Zoeken

Resultaat 1 tot 10 van 56.

Geforceerde luchtbeweging, hoe goed werkt het?

Auteur: Jaco den Bakker

Er zijn veel systemen op de markt om de lucht in beweging te krijgen: van eenvoudige systemen met ventilatoren (zowel verticaal als horizontaal) tot geavanceerde systemen met actieve ontvochtiging (stand alone luchtbehandelingskasten en centrale systemen met slurven). Geen enkel bedrijf is hetzelfde en de aangeschafte systemen werken soms net even anders dan verwacht. Dit roept bij telers veel vragen en onzekerheden op. Vandaar dat in opdracht van Kas als Energiebron door Wageningen UR Glastuinbouw een onderzoek wordt uitgevoerd bestaande uit een inventarisatie en metingen op locaties om de uitwerking op het klimaat van de verschillende systemen. Hiervoor zijn we op zoek naar bedrijven waar een systeem is geïnstalleerd waarmee de teler zijn klimaat hoopt te verbeteren (homogener te maken). In het onderzoek willen we het effect van deze systemen bepalen. Daartoe willen we het klimaat bepalen op het moment dat het systeem wordt ingezet (aanstaat) en niet wordt gebruikt. Daarmee bepalen we het effect van deze systemen. Aangezien deze systemen energie (elektra) verbruiken is het goed te bepalen of ze ook nut hebben. Daarnaast willen we kijken welk systeem het meest effectief is in het verbeteren van het klimaat. Vragen of je systeem testen Zit jij ook met vragen en wil jij je systeem en de invloed daarvan op het klimaat laten testen? Voor meer informatie kunt je bellen met Jaco den Bakker, tel. 0681973957 of via mail jaco.denbakker@wur.nl . Direct aanmelden kan ook. Jaco den Bakker en Jouke Campen

Geplaatst op: 11-02-2025

Terugwinnen latente warmte is onderdeel van vraagstuk rond vochtbeheersing

Auteur: Jan van Staalduinen

Voor gewasgroei is verdamping noodzakelijk, maar verdamping resulteert niet automatisch in groei. Te hoge vochtniveaus kunnen uiteenlopende problemen veroorzaken, zoals condensatie op gewasdelen en een grotere kans op schimmelinfecties, fysiologische problemen zoals guttatie, broeikoppen of glazigheid en een verstoorde opname of verdeling van nutriënten door de plant. “Een goede vochtbeheersing in samenhang met overige groei- en klimaatfactoren is essentieel voor goede teelt- en bedrijfsresultaten”, vat Raaphorst de opdracht van telers samen. “Vanuit energetisch oogpunt wil je het teveel aan verdampingsvocht in de kaslucht zo efficiënt mogelijk afvoeren, dus zonder al te veel verlies of input van energie.” Zes niveaus De onderzoekers onderscheiden zes niveaus van vochtbeheersing: Het aanhouden van een minimum buistemperatuur en afluchten op basis van kastemperatuur; Luchten/schermkieren in combinatie met stoken; Actief inblazen van droge lucht in combinatie met stoken; Ontvochtigen met directe warmteterugwinning en –aanwending in de kas; Ontvochtigen met dagopslag van de geoogste warmte; Ontvochtigen met seizoensopslag van de geoogste warmte in aquifers. (1) Minimumbuis en luchten De eenvoudigste en tegelijkertijd minst energiezuinige strategie om vocht af te voeren, is het aanhouden van een minimum buistemperatuur (van bijvoorbeeld 40°C) en het openen van de luchtramen (op basis van kastemperatuur), zodat er uitwisseling plaatsvindt tussen vochtige kaslucht en relatief droge, koude omgevingslucht. “Deze methode werkt eenvoudig, kan in principe plaatsvinden zonder monitoring van RV of VPD en maakt het mogelijk om WKK-warmte te benutten wanneer deze draait voor stroomlevering aan het net”, aldus Raaphorst. “De nadelen zijn dat er veel warmte en CO2 verloren gaat en dat er geen nauwkeurige sturing plaatsvindt. Dat is niet meer van deze tijd.” (2) Kieren en luchten Een variant op de vorige strategie is vochtafvoer via schermkieren en geopende luchtramen in combinatie met stoken, al dan niet met een minimumbuis. Vanwege het scherm gaat er iets minder warmte verloren en is deze strategie qua regeling iets nauwkeuriger. Nadelen zijn de afhankelijkheid van de wind (snelheid en richting), de bekende kouval via de kieren en de daaruit voortvloeiende horizontale temperatuurverschillen in de kas. “Energetisch en voor het klimaat is deze strategie verre van optimaal, maar je kunt het vochtniveau er wel effectief mee verlagen”, becommentarieert de onderzoeker. “Als je kijkt naar de mogelijkheden die er al meerdere jaren zijn om het anders en beter te doen, zou je verwachten dat ook deze methode heeft afgedaan. Desondanks zijn er nog veel bedrijven die op deze manier werken.” (3) Actief inblazen droge lucht Wat mede dankzij de opkomst van Het Nieuwe Telen (intensief schermen!) veel terrein heeft gewonnen, is ontvochtigen door droge lucht van boven het gesloten scherm (met behulp van schermventilatoren) of buitenlucht (via luchtbehandelingskasten en slurven) in de kas te brengen. Door menging hiervan met de kaslucht wordt het vochtgehalte verlaagd. Vochtige lucht kan voorts door en langs de schermen (en via kieren) ontsnappen, waarbij condensatie kan optreden op het scherm en op het dek. Er is ook uitwisseling van lucht boven het (gesloten) scherm mogelijk via geopende luchtramen. Het actief inblazen van droge lucht is nauwkeuriger te sturen en energetisch gunstiger dan de drie vorige opties en het vochtniveau, terwijl de klimaatverschillen in de kas (mits juist toegepast) kleiner zijn. Daar staan wel wat investeringen tegenover, die afhankelijk van het gekozen systeem variëren van 3 tot 11 euro per m2. De systemen verbruiken ook energie, zodat ze niet meer dan nodig actief moeten zijn. (4) Hoeveelheid en plaatsbepaling Voor de juiste systeemkeuze en dimensionering is het relevant om te weten op welke momenten er hoeveel vocht moet worden afgevoerd. Zonder in te gaan op specifieke teelten, gaven de onderzoekers aan dat het ’s nachts in onbelichte teelten meestal gaat om 10 tot 30 gram water per m2 per uur. In belichte teelten kan dat wel 70 tot 100 g/m2/uur zijn. Zonder actieve ontvochtiging is het niet altijd mogelijk om dat via de normale schermkieren en condensatie tegen het kasdek en raamopeningen af te voeren. Deze passieve vochtafvoer is vooral hoog tijdens koude, winderige dagen en nachten. Raaphorst: “De plaats waar de lucht wordt ingebracht en het al dan niet openen van de luchtramen hebben ook invloed op de schermtemperatuur en daarmee op de uitstraling en het warmteverlies van de kas. Houd daar dus rekening mee als je die keuze hebt. In situaties waarin je slurven zowel onder als boven het gewas kunt positioneren, dien je een afweging te maken. Slurven bovenin kosten 1 tot 2% licht, maar kunnen gunstig zijn voor de luchtcirculatie en de energiebalans in de kas. Bovendien ontvochtig je dan op de plek waar de jonge bladeren zitten. Die moeten nog groeien en hebben daar voldoende nutriënten (dus verdamping) voor nodig. Bij het Improvement Centre lopen sinds vorig jaar teeltproeven met slurven boven een paprika- en een tomatengewas. Of dat per saldo gunstiger is dan slurven onder de teeltgoten, moet nog uitkristalliseren.” (5) Warmteterugwinning zonder opslag Er zijn de afgelopen jaren veel systemen geïntroduceerd die mechanische ontvochtiging combineren met warmtewinning. Aangezogen vochtige kaslucht wordt hiervoor langs een koelblok geleid, waarbij het vocht condenseert en de daarin aanwezige latente warmte vrijkomt. Hiermee kan de koele, gedroogde lucht worden opgewarmd voordat deze wordt teruggevoerd naar de kas. “Er zijn veel variaties op dit thema bedacht, zowel voordelige, basale systemen als meer geavanceerde, doorgaans duurdere systemen”, zegt de onderzoeker. “Systemen voor ontvochtiging met behulp van hygroscopisch zout – die vooral interessant kunnen zijn voor relatief koude teelten – scharen wij ook onder deze noemer.” Mechanische luchtdroging met warmtewinning verlaagt de benodigde warmte-input. Een beperking is dat de teruggewonnen warmte op momenten met een structureel warmte-overschot alsnog via de luchtramen moet worden afgevoerd. (6) Warmtewinning met dag- en seizoensopslag Last but not least zijn er systemen waarin de geoogste latente warmte uit vochtige kaslucht wordt overgedragen op water dat voor korte of langere tijd kan worden opgeslagen. Omdat het om laagwaardige warmte gaat, is opslag voor korte tijd gebruikelijk. Overdag geoogste warmte kan dan bijvoorbeeld ‘s nachts worden aangewend voor verwarming de kas. Deze systemen kunnen de warmtevraag sterk reduceren, beperken het CO2-verlies, maar vergen ook hogere investeringen. Dat laatste geldt in het bijzonder voor de seizoensopslag van teruggewonnen warmte in aquifers. Deze optie vergt ook een hoger energieverbruik voor warmtepompen, die de watertemperatuur voor gebruik moeten opwaarderen. Daar staat tegenover dat seizoensopslag mogelijkheden biedt om de koude bron in de zomer aan te wenden voor het koelen van de kas. Hierdoor hoef je minder warmte via de luchtramen af te voeren en gaat er minder CO2 verloren. Seizoensopslag maakt bovendien een grotere besparing op gasverbruik mogelijk, waardoor de stap naar een volledig fossielvrije teelt wordt verkleind. Brede afweging nodig De presentatie van beide onderzoekers was doorspekt met rekenvoorbeelden, die teveel uitleg vergen om op deze plaats te bespreken. Raaphorst adviseert telers die hun vochtbeheersing naar een hoger plan willen tillen en daarbij ook warmtewinning te overwegen om zich breed te oriënteren. “Het besparingspotentieel, de benodigde investeringen en de terugverdientijd zijn sterk afhankelijk van de complexiteit van het systeem en van de prijsontwikkelingen op de energiemarkt”, zegt hij tot besluit. “Het lijkt ons zinvol om investeringsbeslissingen niet alleen af te laten hangen van wat er bespaard kan worden op energiekosten, maar ook goed te kijken naar hun plussen en minnen in relatie tot andere factoren, zoals de homogeniteit van klimaat, kwaliteitswinst, ziektepreventie en eventuele productiestijgingen.”

Geplaatst op: 22-08-2023

Luchtbeweging is essentieel: horizontaal of verticaal?

Auteur: Jan Voogt

Vanouds deden we dat door inzet van een minimum buis, maar door onderzoek en praktijkervaring is inmiddels wel duidelijk dat ventilatoren veel effectiever en energiezuiniger zijn. En dan rijst altijd weer de vraag: wat is beter, horizontaal of verticaal? Horizontaal Veruit de meeste kassen zijn (nog) uitgerust met horizontale ventilatoren. De achterliggende gedachte was dat hiermee horizontale temperatuurverschillen worden opgeheven. Dat klinkt erg logisch, maar in de praktijk blijkt dat slechts zelden het geval. Uit rookproeven komt naar voren dat natuurlijke luchtstromingen, die temperatuurverschillen in de kas veroorzaken, meestal vele malen sterker zijn dan die van de ventilatoren. En bovendien blazen de ventilatoren altijd dezelfde kant uit, terwijl die natuurlijke luchtstromingen wisselend van alle kanten kunnen komen. Als je dan bovendien kunt uitrekenen dat bij de gangbare installaties het totale luchtvolume circa één keer per uur ‘door elkaar wordt geroerd’, dan mag je daar geen wonderen van verwachten. Dat is alsof je met een theelepeltje in een grote pan soep roert. Al vele jaren geleden is dat bevestigd door onderzoek met metingen en thermografische beelden (uitgevoerd door Westland Energie), maar vreemd genoeg is het heersende geloof in horizontaal recirculeren daardoor nauwelijks aan het wankelen gebracht. Verticaal In HNT-onderzoek is lang geleden de conclusie getrokken dat horizontale temperatuurverschillen niet efficiënt kunnen worden vereffend door ventilatoren, maar dat ze moeten worden voorkomen door het nemen van andere maatregelen, zoals een goed kasontwerp, gevelisolatie, tweezijdig luchten en het vermijden van schermkieren. Echter, tegelijk is gebleken dat ventilatoren wel een zeer belangrijke functie kunnen vervullen, namelijk het creëren van luchtbeweging tussen het gewas. Maar dan ligt het opeens veel meer voor de hand om niet horizontaal, maar juist verticaal te werken: Vocht moet worden getransporteerd naar het kasdek om het af te voeren door condensatie of ventilatie. Verticaal transport is dan veruit de kortste weg. Dit lijkt trouwens het meeste op de werking van de minimumbuis die immers ook door opstijgende warme lucht een verticale beweging veroorzaakt. Lucht die horizontaal wordt geblazen, wordt onderweg steeds vochtiger en eindigt bij de gevel. Waar blijft dat vocht dan? Lucht die horizontaal langs een kouder schermdoek wordt geblazen koelt af, wordt zwaarder en veroorzaakt koude plekken in het gewas. In geval van belichting wordt door verticale luchtbeweging de warmte van lampen effectief en egaal naar het gewas gebracht. Uit rookproeven blijkt dat in hoog opgaande gewassen vertikale luchtbeweging veel egaler verdeeld is dan in horizontale, omdat horizontale stromingen door het bladpakket worden afgeremd en dus niet ver doordringen. Feiten en gevoel Zoals bij meer onderdelen van Het Nieuwe Telen is er echter spanning tussen feiten en gevoel. Want ondanks de logica en aantoonbare voordelen van verticale luchtbeweging is er nog steeds een aanzienlijke groep tuinders en ook adviseurs en leveranciers die ‘meer gevoel hebben’ met de vertrouwde horizontale ventilatoren en ‘niets hebben’ met verticale luchtbeweging. Zelf heb ik inmiddels geleerd dat het weinig zin heeft om hierover verder in discussie te gaan. Natuurkundige wetmatigheden lenen zich nu eenmaal niet voor discussie en gevoel en feiten hebben een verschillende dimensie. Gelukkig zijn er steeds meer tuinders die wel open staan voor nieuwe inzichten en over hun oude gewoontes en gevoel durven heenstappen. Laatst hadden we in de cursusgroep een plantenkweker, die bevestigend verklaarde: “Bij ons zijn heel wat teeltproblemen verdwenen sinds we verticale ventilatoren hebben, wij zouden nooit meer zonder willen”. Meer informatie Natuurlijk zijn verticale ventilatoren geen ‘Haarlemmerolie’ waarmee alle problemen vanzelf worden opgelost. Het voorkomen van vochtproblemen bijvoorbeeld, vergt een geïntegreerde aanpak, waarbij de juiste aansturing van de gehele kasinstallatie in combinatie met de vochtbalans van de kas en het verticale temperatuurprofiel essentieel zijn, met name onder LED-belichting. Voor meer achtergrondinformatie over het nut van luchtbeweging zie het boek ‘ Plant Empowerment, de basisprincipes ’.

Geplaatst op: 22-05-2023

Ontvochtiging bij laag-temperatuur gewassen

Doel: Een richtinggevend beeld geven van de mogelijk- en onmogelijkheden voor efficiënte energiezuinige ontvochtiging bij lage teelttemperaturen. Telers kunnen met deze kennis beter bepalen wat de mogelijkheden zijn voor ontvochtigingssystemen. Projectbeschrijving: Voor kasgewassen die bij lage temperatuur geteeld worden is de transitie naar een klimaatneutrale teeltmethode moeilijker dan voor de grote intensief geteelde gewassen. De lage teelttemperatuur leidt tot een relatief laag energieverbruik en dus ook relatief lage energiekosten. De investeringsruimte die door de besparing op energiekosten wordt verkregen is daarmee klein. Toch zullen ook teelten zoals Aardbei, Sla, Freesia, Anjer, Primula en Radijs in de komende jaren fossielvrij geteeld moeten kunnen worden. Kernproblematiek hierbij is de ontvochtigingsbehoefte. Enerzijds omdat de ontvochtiging bij koude teelten al gauw verantwoordelijk is voor de helft van de totale energiebehoefte en anderzijds omdat bekende technieken zoals ontvochtiging met latente warmteterugwinning bij lage temperaturen slechts een zeer beperkte capaciteit kunnen leveren. Bij intensieve teelten zoals in de belichte sier- en groententeelt lijkt de benutting van de latente warmte die bij de ontvochtiging kan worden verzameld een belangrijke sleutel tot de oplossing richting fossielvrij. De eerste ervaringen laten echter zien dat dit principe niet bruikbaar is voor de energie-extensieve teelten. Bij lage temperaturen moet er veel moeite en energie worden gestoken om slechts een kleine ontvochtiging te realiseren. In voorgestelde bureau-studie wordt de problematiek geanalyseerd en worden alternatieve oplossingsrichtingen beschreven. Het onderzoek heeft de volgende werkpakketten: Werkpakket 1: inventarisatie systemen Er wordt een inventarisatie gemaakt van bekende maar ook minder bekende ontvochtigingsystemen van binnen en buiten de glastuinbouw. Bij de bekende systemen gaat het om Drygair, Vifra, EcoClimate converter en luchtbehandelingskasten met lucht/lucht en lucht/water warmtewisselaars. Voor minder bekende systemen van buiten de glastuinbouw wordt gekeken naar de mogelijkheden van systemen op basis van membraan-technologie. Werkgebieden, kosten (installatie en gebruik) en toepasbaarheid in de glastuinbouw worden geïnventariseerd Zijn de systemen eenvoudig in een totaalconcept klimaatbeheersing te implementeren? Hoewel het project vooral de vochtbeheersingproblematiek aanpakt, zou één robuuste installatie die zowel voor ontvochtiging als voor de verzameling van duurzame warmte gebruikt kan worden grote voordelen kunnen bieden. Werkpakket 2: Model-aanpassing Daar waar systemen geïnventariseerd in WP 1 nog niet beschikbaar zijn in de dynamische simulatieomgeving worden deze geïmplementeerd De teelten zoals beschreven worden nauwkeurig in de modelomgeving ingepast Werkpakket 3: Berekeningen Voor 3 teelten (aardbei, freesia en radijs) wordt de vochtproblematiek en de in de praktijk gemaakte keuzes in vochtsetpoints en regelmaatregelen om deze te beheersen geïnventariseerd. Waarom doet men het zoals men het nu doet? Waar liggen grenzen en waarom liggen die grenzen daar nu? Hiermee worden de effecten van verschillende gewasstructuren, luchtbeweging en ziekten een plagen en daarmee de keuzes die ondernemers maken in de regeling duidelijk. Het spanningsveld tussen verhogen van de isolatiegraad en ontvochtigings behoefte in deze teelten wordt in kaart gebracht. Effectiviteit van de verschillende ontvochtigingsystemen en gevolgen op het klimaat en energiegebruik worden berekend. Werkpakket 4: Economische analyse Investeringsbehoefte van de verschillende systemen, implementatiekosten in de kas en gebruikskosten worden in kaart gebracht. Projectnummer: E22003

Van 01-05-2022 tot 31-12-2022
Lopend

Investeringen maken chrysantenteelt zonder gas technisch mogelijk

Auteur: Marcel Raaphorst (WUR)

De volgende doelstellingen vormden de basis van de negen teeltrondes: Een warmtegebruik van maximaal 15 m3/(m2.jaar) aan aardgasequivalenten (ae); Deze warmte dient volledig te worden onttrokken uit warmteoogst (koeling) en de elektriciteit voor de warmtepomp; Een CO2-gebruik van 25 kg/(m2.jaar); Een elektriciteitsgebruik voor belichting van 121 kWh/(m2.jaar); 5% meer productie ten opzichte van de praktijk. Kwaliteit takken steeds beter De belangrijkste middelen om deze doelstelling te bereiken zijn hybride belichting, diffuus glas met twee AR-coatings, een extra energiedoek, luchtbehandelingskasten, een warmtepomp en bronpompen. De teelten zijn uitgevoerd onder de naam ‘De Perfecte Chrysant’ (DPC). De gerealiseerde gebruiken van warmte blijken lager te zijn dan de doelstelling. De hoeveelheid geoogste warmte (koeling) is juist veel hoger en de belichting is in de loop van het project steeds vaker ingezet. Verneveling heeft de hoeveelheid warmteoogst verhoogd. De 5% hogere productie is slechts bij drie van de negen teelten gelukt en na aanvankelijke kritiek is de kwaliteit van de takken in de loop van het project steeds beter beoordeeld. Geconcludeerd wordt dat het technisch mogelijk is om met een investering in luchtbehandelingskasten, warmtepomp en bronpompen, een extra scherm en hybride belichting chrysanten te telen zonder gas (behalve voor het stomen).

Geplaatst op: 07-08-2020

Perfecte chrysant nog niet perfect

Auteur: Marcel Raaphorst (Wageningen University & Research, Business Unit Glastuinbouw)

Te veel actieve ontvochtiging Voor de achtste teelt met De Perfecte Chrysant bleef de belangrijkste resterende doelstelling: Daadwerkelijk een perfecte chrysant telen, zonder te veel concessies te doen aan het energiegebruik. Een van de te toetsen vraagstellingen was: wordt de bloemvorm verbeterd door al vanaf de start van de kortedag-periode een lage RV van 88% hanteren? Doordat onder het verduisteringsscherm de kasluchttemperatuur snel omlaag is gebracht, bleek bij hoge buitentemperaturen dat de schermventilatoren ontoereikend waren om die lage RV te realiseren. Voor voldoende ontvochtiging tijdens de hele nacht moesten ook schermkieren en bovenbuizen worden ingezet. Omdat het gewas vrij schraal werd van deze acties is besloten om tijdelijk rustiger de nacht in te gaan door minder agressief te koelen en pas na 24:00 uur de schermventilatoren in te zetten. Ongeacht de eventuele positieve gevolgen voor de bloemkwaliteit, werd toen al door de BCO geconcludeerd dat te veel actieve ontvochtiging tijdens de eerste weken van de kortedag-periode onwenselijk is omdat het de groei kan beperken. Nog niet perfect Na vervolgens flink te beregenen (in totaal 281 mm) herstelde de groei en werd zelfs een LBE behaald van 7g versgewicht per mol PAR. Hierbij is de belichting vaker ingezet dan wat in de praktijk gebruikelijk is, wat 24 kWh/m 2 aan elektriciteit heeft gekost. Het uiteindelijke warmtegebruik werd slechts 1,5 m 3 /m 2 aan aardgasequivalenten over 10 weken. Dit is minder dan bij de referentiebedrijven en precies evenveel als wat door de luchtbehandelingskasten aan warmte is geoogst. Op 25 oktober is geoogst en de bloemkwaliteit werd door de BCO als redelijk beoordeeld. We gaan dus vooruit, maar redelijk is nog niet Perfect. Dit onderzoek wordt gefinancierd door Kas als Energiebron en chrysantenkwekers dragen via Chrysant NL/ChrIP ca. 20% van de onderzoekskosten bij. Kas als Energiebron is het innovatie- en actieprogramma van LTO Glaskracht Nederland en het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Meerdere toeleveranciers en veredelaars dragen daarnaast ook bij, met name in natura. Lees meer over dit project via onderstaande link.

Geplaatst op: 30-10-2018

6e teelt De Perfecte Chrysant; koeling en verneveling

Auteur: Marcel Raaphorst (Wageningen University & Research)

Het koelvermogen is gehalveerd door het uitschakelen van twee luchtbehandelingskasten en het verlagen van de ventilatorstand. Dit had als reden dat vorig jaar met de koeling twee keer zo veel warmte was geoogst dan nodig om de kas jaarrond te kunnen verwarmen. Tijdens de eerste weken van de teelt hebben de ventilatoren helemaal niet gedraaid om de jonge planten rustig op te laten komen. Verneveling is toegepast om de luchtvochtigheid op peil te houden. Het schaduwdoek is verwijderd om meer licht in de kas toe te laten. De belichting heeft alleen met de LED-lampen plaatsgevonden. Tijdens de LD-periode is minder belicht dan in de praktijk en tijdens de KD-periode is meer belicht dan in de praktijk. Dit heeft als reden dat het gewas tussen week 3 en 7 de hoogste lichtbenuttingsefficientie (LBE) heeft. De nachtlengte is verkort om het gewas vegetatiever te krijgen. Ondanks de verlaging van het koelvermogen en de ventilatorstand is toch meer warmte geoogst dan gepland. In deze teelt is namelijk al 5 m 3 /m 2 aan warmte geoogst. Dit heeft te maken met het vernevelen. Door de verneveling wordt continu een hoge luchtvochtigheid gerealiseerd, waardoor deze lucht meer latente warmte bevat en de warmte-oogst efficiënter verloopt. Geconcludeerd kan worden dat met verneveling het geïnstalleerde koelvermogen nog lager mag zijn om op jaarbasis voldoende warmte te oogsten in een klimaatneutrale chrysantenteelt. De vegetatieve acties (minder ventilatorvermogen en kortere nachten) hebben geleid tot groter blad en meer scheuten, al werd het gewas nog steeds generatiever beoordeeld dan in de praktijk. Vermoed wordt dat dit heeft te maken met de lage nachttemperatuur, maar dit moet nog worden uitgezocht. Door iedere twee weken een tussenmeting uit te voeren naar de gewasgroei, is gebleken dat het verloop van de lichtbenuttingsefficientie (LBE) nauwelijks lager is dan tijdens de winterteelt. Dat is opvallend, omdat de LBE bij lichtrijke omstandigheden over het algemeen lager is dan bij weinig licht. Mogelijk ligt dit aan de CO 2­­ -concentratie, die dankzij de koeling zelden op een laag niveau heeft gelegen. Er zijn dus veel ideeën naar voren gekomen die we in de volgende teelten willen gaan toetsen. Dit onderzoek wordt gefinancierd door Kas als Energiebron en chrysantenkwekers dragen via Chrysant NL/ChrIP ca. 10% van de onderzoekskosten bij. Kas als Energiebron is het innovatie- en actieprogramma van LTO Glaskracht Nederland en het ministerie van Economische Zaken. Meerdere toeleveranciers en veredelaars dragen daarnaast ook bij, met name in natura.

Geplaatst op: 30-05-2018

De perfecte klimaatneutrale chrysant

Energie is voor de chrysantenteelt de laatste jaren als kostenpost toegenomen. Dit door een dalende sparkspread doordat de behoefte aan een hogere winterkwaliteit meer elektriciteit voor belichting vergt. De chrysantentelers hebben daarnaast behoefte om de zomerkwaliteit beter te borgen en hun winterproductie (verder) te verhogen. Dit is in eerdere studies verkend en is o.a. berekend dat bij een laag energiegebruik, een gasprijs van 0.25 €/m 3 en een lage elektriciteitsprijs het voordeliger is om de warmte uit een warmtepomp met aquifer te halen dan uit een WKK, een verwarmingsketel of uit aardwarmte. Tot begin maart 2018 hebben bij Delphy Improvement Centre op 1000 m2 vijf energiezuinige chrysantenteelten plaatsgevonden. De kas is uitgerust met o.a. diffuus glas met AR coatings, hybride belichting (100 micromol LED en 65 micromol SON-T, beiden in twee schakelbaar), luchtbehandelingskasten die kunnen koelen en verwarmen, luchtaanzuiging van boven het scherm, extra energiedoek en schaduwdoek. Hierbij is aangetoond dat met nog geen 11 m3/m2.jaar aan aardgasequivalenten, met minder dan 121 kWh/m2.jaar aan elektriciteit en minder dan 25 kg/m2 CO2, 7% meer productie kan worden gerealiseerd dan op praktijkbedrijven. Hierbij is met koeling twee keer zoveel warmte geoogst dan nodig om de teelt jaarrond van warmte te voorzien. Toch zijn telers nog terughoudend om de gehanteerde teeltmethodes over te nemen. Redenen hiervoor zijn de gerealiseerde generatieve opbouw van de tak en de hoge investeringen voor luchtbehandelingskasten, aquifer, warmtepomp, extra scherm en LED verlichting. Daarom willen te telers graag zien of met minder inzet van de koeling en meer vegetatieve acties dezelfde energiedoelen kunnen worden behaald en toch een betere takvorm kan worden verkregen. De volgende aanpassingen zullen worden gedaan in het onderzoek: Het schaduwdoek wordt verwijderd (meer licht in de kas) Het toepassen van verneveling om luchtvochtigheid in de zomer te verhogen. Halvering van het koelvermogen voor betere betaalbaarheid en aangezien er toch genoeg warmte wordt geoogst. een plantdichtheid die gelijk is aan het gemiddelde van de referentiebedrijven minder luchtbeweging bij de start van de teelt een hogere RV (max 96%) bij de start van de teelt en lager (max 88%) bij het einde een hogere ventilatietemperatuur (tot 25°C) bij de start van de teelt gebruik van druppelslangen in de tweede helft van de teelt er wordt geen verrood belichting meer toegepast Bijplanten van acht in plaats van vier andere cultivars naast het hoofdras. Er zullen in totaal 4 teelten worden uitgevoerd. Gestreefd wordt om het warmteverbruik te beperken tot 15 m3/m2 per jaar (50% besparing met huidige praktijk) dat daarnaast duurzaam kan worden ingevuld met warmteoogst (koeling) in de zomer. Ook wordt er 18% op elektra en 50% op CO2 t.o.v. huidige praktijk. Bij inkoop van groene stroom is dit concept klimaatneutraal. Het project wordt uitgebreid met fysiologisch verdieping (fotosynthesemetingen als lichtonderschepping input voor verklarende modelberekeningen) en met de zoektocht naar een weerbare perskluit om de noodzaak tot stomen (sterk) te reduceren. Deze perskluit moet aantasting door ziekten en plagen tegengaan en zorgt voor een snellere en meer uniforme weggroei van de jonge chrysantenplanten. De chrysantentelers (ChrIP) en stekbedrijven investeren € 61.000,- in dit project. Vanuit Kas als Energiebron wordt dit voor 100% gefiancierd uit het LNV Proof of Principle budget. Bij Delphy Improvement Centre zijn in 2017 en 2018 met financiering van Kas als Energiebron, ChrIP en leveranciers, negen energiezuinige chrysantenteelten uitgevoerd met als doel te komen tot de perfecte chrysant. De volgende doelstellingen vormden de basis van de negen teeltrondes: Een warmtegebruik van maximaal 15 m3/(m2.jaar) aan aardgasequivalenten (ae); Deze warmte dient volledig te worden onttrokken uit warmteoogst (koeling) en de elektriciteit voor de warmtepomp; Een CO2-gebruik van 25 kg/(m2.jaar); Een elektriciteitsgebruik voor belichting van 121 kWh/(m2.jaar); 5% meer productie ten opzichte van de praktijk. Kwaliteit takken steeds beter De belangrijkste middelen om deze doelstelling te bereiken zijn hybride belichting, diffuus glas met twee AR-coatings, een extra energiedoek, luchtbehandelingskasten, een warmtepomp en bronpompen. De teelten zijn uitgevoerd onder de naam ‘De Perfecte Chrysant’ (DPC). De gerealiseerde gebruiken van warmte blijken lager te zijn dan de doelstelling. De hoeveelheid geoogste warmte (koeling) is juist veel hoger en de belichting is in de loop van het project steeds vaker ingezet. Verneveling heeft de hoeveelheid warmteoogst verhoogd. De 5% hogere productie is slechts bij drie van de negen teelten gelukt en na aanvankelijke kritiek is de kwaliteit van de takken in de loop van het project steeds beter beoordeeld. Geconcludeerd wordt dat het technisch mogelijk is om met een investering in luchtbehandelingskasten, warmtepomp en bronpompen, een extra scherm en hybride belichting chrysanten te telen zonder gas (behalve voor het stomen). Projectnummer: 20080

Van 01-03-2018 tot 31-12-2018
Afgerond

Laag warmteverbruik mogelijk door terugwinning latente warmte

Auteur: Aat Dijkshoorn

Onderzoekers van Wageningen University & Research hebben op verzoek van Kas als Energiebron de mogelijkheden op een rij gezet. Het duurde langer dan verwacht, de ontwikkelingen gaan snel en daarom zijn er nu twee rapporten uitgebracht. In het rapport “Vochtbeheersing in kassen en terugwinning latente warmte” worden zowel de theoretische aspecten behandeld als de verschillende systemen voor terugwinning besproken. Die systemen kunnen op verschillende manieren worden ingedeeld: systemen die voor hun werking afhankelijk zijn van de buitencondities of het verschil in absoluut vocht binnen en buiten de kas en de systemen die onafhankelijk van het buitenklimaat functioneren. Vervolgens hebben de onderzoekers nog enkele nieuwe systemen bedacht, varianten op de bekendere bestaande systemen op basis van ontvochtiging met buitenlucht zoals luchtbehandelingskasten (LBK) met slurven of systemen die lucht van boven het scherm in de kaslucht brengen (o.a. Ventilation Jet en Airmix). Vervolgens is met behulp van het simulatieprogramma Kaspro berekend hoever het energieverbruik kan worden teruggebracht gebruik makend van de verschillende systemen voor terugwinning van latente warmte. De modellering is uitgevoerd voor drie verschillende kastypen, zowel voor een onbelichte als belichte tomatenteelt. De in theorie best presterende systemen voor ontvochtiging zijn de systemen die die niet alle latente warmte terugwinnen, maar die de minste hulp energie vergen. Voorbeelden zijn een (nog niet bestaand) systeem met een dubbele gevel met metaal krullen of een al wel bestaande LBK met regain unit. Deze systemen zijn voor hun werking echter wel afhankelijk van de buitencondities. Voor de waarden, zie deze tabel . In theorie kan dus juist in een belichte kas het laagste warmteverbruik gerealiseerd worden. Dat komt omdat de lampen ook al warmte afgeven en de latente warmte door de verdamping van water wegens de belichting kan worden teruggewonnen. Hierbij is tevens verondersteld dat er geen extra minimum buis meer nodig is om bijvoorbeeld een gewenst verticaal temperatuur profiel te handhaven. Tip: Bekijk ook onze weblectures , bijvoorbeeld 3, 7 en 9.

Geplaatst op: 22-08-2017

Onderzoek verticaal temperatuurprofiel roos afgerond

Auteur: Aat Dijkshoorn

Als gevolg van luchtstromen blijken er grote temperatuurverschillen in de kas te ontstaan. De ervaring leert dat het gebruik van schermen dit soort problemen kan vergroten. Dat maakt lichtafscherming niet populair, terwijl er juist steeds strengere eisen komen op dit gebied. Door Wageningen University & Research is onderzoek gedaan op twee rozenteeltbedrijven in de praktijk. Hierbij is gekeken naar verschillende systemen: luchtbehandelingskasten (LBK’s) met slurven onderdoor, Vertifans, Ventilation Jets en de nieuw ontwikkelde Airmix. Uit het onderzoek bleek dat het juist de kieren in het scherm zijn die de problemen veroorzaken. Het volledig sluiten van een scherm in combinatie met verticale luchtbeweging door een ventilator verkleint zowel de verticale als de horizontale temperatuurverschillen. Om bij een dicht scherm toch voldoende warmte en vocht af te voeren blijkt de plaatsing van een ventilator in het scherm die koude en droge lucht van boven het scherm aanvoert goed te voldoen. Doordat de verticaal werkende ventilator lampwarmte omlaag stuwt kan de buis onder het gewas een lagere temperatuur krijgen. Hierdoor wordt niet alleen energie bespaard, maar hoeft ook 30% minder warmte te worden afgevoerd door de ventilator in het scherm. Dit project wordt gefinancierd vanuit het programma Kas als Energiebron, het innovatie- en actieprogramma van LTO Glaskracht Nederland en het Ministerie van Economische Zaken (EZ).

Geplaatst op: 11-08-2017