Zoeken

Filters
Verwijder alle filters
Categorie
Resultaat 1 tot 10 van 443.

Deelrapport: gevoelige fase voor brandkoppen bij Lisianthus duidelijk in beeld

Gevoelige fase tussen 1,5 en 3 weken Uit het onderzoek blijkt dat brandkoppen ontstaan tijdens een duidelijk afgebakende periode van ongeveer 1,5 tot 3 weken na het uitplanten. Is de verdamping in deze fase onvoldoende, dan neemt het risico op brandkoppen toe. Voor en na deze periode blijkt het klimaat nauwelijks invloed te hebben op het ontstaan ervan. Dat is een belangrijk inzicht. Als alleen tijdens deze kritische fase extra gestuurd hoeft te worden op verdamping, kan daarbuiten mogelijk vochtiger en daarmee energiezuiniger worden geteeld. Ook blijken brandkoppen relatief snel na het ontstaan zichtbaar. Bij de eerste symptomen kan dus nog worden ingegrepen met aanpassingen in het klimaat om verdere schade te beperken. Verdamping is bepalend Hoe de extra verdamping tijdens de gevoelige fase wordt gerealiseerd, blijkt minder belangrijk. Zowel een lagere relatieve luchtvochtigheid als extra luchtbeweging rond het groeipunt werkt. Ook het moment van de dag waarop de extra verdamping plaatsvindt, maakt weinig verschil. Vooral de hoeveelheid verdamping telt: hoe hoger de verdamping, hoe minder brandkoppen. Meer licht geven blijkt hiervoor geen effectieve oplossing. Ook aanpassingen in daglengte en lichtspectrum hadden nauwelijks of geen effect op het ontstaan van brandkoppen. Lagere temperatuur biedt tweede mogelijkheid Het onderzoek bracht nog een andere kansrijke strategie naar voren: het tijdelijk vertragen van de gewasontwikkeling. Een verlaging van de etmaaltemperatuur van 28 naar 25°C tijdens de gevoelige fase zorgde voor een sterke afname van het aantal brandkoppen, zelfs bij een relatief lage verdamping. De brandkoppen ontstonden later in de teelt ook niet alsnog. Daar staat tegenover dat de lagere temperatuur de teelt met ongeveer vier dagen vertraagt. Op weg naar fasegerichte klimaatsturing De resultaten bieden perspectief voor fasegerichte klimaatsturing in Lisianthus. In plaats van gedurende de hele teelt omstandigheden aan te houden die veel verdamping veroorzaken, kan mogelijk alleen tijdens de korte gevoelige fase gericht worden gestuurd. Daarvoor is in de praktijk wel een teeltsysteem nodig waarin verschillende groeistadia afzonderlijk kunnen worden aangestuurd, bijvoorbeeld met compartimentering of gerichte luchtbeweging. Het onderzoek 'Lisianthus sturen per teeltfase: de weg naar fossielvrij' bestaat uit twee werkpakketten. Na het onderzoek naar de gevoelige fase voor brandkoppen volgt een kasproef bij Delphy Improvement Centre. In twee proefkassen wordt onder full-LED een standaardteelt vergeleken met een klimaatstrategie gericht op het voorkomen van brandkoppen én het besparen van energie. Financiering en coördinatie Dit onderzoek wordt uitgevoerd door Plant Lighting in samenwerking met Delphy Improvement Centre. Het project wordt gefinancierd en gecoördineerd door Kas als Energiebron, een innovatieprogramma van het ministerie van LVVN en Glastuinbouw Nederland. Medegefinancierd door de gewascoöperatie Lisianthus, Takii, Sakata, Florensis, Van Egmond Lisianthus, Svensson Nederland en Signify. Mede mogelijk gemaakt door Kennis in je Kas (KijK). De proef wordt begeleid door telers. Meer weten? Bekijk het deelrapport voor alle resultaten en achtergronden van het onderzoek. Foto van Plant Lighting: van een behandeling met brandkoppen en een behandeling zonder brandkoppen uit het klimaatcel-onderzoek.

Geplaatst op: 25-08-2026

Nieuwe teeltsystemen bieden perspectief voor een fossielvrije Phalaenopsisteelt

Auteur: M.W. Bongers, H.F. de Zwart en S.W. Hogewoning

Twee alternatieven voor de klassieke kas Phalaenopsis, beter bekend als de vlinderorchidee, stelt hoge eisen aan het kasklimaat. De combinatie van een warme opkweekfase en een koelere afkweekfase maakt de teelt relatief energie-intensief. Daarom onderzochten de onderzoekers twee alternatieven voor de traditionele kas: een semi-gesloten kas en een volledig daglichtloos teeltsysteem. Daarbij stond één centrale vraag centraal: kunnen deze systemen het energiegebruik verlagen, zonder in te leveren op plantkwaliteit en productie? Daglichtloze opkweek biedt de meeste kansen De grootste energiewinst werd behaald met het daglichtloze teeltsysteem. Door de kas volledig te isoleren, daalde de warmtevraag fors. Daar staat wel een hogere elektriciteitsvraag tegenover, omdat alle belichting met LED plaatsvindt. Volgens de onderzoekers ontstaat juist perspectief wanneer deze extra elektriciteit duurzaam wordt opgewekt met zonnepanelen. De meest kansrijke oplossing blijkt een combinatie van een daglichtloze opkweek en een reguliere glazen kas voor de afkweek. In dat scenario kan zowel warmte als elektriciteit worden bespaard, terwijl de planten minstens even snel groeien als in de praktijk. Semi-gesloten kas vraagt verdere optimalisatie Ook de semi-gesloten kas liet zien dat warmte kan worden bespaard. Het systeem gebruikt geconditioneerde lucht en een gecontroleerde luchtstroom door het gewas, waardoor efficiënter met warmte kan worden omgegaan. Tijdens de proef bleek echter dat de watergift en potafdroging nog onvoldoende gelijkmatig waren. Daardoor ontstonden verschillen in groei tussen de planten. Voordat dit systeem commercieel toepasbaar is voor de Phalaenopsisteelt, is verdere optimalisatie nodig. Vervolgonderzoek richt zich op plantkwaliteit De resultaten laten zien dat beide teeltsystemen interessante bouwstenen kunnen zijn voor een toekomstbestendige en fossielvrije Phalaenopsisteelt. Tegelijkertijd zijn er nog uitdagingen. Zo vraagt de plantkwaliteit in het daglichtloze systeem verdere verbetering, onder meer om de strekking van bladeren en de beworteling beter te sturen. Met het eindrapport is een belangrijke stap gezet in de zoektocht naar nieuwe teeltsystemen die bijdragen aan een klimaatneutrale glastuinbouw. De komende jaren wordt verder onderzocht hoe deze concepten kunnen worden doorontwikkeld voor toepassing in de praktijk. Financiering en coördinatie Dit project is uitgevoerd door Plant Lighting, in samenwerking met LKP Plants, Certhon en Wageningen University & Research Glastuinbouw. Dit project is gefinancierd en gecoördineerd door Kas als Energiebron, een innovatieprogramma van het ministerie van LVVN en Glastuinbouw Nederland. Het onderzoek is medegefinancierd door de gewascoöperatie Potorchidee. Mogelijk gemaakt door Kennis in je Kas (KijK). De proef is begeleid door telers.

Geplaatst op: 13-07-2026

Grenzen aan puur rood assimilatielicht

Auteur: Daphne Ruiter en Govert Trouwborst (Plant Lighting)

Komkommer reageert anders dan tomaat Uit het onderzoek blijkt dat komkommer gevoeliger is voor uitsluitend rood licht dan tomaat. Bij komkommer nam de fotosynthesecapaciteit duidelijk af, wat uiteindelijk ook leidde tot minder groei. Bij tomaat was dat anders. De fotosynthesecapaciteit bleef onder puur rood licht vergelijkbaar met die van planten die werden belicht met een combinatie van rood, blauw en wit licht (RBW). Wel invloed op de plantvorm Hoewel de fotosynthese en de drogestofproductie van tomaat op peil bleven, had puur rood licht wel invloed op de ontwikkeling van de plant. Zo werd meer stengelstrekking waargenomen. Opvallend is dat de totale productie van drogestof ondanks deze verandering gelijk bleef aan die onder een combinatie van rood, blauw en wit licht. Daarnaast bleek dat een beperkte hoeveelheid daglicht al voldoende is om de mogelijke nadelige effecten van puur rood licht grotendeels te voorkomen. Ongeveer 1,7 mol/m² per dag aan zonlicht, verdeeld over zes uur, bleek zowel bij tomaat als komkommer voldoende om deze effecten sterk te verminderen. Dat onderstreept het belang van een minimale bijdrage van natuurlijk daglicht in de praktijk. UV-B blijkt belangrijker dan gedacht Tijdens het onderzoek kwam nog een belangrijk aandachtspunt naar voren: de rol van UV-B-licht. Wanneer UV-B volledig ontbreekt, kunnen tomatenplanten fysiologische problemen ontwikkelen, zoals oedeem (intumescence). Uit het onderzoek blijkt dat het ontbreken van UV-B zelfs een grotere invloed heeft op de bladkwaliteit en de fotosynthese dan het gebruik van uitsluitend rood licht. Ook werden verschillen tussen rassen zichtbaar. Zo bleek het tomatenras Maxxize gevoeliger voor het ontbreken van UV-B dan Brioso. Kansen voor energiezuiniger belichten De onderzoekers concluderen dat puur rode belichting tijdens de opkweek van tomaat (voor de onderzochte rassen) goed mogelijk lijkt, mits voldoende daglicht beschikbaar is. In de proef ging het om ongeveer 1,7 mol/m² per dag aan zonlicht in combinatie met 10 mol/m² per dag rood LED-licht. Dat biedt perspectief voor een energiezuinigere opkweek, doordat minder efficiënte lichtkleuren beperkt hoeven te worden ingezet. Vervolgonderzoek De volgende stap is onderzoeken wat de effecten zijn van puur rood licht bij vruchtdragende gewassen. Daarbij ligt de focus vooral op de invloed van deze belichtingsstrategie op de vruchtontwikkeling. Over het Masterplan Lich t Het Masterplan Licht richt zich op het verlagen van het energiegebruik in de glastuinbouw door assimilatiebelichting slimmer aan te sturen. Door anders, minder of efficiënter te belichten, wordt gewerkt aan een rendabele en klimaatneutrale glastuinbouw. Dit project wordt uitgevoerd door Business unit Glastuinbouw van Wageningen University & Research, Delphy Improvement Centre en Plant Lighting. Het is gefinancierd en gecoördineerd door Kas als Energiebron, een innovatieprogramma van LVVN en Glastuinbouw Nederland. Mede mogelijk gemaakt door Topsector Tuinbouw en Uitgangsmaterialen en Kennis in je Kas (KijK). De proef wordt gevolgd en begeleid door telers.

Geplaatst op: 09-07-2026

LED-belichting heeft nauwelijks invloed op plaagdruk en biologische bestrijding

Auteur: Sergio Harinck, Vertify

In het onderzoek is gekeken naar de effecten van verschillende LED-spectra op belangrijke plagen en natuurlijke vijanden in chrysant en tomaat. Daarbij lag de focus op de winterteelt, waarin belichting een belangrijke rol speelt. Nauwelijks verschillen in chrysant en tomaat Bij chrysant werden geen verschillen gevonden in de ontwikkeling van Californische trips of in de effectiviteit van natuurlijke vijanden zoals de roofmijt Transeius montdorensis. Ook de gewasschade bleef vergelijkbaar tussen de verschillende lichtbehandelingen. Bij mineervlieg werd wel een lichte trend gevonden waarbij zeer rode lichtspectra resulteerden in minder vraatschade. Omdat deze spectra in de praktijk nauwelijks worden toegepast, is de praktische relevantie beperkt. Ook in tomaat waren de effecten klein. Een hoger aandeel rood licht leidde tot een iets tragere ontwikkeling van wittevlieg, maar de verschillen waren onvoldoende om in de praktijk als stuurmiddel te gebruiken. Voor natuurlijke vijanden zoals Encarsia formosa en Macrolophus pygmaeus werden geen effecten van het lichtspectrum gevonden. Meer zekerheid voor telers De resultaten geven telers meer zekerheid bij de keuze voor LED-belichting. De onderzochte verschillen in lichtspectrum blijken geen negatieve gevolgen te hebben voor geïntegreerde gewasbescherming of de werking van biologische bestrijders. Dat betekent dat de keuze voor een LED-spectrum vooral gebaseerd kan worden op factoren als gewasgroei, energie-efficiëntie en teeltstrategie. Belangrijke stap richting fossielvrije glastuinbouw De transitie naar LED-belichting speelt een belangrijke rol in de verduurzaming van de glastuinbouw. Dankzij de hogere efficiëntie van LED-armaturen kan aanzienlijk worden bespaard op energiegebruik. Dit onderzoek laat zien dat die overstap niet ten koste hoeft te gaan van een effectieve biologische gewasbescherming. Financiering en coördinatie Dit project is uitgevoerd door Vertify, samen met Plant Lighting en met partners Koppert, Fluence (later Signify), en gewascoöperaties chrysant en tomaat. Dit project is gefinancierd en gecoördineerd door Kas als Energiebron, een innovatieprogramma van het ministerie van LVVN en Glastuinbouw Nederland. Mogelijk gemaakt door Kennis in je Kas (KijK). De proef is begeleid door telers.

Geplaatst op: 03-06-2026

Meerdaagse lichtintegratie in tomaat biedt kansen

Auteur: Anja Dieleman, Wageningen University & Research

De glastuinbouw wil verduurzamen én economisch rendabel blijven. Belichting speelt daarin een belangrijke rol. Het is essentieel voor een jaarrond productie van gezonde producten, maar tegelijkertijd ook een grote kostenpost en verantwoordelijk voor een deel van de CO₂-uitstoot. Daarom kijken telers steeds kritischer naar hun belichtingsstrategie. De centrale vraag: hoe verlaag je het elektriciteitsverbruik zonder negatieve gevolgen voor groei en productie? Mogelijke strategieën zijn het terugdimmen van belichting bij voldoende buitenlicht of hoge stroomprijzen, het compenseren van lichte dagen met dagen waarop minder wordt belicht, of het inzetten van vooral rood licht vanwege de hoge energie-efficiëntie. Binnen het project ‘Masterplan Licht’ wordt gewerkt aan energiezuinige en intelligente belichtingsstrategieën. In september 2025 zijn in het IDC Hoge Draad van Wageningen University & Research in Bleiswijk vier tomatengewassen van het ras Maxxize geplant. In vier compartimenten werden verschillende belichtingsstrategieën getest: Referentie: 325 µmol/m²/s met 5% blauw, 5% groen en 90% rood licht 100% rood licht, met dezelfde intensiteit als de referentie Lichtwisselingen per dag: afwisselend 225 en 425 µmol/m²/s Lichtwisselingen per week: vier dagen laag licht (225 µmol/m²/s) en drie dagen hoog licht (458 µmol/m²/s) Meerdaagse lichtintegratie In de praktijk werken telers vaak met een RTR-strategie, waarbij temperatuur en belichting op elkaar worden afgestemd om de plant in balans te houden. Omdat temperatuur in deze proef niet per compartiment geregeld kon worden, werd vooraf verwacht dat lichtwisselingen mogelijk zouden leiden tot ongelijke groei of problemen met vruchtzetting. Dat bleek in de praktijk mee te vallen. Er waren nauwelijks verschillen zichtbaar in plantlengte, bladafsplitsingssnelheid, trosvorming en plantbelasting tussen de behandelingen met lichtwisselingen en de referentie. Sterker nog: in de winter stonden de gewassen met lichtwisselingen er volgens de begeleidingscommissie vaak beter op dan de referentie. Zo was de kopdikte in januari en februari het grootst bij de behandeling met lichtwisselingen per week. Ook de uiteindelijke productie en het gemiddelde vruchtgewicht waren vergelijkbaar met de referentie. Dat laat zien dat er mogelijkheden zijn om slimmer te belichten op basis van beschikbare instraling, zonder negatieve effecten op groei en productie. Rood licht Belichten met alleen rood licht heeft duidelijke voordelen. Rood licht is energetisch efficiënt en zeer effectief voor fotosynthese. De vraag was echter of tomaten ook goed geteeld kunnen worden onder uitsluitend rood LED-licht, aangevuld met beperkt zonlicht. In deze proef bleek dat de planten in de winter onder rood licht minder sterk stonden, met dunnere koppen, meer geelverkleuring en minder uniformiteit. Toch bleef het effect op de productie beperkt. Bij beëindiging van de proef op 23 april lag de productie ruim 1 kg/m² lager dan de referentie. Hoewel deze extreme behandeling dus nadelige effecten liet zien in de wintermaanden, hield het gewas zich beter staande dan vooraf werd verwacht. In het voorjaar herstelde het gewas zich bovendien weer goed. De resultaten wijzen erop dat uitsluitend rood licht mogelijk interessant kan zijn bij voldoende buitenstraling. Een richtlijn daarvoor lijkt ongeveer 100 W/m² instraling te zijn. Over Het project ‘Intelligente aansturing van belichting voor een rendabele klimaatneutrale glastuinbouw’, ofwel Masterplan Licht, richt zich op het verlagen van het energiegebruik in de glastuinbouw door intelligente aansturing van assimilatiebelichting. Dit project is uitgevoerd door Business unit Glastuinbouw van Wageningen University & Research, Delphy Improvement Centre en Plant Lighting. Het is gefinancierd en gecoördineerd door Kas als Energiebron, een innovatieprogramma van LVVN en Glastuinbouw Nederland. Mede mogelijk gemaakt door Topsector Tuinbouw en Uitgangsmaterialen en Kennis in je Kas (KijK). De proef wordt gevolgd en begeleid door telers.

Geplaatst op: 18-05-2026

Nieuwe inzichten over lichtbenutting van tomaat onder LED

Auteur: Sander Hogewoning (Plant Lighting)

Lagere LBE in de praktijk onder LED Plant Lighting heeft afgelopen zomer een praktijkanalyse uitgevoerd waarin de prestaties onder SON-T, hybride en LED-belichting bij kwekers in de praktijk zijn vergeleken. Daaruit bleek inderdaad dat de lichtbenuttingsefficiëntie (LBE), uitgedrukt in gram oogst per mol licht, lager was onder LED. Om de oorzaak hiervan te achterhalen hebben Plant Lighting, Delphy Improvement Centre en Wageningen University & Research een proef opgezet in 3 proefkassen, waarvan 1x SON-T 190 µmol, 1x hybride 325 µmol en 1x LED 325 µmol, gebruikmakend van Agrolux armaturen. In september is daar de grove trostomaat Macxize geplant bij 2 plantdichtheden. Resultaten kasproef Nu de winter voorbij is kan alvast de voorlopige balans worden opgemaakt: bij hybride en LED was de productie fors hoger dan onder SON-T met respectievelijk 35, 35 en 26 kg/m2 tot week 9. Echter, omgerekend per eenheid licht presteerde SON-T juist beter: de LBE lag onder LED en hybride bijna 10% lager dan onder SON-T. De lichtsom lijkt dus bepalender voor de LBE dan de lichtbron. Uit de fotosynthese-metingen blijkt een hogere onderhoudsademhaling onder LED en hybride een belangrijke factor in de lagere LBE. Dit is overigens een normale biologische aanpassing van bladeren aan meer licht. De hogere stengeldichtheid geeft tot nu toe nauwelijks meer kg’s per m2 en dus wel kleinere vruchten. De verdeling van assimilaten tussen bladeren en vruchten bleek het verschil in LBE niet te verklaren. Toekomstperspectief Teeltkundig lijkt de hogere onderhoudsademhaling bij hogere lichtsommen niet goed te voorkomen. Wel is er meer dan genoeg blad. Om toch een hogere LBE te realiseren lijkt sturen op een sterkere assimilatenstroom richting vruchten (sinksterkte) ten koste van de bladeren het meest kansrijk. Dit hopen we volgend jaar te kunnen aantonen. Financiering en coördinatie Dit project wordt uitgevoerd door Plant Lighting, Delphy Improvement Centre en Wageningen University & Research. Dit project is gefinancierd en gecoördineerd door Kas als Energiebron (een innovatieprogramma van het ministerie van LVVN en Glastuinbouw Nederland), Agrolux, Axia, Ludvig Svensson en Saint-Gobain Cultilene. Mede mogelijk gemaakt door door Kennis in je Kas (KijK). De proef wordt intensief begeleid door telers vanuit de landelijke commissie tomaat.

Geplaatst op: 07-04-2026

LichtEvent 2026: van brede inzichten naar gerichte keuzes

LED is geen innovatie meer, maar vertrekpunt Tijdens de opening maakte Dennis Medema (Kas als Energiebron) meteen duidelijk waar de sector staat: LED-belichting is allang geen nieuwigheid meer. De introductiefase ligt achter ons. De vragen van vandaag gaan niet meer over óf, maar over hoe je optimaal stuurt met licht, energie en klimaat. Juist die verdieping stond centraal tijdens deze editie van het LichtEvent. Sector in beweging: uitdagingen én oplossingen Adri Bom-Lemstra (voorzitter Glastuinbouw Nederland) gaf in haar opening een inkijkje in de actuele ontwikkelingen. De energietransitie vraagt veel van ondernemers, maar de sector laat zien dat zij kan schakelen. “Met elkaar maken wij de glastuinbouw sterker, slimmer en toekomstbestendig”, benadrukte zij. Tegelijk wees ze op de realiteit: stijgende kosten, netcongestie en onzekerheden rondom CO₂-voorziening. Haar boodschap was helder: maak gebruik van wat er is. Onderzoek, kennisdeling en subsidies via Kas als Energiebron liggen klaar. “Gebruik ons als loket, als kennispartner en als belangenbehartiger.” Energie, prijzen en flexibiliteit: blik van Martien Visser Hoofdspreker Martien Visser, Emeritus-lector Hanzehogeschool Groningen, gaf een scherp en feitelijk beeld van de energiemarkt, nu en richting 2030-2035. Zijn analyse onderstreepte hoe bepalend energie blijft voor de keuzes in de kas. Wereldwijd groeit de gasvraag nog altijd, terwijl geopolitieke spanningen, zoals rond LNG-routes, direct doorwerken in de prijzen. Hoewel de extreme pieken van de energiecrisis zijn afgevlakt, blijven de termijnprijzen onzeker en gevoelig voor ontwikkelingen in de wereld. Tegelijk liet Martien zien dat de elektriciteitsmarkt structureel verandert. Het aandeel zon en wind is inmiddels groot. In Nederland zelfs circa drie keer de gemiddelde stroomvraag, maar dat betekent ook sterke fluctuaties in beschikbaarheid en prijs. Op momenten met veel zon en wind dalen prijzen richting nul, terwijl ze bij schaarste juist stijgen richting de kostprijs van gascentrales. Opvallend is dat die volatiliteit in verhouding minder sterk is toegenomen dan vaak gedacht, doordat prijzen zich blijven bewegen binnen deze bandbreedte. Dat maakt ook duidelijk waarom de koppeling tussen stroom- en gasprijzen voorlopig blijft bestaan. Zijn belangrijkste boodschap voor de glastuinbouw: flexibiliteit wordt de sleutel. “Een kas is eigenlijk een flexibel energiesysteem”, stelde hij. “WKK is daarin nog steeds het summum van hybride.” Panel: scherpe stellingen en eerlijke reacties In het panelgesprek, onder leiding van Eric Poot (Delphy), gingen Martien Visser, Adri Bom-Lemstra, Pascal Lakerveld (Samax) en Eric Vereijken (glastuinbouwondernemer) met elkaar in gesprek. Aan de hand van stellingen en vragen werd ingezoomd op de praktijk. De eerste stelling raakte meteen de kern: is er nog toekomst voor belichte teelt in Nederland? De panelleden waren het erover eens dat die er is, maar wel in een andere vorm. Adri benadrukte dat belichting juist flexibiliteit biedt. Pascal gaf aan dat telers steeds minder met vaste volumes werken en meer kijken naar wat de plant aankan. Eric Vereijken was kritischer en wees op de oplopende kosten: “Het wordt duurder en dat moet ergens worden terugverdiend.” Ook de lessen uit eerdere energiecrisis (2021-2022) kwamen aan bod. Volgens Pascal ligt de focus nu veel meer op risicospreiding en vooruitkijken, terwijl Eric Vereijken aangaf dat hij zowel op lange termijn als op dagbasis inkoopt en continu scherp blijft op zijn strategie. Ook de toekomst van de WKK kwam nadrukkelijk ter sprake. De conclusie: ondanks alle ontwikkelingen blijft deze voorlopig nodig, met name vanwege de CO2-behoefte. Adri onderstreepte daarbij dat het doel, klimaatneutraal telen in 2040, leidend moet zijn. En dat de sector moet blijven werken met een mix van oplossingen, in plaats van één technologie centraal te stellen. Ook de rol van de overheid kwam ter sprake. Ondernemers willen investeren in verduurzaming, maar lopen tegen stijgende kosten aan. Volgens Adri is het essentieel dat die opgave niet alleen bij de sector wordt neergelegd en dat het gesprek hierover actief gevoerd blijft worden. Glastuinbouw Nederland pakt daar een belangrijke sleutelrol in. Van plenaire inzichten naar verdieping Na het plenaire programma gingen deelnemers uiteen in verschillende workshops en rondleidingen. Hier werd ingezoomd op specifieke thema’s zoals verdamping, lichtspectrum, dynamische belichting en nieuwe kasmaterialen. Juist deze opzet sluit aan bij wat steeds meer gevraagd wordt in de sector: maatwerkkennis. Telers en teeltspecialisten zoeken geen algemene antwoorden meer, maar inzichten die passen bij hun gewas, bedrijf en strategie. Die ontwikkeling is logisch en positief. De glastuinbouw wordt steeds specialistischer en daarmee groeit ook de behoefte aan gerichte kennis en praktische handvatten. Samen verder bouwen aan kennis Het LichtEvent laat zien waar de sector staat: een stap voorbij de introductie van nieuwe technieken, op weg naar optimalisatie en verdieping. Samenwerking tussen onderzoek, praktijk en beleid blijft daarbij essentieel. Want juist in die combinatie ontstaat de kennis die nodig is om de volgende stap te zetten in energiezuinig en toekomstbestendig telen. Benieuwd naar de gedeelde kennis tijdens het LichtEvent? Hier vind je de beschikbare presentaties . Foto gemaakt door Peter Visser. Panelleden met elkaar in gesprek, v.l.n.r. Martien Visser, Eric Vereijken, Pascal Lakerveld, Adri Bom-Lemstra en Eric Poot.

Geplaatst op: 24-03-2026

Eindrapport: Het meten van LED-licht in de glastuinbouw

Auteur: Anja Dieleman, Esther Meinen, Jos Paul, Celestin Kleijweg, Anouk van den Bosch, Evelien van Tongerlo (Wageningen University & Research)

Noodzaak voor herziening De manier waarop licht in kassen wordt gemeten, is de afgelopen jaren sterk veranderd. Waar het bestaande meetprotocol uit 2010 nog uitging van vaste lichtbronnen, werken telers tegenwoordig met dynamisch instelbare LED-systemen. Lichtintensiteit en spectrum kunnen worden aangepast, bijvoorbeeld door dimmen of schakelen tussen lichtkanalen. Ook aan de kant van de meettechniek zijn ontwikkelingen gaande. Nieuwe sensoren met verschillende meetbereiken zorgen ervoor dat in de praktijk op uiteenlopende manieren wordt gemeten. Dat kan leiden tot verschillen in gemeten lichtintensiteiten en spectra. Het doel van dit project was dan ook helder: komen tot een actueel en breed gedragen meetprotocol, dat aansluit bij de praktijk van vandaag. Eenduidig en praktisch meetprotocol Het nieuwe lichtmeetprotocol beschrijft stap voor stap hoe lichtmetingen in de kas uitgevoerd moeten worden: van voorbereiding en meetomstandigheden tot het gebruik van sensoren en de analyse van data. Daarbij is onder andere aandacht voor stabilisatietijden van LED-armaturen, die essentieel zijn voor betrouwbare metingen. Uit het onderzoek blijkt dat moderne spectrale lichtsensoren onderling consistente resultaten geven, terwijl gangbare PAR-sensoren de lichtintensiteit in sommige situaties kunnen overschatten. Met het nieuwe protocol worden dit soort verschillen beter ondervangen. Betrouwbare basis voor de praktijk Met het nieuwe lichtmeetprotocol krijgt de sector een eenduidige en betrouwbare manier om LED-belichting te meten en te beoordelen. Dit helpt telers, installateurs en adviseurs om beter vast te stellen of een belichtingsinstallatie daadwerkelijk voldoet aan de gewenste lichtintensiteit, verdeling en spectrum. Het protocol is samen met partijen uit de sector ontwikkeld en getest in de praktijk, en vormt daarmee een belangrijke stap richting verdere professionalisering van lichtmetingen in de glastuinbouw. Financiering en coördinatie Dit project is uitgevoerd door Wageningen University & Research. Dit project is gefinancierd en gecoördineerd door Kas als Energiebron, een innovatieprogramma van het ministerie van LVVN en Glastuinbouw Nederland. Mogelijk gemaakt door Kennis in je Kas (KijK). De proef is begeleid door telers.

Geplaatst op: 23-03-2026

Eerste resultaten praktijkanalyse: lichtbenutting tomaat onder LED mogelijk lager

Praktijkdata wijzen op lagere LBE onder full-LED Plant Lighting analyseerde teeltgegevens van tomatenbedrijven waar binnen hetzelfde bedrijf geteeld werd onder SON-T, hybride of full-LED. Door alleen vergelijkingen te maken binnen één bedrijf en bij vergelijkbare teelten van grove trostomaten, konden de resultaten zo goed mogelijk met elkaar worden vergeleken. Uit deze analyse blijkt dat de LBE onder full-LED bij alle drie de onderzochte bedrijven lager was dan onder SON-T of hybride belichting. De verschillen varieerden van 5% tot 23%. Hoewel LED vaak gepaard gaat met een hogere lichtsom en meer kilo’s productie, bleek het vruchtgewicht niet in dezelfde mate mee te stijgen met de extra belichting. Basis voor vervolgonderzoek Een lagere LBE zou betekenen dat een deel van de energiewinst van LED-belichting verloren gaat. Ook kan het telers stimuleren om extra maatregelen te nemen, zoals meer buisgebruik of het aanjagen van verdamping, terwijl het effect daarvan niet altijd duidelijk is. Om beter te begrijpen waar het verschil vandaan komt, is in september 2025 een kasproef gestart. In dit onderzoek werken Plant Lighting, Delphy en Wageningen University & Research samen om de oorzaken van de lagere LBE onder LED te achterhalen en mogelijke oplossingen te vinden. Dit project wordt gefinancierd en gecoördineerd door Kas als Energiebron, een innovatieprogramma van LVVN en Glastuinbouw Nederland. Mede mogelijk gemaakt door Kennis in je Kas (KijK). De proef wordt begeleid door telers.

Geplaatst op: 09-03-2026

Fossielvrije slateelt

Verken de toekomst van duurzame slateelt Tijdens dit event ontdek je de nieuwste inzichten uit de proef Fossielvrije hoogproductieve slateelt op water. Experts delen hun bevindingen, we bezoeken de proefkassen en verkennen innovaties in licht, automatisering en energie. Meld je aan voor een unieke inkijk in baanbrekend onderzoek naar de slateelt van morgen! Wil je meer weten over het onderzoeksproject? Lees hier meer over het onderzoek: Fossielvrije hoogproductieve slateelt op water . Programma 13.00 uur: Ontvangst en inloop met koffie 13.30 uur: Opening door Liesanne Wieleman (Glastuinbouw Nederland) en Maarten Vliex (Botany) 13.45 uur: Presentatie onderzoeksdata 'Fossielvrije hoogproductieve slateelt op water’ door Conny Vervoort (Botany) en Govert Trouwborst (PlantLighting) 14.30 uur: Bezoek aan het project met rondleiding door de drie afzonderlijke kassen 15.00 uur: Ontwikkelingen in floating teeltsystemen voor babyleaf: van basisopzet tot volledige automatisering door Niels Jacobs (Light4Food) 15.20 uur: Paneldiscussie tussen diverse experts over de learnings van het project 15.40 uur: Mogelijkheden LED in sla door Peer Hermans (Signify) 16.00 uur: Afsluitende borrel Aanmelden Meld je aan via het aanmeldformulier . Aanmelden is verplicht en kan tot 23 februari 2026, 12.00 uur, mits er nog plaats is. Let op: dit event is alleen voor sla-telers. Annuleren Ben je onverhoopt verhinderd, geef dit dan door via info@kasalsenergiebron.nl, wellicht dat een collega je vrijgekomen plaats kan invullen. In overleg kunt je een vervanger sturen. Beeldmateriaal & geluidsopnamen Er kunnen door de organisatie foto’s en video’s gemaakt worden ter terugblik of promotie van deze bijeenkomst. Als je daar bezwaar tegen hebt kun je dit vooraf aangeven via info@kasalsenergiebron.nl. Het maken van video- en geluidsopnamen door bezoekers is niet toegestaan. Meer informatie Neem voor meer informatie contact op met Liesanne Wieleman, mobiel +31 6 330 286 22, e-mail lwieleman@glastuinbouwnederland.nl. Botany: Doctor Droesenweg 7, 5964 NC Horst-Meterik