Zoeken

Resultaat 1 tot 10 van 35.

Fossielvrij met lelie

Doel Het doel van dit project is een chrysanten- (zomer) en lelieteelt (winter) met een fossielvrije energetische invulling waarbij de inzet van groene elektriciteit zo laag mogelijk is. Voor chrysant wordt hiervoor de teelt uit de grond verder ontwikkeld. Voor lelie wordt gewerkt aan een teelt onder LED zonder bladproblemen. Er is een integrale aanpak waarbij energiebesparing, gewasgezondheid, water en nutriënten, en nauwkeuriger sturen gecombineerd kunnen worden voor beide teelten. Projectbeschrijving Kas2030 is gebouwd voor fossielvrij en emissiearm telen zoals dat in 2030 grootschalig praktijk moet kunnen zijn. Dat dit mogelijk is heeft het onderzoek in deze kas de afgelopen 4 jaar laten zien. In kas2030 wordt gewerkt om op jaarbasis, liefst zonder een seizoenswarmteopslag, neutraal uit te komen in de warmtevraag. Dit project bestaat uit drie werkpakketten: Energiebesparing lelie: om verdere energiebesparing te realiseren wordt zowel aan het begin als aan het eind van de teelt de lichtintensiteit verlaagd. Een optimalisatieslag in de kasinrichting zal ook leiden tot minder verdamping, wat energiebesparend werkt en ook tot een lagere ontvochtigingsvraag leidt. Dashboard lelie: vergelijking van teeltgegevens om de vergelijking tussen Kas2030 en de praktijk te maken. Communicatie en kennisverpsreiding Financiering en coördinatie Dit project wordt gefinancierd en gecoördineerd door Kas als Energiebron, een innovatieprogramma van het ministerie van LVVN en Glastuinbouw Nederland. Mede mogelijk gemaakt door Kennis in je Kas (KijK). De proef wordt begeleid door telers. Projectnummer: 25117

Van 15-09-2025 tot 31-01-2027
Lopend

Eindrapport: Versnelling naar energiezuinige full-LED teelt van lelie

Auteur: Richard Steenvoorden, Delphy

In twee opeenvolgende teelten in de winter van 2024–2025 heeft Delphy onderzocht of en hoe aanpassingen in voedingsstrategie invloed hebben op de voedingsopname, bladkwaliteit en productieresultaten van twee lelierassen: Santander en Signum. Learnings uit Teelt 1 In trek 1 zijn vier K/Ca-verhoudingen getest op gebruikt substraat. Er werd geen duidelijk effect van de voedingsstrategie gevonden op groei of voedingsopname. Signum vertoonde in alle behandelingen bladproblemen, terwijl Santander gezond bleef. De verhoogde gevoeligheid van Signum voor bladproblemen werd bevestigd. De eerste teelt is vroegtijdig beëindigd om tijdig te kunnen starten met teelt 2. Learnings uit Teelt 2 In de tweede teelt zijn twee soorten substraat (vers/gebruikt) en twee K/Ca-verhoudingen onderzocht. Bladproblemen bleken niet op te lossen via aanpassing van EC of K/Ca-verhouding. Ook bij hogere bladgehaltes trad schade op, wat erop wijst dat de plant zelf de opname van mineralen reguleert. Wel werd duidelijk dat de beste takkwaliteit werd bereikt op gebruikt substraat (van een praktijkbedrijf) met hoge EC. De meeste biomassaproductie kwam van planten op vers substraat. Onder hybride belichting bij een van de praktijkbedrijven was duidelijk minder chlorose zichtbaar dan in de proefkas met full-LED. Conclusie Het project bevestigt dat de voedingsstrategie wel degelijk invloed heeft, maar niet voldoende is om bladproblemen volledig te voorkomen. Andere factoren, zoals klimaatsturing, substraatconditie en belichtingsstrategie, spelen een minstens zo grote rol. Dit onderzoek laat zien dat een energiezuinige lelieteelt onder full-LED technisch haalbaar is, mits er zorgvuldig gestuurd wordt op het totale teeltsysteem. Uitvoering en financiering Dit project is uitgevoerd door Delphy Improvement Centre en gefinancierd en gecoördineerd door Kas als Energiebron, een innovatieprogramma van het ministerie van LVVN en Glastuinbouw Nederland. Mede mogelijk gemaakt door Kennis in je Kas (KijK) de gewascoöperatie Lelie en Mechatronix De proef is gevolgd en begeleid door telers.

Geplaatst op: 26-08-2025

Versnelling naar energiezuinige full-LED teelt van Lelie

Doel Het doel van het project is om kennis te ontwikkelen en delen over vraagstukken omtrent energiezuinige teeltstrategieën en voedingsopname in lelie bij teelt onder full LED. Om kennis vanuit het onderzoek snel in de praktijk te kunnen brengen loopt een kasproef bij het Improvement Centre parallel aan de teelten die lopen bij telers. Projectbeschrijving In de winterteelt van lelies worden meer bladkwaliteit problemen waargenomen sinds het overschakelen naar full-LED teelten in combinatie met een energiezuinige teeltstrategie. Voor sierteeltgewassen is bladkwaliteit een serieus probleem dat kan leiden tot grote verliezen als gevolg van afkeuring door ketenpartners. Er is een behoefte aan kennis om te begrijpen hoe deze problemen ontstaan en hoe ze opgelost kunnen worden, zodat met weinig energie input (zowel warmte als elektra) een goede productie van hoge kwaliteit lelie gerealiseerd kan worden. Enerzijds kan dit worden aangepakt met de juiste voedingsstrategie, maar de klimaatstrategie (en de daartoe leidende verdamping) is minstens zo belangrijk. Dit project focust zich op kennisontwikkeling in deze onderwerpen. In het eerste werkpakket wordt onderzoek gedaan in een proefkas. In het tweede werkpakket wordt een vergelijking gemaakt tussen klimaatrealisatie en klimaatstrategie van verschillende lelietelers. Dit project wordt gefinancierd door het ministerie van LVVN. Het project bevestigt dat de voedingsstrategie wel degelijk invloed heeft, maar niet voldoende is om bladproblemen volledig te voorkomen. Andere factoren, zoals klimaatsturing, substraatconditie en belichtingsstrategie, spelen een minstens zo grote rol. Dit onderzoek laat zien dat een energiezuinige lelieteelt onder full-LED technisch haalbaar is, mits er zorgvuldig gestuurd wordt op het totale teeltsysteem. Projectnummer: 24026

Van 01-10-2024 tot 01-08-2025
Afgerond

Kennisontwikkeling energie-efficiëntere teelt voor daglengte-gevoelige siergewassen

Auteur: Dennis Medema

Lichtstrategie om teeltsnelheid te maximaliseren Voor daglengte gevoelige siergewassen zoals Lisianthus, lelie (Oriëntal-hybriden), Matthiola (violier) en verschillende perkplanten, bloeien sneller bij een langere daglengte. Uit literatuuronderzoek blijkt dat de interne klok de bloei stuurt en de gevoeligheid van de plant voor lichtsignalen regelt. Op het juiste moment verrood bijbelichten is van belang om bloeivertraging te voorkomen. Die gevoeligheid voor verrood licht kan beperkt zijn tot slechts enkele uren per etmaal en ook tot alleen het begin van de teelt. Voor een goede bloei van sierteeltgewassen kan dus mogelijk bespaard worden op bijbelichting met verrood, in uren per dag en dagen per teelt. Door de teeltsnelheid te maximaliseren met de juiste lichtstrategie en door een lagere temperatuur aan te houden, wordt energie bespaard. Lelie en Lisianthus Uit het onderzoek in klimaatcellen bleek dat bij lelie de respons op daglengte sterk verschilt tussen enerzijds Oriëntal- en OT-hybriden, en anderszins LA- en Longiflorum-hybriden. Oriëntal Santander en OT Tabledance ontwikkelden tot 2 weken trager bij een kortere daglengte, maar de daglengte-gevoeligheid bleek beperkt tot de eerste helft van de teelt. Als er halverwege de teelt overgeschakeld wordt van 18 naar 12 uur daglengte vindt er geen teeltvertraging meer plaats. Bij de LA Brindisi en de Longiflorum Watch Up is nauwelijks of geen effect gevonden van daglengte op teeltduur. Daarnaast kon teeltvertraging worden voorkomen door dagverlenging van 12 naar 18 uur met slechts 10 μmol/m2/s PAR en 6 μmol/m2/s verrood. Lisianthus had een aantal overeenkomsten met de lichtrespons van de Oriëntal- en OT-hybride lelies: een langere daglengte gaf teeltversnelling, mits er verrood in het belichtingsspectrum aanwezig is. Daarnaast blijkt de gevoeligheid voor daglengte het grootst te zijn aan het begin van de teelt. Ook bleek voor beide gewassen dat het effect van verrood licht overdag alleen de eerste teeltweken geldt. Na een aantal weken kan het verrood worden uitgeschakeld zonder bloeivertraging. Verrood aan het begin van de nacht geeft meer lengte, maar compenseerde bij Lisianthus niet de teeltvertraging die ontstaat als er overdag niet met verrood wordt belicht. Dit project is uitgevoerd door Plant Lighting en gefinancierd en gecoördineerd door Kas als Energiebron, een innovatieprogramma van het ministerie van LVVN en Glastuinbouw Nederland. Mede mogelijk gemaakt door Kennis in je Kas (KijK) en de gewascoöperaties Lelie en Lisianthus. De proef is intensief gevolgd en begeleid door telers.

Geplaatst op: 24-09-2024

Kas 2030 Van emissie arm richting emissie nul

Doel Dit project beoogt demonstratie van fossielvrije teeltconcepten van meerdere gewassen: een combinatieteelt van winter potplant & zomer meloen, gerbera, freesia, en anthurium/spathefyllum, met een zo laag mogelijke inzet van groene elektriciteit. Daarnaast is het doel ook nul emissie van nutriënten en nul emissie van gewasbeschermingsmiddelen. Projectbeschrijving Kas2030 bij Wageningen UR in Bleiswijk is gebouwd als demonstratiekas voor fossielvrij en emissie-arm telen zoals dat in 2030 grootschalig praktijk moet kunnen zijn. Dit in 4 demokassen van ca. 350 m2. Het basisprincipe van all electric met warmtepomp, LED belichting, 3 of zelfs meer lagen schermdoek, actieve ontvochtiging, recirculatie van voedingswater en gewasbescherming op basis van een standing army heeft zich in de zes jaar dat de kas nu in gebruik is bewezen als een goede optie; er is veel meer mogelijk dan gedacht. Dit project wordt gefinancierd door het ministerie van LNV. Projectnummer: 24020

Van 01-07-2024 tot 31-07-2026
Lopend

Kennisontwikkeling siergewassen voor een energie-efficiëntere teelt

Doel Het doel van dit project is ontwikkeling van breed toepasbare fundamentele kennis over de effecten van lichtspectrum, daglengte en source/sink-balans bij verschillende siergewassen (lelie, roos, chrysant, lisianthus, perkgoed). Projectbeschrijving Afgelopen winter is voor het eerst grootschalig met full-LED belicht, ondanks dat hiermee voor veel gewassen nog onvoldoende kennis en ervaring was. Hieruit zijn forse teeltproblemen naar voren gekomen, waaronder bijvoorbeeld doorwas bij kalanchoë, vertraagde bloei en te korte taklengte bij lisianthus, problemen met bladkwaliteit bij lelie, en een verstoorde knopontwikkeling bij chrysant. Veel van de problemen onder LED zullen voorkomen kunnen worden, als voldoende kennis beschikbaar is van de sturende effecten van lichtspectrum en daglengte op bloei en plantvorm. Daarnaast zijn effecten op verdamping als gevolg van de gewijzigde energiebalans met LED ten opzichte van SON-t een belangrijk aandachtspunt. Daar wordt al onderzoek naar gedaan. Met dit vervolgproject wordt verdergegaan met het ontwikkelen van kennis over het kunnen sturen van siergewassen, met name ten aanzien van lichtspectrum en daglengte. Dit project wordt gefinancierd door het ministerie van LNV. Deelrapport Lisianthus: Balans beperken brandkoppen en energiezuinige teelt Het selectief toepassen van verdampingsstimulerende maatregelen, zoals een lage RV en verhoogde luchtbeweging, tijdens een gevoelige groeifase i.p.v. gedurende de hele teelt zou een balans kunnen bieden tussen het beperken van brandkoppen en een energiezuinige teelt. De hoeveelheid die een plant moet verdampen lijkt daarnaast sterk afhankelijk te zijn van de groeisnelheid en de mate van biomassa accumulatie. Vervolgonderzoek is nodig om de optimale combinatie en timing van teeltmaatregelen te bepalen. Projectnummer: 23017

Van 01-10-2023 tot 31-03-2025
Lopend

Onderzoek leert: vrijwel fossielvrije lelieteelt onder full-LED binnen handbereik

Auteur: Sander Hogewoning (Plant Lighting)

In 2020-2021 is in een kasproef aangetoond dat onder LED-belichting lelie kan worden geteeld. Daarbij is een lage intensiteit verrood vereist om bloei- vertraging te voorkomen bij Oriëntal en Oriëntal x Trompet (O.T.) lelies. De lelies ontwikkelden zich goed, maar de bladkwaliteit was nog niet optimaal. Bladeren vertoonden soms enige chlorose. Zowel substraat, als lichtspectrum, als klimaatsturing, zouden hier een rol in kunnen spelen. Verdamping stimuleert transport van nutriënten naar de bladeren. Een lichtspectrum met een hoger aandeel blauw licht zou de verdamping kunnen stimuleren, evenals een klimaat waarbij uitstraling beperkt wordt en het vochtdeficiet niet te laag wordt. Doordat eerder is gebleken dat lelie gedurende de eerste groeiweken nog met relatief weinig licht toe kan (25 μmol m-2 s-1 PAR + 6 μmol m-2 s-1 verrood), kan met eenzelfde elektraverbruik per teelt in een later groeistadium met een hogere intensiteit worden belicht. Door optimalisering van de belichting per teeltfase kan de opbrengst per kasoppervlak (en per Joule energie-input) wellicht verhoogd worden door gebruik van een hogere plantdichtheid. Onderzoeksvragen De onderzoeksvragen in het project ‘Lelie duurzaam geteeld onder LED’ waren: Wat is het effect van belichting met een hoger aandeel witte LED (en dus een hoger aandeel blauw en groen licht; H-Wit-spectrum) op bladkwaliteit en opbrengst van lelie ten opzichte van belichting met een lager aandeel witte LED (en dus een hoger aandeel rood licht; L-Wit-spectrum)? Wat is het effect van plantdichtheid op leliekwaliteit en -opbrengst? Kan door goede isolatie en benutting van de lampwarmte de verdere warmte-inbreng geminimaliseerd worden, met behoud van een klimaat waarbij een goede kwaliteit lelie geteeld kan worden? Resultaten en conclusie De kwaliteit van de lelies in dit experiment was meestal goed en verschilde weinig tussen de twee lichtspectra. Het H-Wit-spectrum verkortte de teeltduur met één tot twee dagen, waarschijnlijk doordat het de temperatuur iets verhoogde. Huidmondjesgeleiding en bladkwaliteit waren niet hoger onder het H-Wit-spectrum. Een verhoogde plantdichtheid verlaagde het takgewicht iets, hoewel dat varieerde per trek en per cultivar. Als het takgewicht lager werd, resulteerde dat meestal niet in takken van slechte kwaliteit, hoewel de hoogste plantdichtheid bij cv. Zambesi in trek 2 minder knoppen per tak gaf. De trekduur werd niet of nauwelijks langer door een hogere plantdichtheid. Afhankelijk van het marktsegment waar de teler zich op richt is het verhogen van de plantdichtheid dus een veelbelovende manier om meer te kunnen produceren op hetzelfde kasoppervlak. Effect op bladkwaliteit De bladkwaliteit was in het algemeen redelijk goed tot goed, behalve bij cv. Marlon in met name de tweede trek (chlorose) en in de eerste trek bij cv. Brindisi (bladpunten door calciumgebrek). Zowel de bol- en substraatkwaliteit als de hoge luchtvochtigheid kunnen hieraan hebben bijgedragen. Er was geen effect van lichtspectrum of plantdichtheid op de zichtbare bladkwaliteit. Geregeld haalden de lelietakken de gewenste lengte van 90 cm niet. Dit kan verschillende oorzaken hebben gehad, zoals een te korte voortrek en de relatief hoge belichtingsintensiteit. Het probleem kan waarschijnlijk worden voorkomen door een voldoende lange voortrek, door pas later in de teelt het licht op te schakelen en/of door een grotere DIF toe te passen. Lichtspectrum, en opmerkelijk genoeg ook plantdichtheid, hadden geen consistent effect op taklengte. Ervaring met klimaatsturing Vanwege het ±19% hogere gebruik aan elektriciteit bij het H-Wit-spectrum en de even goede prestaties onder beide spectra, is het L-Wit-spectrum meer aan te bevelen dan een spectrum met een hoger aandeel witte LED. Een vrijwel fossielvrije lelieteelt onder full-LED lijkt binnen handbereik. Het gasverbruik voor verwarming was in totaal 13.3 m³ m⁻², waarbij alleen in de zomer (half mei tot derde week van september) niet geteeld is. Er zal ervaring moeten worden opgedaan met de klimaatsturing om de optimale bladkwaliteit te bereiken onder full-LED belichting met een minimale aanvullende warmte-input. Het project is uitgevoerd door Plant Lighting en door Delphy Improvement Centre en gefinancierd door het programma Kas als Energiebron, de gewascoöperatie lelie en LED-leverancier Fluence.

Geplaatst op: 16-02-2023

Consultancy ‘Praktijkmonitoring elektrabesparing lelie’: leren telen met LED’s

Auteur: Marius Bongers en Govert Trouwborst (Plant Lighting)

Het achterliggende doel is een zo hoog mogelijke productie en kwaliteit tegen een zo laag mogelijke energie-input. Hierin is vooral aandacht besteed aan de effecten van de belichting op het kasklimaat en de energiebalans van het gewas. Opzet en aanpak De teelt van lelie onder volledig LED-belichting is vergeleken met die onder SON-T. Onder LED was de lichtintensiteit 120 µmol/m2/s en onder SON-T 60 µmol/m2/s. De stralingsintensiteit in PAR+NIR was hierdoor min of meer gelijk (~25W). In de LED-afdeling werd bewust een hogere minimumbuistemperatuur aangehouden om een actief gewas te houden. Met twee Fyta-Watches is in beide afdelingen het volgende gemonitord: luchttemperatuur, luchtvochtigheid, CO2, PAR, netto-straling en planttemperatuur. Op basis van deze metingen zijn de gevolgen van het type belichting op klimaat, energietoevoer naar het gewas en de daaruit berekende verdamping inzichtelijk gemaakt. Dit kan worden berekend volgens het principe van het opstellen van de energiebalans van het gewas (zie onderzoek ‘stomata-sensor’ van Plant Lighting & LetsGrow 2020-2022). Verdamping onder LED hoger Door de hogere minimumbuistemperatuur in de LED-afdeling lag de netto-straling op gewasniveau hoger dan bij de SON-T en was de luchttemperatuur net boven het gewas hoger dan in de SON-T-afdeling. In de LED-afdeling ging er dus meer stralingsenergie én convectie-energie richting de plant, terwijl de gewastemperatuur min of meer gelijk was. Hieruit kan worden geconcludeerd dat de verdamping onder LED gemiddeld hoger lag dan onder SON-T. Bij een overstap van SON-T naar LED met een gelijke stralingsintensiteit (PAR+NIR in watts) hoeven er dus geen extra maatregelen zoals extra buisverwarming te worden genomen om de verdamping in stand te houden. Belang energiescherm Als de lichtintensiteit gelijk wordt gehouden (ruwweg halvering PAR+NIR) dan zijn extra maatregelen zeer waarschijnlijk wel nodig. Met de netto stralingsmeter konden momenten van een negatieve stralingsbalans eenvoudig worden vastgesteld. Op deze momenten heeft het gewas geen capaciteit (energie) om te verdampen. Bijvoorbeeld tijdens nachten in de SON-T afdeling met een lagere minimumbuis dan onder LED, maar ook het plotseling wegvallen van de zon midden op de dag in februari. Beide voorbeelden onderstrepen het belang van een energiescherm om een negatieve stralingsbalans zoveel mogelijk te voorkomen. Deze consultancy is uitgevoerd door Plant Lighting en gefinancierd door Kas als Energiebron.

Geplaatst op: 03-08-2022

Nieuw project: Kennisontwikkeling daglengte-gevoelige siergewassen voor energie-efficiëntere teelt

Auteur: Roger Abbenhuijs

Uit recent onderzoek blijkt dat bij lang niet alle gewassen succesvol onder full-LED kan worden geteeld zonder kennis over de effecten van spectrum en daglengte op de ontwikkeling van het gewas. Bij lisianthus en lelie blijkt bijvoorbeeld ernstige teeltvertraging op te treden onder een spectrum zonder verrood licht. Deze gewassen zijn zogenaamde ‘kwantitatieve langedag planten’. Dat wil zeggen: een lange dag is niet strikt noodzakelijk voor bloei, maar versnelt wel de bloei. Ook Antirrhinum (leeuwenbek), Phlox, Violier en een variëteit aan bloeiend tuin- en perkgoed behoren tot de kwantitatieve langedag planten. Bij dit soort gewassen is niet alleen daglengte, maar ook de spectrale samenstelling van het licht op het juiste tijdstip van belang voor bloeisnelheid en lengtegroei. Daarnaast biedt kennisontwikkeling ook een kans om nog verdere stappen te maken om te kunnen besparen op elektra en warmte. Daglengte Voor lisianthus is een belangrijk kennisgat het onderscheid tussen daglengte benodigd voor enerzijds bloeisnelheid en anderzijds assimilatie. Mogelijk kan gedurende de eerste teeltweken fors minder worden belicht mits de juiste daglengte met het juiste spectrum wordt aangeboden. Lelie wordt minder intensief belicht dan lisianthus, maar vraagt wel een lange daglengte. Echter, het is niet bekend wat het effect van daglengte op de teeltduur precies is. Er is in proeven achttien uur belicht, terwijl mogelijk een kortere daglengte voldoende is, of juist een langere daglengte verdere versnelling geeft. Als een kortere daglengte afdoende blijkt, dan bespaart dat elektra. Echter, als juist een langere daglengte teeltversnelling geeft, dan bespaart dat warmtevraag per teeltcyclus. Klik hier voor de projectpagina van dit onderzoek. Dit project wordt uitgevoerd door Plant Lighting en loopt van september 2022 tot en met maart 2024.

Geplaatst op: 18-07-2022

Lelie toekomstbestendig met LED en minimale warmtevraag

Doel De hoofddoelstelling is om tot een energiezuinig en fossielvrij teeltconcept voor de leliebroei te komen en dit te demonstreren middels dynamisch dimbare LED-belichting, maximale isolatie, en een actieve ontvochtiging en klimaatsturing. Daarin moet een topkwaliteit lelie geteeld kunnen worden. Projectomschrijving De afgelopen 3 jaar is kennis ontwikkeld over lelieteelt onder full-LED belichting. De eerste weken van de teelt blijkt lelie voldoende te hebben aan een lange daglengte met een lage intensiteit stuurlicht. In de volgende groeifase vraagt het gewas wel meer assimilaten. Dan is het belangrijk om te sturen op voldoende licht voor de benodigde assimilatie, maar de LED te dimmen zodra er voldoende daglicht is. Dit vraagt dynamisch dimbare belichting en kennis over de omzetting van licht in assimilatie op gewasniveau. De combinatie van deze maatregelen reduceert de elektra voor belichting tot het minimum dat nodig is. Ook de warmtevraag moet worden geminimaliseerd. Dat vraagt goede isolatie en een andere etmaalstrategie, waarbij de temperatuur overdag mag oplopen en in de nacht mag wegzakken. Om een topkwaliteit lelie te kunnen blijven telen is daarbij ontvochtiging nodig om de verdamping voldoende hoog te houden voor een goede bladkwaliteit en om de warmte en CO2 beter in de kas te houden. Dit project is gefninancierd door het ministerie van LNV. Het is in grote lijnen gelukt om een goede kwaliteit lelie te telen met de getoetste teeltstrategie. De mogelijkheid om te telen bij de hogere plantdichtheid, gegeven de klimaatomstandigheden, verschilde per ras. In vergelijking met de proef in 2021-2022 is er over een vergelijkbare periode fors energie bespaard, terwijl de buitentemperaturen vergelijkbaar waren. Onder andere door de verlaging van de nachttemperatuur en het extra scherm. Ook door de inzet van condensatie-ontvochtiging (DryGear) is minder energie (gas) nodig, door het oogsten van latente warmte en minder warmteverlies door ventilatie. Met de gevolgde teeltstrategie is het warmteverbruik fors verminderd zonder dat dit zichtbaar nadelige gevolgen had voor de plantkwaliteit. Het is goed mogelijk om in de nacht een lagere temperatuur toe te laten. Bladkwaliteit in de winter blijft een aandachtspunt. Projectnummer: 22011

Van 01-07-2022 tot 01-12-2023
Afgerond