de gedachte dat die andere lichtkleur door de plant niet wordt waargenomen als signaal om de bloei te remmen. Dit licht zorgt wel voor meer assimilatie. Als dit werkt kunnen er meer bloemtakken worden geproduceerd op een efficiëntere manier. Een lange dag leidde inderdaad tot productie van meer bloemstelen dan een korte dag bij beide rassen. Echter, omdat de lichtintensiteit gelijk was, was bij lange dag de lichtsom wel hoger. Kortedageigenschappen De tweede proefronde was erop gericht om de mechanismen te achterhalen achter de invloed van daglengte en lichtsom. Er is een proef aangelegd met verschillende niveaus van daglengte en lichtsommen en temperatuur. Hierdoor is het mogelijk om de afzonderlijke effecten en de interacties tussen deze omstandigheden te onderscheiden. Deze proef leverde verrassende resultaten op. Zo leidde een hogere temperatuur niet tot een hogere bloemtakproductie, maar wel een kortere uitgroeiduur en een lager bloemtakgewicht. Dat is gunstig in tijden van dure energie. Een hogere lichtsom wordt wel direct benut voor meer bloemtakproductie. Kimsey en Rich verschillen in hun reactie op daglengte. Kimsey produceert meer bloemtakken onder korte dag, terwijl Rich evenveel bloemtakken produceert. Dit zou betekenen dat Rich geen kortedageigenschappen heeft. Echter de botanische metingen laten zien dat Rich wel reageert op daglengte. Rich maakt onder lange dag groter en zwaarder blad. Dit zorgt ervoor dat er meer licht onderschept wordt. Daardoor heeft Rich meer assimilaten waarmee er uiteindelijk evenveel bloemtakken geproduceerd worden als onder korte dag. Gelijke lichtsom Op dit moment loopt een derde proefronde waarin de dag weer wordt verlengd met andere lichtkleuren, maar dit keer bij een gelijke lichtsom. De voorlopige resultaten zijn veelbelovend. Het project wordt uitgevoerd door Plant Lighting, de teelt wordt begeleid door Flori Consult Group en de proef wordt gefinancierd door het programma Kas als Energiebron, de gewascoöperatie Gerbera en Signify.

Geplaatst op: 17-03-2022

Onderzoek naar effect lichtspectrum en daglengte bij paprika

Auteur: Sander Hogewoning (Plant Lighting)

Op dit moment lopen er tegelijkertijd belichtingsproeven in de klimaatkamers van Plant Lighting en in een kas van Delphy Improvement Centre. Hoewel in eerdere kasproeven met de variëteit ‘Mavera’ de winterproductie ronduit goed was en de totale oogst met meer dan 40 kg/m 2 zeer redelijk, is de ideale jaarrondteelt nog niet gerealiseerd. Vooral met het toenemen van het daglicht vanaf januari viel op dat het gewas erg gedrongen bleef, en de bladkwaliteit, verdamping en fotosynthese achteruit gingen. Bij behoud van een goede bladkwaliteit zouden productie en vruchtgewicht moeten verbeteren. Invloed daglengte en lichtspectrum Voor een oplossing kan worden gedacht aan teelttechniek (waaronder belichting) en aan genetica. In de kas wordt nu met andere variëteiten dan voorgaande jaren geteeld. En in de klimaatkamers wordt onderzocht wat de invloed van daglengte en lichtspectrum is op de ontwikkeling van ‘Mavera’. Immers, in een onbelichte teelt treden de genoemde problemen niet op. Is gedurende de hele winter belichten met een onnatuurlijk lichtspectrum bij 18 uur daglengte de oorzaak? In de klimaatcellen worden vier verschillende lichtspectra bij twee daglengtes getoetst: maximaal 15 en 18 uur per dag. In alle behandelingen is een achtergrond van kunstmatig daglicht. De 15 uur behandeling heeft een 20% hogere lichtintensiteit belichting om voor de kortere daglengte te compenseren. Voldoende strekking De planten zijn 7 december 2020 geplant en de proef loopt door tot eind maart 2021. Opvallend zijn de grote effecten van lichtspectrum op de plantlengte. Er blijkt (meer dan) voldoende strekking te realiseren door te belichten met zowel LED RWB plus een hoge intensiteit verrood, als met een basis van wit plus een klein aandeel verrood. Verder lijkt zich een effect van daglengte af te tekenen, waarbij het gewas met de kortere daglengte een mooiere bladkwaliteit behoudt en meer verdampt. De gevolgen voor zetting en productie zullen binnenkort duidelijk worden. De proef wordt gefinancierd door het programma Kas als Energiebron en Signify in het kader van het project ‘Fundamentele kennisontwikkeling LED-belichting voor praktische toepassing in de kas’. Plant Lighting is hoofduitvoerder en Delphy Improvement Centre is projectpartner. Metazet FormFlex sponsort de teeltgoten, Enza de zaden en Plantise het uitgangsmateriaal.

Geplaatst op: 26-02-2021

Meten en sturen van plantbelasting in sierteeltgewassen

Doel De doelstelling is om het begrip plantbelasting voor sierteeltgewassen nader te onderzoeken, te beschrijven en meetbaar te maken, om vervolgens daarmee de potentie voor energiebesparing te kunnen bepalen. Door het kunnen meten van de plantbelasting kunnen telers het klimaat middels HNT beter sturen met minder energie. Projectbeschrijving HNT gaat uit van optimale assimilatie-, energie- en waterbalans van de plant. De assimilatenbalans is gericht op in balans houden van aanmaak en verbruik van assimilaten. Bij de aanmaak gaat het om de fotosynthese. De assimilatenvraag wordt bepaald door de sink-sterkte van de verschillende plantendelen/organen. De hypothese is dat de assimilatenvraag sterk wordt beïnvloed door de plantbelasting en een hoge plantbelasting in de sierteelt leidt tot een slechte kwaliteit, omdat er te weinig assimilaten beschikbaar zijn voor het aantal groeiende delen. Je zou dan in termen van HNT kunnen spreken over ‘niet in balans’. Bij het onderzoek naar Perfecte roos is naar voren gekomen dat het aantal takken per m2 de krachtigste stuurfactor is om de kwaliteit van de bloemtakken te beïnvloeden. Bij gerbera is er door de FloriConsult Group en telers al enkele jaren ervaring opgedaan met het monitoren van de plantbelasting. De sierteelt bestaat uit een groot scala van gewassen waarbij de aard en sturing van de sink-sterkte verschilt per gewas. Vraag rijst wat een goede definitie is voor het begrip plantbelasting bij sierteeltgewassen. Daarom wordt een deskstudie voorgesteld om het begrip plantbelasting voor sierteeltgewassen nader te onderzoeken, te beschrijven en meetbaar te maken, om vervolgens daarmee de potentie voor energiebesparing te kunnen bepalen. Het project wordt uitgevoerd als een deskstudie in combinatie met gesprekken met collega onderzoekers, sierteeltexperts, HNT cursusleiders en praktijkvertegenwoordigers met relevante kennis van de sierteelt en ervaring met werken met de begrippen plantbelasting en plantbalans. Werkpakket 1: Deskstudie In dit werkpakket wordt bepaald wat een goede definitie van plantbelasting bij sierteeltgewassen is en hoe het meten van plantbelasting kan bijdragen aan bredere toepassing van HNT en energiebesparing in de sierteelt? De sierteelt bestaat uit een groot scala aan snijbloem- en potplantgewassen en teeltwijzen. Gewassen zullen worden ingedeeld in groepen op basis van gewaseigenschappen, sturingsmogelijkheden en voor zover relevant randvoorwaarden voor het meten en sturen op plantbelasting. Werkpakket 2: Gesprekken met externe sierteeltexperts, HNT cursusleiders en/of vertegenwoordigers uit de praktijk Werkpakket 3: Synthese Op basis van de informatie uit WP1 en WP2 wordt een overzicht gemaakt van definitie(s) en sturingsmogelijkheden van plantbelasting bij verschillende groepen van sierteeltgewassen. Op basis hiervan wordt op structurele wijze beredeneerd welke mogelijkheden van energiebesparing in de sierteelt dit kan opleveren en welke beperkingen en/of knelpunten daarbij op kunnen treden/van belang zijn. Uiteindelijk resulteert dit in concrete inzichten hoe het meten en sturen van plantbelasting kan bijdragen aan bredere toepassing van HNT. Projectnummer: 20162

Van 01-09-2020 tot 31-05-2021
Afgerond

Winterlichtkas komkommer onder LED

Doel: Demonstratie van een duurzaam teeltconcept van komkommer onder LED belichting met nadruk op de juiste teeltstrategie / hoe te telen met LED belichting. De opgedane kennis t.a.v. teeltstrategie (o.a. sturing klimaat, water- en nutrientengift) kan door telers opgepakt worden. Toelichting: Dit jaar is volledig LED belichting toegepast in de Winterlichtkas (kasconcept met 10% meer zonlicht in de winter). Het gebruikte spectrum (Blauw 5%, Groen 9%, Rood 75% en VR 11%) liet vanaf november sommige planten een wat vreemde verschijnselen zien in de vorm van: erg veel guttatie, gedrongen groei, neiging naar broeikoppen, erg veel nagroei van kleine vruchtjes en scheuten uit ‘schone’ bladoksels. De kwaliteit van kom-kommers is prima en de productie acceptabel maar kan en moet beter. Kortom het gaat niet slecht maar we zijn er duidelijk nog niet. Discussie gaat daarbij over of er voldoen-de gewasactiviteit is, of het juiste spectrum wel toegepast wordt en er door het gemis aan warmtestraling anders geteeld moet worden. In dit vervolgonderzoek is dan aan-dacht voor spectrum, nutriëntenopname met name in de kop onder LED en verdamping. Aanpak: WP1 licht en spectrum analyse Door alle kennis vanuit het onderzoek en praktijk te verzamelen en analyseren moet besloten worden of aanpassing in spectrum (gedeeltelijk) noodzakelijk is. WP 2 Gewas- en energieperformance In september 2020 wordt een belichte teelt van komkommer gestart in de winterlicht-kas. Deze teelt zal tot april lopen. Het ras wordt gekozen in overleg met de BCO waar-bij 2 rassen de voorkeur hebben. In de proef worden twee teeltstrategieën beproefd in plantdichtheid en/of variaties in plantbelasting. Mogelijk dat afhankelijk van het resul-taat in WP1 er nog een (gedeeltelijke) spectra aanpassing zal plaatsvinden. In deze teelt worden de volgende vragen beantwoord: Wat is de gewasperformance in de belichte teelt? Er wordt gekeken naar groei, ontwikkeling, continuïteit in productie, opbrengst en vruchtkwaliteit tijdens de teelt. Zijn er effecten op ziektes, plagen en de inzet van biologische bestrijders? Monitoring gewasperformance : De teelt wordt nauwkeurig gemonitord via wekelijkse gewaswaarnemingen van plant-leng-te, bladvorming, aantallen en kilo’s geoogste vruchten in de verschillende teelt-strategieën en periodieke bepalingen van bladoppervlakte, uitgroeiduur en droge stof percentage van de vruchten en bladeren. Eventuele afwijkingen in bladvorm, plantop-bouw (bv. broeikop-pen) en fysiogene afwijkingen aan plant of vruchten worden geregi-streerd. Verder wordt periodiek de lichtonderschepping gemeten. Wekelijks wordt een monster genomen van de voedingsoplossing in de mat (per ras) en 3 wekelijks wordt een bladanalyse gemaakt om de samenstelling aan nutriënten in het blad te bepalen. Monitoringkasklimaat en energieperformance: : Het kasklimaat en energiegebruik wordt nauwkeurig gemonitord. Er is een netto stra-lingsmeting om behulpzaam te zijn bij het opstellen van de energiebalans van het ge-was. Met een weeggoot zal de momentane verdamping worden gemeten. Op gezette tijden wordt ook informatie van de gewastemperatuur met een thermografische camera ver-zameld. Daarnaast zal opgezette tijden met behulp van spat en of fotosynthesecapaci-teit, spectrale metingen en gewastemperatuur beter inzicht in de verdampingscapaci-teit in de diverse bladlagen bepaald worden. Projectnummer: 20152

Van 01-09-2020 tot 30-09-2021
Lopend

Alstroemeria lichtcriteria 2e jaars gewas

Doel: Het vinden van het optimale spectrum voor LED belichting in de alstroemeriateelt, met de hoogst mogelijke producties en behoud / verbetering bladkwaliteit. Toelichting: In een kort en kleinschalig onderzoek zijn eerder 7 spectra met twee Alstroemeria rassen getest. De resultaten (1 ras) hebben laten zien dat de spectrale samenstelling van het licht tot grote verschillen leidt in: a) gewasmorfologie; b) bladkwaliteit (voor de huidige keuze het prevalerend argument) en c) een sterk onverwacht effect van 2 lichtspectra op de productie: het witte licht (hoog aandeel groen) gaf 35% minder productie dan het gemiddelde van de andere 5 spectra; het witte licht met relatief veel verrood gaf 60% meer productie dan het gemiddelde. Van ras 2 in de proef kwamen maar enkele bloemen tot ontwikkeling binnen de duur van de proef; dit waren wel de takken uit de behande-ling wit met verrood. Dit geeft sterke aanwijzingen dat de generativiteit bij Alstroeme-ria door verrood licht wordt beïnvloed. Er is één spectrum uit de 7 geteste spectra gekozen, op basis van argumenten die voorbij gaan aan de mogelijke invloed op productie van verrood/ gebrek aan verrood. De korte proef in omstandigheden die niet praktijkconform waren (geen bodemkoeling toe-gepast) gaf veel informatie, maar riep ook vragen op. Het voorgestelde onderzoek is nodig voor het onder praktijkconforme omstandigheden (met bodemkoeling, een grotere afstand tussen de lampen en de planten, en een langere teeltduur) testen van vier spectra en de invloeden op productie en kwaliteit goed met vier rassen onderzoeken. De kennis is nodig om de toepassing van LED belichting te bevorderen. LED belichting is (afhankelijke van het toegepaste spectrum) tot ca. 45% energiezuiniger t.o.v. SON-T. Aanpak: De proefopzet is als volgt: Er zal een praktijkconforme substraatteelt in bakken voor Alstroemeria (d.w.z. met bo-demkoeling) ingericht worden in twee 144 m2 kassen. Elke kas wordt met behulp van een lichtdicht doek in twee subafdelingen gesplitst. Per kasdeel wordt een spectrum toegepast met een hoge lichtintensiteit (ca. 185- 200 μmol PAR), waarbij twee spectra met en twee zonder verrood licht toevoeging toegepast worden. Per kasdeel zullen 4 rassen worden gebruikt. Uitgebreide metingen aan plant en klimaat zullen worden gedaan evenals metingen een beoordeling aan de vestiging van natuurlijke vijanden onder de verschillende lichtspectra. Dit is een verlenging op de huidige teelt. De leden van de BCO zijn enthousiast over de voortgang, en willen graag de indrukken uit een eerste teeltjaar bevestigd zien worden met een tweede teeltjaar. Met name omdat de lichtspectra effect kunnen hebben op opslag en verdeling van assimilaten voor langere termijn. De argumentatie is daarnaast dat het een meerjarig gewas is, waarbij het eerste jaar een aanloop jaar is en het gewas wat anders reageert. Het is tot nu toe ook een extreem zachte winter geweest, waardoor bladproblemen, die mogelijk door de verschillende spectra versterkt zouden kunnen worden, niet voldoende tot uiting zijn gekomen. Belangrijk is daarnaast om meer te weten te komen over de oorzaken van de verschillen. Hiervoor zullen aanvullende fotosynthese metingen worden verricht. Uit voortschrijdend inzicht kan het zijn dat voor het belichtingsseizoen een of meer spectra vervangen worden, als uit de resultaten blijkt dat er een spectrum is dat absoluut niet levensvatbaar is. Projectnummer: 20153

Van 01-07-2020 tot 30-11-2021
Afgerond