Zoeken

Filters
Verwijder alle filters
Resultaat 1 tot 10 van 69.

Lagere luchtvochtigheid verbetert werking van huidmondjes bij chrysant

Auteur: Stefan van den Boogaart, Plant Lighting

In dit onderzoek staat de vraag centraal welke invloed de relatieve luchtvochtigheid (RV) heeft op de verdamping en het functioneren van de huidmondjes. Deze kleine openingen in het blad spelen een belangrijke rol bij de opname van CO₂ en de verdamping van de plant. Eerder onderzoek liet zien dat een langdurig hoge luchtvochtigheid kan leiden tot minder goed functionerende, ofwel 'luie', huidmondjes. In twee recente klimaatproeven is onderzocht of het tijdelijk verlagen van de luchtvochtigheid overdag of juist 's nachts dit kan voorkomen. Lagere RV stimuleert de verdamping In de eerste proef werd een continu hoge relatieve luchtvochtigheid van 95% vergeleken met een situatie waarbij de RV overdag werd verlaagd naar 79%. Dat had direct effect. De verdamping lag bij de lagere RV ongeveer 50% hoger: 1.400 tegenover 950 milliliter per vierkante meter per dag. Dit verschil ontstond volledig overdag; 's nachts werd geen verschil gemeten. In een tweede proef werd juist gekeken naar het effect van een lagere RV tijdens de nacht. Daarnaast is onderzocht of extra luchtbeweging bovenin en onderin het gewas de verdamping verder kan stimuleren. Bij een continu hoge RV zorgde extra luchtbeweging voor een beperkte toename van de verdamping. Relatief gezien betekende dit nog altijd een stijging van ongeveer 25%. Wanneer de RV werd verlaagd, nam de verdamping met ongeveer 35% toe. Daarbij bleek luchtbeweging onderin het gewas effectiever dan bovenin. Huidmondjes functioneren beter De belangrijkste conclusie uit beide proeven is dat zowel een lagere RV overdag als een lagere RV gedurende de nacht zorgt voor beter functionerende huidmondjes. Daarmee wordt opnieuw bevestigd dat een langdurig hoge luchtvochtigheid een belangrijke oorzaak is van disfunctionele huidmondjes. Opvallend is dat extra luchtbeweging op zichzelf nauwelijks invloed had op het functioneren van de huidmondjes. Hoewel de verdamping toenam, verbeterde de werking van de huidmondjes nauwelijks. Dat wijst erop dat niet alleen de hoeveelheid verdamping belangrijk is, maar vooral ook de luchtvochtigheid waaronder die verdamping plaatsvindt. Vervolgonderzoek Dit verrassende resultaat wordt in vervolgonderzoek verder onderzocht. Daarbij wordt ook gekeken of er tijdens de teelt een periode is waarin huidmondjes extra gevoelig zijn voor een hoge luchtvochtigheid. Als blijkt dat deze gevoelige fase zich alleen vroeg in de teelt voordoet, biedt dat interessante mogelijkheden voor de praktijk. Telers zouden dan in de tweede helft van de teelt een hogere luchtvochtigheid kunnen aanhouden, waardoor minder warmte nodig is en energie kan worden bespaard, zonder dat dit ten koste gaat van de kwaliteit van het gewas. Financiering en coördinatie onderzoek Het Masterplan Verdamping is onderdeel van het onderzoek ‘Verdamping en vochtbalans van plant en kas in een energiezuinige teelt’. In Masterplan Verdamping werken de business unit Glastuinbouw van Wageningen University & Research, Delphy Improvement Centre, Plant Lighting en Glastuinbouw Nederland samen, met financiering door de Topsector Tuinbouw en Uitgangsmaterialen en Stichting Kennis in je Kas (KijK). Binnen de Topsector werken bedrijfsleven, kennisinstellingen en de overheid samen aan innovaties op het gebied van duurzame productie van gezond en veilig voedsel en de ontwikkeling van een gezonde, groene leefomgeving. Dit onderzoek is tot stand gekomen in het kader van het programma Kas als Energiebron, het innovatie- en actieprogramma van het ministerie van LVVN en Glastuinbouw Nederland.

Geplaatst op: 01-07-2026

Masterplan Verdamping: inzichten voor energiezuinige tomatenteelt

Auteur: Brigit den Bakker en Silvester de Nooijer (Delphy)

Wat zagen we in 2023-2024? Bij een verdamping rond 1,5 l/m²/dag traden duidelijke teeltproblemen op. Denk aan schimmels zoals Botrytis, maar ook aan een lagere productie en fijner vruchtgewicht. Deze resultaten onderstrepen hoe kritisch de balans is tussen energiegebruik en teeltomstandigheden. Resultaten in 2024-2025 Met luchtcirculatie (tot 18 m³/m²/uur) van onbehandelde, onder het scherm aangezogen kaslucht via slurven onder elke goot nam de Botrytis druk sterk af. Hierdoor konden we nóg lager telen in verdamping: gemiddeld 1,3 l/m2/dag in de winter. Ondanks lage verdamping bleven vruchtkleur en vruchtkwaliteit goed. Wel bleef de productie 5 kg/m2 achter bij een referentiekas. Dit werd veroorzaakt door een laag vruchtgewicht als gevolg van een te hoog opgelopen mat-EC. Lopend onderzoek 2025 2026 In het lopende onderzoek wordt in twee kassen getest of telen bij lage verdamping ook commercieel haalbaar is. Daarbij wordt gekeken naar: verschillende EC-strategieën (gift EC versus drain EC) de positie van groeibuizen (laag, midden, hoog) het effect op vruchtmaat, kleur en plantkwaliteit Eerste resultaten 2025-2026 De eerste inzichten zijn positief. Een goede grove trostomaat blijkt haalbaar bij hoog vocht en een verdamping van 1,3–1,5 l/m²/dag. Tegelijkertijd is de foutmarge klein. Telen onder hoge luchtvochtigheid vraagt om nauwkeurige sturing, met name op EC en ziektedruk. In Masterplan Verdamping werken de business unit Glastuinbouw van Wageningen University & Research, Delphy Improvement Centre, Plant Lighting en Glastuinbouw Nederland samen, met financiering door de Topsector Tuinbouw en Uitgangsmaterialen en Stichting KIJK. Binnen de Topsector werken bedrijfsleven, kennisinstellingen en de overheid samen aan innovaties op het gebied van duurzame productie van gezond en veilig voedsel en de ontwikkeling van een gezonde, groene leefomgeving. Dit onderzoek is tot stand gekomen in het kader van het programma Kas als Energiebron, het innovatie- en actieprogramma van het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur en Glastuinbouw Nederland.

Geplaatst op: 30-03-2026

Nieuwe teeltsystemen voor Phalaenopsis II: naar een fossielvrije en schonere teelt

Doel en relevantie praktijk Het doel is een duurzame en fossielvrije Phalaenopsisteelt met full-LED belichting en een minimale warmtevraag. Door een daglichtloos teeltsysteem te ontwikkelen met een goede gewasgroei, waarin het warmte-gebruik in de opkweekfase van 64 m3/m2/jaar (reguliere kas) wordt verlaagd: naar 9 tot 18 m3/m2/jaar (afhankelijk van mate van verdamping en regeling vochtafvoer). Hiermee komt een fossielvrije opkweek van Phalaenopsis binnen handbereik. Projectbeschrijving Om tot het meest energiezuinige teeltsysteem te komen, moet de vraag beantwoord worden in hoeverre verdamping kan worden geminimaliseerd, in combinatie met passende regeltechniek. Dat wordt getoetst in twee vrijwel identieke klimaatcellen van ieder 160 m2 in de winter 2025-2026, waarbij in cel 1 (referentie) geteeld wordt volgens de standaard die nu is ontwikkeld en in cel 2 (energiebesparing) met veel minder verdamping. Waarbij de vraag beantwoord wordt hoe het gewas daarop reageert en hoeveel energie daadwerkelijk wordt bespaard. Tijdens deze proef wordt veel nieuwe kennis opgedaan over daglichtloos telen, klimaat gelijkheid, en optimalisatie van ontvochtiging. Deze kennis dit nemen we mee in andere proeven. Financiering en coördinatie Het totaalbudget voor dit onderzoek is € 473.336: met € 47.336,- in cash van de gewascoöperatie; € 10.000 van Signify; € 80.000 in kind van leveranciers en € 336.000 van Kas als Energiebron. Dit project wordt gefinancierd en gecoördineerd door Kas als Energiebron, een innovatieprogramma van het ministerie van LVVN en Glastuinbouw Nederland. Mede mogelijk gemaakt door Kennis in je Kas (KijK). De proef wordt begeleid door telers. Projectnummer: 25110

Van 25-03-2026 tot 31-12-2026
Lopend

Fossielvrije hoogproductieve slateelt op water

Auteur: Frank Huijs, Botany

Van buitenteelt naar telen onder glas De Nederlandse slateelt kent grote uitdagingen, onder andere op het gebied van ziektes, hygiëne, uitspoeling, arbeid en leveringszekerheid. Om die reden wordt de mogelijkheid verkend om in plaats van vollegrondteelt over te stappen op teelt onder glas om hoogwaardige sla op water te telen. Dat biedt diverse voordelen ten opzichte van bovenstaande uitdagingen. Op zoek naar de optimale teeltbalans op basis van resultaten In dit lopende project wordt bij hoge dichtheden (high-density) sla geteeld onder verschillende licht- en temperatuurverhoudingen. Zo wordt onderzoek verricht naar het verduurzamen en optimaliseren van kwalitatieve slaproductie onder energiezuinige omstandigheden. Momenteel worden de data van de eerste teeltcyclus verwerkt. Er waren duidelijke verschillen in ontwikkelingssnelheid en opbrengst zichtbaar. De verrassende conclusie was dat 100 µmol het veruit wint in gram/mol en gram/kwh bij alle drie de temperaturen: 16,19 en 22°C. Terwijl het aantal gram/mol per lichtniveau in alle drie de kassen elkaar niet veel ontloopt. De energiebehoefte van sla is uiteraard niet alleen de kWh die nodig is voor de belichting, maar ook de energiebehoefte om de kas op temperatuur te houden, energie voor verdamping en ontvochtiging. De gehele balans moet nog in kaart worden gebracht. Hierbij wordt ook de factor oogst versus kasafschrijvingskosten meegenomen. Immers, bij een 16°C-teelt kan er veel minder worden geoogst per m2 kas op jaarbasis. Er volgen nog twee rondes om zo de optimale balans te vinden tussen temperatuur, licht, energie die resulteren in zowel een goede opbrengst als een kwalitatief goed eindproduct. Financiering en coördinatie Dit project wordt uitgevoerd door Botany en Plant Lighting. En gefinancierd en gecoördineerd door Kas als Energiebron, een innovatieprogramma van het ministerie van LVVN en Glastuinbouw Nederland. Mede mogelijk gemaakt door Kennis in je Kas (KijK) en door Signify, Klasmann-Deilmann, Gardin, Enza Zaden en Light4Food. De proef wordt begeleid door telers.

Geplaatst op: 18-12-2025

Fossielvrije hoogproductieve slateelt op water

Doel en praktijkrelevantie Dit project richt zich op de ontwikkeling van een energiezuinig teeltconcept voor high-density slateelt op water, waarbij de warmte uit LED-belichting en gewasverdamping voldoende is voor kasverwarming. Het onderzoek focust op drie vragen: Wat is het effect van temperatuur en lichtintensiteit op groei, verdamping en kwaliteit van sla? Wat is de ondergrens van de teelttemperatuur? Hoe kan het gasverbruik op termijn worden teruggebracht tot vrijwel nul? Momenteel wordt sla vooral in de volle grond geteeld, met een areaal van ruim 2.800 hectare (CBS, 2023). Door uitdagingen zoals ziektedruk, arbeid en leveringszekerheid verwacht de sector een snelle verschuiving naar slateelt op water onder glas. Dit onderzoek ondersteunt die transitie met praktische en onderbouwde kennis. Projectbeschrijving Het project levert fundamentele inzichten op in de optimale verhouding tussen licht en temperatuur, duurzame klimaatstrategieën en plantgezondheid bij high-density slateelt op water. Deze kennis vormt de basis voor een toekomstbestendig en energiezuinig teeltsysteem onder glas. Gezien de druk op de vollegrondsteelt is het belangrijk dat deze ontwikkeling tijdig en zorgvuldig plaatsvindt. Het project bestaat uit vijf werkpakketten: 1 voorbereiding, 2 uitvoering, 3 metingen en berekeningen, 4 data-analyse en rapportage en 5 communicatie. Onderzoeksopzet Gedurende 20 weken wordt in drie proefkassen van 125 m² onderzocht hoe sla reageert op drie teelttemperaturen (16, 19 en 22°C). Elke kas is verdeeld in drie compartimenten met verschillende lichtintensiteiten (100, 200 en 300 µmol/m²/s). De sla wordt geteeld op floaters met een hoge plantdichtheid van circa 400 planten per m². In totaal worden drie tot vier teeltcycli uitgevoerd van vier tot zes weken. Metingen en analyse Tijdens de teelt wordt de gewasgezondheid nauwkeurig gevolgd, met aandacht voor rand, smet en geelverkleuring. Wekelijks worden vers- en drooggewichten, gewashoogte en LMA gemeten. Daarnaast worden fotosynthese, lichtonderschepping, gewasverdamping en energie-input gemonitord. Zo ontstaat inzicht in zowel de productie (kg/m²) als de energie- en vochtbalans van de kas. De resultaten worden periodiek besproken met een breed samengestelde begeleidingscommissie (BCO), bestaande uit vollegrondstelers, slatelers onder glas en praktijkexperts. Resultaat en vervolg Het project wordt afgerond met een eindrapport waarin de resultaten worden vertaald naar concrete aanbevelingen voor een energiezuinig teeltconcept. Ook wordt een energieprognose voor de winterperiode opgenomen, inclusief de benodigde energie voor belichting, ontvochtiging en kasverwarming. De opgedane kennis vormt een belangrijke stap richting een fossielvrije, hoogproductieve slateelt onder glas. Financiering en coördinatie Het totaalbudget van dit onderzoek is € 248.155, waarvan € 12.500 van tuinders en veredelaars en € 235.655 door Kas als Energiebron. Dit project wordt uitgevoerd door Botany en Plant Lighting. En gefinancierd en gecoördineerd door Kas als Energiebron, een innovatieprogramma van het ministerie van LVVN en Glastuinbouw Nederland. Mede mogelijk gemaakt door Kennis in je Kas (KijK) en door Signify, Klasmann-Deilmann, Gardin, Enza Zaden en Light4Food. De proef wordt begeleid door telers. Projectnummer: 25105

Van 15-12-2025 tot 15-12-2025
Lopend

Eindrapport: Chrysantonderzoek zet flinke stap richting fossielvrije teelt

Auteur: Marcel Raaphorst, Wageningen UR

Minder gas, lagere CO₂-footprint De combinatie van intensieve belichting en warmteterugwinning leidde tot een 80% lagere fossiele warmtevraag: van 5 naar 1 m³/m² aardgasequivalent per jaar. Met een grotere warmtebuffer (drie keer de huidige omvang) zou dit nog kunnen dalen tot circa 0,7 m³/m². Helemaal fossielvrij telen lukt echter nog niet; op koude dagen blijft aanvullende warmte nodig. Economische haalbaarheid De economische haalbaarheid van het gebruik van een ontvochtigingsinstallatie met warmteterugwinning en een warmtepomp hangt grotendeels af van de prijs van elektriciteit en van warmte. Een systeem met warmtepomp en ontvochtiging blijkt rendabel bij elektriciteitsprijzen onder €0,105/kWh en warmteprijzen boven €0,375/m³ae. Een grotere buffer om pieken op te vangen, is niet rendabel. Verdamping blijft uitdaging De metingen aan verdamping gaven nuttige inzichten, maar bleken nog onvoldoende betrouwbaar. Verschillende meetmethoden (weegschalen, luchtbehandelingsunit, energiebalans) lieten grote verschillen zien. De lage gemeten verdamping in de eerste teelt leidde tot slechtere bladkwaliteit, vooral bij ras Chic . In de tweede teelt verbeterden bladkwaliteit en houdbaarheid dankzij een aangepaste warmteverdeling en lagere plantdichtheid. Conclusie Het onderzoek toont aan dat fossielarme teelt van chrysanten technisch haalbaar is, met aanzienlijk lagere gasbehoefte en perspectief op rendabele inzet van warmtepomptechniek. Verdamping en klimaatregeling blijven echter cruciale aandachtspunten. Verder onderzoek naar het verbeteren van de vochtafvoer vanuit het gewas is nodig. Enerzijds om meer energie te kunnen oogsten en fossiel vrij te kunnen telen. Anderzijds om de gewaskwaliteit te verbeteren, ook bij hogere plantdichtheden. Hogere plantdichtheden zijn nodig voor een rendabele businesscase. Daarnaast ligt de uitdaging om helemaal fossielvrij te worden, in het vinden van een fossielvrij en duurzaam alternatief voor stomen van de kas. Financiering en coördinatie Dit project is uitgevoerd door Wageningen University & Research in samenwerking met Delphy Improvement Center en en Plant Lighting . Het is gefinancierd en gecoördineerd door Kas als Energiebron, een innovatieprogramma van het ministerie van LVVN en Glastuinbouw Nederland. Het project is mede mogelijk gemaakt door KijK en begeleid door telers.

Geplaatst op: 05-11-2025

Blog: Masterplan Verdamping

Auteur: Brigit den Bakker

Proef in belichte tomatenteelt bij Delphy In het kader van dit project is er afgelopen seizoen een belichte tomatenproef uitgevoerd bij het Delphy Improvement Centre. Deze proef werd uitgevoerd met het ras Macxize XR van Axia. Op dit moment wordt er gewerkt aan de afronding hiervan en worden er voorbereidingen getroffen voor het vervolg. In deze blog leest u een korte samenvatting van de afgelopen proef. Afgelopen teelt zijn de effecten onderzocht van luchtbeweging op verdamping en gewaskwaliteit in een teelt met hoog vocht en een hoge gift-EC. In twee kassen is luchtcirculatie aangebracht: één met 7 m³/m²/uur, de ander met 16 m³/m²/uur. De lucht werd net onder het scherm aangezogen en via slurven onder de goten uitgeblazen. Lage verdamping: 1,3 liter per dag Door de hoge luchtvochtigheid en de hoge EC in de watergift werd de verdamping flink beperkt. Gedurende de winterperiode bleef die steken op zo’n 1,3 L/m²/dag – lager dan de eerder veronderstelde ondergrens van 1,7 liter. Het gevolg: minder wateropname, minder water voor de vruchten, en daardoor een lager gemiddeld vruchtgewicht. Ook liep de drain-EC op, wat extra druk op het gewas legde. Het gemiddelde vruchtgewicht was in deze periode laag. Wat zagen we aan het gewas? In de winterperiode zijn er veel bladrandjes waargenomen. In de donkerste periode hadden de planten ook last van oedeem. Ondanks het hoge vocht, is maar een enkel blaadje met Botrytis gezien. Wankleur, een probleem dat vaak uit de praktijk wordt gemeld, werd in deze proef niet gezien. Vermoedelijk doordat er een dubbele groeibuis met voorloop werd gebruikt, wat de vrucht op temperatuur hield. Conclusie en vervolg proef We concluderen dat een lage luchtbeweging van 7 m 3 /m 2 /uur genoeg is om Botrytisproblemen te beperken. Door de lage verdamping is bladkwaliteit wel een puntje van aandacht. Voor de komende proef is het doel om met lage verdamping een goede productie te realiseren. Het idee is om door middel van groeibuizen een hogere vruchttemperatuur te realiseren om meer water naar de vruchten te trekken. Nieuw is ook de sturing: in één kas gebeurt dat op een vaste gift-EC, in de andere op drain-EC. Financiering In het Masterplan Verdamping werken samen: de business unit Glastuinbouw van Wageningen University & Research, Delphy Improvement Centre en Plant Lighting. Dit is in het kader van Kas als Energiebron, het innovatieprogramma van Glastuinbouw Nederland en het ministerie van LVVN. Met financiering door de Topsector Tuinbouw en Uitgangsmaterialen en Kennis in je Kas (KIJK).

Geplaatst op: 07-10-2025

Energiezuinig sturen van de verdamping in vruchtgroenten

Auteur: Jan van Staalduinen

Verdamping door het gewas is volgens Brandsma een energie-gedreven proces. Het is nodig om water en nutriënten via de wortels op te nemen en door de plant te distribueren. In omgekeerde richting is er ook intern transport nodig om suikers en andere metabolieten vanuit de bladeren naar de groeipunten te brengen. Soms is verdamping ook wenselijk om voor verkoeling te zorgen. Hoe werkt verdamping? Hoe meer een gewas verdampt, hoe meer vocht je uit de kas moet afvoeren om niet in problemen te komen. Daarbij gaat onvermijdelijk energie verloren. Voor een energiezuinige klimaatsturing die het gewas net genoeg laat verdampen om die processen te faciliteren, is het goed om te weten hoe alles in elkaar grijpt. Brandsma startte haar presentatie daarom met een beknopte uitleg over begrippen zoals waterpotentiaal, capillaire werking en turgor, over de werking van huidmondjes en over de dynamiek in de waterbalans van de plant. Schade en verdamping Vervolgens gaf zij een overzicht van schadebeelden die menigeen in verband brengt met verdamping. Aan de hand van casestudies over bladrandjes in tomaat (calcium- en/of magnesiumgebrek), verkort vaasleven bij snijbloemen (verstoord functioneren huidmondjes) en oedeem in tomaat gaf zij uitleg over de mogelijke oorzaken en oplossingen. De onderzoekster benadrukte echter dat er over de precieze oorzaken en remedies, waarin ook licht soms een rol lijkt te spelen, nog het nodige te ontdekken valt. Verdampingsonderzoek in tomaat De Nooijer presenteerde de tussentijdse resultaten van het verdampingsonderzoek in tomaat. Dit is onderdeel van het bredere Masterplan Verdamping (waaraan ook chrysant en komkommer meedoen), dat door Kas als Energiebron, Stichting KijK en Topsector T&U gedurende drie jaar wordt gefinancierd. Telers willen namelijk dolgraag weten welke ondergrenzen zij, zowel overdag als ’s nachts, voor de verdamping moeten aanhouden om het gewas niet tekort te doen, maar ook zonder onnodig veel energie in de teelt te stoppen en onnodig veel energie te verliezen via ontvochtiging. De onderzoeker gaf eerst een overzicht van problemen in energiezuinige tomatenteelten onder full LED. Daartoe behoren schimmelproblemen (kroonschimmel en stengelverlies als gevolg van Botrytis), slechte vruchtkleuring (wankleur), slechte bladkleur, slechte bladrandjes en opbrengstderving als gevolg van geringe lichtbenuttingsefficiëntie. Teeltronde 1: vochtniveau en EC De eerste teeltronde in seizoen ’23-’24 vond plaats in twee afdelingen met een hoog en een laag vochtniveau. In beide afdelingen werd deels een lage en deels een hoge EC aangehouden. Uit de waterbalans bleek dat hoog vochtniveau en hoge EC resulteerde in de laagste verdamping, een lager gemiddeld vruchtgewicht en een iets lagere opbrengst. Een hoog vochtniveau leidde tot oedeem (vochtblaasjes op de bladeren) en Botrytis, maar had geen zichtbaar effect op de vruchtkwaliteit. Teeltronde 2: luchtbeweging In de tweede teeltronde (’24-’25) werd ingezoomd op luchtbeweging om Botrytis onder controle te houden en stengelverlies te voorkomen. De lucht werd aangezogen onder het scherm en uitgeblazen via luchtslangen onder de teeltgoten. De circulatie in de twee afdelingen bedroeg respectievelijk 7 en 16 m3/m2/uur. In beide afdelingen heerste een hoog vochtniveau en werd indien nodig water verneveld. Hierdoor viel de verdamping nog lager uit dan in de eerste proef. Opvallend genoeg was deze het laagste in de kas met de hoogste luchtcirculatie. Botrytis was in beide kassen onder controle. Bladrandjes en -vlekken kwamen in de wintermaanden in beide afdelingen veelvuldig voor, mogelijk door magnesiumgebrek. De gewasstand werd vaak als te vegetatief beoordeeld, maar was in de kas met lage luchtcirculatie gemiddeld beter. Van wankleurige vruchten was geen sprake, waarschijnlijk dankzij de dubbele groeibuis. Dit probleem lijkt daarmee eerder gerelateerd te zijn aan vruchttemperatuur dan aan te weinig verdamping. De productie bleef in beide afdelingen achter door een te laag gemiddeld vruchtgewicht. Bij lage luchtcirculatie trad vanaf week 13 herstel op, bij hoge luchtcirculatie niet. Conclusies De Nooijer stelde vast dat sommige teeltproblemen, niet alle (!), inderdaad voortkomen uit te weinig verdamping c.q. te hoge vochtniveaus. De productie blijft in die omstandigheden ook achter. Luchtcirculatie helpt om Botrytis te vookomen, het optimum hiervoor is niet vastgesteld.

Geplaatst op: 10-07-2025

Deelonderzoek Lisianthus: effect verdamping op brandkoppen

Auteur: D.I. Ruiter, Plant Lighting

Effect verdamping De focus van het onderzoek lag op het effect van verdamping, waarbij een teelt in een klimaatcel met een hoge en een teelt in een klimaatcel met een lage relatieve luchtvochtigheid (RV) met elkaar werden vergeleken. Bij een lagere RV neemt de verdamping toe. In deze klimaatcellen stonden klimaatcabines waarin het effect van verdere teelt- en klimaatfactoren werden onderzocht. Het doel was om de oorzaak van brandkoppen beter te begrijpen, zodat gericht gezocht kan worden naar oplossingen. Minder brandkoppen Een lagere RV verhoogde de verdamping en leidde tot aanzienlijk minder en ook minder ernstige brandkoppen bij beide getoetste cultivars; Rosita 3 Pure White en Alissa 2 Pure White. Dit ondersteunt de hypothese dat een verhoogde verdamping de calciumaanvoer naar groeipunten verbetert, waardoor er minder snel brandkoppen ontstaan. Telen bij een lage RV draagt echter niet bij aan een energiezuinige teelt, omdat het afvoeren van vocht energie kost. Verdamping cruciale rol Enkele behandelingen binnen de hoofdbehandelingen (RV) resulteerden ook in minder brandkoppen. Een verhoogde luchtbeweging leidde tot minder (ernstige) brandkoppen, vooral in combinatie met een lage RV. Ook koeler telen had een sterk positief effect, al ging dit uiteraard gepaard met groeivertraging. Een lagere intensiteit belichting resulteerde bij Rosita 3 Pure White in minder brandkoppen, terwijl dit bij Alissa 2 Pure White niet werd waargenomen. Het verhogen van de worteldruk door een hogere bodemtemperatuur had een zeer gering effect, en een wijziging in de Mg²⁺/Ca²⁺-verhouding in de voeding had geen invloed op het ontstaan van brandkoppen. Deze resultaten bevestigen dat verdamping een cruciale rol speelt in het ontstaan van brandkoppen en dat strategieën gericht op het stimuleren van verdamping kunnen bijdragen aan een afname van brandkoppen. Balans beperken brandkoppen en energiezuinige teelt Het selectief toepassen van verdampingsstimulerende maatregelen, zoals een lage RV en verhoogde luchtbeweging, tijdens een gevoelige groeifase i.p.v. gedurende de hele teelt zou een balans kunnen bieden tussen het beperken van brandkoppen en een energiezuinige teelt. De hoeveelheid die een plant moet verdampen lijkt daarnaast sterk afhankelijk te zijn van de groeisnelheid en de mate van biomassa accumulatie. Vervolgonderzoek is nodig om de optimale combinatie en timing van teeltmaatregelen te bepalen. Dit onderzoek voor Lisianthus maakt deel uit van het project Kennisontwikkeling siergewassen voor een energie-efficiëntere teelt. Financiers Dit project is uitgevoerd door Plant Lighting BV en gefinancierd en gecoördineerd door Kas als Energiebron, een innovatieprogramma van het ministerie van LVVN en Glastuinbouw Nederland. Mede mogelijk gemaakt door Kennis in je Kas (KijK). Het onderzoek is medegefinancierd door Stichting Kennis in je Kas en de gewascoöperatie Lisianthus.

Geplaatst op: 27-04-2025

Nieves Garcia: 'Scherper zicht op minimale verdamping komkommer'

Auteur: Jan van Staalduinen

Hoe minder warmte je in de teelt stopt voor ontvochtiging des te hoger het vocht kan oplopen, en des te lager blijft de verdamping. Welke ondergrens mag een teler aanhouden voor de verdamping door zijn gewas, zonder in te boeten op opbrengst en kwaliteit? Het antwoord is complex, zal van gewas tot gewas variëren en moet proefondervindelijk worden vastgesteld. Voor dat doel is het Masterplan Verdamping opgezet. Drie onderzoeksinstellingen verkennen hierin de grenzen voor verdamping in de voorbeeldgewassen chrysant (Plant Lighting), tomaat (Delphy IC) en komkommer (Wageningen University & Research). Vier proeven in klimaatcel Voor de eerste vier proeven met komkommer opteerde Nieves Garcia voor korte teelten in klimaatcellen. Daarin is het relatief eenvoudig om specifieke wintercondities jaarrond aan te houden en stabiele hoge vochtniveaus (lage VD’s) te realiseren teneinde de verdamping te beperken. Er zijn twee klimaatcellen gebruikt om verschillende behandelingen te kunnen vergelijken. De komkommers (ras: Dee-Flexion) zijn geteeld bij een stengeldichtheid van 2,2 planten/m 2 en 16 uur/etmaal belicht met 286 µmol/m2/sec PAR (16,5 Mol/m2/dag) en 8 uur FR (1,7 Mol/m2/dag). Het temperatuurregime was 24,5 / 21,5 °C (dag/nacht). De teeltduur bedroeg telkens 13 weken vanuit het moment van zaaien, (waarvan 7 weken productie). Garcia: “In de cellen zijn overdag en in de nacht verschillende vochtsetpoints aangehouden om de verdamping te sturen en nauwkeurig te meten De voornaamste vragen waren wanneer kwaliteitsproblemen zichtbaar werden en of de productie zou gaan dalen. Er zijn drie teelten uitgevoerd waarin het accent lag op VD verschillen gedurende de dag- en nachtperioden. Aansluitend vond er ook nog een teelt plaats waarin verschillende daglengtes zijn vergeleken bij dezelfde daglichtsom.” Uit de metingen bleek dat de verdamping sterk samenhangt met het gemiddelde vochtdeficit per etmaal. Hoe lager het VD (of hoe hoger de RV), des te geringer is de verdamping. Een belangrijke constatering was dat een geringe verdamping overdag niet is te compenseren met hoge verdamping in de nacht. De verdamping stijgt dan weliswaar, maar de wateropname blijft achter. Daar reageert het gewas niet goed op, ondanks het feit dat er geen sprake is van tekorten aan opgenomen nutriënten. “Wanneer de plant te weinig water opneemt , zie je in komkommer problemen ontstaan zoals broeikoppen, bolblad, flessenhalsvruchten, Dan volgt wat vruchtabortie en opbrengstdaling”, merkte de onderzoekster op. “Dat zagen wij gebeuren bij een wateropname van minder dan 1,9 l/m2/dag. Bij een wateropname van 2,3 of meer l/m2/dag zagen we geen opbrengst- of kwaliteitsverlies. Conclusie: De minimaal benodigde wateropname door een producerend gewas (bij 16,5 Mol PAR en daglengte 16 uur) ligt ergens tussen 1,9 en 2,3 l/m2dag of tussen 117 en 139 ml/mol PAR. In de vierde proef is vastgesteld dat de verdamping bij gelijke lichtsom en laag VD afhankelijk is van de lichtintensiteit. Verdeling van de lichtsom over meer uren PAR (20) en eveneens 8 uur FR (1,7 mol/dag) resulteert in minder fotosynthese en dat leidt tot andere gewasproblemen zoals bladvergeling, bladvlekken, bladrandjes, heel veel abortie en daarom zeer lage productie en vruchten met spitse punten. Die problemen zijn het gevolg van te weinig suikers, want de verdamping was op orde. Voldoende uren met verrood licht kunnen die problemen wat verzachten, dat bleek uit een verlenging van deze proef waarbij dezelfde molsom aan FR verdeeld werd over de 20 uur dat er belicht werd. “Deze proeven hebben een scherper zicht opgeleverd over de minimaal benodigde wateropname door komkommer en de relaties met vochtdeficit en belichting. Die inzichten willen we nu gaan vertalen naar de dynamiek in een kassituaties. We zijn al in gesprek met de BCO over de proefopzet.” Hier vind je de presentatie over verdamping in de LED belichte groenteteelt tijdens het LichtEvent, deel 2 is de presentatie door Nieves Garcia, Wageningen UR. In het Masterplan Verdamping werken de business unit Glastuinbouw van Wageningen University & Research, Delphy Improvement Centre, Plant Lighting en Glastuinbouw Nederland samen, met financiering door de Topsector Tuinbouw en Uitgangsmaterialen en KIJK.

Geplaatst op: 23-04-2025