Zoeken

Filters
Verwijder alle filters
Categorie
Resultaat 1 tot 10 van 230.

Eindrapport: zeer diffuus kasdek biedt kansen voor meer natuurlijk licht en minder energieverbruik

Auteur: Bram van Breugel, Guido van Stekelenburg, Nieves García Victoria (Wageningen University & Research)

Meer zonlicht benutten zonder lichtschade Veel siergewassen zijn gevoelig voor hoge lichtintensiteiten. Daarom wordt op zonnige dagen vaak geschermd, terwijl op andere momenten juist assimilatiebelichting nodig is om voldoende licht te geven. Dat kost energie. Eerder onderzoek liet al zien dat diffuus licht beter door het gewas wordt verdeeld en daardoor efficiënter wordt benut. In dit vervolgonderzoek is gekeken of een zeer diffuus kasdek (90% hortiscatter) nog meer voordelen biedt. Daarbij is onderzocht of lichtgevoelige gewassen meer natuurlijk zonlicht kunnen verdragen zonder kwaliteitsverlies. Hogere lichtniveaus blijken mogelijk De resultaten zijn veelbelovend. Bij zeer lichtgevoelige gewassen, zoals Phalaenopsis en Anthurium, bleef lichtschade beperkt, zelfs bij aanzienlijk hogere natuurlijke lichtniveaus dan in de huidige praktijk gebruikelijk zijn. Voor Phalaenopsis in de afkweek lijkt een verdubbeling van het toegestane natuurlijke lichtniveau haalbaar, mits het licht voldoende diffuus is. Dat biedt kansen om minder gebruik te maken van assimilatiebelichting. Bij een gelijkblijvende dagsom kan dit leiden tot een besparing van circa 47% op de elektriciteit voor belichting. Efficiënter omgaan met licht Het onderzoek laat bovendien zien dat planten onder een zeer diffuus kasdek het beschikbare licht efficiënter benutten. Bij Anthurium en Phalaenopsis werd een 16 tot 17% hogere lichtbenuttingsefficiëntie gemeten ten opzichte van een regulier diffuus kasdek. Ook bij minder lichtgevoelige potplanten werden positieve effecten gevonden. Onder het zeer diffuse licht groeiden de planten beter en produceerden potrozen zelfs 12% meer bloemen, terwijl zij gemiddeld minder licht ontvingen dan in de referentiesituatie. Waardevolle stap richting energiezuiniger telen De resultaten laten zien dat een zeer diffuus kasdek perspectief biedt om meer gebruik te maken van natuurlijk zonlicht, het energiegebruik voor assimilatiebelichting te verlagen én tegelijkertijd de productie op peil te houden of zelfs te verbeteren. Daarmee levert het onderzoek een waardevolle bijdrage aan een energiezuinigere en toekomstbestendige glastuinbouw. Financiering en coördinatie Dit project is uitgevoerd door Wageningen University & Research. Dit project is gefinancierd en gecoördineerd door Kas als Energiebron, een innovatieprogramma van het ministerie van LVVN en Glastuinbouw Nederland. Mogelijk gemaakt door Kennis in je Kas (KijK). De proef is begeleid door telers.

Geplaatst op: 14-07-2026

Nieuwe teeltsystemen bieden perspectief voor een fossielvrije Phalaenopsisteelt

Auteur: M.W. Bongers, H.F. de Zwart en S.W. Hogewoning

Twee alternatieven voor de klassieke kas Phalaenopsis, beter bekend als de vlinderorchidee, stelt hoge eisen aan het kasklimaat. De combinatie van een warme opkweekfase en een koelere afkweekfase maakt de teelt relatief energie-intensief. Daarom onderzochten de onderzoekers twee alternatieven voor de traditionele kas: een semi-gesloten kas en een volledig daglichtloos teeltsysteem. Daarbij stond één centrale vraag centraal: kunnen deze systemen het energiegebruik verlagen, zonder in te leveren op plantkwaliteit en productie? Daglichtloze opkweek biedt de meeste kansen De grootste energiewinst werd behaald met het daglichtloze teeltsysteem. Door de kas volledig te isoleren, daalde de warmtevraag fors. Daar staat wel een hogere elektriciteitsvraag tegenover, omdat alle belichting met LED plaatsvindt. Volgens de onderzoekers ontstaat juist perspectief wanneer deze extra elektriciteit duurzaam wordt opgewekt met zonnepanelen. De meest kansrijke oplossing blijkt een combinatie van een daglichtloze opkweek en een reguliere glazen kas voor de afkweek. In dat scenario kan zowel warmte als elektriciteit worden bespaard, terwijl de planten minstens even snel groeien als in de praktijk. Semi-gesloten kas vraagt verdere optimalisatie Ook de semi-gesloten kas liet zien dat warmte kan worden bespaard. Het systeem gebruikt geconditioneerde lucht en een gecontroleerde luchtstroom door het gewas, waardoor efficiënter met warmte kan worden omgegaan. Tijdens de proef bleek echter dat de watergift en potafdroging nog onvoldoende gelijkmatig waren. Daardoor ontstonden verschillen in groei tussen de planten. Voordat dit systeem commercieel toepasbaar is voor de Phalaenopsisteelt, is verdere optimalisatie nodig. Vervolgonderzoek richt zich op plantkwaliteit De resultaten laten zien dat beide teeltsystemen interessante bouwstenen kunnen zijn voor een toekomstbestendige en fossielvrije Phalaenopsisteelt. Tegelijkertijd zijn er nog uitdagingen. Zo vraagt de plantkwaliteit in het daglichtloze systeem verdere verbetering, onder meer om de strekking van bladeren en de beworteling beter te sturen. Met het eindrapport is een belangrijke stap gezet in de zoektocht naar nieuwe teeltsystemen die bijdragen aan een klimaatneutrale glastuinbouw. De komende jaren wordt verder onderzocht hoe deze concepten kunnen worden doorontwikkeld voor toepassing in de praktijk. Financiering en coördinatie Dit project is uitgevoerd door Plant Lighting, in samenwerking met LKP Plants, Certhon en Wageningen University & Research Glastuinbouw. Dit project is gefinancierd en gecoördineerd door Kas als Energiebron, een innovatieprogramma van het ministerie van LVVN en Glastuinbouw Nederland. Het onderzoek is medegefinancierd door de gewascoöperatie Potorchidee. Mogelijk gemaakt door Kennis in je Kas (KijK). De proef is begeleid door telers.

Geplaatst op: 13-07-2026

Grenzen aan puur rood assimilatielicht

Auteur: Daphne Ruiter en Govert Trouwborst (Plant Lighting)

Komkommer reageert anders dan tomaat Uit het onderzoek blijkt dat komkommer gevoeliger is voor uitsluitend rood licht dan tomaat. Bij komkommer nam de fotosynthesecapaciteit duidelijk af, wat uiteindelijk ook leidde tot minder groei. Bij tomaat was dat anders. De fotosynthesecapaciteit bleef onder puur rood licht vergelijkbaar met die van planten die werden belicht met een combinatie van rood, blauw en wit licht (RBW). Wel invloed op de plantvorm Hoewel de fotosynthese en de drogestofproductie van tomaat op peil bleven, had puur rood licht wel invloed op de ontwikkeling van de plant. Zo werd meer stengelstrekking waargenomen. Opvallend is dat de totale productie van drogestof ondanks deze verandering gelijk bleef aan die onder een combinatie van rood, blauw en wit licht. Daarnaast bleek dat een beperkte hoeveelheid daglicht al voldoende is om de mogelijke nadelige effecten van puur rood licht grotendeels te voorkomen. Ongeveer 1,7 mol/m² per dag aan zonlicht, verdeeld over zes uur, bleek zowel bij tomaat als komkommer voldoende om deze effecten sterk te verminderen. Dat onderstreept het belang van een minimale bijdrage van natuurlijk daglicht in de praktijk. UV-B blijkt belangrijker dan gedacht Tijdens het onderzoek kwam nog een belangrijk aandachtspunt naar voren: de rol van UV-B-licht. Wanneer UV-B volledig ontbreekt, kunnen tomatenplanten fysiologische problemen ontwikkelen, zoals oedeem (intumescence). Uit het onderzoek blijkt dat het ontbreken van UV-B zelfs een grotere invloed heeft op de bladkwaliteit en de fotosynthese dan het gebruik van uitsluitend rood licht. Ook werden verschillen tussen rassen zichtbaar. Zo bleek het tomatenras Maxxize gevoeliger voor het ontbreken van UV-B dan Brioso. Kansen voor energiezuiniger belichten De onderzoekers concluderen dat puur rode belichting tijdens de opkweek van tomaat (voor de onderzochte rassen) goed mogelijk lijkt, mits voldoende daglicht beschikbaar is. In de proef ging het om ongeveer 1,7 mol/m² per dag aan zonlicht in combinatie met 10 mol/m² per dag rood LED-licht. Dat biedt perspectief voor een energiezuinigere opkweek, doordat minder efficiënte lichtkleuren beperkt hoeven te worden ingezet. Vervolgonderzoek De volgende stap is onderzoeken wat de effecten zijn van puur rood licht bij vruchtdragende gewassen. Daarbij ligt de focus vooral op de invloed van deze belichtingsstrategie op de vruchtontwikkeling. Over het Masterplan Lich t Het Masterplan Licht richt zich op het verlagen van het energiegebruik in de glastuinbouw door assimilatiebelichting slimmer aan te sturen. Door anders, minder of efficiënter te belichten, wordt gewerkt aan een rendabele en klimaatneutrale glastuinbouw. Dit project wordt uitgevoerd door Business unit Glastuinbouw van Wageningen University & Research, Delphy Improvement Centre en Plant Lighting. Het is gefinancierd en gecoördineerd door Kas als Energiebron, een innovatieprogramma van LVVN en Glastuinbouw Nederland. Mede mogelijk gemaakt door Topsector Tuinbouw en Uitgangsmaterialen en Kennis in je Kas (KijK). De proef wordt gevolgd en begeleid door telers.

Geplaatst op: 09-07-2026

Belichting dimmen tijdens de ochtendspits: wat betekent dat voor het gewas?

Auteur: Daphne Ruiter & Govert Trouwborst (Plant Lighting)

Binnen het Masterplan Licht onderzocht Plant Lighting de effecten van het tijdelijk dimmen of uitschakelen van de belichting in de ochtend. De resultaten laten zien dat dit perspectief biedt voor slimmer energiegebruik, maar ook aandacht vraagt voor de gewasontwikkeling. Onderzoek naar de effecten van dimmen In het onderzoek is gekeken naar het effect van het uitschakelen of dimmen van de belichting tussen 6.00 en 10.00 uur bij jonge tomatenplanten. Daarbij zijn zowel de fotosynthese als de groei van de planten onderzocht. De onderzoekers voerden drie proefrondes uit. Eerst werd de belichting volledig uitgeschakeld, waardoor de planten een langere nacht kregen. Vervolgens werd gekeken of een minimale hoeveelheid licht dit effect kon beperken. In de laatste proef werd het dimniveau stapsgewijs verhoogd om te onderzoeken vanaf welk punt de groei niet meer wordt beïnvloed. Fotosynthese blijft op peil De resultaten laten zien dat het tijdelijk uitschakelen of dimmen van de belichting geen negatieve invloed heeft op het fotosynthesesysteem van de plant. Er werd geen schade aan de bladeren vastgesteld en na het inschakelen van de belichting herstelde de fotosynthese zich binnen tien minuten. Dat betekent dat het gewas een tijdelijke onderbreking van de belichting goed kan opvangen. Wel invloed op de groei Hoewel de fotosynthese intact bleef, werden wel verschillen in de groei van de planten waargenomen. Planten die een langere nacht kregen of sterk gedimd werden, ontwikkelden een kleiner bladoppervlak en een lager drooggewicht. De onderzoekers noemen hiervoor verschillende mogelijke verklaringen. Zo levert later op de dag extra belichten niet volledig dezelfde hoeveelheid assimilaten op als licht in de ochtend. Daarnaast kan de langere donkere periode invloed hebben op groeiprocessen in de plant. Vervolgonderzoek nodig Bij hogere dimniveaus konden nog geen duidelijke conclusies worden getrokken. Om vast te stellen hoeveel de belichting veilig kan worden teruggedimd zonder groeiverlies, is aanvullend onderzoek nodig. Ook willen de onderzoekers de effecten onderzoeken bij vruchtdragende gewassen. Daarbij speelt niet alleen de bladgroei een rol, maar ook de invloed op bijvoorbeeld vruchtontwikkeling en de energiebalans van de kas. Slimmer omgaan met energie De resultaten bieden waardevolle inzichten voor telers die hun energiegebruik willen optimaliseren. Het tijdelijk dimmen of uitschakelen van de belichting tijdens de ochtendspits lijkt technisch goed mogelijk zonder directe schade aan de fotosynthese. Tegelijkertijd laat het onderzoek zien dat de effecten op de gewasgroei goed moeten worden meegewogen. Dit project is uitgevoerd door Business unit Glastuinbouw van Wageningen University & Research, Delphy Improvement Centre en Plant Lighting. Het is gefinancierd en gecoördineerd door Kas als Energiebron, een innovatieprogramma van LVVN en Glastuinbouw Nederland. Mede mogelijk gemaakt door Topsector Tuinbouw en Uitgangsmaterialen en Kennis in je Kas (KijK). De proef wordt gevolgd en begeleid door telers. Op de foto zien we een gedeelte van de proefopstelling.

Geplaatst op: 29-06-2026

LED-belichting heeft nauwelijks invloed op plaagdruk en biologische bestrijding

Auteur: Sergio Harinck, Vertify

In het onderzoek is gekeken naar de effecten van verschillende LED-spectra op belangrijke plagen en natuurlijke vijanden in chrysant en tomaat. Daarbij lag de focus op de winterteelt, waarin belichting een belangrijke rol speelt. Nauwelijks verschillen in chrysant en tomaat Bij chrysant werden geen verschillen gevonden in de ontwikkeling van Californische trips of in de effectiviteit van natuurlijke vijanden zoals de roofmijt Transeius montdorensis. Ook de gewasschade bleef vergelijkbaar tussen de verschillende lichtbehandelingen. Bij mineervlieg werd wel een lichte trend gevonden waarbij zeer rode lichtspectra resulteerden in minder vraatschade. Omdat deze spectra in de praktijk nauwelijks worden toegepast, is de praktische relevantie beperkt. Ook in tomaat waren de effecten klein. Een hoger aandeel rood licht leidde tot een iets tragere ontwikkeling van wittevlieg, maar de verschillen waren onvoldoende om in de praktijk als stuurmiddel te gebruiken. Voor natuurlijke vijanden zoals Encarsia formosa en Macrolophus pygmaeus werden geen effecten van het lichtspectrum gevonden. Meer zekerheid voor telers De resultaten geven telers meer zekerheid bij de keuze voor LED-belichting. De onderzochte verschillen in lichtspectrum blijken geen negatieve gevolgen te hebben voor geïntegreerde gewasbescherming of de werking van biologische bestrijders. Dat betekent dat de keuze voor een LED-spectrum vooral gebaseerd kan worden op factoren als gewasgroei, energie-efficiëntie en teeltstrategie. Belangrijke stap richting fossielvrije glastuinbouw De transitie naar LED-belichting speelt een belangrijke rol in de verduurzaming van de glastuinbouw. Dankzij de hogere efficiëntie van LED-armaturen kan aanzienlijk worden bespaard op energiegebruik. Dit onderzoek laat zien dat die overstap niet ten koste hoeft te gaan van een effectieve biologische gewasbescherming. Financiering en coördinatie Dit project is uitgevoerd door Vertify, samen met Plant Lighting en met partners Koppert, Fluence (later Signify), en gewascoöperaties chrysant en tomaat. Dit project is gefinancierd en gecoördineerd door Kas als Energiebron, een innovatieprogramma van het ministerie van LVVN en Glastuinbouw Nederland. Mogelijk gemaakt door Kennis in je Kas (KijK). De proef is begeleid door telers.

Geplaatst op: 03-06-2026

Meerdaagse lichtintegratie in tomaat biedt kansen

Auteur: Anja Dieleman, Wageningen University & Research

De glastuinbouw wil verduurzamen én economisch rendabel blijven. Belichting speelt daarin een belangrijke rol. Het is essentieel voor een jaarrond productie van gezonde producten, maar tegelijkertijd ook een grote kostenpost en verantwoordelijk voor een deel van de CO₂-uitstoot. Daarom kijken telers steeds kritischer naar hun belichtingsstrategie. De centrale vraag: hoe verlaag je het elektriciteitsverbruik zonder negatieve gevolgen voor groei en productie? Mogelijke strategieën zijn het terugdimmen van belichting bij voldoende buitenlicht of hoge stroomprijzen, het compenseren van lichte dagen met dagen waarop minder wordt belicht, of het inzetten van vooral rood licht vanwege de hoge energie-efficiëntie. Binnen het project ‘Masterplan Licht’ wordt gewerkt aan energiezuinige en intelligente belichtingsstrategieën. In september 2025 zijn in het IDC Hoge Draad van Wageningen University & Research in Bleiswijk vier tomatengewassen van het ras Maxxize geplant. In vier compartimenten werden verschillende belichtingsstrategieën getest: Referentie: 325 µmol/m²/s met 5% blauw, 5% groen en 90% rood licht 100% rood licht, met dezelfde intensiteit als de referentie Lichtwisselingen per dag: afwisselend 225 en 425 µmol/m²/s Lichtwisselingen per week: vier dagen laag licht (225 µmol/m²/s) en drie dagen hoog licht (458 µmol/m²/s) Meerdaagse lichtintegratie In de praktijk werken telers vaak met een RTR-strategie, waarbij temperatuur en belichting op elkaar worden afgestemd om de plant in balans te houden. Omdat temperatuur in deze proef niet per compartiment geregeld kon worden, werd vooraf verwacht dat lichtwisselingen mogelijk zouden leiden tot ongelijke groei of problemen met vruchtzetting. Dat bleek in de praktijk mee te vallen. Er waren nauwelijks verschillen zichtbaar in plantlengte, bladafsplitsingssnelheid, trosvorming en plantbelasting tussen de behandelingen met lichtwisselingen en de referentie. Sterker nog: in de winter stonden de gewassen met lichtwisselingen er volgens de begeleidingscommissie vaak beter op dan de referentie. Zo was de kopdikte in januari en februari het grootst bij de behandeling met lichtwisselingen per week. Ook de uiteindelijke productie en het gemiddelde vruchtgewicht waren vergelijkbaar met de referentie. Dat laat zien dat er mogelijkheden zijn om slimmer te belichten op basis van beschikbare instraling, zonder negatieve effecten op groei en productie. Rood licht Belichten met alleen rood licht heeft duidelijke voordelen. Rood licht is energetisch efficiënt en zeer effectief voor fotosynthese. De vraag was echter of tomaten ook goed geteeld kunnen worden onder uitsluitend rood LED-licht, aangevuld met beperkt zonlicht. In deze proef bleek dat de planten in de winter onder rood licht minder sterk stonden, met dunnere koppen, meer geelverkleuring en minder uniformiteit. Toch bleef het effect op de productie beperkt. Bij beëindiging van de proef op 23 april lag de productie ruim 1 kg/m² lager dan de referentie. Hoewel deze extreme behandeling dus nadelige effecten liet zien in de wintermaanden, hield het gewas zich beter staande dan vooraf werd verwacht. In het voorjaar herstelde het gewas zich bovendien weer goed. De resultaten wijzen erop dat uitsluitend rood licht mogelijk interessant kan zijn bij voldoende buitenstraling. Een richtlijn daarvoor lijkt ongeveer 100 W/m² instraling te zijn. Over Het project ‘Intelligente aansturing van belichting voor een rendabele klimaatneutrale glastuinbouw’, ofwel Masterplan Licht, richt zich op het verlagen van het energiegebruik in de glastuinbouw door intelligente aansturing van assimilatiebelichting. Dit project is uitgevoerd door Business unit Glastuinbouw van Wageningen University & Research, Delphy Improvement Centre en Plant Lighting. Het is gefinancierd en gecoördineerd door Kas als Energiebron, een innovatieprogramma van LVVN en Glastuinbouw Nederland. Mede mogelijk gemaakt door Topsector Tuinbouw en Uitgangsmaterialen en Kennis in je Kas (KijK). De proef wordt gevolgd en begeleid door telers.

Geplaatst op: 18-05-2026

Nieuwe inzichten over lichtbenutting van tomaat onder LED

Auteur: Sander Hogewoning (Plant Lighting)

Lagere LBE in de praktijk onder LED Plant Lighting heeft afgelopen zomer een praktijkanalyse uitgevoerd waarin de prestaties onder SON-T, hybride en LED-belichting bij kwekers in de praktijk zijn vergeleken. Daaruit bleek inderdaad dat de lichtbenuttingsefficiëntie (LBE), uitgedrukt in gram oogst per mol licht, lager was onder LED. Om de oorzaak hiervan te achterhalen hebben Plant Lighting, Delphy Improvement Centre en Wageningen University & Research een proef opgezet in 3 proefkassen, waarvan 1x SON-T 190 µmol, 1x hybride 325 µmol en 1x LED 325 µmol, gebruikmakend van Agrolux armaturen. In september is daar de grove trostomaat Macxize geplant bij 2 plantdichtheden. Resultaten kasproef Nu de winter voorbij is kan alvast de voorlopige balans worden opgemaakt: bij hybride en LED was de productie fors hoger dan onder SON-T met respectievelijk 35, 35 en 26 kg/m2 tot week 9. Echter, omgerekend per eenheid licht presteerde SON-T juist beter: de LBE lag onder LED en hybride bijna 10% lager dan onder SON-T. De lichtsom lijkt dus bepalender voor de LBE dan de lichtbron. Uit de fotosynthese-metingen blijkt een hogere onderhoudsademhaling onder LED en hybride een belangrijke factor in de lagere LBE. Dit is overigens een normale biologische aanpassing van bladeren aan meer licht. De hogere stengeldichtheid geeft tot nu toe nauwelijks meer kg’s per m2 en dus wel kleinere vruchten. De verdeling van assimilaten tussen bladeren en vruchten bleek het verschil in LBE niet te verklaren. Toekomstperspectief Teeltkundig lijkt de hogere onderhoudsademhaling bij hogere lichtsommen niet goed te voorkomen. Wel is er meer dan genoeg blad. Om toch een hogere LBE te realiseren lijkt sturen op een sterkere assimilatenstroom richting vruchten (sinksterkte) ten koste van de bladeren het meest kansrijk. Dit hopen we volgend jaar te kunnen aantonen. Financiering en coördinatie Dit project wordt uitgevoerd door Plant Lighting, Delphy Improvement Centre en Wageningen University & Research. Dit project is gefinancierd en gecoördineerd door Kas als Energiebron (een innovatieprogramma van het ministerie van LVVN en Glastuinbouw Nederland), Agrolux, Axia, Ludvig Svensson en Saint-Gobain Cultilene. Mede mogelijk gemaakt door door Kennis in je Kas (KijK). De proef wordt intensief begeleid door telers vanuit de landelijke commissie tomaat.

Geplaatst op: 07-04-2026

LichtEvent 2026: van brede inzichten naar gerichte keuzes

LED is geen innovatie meer, maar vertrekpunt Tijdens de opening maakte Dennis Medema (Kas als Energiebron) meteen duidelijk waar de sector staat: LED-belichting is allang geen nieuwigheid meer. De introductiefase ligt achter ons. De vragen van vandaag gaan niet meer over óf, maar over hoe je optimaal stuurt met licht, energie en klimaat. Juist die verdieping stond centraal tijdens deze editie van het LichtEvent. Sector in beweging: uitdagingen én oplossingen Adri Bom-Lemstra (voorzitter Glastuinbouw Nederland) gaf in haar opening een inkijkje in de actuele ontwikkelingen. De energietransitie vraagt veel van ondernemers, maar de sector laat zien dat zij kan schakelen. “Met elkaar maken wij de glastuinbouw sterker, slimmer en toekomstbestendig”, benadrukte zij. Tegelijk wees ze op de realiteit: stijgende kosten, netcongestie en onzekerheden rondom CO₂-voorziening. Haar boodschap was helder: maak gebruik van wat er is. Onderzoek, kennisdeling en subsidies via Kas als Energiebron liggen klaar. “Gebruik ons als loket, als kennispartner en als belangenbehartiger.” Energie, prijzen en flexibiliteit: blik van Martien Visser Hoofdspreker Martien Visser, Emeritus-lector Hanzehogeschool Groningen, gaf een scherp en feitelijk beeld van de energiemarkt, nu en richting 2030-2035. Zijn analyse onderstreepte hoe bepalend energie blijft voor de keuzes in de kas. Wereldwijd groeit de gasvraag nog altijd, terwijl geopolitieke spanningen, zoals rond LNG-routes, direct doorwerken in de prijzen. Hoewel de extreme pieken van de energiecrisis zijn afgevlakt, blijven de termijnprijzen onzeker en gevoelig voor ontwikkelingen in de wereld. Tegelijk liet Martien zien dat de elektriciteitsmarkt structureel verandert. Het aandeel zon en wind is inmiddels groot. In Nederland zelfs circa drie keer de gemiddelde stroomvraag, maar dat betekent ook sterke fluctuaties in beschikbaarheid en prijs. Op momenten met veel zon en wind dalen prijzen richting nul, terwijl ze bij schaarste juist stijgen richting de kostprijs van gascentrales. Opvallend is dat die volatiliteit in verhouding minder sterk is toegenomen dan vaak gedacht, doordat prijzen zich blijven bewegen binnen deze bandbreedte. Dat maakt ook duidelijk waarom de koppeling tussen stroom- en gasprijzen voorlopig blijft bestaan. Zijn belangrijkste boodschap voor de glastuinbouw: flexibiliteit wordt de sleutel. “Een kas is eigenlijk een flexibel energiesysteem”, stelde hij. “WKK is daarin nog steeds het summum van hybride.” Panel: scherpe stellingen en eerlijke reacties In het panelgesprek, onder leiding van Eric Poot (Delphy), gingen Martien Visser, Adri Bom-Lemstra, Pascal Lakerveld (Samax) en Eric Vereijken (glastuinbouwondernemer) met elkaar in gesprek. Aan de hand van stellingen en vragen werd ingezoomd op de praktijk. De eerste stelling raakte meteen de kern: is er nog toekomst voor belichte teelt in Nederland? De panelleden waren het erover eens dat die er is, maar wel in een andere vorm. Adri benadrukte dat belichting juist flexibiliteit biedt. Pascal gaf aan dat telers steeds minder met vaste volumes werken en meer kijken naar wat de plant aankan. Eric Vereijken was kritischer en wees op de oplopende kosten: “Het wordt duurder en dat moet ergens worden terugverdiend.” Ook de lessen uit eerdere energiecrisis (2021-2022) kwamen aan bod. Volgens Pascal ligt de focus nu veel meer op risicospreiding en vooruitkijken, terwijl Eric Vereijken aangaf dat hij zowel op lange termijn als op dagbasis inkoopt en continu scherp blijft op zijn strategie. Ook de toekomst van de WKK kwam nadrukkelijk ter sprake. De conclusie: ondanks alle ontwikkelingen blijft deze voorlopig nodig, met name vanwege de CO2-behoefte. Adri onderstreepte daarbij dat het doel, klimaatneutraal telen in 2040, leidend moet zijn. En dat de sector moet blijven werken met een mix van oplossingen, in plaats van één technologie centraal te stellen. Ook de rol van de overheid kwam ter sprake. Ondernemers willen investeren in verduurzaming, maar lopen tegen stijgende kosten aan. Volgens Adri is het essentieel dat die opgave niet alleen bij de sector wordt neergelegd en dat het gesprek hierover actief gevoerd blijft worden. Glastuinbouw Nederland pakt daar een belangrijke sleutelrol in. Van plenaire inzichten naar verdieping Na het plenaire programma gingen deelnemers uiteen in verschillende workshops en rondleidingen. Hier werd ingezoomd op specifieke thema’s zoals verdamping, lichtspectrum, dynamische belichting en nieuwe kasmaterialen. Juist deze opzet sluit aan bij wat steeds meer gevraagd wordt in de sector: maatwerkkennis. Telers en teeltspecialisten zoeken geen algemene antwoorden meer, maar inzichten die passen bij hun gewas, bedrijf en strategie. Die ontwikkeling is logisch en positief. De glastuinbouw wordt steeds specialistischer en daarmee groeit ook de behoefte aan gerichte kennis en praktische handvatten. Samen verder bouwen aan kennis Het LichtEvent laat zien waar de sector staat: een stap voorbij de introductie van nieuwe technieken, op weg naar optimalisatie en verdieping. Samenwerking tussen onderzoek, praktijk en beleid blijft daarbij essentieel. Want juist in die combinatie ontstaat de kennis die nodig is om de volgende stap te zetten in energiezuinig en toekomstbestendig telen. Benieuwd naar de gedeelde kennis tijdens het LichtEvent? Hier vind je de beschikbare presentaties . Foto gemaakt door Peter Visser. Panelleden met elkaar in gesprek, v.l.n.r. Martien Visser, Eric Vereijken, Pascal Lakerveld, Adri Bom-Lemstra en Eric Poot.

Geplaatst op: 24-03-2026

LichtEvent 24 maart 2026: meer grip op licht, energie en teeltresultaat

Auteur: Annelies Kerkhof

Wat kun je verwachten? Het programma start met een plenair deel over de actuele energiemarkt en de gevolgen voor belichting en WKK. Martien Visser, emeritus-lector energietransitie, geeft een toelichting op de laatste ontwikkelingen, gevolgd door een panelgesprek met experts uit de praktijk. Na het plenaire deel kies je twee workshops of een rondleiding door de onderzoeksfaciliteiten van Delphy Improvement Centre en Wageningen University & Research. Daarmee stel je een programma samen dat past bij jouw teelt en vragen uit de praktijk. Voor wie? Het LichtEvent is gericht op telers en teeltspecialisten die hun kennis over licht en belichting willen verdiepen. De combinatie van presentaties, workshops en praktijkvoorbeelden maakt het mogelijk om nieuwe inzichten direct te vertalen naar de eigen teelt. Het evenement wordt georganiseerd door Kas als Energiebron, Delphy Improvement Centre, Wageningen University & Research, Plant Lighting en Glastuinbouw Nederland. Programma en aanmelden Het LichtEvent vindt plaats op dinsdag 24 maart bij Delphy Improvement Centre in Bleiswijk. Meer informatie over het programma en aanmelden is hier te vinden.

Geplaatst op: 09-03-2026

Eindrapport: Met Low-ε naar een fossielvrije onbelichte (aubergine)teelt

Auteur: Frank Kempkes, Monique Bijlaard en Marcel Raaphorst (allen Wageningen University & Research), Brigit den Bakker en Stijn Jochems (beiden Delphy Improvement Centre)

Waarom dit onderzoek? In de glastuinbouw is isolatie één van de krachtigste hefbomen voor energiebesparing. Schermen worden al breed toegepast, maar verdere isolatie via het kasdek biedt extra potentie. Met low-ε glas wordt warmtestraling terug de kas in gereflecteerd, waardoor warmteverlies afneemt zonder het licht volledig te blokkeren. Telers wilden weten: werkt dit ook op grotere schaal en wat doet het met klimaat en productie? Wat is onderzocht? In een kas van 1.000 m² werd een volledige aubergineteelt uitgevoerd onder low-ε AR-glas (Geysir), met insectengaas, drie schermen en actieve ontvochtiging. De resultaten werden vergeleken met een praktijkbedrijf met een standaard kas. Belangrijkste resultaten Na correctie voor een fout in het kasdek in de winter en het relatief grote geveloppervlak bleek het concept technisch zeer krachtig: Het fossiele warmtegebruik kwam onder de doelstelling van 100 kWh/m² uit Ten opzichte van het praktijkbedrijf werd meer dan 20% warmte bespaard De low-ε coating zorgde voor circa 12% minder warmtevraag In combinatie met warmteterugwinning en een warmtepomp is een bijna fossielvrije teelt technisch haalbaar De productie lag in deze proef 19% lager dan bij het referentiebedrijf, vooral door bloemabortie en tijdelijke onbalans in het gewas. Later in het seizoen herstelde de productie zich. Dat laat zien: het energiesysteem werkt, maar verdere optimalisatie van teeltstrategie, lichtbenutting en CO2-sturing is nodig om ook economisch maximaal te presteren. Vervolg Op basis van deze resultaten loopt in 2025 een vervolgproject met paprika onder low-ε glas, waarin productie, klimaat en energiegebruik verder worden geoptimaliseerd en vergeleken met low-ε schermen. Financiering en coördinatie Dit project is uitgevoerd door Wageningen University & Research en Delphy Improvement Centre en gefinancierd en gecoördineerd door Kas als Energiebron, een innovatieprogramma van het ministerie van LVVN en Glastuinbouw Nederland. Mede mogelijk gemaakt door Kennis in je Kas (KijK). De proef is begeleid door telers.

Geplaatst op: 15-01-2026