Zoeken

Resultaat 1 tot 10 van 12.

Alternatieven voor ruimteverwarming in de glastuinbouw

Doel Het doel van dit project is het bepalen van de haalbaarheid van 'selectief' verwamren, zoals infraroodverwarming, als alternatief voor ruimteverwarming evenals het bepalen van de haalbaarheid van alternatieven, zoals hormoonbehandeling, om bepaalde plantprocessen die nu met temperatuur gestuurd worden, bijvoorbeeld om winterrust te doorbreken. Projectbeschrijving In de glastuinbouw worden kassen verwarmd om indirect via de luchttemperatuur de juiste planttemperatuur voor gewenst teeltresultaat te realiseren. Voor sommige gewassen is vooral een hoge temperatuur van bepaalde plantonderdelen in specifieke situaties nodig, wat veel energie kan kosten. Zo is het huidige gasverbruik in de trekheesterteelt ca. 40 m3 gas /m2/jaar voor sering en 30 m3 gas /m2 voor sneeuwbal. Selectief verwarmen of hormoonbehandeling zou mogelijk een alternatief kunnen zijn voor het verlagen van de temperatuur en kan bovendien ook voor andere gewassen relevant zijn. In drie werkpakketten wordt een studie voorgesteld naar selectieve verwarming en alternatieven voor bieden voor temperatuurbehandeling. Dit project wordt gefinancierd door het ministerie van LNV. Projectnummer: 24015

Van 01-05-2024 tot 01-12-2025
Lopend

Tropische potplanten koeler de winter door onder LED-belichting?

Doel Het doel van dit project is een energiezuinig en toekomstbestendig teeltconcept ontwikkelen voor de tropische potplanten Bromelia, Potanthurium en Spathiphyllum. Het onderzoek richt zich de ondergrens van de teelttemperatuur onder LED-belichting. Projectbeschrijving Een aantal (sub)-tropische potplanten met een relatief lange teeltduur wordt in Nederland jaarrond geteeld met lage tot matige intensiteiten belichting in de winter. Hieronder vallen de bekendere soorten potplanten Bromelia, Potanthurium en Spathiphyllum. Zoals te verwachten bij van nature tropische epifyten (Bromelia en Anthurium) en bodembedekkers (Spathiphyllum), worden deze planten bij een relatief lage intensiteit belichting en hoge minimumtemperatuur geteeld. Besparing op warmte is dus juist van belang voor een rendabele teelt. Dat de respons van dit soort gewassen op temperatuur en licht soms verrassend kan zijn, bleek uit een eerdere studie aan de meest geteelde bromeliasoorten Guzmania en Vriesea. Een toename in belichting geeft een toename in groei, maar verrassend was dat de temperatuur (van 27 naar 21 graden) nauwelijks effect had op de groeisnelheid en plantkwaliteit. Hiermee kan veel op warmte-input bespaard worden. De vraag is vanuit de telers wat de ondergrens is voor de temperatuur. Met dit project wordt onderzocht wat het effect is van een lagere teelttemperatuur. Het effect van temperatuur op groei en ontwikkeling wordt geanalyseerd en vormt de basis om verder te kunnen rekenen aan een energiezuinig teeltconcept voor de genoemde tropische potplanten. Dit project is gefinancierd door het ministerie van LNV. Er is ook een bijdrage van de gewascoöperaties gevraagd. De proef is uitgevoerd tussen week 43 van 2023 en week 11 van 2024. Ten opzichte van 21°C bleef de groei duidelijk achter met een stooklijn van 15°C in alle gewassen, rassen en plantstadia. De resultaten waren wisselend bij 18°C, maar neigden over het algemeen ook naar tragere groei. De bladafsplitsing was trager bij lagere temperatuur bij jonge planten van de hoofdrassen Bromelia Guzmania Ostara en Vriesea Style. Als gevolg was de lichtonderschepping ook lager, wat de fotosynthese op gewasniveau en groei heeft verminderd. Bij jonge Guzmania Ostara planten ontstond sterke kokervorming bij 15°C. Dat gaf een groot kwaliteitsverlies en droeg ook bij aan een lagere lichtonderschepping. Ook bij 18°C neigden Guzmania Ostara en andere Guzmania rassen naar kokervorming. Bij planten gestart in het halfwas stadium na de bloeiïnductie was bij een stooklijn van 15°C en van 18°C de eindkwaliteit wel goed, maar de teeltduur tot rijpheid was veel langer. Om energie te besparen valt de 15°C behandeling af. Langdurig een stooklijn van 18°C aanhouden bij net opgepotte planten is ook risicovol gezien de verminderde plantkwaliteit. Waarschijnlijk is deze temperatuur wel voor kortere duur aan te houden zonder veel problemen. Bij halfwas Bromelia en bij Anthurium is er alleen sprake van een langere teeltduur. Temperatuur verlagen is in sommige gevallen dus mogelijk. Een langere teelt kost echter ook energie. De besparing op kosten voor verwarming moet afgezet worden tegen de langere teeltduur, om te bepalen of dit een rendabele strategie is. Projectnummer: 23023

Van 01-09-2023 tot 01-12-2024
Afgerond

Gerbera: How low can you go

Doel Het doel van dit project is kennis verkrijgen over het nut van de noodzaak om de kas op te warmen voordat de dag begint. Uit deze proef wordt duidelijk of, en vanaf welke grens, een lage temperatuur in de ochtend de lichtbenutting voor assimilatie hindert. Ook wordt kennis verkregen over strategieën om de winter met minimale warmte- en elektra-input door te komen bij meerjarige gewassen. Projectbeschrijving Dit project richt zich op de vraag wat de plantkundige grenzen zijn waarbinnen zuiniger geteeld kan worden zonder al te grote opbrengst-derving of kwaliteitsproblemen. Ook wordt onderzocht hoe een meerjarig gewas na het telen op een laag pitje zo fit mogelijk blijft voor de periode daarna. Daarbij wordt onderzoek gedaan met meerjarige gerberateelt. Hier is basiskennis voor nodig die nu nog ontbreekt. De aandacht gaat uit naar de minimale benodigde verdamping, het nut van opstoken van de kas voor de fotosynthese-efficiëntie voordat de belichting aan gaat (of het daglicht opkomt), en de overwinteringsstrategie voor meerjarige gewassen. Dit project wordt gefinancierd door het ministerie van LNV. Er is ook een brijdrage gevraagd van de gewascoöperatie gerbera. Projectnummer: 23002

Van 01-04-2023 tot 30-09-2024
Lopend

Ontvochtiging bij laag-temperatuur gewassen

Doel: Een richtinggevend beeld geven van de mogelijk- en onmogelijkheden voor efficiënte energiezuinige ontvochtiging bij lage teelttemperaturen. Telers kunnen met deze kennis beter bepalen wat de mogelijkheden zijn voor ontvochtigingssystemen. Projectbeschrijving: Voor kasgewassen die bij lage temperatuur geteeld worden is de transitie naar een klimaatneutrale teeltmethode moeilijker dan voor de grote intensief geteelde gewassen. De lage teelttemperatuur leidt tot een relatief laag energieverbruik en dus ook relatief lage energiekosten. De investeringsruimte die door de besparing op energiekosten wordt verkregen is daarmee klein. Toch zullen ook teelten zoals Aardbei, Sla, Freesia, Anjer, Primula en Radijs in de komende jaren fossielvrij geteeld moeten kunnen worden. Kernproblematiek hierbij is de ontvochtigingsbehoefte. Enerzijds omdat de ontvochtiging bij koude teelten al gauw verantwoordelijk is voor de helft van de totale energiebehoefte en anderzijds omdat bekende technieken zoals ontvochtiging met latente warmteterugwinning bij lage temperaturen slechts een zeer beperkte capaciteit kunnen leveren. Bij intensieve teelten zoals in de belichte sier- en groententeelt lijkt de benutting van de latente warmte die bij de ontvochtiging kan worden verzameld een belangrijke sleutel tot de oplossing richting fossielvrij. De eerste ervaringen laten echter zien dat dit principe niet bruikbaar is voor de energie-extensieve teelten. Bij lage temperaturen moet er veel moeite en energie worden gestoken om slechts een kleine ontvochtiging te realiseren. In voorgestelde bureau-studie wordt de problematiek geanalyseerd en worden alternatieve oplossingsrichtingen beschreven. Het onderzoek heeft de volgende werkpakketten: Werkpakket 1: inventarisatie systemen Er wordt een inventarisatie gemaakt van bekende maar ook minder bekende ontvochtigingsystemen van binnen en buiten de glastuinbouw. Bij de bekende systemen gaat het om Drygair, Vifra, EcoClimate converter en luchtbehandelingskasten met lucht/lucht en lucht/water warmtewisselaars. Voor minder bekende systemen van buiten de glastuinbouw wordt gekeken naar de mogelijkheden van systemen op basis van membraan-technologie. Werkgebieden, kosten (installatie en gebruik) en toepasbaarheid in de glastuinbouw worden geïnventariseerd Zijn de systemen eenvoudig in een totaalconcept klimaatbeheersing te implementeren? Hoewel het project vooral de vochtbeheersingproblematiek aanpakt, zou één robuuste installatie die zowel voor ontvochtiging als voor de verzameling van duurzame warmte gebruikt kan worden grote voordelen kunnen bieden. Werkpakket 2: Model-aanpassing Daar waar systemen geïnventariseerd in WP 1 nog niet beschikbaar zijn in de dynamische simulatieomgeving worden deze geïmplementeerd De teelten zoals beschreven worden nauwkeurig in de modelomgeving ingepast Werkpakket 3: Berekeningen Voor 3 teelten (aardbei, freesia en radijs) wordt de vochtproblematiek en de in de praktijk gemaakte keuzes in vochtsetpoints en regelmaatregelen om deze te beheersen geïnventariseerd. Waarom doet men het zoals men het nu doet? Waar liggen grenzen en waarom liggen die grenzen daar nu? Hiermee worden de effecten van verschillende gewasstructuren, luchtbeweging en ziekten een plagen en daarmee de keuzes die ondernemers maken in de regeling duidelijk. Het spanningsveld tussen verhogen van de isolatiegraad en ontvochtigings behoefte in deze teelten wordt in kaart gebracht. Effectiviteit van de verschillende ontvochtigingsystemen en gevolgen op het klimaat en energiegebruik worden berekend. Werkpakket 4: Economische analyse Investeringsbehoefte van de verschillende systemen, implementatiekosten in de kas en gebruikskosten worden in kaart gebracht. Projectnummer: E22003

Van 01-05-2022 tot 31-12-2022
Lopend

Snij-anthurium onbelicht naar klimaat neutraal

Auteur: Nieves Garcia (Wageningen University & Research, BU Glastuinbouw)

Voor deze teelt hebben we 3.5 m 3 /m 2 gebruikt waarbij de etmaaltemperatuur nooit onder 20 o C is geweest. Als we naar de toekomst kijken kunnen we die 10-12 m 3 /m 2 niet meer met gas invullen. Maar mogelijk wel met de actieve ontvochtigingsinstallatie door deze te gebruiken voor het oogsten van warmte in de zomer. De term koelen vermijden we hier omdat de koelcapaciteit met 50 a 60 W/m 2 veel te klein is om van echte koeling te spreken. Iedere 20 uur dat we “koelen”, oogsten we ca. één kWh/m 2 warmte die we in een aquifer op kunnen slaan om in de winter te gebruiken voor de verwarming van de kas. Met deze capaciteit moeten we zo’n 2000 uur warmte oogsten om aan de verwachte warmtevraag in de winter te voldoen. Zondag 2 juni hadden we voor het eerst extreem warm weer maar in de kas was het een mooi klimaat. De verneveling en het beetje koeling hebben de maximum temperatuur op 28 o C gehouden, dat was prima. Op deze dag hebben we met de verneveling toch ruim 1.5 l/m 2 water ingebracht. De etmalen komen wel wat hoger uit dan in de praktijk, evenals de lichtsommen, soms tot 13 a 14 mol/m 2 maar het gewas kan het duidelijk hebben: er staat een hard gewas, goed van kleur. De productie begint op gang te komen (vorige week 1.4 bloemen/m 2 en deze week 1.8 bloemen/m 2 geoogst) en ook bloemmaat en lengte ontwikkelen zich goed. Al met al hebben we een goede start gemaakt, de systemen draaien en we zijn benieuwd hoe het gewas zich verder ontwikkelt. Dit onderzoek wordt gefinancierd door Kas als Energiebron. Lees meer over dit onderzoek via onderstaande link.

Geplaatst op: 11-06-2019

Elke nacht schermen in 2SaveEnergy kas

Auteur: Jan Janse en Frank Kempkes, Wageningen UR Glastuinbouw

OCAP-CO 2 Het lage gasverbruik in deze kas komt naast het schermen ook door andere energiebesparende maatregelen. Er zit namelijk een dubbel dek van glas en F-clean op de kas, er wordt geen minimumbuis gebruikt en er wordt ontvochtigd met terugwinning van de voelbare en latente warmte. Uiteraard is er voor de warmtepomp wel elektriciteit nodig: tot eind juli bijna 14 kWh/m2. Door het gebruik van OCAP-CO2 hoeft er in de zomer voor de CO2 niet gestookt te worden, wat op veel praktijkbedrijven wel het geval is. Het Nieuwe Telen In de kas wordt zoveel mogelijk geteeld volgens het principe van Het Nieuwe Telen. Dit houdt onder andere in dat sterk lichtafhankelijk geteeld wordt op een vrij hoog temperatuurniveau, waarbij zoveel mogelijk gebruik gemaakt wordt van de gratis zonnewarmte. Hierdoor is de plantbelasting laag en komen de tomaten er snel af. De laatste weken hangen er bij het ras Cappricia maar zeven trossen aan de plant, terwijl de plantbelasting in juni en juli rond de 140 vruchten per vierkante meter heeft geschommeld. Vergelijken we nu de gerealiseerde temperatuur met onderzoek in dezelfde kas van twee jaar terug, dan zien we dat de etmaaltemperaturen ongeveer gelijk waren, maar dat de gerealiseerde temperatuur dit jaar ’s nachts wat hoger is geweest. Een warme nacht voorkomt opstoken in de morgen en bespaart dus energie. Kwaliteit en productie Voor het gewasstand lijkt dit zeker niet negatief uit te pakken. Begin augustus beoordeelde de BCO de kop van de plant positief: goede dikte en kleur. Waarschijnlijk als gevolg van een aantal warme dagen stond de plant er enkele weken geleden wat minder op. Ook in de praktijk kwam dit voor. Het gemiddeld vruchtgewicht van de geoogste tomaten neemt de laatste weken weer wat toe. De productie en de kwaliteit van de tomaten is goed te noemen. Dit project wordt gefinancierd vanuit het programma Kas als Energiebron, het innovatie- en actieprogramma van LTO Glaskracht Nederland en het Ministerie van Economische Zaken (EZ).

Geplaatst op: 09-08-2017

Energiebesparing in potplanten door matverwarming

Auteur: Aat Dijkshoorn

Elektrische matverwarming op teelttafels brengt warmte dichter bij de plant dan buisverwarming. Daarom zou hiermee energie kunnen worden bespaard. Op vier tafels, waarvan een tafel met buisverwarming en drie tafels met maximaal 7 W/m 2 matverwarming is het energiegebruik, de pottemperatuur, de luchttemperatuur onder de tafel gemeten. Aan het einde van de teelt van 30 september tot 5 december zijn plantmetingen uitgevoerd. Resultaten Uit de metingen is gebleken dat bij de tafels met matverwarming 87% minder warmte is ingezet. Omdat de tafels niet in gescheiden compartimenten hebben gestaan, is de lucht rondom de tafels met matverwarming opgewarmd door de lucht boven de omliggende tafels met buisverwarming. Daarom kan worden geconcludeerd dat met matverwarming een lagere luchttemperatuur onder de teelttafel kan worden aangehouden om een bepaalde pottemperatuur te bereiken. Geschat wordt dat met deze lagere luchttemperatuur 10-30% aan warmte wordt bespaard omdat minder warmte naar de bodem verdwijnt. Bij Dieffenbachia is de kasluchttemperatuur boven de pot meer bepalend voor de gewasontwikkeling dan de pottemperatuur. Verwacht wordt dat het energiebesparende effect van matverwarming groter is bij planten met een laag groeipunt, waarbij de pottemperatuur meer effect heeft op de groei. Dit project wordt gefinancierd vanuit het programma Kas als Energiebron, het innovatie- en actieprogramma van LTO Glaskracht Nederland en het ministerie van Economische Zaken (EZ).

Geplaatst op: 13-06-2017

Energiebesparing door lokale matverwarming potplanten

Elektrische matverwarming op teelttafels brengt warmte dichter bij de plant dan buisverwarming. Daarom zou hiermee energie kunnen worden bespaard. In een door Kas als Energiebron gefinancierd onderzoek bij Elstgeest potplanten, heeft Wageningen University & Research het effect van matverwarming op het kasklimaat en de gewasgroei gemeten. Op vier tafels, waarvan een tafel met buisverwarming en drie tafels met maximaal 7 W/m 2 matverwarming is het energiegebruik, de pottemperatuur, de luchttemperatuur onder de tafel gemeten. Aan het einde van de teelt van 30 september tot 5 december zijn plantmetingen uitgevoerd. Uit de metingen is gebleken dat bij de tafels met matverwarming 87% minder warmte is ingezet. Omdat de tafels niet in gescheiden compartimenten hebben gestaan, is de lucht rondom de tafels met matverwarming opgewarmd door de lucht boven de omliggende tafels met buisverwarming. Daarom kan alleen worden geconcludeerd dat met matverwarming een lagere luchttemperatuur onder de teelttafel kan worden aangehouden om een bepaalde pottemperatuur te bereiken. Geschat wordt dat met deze lagere luchttemperatuur 10-30% aan warmte wordt bespaard omdat minder warmte naar de bodem verdwijnt. Bij Dieffenbachia is de kasluchttemperatuur boven de pot meer bepalend voor de gewasontwikkeling dan de pottemperatuur. Verwacht wordt, dat het energiebesparende effect van matverwarming groter is bij planten met een laag groeipunt, waarbij de pottemperatuur meer effect heeft op de groei. Projectnummer: E 16011.07

Van 01-09-2016 tot 31-12-2016
Afgerond

Lage Temperatuur verwarming

In deze studie zijn Lage Temperatuur (LT) verwarmingsystemen geïnventariseerd en zijn de mogelijkheden gekwantificeerd. LT systemen kunnen laagwaardige warmte benutten en/of warm water beter uitkoelen. Dit is van belang bij toepassing van aardwarmte, warmtepompen, warmtenetten en benutting van rookgascodensors van WK installaties. In de berekeningen worden twee uitvoeringsvormen gebruikt die model staan voor een realistische implementatie van een LT-verwarmingssysteem. Het eerste systeem is de eenvoudige verdubbeling van het aantal buizen in het primaire net. Dit betekent dat in een energiezuinige tomatenteelt de aanvoertemperatuur niet vaak meer boven de 45 °C uitkomt en nooit boven de 50 °C. Het tweede voorbeeldsysteem is de voorverwarming van buitenlucht die via een luchtbehandelingskast wordt aangezogen voor ontvochtiging van de kaslucht. Vanwege de veel lagere tegentemperatuur (buitenlucht) kan de retourtemperatuur van verwarmingswater in zo’n voorverwarmingssysteem zeer laag worden (rond de 15 °C). LT-verwarming levert een gasbesparing van 3% bij een ketelgestookte kas tot 8% bij een kas die vooral door WKK wordt verwarmd. Vooral door een beter functionerende condensor. De hoge besparing icm WKK geldt alleen als de WKK geheel op warmtebehoefte wordt gebruikt en dus bij een beter functionerende condensor minder draaiuren gaat maken of kleiner gekozen wordt. Een deel van de besparing komt in dat geval dus uit een verlaagde elektriciteitsproductie. Van de twee genoemde vormen van LT-verwarming levert het gebruik van buitenluchtvoorverwarming een groter effect dan het vergroten van het aantal buizen in de kas. De toepassing van een LT-verwarmingssysteem in kassen met verwarming via een warmtepomp levert een daling van het resterend gasverbruik van de ketel met 1.7 tot 2.7 m³/(m² jaar) en van het stroomverbruik met 2.3 tot 5 kWh/(m² jaar). Bij een gasprijs van 30 cent per m³ en een stroomprijs van 10 cent per kWh dalen de energiekosten met ca. 1 euro per m² per jaar. Op de totale variabele kosten voor de kasverwarming is dit ongeveer 13%. In dit soort kassen kan verreweg het grootste effect worden behaald met een vergroting van het VO ín de kasruimte (dus meer buizen of bijvoorbeeld OPAC warmtewisselaars). Bij aardwarmte kan het resterende gasverbruik door de toepassing van laag-temperatuurverwarming dalen met 5 m³/(m² jaar). Hiervoor moeten dan beide systemen worden toegepast, LT-buitenluchtvoorverwarming én een verdubbeld verwarmingsnet. Beide maatregelen lever de helft van het effect, dus elk van de maatregelen afzonderlijk zullen zo'n 2.5 m³ gasbesparing opleveren. Procentueel zijn dit grote bijdragen, gezien het resterend gasverbruik van rond de 10 m³ per m² per jaar voor een kas die door aardwarmte wordt verwarmd. Projectnummer: 14924

Van 01-06-2012 tot 01-12-2012
Afgerond

Perspectieven warmtepomp in combinatie met vloerverwarming

In het onderzoek is gekeken naar de toepassingsmogelijkheden van warmtepompen voor lage temperatuurverwarming op bedrijven met vloerverwarmingssystemen. In Nederland is ongeveer 225 ha glastuinbouw aanwezig waarin dergelijke systemen zijn aangelegd. Hiervoor zijn onder andere simulaties uitgevoerd met behulp van het kasklimaat simulatiemodel KASPRO voor een 'gemiddeld' potplantenbedrijf. Uit het onderzoek blijkt dat het grote verwarmend oppervlak van het warmtepomp vloerverwarmingssysteem voordelen biedt bij het gebruik van warmtepompen. De energiebesparing op jaarbasis kan zelfs oplopen tot 24 %, afhankelijk van het type warmtepomp en de uitvoerings- en regelwijze van de betonvloer. Alleen de gasmotor aangedreven warmtepomp geeft een bedrijfseconomisch positief resultaat. De berekende marge is gelijk aan 1,20 euro per m2 per jaar. Dit geldt echter voor bedrijven waar reeds een betonvloer aanwezig is. Voor het speciaal aanleggen van een betonvloer zijn de voordelen van een warmtepomp niet groot genoeg. Projectnummer: 10618

Van 01-08-2000 tot 31-05-2002
Afgerond